2006-01-01 | BWBR0005700 | Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen

This commit is contained in:
Coornhert 2006-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6f64193b08
commit f10baccc4e

View file

@ -247,7 +247,7 @@ b. het gevaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeni
**4.** Bij een verzoek als bedoeld in artikel 4, gericht op het verkrijgen van een voorwaardelijke machtiging, moet worden overgelegd een verklaring van een psychiater die de betrokkene met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was. Uit de verklaring dient te blijken dat de persoon op wie de verklaring betrekking heeft, gestoord is in zijn geestvermogens en dat een geval als bedoeld in het tweede lid zich voordoet. De verklaring verschaft inzicht in de actuele geestelijke gezondheidstoestand van de betrokkene. De verklaring is met redenen omkleed en ondertekend. Artikel 5, derde tot en met zesde lid, en de artikelen 6 tot en met 8a zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de griffier tevens een afschrift van de beschikking inzake de voorwaardelijke machtiging aan de inspecteur zendt. Artikel 10, eerste lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing.
**5.** De rechter verleent een voorwaardelijke machtiging slechts indien een behandelingsplan wordt overgelegd dat met instemming van de betrokkene door de psychiater die verantwoordelijk zal zijn voor de behandeling, verder te noemen de behandelaar, is opgesteld. Het behandelingsplan bevat de therapeutische middelen die zullen worden toegepast teneinde buiten de inrichting het gevaar af te wenden. Het behandelingsplan regelt de wijze waarop de behandelaar er op toeziet dat het gevaar buiten de inrichting wordt afgewend. Artikel 38, tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. Het krachtens artikel 38, derde lid, omtrent het behandelingsplan, bedoeld in artikel 38, eerste lid, bepaalde is op dit behandelingsplan van overeenkomstige toepassing. In het behandelplan wordt mededeling gedaan van het psychiatrisch ziekenhuis dat bereid is de betrokkene op te nemen als deze de voorwaarden niet naleeft of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden.
**5.** De rechter verleent een voorwaardelijke machtiging slechts indien een behandelingsplan wordt overgelegd dat met instemming van de betrokkene door de psychiater die verantwoordelijk zal zijn voor de behandeling, verder te noemen de behandelaar, is opgesteld. Het behandelingsplan bevat de therapeutische middelen die zullen worden toegepast teneinde buiten de inrichting het gevaar af te wenden. Het behandelingsplan regelt de wijze waarop de behandelaar er op toeziet dat het gevaar buiten de inrichting wordt afgewend. Artikel 38, tweede lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. Het krachtens artikel 38, derde lid, omtrent het behandelingsplan, bedoeld in artikel 38, eerste lid, bepaalde is op dit behandelingsplan van overeenkomstige toepassing. In het behandelingsplan wordt mededeling gedaan van het psychiatrisch ziekenhuis dat bereid is de betrokkene op te nemen als deze de voorwaarden niet naleeft of het gevaar niet langer buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden.
**6.** Het verlenen van een voorwaardelijke machtiging geschiedt in elk geval onder de voorwaarde dat betrokkene zich onder behandeling stelt van de behandelaar, overeenkomstig het overgelegde behandelingsplan.
@ -289,7 +289,7 @@ b. het gevaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis, niet zijnde een zwakzinnigeni
### Artikel 14d
**1.** De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis, bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, doet de betrokkene opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis, indien buiten de inrichting het gevaar niet langer kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden. De geneesheer-directeur kan de betrokkene doen opnemen, wanneer deze de gestelde voorwaarden niet naleeft of op verzoek van de betrokkene. De opneming geschiedt niet dan nadat de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, de betrokkene in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord en niet dan nadat hij betrokkene kort tevoren heeft onderzocht of doen onderzoeken door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken was. Deze psychiater verschaft aan de behandelaar een schriftelijke verklaring ter zake van zijn instemming.
**1.** De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis, bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, doet de betrokkene opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis, indien buiten de inrichting het gevaar niet langer kan worden afgewend door de naleving van de voorwaarden. De geneesheer-directeur kan de betrokkene doen opnemen, wanneer deze de gestelde voorwaarden niet naleeft of op verzoek van de betrokkene. De opneming geschiedt niet dan nadat de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 14a, vijfde lid, de betrokkene in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord en niet dan nadat hij betrokkene kort tevoren heeft onderzocht of doen onderzoeken door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken was. Deze psychiater verschaft aan de geneesheer-directeur een schriftelijke verklaring ter zake van zijn instemming.
**2.** De opneming geschiedt voor ten hoogste de termijn van de resterende geldigheidsduur van de voorwaardelijke machtiging, welke van de beslissing van de geneesheer-directeur af geldt als voorlopige machtiging. De geneesheer-directeur stelt de betrokkene uiterlijk vier dagen na zijn beslissing tot opneming daarvan schriftelijk in kennis onder mededeling van de redenen van de beslissing. Een afschrift van de mededeling wordt gezonden aan de officier van justitie bij de rechtbank die de voorwaardelijke machtiging heeft verleend.
@ -329,6 +329,35 @@ c. ten aanzien van betrokkene een inbewaringstelling is gelast.
### Paragraaf 1b. Observatiemachtiging
### Artikel 14h
**1.** De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een observatiemachtiging verlenen om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en te doen verblijven, indien het ernstig vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar voor zichzelf doet veroorzaken. Artikel 2, tweede lid, onder b, derde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.**
De observatiemachtiging strekt ertoe te onderzoeken of:
a. een stoornis van de geestvermogens aanwezig is en
b. de stoornis betrokkene gevaar voor zichzelf doet veroorzaken.
**3.** De observatiemachtiging heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie weken na de dag waarop de betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis is opgenomen, onverminderd de artikelen 48 en 49.
**4.** Op de observatiemachtiging zijn de artikelen 4 tot en met 7, eerste lid, 8, 9, eerste lid, eerste volzin, tweede tot en met vijfde lid, 10, eerste tot en met derde lid, en 11 tot en met 14 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uit de geneeskundige verklaring, bedoeld in artikel 5, moet blijken dat een geval als bedoeld in het eerste lid zich voordoet.
**5.** De observatiemachtiging schort op indien ten aanzien van betrokkene een inbewaringstelling is gelast.
### Artikel 14i
**1.** Zolang de geldigheidsduur van de observatiemachtiging nog niet is geëindigd, kan de officier van justitie verzoeken dat een aansluitende machtiging als bedoeld in het vijfde lid wordt verleend. De officier van justitie neemt onverwijld een beslissing over het instellen van een verzoek tot het verlenen van een aansluitende machtiging, indien uit het onderzoek blijkt dat een stoornis van de geestvermogens betrokkene gevaar doet veroorzaken.
**2.** De griffier dient de ontvangst van het verzoekschrift terstond mee te delen aan de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin betrokkene krachtens de observatiemachtiging is opgenomen.
**3.** De rechter beslist binnen twee weken na het indienen van het verzoekschrift. In afwachting van de beslissing van de rechter wordt het gedwongen verblijf met ten hoogste twee weken na het indienen van het verzoekschrift voortgezet.
**4.** Indien de officier van justitie beslist om geen verzoek als bedoeld in het eerste lid in te stellen, doet hij daarvan terstond mededeling aan de geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis waarin betrokkene krachtens de observatiemachtiging is opgenomen.
**5.** De machtiging die volgt op een observatiemachtiging, is een machtiging als bedoeld in artikel 2, een machtiging als bedoeld in artikel 14a, dan wel een machtiging als bedoeld in artikel 32.
### Paragraaf 2. Machtigingen tot voortgezet verblijf
### Artikel 15
@ -390,7 +419,7 @@ De burgemeester kan slechts lastgeven tot inbewaringstelling als bedoeld in het
a. de betrokkene gevaar veroorzaakt,
b. het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens de betrokkene het gevaar doet veroorzaken,
c. het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat toepassing van paragraaf 1 van dit hoofdstuk niet kan worden afgewacht, en
c. het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat toepassing van paragraaf 1 of paragraaf 1b van dit hoofdstuk niet kan worden afgewacht, en
d. het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordracht van Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken, worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de beschikking, bedoeld in het eerste lid. Een afschrift van de beschikking wordt aan betrokkene uitgereikt.
@ -543,7 +572,7 @@ b. een door de onder a bedoelde psychiater tezamen met betrokkene opgesteld beha
### Artikel 35a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
De artikelen 38, vijfde lid, derde en vierde volzin, 39 en 40, eerste, tweede, vierde en zesde lid, zijn niet van toepassing op personen die krachtens een observatiemachtiging zijn opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.
