2021-10-01 | BWBR0045100 | Besluit bekostiging WVO 2021

This commit is contained in:
Coornhert 2021-10-01 12:00:00 +00:00
parent 2c928c0349
commit f1f2705a35

View file

@ -42,7 +42,7 @@ d. op de teldatum korter dan twee jaar in Nederland verblijft;
- *schooljaar:* tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli van het daarop volgende kalenderjaar;
- *teldatum:* datum van 1 oktober, bedoeld in artikel 81 van de wet;
- *uitkering:* een werkloosheidsuitkering, een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid of een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet,
- *verticale scholengemeenschap:* verticale scholengemeenschap als bedoeld in artikel 2.6.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- *verticale scholengemeenschap:* een gemeenschap van een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en een school;
- *vbo:* voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10b van de wet;
- *vmbo:* voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de wet;
- *vwo:* voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de wet;
@ -124,7 +124,7 @@ b. een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van d
### Artikel 6
In afwijking van artikel 2, tweede lid, wordt er voor een school of scholengemeenschap die deel uitmaakt van een verticale scholengemeenschap in het bedrag per vestiging geen onderscheid gemaakt tussen de hoofdvestiging en een nevenvestiging. De hoofdvestiging van de school of scholengemeenschap die voldoet aan artikel 2, eerste lid, komt in aanmerking voor het op grond van artikel 2, tweede lid, vastgestelde bedrag voor een nevenvestiging.
In afwijking van artikel 2, tweede lid, wordt er voor een verticale scholengemeenschap in het bedrag per vestiging geen onderscheid gemaakt tussen de hoofdvestiging en een nevenvestiging. De hoofdvestiging van een verticale scholengemeenschap die voldoet aan artikel 2, eerste lid, komt in aanmerking voor het op grond van artikel 2, tweede lid, vastgestelde bedrag voor een nevenvestiging.
### Artikel 7
@ -183,7 +183,7 @@ b. er sprake is van een tijdelijke plaatsing als bedoeld in artikel 27, lid 2f,
**2.** In afwijking van het eerste lid, tellen leerlingen die zijn afgewezen voor een eindexamen als bedoeld in artikel 29 van de wet en aansluitend op grond van artikel 3 van het Besluit samenwerking VO-BVE voor een of meer vakken voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgen in plaats van voortgezet onderwijs, op de teldatum voor 50% mee.
**3.** In afwijking van het eerste lid en van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, tellen leerlingen die op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit samenwerking VO-BVE voor een of meer vakken voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgen in plaats van voortgezet onderwijs, op de teldatum voor 50% mee.
**3.** In afwijking van het eerste lid en van artikel 9, eerste lid, onderdeel b, tellen leerlingen die met goed gevolg eindexamen aan een school voor vwo, havo of mavo hebben afgelegd, zich voorbereiden op het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school en op grond van artikel 3 van het Besluit samenwerking VO-BVE voor een of meer vakken voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgen in plaats van voortgezet onderwijs, op de teldatum voor 50% mee.
### Artikel 12
@ -398,17 +398,11 @@ c. voor zover het een bijzondere school betreft, de niet bestede gedeelten van d
### Artikel 32
**1.** Het samenwerkingsverband neemt in het ondersteuningsplan een datum op wanneer wordt vastgesteld of sprake is van een meer dan gemiddelde toename van het aantal ingeschreven leerlingen, bedoeld in artikel 17a, achtste lid, onderdeel g, van de wet. Deze vaststelling vindt in ieder geval plaats in de periode tussen 1 februari en 1 juni.
**2.** Indien een meer dan gemiddelde toename, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld, draagt het samenwerkingsverband voor het aantal leerlingen dat na 1 februari toelaatbaar is verklaard tot het voortgezet speciaal onderwijs per leerling een bedrag over aan de school waar de leerling is ingeschreven.
**3.** Het bedrag, bedoeld in het tweede lid, is afhankelijk van de in de toelaatbaarheidsverklaring opgenomen ondersteuningsbehoefte van de leerling en wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
**4.** De overdracht, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op het kalenderjaar dat volgt op de teldatum.
De formatie, bedoeld in artikel 84, vijfde lid, van de wet bedraagt 0,007930 formatieplaats per leerling.
### Artikel 33
Vervallen
De bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in de artikelen 85, eerste en vierde lid, en 90, eerste en vierde lid, van de wet, wordt berekend door een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen, bedoeld in artikel 8 dat als werkelijk schoolgaand staat ingeschreven op de vestigingen van scholen binnen het samenwerkingsverband.
### Artikel 34