2025-07-10 | BWBR0048384 | Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
This commit is contained in:
parent
53ac984a24
commit
f1838e1526
1 changed files with 36 additions and 5 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
|
|||
bwb_id: BWBR0048384
|
||||
type: ministeriele-regeling
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-07-12'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2025-06-30'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0048384
|
||||
citeertitel: Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -24,12 +24,12 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
- *gesloten jeugdhulp:* jeugdhulp op basis van een machtiging als bedoeld in de artikelen 6.1.2, 6.1.3 of 6.1.4 van de Jeugdwet;
|
||||
- *gesloten jeugdhulpinstelling:* jeugdhulpaanbieder voor gesloten jeugdhulp die opgenomen is in de Bekendmaking geregistreerde jeugdhulpaanbieders van 17 februari 2022 (Stcrt. 2022, 4785);
|
||||
- *hoger onderwijs:* onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
|
||||
- *instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
- *jeugdige:* jeugdige als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
|
||||
- *Kaderregeling:*
|
||||
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
|
||||
- *kleinschalige voorziening:* voorziening als bedoeld in artikel 4;
|
||||
- *landelijk samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47, achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
- *mbo-instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
|
||||
- *penvoerder:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5;
|
||||
- *regionaal expertteam jeugd:* regionaal expertteam jeugd in één van de 42 Jeugdregio’s in Nederland;
|
||||
- *samenwerkingsverband:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
|
||||
|
|
@ -49,6 +49,8 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**1.** De Minister kan in 2023 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de kalenderjaren 2023 en 2024 en in de eerste zes maanden van het kalenderjaar 2025, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.
|
||||
|
||||
**1a.** De minister kan in 2025 aan een penvoerder subsidie verstrekken voor de uitvoering van een plan van aanpak in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 augustus 2028, voor kwalitatief goed onderwijs en passende ondersteuning aan jeugdigen die behoren tot de in artikel 4, eerste lid, bedoelde doelgroep, tijdens de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp.
|
||||
|
||||
**2.** De subsidie heeft ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de verdere ontwikkeling en organisatie van kwalitatief goed onderwijs en ondersteuning voor jeugdigen die in de periode van 2023 tot en met 30 juni 2025 tijdelijk verblijven in gesloten of open jeugdhulpinstellingen, inclusief kleinschalige voorzieningen of kleinschalige woonvoorzieningen, en beoogt bij te dragen aan een soepele overgang na hun residentiële verblijf.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie heeft tevens ten doel om door middel van de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, bij te dragen aan de voorbereiding en aansluiting van het onderwijs bij de af- en ombouw van de gesloten jeugdhulp, door het opbouwen van kennis- en expertise en het bevorderen van samenwerking tussen de verschillende partijen van de coalitie, bedoeld in artikel 5, die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de jeugdigen.
|
||||
|
|
@ -72,7 +74,7 @@ f. kennisopbouw en deskundigheidsbevordering bij consulenten van de samenwerking
|
|||
g. het opzetten, inrichten en borgen van een goede samenwerking en afspraken tussen de samenwerkingsverbanden, het middelbaar beroepsonderwijs, het primair en voortgezet onderwijs, de relevante gemeente of gemeenten of coördinerende gemeente of gemeenten, regionale expertteams, bovenregionale expertisenetwerken jeugd, de betrokken jeugdhulpaanbieders of andere partijen over het onderwijs en de ondersteuning aan de jeugdigen die met de af- en ombouw van de gesloten jeugdzorg op andere plekken terechtkomen en daar onderwijs nodig hebben, en de jeugdigen die voorlopig nog in de gesloten jeugdhulp verblijven; of
|
||||
h. activiteiten in het kader van projectleiding van het plan van aanpak waaronder projectplanning, verdere uitwerking van activiteiten, coördinatie en evaluatie.
|
||||
|
||||
**4.** Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, instelling of samenwerkingsverband.
|
||||
**4.** Ten behoeve van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten kunnen door de penvoerder subsidiemiddelen overgedragen worden aan een school, mbo-instelling of samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
**5.** Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt voor kosten voor huisvesting als bedoeld in artikel 6.2 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 90 van de Wet op de expertisecentra.
