diff --git a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md index 45f090e0363..66091d60800 100644 --- a/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md +++ b/amvb/besluit-rechtspositie-leden-gerechtsbesturen-en-raad-voor-de-rechtspraak/BWBR0013131/README.md @@ -12,40 +12,37 @@ citeertitel: Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechts ### Artikel 1 -**1.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter onderscheidenlijk lid, anders dan voorzitter, van de Raad voor de rechtspraak is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 2 onderscheidenlijk categorie 3 zijn ingedeeld. +**1.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter onderscheidenlijk lid, anders dan voorzitter, van de Raad voor de rechtspraak is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 2 onderscheidenlijk categorie 3 zijn ingedeeld. -**2.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**2.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van voorzitter van het bestuur van een gerechtshof, voorzitter van het bestuur van de Centrale Raad van Beroep en voorzitter van het bestuur van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank te Amsterdam, 's-Gravenhage of Rotterdam onderscheidenlijk voorzitter van het bestuur van een andere rechtbank is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 onderscheidenlijk categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. +**3.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van voorzitter van het bestuur van de rechtbank te Amsterdam, 's-Gravenhage of Rotterdam onderscheidenlijk voorzitter van het bestuur van een andere rechtbank is gelijk aan dat behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 3 onderscheidenlijk categorie 4 zijn ingedeeld, vermeerderd met een bedrag van € 181,51. -**4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van sectorvoorzitter van een gerechtshof, lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep, en lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan het maximum bruto maandsalaris behorende bij het ambt dat in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 is ingedeeld. +**4.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functies van sectorvoorzitter van een gerechtshof, lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep, en lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is gelijk aan het maximum bruto maandsalaris behorende bij het ambt dat in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 5 is ingedeeld. -**5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van sectorvoorzitter van een rechtbank is gelijk aan het maximum bruto maandsalaris behorende bij de ambten die in artikel 7, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 7 zijn ingedeeld. +**5.** Het bruto maandsalaris behorende bij de functie van sectorvoorzitter van een rechtbank is gelijk aan het maximum bruto maandsalaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 7 zijn ingedeeld. **6.** Voor de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechtshoven te Amsterdam en 's-Gravenhage, de directeuren bedrijfsvoering bij de rechtbanken te Amsterdam, Arnhem, Breda, 's-Gravenhage, Groningen, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Maastricht, Rotterdam, Utrecht, Zutphen en Zwolle, en de directeur bedrijfsvoering bij de Centrale Raad van Beroep geldt salarisschaal 16 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. **7.** Voor de directeuren bedrijfsvoering bij de andere gerechtshoven, de andere rechtbanken en het College van Beroep voor het bedrijfsleven geldt salarisschaal 15 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. -**8.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die onderscheidenlijk het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor het vervullen van een gedeeltelijke taak, bedraagt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met vijfde lid genoemde functie, een met zijn taak overeenkomend deel van het voor die functie ingevolge het eerste tot en met vijfde lid geldende salaris. +**8.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, wordt het salaris behorende bij een in het eerste tot en met vijfde lid bedoelde functie vermenigvuldigd met de voor hem als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast of lid met rechtspraak belast geldende arbeidsduurfactor. -**9.** Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 is, met uitzondering van de artikelen 1, tweede en derde lid, 5, tweede, derde en vijfde lid, onderdeel b, 5a, 7, zevende lid, 8, vierde lid, en 24, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing op de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten. +**9.** Het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 is, met uitzondering van de artikelen 1, tweede en derde lid, 5, tweede, derde en vijfde lid, onderdeel b, 5a, 7, zevende lid, 8, vierde lid, en 24 van overeenkomstige toepassing op de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak en de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten. ### Artikel 2 -Voor de toepasselijkheid van het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, uitgezonderd de artikelen 7, 8, 13 tot en met 15 en 17, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, 38a en 38da van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en 7 en 8 van het Sociaal beleidskader reorganisaties zittende magistratuur, wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur of van de Raad voor de rechtspraak, onder «salaris» en «bezoldiging» mede verstaan de toelage die in verband met het verrichten van de werkzaamheden als lid van het gerechtsbestuur of van de Raad voor de rechtspraak wordt genoten, met dien verstande dat: - -a. in artikel 38e, derde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren in plaats van «krachtens artikel 8 van de wet» wordt gelezen: krachtens artikel 8 van de wet en artikel 1, achtste lid, van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak; en -b. in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren in plaats van «op grond van artikel 38a of de artikelen 38d en 38e» wordt gelezen: op grond van de artikelen 38d en 38e. +Voor de toepasselijkheid van het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde, uitgezonderd de artikelen 7, 13 tot en met 15 en 17, eerste en zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de artikelen 5, 6 en 8e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur of van de Raad voor de rechtspraak, onder «salaris» en «bezoldiging» mede verstaan de toelage die wordt genoten in verband met het verrichten van de werkzaamheden als lid van het gerechtsbestuur of van de Raad voor de rechtspraak, met dien verstande dat in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren in plaats van «op grond van artikel 6, 8d of 8e» wordt gelezen: op grond van artikel 8d. ### Artikel 3 -**1.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en de artikelen 27 en 33, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren respectievelijk artikel 38g, tweede lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, onder «rechterlijk ambtenaar» respectievelijk «betrokkene» verstaan: rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. +**1.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 en de artikelen 6e, tweede lid, 33c en 33h van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die tevens is benoemd als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak, onder «rechterlijk ambtenaar» verstaan: rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. **2.** Voor de toepasselijkheid van hoofdstuk 3 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt ten aanzien van de gewezen rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die op de dag voorafgaand aan zijn ontslag als rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast tevens als lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak was benoemd, onder «gewezen rechterlijk ambtenaar» verstaan: gewezen rechterlijk ambtenaar, tevens lid van een gerechtsbestuur onderscheidenlijk lid van de Raad voor de rechtspraak. ### Artikel 4 -**1.** Ten aanzien van de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de bevoegdheden in de op de Ambtenarenwet berustende bepalingen, met uitzondering van de aan Ons, Onze Minister-President, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën toegekende bevoegdheden, alsmede met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling, disciplinaire bestraffing, schorsing en ontslag, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak. +**1.** Ten aanzien van de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de bevoegdheden in de op de Ambtenarenwet berustende bepalingen, met uitzondering van de aan Ons, Onze Minister-President, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën toegekende bevoegdheden, alsmede met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling, disciplinaire bestraffing, schorsing en ontslag, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak uitgezonderd het betrokken niet-rechterlijk lid. **2.** Ten aanzien van de directeuren bedrijfsvoering bij de gerechten worden de bevoegdheden in de op de Ambtenarenwet berustende bepalingen, met uitzondering van de aan Ons, Onze Minister-President, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Financiën toegekende bevoegdheden, alsmede met uitzondering van de bevoegdheden tot aanstelling, disciplinaire bestraffing, schorsing en ontslag, uitgeoefend door het bestuur van het gerecht, uitgezonderd de directeur bedrijfsvoering, met dien verstande dat de bevoegdheid in artikel 69, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement wordt uitgeoefend met inachtneming van het derde lid. @@ -59,7 +56,7 @@ b. in artikel 1, tweede lid, van het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij wer ### Artikel 5 -Ten aanzien van de rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de in het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan de functionele autoriteit toegekende bevoegdheden, met uitzondering van die in de artikelen 9c, tweede lid, 38, vierde lid, en 38d van dat besluit, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak. +Ten