2023-07-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
0b3e5d6c9e
commit
f104aa2df1
1 changed files with 48 additions and 42 deletions
|
|
@ -1620,12 +1620,13 @@ De signalering van een vreemdeling in E&S of het SIS vangt aan op:
|
|||
|
||||
a. de datum waarop aan de vreemdeling een terugkeerbesluit wordt bekendgemaakt;
|
||||
b. de datum waarop de vreemdeling het grondgebied van de lidstaten daadwerkelijk heeft verlaten als het een signalering vanwege een inreisverbod betreft. Als de situatie in paragraaf A4/2.4.3 Vc zich voordoet, waarbij het vertrek vanuit het grondgebied eerder plaatsvindt dan de bekendmaking van de beschikking waarin het inreisverbod wordt opgelegd, vindt de signalering plaats op de datum van de bekendmaking van de beschikking;
|
||||
c. Als het een onderdaan van een lidstaat of diens familie- of gezinsleden betreft: de datum waarop de vreemdeling een verwijderingsbesluit met ongewenstverklaring heeft ontvangen en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of als er een bezwaarschrift is ingediend, na de beslissing op dat bezwaarschrift tenzij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende beroep is ingediend. In dat laatste geval volgt signalering pas nadat het verzoek is afgewezen of nadat de getroffen voorziening is uitgewerkt;
|
||||
d. de datum van de bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw in andere gevallen dan hierboven onder c genoemd;
|
||||
e. de datum waarop aan de vreemdeling een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt bekendgemaakt;
|
||||
f. de datum waarop de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd;
|
||||
g. de datum waarop de rechtsgevolgen genoemd in het besluit tot intrekking van de mvv in werking treden; of
|
||||
h. de datum waarop aan de vreemdeling een bevel wordt gegeven zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat.
|
||||
c. als het een onderdaan van een lidstaat of diens familie- of gezinsleden betreft: de datum waarop de vreemdeling een verwijderingsbesluit met ongewenstverklaring heeft ontvangen en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of als er een bezwaarschrift is ingediend, na de beslissing op dat bezwaarschrift tenzij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening hangende beroep is ingediend. In dat laatste geval volgt signalering pas nadat het verzoek is afgewezen of nadat de getroffen voorziening is uitgewerkt;
|
||||
d. het moment waarop de overdracht van de ongewenstverklaarde Dublinclaimant naar de andere lidstaat is geeffectueerd;
|
||||
e. de datum van de bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw in andere gevallen dan hierboven onder c of d genoemd;
|
||||
f. de datum waarop aan de vreemdeling een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt bekendgemaakt;
|
||||
g. de datum waarop de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd;
|
||||
h. de datum waarop de rechtsgevolgen genoemd in het besluit tot intrekking van de mvv in werking treden;
|
||||
i. de datum waarop aan de vreemdeling een bevel wordt gegeven zich onmiddellijk te begeven naar de verblijfgevende lidstaat.
|
||||
|
||||
#### 12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen
|
||||
|
||||
|
|
@ -1754,15 +1755,15 @@ Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in het SIS inzake terugkeer al da
|
|||
• Conform artikel 32, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken.
|
||||
• Als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken of als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft, verricht de IND de volgende handelingen:
|
||||
|
||||
− De IND wist de signalering inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod uit SIS;
|
||||
− Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven;
|
||||
− Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
|
||||
– De IND wist de signalering inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod uit SIS;
|
||||
– Als aan de vreemdeling een inreisverbod is opgelegd beoordeelt de IND aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven;
|
||||
– Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
|
||||
• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt:
|
||||
|
||||
– de signalering in SIS niet gewist, of
|
||||
– als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
|
||||
|
||||
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. De vreemdeling heeft het grondgebied van de lidstaten verlaten. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit.
|
||||
Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit.