|
||||
|
||||
|
|
@ -91,13 +93,15 @@ d. de coalitie vormt een logisch geografisch afgebakend geheel, door bestaande s
|
|||
|
||||
**3.** Een coalitie weigert geen scholen op het terrein van accommodaties gesloten jeugdhulp die zich in het kader van de subsidieaanvraag bij die coalitie willen aansluiten.
|
||||
|
||||
**3a.** Een coalitie die een subsidieaanvraag doet als bedoeld in artikel 3, lid 1a, weigert geen mbo-instellingen die zich in het kader van die subsidieaanvraag bij de coalitie willen aansluiten.
|
||||
|
||||
**4.** Subsidie wordt aangevraagd door, verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
|
||||
|
||||
**5.** Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Het plan van aanpak bevat activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, die gericht zijn op jeugdigen die behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen het onderwijs.
|
||||
**1.** Het plan van aanpak bevat activiteiten als bedoeld in artikel 4, derde lid, die gericht zijn op jeugdigen die behoren tot de doelgroep, bedoeld in artikel 4, eerste lid, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen binnen het onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** In het plan van aanpak geeft de penvoerder de beoogde samenwerking en afstemming vorm tussen de verschillende partijen die betrokken zijn in de coalitie.
|
||||
|
||||
|
|
@ -111,15 +115,20 @@ a. een beknopte regiovisie met de voorgenomen regionale veranderingen in aanloop
|
|||
b. de gestelde concrete doelen van de coalitie, in aansluiting op de subsidiedoelen als bedoeld in artikel 3 en de regiovisie als bedoeld in onderdeel a;
|
||||
c. de inspanning die verricht is om relevante regionale partijen te betrekken bij de uitvoering van het plan van aanpak;
|
||||
d. de wijze waarop de samenwerking tussen de partijen in de coalitie vormgegeven wordt, inclusief eventueel andere momenteel nog niet-aangesloten partijen, waarbij in ieder geval in wordt gegaan op de betrokkenheid en rol van de coördinerende gemeente of gemeenten;
|
||||
d1. indien het een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, betreft, in aanvulling op onderdeel d, een omschrijving van de betrokkenheid en rol van scholen bij gesloten jeugdhulpinstellingen en van mbo-instellingen, ongeacht of zij al bij de coalitie zijn aangesloten;
|
||||
e. de eventuele betrokkenheid van één of meerdere scholen die verbonden zijn aan een accommodatie voor gesloten jeugdhulp;
|
||||
f. de wijze waarop de realisatie van de doelen wordt gevolgd en geëvalueerd.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, onderdeel a, beschrijft de regiovisie voor aanvragen als bedoeld in artikel 3, lid 1a, voorgenomen regionale veranderingen in aanloop naar kalenderjaar 2030 als gevolg van de af- en ombouw van grootschalige gesloten jeugdhulpinstellingen, waarvan het bovenregionaal plan van de coördinerende gemeente of gemeenten een onderdeel kan zijn. De regiovisie bevat daarnaast een omschrijving van de gevolgen hiervan voor het onderwijs van de jeugdigen in de coalitie in de aanloop naar 2030.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** De penvoerder dient een plan van aanpak in bij de subsidieaanvraag.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag kan worden ingediend van 15 augustus 2023 tot en met 2 oktober 2023. Aanvragen die worden ontvangen na 2 oktober worden afgewezen.
|
||||
|
||||
**2a.** Een aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 3, lid 1a, kan worden ingediend van 24 juli tot en met 8 september 2025, 13.00 uur. Aanvragen die worden ontvangen na 8 september 2025, 13.00 uur, worden afgewezen.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie wordt aangevraagd met het digitale aanvraagformulier dat op de website van DUS-I beschikbaar is gesteld.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
|
@ -145,10 +154,20 @@ f. een ondertekende verklaring waarin in ieder geval de betrokken samenwerkingsv
|
|||
|
||||
**4.** Indien het subsidieplafond wordt overschreden, wordt het bedrag per vo-leerling verlaagd naar rato van het aantal vo-leerlingen waarvoor de subsidie wordt toegekend, tot minimaal € 12,78 per vo-leerling.
