diff --git a/wet/wet-belasting-zware-motorrijtuigen/BWBR0007678/README.md b/wet/wet-belasting-zware-motorrijtuigen/BWBR0007678/README.md index 37cd254b09a..df1e1166875 100644 --- a/wet/wet-belasting-zware-motorrijtuigen/BWBR0007678/README.md +++ b/wet/wet-belasting-zware-motorrijtuigen/BWBR0007678/README.md @@ -38,10 +38,9 @@ d. autosnelweg: een weg die speciaal is ontworpen en aangelegd voor verkeer met 1°. behalve op bepaalde plaatsen of tijdelijk is voorzien van gescheiden rijbanen voor beide verkeersrichtingen, welke rijbanen van elkaar gescheiden zijn door een strook die niet voor het verkeer is bestemd, hetzij, bij uitzondering, op andere wijze; 2°. geen andere weg, geen spoor- of tramweg of voetpad gelijkvloers kruist; en 3°. door specifieke verkeerstekens als autosnelweg is aangeduid; -e. certificaat: een document dat door de inspecteur wordt afgegeven per motorrijtuig dat in de heffing wordt betrokken en waarin de nationaliteit van het motorrijtuig is opgenomen en voorts voor welk tijdvak, voor welk tarief en voor welk motorrijtuig het document geldig is, alsmede de datum en het tijdstip waarop het document is afgegeven; -f. categorie NIET-EURO: motorrijtuigen waarvan de motor niet voldoet aan de eisen, vastgelegd in regel A of regel B van de tabel in punt 8.3.1.1 van bijlage I bij richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1987 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen (PbEG L 36), naar de tekst zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 91/542/EEG van de Raad van 1 oktober 1991 (PbEG L 295); -g. categorie EURO I: motorrijtuigen waarvan de motor voldoet aan de eisen, vastgelegd in regel A van de tabel, genoemd onder f; -h. categorie EURO II en schoner: motorrijtuigen waarvan de motor voldoet aan de eisen, vastgelegd in regel B van de tabel, genoemd onder f. +e. categorie NIET-EURO: motorrijtuigen waarvan de motor niet voldoet aan de eisen, vastgelegd in regel A of regel B van de tabel in punt 8.3.1.1 van bijlage I bij richtlijn nr. 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1987 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door dieselmotoren bestemd voor het aandrijven van voertuigen (PbEG L 36), naar de tekst zoals deze is gewijzigd bij richtlijn nr. 91/542/EEG van de Raad van 1 oktober 1991 (PbEG L 295); +f. categorie EURO I: motorrijtuigen waarvan de motor voldoet aan de eisen, vastgelegd in regel A van de tabel, genoemd onder e; +g. categorie EURO II en schoner: motorrijtuigen waarvan de motor voldoet aan de eisen, vastgelegd in regel B van de tabel, genoemd onder e. ### Afdeling 3. Voorwerp van de belasting @@ -155,7 +154,7 @@ b. met vier assen of meer en in de categorie: ### Artikel 12 -Het door de inspecteur afgegeven certificaat dient in het motorrijtuig aanwezig te zijn. +Vervallen ## Hoofdstuk VI. Boetebepaling @@ -163,9 +162,7 @@ Het door de inspecteur afgegeven certificaat dient in het motorrijtuig aanwezig **1.** Indien wordt geconstateerd dat de verschuldigde belasting niet, niet tijdig of niet geheel is betaald, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur, in afwijking van de artikelen 67b, 67c en 67f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, een boete van ten hoogste € 4537 kan opleggen aan de houder. -**2.** Met een constateren als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld het bij een controle constateren dat degene die de feitelijke beschikking heeft over een motorrijtuig, niet aan de hand van een certificaat kan aantonen dat de verschuldigde belasting is betaald, met dien verstande dat de boete ten hoogste € 113 bedraagt indien uit een alsnog overgelegd certificaat blijkt dat de verschuldigde belasting tijdig en volledig is betaald. - -**3.** Indien de verschuldigde belasting wordt nageheven, legt de inspecteur de boete op gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag. In andere gevallen vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de boete door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het in het eerste of tweede lid bedoelde constateren heeft plaatsgevonden. +**2.** Indien de verschuldigde belasting wordt nageheven, legt de inspecteur de boete op gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag. In andere gevallen vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de boete door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het in het eerste of tweede lid bedoelde constateren heeft plaatsgevonden. ## Hoofdstuk VII. Overige regelingen @@ -177,7 +174,7 @@ Het door de inspecteur afgegeven certificaat dient in het motorrijtuig aanwezig **2.** De teruggaaf wordt verleend over het op de datum van indiening van het verzoek nog niet verstreken aantal hele maanden van het tijdvak en bedraagt per hele maand een twaalfde deel van de over het tijdvak betaalde belasting. -**3.** Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist. Bij het verzoek wordt het certificaat ingeleverd. +**3.** Het verzoek om teruggaaf wordt gedaan bij de inspecteur, die daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking beslist. **4.** De ingevolge het tweede lid berekende teruggaaf wordt verminderd met een bedrag van € 25 voor administratiekosten. @@ -219,7 +216,7 @@ Vrijstelling van belasting wordt, onder bij algemene maatregel van bestuur te st a. die uitsluitend worden gebruikt door defensie; b. die uitsluitend worden gebruikt door politie en brandweer en als zodanig uiterlijk herkenbaar zijn; -c. die behoren tot een bedrijfsvoorraad, bedoeld in artikel 2, onderdeel *k*, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; +c. die behoren tot een bedrijfsvoorraad, bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994; d. die zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en het onderhoud van wegen; e. waarmee gewoonlijk slechts over een geringe afstand gebruik van de autosnelweg wordt gemaakt; f. die uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van kermis- of circusbenodigdheden. @@ -236,7 +233,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met name om redenen van verkeersveilig ### Artikel 18 -**1.** Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst, van opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, of van bij besluit van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan. Tevens is hij verplicht op eerste vordering van deze ambtenaren het certificaat ter inzage te verstrekken. +**1.** Op eerste vordering van ambtenaren van de rijksbelastingdienst, van opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, of van bij besluit van Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, is de bestuurder van een motorrijtuig verplicht dat te doen stilstaan. **2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. @@ -250,10 +247,6 @@ De in artikel 18 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een motorrijtuig, alsmede het **2.** Indien het gemeenschappelijke gebruiksrecht buiten Nederland is voldaan, is daarop artikel 14a van overeenkomstige toepassing. De teruggaaf wordt verleend op basis van het in artikel 10 bedoelde tarief, zoals dat gold voor het tijdvak waarvoor het gemeenschappelijke gebruiksrecht is voldaan. -**3.** Op een buiten Nederland afgegeven bewijs van betaling van het gemeenschappelijke gebruiksrecht, zijn artikel 12 en artikel 18, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. - -**4.** In geval de voldoening buiten Nederland door degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft niet kan worden aangetoond aan de hand van een betalingsbewijs als bedoeld in het tweede lid, is artikel 13, tweede lid, van overeenkomstige toepassing. - ### Artikel 21 **1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van de wet nadere regels worden gesteld ter aanvulling van de in deze wet geregelde onderwerpen.