diff --git a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md index 21678dff166..5f0fc36425d 100644 --- a/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md +++ b/wet/faillissementswet/BWBR0001860/README.md @@ -1750,7 +1750,7 @@ b. ten minste een van de deelnemers zijn hoofdvestiging in Nederland heeft. ### Artikel 212e -Ingeval een insolventieprocedure wordt geopend tegen een instelling, worden de rechten en de verplichtingen die zij uit of in verband met deelname aan dat systeem heeft, bepaald door het recht waardoor dat systeem wordt beheerst. +Ingeval een insolventieprocedure wordt geopend tegen een deelnemer, worden de rechten en de verplichtingen die zij uit of in verband met deelname aan dat systeem heeft, bepaald door het recht waardoor dat systeem wordt beheerst. ### Artikel 212f @@ -1817,7 +1817,7 @@ Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van een ba ### Artikel 212hc -De Nederlandsche Bank N.V. kan bij haar verzoek een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht overleggen met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren. Artikel 3:159o, tweede en derde lid, van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing. +De Nederlandsche Bank N.V. kan bij haar verzoek een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het financieel toezicht overleggen met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren. Artikel 3:159o, tweede en derde lid, van de Wet op het financieel toezicht is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 212hd @@ -1861,7 +1861,7 @@ De artikelen 3:159k, 3:159l en 3:159p van de Wet op het financieel toezicht zijn ### Artikel 212hk -**1.** Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. bij haar verzoek tot faillietverklaring geen overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht heeft overgelegd of indien zij dat wel heeft gedaan maar de rechtbank het overdrachtsplan niet heeft goedgekeurd, kan De Nederlandsche Bank N.V. alsnog of opnieuw een overdrachtsplan voorbereiden. +**1.** Ingeval De Nederlandsche Bank N.V. bij haar verzoek tot faillietverklaring geen overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht heeft overgelegd of indien zij dat wel heeft gedaan maar de rechtbank het overdrachtsplan niet heeft goedgekeurd, kan De Nederlandsche Bank N.V. alsnog of opnieuw een overdrachtsplan voorbereiden. **2.** Het overdrachtsplan kan betrekking hebben op de overdracht van deposito-overeenkomsten en activa of passiva anders dan uit hoofde van deposito-overeenkomsten. @@ -2158,7 +2158,7 @@ b. overeenkomst van schadeverzekering: een overeenkomst van schadeverzekering al c. overeenkomst van levensverzekering: een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; d. schadeverzekeraar: een schadeverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die onder het toepassingsgebied van de richtlijn solvabiliteit II valt; e. levensverzekeraar: een levensverzekeraar als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die onder het toepassingsgebied van de richtlijn solvabiliteit II valt; -f. zetel: de plaats waar een verzekeraar volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd of, indien hij geen rechtspersoon is, de plaats waar die verzekeraar zijn hoofdvestiging heeft; +f. zetel: de plaats waar een verzekeraar of een moedermaatschappij van een verzekeraar volgens zijn of haar statuten of reglementen is gevestigd of, indien deze geen rechtspersoon is, de plaats waar die verzekeraar of die moedermaatschappij zijn of haar hoofdvestiging heeft; g. bijkantoor: een duurzame aanwezigheid van een verzekeraar, met uitzondering van de zetel, beheerd door eigen personeel van de verzekeraar of door een zelfstandig persoon die is gemachtigd duurzaam voor de verzekeraar op te treden; h. liquidatieprocedure: een collectieve procedure, het faillissement daaronder begrepen, geopend in een lidstaat van de Europese Unie, die het te gelde maken van de activa van een verzekeraar en het op toepasselijke wijze verdelen van de opbrengst onder de schuldeisers, aandeelhouders of leden behelst, en die noodzakelijkerwijs een optreden van de administratieve of rechterlijke instanties van die lidstaat behelst, daaronder begrepen de collectieve procedure die wordt afgesloten met een gerechtelijk akkoord of een andere maatregel van dezelfde strekking, ongeacht of de procedure op insolventie berust en ongeacht of de procedure op eigen aangifte van de verzekeraar dan wel op verzoek van een ander is geopend; i. lidstaat: een staat die lid is van de Europese Unie of een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de op 2 mei 1992 tot stand gekomen overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb. 1992, 132); @@ -2169,6 +2169,7 @@ m. curator: de curator of elke andere persoon of ander orgaan, aangewezen door d n. vordering uit hoofde van verzekering: de uit een overeenkomst van verzekering voortvloeiende vordering, rechtstreeks op de verzekeraar; o. noodregeling: de noodregeling, bedoeld in afdeling 3.5.5 van de Wet op het financieel toezicht; p. overnemer: degene die activa of passiva overneemt, degene die bereid is zulks te doen en degene die onderzoekt of hij daartoe bereid is; +q. moedermaatschappij: een moedermaatschappij als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; q. richtlijn solvabiliteit II: richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking) (PbEU 2009, L 335). #### Paragraaf 2. Verzekeraars met zetel in Nederland, verzekeraars zonder vergunning met zetel in een andere lidstaat dan Nederland en verzekeraars met zetel buiten de Europese Unie met bijkantoor in Nederland @@ -2200,7 +2201,7 @@ Indien het belang van de gezamenlijke schuldeisers bij de afwikkeling van het be ### Artikel 213ac -De Nederlandsche Bank N.V. kan bij haar verzoek een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht overleggen met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren. +De Nederlandsche Bank N.V. kan bij haar verzoek een overdrachtsplan als bedoeld in artikel 3:159c, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het financieel toezicht overleggen met het verzoek het overdrachtsplan goed te keuren. ### Artikel 213ad @@ -2610,9 +2611,9 @@ d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zu ### Artikel 215 -**1.** Het verzoekschrift met bijbehorende stukken wordt ter griffie van de rechtbank neergelegd, ter kosteloze inzage van een ieder. +**1.** Het verzoekschrift met bijbehorende stukken wordt ter griffie van de rechtbank neergelegd, ter kosteloze inzage van een ieder. Indien de schuldenaar een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar met een vergunning als bedoeld in artikel 2:26a, 2:27 of 2:54a van de Wet op het financieel toezicht is stelt de griffier van de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. terstond in kennis van de neerlegging. -**2.** De rechtbank zal dadelijk de gevraagde surseance voorlopig verlenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met de schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt zij, dat de bekende schuldeisers, benevens de schuldenaar, tegen een door haar op korte termijn bepaalde dag, door de griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verlenen van de gevraagde surseance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**2.** De rechtbank zal dadelijk de gevraagde surseance voorlopig verlenen en een of meer bewindvoerders benoemen, ten einde met de schuldenaar het beheer over diens zaken te voeren. Bovendien beveelt de rechtbank, dat de bekende schuldeisers, benevens de schuldenaar, en indien de schuldenaar een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar met een vergunning als bedoeld in artikel 2:26a, 2:27 of 2:54a van de Wet op het financieel toezicht is, De Nederlandsche Bank N.V., tegen een door de rechtbank op korte termijn bepaalde dag, door de griffier bij brieven worden opgeroepen, ten einde, alvorens beslist wordt omtrent het definitief verlenen van de gevraagde surseance, op het verzoekschrift te worden gehoord. Behalve de dag worden uur en plaats der bijeenkomst daarbij vermeld, alsmede of een ontwerp van akkoord bij het verzoekschrift is gevoegd. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 216 @@ -2634,10 +2635,12 @@ De surseance wordt geacht te zijn ingegaan bij de aanvang van de dag, waarop zij **5.** De rechtbank, het verzoek afwijzende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de voorlopig verleende surseance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan. -**6.** Indien een aanvrage tot faillietverklaring en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het laatste in behandeling. +**6.** Indien een aanvrage tot faillietverklaring, niet zijnde een verzoek als bedoeld in artikel 213ar, en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst het verzoek tot surseance in behandeling. Indien een aanvrage tot faillietverklaring als bedoeld in artikel 213ar en een verzoek tot surseance gelijktijdig aanhangig zijn, komt eerst de aanvrage tot faillietverklaring in behandeling. **7.** De beschikking op het verzoek is met redenen omkleed en wordt uitgesproken ter openbare terechtzitting. +**8.** In afwijking van het vijfde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren. + ### Artikel 219 **1.