From f1ec4c1d71b13322786ccc7a616de80d2e10e6a3 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2023 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2023-01-01 | BWBR0007119 | Wet waardering onroerende zaken --- wet/wet-waardering-onroerende-zaken/BWBR0007119/README.md | 2 +- 1 file changed, 1 insertion(+), 1 deletion(-) diff --git a/wet/wet-waardering-onroerende-zaken/BWBR0007119/README.md b/wet/wet-waardering-onroerende-zaken/BWBR0007119/README.md index 1ef2603e385..39f63b2638e 100644 --- a/wet/wet-waardering-onroerende-zaken/BWBR0007119/README.md +++ b/wet/wet-waardering-onroerende-zaken/BWBR0007119/README.md @@ -303,7 +303,7 @@ Vervallen ### Artikel 30 -**1.** Met betrekking tot de waardebepaling en de waardevaststelling ingevolge de hoofdstukken III en IV zijn de artikelen 1, derde lid, 5, eerste lid, tweede volzin, 22j tot en met 30, 47, 49 tot en met 51, 52a, 53a, 54 en 56 tot en met 60 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede lichamen, is voorts artikel 52, vierde en vijfde lid, en - voor zoveel het betreft het bewaren van gegevensdragers - zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. +**1.** Met betrekking tot de waardebepaling en de waardevaststelling ingevolge de hoofdstukken III en IV zijn de artikelen 1, derde lid, 5, eerste lid, tweede volzin, 22j, 24a, eerste lid, 25 tot en met 30, 47, 49 tot en met 51, 52a, 53a, 54 en 56 tot en met 60 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen, alsmede lichamen, is voorts artikel 52, vierde en vijfde lid, en - voor zoveel het betreft het bewaren van gegevensdragers - zesde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. **2.** Een bezwaarschrift tegen een beschikking die is bekendgemaakt en verenigd in één geschrift met een aanslag onroerende-zaakbelastingen, zoals bedoeld in artikel 24, negende lid, wordt geacht mede te zijn gericht tegen die aanslag, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt.