2024-08-01 | BWBR0020685 | Wet medezeggenschap op scholen

This commit is contained in:
Coornhert 2024-08-01 12:00:00 +00:00
parent 0d38802e3c
commit f195fa8c0f

View file

@ -57,7 +57,7 @@ b. leden die worden gekozen:
2°. uit en door de ouders, dan wel deels uit en door de ouders en deels uit en door de leerlingen die de leeftijd van dertien jaar hebben bereikt, voor zover het betreft een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;
3°. deels uit en door de ouders en deels uit en door de leerlingen, voor zover het betreft een school voor voortgezet onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een door Onze Minister aangewezen inrichting voor voortgezet onderwijs.
**4.** De aantallen leden, bedoeld in het derde lid, onderdeel a en onderdeel b, zijn aan elkaar gelijk. Voor zover het betreft een school voor voortgezet onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een door Onze Minister aangewezen instelling voor voortgezet onderwijs zijn tevens de aantallen leden uit en door de ouders en uit en door de leerlingen aan elkaar gelijk. Indien niet aan de tweede volzin kan worden voldaan, omdat onvoldoende ouders dan wel leerlingen bereid zijn lid te worden, kan de niet door de desbetreffende groep te vervullen plaats worden toegedeeld aan de andere groep. Voor zover het betreft een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra is een van de leden een ouder van een leerling van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs, die wordt ondersteund door die instelling. De in de vorige volzin bedoelde ouder wordt gekozen door de ouders van de in de vorige volzin bedoelde leerlingen.
**4.** De aantallen leden, bedoeld in het derde lid, onderdeel a en onderdeel b, zijn aan elkaar gelijk. Voor zover het betreft een school voor voortgezet onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een door Onze Minister aangewezen instelling voor voortgezet onderwijs zijn tevens de aantallen leden uit en door de ouders en uit en door de leerlingen aan elkaar gelijk. Indien niet aan de tweede volzin kan worden voldaan, omdat onvoldoende ouders dan wel leerlingen bereid zijn lid te worden, kan de niet door de desbetreffende groep te vervullen plaats worden toegedeeld aan de andere groep. Voor zover het betreft een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra is een van de leden een ouder van een leerling van een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs of als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, die wordt ondersteund door die instelling. De in de vorige volzin bedoelde ouder wordt gekozen door de ouders van de in de vorige volzin bedoelde leerlingen.
**5.** De medezeggenschapsraad van een centrale dienst en van een samenwerkingsverband bestaat uit leden die uit en door het personeel worden gekozen.
@ -117,7 +117,7 @@ De medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de onders
**1.** De medezeggenschapsraad bevordert naar vermogen openheid en onderling overleg in de school.
**2.** De medezeggenschapsraad waakt voorts in de school tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van gehandicapten en allochtone werknemers.
**2.** De medezeggenschapsraad waakt voorts in de school tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert gelijke behandeling in gelijke gevallen en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van personen met een handicap of chronische ziekte en personen met een migratieachtergrond.
**3.** De medezeggenschapsraad doet aan alle bij de school betrokkenen schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en stelt de eventuele raden, bedoeld in artikel 20, in de gelegenheid om over aangelegenheden die hen in het bijzonder aangaan, met hem overleg te voeren.
@ -127,7 +127,7 @@ Indien het bevoegd gezag een voorstel voor advies of instemming voorlegt aan de
### Artikel 8
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt de medezeggenschapsraad, ongevraagd, tijdig alle inlichtingen die de medezeggenschapsraad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig kan hebben.
**1.** Het bevoegd gezag verstrekt de medezeggenschapsraad, ongevraagd, tijdig alle inlichtingen die de medezeggenschapsraad voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig kan hebben en, gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak naar redelijkheid en billijkheid nodig acht.
**2.**
@ -135,7 +135,7 @@ Het bevoegd gezag verstrekt de medezeggenschapsraad in elk geval:
a. jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;
b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit 's Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;
c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 165 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 141 van de Wet op de expertisecentra of de gegevens, bedoeld in artikel 5.47, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 165 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 141 van de Wet op de expertisecentra of artikel 5.46 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
d. de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
e. terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 23 van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 3.35 en 3.36 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de regelingen, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onderdeel m, 13, eerste lid, onderdeel i, en 14, tweede lid, onderdeel f en derde lid, onderdeel d;
f. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag;
@ -183,7 +183,7 @@ f. de aanvaarding van materiële bijdragen of geldelijke bijdragen anders dan in
g. de vaststelling of wijziging van de voor de school geldende klachtenregeling;
h. overdracht van de school of van een onderdeel daarvan, respectievelijk fusie van de school met een andere school, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake, waaronder begrepen de fusie-effectrapportage, bedoeld in artikel 64b van de Wet op het primair onderwijs, artikel 66b van de Wet op de expertisecentra en artikel 3.31 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
i. de verzelfstandiging van een nevenvestiging, of een deel van de school of nevenvestiging dat zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school of nevenvestiging op grond van artikel 84a van de Wet op het primair onderwijs;
j. vaststelling of wijziging van de data, bedoeld in artikel 17 van het Inrichtingsbesluit WVO.
j. vaststelling of wijziging van de data, bedoeld in artikel 2.42, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
### Artikel 11
@ -245,7 +245,7 @@ p. vaststelling of wijziging van regels waarover partijen die een collectieve ar
q. vaststelling of wijziging van de regeling, bedoeld in artikel 28, derde lid;
r. vaststelling of wijziging van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de dagen, bedoeld in artikel 10, onderdeel j.
**2.** Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs dat tevens bevoegd gezag is van een of meer basisscholen behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel van eerstgenoemde school is gekozen voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de inzet van de bekostiging die op grond van artikel 122, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs aan eerstgenoemde school is toegekend.
**2.** Het bevoegd gezag van een speciale school voor basisonderwijs dat tevens bevoegd gezag is van een of meer basisscholen behoeft de voorafgaande instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door het personeel van eerstgenoemde school is gekozen voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de inzet van de bekostiging die op grond van artikel 122, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs aan eerstgenoemde school is toegekend.
### Artikel 13
@ -296,7 +296,7 @@ a. regeling van de gevolgen voor de leerlingen van een besluit met betrekking to
b. vaststelling of wijziging van het leerlingenstatuut, bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel een mogelijk leerlingenstatuut anders dan bedoeld in artikel 2.98 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. vaststelling of wijziging van het beleid met betrekking tot voorzieningen ten behoeve van de leerlingen;
d. vaststelling of wijziging van een regeling over het verwerken van en de bescherming van persoonsgegevens van leerlingen;
e. vaststelling of wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid, bedoeld in artikel 24a, eerste lid, onderdeel ia, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
e. vaststelling of wijziging van het leerlingenparticipatiebeleid, bedoeld in artikel 2.92, tweede lid, onderdeel j, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
**4.** Het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 en van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra behoeft voorafgaand aan instemming met betrekking tot de vaststelling van de gehele schoolgids als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, afzonderlijk instemming van het deel van de medezeggenschapsraad dat uit en door de ouders en de leerlingen is gekozen voor het in die schoolgids opgenomen onderdeel met betrekking tot de jaarlijkse vaststelling van het totaal aantal uren en het soort activiteiten dat als onderwijstijd als bedoeld in artikel 2.38, eerste tot en met vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel artikel 25, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra wordt geprogrammeerd alsmede voor het onderdeel met betrekking tot het beleid ten aanzien van lesuitval als bedoeld in artikel 2.92, tweede lid, onderdeel c, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 onderscheidenlijk artikel 22, eerste lid, onderdeel c, onder 2°, van de Wet op de expertisecentra.