** Gedurende acht dagen na de dag der uitspraak heeft, in geval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surseance verleend is, iedere schuldeiser, die zich niet vóór het verlenen daarvan heeft verklaard, recht van hoger beroep. @@ -2915,6 +2918,8 @@ Nadat de surseance is verleend, kan zij, op voordracht van de rechter-commissari **4.** Indien op grond van dit artikel de surseance wordt ingetrokken, kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van de schuldenaar worden uitgesproken. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan blijft de surseance gehandhaafd tot de beschikking der rechtbank in kracht van gewijsde is gegaan. +**5.** In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens de faillietverklaring uit te spreken van een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid. + ### Artikel 243 **1.** Gedurende acht dagen na de dag der beschikking heeft, in geval van intrekking der surseance, de schuldenaar, en, ingeval de intrekking der surseance geweigerd is, hij, die het verzoek tot intrekking heeft gedaan, recht van hoger beroep tegen de beschikking der rechtbank. @@ -2939,9 +2944,9 @@ Zodra een beschikking, waarbij de surseance is ingetrokken, in kracht van gewijs ### Artikel 246 -**1.** Indien de rechtbank van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surseance niet zal zijn beëindigd vóór de dag, waarop de schuldeisers krachtens artikel 215, tweede lid, worden gehoord, gelast zij, dat de griffier de schuldeisers bij brieven zal mededelen, dat dit verhoor op die dag niet zal worden gehouden. +**1.** Indien de rechtbank van oordeel is, dat de behandeling van het verzoek tot intrekking van de surseance niet zal zijn beëindigd vóór de dag, waarop de schuldeisers of, indien van toepassing, De Nederlandsche Bank N.V. krachtens artikel 215, tweede lid, worden gehoord, gelast zij, dat de griffier de schuldeisers bij brieven zal mededelen, dat dit verhoor op die dag niet zal worden gehouden. -**2.** Zo nodig bepaalt zij later de dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeisers worden door de griffier bij brieven opgeroepen. +**2.** Zo nodig bepaalt zij later de dag waarop dit verhoor alsnog zal plaats vinden; de schuldeisers of, indien van toepassing, De Nederlandsche Bank N.V. worden door de griffier bij brieven opgeroepen. ### Artikel 247 @@ -2993,7 +2998,7 @@ In het geval van een verzoek tot omzetting als bedoeld in artikel 37 van de vero ### Artikel 248 -**1.** Gedurende een surseance kan faillietverklaring niet rauwelijks worden verzocht. +**1.** Gedurende een surseance kan faillietverklaring behoudens de mogelijkheid van artikel 213ar niet rauwelijks worden verzocht. **2.** Indien ingevolge een der bepalingen van deze titel een faillietverklaring uitgesproken wordt, vindt artikel 14 overeenkomstige toepassing; wordt ingevolge die bepalingen een faillissement vernietigd, dan vinden de artikelen 13 en 15 overeenkomstige toepassing. @@ -3202,7 +3207,9 @@ Zij zal de homologatie weigeren: **4.** De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in artikel 216 voorgeschreven wijze. -**5.** De artikelen 154-156 en 160 vinden overeenkomstige toepassing. +**5.** In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren. + +**6.** De artikelen 154-156 en 160 vinden overeenkomstige toepassing. ### Artikel 273 @@ -3222,7 +3229,7 @@ De surseance neemt een einde zodra de homologatie in kracht van gewijsde is gega ### Artikel 277 -De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, de schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de termijn, in artikel 269a dan wel in artikel 270 bedoeld, ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in artikel 216 voorgeschreven wijze. +De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, de schuldenaar bij vonnis in staat van faillissement verklaren. De rechtbank stelt de Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de termijn, in artikel 269a dan wel in artikel 270 bedoeld, ongebruikt verstreken is of verbetering van het proces-verbaal geweigerd is. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in artikel 216 voorgeschreven wijze. ### Artikel 278 @@ -3244,6 +3251,8 @@ De rechtbank kan, wanneer het akkoord niet wordt aangenomen, de schuldenaar bij **2.** Bij het vonnis, waarbij de ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken, wordt de schuldenaar tevens in staat van faillissement verklaard. +**3.** In afwijking van het tweede lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren. + ### Artikel 281 **1.** In een faillissement, uitgesproken krachtens de artikelen 272, 277 of 280 kan een akkoord niet worden aangeboden.