2020-01-01 | BWBR0002032 | Wet buitengewoon pensioen 1940-1945
This commit is contained in:
parent
b0284a7a4d
commit
f07d6f2800
1 changed files with 1 additions and 1 deletions
|
|
@ -181,7 +181,7 @@ Tot de inkomsten van betrokkene als bedoeld in de vorige volzin worden niet gere
|
|||
|
||||
a. inkomsten uit arbeid indien de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt;
|
||||
b. inkomsten uit arbeid, arbeidsvervangende inkomsten en inkomsten uit onderneming van zijn echtgenoot;
|
||||
c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden per 1 januari 2019: achthonderdachtennegentig euro en zesennegentig eurocent;
|
||||
c. inkomsten uit vermogen, tot een bedrag van vijfhonderd gulden per 1 januari 2020: negenhonderddrieëntwintig euro en drieënveertig eurocent;
|
||||
|
||||
met dien verstande, dat indien met zodanige inkomsten van de echtgenoot of gewezen echtgenoot of uit vermogen reeds rekening is gehouden bij de vaststelling van de pensioengrondslag, een bedrag gelijk aan het met deze inkomsten verband houdende deel van het buitengewoon pensioen op het buitengewoon pensioen in mindering wordt gebracht. Wij bepalen bij algemene maatregel van bestuur in welke gevallen van laatstgenoemde vermindering wordt afgezien. Het in of krachtens de tweede en derde volzin bepaalde vindt geen toepassing, indien zulks zou leiden tot een lager betaalbaar pensioenbedrag.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue