From f11081955b58d4736ca6f8b3883de8e2cfb1be8e Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0024282 | Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme --- .../BWBR0024282/README.md | 345 +++++++++++++----- 1 file changed, 248 insertions(+), 97 deletions(-) diff --git a/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md b/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md index 71ebfee76ed..6ab8cbbc1bb 100644 --- a/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md +++ b/wet/wet-ter-voorkoming-van-witwassen-en-financieren-van-terrorisme/BWBR0024282/README.md @@ -20,7 +20,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. *instelling:* -1°. bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die ingevolge artikel 107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° van die wet geregistreerd is; +1°. bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 4° van die wet geregistreerd is; 2°. financiële instelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 3°. onderneming, niet zijnde een bank of financiële instelling, die werkzaamheden verricht die zijn opgenomen onder punt 14 van Bijlage I van richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L 177); 4°. wisselinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, voor zover deze wisseltransacties verricht als bedoeld in de onderdelen a en c van de definitie van het begrip wisseltransactie in dat artikel; @@ -28,37 +28,44 @@ a. *instelling:* 6°. beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 7°. beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; 8°. financiële dienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht voor zover deze bemiddelt in levensverzekeringen; -9°. bijkantoor in Nederland van een financiële onderneming als bedoeld onder 1° tot en met 8° met zetel buiten Nederland; +9°. bijkantoor in Nederland van een financiële onderneming als bedoeld onder 1° tot en met 8°, 20° of 22 met zetel buiten Nederland; 10°. trustkantoor als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet toezicht trustkantoren; -11°. externe registeraccountant, externe accountant-administratieconsulent of belastingadviseur, voor zover deze zijn beroepsactiviteiten uitoefent dan wel een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, voor zover die anderszins zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig daarmee vergelijkbare activiteiten verricht; -12°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als advocaat, notaris, of kandidaat-notaris of in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig advies geeft of bijstand verleent bij: +11°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als externe registeraccountant of externe accountant-administratieconsulent zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten waaronder forensische accountancy uitoefent, dan wel een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, voor zover die anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verricht; +12°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris of in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig advies geeft of bijstand verleent bij: -a. het aan- of verkopen van onroerende zaken; +a. het aan- of verkopen van registergoederen; b. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden; c. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; -d. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen; +d. het geheel of gedeeltelijk aan- of verkopen dan wel overnemen van een onderneming voor zover daardoor een persoon die niet als uiteindelijk belanghebbende van die onderneming kwalificeerde, uiteindelijk belanghebbende van die onderneming wordt; e. werkzaamheden op fiscaal gebied die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden van de onder 11° beschreven beroepsgroepen; -13°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als advocaat, notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep optreedt in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie; +f. het vestigen van een recht van hypotheek op een registergoed; +13°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als advocaat, notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep optreedt in naam en voor rekening van een cliënt bij enigerlei financiële transactie of onroerende zaaktransactie; 14°. tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel, voor zover deze bemiddelt bij het tot stand brengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen; 15°. beroeps- of bedrijfsmatig handelende verkoper van goederen, voor zover betaling van deze goederen in contanten plaatsvindt voor een bedrag van € 15 000 of meer, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat; 16°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen organiseert; 17°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie beroepen of bedrijven; -18°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die bij de uitvoering van betaaldiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht optreedt voor rekening van: - -a. een betaalinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; of -b. een betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht met zetel in een andere lidstaat die beschikt over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het uitoefenen van zijn bedrijf; -19°. betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; -20°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfmatig een adres of postadres ter beschikking stelt; +18°. betaaldienstagent als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +19°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die bij de uitvoering van betaaldiensten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht optreedt voor rekening van een betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht met zetel in een andere lidstaat die beschikt over een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende vergunning voor het uitoefenen van zijn bedrijf; +20°. betaaldienstverlener als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; +21°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfmatig een adres of postadres ter beschikking stelt; +22°. elektronischgeldinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht voor zover deze andere transacties verricht dan bedoeld in artikel 1:5a, tweede lid, onderdeel k, van die wet; +23°. natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als belastingadviseur zelfstandig onafhankelijk beroepsactiviteiten uitoefent, dan wel een natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap, voor zover die anderszins zelfstandig onafhankelijk daarmee vergelijkbare activiteiten beroeps- of bedrijfsmatig verricht; +24°. natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van beroep of bedrijf taxaties uitvoert van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen; b. *cliënt:* natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een zakelijke relatie wordt aangegaan of die een transactie laat uitvoeren; c. *identificeren:* opgave van de identiteit laten doen; d. *verifiëren van de identiteit:* vaststellen dat de opgegeven identiteit overeenkomt met de werkelijke identiteit; e. *politiek prominente persoon:* een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Uitvoeringsrichtlijn, tenzij deze de in dat lid bedoelde functie ten minste gedurende één jaar niet meer heeft uitgeoefend, diens directe familieleden en naaste geassocieerden in de zin van artikel 2, tweede en derde lid, van de Uitvoeringsrichtlijn; -f. *uiteindelijk belanghebbende:* +f. *uiteindelijke belanghebbende:* de natuurlijke persoon die: -1°. natuurlijke persoon die een belang houdt van meer dan 25 procent van het kapitaalbelang of meer dan 25 procent van de stemmen kan uitoefenen in de algemene vergadering van een rechtspersoon anders dan een stichting, dan wel op andere wijze feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in deze rechtspersoon, tenzij deze rechtspersoon een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld in richtlijn nr. 2004/109 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390) of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn; -2°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een stichting of een trust als bedoeld in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141) of degene die bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een stichting of een trust; +1°. een belang houdt van meer dan 25 procent in het kapitaal van een cliënt; +2°. meer dan 25 procent van de stemrechten kan uitoefenen in de algemene vergadering van een cliënt; +3°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen in een cliënt; +4°. begunstigde van 25 procent of meer van het vermogen van een cliënt of een trust is; of +5°. een bijzondere zeggenschap heeft over 25 procent of meer van het vermogen van een cliënt; + +tenzij de cliënt een vennootschap is die is onderworpen aan openbaarmakingvereisten als bedoeld in Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/334/EG van de Raad (PbEG 2001, L 390), of aan voorschriften van een internationale organisatie die gelijkwaardig zijn aan die richtlijn; g. *zakelijke relatie:* zakelijke, professionele, of commerciële relatie tussen een instelling en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die verband houdt met de professionele activiteiten van die instelling en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren; -h. *transitrekening:* door een bank aangehouden bankrekening in een staat die geen lidstaat is en die door een cliënt van de bank die niet in die staat is gevestigd gedebiteerd of gecrediteerd kan worden zonder tussenkomst van de bank; +h. *transitrekening:* bankrekening die bij een in Nederland gevestigde bank wordt aangehouden door een bank gevestigd in een staat die geen lidstaat is en die door een cliënt van laatstbedoelde bank gedebiteerd of gecrediteerd kan worden zonder tussenkomst van de in Nederland gevestigde bank; i. *financieren van terrorisme:* 1°. opzettelijk verwerven of voorhanden hebben van voorwerpen met geldswaarde, bestemd tot het begaan van een misdrijf als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht; @@ -67,23 +74,31 @@ i. *financieren van terrorisme:* j. *shellbank:* bank of een onderneming die zich met vergelijkbare activiteiten bezig houdt, opgericht in een staat waar zij geen fysieke aanwezigheid heeft en die geen onderdeel uitmaakt van een onder toezicht staand financieel conglomeraat in de zin van de Wet op het financieel toezicht of een daarmee vergelijkbare groep; k. *lidstaat:* staat die lid is van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; l. *correspondentbankrelatie:* vaste relatie tussen banken in verschillende landen voor de afwikkeling van transacties of de uitvoering van opdrachten; -m. *transactie:* handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt in verband met het afnemen of het verlenen van diensten; -n. *ongebruikelijke transactie:* transactie die ingevolge artikel 15 als zodanig is aangemerkt; -o. *melding:* melding als bedoeld in artikel 16; +m. *transactie:* handeling of samenstel van handelingen van of ten behoeve van een cliënt waarvan de instelling ten behoeve van haar dienstverlening aan die cliënt heeft kennisgenomen; +n. *ongebruikelijke transactie:* transactie die op grond van de indicatoren bedoeld in artikel 15, eerste lid, als ongebruikelijk is aan te merken; +o. *melding:* melding als bedoeld in artikel 16, eerste lid; p. *Uitvoeringsrichtlijn:* Richtlijn nr. 2006/70/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde cliëntenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten (PbEU L 214); -q. *meldpunt:* het Meldpunt ongebruikelijke transacties, bedoeld in artikel 12, eerste lid; +q. *Financiële inlichtingen eenheid:* de Financiële inlichtingen eenheid, bedoeld in artikel 12, eerste lid; r. *bank:* een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; s. *platform voor de veiling van emissierechten:* Platform voor de veiling van emissierechten als bedoeld in hoofdstuk VII van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302). **2.** Deze wet is niet van toepassing op belastingadviseurs als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 11°, en de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 12° en 13°, voor zover zij voor een cliënt werkzaamheden verrichten betreffende de bepaling van diens rechtspositie, diens vertegenwoordiging en verdediging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. +**3.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de begrippen «trust», «trustee» en «insteller» verstaan: hetgeen daaronder in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141) wordt verstaan. + ### Artikel 2 -**1.** Een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°, die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in artikel 3, eerste tot en met het vierde lid, en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in artikel 33. +**1.** Een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 5°, 6°, 7°, 8°, 18° of 19°, die een bijkantoor of een dochtermaatschappij heeft in een staat die geen lidstaat is, draagt er zorg voor dat het bijkantoor onderscheidenlijk de dochtermaatschappij cliëntenonderzoek verricht dat gelijkwaardig is aan dat, geregeld in artikel 3, eerste tot en met vierde en zesde lid, en gegevens met betrekking tot het cliëntenonderzoek vastlegt en bewaart op een wijze die gelijkwaardig is aan hetgeen is geregeld in artikel 33. **2.** Indien het recht van de betrokken staat toepassing van het eerste lid niet toelaat, stelt de instelling degene die ingevolge artikel 24 belast is met het toezicht op de naleving van deze wet door de instelling daarvan in kennis en neemt zij maatregelen om het risico van witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen. +### Artikel 2a + +**1.** Ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme verricht een instelling cliëntenonderzoek en meldt zij verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transacties overeenkomstig de bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 3 gestelde regels. Daarbij besteedt een instelling bijzondere aandacht aan ongebruikelijke transactiepatronen en aan transacties die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen. + +**2.** Een instelling treft adequate maatregelen ter voorkoming van risico’s op witwassen en financieren van terrorisme die kunnen ontstaan door het gebruik van nieuwe technologieën in het economisch verkeer. + ## Hoofdstuk 2. Bepalingen betreffende cliëntenonderzoek ### Paragraaf 2.1. Cliëntenonderzoek @@ -96,28 +111,64 @@ s. *platform voor de veiling van emissierechten:* Platform voor de veiling van e Het cliëntenonderzoek stelt de instelling in staat om: -a. de cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren; -b. indien van toepassing, de uiteindelijk belanghebbende te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om zijn identiteit te verifiëren, en indien het een rechtspersoon, een stichting of een trust als bedoeld in het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts (Trb. 1985, 141) betreft, op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt; +a. de cliënt te identificeren en diens identiteit te verifiëren; +b. de uiteindelijk belanghebbende van de cliënt te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om zijn identiteit te verifiëren, en indien de cliënt een rechtspersoon is, op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt; c. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen; -d. voor zover mogelijk, een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te voeren, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en van zijn risicoprofiel, met in voorkomend geval een onderzoek naar de bron van het vermogen. +d. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden; +e. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de cliënt vertegenwoordigt daartoe bevoegd is; +f. op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om te verifiëren of de cliënt ten behoeve van zichzelf optreedt dan wel ten behoeve van een derde; +g. in voorkomend geval, de natuurlijke persoon, bedoeld in onderdeel e, te identificeren en diens identiteit te verifiëren. **3.** +In afwijking van het tweede lid stelt het cliëntenonderzoek, indien de cliënt handelt als trustee, de instelling in staat om op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de trust en daartoe: + +a. de instellers en de trustees van de trust te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om hun identiteit te verifiëren; +b. de uiteindelijk belanghebbende van de trust te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om diens identiteit te verifiëren; +c. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen; +d. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van de relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de trust en het risicoprofiel van de trust, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden; +e. vast te stellen of de cliënt bevoegd is te handelen als trustee. + +**4.** + +In afwijking van het tweede lid stelt het cliëntenonderzoek, indien cliënten optreden als vennoten van een personenvennootschap, de instelling in staat om: + +a. de vennoten en de personen bevoegd inzake het beheer van de personenvennootschap te identificeren en op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om, voor zover toepasselijk, hun hoedanigheid van vennoot te verifiëren; +b. de natuurlijke persoon te identificeren die: + +1°. bij ontbinding van de personenvennootschap recht heeft op een aandeel in de gemeenschap van meer dan 25 procent; +2°. recht heeft op een aandeel in de winsten van de personenvennootschap van meer dan 25 procent; +3°. bij besluitvorming ter zake van wijziging van de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de personenvennootschap of ter zake van de uitvoering van die overeenkomst anders dan door daden van beheer, meer dan 25 procent van de stemmen kan uitoefenen voor zover in die overeenkomst besluitvorming bij meerderheid van stemmen is bedongen; of +4°. feitelijk zeggenschap kan uitoefenen over de personenvennootschap; +c. op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om de identiteit van de natuurlijke persoon bedoeld in onderdeel b te verifiëren; +d. het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen; +e. een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, teneinde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de personenvennootschap en haar risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden; +f. vast te stellen of de natuurlijke persoon die de vennoten in de personenvennootschap vertegenwoordigt daartoe bevoegd is; +g. in voorkomend geval de natuurlijke persoon, bedoeld in onderdeel f, te identificeren en diens identiteit te verifiëren. + +**5.** + Een instelling verricht het cliëntenonderzoek in de volgende gevallen: a. indien zij in of vanuit Nederland een zakelijke relatie aangaat; b. indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van de cliënt van ten minste € 15 000, of twee of meer transacties waartussen een verband bestaat met een gezamenlijke waarde van ten minste € 15 000; c. indien er indicaties zijn dat de cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme; -d. indien zij twijfelt aan de betrouwbaarheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt; of -e. indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of financieren van terrorisme daartoe aanleiding geeft. +d. indien zij twijfelt aan de betrouwbaarheid van eerder verkregen gegevens van de cliënt; +e. indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen of financieren van terrorisme daartoe aanleiding geeft; +f. indien er, gelet op de staat waarin een cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft, een verhoogd risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat; +g. indien zij in of vanuit Nederland een incidentele transactie verricht ten behoeve van de cliënt of de trust inhoudende een geldovermaking als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van Verordening (EG) nr. 2006/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (PbEU 2006, L 345). -**4.** Een instelling kan het cliëntenonderzoek afstemmen op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie. +**6.** Een instelling kan het cliëntenonderzoek afstemmen op de risicogevoeligheid voor witwassen of financiering van terrorisme van het type cliënt, zakelijke relatie, product of transactie. -**5.** Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 10°. +**7.** Het eerste tot en met zesde lid is niet van toepassing op trustkantoren als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 10°, voor zover zij diensten verlenen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet toezicht trustkantoren en op taxateurs als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 24°. -**6.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het in het eerste of tweede lid bepaalde. +**8.** Een instelling neemt op risico gebaseerde en adequate maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegevens die ingevolge het tweede, derde en vierde lid zijn verzameld over daar bedoelde personen, actueel gehouden worden. -**7.** Onze Minister van Financiën kan, op verzoek van een instelling, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid. Aan een vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. +**9.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het in het eerste of tweede lid bepaalde. + +**10.** Onze Minister van Financiën kan, op verzoek van een instelling, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het eerste of tweede lid. Aan een vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. + +**11.** In dit artikel wordt verstaan onder personenvennootschap: een maatschap als bedoeld in artikel 1655 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, een vennootschap onder firma als bedoeld in artikel 16 van het Wetboek van Koophandel en een commanditaire vennootschap als bedoeld in artikel 19 van het Wetboek van Koophandel, alsmede een maatschap of vennootschap naar buitenlands recht die met deze rechtsvormen vergelijkbaar is. ### Artikel 4 @@ -125,19 +176,32 @@ e. indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen o **2.** In afwijking van het eerste lid is het een instelling toegestaan de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende te verifiëren tijdens het aangaan van de zakelijke relatie, indien dit noodzakelijk is om de dienstverlening niet te verstoren en indien er weinig risico op witwassen of financieren van terrorisme bestaat. In dat geval verifieert de instelling de identiteit zo spoedig mogelijk na het eerste contact met de cliënt. -**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid is het een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, toegestaan de begunstigde van een polis te identificeren en de identiteit te verifiëren nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In dat geval vindt het identificeren en het verifiëren van de identiteit plaats op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen. +**3.** In afwijking van het eerste lid is het een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, toegestaan de begunstigde van een polis te identificeren en de identiteit te verifiëren nadat de zakelijke relatie is aangegaan. In dat geval vindt het identificeren en het verifiëren van de identiteit plaats op of voor het tijdstip van uitbetaling, dan wel op of voor het tijdstip waarop de begunstigde zijn rechten krachtens de polis wil uitoefenen. -**4.** In afwijking van het eerste en tweede lid is het een bank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, toegestaan een rekening te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden. +**4.** In afwijking van het eerste lid is het een bank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, toegestaan een rekening te openen voordat de verificatie van de identiteit van de cliënt heeft plaatsgevonden, indien zij waarborgt dat deze rekening niet kan worden gebruikt voordat de verificatie heeft plaatsgevonden. -**5.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan een notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 12°, de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van artikel 39 van de Wet op het notarisambt is vereist. +**5.** In afwijking van het eerste lid kan een notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 12°, de identiteit van de cliënt en, indien van toepassing, van de uiteindelijk belanghebbende verifiëren op het moment dat identificatie op grond van artikel 39 van de Wet op het notarisambt is vereist. ### Artikel 5 -**1.** Het is een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan of een transactie uit te voeren, indien zij geen cliëntenonderzoek heeft verricht als bedoeld in artikel 3 of indien het cliëntenonderzoek niet heeft geleid tot het in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b en c, bedoelde resultaat. Indien de instelling reeds een zakelijke relatie met de cliënt heeft en de instelling niet kan voldoen aan het bepaalde in artikel 3, eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, en c, beëindigt de instelling de desbetreffende zakelijke relatie. +**1.** -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de artikelen 6 en 7. +Onverminderd artikel 4 is het een instelling verboden een zakelijke relatie aan te gaan met of een transactie uit te voeren voor een cliënt, tenzij: -**3.** Het is een bank verboden een correspondentbankrelatie aan te gaan of voort te zetten met een shellbank of met een bank waarvan bekend is dat deze een shellbank toestaat van haar rekeningen gebruik te maken. +a. zij zelf ten aanzien van die cliënt onderzoek heeft verricht conform artikel 3, of ten aanzien van die cliënt onderzoek is verricht conform artikel 3 of op daarmee overeenkomende wijze door: + +1°. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13° of 23°, met zetel in Nederland of een andere lidstaat; +2°. een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 10°, met zetel in Nederland; +3°. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 8°, 18° tot en met 20° of 22°, of een bijkantoor daarvan met zetel onderscheidenlijk vestigingsplaats in Nederland of een andere lidstaat; +4°. een instelling als bedoeld onder 2°, met zetel in een door Onze Minister van Financiën aangewezen staat die geen lidstaat is, in welke staat wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de artikel 3, tweede, derde, vierde, vijfde en achtste lid, en artikel 8, eerste lid, en artikel 9 en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften, of een bijkantoor van de instelling in Nederland; +b. dit onderzoek heeft geleid tot het in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e, f en g, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en e, en vierde lid, aanhef, onderdelen a, b, c, d, f en g bedoelde resultaat; en +c. de instelling beschikt over alle identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens inzake de identiteit van de in artikel 3, tweede, derde en vierde lid, bedoelde personen. + +**2.** Indien een instelling met betrekking tot een zakelijke relatie niet kan voldoen aan artikel 3, eerste tot en met vierde lid, beëindigt de instelling die zakelijke relatie. + +**3.** Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de gevallen als bedoeld in de artikelen 6 en 7. + +**4.** Het is een bank verboden een correspondentbankrelatie aan te gaan of voort te zetten met een shellbank of met een bank waarvan bekend is dat deze een shellbank toestaat van haar rekeningen gebruik te maken. ### Paragraaf 2.2. Vereenvoudigd cliëntenonderzoek @@ -145,10 +209,10 @@ e. indien het risico van betrokkenheid van een bestaande cliënt bij witwassen o **1.** -Artikel 3, eerste lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, en vierde lid, en artikel 4, eerste lid, zijn niet van toepassing ten aanzien van de volgende cliënten: +Onverminderd het in de artikelen 8 en 9 bepaalde, kan een instelling artikel 3, eerste lid, vijfde lid, aanhef en onderdelen a, b en d tot en met f, en artikel 4, eerste lid, achterwege laten ten aanzien van de volgende cliënten: -a. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8°, 18° en 19°, met zetel in Nederland of in een andere lidstaat; -b. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 9°, 18° en 19°, met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de artikelen 3, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d, en vierde lid, en artikel 8, eerste lid, en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften; +a. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8° en 18° tot en met 20°, met zetel in Nederland of in een andere lidstaat; +b. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 8° en 18° tot en met 20°, met zetel in een staat die geen lidstaat is, indien in die staat op de instelling wettelijke voorschriften van toepassing zijn die gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in de artikelen 3, tweede tot en met vijfde en achtste lid, 8, eerste lid, en 9 en er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften; c. rechtspersonen die effecten hebben uitgegeven die in een lidstaat zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht; d. rechtspersonen die effecten hebben uitgegeven in een staat die geen lidstaat is, zijn toegelaten tot de handel op een markt in financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, en die daarbij zijn onderworpen aan openbaarmakingsvereisten die overeenkomen met die van richtlijn nr. 2004/109 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (PbEU L 390); e. cliënten die tijdelijk gelden aanhouden op rekeningen op naam van notarissen, advocaten en andere onafhankelijke beoefenaren van juridische beroepen. Voor zover de rekeninghouders niet in een lidstaat gevestigd zijn, is deze bepaling slechts van toepassing indien op hen wettelijke voorschriften van toepassing zijn ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme die overeenkomen met het bepaalde in deze wet en de informatie over de identiteit van de cliënten op verzoek beschikbaar is voor de desbetreffende instelling; @@ -189,11 +253,11 @@ c. elektronisch geld als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toe ### Artikel 8 -**1.** Een instelling verricht, onverminderd artikel 3, tweede, derde en vierde lid, verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen. +**1.** Een instelling verricht, onverminderd artikel 3, tweede, derde en vierde lid, verscherpt cliëntenonderzoek indien en naar gelang een zakelijke relatie of transactie naar haar aard of in verband met de staat waar de cliënt woonachtig of gevestigd is of zijn zetel heeft een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengt. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën zakelijke relaties en transacties worden aangewezen die naar hun aard een hoger risico op witwassen of financieren van terrorisme met zich brengen. **2.** -Onverminderd het eerste lid neemt een instelling, indien een cliënt niet fysiek aanwezig is voor identificatie, maatregelen om het hogere risico te compenseren. De instelling kan aan de vorige volzin voldoen indien zij: +Onverminderd het eerste lid neemt een instelling, indien een cliënt niet fysiek aanwezig is voor verificatie van diens identiteit, maatregelen om het hogere risico te compenseren. De instelling kan aan de vorige volzin voldoen indien zij: a. de identiteit van de cliënt verifieert aan de hand van aanvullende documenten, gegevens of informatie; b. de overgelegde documenten beoordeelt op echtheid; of @@ -211,24 +275,42 @@ e. de betrokken bank de cliënt heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft **4.** -Een instelling draagt er zorg voor dat zij over op risico gebaseerde procedures beschikt om te bepalen of de cliënt een politiek prominent persoon is die niet in Nederland woont. Onverminderd het eerste lid draagt een instelling die een zakelijke relatie aangaat met of een transactie verricht voor een politiek prominente persoon die niet in Nederland woont, er tevens zorg voor dat: +Een instelling draagt er zorg voor dat zij over op risico gebaseerde procedures beschikt om te bepalen of de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende een politiek prominent persoon is die niet in Nederland woont of niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Onverminderd het eerste lid draagt een instelling die een zakelijke relatie aangaat of voortzet met of een transactie verricht voor een cliënt waarop de eerste volzin van toepassing is, er tevens zorg voor dat: a. de beslissing tot het aangaan van die relatie of het verrichten van die transactie wordt genomen of wordt goedgekeurd door personen die daartoe door de instelling zijn gemachtigd; -b. zij adequate maatregelen treft om de bron van het vermogen vast te stellen dat bij de zakelijke relatie of transactie wordt gebruikt; en +b. zij op risico gebaseerde en adequate maatregelen treft om de bron van het vermogen van de politiek prominente persoon en de fondsen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden vast te stellen; en c. zij doorlopend controle uitoefent op de zakelijke relatie. -### Paragraaf 2.4. Introduceren van cliënten en uitbesteding van identificatie +**5.** Indien de cliënt of een uiteindelijk belanghebbende gedurende de zakelijke relatie een politiek prominent persoon wordt of blijkt te zijn, voldoet de instelling binnen een redelijke termijn aan het vierde lid. + +**6.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden geregeld van het vierde of vijfde lid terzake van personen die in Nederland wonen. + +**7.** Onze Minister van Financiën kan op verzoek van een instelling, al dan niet voor bepaalde tijd, aan die instelling ontheffing verlenen van het vierde of vijfde lid terzake van personen die in Nederland wonen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. ### Artikel 9 -**1.** +**1.** Onverminderd artikel 8, eerste lid, kan bij ministeriële regeling worden bepaald dat bij die regeling aangewezen instellingen bijzondere maatregelen nemen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in bij die regeling aangewezen staten met strategische tekortkomingen in de preventie van witwassen en financieren van terrorisme of transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan die staten. In de regeling kan onderscheid worden gemaakt naar categorie instelling. -Artikel 5, eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die zijn geïdentificeerd en waarvan de identiteit reeds is geverifieerd, ingevolge artikel 3 of op daarmee overeenkomende wijze, door: +**2.** -a. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°, met zetel in Nederland of een andere lidstaat; of -b. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 3°, 5° tot en met 10°, 18° of 19°. +Als bijzondere maatregelen met betrekking tot cliënten die woonachtig of gevestigd zijn of hun zetel hebben in een ingevolge het eerste lid aangewezen staat en hun uiteindelijk belanghebbenden kunnen worden aangewezen: -**2.** Een instelling als bedoeld in het eerste lid stelt, op verzoek van de instelling waar zij een cliënt introduceert, de identificatie- en verificatiegegevens en overige gegevens en bescheiden inzake de identiteit van de cliënt of de uiteindelijk belanghebbende onverwijld ter beschikking aan die instelling. +a. verzamelen van aanvullende informatie over die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden, waaronder informatie met betrekking tot het doel en de aard van de zakelijke relatie, de herkomst van de fondsen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden en de bron van het vermogen van die cliënten en van die uiteindelijk belanghebbenden; +b. verhoogde frequentie van actualiseringen van gegevens over die cliënten en die uiteindelijk belanghebbenden; +c. verscherpte controle op de zakelijke relatie met en de transacties van die cliënten; +d. verzamelen van aanvullende informatie over de achtergrond van en beweegredenen voor voorgenomen of verrichte transacties van die cliënten; +e. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen die strekken tot het beheersen of beperken van risico’s gerelateerd aan die cliënten en uiteindelijk belanghebbenden. + +**3.** + +Als bijzondere maatregelen met betrekking tot transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties gerelateerd aan een ingevolge het eerste lid aangewezen staat kunnen worden aangewezen: + +a. verscherpte controle op die transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties; +b. beperking van die transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties; +c. niet uitvoeren van die transacties en beëindiging van die zakelijke relaties en correspondentbankrelaties; +d. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen maatregelen die strekken tot het beheersen of beperken van risico’s gerelateerd aan die transacties, zakelijke relaties en correspondentbankrelaties. + +### Paragraaf 2.4. Uitbesteding van cliëntenonderzoek ### Artikel 10 @@ -244,33 +326,33 @@ b. een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° t **2.** Indien de cliënt een rechtspersoon is opgericht naar Nederlands recht en in Nederland zijn zetel heeft of een buitenlandse rechtspersoon is die in Nederland is gevestigd, wordt diens identiteit geverifieerd aan de hand van documenten, gegevens of inlichtingen uit betrouwbare en onafhankelijke bron. Bij ministeriële regeling kunnen documenten, gegevens of inlichtingen worden aangewezen op basis waarvan kan worden voldaan aan het in de vorige zin bepaalde. -**3.** Indien de cliënt een buitenlandse rechtspersoon is die niet in Nederland is gevestigd, wordt de identiteit geverifieerd op basis van betrouwbare en in het internationale verkeer gebruikelijke documenten, gegevens of inlichtingen of op basis van documenten, gegevens of inlichtingen die bij wet als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de cliënt. +**3.** Indien de cliënt een buitenlandse rechtspersoon is die niet in Nederland is gevestigd, wordt de identiteit geverifieerd op basis van betrouwbare en in het internationale verkeer gebruikelijke documenten uit onafhankelijke bron, gegevens of inlichtingen of op basis van documenten, gegevens of inlichtingen die bij wet als geldig middel voor identificatie zijn erkend in de staat van herkomst van de cliënt. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld met betrekking tot het verifiëren van de identiteit van cliënten die niet onder het eerste tot en met het derde lid vallen. ## Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende het melden van ongebruikelijke transacties -### Paragraaf 3.1. Het meldpunt +### Paragraaf 3.1. De Financiële inlichtingen eenheid ### Artikel 12 -**1.** Er is een Meldpunt ongebruikelijke transacties. +**1.** Er is een Financiële inlichtingen eenheid. -**2.** Het Meldpunt ongebruikelijke transacties is de verantwoordelijke autoriteit als bedoeld in de Verordening nr. 2006/1781/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler. +**2.** De Financiële inlichtingen eenheid ongebruikelijke transacties is de verantwoordelijke autoriteit als bedoeld in de Verordening nr. 2006/1781/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler. -**3.** De algemene leiding, de organisatie en het beheer van het meldpunt berusten bij Onze Minister van Justitie. +**3.** De algemene leiding, de organisatie en het beheer van de Financiële inlichtingen eenheid berusten bij Onze Minister van Justitie. -**4.** Benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van het meldpunt geschieden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën. +**4.** Benoeming, schorsing en ontslag van het hoofd van de Financiële inlichtingen eenheid geschieden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister van Justitie, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën. -**5.** Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën de begroting van het meldpunt. +**5.** Onze Minister van Justitie bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën de begroting van de Financiële inlichtingen eenheid. ### Artikel 13 -Het meldpunt heeft met het oog op het voorkomen en opsporen van witwassen en financieren van terrorisme tot taak: +De Financiële inlichtingen eenheid heeft met het oog op het voorkomen en opsporen van witwassen en financieren van terrorisme tot taak: a. het verzamelen, registreren, bewerken en analyseren van de gegevens die het verkrijgt, teneinde te bezien of deze gegevens van belang kunnen zijn voor het voorkomen en opsporen van misdrijven; b. het verstrekken van persoonsgegevens en andere gegevens in overeenstemming met deze wet en het bij of krachtens de Wet politiegegevens bepaalde; -c. de instelling die overeenkomstig artikel 16 een melding heeft gedaan, berichten over de afdoening van de melding; +c. een instelling berichten over de ontvangst van een melding door die instelling, de ontvangst van nadere gegevens of inlichtingen verstrekt door die instelling, alsmede over trends en fenomenen die naar voren komen uit ontvangen meldingen, en in voorkomende gevallen, door tussenkomst van het openbaar ministerie, over de betekenis van een melding door die instelling voor de vervolging van strafbare feiten; d. het verrichten van onderzoek naar ontwikkelingen op het gebied van witwassen en financieren van terrorisme en naar de verbetering van de methoden om witwassen en financieren van terrorisme te voorkomen en op te sporen; e. het geven van aanbevelingen voor de bedrijfstakken omtrent de invoering van passende procedures voor interne controle en communicatie en andere te treffen maatregelen tot voorkoming van het gebruik van die bedrijfstakken voor witwassen en financieren van terrorisme; f. het geven van voorlichting omtrent het voorkomen en opsporen van witwassen en financieren van terrorisme aan: @@ -280,16 +362,16 @@ f. het geven van voorlichting omtrent het voorkomen en opsporen van witwassen en 3°. het openbaar ministerie en de overige ambtenaren belast met de opsporing van strafbare feiten; 4°. het publiek; g. het geven van inlichtingen aangaande het meldgedrag van de instellingen aan de personen die krachtens artikel 24 met het toezicht op de naleving van deze wet zijn belast; -h. het onderhouden van contacten met buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die een vergelijkbare taak hebben als het meldpunt; +h. het onderhouden van contacten met buitenlandse van overheidswege aangewezen instanties die een vergelijkbare taak hebben als de Financiële inlichtingen eenheid; i. het jaarlijks uitbrengen van een verslag met betrekking tot de taakuitoefening en zijn werkzaamheden in het voorafgaande jaar en van zijn voornemens voor het komende jaar, dat wordt aangeboden aan Onze Minister van Justitie en ter kennis gebracht van Onze Minister van Financiën. ### Artikel 14 -**1.** Bij het meldpunt kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 13. +**1.** Bij de Financiële inlichtingen eenheid kunnen persoonsgegevens worden verwerkt ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 13. -**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de categorieën van personen waarover het meldpunt gegevens verwerkt, de gegevensverstrekking, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht. +**2.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de categorieën van personen waarover de Financiële inlichtingen eenheid gegevens verwerkt, de gegevensverstrekking en verbanden met andere verzamelingen van persoonsgegevens, de bewaring en vernietiging van gegevens en de protocolplicht. -**3.** Op de verwerking van persoonsgegevens door het meldpunt zijn de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 5, 6, 7, 15, 16, eerste lid, onderdelen a, b en c, 17, 18, 22 en 23, 25 tot en met 31, alsmede artikel 33 van de Wet politiegegevens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor het meldpunt als verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel f, van die wet wordt aangemerkt Onze Minister van Justitie. +**3.** Op de verwerking van persoonsgegevens door de Financiële inlichtingen eenheid zijn de artikelen 1, 2, 3, eerste en tweede lid, 4, 5, 6, 7, 15, 16, eerste lid, onderdelen a, b en c, 17, 18, 22 en 23, 25 tot en met 31, alsmede artikel 33 van de Wet politiegegevens van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de Financiële inlichtingen eenheid als verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel f, van die wet wordt aangemerkt Onze Minister van Veiligheid en Justitie. ### Paragraaf 3.2. De Meldingsplicht @@ -301,7 +383,7 @@ i. het jaarlijks uitbrengen van een verslag met betrekking tot de taakuitoefenin ### Artikel 16 -**1.** Een instelling meldt een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie bekend is geworden, aan het meldpunt. +**1.** Een instelling meldt een verrichte of voorgenomen ongebruikelijke transactie onverwijld nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie bekend is geworden, aan de Financiële inlichtingen eenheid. **2.** @@ -310,26 +392,30 @@ Bij een melding als bedoeld in het eerste lid verstrekt de instelling de volgend a. de identiteit van de cliënt en, voor zover mogelijk, de identiteit van degene ten behoeve van wie de transactie wordt uitgevoerd; b. de aard en het nummer van het identiteitsbewijs van de cliënt; c. de aard, het tijdstip en de plaats van de transactie; -d. de omvang en de bestemming en herkomst van de gelden, effecten, edele metalen of andere waarden die bij een transactie betrokken zijn; +d. de omvang en de bestemming en herkomst van de gelden, effecten, edele metalen of andere waarden die bij de transactie betrokken zijn; e. de omstandigheden op grond waarvan de transactie als ongebruikelijk wordt aangemerkt; f. een omschrijving van de desbetreffende zaken van grote waarde bij een transactie boven de € 15 000; g. aanvullende, bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen, gegevens. +**3.** In afwijking van het tweede lid verstrekt een taxateur als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 24°, de gegevens bedoeld in het tweede lid voor zover zij daarover beschikt, alsmede een beschrijving van de desbetreffende onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen. + +**4.** De meldingsplicht, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing indien een cliëntenonderzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet leidt tot het in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a, b, c, e, f en g, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en e, en vierde lid, aanhef en onderdelen a, b, c, d, f en g, bedoelde resultaat of een zakelijke relatie wordt beëindigd ingevolge artikel 5, tweede lid, en er tevens indicaties zijn dat de desbetreffende cliënt betrokken is bij witwassen of financieren van terrorisme. Bij de melding van een dergelijke transactie ingevolge het eerste lid verstrekt een instelling naast de gegevens bedoeld in het tweede lid een beschrijving van de redenen waarom het cliëntenonderzoek niet leidde tot het in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, bedoelde resultaat, of de redenen waarom niet kon worden voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. + ### Artikel 17 -**1.** Het meldpunt kan bij de instelling die een melding heeft gedaan, alsmede bij de instelling die bij een transactie is betrokken waarover het meldpunt gegevens heeft verzameld, nadere gegevens of inlichtingen vragen, teneinde te kunnen beoordelen of verzamelde gegevens dienen te worden verstrekt op grond van zijn taak bedoeld in artikel 13, onderdeel b. +**1.** De Financiële inlichtingen eenheid kan ten behoeve van de uitvoering van haar taak als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, bij de instelling die een melding heeft gedaan, alsmede bij de instelling die bij een transactie is betrokken waarover de Financiële inlichtingen eenheid gegevens heeft verzameld, nadere inlichtingen vragen. -**2.** De instelling waaraan overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, verstrekt deze schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, aan het meldpunt binnen de door het meldpunt gestelde termijn. +**2.** De instelling waaraan overeenkomstig het eerste lid deze gegevens of inlichtingen zijn gevraagd, verstrekt deze schriftelijk, alsmede in spoedeisende gevallen mondeling, aan de Financiële inlichtingen eenheid binnen de door de Financiële inlichtingen eenheid gestelde termijn. ### Artikel 18 -Het meldpunt bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens of inlichtingen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, moeten worden verstrekt. +De Financiële inlichtingen eenheid bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens of inlichtingen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, moeten worden verstrekt. ### Paragraaf 3.3. Vrijwaring ### Artikel 19 -**1.** Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de artikelen 16 of 17 zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt. +**1.** Gegevens of inlichtingen die in overeenstemming met de artikelen 16 of 17 te goeder trouw zijn verstrekt, kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens witwassen of financieren van terrorisme door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt. **2.** Gegevens of inlichtingen die zijn verstrekt in de redelijke veronderstelling dat uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 16 of 17 kunnen niet dienen als grondslag voor of ten behoeve van een opsporingsonderzoek of een vervolging wegens verdenking van, of als bewijs ter zake van een tenlastelegging wegens, overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht door de instelling die deze gegevens of inlichtingen heeft verstrekt. @@ -337,7 +423,9 @@ Het meldpunt bepaalt de wijze waarop een melding moet worden gedaan, of gegevens ### Artikel 20 -De instelling die tot een melding op de voet van artikel 16 is overgegaan, is niet aansprakelijk voor schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan. +**1.** Een instelling die op grond van artikel 16 een melding heeft gedaan of op grond van artikel 17 nadere inlichtingen heeft verstrekt in de redelijke veronderstelling uitvoering te geven aan die artikelen, is niet aansprakelijk voor enige schade die een derde dientengevolge lijdt. + +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personen die werkzaam zijn voor een instelling die een melding heeft gedaan of inlichtingen heeft verstrekt als omschreven in het eerste lid en die daaraan hebben meegewerkt. ### Paragraaf 3.4. De Commissie inzake de meldingsplicht ongebruikelijke transacties @@ -358,26 +446,66 @@ b. de vaststelling van de indicatoren bedoeld in artikel 15. ### Artikel 22 -Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. +**1.** Het is aan een ieder die uit hoofde van de toepassing van deze wet of van krachtens deze wet genomen besluiten enige taak vervult of heeft vervuld verboden van gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen, of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, verder of anders gebruik te maken of daaraan verder of anders bekendheid te geven dan voor de uitoefening van zijn taak of door deze wet wordt geëist. -### Artikel 23 +**2.** -**1.** Een instelling die ingevolge artikel 16 een melding heeft gedaan of die ingevolge artikel 17 nadere informatie heeft verstrekt, is verplicht tot geheimhouding hiervan, alsmede van het gegeven dat deze melding of verstrekking aanleiding kan geven tot nader onderzoek, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. +Een toezichthouder is in afwijking van het eerste lid bevoegd gegevens of inlichtingen, die ingevolge deze wet zijn verstrekt of ontvangen of van een buitenlandse toezichthoudende instantie zijn ontvangen, te verstrekken aan een andere toezichthouder of aan een buitenlandse toezichthoudende instantie, tenzij: -**2.** De instelling die ingevolge artikel 13, onderdeel c, gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan. +a. het doel waarvoor de gegevens of inlichtingen zullen worden gebruikt onvoldoende bepaald is; +b. het beoogde gebruik van de gegevens of inlichtingen niet past in het kader van het toezicht op wetgeving ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; +c. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen zich niet zou verdragen met de Nederlandse wet of de openbare orde; +d. de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen niet in voldoende mate is gewaarborgd; +e. de verstrekking van de gegevens of inlichtingen redelijkerwijs in strijd is of zou kunnen komen met de belangen die deze wet beoogt te beschermen; of +f. onvoldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze worden verstrekt. -**3.** De in het eerste lid bedoelde geheimhoudingsplicht is niet van toepassing op een mededeling gedaan door een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, 12° en 13°, aan een cliënt met als doel deze te doen afzien van een onwettige handeling. +**3.** Voor zover de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, zijn verkregen van een buitenlandse toezichthoudende instantie, verstrekt een toezichthouder deze niet aan een andere toezichthouder of aan een andere buitenlandse toezichthoudende instantie, tenzij de buitenlandse toezichthoudende instantie waarvan de gegevens of inlichtingen zijn verkregen uitdrukkelijk heeft ingestemd met de verstrekking van de gegevens of inlichtingen en in voorkomend geval heeft ingestemd met het gebruik voor een ander doel dan waarvoor de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt. **4.** -Een instelling kan, in afwijking van het eerste lid, mededelingen doen aan: +Indien een buitenlandse toezichthoudende instantie aan de toezichthouder die de gegevens of inlichtingen op grond van het tweede of derde lid heeft verstrekt, verzoekt om die gegevens of inlichtingen te mogen gebruiken voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verstrekt, willigt de toezichthouder dat verzoek slechts in: -a. instellingen die behoren tot hetzelfde financieel conglomeraat als bedoeld in artikel 3:290 van de Wet op het financieel toezicht en die tenminste hebben voldaan aan de verplichting tot het vereenvoudigd cliëntenonderzoek, bedoeld in de artikelen 6 en 7; -b. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, met zetel in een lidstaat of een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, en die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk; -c. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°, met zetel in een lidstaat, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; -d. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot en met 12°, met zetel in een staat die geen lidstaat is die eisen stelt die gelijkwaardig zijn aan die in deze wet, die zijn onderworpen aan gelijkwaardige verplichtingen op het gebied van het beroepsgeheim en de bescherming van persoonsgegevens, en tot dezelfde beroepscategorie behoren, mits het dezelfde cliënt en dezelfde transactie betreft en de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. +a. indien het beoogde gebruik niet in strijd is met het tweede of derde lid of voorzover die toezichthoudende instantie op een andere wijze dan in deze wet voorzien vanuit Nederland met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke procedures voor dat andere doel de beschikking over die gegevens of inlichtingen zou kunnen verkrijgen; en +b. na overleg met Onze Minister van Veiligheid en Justitie indien het in de aanhef bedoelde verzoek betrekking heeft op een onderzoek naar strafbare feiten. -**5.** Een ieder die kennis neemt van een melding, het gegeven dat een melding aanleiding kan geven tot nader onderzoek, nadere informatie als bedoeld in het eerste lid of gegevens of inlichtingen als bedoeld in het tweede lid en weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat ter zake op een instelling de geheimhoudingsplicht bedoeld in het eerste lid rust, is verplicht tot geheimhouding hiervan, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**5.** In dit artikel wordt verstaan onder toezichthouder: Onze Minister van Financiën of een persoon aan wie Onze Minister van Financiën bevoegdheden heeft overgedragen op grond van artikel 31, alsmede de toezichthouder, bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht trustkantoren. + +### Artikel 23 + +**1.** + +Een instelling en de personen die werkzaam zijn voor een instelling zijn, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit, verplicht tot geheimhouding jegens een ieder van: + +a. een melding ingevolge artikel 16 door die instelling; +b. nadere inlichtingen verstrekt ingevolge artikel 17 door die instelling; +c. het gegeven dat een melding of verstrekking aanleiding heeft gegeven tot een onderzoek naar witwassen van geld of financieren van terrorisme of dat het voornemen bestaat een dergelijk onderzoek te verrichten; +d. overleg over de naleving van artikel 16 met betrekking tot een transactie. + +**2.** De instelling die ingevolge artikel 13, onderdeel c, gegevens of inlichtingen verkrijgt, is verplicht tot geheimhouding daarvan. + +**3.** Een ieder die kennis neemt van gegevens waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat ter zake op een instelling de geheimhoudingsplicht, bedoeld in het eerste of tweede lid, rust, is verplicht tot geheimhouding hiervan, behoudens voor zover uit deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit. + +**4.** De in het eerste en derde lid bedoelde geheimhoudingsplicht is niet van toepassing op een mededeling gedaan door een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11°, 12° en 13°, aan een cliënt met als doel deze te doen afzien van een onwettige handeling. + +**5.** + +Het eerste lid is niet van toepassing op mededelingen: + +1°. van een instelling aan een andere instelling die behoort tot dezelfde groep en is gevestigd in een lidstaat of een derde land; +2°. tussen instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 11° tot en met 13°, gevestigd in een lidstaat of een derde land, die hun werkzaamheden, al dan niet als werknemer, uitoefenen binnen eenzelfde rechtspersoon of netwerk; +3°. van een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1 tot en met 3, 5 tot en met 9, 11° tot en met 13°, aan een instelling behorende tot dezelfde categorie, voor zover: + +a. de mededeling betrekking heeft op een cliënt van beide instellingen en een transactie waarbij beide instellingen betrokken zijn; +b. de andere instelling is gevestigd in een lidstaat of een derde land dat eisen stelt die gelijkwaardig zijn op het gebied van het beroepsgeheim en de bescherming van persoonsgegevens; +c. de mededeling uitsluitend is bedoeld ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme. + +**6.** + +Voor de toepassing van het vijfde lid wordt verstaan onder: + +1°. *groep:* een groep, als omschreven in artikel 2, punt 12, van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat (PbEG 2002, L 35); +2°. *netwerk:* de grotere structuur waartoe de persoon behoort en die eigendom, beheer en controle op de naleving van de verplichtingen gezamenlijk deelt; +3°. *derde land:* een door Onze Minister van Financiën aangewezen staat waar eisen zijn gesteld die gelijkwaardig zijn aan de eisen gesteld bij of krachtens deze wet en waar toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van die voorschriften. ## Hoofdstuk 4. Bepalingen betreffende toezicht en handhaving @@ -385,13 +513,13 @@ d. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot **1.** Bij besluit van Onze Minister van Financiën en Onze Minister van Justitie gezamenlijk kunnen personen worden aangewezen die belast zijn met het toezicht op de naleving door de instellingen van deze wet. -**2.** De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15°, kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen. +**2.** De personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de instellingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° tot en met 15° en 23°, kunnen het toezicht op een risicogeoriënteerde wijze uitoefenen. -**3.** De Nederlandsche Bank N.V. is belast met het toezicht op de naleving van de Verordening nr. 2006/1781/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler. +**3.** De Nederlandsche Bank N.V. en de daartoe bij besluit van De Nederlandsche Bank N.V. aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van de Verordening nr. 2006/1781/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler. -**4.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten is belast met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302). +**4.** De Stichting Autoriteit Financiële Markten en de daartoe bij besluit van de Stichting Autoriteit Financiële Markten aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van Verordening (EU) nr. 1031/2010 van de Europese Commissie van 12 november 2010 inzake de tijdstippen, het beheer en andere aspecten van de veiling van broeikasgasemissierechten overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap (PbEU L 302). -**5.** Ten aanzien van personen die op grond van het eerste lid belast zijn met het toezicht op de naleving van de artikelen, genoemd in het eerste en derde lid, zijn de bepalingen van hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. +**5.** Op de uitoefening door de personen, bedoeld in het eerste lid, van het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet door notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen is artikel 111a, derde lid, van de Wet op het notarisambt van overeenkomstige toepassing. **6.** Van een besluit tot aanwijzing op grond van het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. @@ -399,7 +527,7 @@ d. instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° tot ### Artikel 25 -Indien de personen die met wettelijk toezicht op instellingen zijn belast bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, lichten zij, zo nodig in afwijking van de toepasselijke wettelijke geheimhoudingsbepalingen, het meldpunt in. +Indien de personen die met wettelijk toezicht op instellingen zijn belast bij de uitoefening van hun taak feiten ontdekken die kunnen duiden op witwassen of financieren van terrorisme, lichten zij, zo nodig in afwijking van de toepasselijke wettelijke geheimhoudingsbepalingen, de Financiële inlichtingen eenheid in. ### Artikel 26 @@ -429,7 +557,7 @@ De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bepaalt bij elke d | 2 | € 500 000,– | € 0,– | € 1 000 000,– | | 3 | € 2 000 000,– | € 0,– | € 4 000 000,– | -**4.** In afwijking van het tweede en derde lid kan de toezichthouder de hoogte van de bestuurlijke boete vaststellen op ten hoogste twee keer het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen indien diens voordeel groter is dan € 2 000 000. +**4.** In afwijking van het tweede en derde lid kan Onze Minister van Financiën de hoogte van de bestuurlijke boete vaststellen op ten hoogste twee keer het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen indien diens voordeel groter is dan € 2 000 000. ### Artikel 28a @@ -465,11 +593,11 @@ Onze Minister van Financiën kan de dwangsom en de bestuurlijke boete invorderen ### Artikel 30 -In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht is voor beroep tegen besluiten op grond van deze wet de rechtbank te Rotterdam bevoegd. +Vervallen ### Artikel 31 -**1.** De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft, met uitzondering van artikel 27, derde lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan personen die ingevolge artikel 24, eerste lid, zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende persoon. +**1.** De bevoegdheden die Onze Minister van Financiën op grond van dit hoofdstuk heeft kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden overgedragen aan personen die ingevolge artikel 24, eerste lid, zijn aangewezen. Alsdan gelden de verplichtingen op grond van dit hoofdstuk jegens Onze Minister van Financiën als verplichtingen jegens de desbetreffende persoon. **2.** Aan de overdracht, bedoeld in het eerste lid, kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. @@ -488,7 +616,7 @@ b. de opleiding van werknemers als bedoeld in artikel 35. **1.** -Een instelling die op grond van deze wet de cliënt heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, legt op toegankelijke wijze de volgende gegevens vast: +Een instelling die op grond van deze wet een persoon heeft geïdentificeerd en zijn identiteit heeft geverifieerd, of bij wie de cliënt is geïntroduceerd conform de procedure van artikel 5, legt op opvraagbare wijze de volgende gegevens vast: a. van natuurlijke personen: @@ -502,11 +630,21 @@ b. van naar Nederlands recht opgerichte rechtspersonen: 3°. de aard van de dienstverlening; c. van buitenlandse rechtspersonen: -1°. de documenten aan de hand waarvan de identiteit is geverifieerd; +1°. de gegevens in de documenten aan de hand waarvan de identiteit is geverifieerd; 2°. van degenen die voor de rechtspersoon bij de instelling optreden: de geslachtsnaam, de voornamen en de geboortedatum; -3°. de aard van de dienstverlening. +3°. de aard van de dienstverlening; +4°. het adres met huisnummer, de postcode, de plaats van vestiging en het land van statutaire zetel; +d. indien van toepassing, de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende en de wijze waarop deze identiteit is geverifieerd. -**2.** Indien bij een cliëntenonderzoek artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van toepassing is, legt de instelling de gegevens waarmee zij voldoet aan de verplichtingen ingevolge die bepaling op toegankelijke wijze vast. +**2.** + +Indien een cliënt handelt als trustee legt een instelling tevens op opvraagbare wijze de volgende gegevens vast van de instellers, de trustees en de uiteindelijk belanghebbenden: + +1°. ingeval van natuurlijke personen: de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdelen 1° en 2°; +2°. ingeval van naar Nederlands recht opgerichte rechtspersonen: de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdelen 1° en 2°; +3°. ingeval van buitenlandse rechtspersonen: de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°. + +**3.** Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, en legt die gegevens vast gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke transactie of na het uitvoeren van de desbetreffende transactie. **3.** Een instelling bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het beëindigen van de zakelijke relatie of tot vijf jaar na het uitvoeren van de desbetreffende transactie. @@ -514,13 +652,13 @@ c. van buitenlandse rechtspersonen: ### Artikel 34 -Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 16, tweede lid, op toegankelijke wijze gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding. +Een instelling bewaart de gegevens, bedoeld in artikel 16, tweede lid, en legt deze vast, op zodanige wijze dat die gegevens opvraagbaar zijn en de desbetreffende transactie reconstrueerbaar is gedurende vijf jaar na het tijdstip van het doen van de melding. ### Paragraaf 5.3. Opleiding ### Artikel 35 -Een instelling draagt er zorg voor dat haar werknemers, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken, bekend zijn met de bepalingen van deze wet en opleidingen genieten die hen in staat stellen een ongebruikelijke transactie te herkennen. +Een instelling draagt er zorg voor dat haar werknemers, voor zover relevant voor de uitoefening van hun taken, bekend zijn met de bepalingen van deze wet en periodiek opleidingen genieten die hen in staat stellen een ongebruikelijke transactie te herkennen en een cliëntenonderzoek goed en volledig uit te voeren. ## Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen @@ -534,9 +672,22 @@ Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wet ide ### Artikel 38 -**1.** Artikel 3, eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van cliënten die reeds op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn geïdentificeerd of ten aanzien van wie geen verplichting tot identificatie op grond van die wet was vereist. +**1.** -**2.** Gegevens van de in het eerste lid bedoelde personen die reeds op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn vastgelegd, worden geacht te zijn vastgelegd ingevolge deze wet. +Ten aanzien van cliënten die reeds op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn geïdentificeerd of ten aanzien van wie geen verplichting tot identificatie op grond van die wet was vereist, alsmede in voorkomende gevallen de trust ten behoeve waarvan zij handelen, verricht een instelling het cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in de navolgende gevallen binnen de daarbij genoemde termijn na een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip: + +a. zes maanden ingeval van cliënten op welke artikel 9 van toepassing is; +b. een jaar ingeval van cliënten op welke artikel 8, eerste lid, van toepassing is of waarvan de instelling bekend is dat artikel 8, vierde lid, van toepassing is; +c. twee jaar ingeval van cliënten op wie de onderdelen a en b niet van toepassing zijn en die rechtspersoon zijn met zetel buiten Nederland of handelen ten behoeve van een trust; +d. bij eerste gelegenheid ingeval van cliënten op welke de onderdelen a tot en met c niet van toepassing zijn. + +De artikelen 6, 7 en 8, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. + +**2.** In afwijking van het eerste lid verricht een instelling in geval van een zakelijke relatie met betrekking tot een levensverzekeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht het cliëntenonderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, wanneer een geldelijke uitkering plaatsvindt aan de cliënt. + +**3.** Gegevens van de in het eerste lid bedoelde personen die reeds op grond van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn vastgelegd, worden geacht te zijn vastgelegd ingevolge deze wet. + +**4.** Onverminderd artikel 8, vierde lid, draagt een instelling er zorg voor dat een persoon als bedoeld in artikel 8, vierde lid, onderdeel a, beslist omtrent het voortzetten van de zakelijke relatie met cliënten als bedoeld in het eerste lid. ### Artikel 39