### Artikel 36
@ -612,8 +641,9 @@ b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals
Beperkingen in het recht op bewegingsvrijheid in en rond het ziekenhuis overeenkomstig de daarvoor geldende huisregels kunnen, anders dan als middel of maatregel, aangegeven bij algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 39, tweede lid, worden opgelegd:
a. indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op de bewegingsvrijheid ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt, dan wel
b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is.
a. indien naar het oordeel van de voor de behandeling verantwoordelijke persoon van de uitoefening van het recht op de bewegingsvrijheid ernstige nadelige gevolgen moeten worden gevreesd voor de gezondheidstoestand van de patiënt,
b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals die in de huisregels is beschreven, of ter voorkoming van strafbare feiten noodzakelijk is, dan wel
c. in geval van een patiënt ten aanzien van wie een observatiemachtiging is verleend, indien dit noodzakelijk is om het onderzoek, bedoeld in artikel 14h, tweede lid, te kunnen uitvoeren.
**4.**
@ -664,6 +694,10 @@ b. indien dit ter voorkoming van verstoring van de orde in het ziekenhuis, zoals
Vervallen
### Artikel 41b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 42
De inspecteur, bevindend dat een patiënt die zich tegen de toepassing van een behandeling verzet, niet in staat kan worden geacht gebruik te maken van de regeling, vervat in artikel 41, kan een verzoekschrift indienen ter verkrijging van de beslissing van de rechter over de noodzaak de behandeling waartegen de patiënt zich verzet, toe te passen. Hij doet in zijn verzoekschrift gemotiveerd van zijn zienswijze blijken. Artikel 41, twaalfde lid, eerste volzin, veertiende en vijftiende lid, is van overeenkomstige toepassing.
@ -790,7 +824,7 @@ Voor de uitvoering van het bij of krachtens deze wet bepaalde, voor zover van to
De in het eerste lid bedoelde bescheiden zijn:
a. een afschrift van een rechterlijke beschikking, houdende een machtiging als bedoeld in hoofdstuk II, §§ 1 of 4;
a. een afschrift van een rechterlijke beschikking, houdende een machtiging als bedoeld in hoofdstuk II, §§ 1, 1b of 4;
b. een afschrift van een beschikking van de burgemeester of de rechter als bedoeld in hoofdstuk II, § 3;
c. een afschrift van een beslissing van de geneesheer-directeur en een afschrift van een verklaring als bedoeld in artikel 14d, eerste lid, alsmede een afschrift van de rechterlijke beschikking, houdende een voorwaardelijke machtiging;
d. een uittreksel uit een uitspraak van de strafrechter als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voor zover die uitspraak betrekking heeft op de opneming;
@ -966,7 +1000,7 @@ Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, vast te stellen op de voordrach
### Artikel 66
**1.** Het openbaar ministerie is belast met de tenuitvoerlegging van de krachtens deze wet gegeven rechterlijke beschikkingen op verzoeken, gedaan naar aanleiding van een daartoe ontvangen verzoek als bedoeld in hoofdstuk II, § 1 en 2, dan wel zonder daaraan voorafgaand verzoek. Het openbaar ministerie is voor zover nodig voorts belast met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beschikkingen op verzoeken, gedaan op een verzoek als bedoeld in artikel 32 en van de beslissingen, genomen krachtens artikel 14d, eerste lid.
**1.** Het openbaar ministerie is belast met de tenuitvoerlegging van de krachtens deze wet gegeven rechterlijke beschikkingen op verzoeken, gedaan naar aanleiding van een daartoe ontvangen verzoek als bedoeld in hoofdstuk II, §§ 1, 1b en 2, dan wel zonder daaraan voorafgaand verzoek. Het openbaar ministerie is voor zover nodig voorts belast met de tenuitvoerlegging van de rechterlijke beschikkingen op verzoeken, gedaan op een verzoek als bedoeld in artikel 32 en van de beslissingen, genomen krachtens artikel 14d, eerste lid.
**2.** Het openbaar ministerie doet de in het eerste lid bedoelde taak uitvoeren door ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die zich voorzien van de bijstand van een of meer personen met kennis van de zorg voor personen die gestoord zijn in hun geestvermogens. De bedoelde ambtenaren kunnen daartoe elke plaats betreden waar de op te nemen persoon zich bevindt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.