|
||||
|
||||
### Artikel 8a
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van het bepaalde in artikel 8 is voor het verstrekken van subsidie op grond van deze regeling in 2025 naar aanleiding van subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 3 lid 1a, een bedrag van € 17.250.000 beschikbaar.
|
||||
|
||||
**2.** Het subsidiebedrag dat in 2025 ten hoogste kan worden verstrekt, wordt berekend op basis van het aantal vo-leerlingen op 1 oktober 2024 op de vestigingen van de scholen die op 1 januari 2025 zijn aangesloten bij het desbetreffende samenwerkingsverband.
|
||||
|
||||
**3.** De subsidie bedraagt per vo-leerling € 18,49.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De Minister beoordeelt de subsidieaanvraag, als bedoeld in artikel 7, aan de hand van het beoordelingskader dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.
|
||||
|
||||
**1a.** De Minister beoordeelt de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 3, lid 1a, aan de hand van het beoordelingskader dat als bijlage 1a bij deze regeling is gevoegd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De subsidieverstrekking kan worden geweigerd indien:
|
||||
|
|
@ -170,7 +189,11 @@ d. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de criteria van het beoordelingskader.
|
|||
|
||||
**3.** De penvoerder levert uiterlijk voor 1 september 2025 een activiteitenverslag bij DUS-I aan, met een beschrijving van de uitvoering van de activiteiten en in hoeverre de beoogde doelen behaald zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Indien bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger toestaan dat wordt afgeweken van de uitvoeringstermijn, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**4.** Indien bijzondere omstandigheden daar aanleiding toe geven, kan de Minister op verzoek van de subsidieontvanger toestaan dat wordt afgeweken van de uitvoeringstermijn, bedoeld in het eerste of vijfde lid.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het eerste lid worden de activiteiten waarvoor in 2025 subsidie wordt verstrekt naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, uitgevoerd in de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 augustus 2028.
|
||||
|
||||
**6.** De penvoerder levert voor subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 3, lid 1a, het activiteitenverslag, bedoeld in het derde lid, in afwijking van het derde lid uiterlijk op 1 oktober 2027 aan op basis van het daartoe door DUS-I beschikbaar gestelde format.
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
|
|
@ -180,6 +203,10 @@ d. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de criteria van het beoordelingskader.
|
|||
|
||||
**3.** Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid wordt een subsidie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, verleend binnen 13 weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, lid 2a. De Minister stelt de subsidie vast binnen 22 weken na het moment van indiening van de jaarverslaggeving, bedoeld in artikel 12, met betrekking tot het laatste jaar waarin de gesubsidieerde activiteiten zijn uitgevoerd.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het tweede lid verstrekt de minister voor een subsidie naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 3, lid 1a, een voorschot van 100%, dat wordt uitbetaald in drie termijnen. De betaling van de eerste termijn vindt plaats in december 2025 en bedraagt 32,0% van het verleende subsidiebedrag. De betaling van de tweede termijn vindt plaats in december 2026 en bedraagt 33,5% van het verleende subsidiebedrag. De betaling van de derde termijn vindt plaats in december 2027 en bedraagt 34,5%.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
|
||||
|
|
@ -200,6 +227,10 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling onderwijscoalities af- en o
|
|||
|
||||
## Bijlage 1. Beoordelingskader
|
||||
|
||||
## Bijlage 1a. Beoordelingskader 2025
|
||||
|
||||
*Deze bijlage hoort bij artikel 9, lid 1a, van de Subsidieregeling onderwijscoalities af- en ombouw gesloten jeugdhulp.*
|
||||
|
||||
## Bijlage 2. Regio-indeling met aanbieders en coördinerende gemeenten gesloten jeugdhulp
|
||||
|
||||
Onderstaande coördinerende gemeenten hebben het bovenregionaal plan en strategisch vastgoedplan in bezit. Het bovenregionaal plan beschrijft het toekomstperspectief voor gesloten jeugdhulpinstellingen in het bovenregionale gebied, en wordt opgeleverd aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het strategisch vastgoedplan geeft inzicht in de vastgoedtransitie vanuit de context van de bestaande jeugdhulp-accommodaties, op basis van het bovenregionaal plan13wetten.nl - Regeling - Regeling specifieke uitkering vastgoedtransitie residentiële jeugdhulp 2021 - BWBR0045673 (overheid.nl).
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue