2009-02-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003

This commit is contained in:
Coornhert 2009-02-01 12:00:00 +00:00
parent 1b774c6593
commit f19aad4d73

View file

@ -1235,7 +1235,7 @@ Verder dient de optant een zogenaamde waarheidsverklaring te ondertekenen (artik
####### 2.2.4.2. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 6, vierde lid, BVVN) en of hij of een van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De burgemeester zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat er op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. (Zie verder de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN.)
Bovendien dient de optant door middel van een zogenaamde verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (model 1.14) schriftelijk te verklaren dat in het kader van de verkrijging en het behoud van de verblijfsvergunning van hemzelf en de overige in de optieverklaring genoemde personen de gevraagde gegevens naar waarheid zijn verstrekt en geen relevante gegevens zijn verzwegen (artikel 6, vierde lid, BVVN) en of hij of één van de in de optieverklaring genoemde personen ouder dan zestien jaar niet polygaam gehuwd is en al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie in verband met een misdrijf. De burgemeester zet, voordat de optant de verklaring ondertekent, de openbare orde richtlijnen en het beginsel van monogamie bij optie uiteen en wijst de optant erop dat een en ander gevolgen kan hebben voor de bevestiging van de optieverklaring. Betrokkene wordt in de gelegenheid gesteld om op de verklaring aan te geven of er sprake is van bijzondere feiten en/of omstandigheden op grond waarvan, naar zijn mening, ten aanzien van hem of de betreffende minderjarige niet mag worden geconcludeerd dat op grond van zijn gedrag ernstige vermoedens bestaan dat hij een gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk (zie verder: de toelichting bij artikel 6, derde lid, RWN en artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN)
Enkele optanten zijn niet verplicht een verklaring omtrent verblijfsstatus en/of gedrag af te leggen. Met betrekking tot de verklaring omtrent verblijfsstatus gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c en d, RWN, artikel 6, eerste lid, aanhef en onder f juncto artikel 26 RWN, artikel 28 RWN en artikel V, eerste lid, RRWN. Met betrekking tot de verklaring omtrent gedrag gaat het om opties op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (tenzij de optant meerderjarig is) en c, RWN en artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN indien de optant op het moment van het afleggen van de optie de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt. Voorts hoeft geen verklaring omtrent gedrag te worden ondertekend indien een optie op grond van artikel V, eerste lid, RRWN wordt afgelegd.
@ -1256,6 +1256,8 @@ Voor wat betreft verklaringen en/of afschriften dan wel uittreksels van buitenla
geboorteakte van hemzelf; én
geboorteakten van kinderen waarvoor medeverkrijging van het Nederlanderschap wordt beoogd; in geval van adoptiefkinderen eventueel aangevuld met adoptieakte/ vonnis of andere stukken waarmee de adoptie kan worden aangetoond; én
huwelijksakte indien optie wordt verzocht op grond van driejarig huwelijk met een Nederlander of indien de optant als gevolg van het huwelijk meerderjarig is geworden of indien het betreft een optie met toepassing van artikel 26, eerste lid, aanhef en onder c, RWN);
echtscheidings- c.q. verstotingsakte. Dit document is alleen van belang indien er twee of meer huwelijken in de GBA staan geregistreerd voor de beoordeling van de vraag of er mogelijk sprake is van polygamie (artikel 6, derde lid)
(indien van toepassing in betreffende land, bijv Marokko): familieboekje. Het familieboekje is eveneens van belang voor de beoordeling van de vraag of mogelijk sprake is van polygamie. Zo kan bekeken worden of in dit boekje kinderen zijn vermeld die een andere moeder hebben dan de echtgenote van de optant. Is dat het geval, dan dient, in verband met bevestiging van de verkrijging van het Nederlanderschap, het huwelijk van de optant met die andere vrouw beëindigd te zijn. In Islamitische landen worden in principe alleen wettige kinderen in een dergelijk boekje vermeld.
bewijs van erkenning of wettiging (bijvoorbeeld erkenningsakte, geboorteakte met latere vermelding betreffende erkenning/wettiging of huwelijksakte ouders) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN;
bewijs van gezamenlijk gezag (bijvoorbeeld akte van registratie van het partnerschap van de moeder van de optant en haar Nederlandse partner, of het vonnis van de Nederlandse rechter waarbij tot gezamenlijk gezag is besloten) in geval van een optieverklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d, RWN.
@ -1415,14 +1417,50 @@ Om te bevorderen dat de minister ervan op de hoogte is dat een persoon op grond
### 6-3. Toelichting ad artikel 6, derde lid
**Zij weigert de bevestiging indien op grond van het gedrag van de persoon, die de verklaring betreft, ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk, tenzij volkenrechtelijke verplichtingen zich daartegen verzetten.**
De optieverklaring wordt niet bevestigd als er op grond van het gedrag van de verzoeker ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Dit is een imperatieve weigeringsgrond. De burgemeester heeft geen beleidsvrijheid. Dit volgt uit de tekst van de wet. De richtlijnen om vast te stellen of er op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk zijn dezelfde als in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN bij naturalisatie.35Memorie van Toelichting bij artikel 10 BVVN, TK 1999-2000, 25 891 (R 1609), p. 51-3698. Zie voor de richtlijnen de uitgebreide toelichting bij artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN.
De bevestiging van de optieverklaring van de optant die voldoet aan de voorwaarden van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b (indien optant minderjarig is) of c, RWN kan niet worden geweigerd als er op grond van het gedrag van de optant ernstige vermoedens bestaan dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde, de goede zeden of de veiligheid van het Koninkrijk. Verdragsverplichtingen verzetten zich in die gevallen tegen een weigering. Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, RWN gaat het daarbij om artikel 6, tweede lid, aanhef en onder b van het Europees Verdrag inzake nationaliteit (*Trb. *1998, 149). Bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, RWN is de weigering niet toegestaan op grond van artikel 6, eerste lid 1, aanhef en onder a van het Europees Verdrag inzake nationaliteit.
20034404-03-200320034404-03-200301-04-2003
| | Kent polygamie | Polygamie onder beperkte voorwaarden | Polygamie alleen voor islamitische groep | Kent geen polygamie | Verstoting | Geen verstoting | Onbekend |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Afghanistan | x | | | | x | | |
| Algerije | x | | | | x | | |
| Bahrein | x | | | | x | | |
| Bangladesh | | x | | | x | | |
| Brunei | | | x | | x | | |
| Djibouti | x | | | | | x | |
| Egypte | | x | | | x | | |
| Ethiopië | | | | x | | | |
| Gambia | | | x | | | x | |
| India | | x | | | x | | |
| Indonesië | | x | | | | x | |
| Irak | x | | | | x | | |
| Iran | x | | | | x | | |
| Jemen | | x | | | x | | |
| Jordanië | x | | | | x | | |
| Kenia | | | | x | x | | |
| Koeweit | x | | | | x | | |
| Libanon | | | x | | x | | |
| Libië | | x | | | x | | |
| Maleisië | | | x | | x | | |
| Malediven | x | | | | | | x |
| Mali | x | | | | | x | |
| Marokko | x | | | | x | | |
| Mauritanië | x | | | | x | | |
| Niger | | | x | | x | | |
| Nigeria | | | x | | | x | |
| Oeganda | | x | | | | x | |
| Pakistan | | x | | | x | | |
| Katar (Qatar) | x | | | | x | | |
| Saudi-Arabië | | | | | x | | |
| Senegal | x | | | | | x | |
| Sierra Leone | | | x | | x | | |
| Singapore | | x | | | x | | |
| Soedan | | | x | | x | | |
| Somalië | | x | | | x | | |
| Suriname | | x | | | x | | |
| Syrië | | x | | | x | | |
| Tanzania | | x | | | | x | |
| Tsjaad | | x | x | | x | | |
| Tunesië | | | | x | | x | |
| Verenigde Arabische Emiraten | x | | | | x | | |
| Zambia | | | x | | | | |
### 6-4. Toelichting ad artikel 6, vierde lid
@ -2576,6 +2614,11 @@ c. geldboete van 453,78 (ƒ 1000) of meer;
d. strafbeschikking of transactie van 453,78 (ƒ 1000) of meer;
e. strafbeschikking, transactie of geldboete van 226,89 (ƒ 500) of meer, mits er in de periode van vier jaren direct voorafgaande aan het verzoek of de beslissing daarop meerdere strafbeschikkingen, transacties of geldboeten van 226,89 (ƒ 500) of meer zijn uitgevaardigd, opgelegd of betaald, met een totaal van 680,67 (ƒ 1500) of meer.