|
||||
|
||||
De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1770,13 +1771,13 @@ De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verbl
|
|||
• Conform artikel 36, eerste lid, onder f, van het SIRENE-handboek moet de verblijfgevende lidstaat de raadplegende lidstaat altijd informeren ook al is de termijn verstreken;
|
||||
• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning handhaaft of als de verblijfgevende lidstaat niet reageert en de reactietermijn is verstreken, verricht de IND de volgende handelingen:
|
||||
|
||||
− De IND wist de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf uit SIS;
|
||||
− De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven; en
|
||||
− Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
|
||||
– De IND wist de signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf uit SIS;
|
||||
– De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf A4/2.5.5 Vc ambtshalve of het inreisverbod wordt opgeheven; en
|
||||
– Als er sprake is van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt de vreemdeling in E&S gesignaleerd.
|
||||
• Als uit de raadpleging blijkt dat de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt, wordt:
|
||||
|
||||
− de signalering in SIS niet gewist, of;
|
||||
− als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
|
||||
– de signalering in SIS niet gewist, of;
|
||||
– als de vreemdeling in het E&S is gesignaleerd, de signalering in E&S gewist en in SIS opgenomen.
|
||||
|
||||
Als de in SIS gesignaleerde vreemdeling het grondgebied echter nog niet heeft verlaten en het inreisverbod, dat is opgelegd voor 7 maart 2023, dus nog niet in werking is getreden, start de IND alsnog de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat als een procedurele gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. De procedure zoals hierboven omschreven is dan van toepassing. De IND wist de signalering vanwege het niet in werking getreden inreisverbod en voert een signalering inzake terugkeer in, als de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2362,11 +2363,13 @@ In de situatie gemeld onder d. wordt in het terugkeerbesluit opgenomen dat:
|
|||
• de vreemdeling niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst; en
|
||||
• het voornemen tot uitzetting wel blijft bestaan (zie ook paragraaf C2/10.3.2 Vc).
|
||||
|
||||
Als in de situatie gemeld onder d. op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer een terugkeerbeletsel is. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
|
||||
|
||||
#### 6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
|
||||
|
||||
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, dan kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
|
||||
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag te willen indienen, kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, eerste en tweede lid, Vb besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
|
||||
|
||||
De procedure in geval van een lastminuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in paragraaf C1/2.7 Vc.
|
||||
De procedure in geval van een lastminuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd staat beschreven in paragraaf C1/2.9 Vc.
|
||||
|
||||
#### 6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
|
||||
|
||||
|
|
@ -2530,7 +2533,7 @@ Er is uitsluitend sprake van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM:
|
|||
• als de noodzakelijke medische behandeling in het land van herkomst of bestendig verblijf niet beschikbaar is; of
|
||||
• als in geval de noodzakelijke medische behandeling wel beschikbaar is, gebleken is dat deze aantoonbaar niet toegankelijk is.
|
||||
|
||||
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een termijn van drie maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
|
||||
Onder een medische noodsituatie verstaat de IND: die situatie waarbij de vreemdeling lijdt aan een aandoening, waarvan op basis van de huidige medisch-wetenschappelijke inzichten vaststaat dat het achterwege blijven van behandeling binnen een indicatieve termijn van drie tot zes maanden zal leiden tot overlijden, invaliditeit of een andere vorm van ernstige geestelijke of lichamelijke schade.
|
||||
|
||||
##### 7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
|
||||
|
||||
|
|
@ -3051,17 +3054,19 @@ Met de vrijheidsstraf zoals bedoeld in artikel 6.5a Vb, wordt een onvoorwaardeli
|
|||
|
||||
Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het voorbereiden van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.3 Vc.
|
||||
|
||||
##### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
|
||||
##### 2.4.2. Bekendmaking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
|
||||
|
||||
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw. Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
|
||||
|
||||
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
|
||||
|
||||
• als het inreisverbod de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw heeft en uitgevaardigd wordt onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring; en
|
||||
• als het inreisverbod de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw heeft.
|
||||
Het beleid dat geldt voor het bekendmaken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het bekendmaken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod, met uitzondering van onderstaande situatie. Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
|
||||
|
||||
In artikel 66a, vijfde lid, Vw wordt bepaald dat als een beschikking, waarbij het inreisverbod is uitgevaardigd, bekend wordt gemaakt door toezending, hiervan mededeling wordt gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
Als de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling die in het kader van binnenlands toezicht of bij controle aan de buitengrens bij uitreis wordt aangetroffen een inreisverbod oplegt, handelt de ambtenaar als volgt:
|
||||
|
||||
• hij reikt het origineel van de beschikking aan de vreemdeling in persoon uit;
|
||||
• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot het inreisverbod;
|
||||
• hij maakt hiervan een proces-verbaal op;
|
||||
• hij zendt, in het geval een gemachtigde van de vreemdeling bekend is, een kopie van de beschikking aan de gemachtigde toe.
|
||||
|
||||
##### 2.4.3. Opleggen inreisverbod met voornemenprocedure aan de grensdoorlaatpost
|
||||
|
||||
Het beleid dat geldt voor het opleggen van een inreisverbod is van overeenkomstige toepassing bij het opleggen van een inreisverbod aan de grensdoorlaatpost. Zie hiervoor Vc A4/2.
|
||||
|
|
@ -3096,13 +3101,13 @@ Het beleid dat geldt voor opneming van signaleringen is van overeenkomstige toep
|
|||
|
||||
##### 2.5.1. De vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
||||
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.5 Vc.
|
||||
Het beleid dat geldt voor de vorm van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de vorm van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.6.2 Vc.
|
||||
|
||||
De IND merkt een aanvraag tot opheffing van het inreisverbod aan als (grond van het) bezwaar- of beroepschrift als tegen het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod nog rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.
|
||||
|
||||
##### 2.5.2. Beoordeling van de aanvraag tot opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
||||
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.5 en A4/3.6 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
De IND gaat over tot opheffing van het inreisverbod indien dringende individuele omstandigheden daar aanleiding toe geven. De paragrafen A4/3.6 en A4/3.7 Vc zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
De IND gaat niet over tot opheffing van het inreisverbod op grond van omstandigheden die reeds bij het opleggen van het inreisverbod zijn betrokken of betrokken hadden kunnen worden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3115,12 +3120,12 @@ Artikel 6.5b, eerste lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgele
|
|||
Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt, indien de vreemdeling aantoont sinds zijn vertrek uit de Europese Unie een ononderbroken periode van ten minste de helft van de duur van het inreisverbod buiten de EU te hebben verbleven, tenzij:
|
||||
|
||||
– er sprake is van een beletsel uit hoofde van openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in paragraaf B1/4.4 Vc;
|
||||
– hij aan strafvervolging is onderworpen, of
|
||||
– hij aan strafvervolging is onderworpen; of
|
||||
– een inreisverbod is opgelegd met toepassing van art. 66a, zevende lid, Vw, dan wel aanleiding bestaat dit inreisverbod op te leggen.
|
||||
|
||||
Het inreisverbod waarop artikel 6.5b, tweede lid, Vb betrekking heeft, betreft de situatie waarin:
|
||||
|
||||
– de vreemdeling niet binnen de vertrektermijn aan zijn terugkeerverplichting uit hoofde van het terugkeerbesluit heeft voldaan, dan wel
|
||||
– de vreemdeling niet binnen de vertrektermijn aan zijn terugkeerverplichting uit hoofde van het terugkeerbesluit heeft voldaan; of
|
||||
– de vreemdeling een vertrektermijn is onthouden.
|
||||
|
||||
Artikel 6.5b, tweede lid, Vb geeft de bevoegdheid het inreisverbod dat is opgelegd in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, op te heffen, indien de vreemdeling aantoont:
|
||||
|
|
@ -3151,7 +3156,7 @@ Voor de toepassing van het begrip ‘gevaar voor de nationale veiligheid’, zie
|
|||
|
||||
##### 2.5.4. Tijdelijke opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
||||
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.7 Vc.
|
||||
Het beleid dat geldt voor de tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke opheffing van het inreisverbod. Zie paragraaf A4/3.8 Vc.