aanzien van de rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak worden de in het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren aan het gerechtsbestuur toegekende bevoegdheden, met uitzondering van die in de artikelen 2i, 3, 3b, 6, 6a, 6b, 6f, 7, 8b, 8d, 8e, 33i, 37b en 38 alsmede hoofdstuk 4A van dat besluit, uitgeoefend door de Raad voor de rechtspraak uitgezonderd het betrokken rechterlijk lid. ### Artikel 6 @@ -73,26 +70,22 @@ De directeur bedrijfsvoering die of het niet-rechterlijk lid van de Raad voor de ### Artikel 8 -**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast onderscheidenlijk de gerechtsambtenaar die belast is met de vervanging van de voorzitter van het gerechtsbestuur of een ander rechterlijk lid van het gerechtsbestuur onderscheidenlijk van een directeur bedrijfsvoering, wordt, wanneer de vervanging ten minste dertig dagen heeft geduurd, voor de duur van de vervanging een toelage toegekend. +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast onderscheidenlijk de gerechtsambtenaar die belast is met de vervanging van de voorzitter van het gerechtsbestuur of een ander rechterlijk lid van het gerechtsbestuur onderscheidenlijk van een directeur bedrijfsvoering, wordt, wanneer de vervanging ten minste dertig dagen heeft geduurd, voor de duur van de vervanging door het bestuur van het betrokken gerecht een toelage toegekend. **2.** Voor de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat hij geniet en het salaris dat hij, met inbegrip van de toelage, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, zou genieten indien hij met ingang van de dag waarop de vervanging is ingegaan tevens als voorzitter of ander rechterlijk lid van het gerechtsbestuur zou zijn benoemd. Voor de gerechtsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat hij geniet en het salaris dat hij zou genieten indien hij met ingang van de dag waarop de vervanging is ingegaan als directeur bedrijfsvoering zou zijn benoemd. ### Artikel 9 -**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht, sectorvoorzitter bij een gerechtshof, lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderscheidenlijk sectorvoorzitter bij een rechtbank wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 1 van het Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding toegekend van € 4023,79, € 2319,67, € 1545,67, € 1545,67 onderscheidenlijk € 1418,54 per jaar. +**1.** Aan de rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast die of het lid met rechtspraak belast dat tevens is benoemd als lid van de Raad voor de rechtspraak, voorzitter van het bestuur van een gerecht, sectorvoorzitter bij een gerechtshof, lid van het bestuur, anders dan voorzitter of niet-rechterlijk lid, van de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven, onderscheidenlijk sectorvoorzitter bij een rechtbank wordt, in plaats van de onkostenvergoeding overeenkomstig artikel 7 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, een onkostenvergoeding toegekend van € 4023,79, € 2319,67, € 1545,67, € 1545,67 onderscheidenlijk € 1418,54 per jaar. **2.** Aan de niet-rechterlijke leden van de Raad voor de rechtspraak wordt een representatiekostenvergoeding toe-gekend van € 3946,20 per jaar. Het Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel is op deze leden niet van toepassing. +**3.** Toekenning van een onkostenvergoeding of een representatiekostenvergoeding als bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt door het gerechtsbestuur uitgezonderd het betrokken lid onderscheidenlijk, indien het een lid van de Raad voor de rechtspraak betreft, door de Raad voor de rechtspraak uitgezonderd het betrokken lid. + ### Artikel 9a In afwijking van artikel 9 hebben de in dat artikel bedoelde personen in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, geen aanspraak op een onkostenvergoeding en een representatievergoeding na ommekomst van het kalenderjaar waarin de ongeschiktheid is aangevangen en het kalenderjaar daaropvolgend. -### Artikel 9aa - -**1.** De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste of tweede lid, heeft, wanneer aan hem voor de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste en tweede lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof geen aanspraak op een onkostenvergoeding onderscheidenlijk representatiekostenvergoeding. - -**2.** De persoon, bedoeld in artikel 9, eerste of tweede lid, heeft, wanneer aan hem voor 50% of meer van de arbeidsduur waarvoor hij is aangesteld buitengewoon verlof, al dan niet met behoud van bezoldiging, is verleend voor de periode van ten minste een maand, in afwijking van artikel 9, eerste en tweede lid, gedurende de periode van het buitengewoon verlof, aanspraak op de onkostenvergoeding onderscheidenlijk representatiekostenvergoeding naar rato van het aantal uren dat hij geen buitengewoon verlof geniet. - ### Artikel 9b Bij regeling van Onze Minister kunnen de in dit besluit genoemde vergoedingen worden aangepast door middel van toepassing van het geldende prijsindexcijfer, waarbij de bedragen worden afgerond naar de eerstvolgende euro.