Daarbij is niet relevant of de sanctie voorwaardelijk is opgelegd, en evenmin of de tenuitvoerlegging geheel of gedeeltelijk door gratie is kwijtgescholden. Alleen in zeer bijzondere gevallen is afwijking van het vorenstaande mogelijk.
4. huwelijkspositie in strijd met de civielrechtelijke openbare orde
Aan de orde als verzoeker polygaam gehuwd is. De Nederlandse openbare orde verzet zich tegen het voltrekken en voortbestaan van een polygaam huwelijk van een vreemdeling op het moment waarop deze het Nederlanderschap verkrijgt of heeft verkregen (zie onder artikel 6 en 8 RWN).
#### 2. Afwijzing indien de verblijfstitel op grond van de Vreemdelingenwet 2000 kan worden ingetrokken
Het openbare-ordebeleid bij naturalisatie komt niet geheel overeen met het openbare-ordebeleid in het vreemdelingenrecht. De reden daarvoor is dat de verlening van het Nederlanderschap iets geheel anders is dan de verlening van een vergunning tot verblijf. Het Nederlanderschap geeft immers rechten die een verblijfsvergunning niet geeft, bijvoorbeeld actief en passief kiesrecht voor de Staten-Generaal en de mogelijkheid een beroep te doen op consulaire bescherming, en stelt bepaalde ambten open die niet voor vreemdelingen openstaan. Daarom mogen er ook andere regels worden gesteld.
@ -2668,11 +2711,11 @@ Het is in zeer bijzondere gevallen dus mogelijk dat een verzoek dat op grond van
#### 6. Procedure
In de naturalisatieprocedure wordt het verzoek om naturalisatie ingediend bij de burgemeester, die een onderzoek instelt en daarover adviseert aan de Minister van Justitie. Het advies ziet onder meer op de vraag of er ernstige vermoedens bestaan om aan te nemen dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt.
In de naturalisatieprocedure wordt het verzoek om naturalisatie ingediend bij de burgemeester, die een onderzoek instelt en daarover adviseert aan de Minister van Justitie. Het advies ziet onder meer op de vraag of er ernstige vermoedens bestaan om aan te nemen dat de verzoeker een gevaar voor de openbare orde vormt. Naast de aanwezigheid van criminele antecedenten is ook bij een polygaam huwelijk van de verzoeker sprake van gevaar voor de openbare orde in de zin van artikel 9 eerste lid aanhef en onder a RWN.
##### 6.1. Verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag
Iedere verzoeker dient door middel van een verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (zie model 2.3) schriftelijk te verklaren of hij, of een van de in het verzoek genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of Justitie. De verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag omvat meerdere verklaringen. Indien verzoeker aangeeft dat hij een of meer van deze verklaringen niet naar waarheid kan afleggen, moet de burgemeester:
Iedere verzoeker dient door middel van een verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag (zie model 2.3) schriftelijk te verklaren of hij, of een van de in het verzoek genoemde personen ouder dan zestien jaar, al dan niet in aanraking is geweest met politie en/of justitie alsmede dat hij niet polygaam gehuwd is. De verklaring omtrent verblijfsstatus en gedrag omvat meerdere verklaringen. Indien verzoeker aangeeft dat hij een of meer van deze verklaringen niet naar waarheid kan afleggen, moet de burgemeester:
a. die betreffende verklaring(en) doorhalen voordat de verzoeker de overige verklaringen ondertekent;
b. de verzoeker in de gelegenheid stellen aan te geven waarom deze de doorgehaalde verklaringen niet kan ondertekenen;