|
||||
|
||||
##### 2.5.5. Ambtshalve opheffing van het inreisverbod
|
||||
|
||||
|
|
@ -3237,23 +3242,20 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ge
|
|||
|
||||
De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en artikel 4:8 Awb in andere dan de genoemde situaties.
|
||||
|
||||
#### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
|
||||
#### 3.4. Bekendmaking van het besluit tot ongewenstverklaring
|
||||
|
||||
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
|
||||
Hoe het besluit tot ongewenstverklaring bekend wordt gemaakt is afhankelijk van de situatie en welke gegevens bekend zijn (zie artikel 67a, tweede lid, Vw).
|
||||
|
||||
• hij reikt het origineel van de beschikking aan de vreemdeling in persoon uit;
|
||||
• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot de ongewenstverklaring;
|
||||
• hij maakt hiervan een proces-verbaal op;
|
||||
• hij zendt, in het geval een gemachtigde van de vreemdeling bekend is, een kopie van de beschikking aan de gemachtigde toe op dezelfde dag dat de beschikking en de brochure zijn uitgereikt.
|
||||
De IND zendt het besluit tot ongewenstverklaring naar de gemachtigde. Daarnaast doet de IND mededeling van het besluit tot ongewenstverklaring in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
|
||||
Als de gemachtigde van de vreemdeling niet bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, dan geldt het volgende:
|
||||
|
||||
• de beschikking – met de brochure – per aangetekende brief naar het laatst bekende adres van de vreemdeling; en
|
||||
• een kopie van de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
|
||||
• de IND zendt de beschikking – met de brochure – per aangetekende brief naar het laatst bekende adres van de vreemdelingen
|
||||
• de IND doet mededeling van de beschikking in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
Als bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, zendt de IND de beschikking – met de brochure – aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
|
||||
Indien er geen adres van de vreemdeling is, wordt volstaan met de mededeling van de beschikking in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
|
||||
Is er sprake van een adres in het buitenland dan wordt verwezen naar paragraaf C1/3.1.7 Vc.
|
||||
|
||||
#### 3.5. Rechtsgevolgen ongewenstverklaring
|
||||
|
||||
|
|
@ -3309,17 +3311,21 @@ Een vreemdeling heeft een inspanningsverplichting om aan te tonen dat er geen de
|
|||
|
||||
De IND neemt disproportionaliteit aan als de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich in Nederland in een uitzonderlijke situatie bevindt. Bij de beoordeling betrekt de IND in ieder geval de aard en ernst van het gepleegde misdrijf. Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IND de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring in.
|
||||
|
||||
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op. De IND verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
|
||||
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor deze verblijfsvergunning. De IND verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• aannemelijk maakt dat hij vluchteling is als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, Vw; of
|
||||
• bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw.
|
||||
|
||||
Als de IND aan de vreemdeling de hiervoor genoemde verblijfsvergunning verleent, heft de IND de ongewenstverklaring op.
|
||||
|
||||
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als omschreven in artikel 3.105c Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid;
|
||||
• de vreemdeling zich heeft schuldig gemaakt aan verstoringen van de openbare orde; of
|
||||
• artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is.
|
||||
|
||||
Als de IND een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afwijst en de vreemdeling onder het bereik van de Terugkeerrichtlijn valt, heft de IND de ongewenstverklaring op en beoordeelt de IND of de vreemdeling in aanmerking komt voor een inreisverbod.
|
||||
|
||||
#### 3.8. Tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring
|
||||
|
||||
De IND kan op grond van artikel 6.7 Vb in zeer uitzonderlijke en dringende gevallen een ongewenstverklaring tijdelijk opheffen. De IND stelt bij een tijdelijke opheffing voorwaarden aan de plaats van binnenkomst en de duur van het verblijf in Nederland. De IND beoordeelt een aanvraag om tijdelijke opheffing van de ongewenstverklaring aan de hand van het beleidskader opgenomen in paragraaf A4/3.7.1 t/m A4/3.7.6 Vc. De IND beoordeelt een aanvraag die is ingediend door een internationaal strafhof of tribunaal aan de hand van het specifieke beleidskader in paragraaf A4/3.7.7 Vc.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue