2004-05-28 | BWBR0003793 | Landinrichtingswet

This commit is contained in:
Coornhert 2004-05-28 12:00:00 +00:00
parent 3254b815e8
commit f24fcd7e58

View file

@ -16,7 +16,7 @@ citeertitel: Landinrichtingswet
In deze wet wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw en Visserij;
Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
bevoegd bestuursorgaan: bestuursorgaan, dat bevoegd is tot besluitneming inzake de verwezenlijking van infrastructurele voorzieningen van nationaal of regionaal belang;
@ -26,8 +26,6 @@ eigenaar: hij, die eigenaar is van een tot het blok behorende onroerende zaak en
rechthebbende: de eigenaar en hij, aan wie een niet onder de omschrijving van eigenaar genoemd beperkt recht toebehoort, waaraan een tot het blok behorende onroerende zaak is onderworpen, hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht van huur toebehoort of hij aan wie met betrekking tot zulk een zaak een recht als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek toebehoort;
centrale commissie: de commissie, bedoeld in artikel 7;
structuurschema: het structuurschema, bedoeld in artikel 6;
voorbereidingsschema: het voorbereidingsschema, bedoeld in artikel 18;
@ -74,27 +72,19 @@ e. de cultuurhistorie.
### Artikel 7
**1.** Er is een Centrale Landinrichtingscommissie.
**2.** De centrale commissie vervult de taken, haar bij of krachtens deze of een andere wet opgedragen.
**3.** De centrale commissie wordt bij uitvoering van de haar bij of krachtens deze of een andere wet opgedragen taken bijgestaan door de Landinrichtingsdienst van het Ministerie van Landbouw en Visserij.
Vervallen
### Artikel 8
**1.** Wij benoemen en ontslaan de voorzitter en de overige leden van de centrale commissie en behouden Ons voor plaatsvervangende en adviserende leden te benoemen.
**2.** De centrale commissie bestaat uit ten hoogste twintig leden en is zodanig samengesteld dat tezamen ten minste twee vijfden van het aantal leden worden gevormd door vertegenwoordigers van door Ons aangewezen organisaties op het gebied van de land-, tuin- en bosbouw, de natuur en het landschap en de openluchtrecreatie.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot de taak, werkwijze en samenstelling van de centrale commissie. Deze regelen hebben mede betrekking op de zittingsduur, de schorsing, het ontslag van de leden van de centrale commissie en op de aan hen toe te kennen vergoedingen en de door de Landinrichtingsdienst te verlenen bijstand.
Vervallen
### Artikel 9
**1.** Wanneer de centrale commissie het ten behoeve van de voorbereiding van landinrichting nodig acht, dat grond wordt betreden of daarop gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet hij, die de eigendom van de grond heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan de grond is onderworpen, dan wel de gebruiker van de grond, dit gedogen.
**1.** Wanneer Onze Minister het ten behoeve van de voorbereiding van landinrichting nodig acht, dat grond wordt betreden of daarop gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet hij, die de eigendom van de grond heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan de grond is onderworpen, dan wel de gebruiker van de grond, dit gedogen.
**2.** De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht.
**3.** De schade, die uit de toepassing van het eerste lid voortvloeit, wordt vanwege de Staat vergoed. Het verzoek om schadevergoeding moet worden ingediend bij de centrale commissie. Bij geschil over het beloop van de schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de desbetreffende onroerende zaak geheel of grotendeels is gelegen, bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
**3.** De schade, die uit de toepassing van het eerste lid voortvloeit, wordt vanwege de Staat vergoed. Het verzoek om schadevergoeding moet worden ingediend bij Onze Minister. Bij geschil over het beloop van de schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin de desbetreffende onroerende zaak geheel of grotendeels is gelegen, bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
### Artikel 10
@ -109,7 +99,7 @@ b. gesloten begraafplaatsen dan wel graven of grafkelders als bedoeld in artikel
**3.** Zonder toestemming van de eigenaar wordt geen wijziging gebracht in diens recht ten aanzien van gebouwen.
**4.** De centrale commissie kan in overeenstemming met gedeputeerde staten toestaan, dat van de bepaling in het derde lid wordt afgeweken, indien zij de totstandkoming van de landinrichting in de weg zou staan.
**4.** Onze Minister kan in overeenstemming met gedeputeerde staten toestaan, dat van de bepaling in het derde lid wordt afgeweken, indien zij de totstandkoming van de landinrichting in de weg zou staan.
### Artikel 11
@ -170,7 +160,7 @@ Ruilverkaveling bij overeenkomst is de vorm van landinrichting, waarbij drie of
**3.** Het voorbereidingsschema wordt jaarlijks vastgesteld.
**4.** De vaststelling van het voorbereidingsschema vindt, mede op de grondslag van het structuurschema, plaats door Onze Minister op de voordracht van de centrale commissie.
**4.** De vaststelling van het voorbereidingsschema vindt, mede op de grondslag van het structuurschema, plaats door Onze Minister.
### Artikel 19
@ -181,15 +171,13 @@ Ruilverkaveling bij overeenkomst is de vorm van landinrichting, waarbij drie of
Provinciale staten nemen bij het doen van de in het vorige lid bedoelde voorstellen in aanmerking:
a. het structuurschema;
b. de zienswijze van de centrale commissie omtrent een overeenkomstig artikel 23 ingediend verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen;
b. de zienswijze van Onze Minister omtrent een overeenkomstig artikel 23 ingediend verzoek om landinrichting in voorbereiding te nemen;
c. het provinciaal ruimtelijk beleid, voor zover dit is neergelegd in een streekplan of een besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
**3.** Indien provinciale staten voornemens zijn een vorm van landinrichting voor te stellen aan Onze Minister, die afwijkt van de vorm van landinrichting zoals deze vervat is in het verzoek, als bedoeld in artikel 23, horen gedeputeerde staten de indieners van het verzoek, alvorens het voorstel aan Onze Minister toe te zenden.
**4.** De voorstellen geven voor ieder gebied waarop zij betrekking hebben aan, of herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorgesteld en of het besluit tot herinrichting dan wel het besluit tot ruilverkaveling wordt voorbereid, hetzij op de wijze als bedoeld in Titel 3-6 van dit Hoofdstuk, hetzij op de wijze als bedoeld in Titel 7 van dit Hoofdstuk.
**5.** Onze Minister stelt de in het eerste lid bedoelde voorstellen in handen van de centrale commissie.
### Artikel 20
**1.** Het voorbereidingsschema geeft voor ieder daarop vermeld gebied aan of herinrichting dan wel ruilverkaveling wordt voorbereid.
@ -239,11 +227,7 @@ d. natuurlijke personen en rechtspersonen, die gezamenlijk ten minste dertig pro
### Artikel 25
**1.** Onze Minister stelt het verzoek in handen van de centrale commissie.
**2.**
De centrale commissie brengt het verzoek onverwijld ter kennis van:
Onze Minister brengt het verzoek onverwijld ter kennis van:
a. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies,
b. de gemeenten,
@ -255,7 +239,7 @@ op welker grondgebied het verzoek betrekking heeft.
**1.**
De centrale commissie stelt binnen een tijdvak van twee jaren na datum van de indiening van het verzoek, als bedoeld in artikel 24, haar zienswijze daaromtrent op en brengt deze schriftelijk ter kennis van:
Onze Minister stelt binnen een tijdvak van twee jaren na datum van de indiening van het verzoek, als bedoeld in artikel 24, zijn zienswijze daaromtrent op en brengt deze schriftelijk ter kennis van:
a. de colleges van gedeputeerde staten van de provincies,
b. de gemeenten,
@ -281,11 +265,11 @@ d. de wijze van voorbereiding.
### Artikel 27
**1.** Nadat een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema is vermeld stellen gedeputeerde staten, gehoord de centrale commissie, een landinrichtingscommissie met betrekking tot dat gebied in.
**1.** Nadat een gebied voor de eerste keer op het voorbereidingsschema is vermeld stellen gedeputeerde staten een landinrichtingscommissie met betrekking tot dat gebied in.
**2.**
Gedeputeerde staten zenden bericht van de instelling van een landinrichtingscommissie aan de centrale commissie, alsmede aan:
Gedeputeerde staten zenden bericht van de instelling van een landinrichtingscommissie aan Onze Minister, alsmede aan:
a. de colleges van gedeputeerde staten van de overige provincies,
b. de gemeenten en
@ -297,15 +281,15 @@ op welker grondgebied het in te richten gebied is gelegen.
**1.** Een landinrichtingscommissie bestaat uit ten hoogste zeven leden, waaronder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
**2.** Indien de aard of omvang van het gebied daartoe aanleiding geeft, kunnen gedeputeerde staten in overeenstemming met de centrale commissie besluiten, dat de landinrichtingscommissie zal bestaan uit een daarbij vast te stellen aantal van meer dan zeven leden.
**2.** Indien de aard of omvang van het gebied daartoe aanleiding geeft, kunnen gedeputeerde staten besluiten, dat de landinrichtingscommissie zal bestaan uit een daarbij vast te stellen aantal van meer dan zeven leden.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regelen gegeven met betrekking tot de wijze van benoeming, de zittingsduur, de schorsing en het ontslag van de leden van een landinrichtingscommissie alsmede met betrekking tot de aan hen toe te kennen vergoedingen.
**4.** Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met de centrale commissie adviserende leden benoemen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Gedeputeerde staten kunnen adviserende leden benoemen. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 29
De landinrichtingscommissie is bevoegd, in overeenstemming met de centrale commissie, al dan niet uit haar midden, sub-commissies in te stellen.
De landinrichtingscommissie is bevoegd al dan niet uit haar midden, sub-commissies in te stellen.
### Artikel 30
@ -353,7 +337,7 @@ b. met betrekking tot het in te richten gebied, op de grondslag van de in artike
7. een voorlopige raming van de kosten en de voorgestelde verdeling daarvan;
c. een of meer kaarten waarop het onder *a* en *b* gestelde alsmede in voorkomende gevallen de in artikel 36 bedoelde beheersgebieden en reservaatsgebieden zoveel mogelijk afzonderlijk worden weergegeven.
**2.** De centrale commissie kan bepalen dat door haar aangewezen voorzieningen van openbaar nut slechts in het kader van de landinrichting tot stand worden gebracht, indien tussen de landinrichtingscommissie en het betrokken openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan en over de voorwaarden waaronder de betaling zal plaatsvinden, en zij instemt met deze bijdrage en voorwaarden.
**2.** Onze Minister kan bepalen dat door Onze Minister aangewezen voorzieningen van openbaar nut slechts in het kader van de landinrichting tot stand worden gebracht, indien tussen de landinrichtingscommissie en het betrokken openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan en over de voorwaarden waaronder de betaling zal plaatsvinden, en Onze Minister instemt met deze bijdrage en voorwaarden.
### Artikel 36
@ -382,22 +366,18 @@ de begrenzing in hoofdlijnen van deze beheersgebieden onderscheidenlijk reservaa
**4.** Het verslag wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting van de dientengevolge in het voorontwerp, aangebrachte wijzigingen.
**5.** De centrale commissie kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de in de vorige leden bedoelde mogelijkheid tot inspraak.
### Artikel 39
De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel 38, vierde lid, bedoelde verslag en de aangebrachte wijzigingen in het voorontwerp in handen van de centrale commissie.
Vervallen
### Artikel 40
**1.** De centrale commissie stelt het landinrichtingsprogramma in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten.
**1.** De landinrichtingscommissie stelt het landinrichtingsprogramma in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten.
**2.** De centrale commissie geeft van de in artikel 35, eerste lid, onder *a*, bedoelde grenzen, zoals deze in het ontwerp van het landinrichtingsprogramma zijn opgenomen, openbare kennis op de wijze zoals in artikel 41, tweede lid, eerste volzin, aangegeven.
**2.** De landinrichtingscommissie geeft van de in artikel 35, eerste lid, onder *a*, bedoelde grenzen, zoals deze in het ontwerp van het landinrichtingsprogramma zijn opgenomen, openbare kennis op de wijze zoals in artikel 41, tweede lid, eerste volzin, aangegeven.
**3.** Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft.
**4.** Indien het ontwerp afwijkt van het voorontwerp, doet de centrale commissie hiervan mededeling aan de landinrichtingscommissie.
### Artikel 41
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ontwerp gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
@ -416,7 +396,7 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
### Artikel 43
**1.** Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, wordt alvorens zij het landinrichtingsprogramma vaststellen, advies ingewonnen van de centrale commissie.
**1.** Indien provinciale staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, wordt alvorens zij het landinrichtingsprogramma vaststellen, advies ingewonnen van de landinrichtingscommissie.
**2.** Voorzover provinciale staten het landinrichtingsprogramma vaststellen in afwijking van het in het vorige lid bedoelde advies, zenden gedeputeerde staten het besluit daartoe binnen twee weken na vaststelling aan Onze Minister.
@ -424,7 +404,7 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
**4.** Het koninklijk besluit tot vernietiging wordt in het *Staatsblad *geplaatst.
**5.** Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan, gehoord de centrale commissie.
**5.** Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan.
**6.** Een besluit tot vernietiging kan niet worden genomen, indien een jaar is verstreken na de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde besluit. Wij behouden Ons voor de termijn van een jaar met zes maanden te verlengen.
@ -432,10 +412,9 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
Onze Minister zendt het besluit tot vernietiging onverwijld aan:
a. de centrale commissie;
b. de landinrichtingscommissie;
c. provinciale staten;
d. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft.
a. de landinrichtingscommissie;
b. provinciale staten;
c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft.
### Artikel 44
@ -459,9 +438,9 @@ Provinciale staten delen aan hen, die bedenkingen naar voren hebben gebracht, de
**1.** Gedeputeerde staten maken onder vermelding van de gevolgen die de wet daaraan verbindt het besluit tot herinrichting bekend in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied op de aldaar gebruikelijke wijze.
**2.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot herinrichting naar Onze Minister, de centrale commissie, de landinrichtingscommissie en, indien met toepassing van Hoofdstuk VII herverkaveling zal plaatsvinden, naar de arrondissementsrechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot herinrichting naar Onze Minister, de landinrichtingscommissie en, indien met toepassing van Hoofdstuk VII herverkaveling zal plaatsvinden, naar de arrondissementsrechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**3.** De arrondissementsrechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, aan de landinrichtingscommissie en aan de centrale commissie.
**3.** De arrondissementsrechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie.
### Artikel 48
@ -683,7 +662,7 @@ De voorzitter van het hoofdstembureau maakt onverwijld de uitslag van de stemmin
### Artikel 68
Indien niet tot ruilverkaveling is besloten, stellen gedeputeerde staten alle stukken die op de voorbereiding van de ruilverkaveling betrekking hebben, in handen van de centrale commissie.
Indien niet tot ruilverkaveling is besloten, stellen gedeputeerde staten alle stukken die op de voorbereiding van de ruilverkaveling betrekking hebben, in handen van Onze Minister.
### Artikel 69
@ -738,7 +717,7 @@ a. wijziging van het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarb
b. veiligstelling, aanleg en ontwikkeling van gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische en natuurwetenschappelijke waarde;
c. uitvoering van andere dan onder *a* en *b* begrepen werken van openbaar nut.
**3.** Indien artikel 35, tweede lid, is toegepast worden de aldaar bedoelde voorzieningen slechts na toestemming van de centrale commissie in het landinrichtingsplan opgenomen.
**3.** Indien artikel 35, tweede lid, is toegepast worden de aldaar bedoelde voorzieningen slechts in het landinrichtingsplan opgenomen, nadat de aldaar bedoelde instemming is verkregen.
### Artikel 75
@ -801,20 +780,16 @@ b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 142, eer
**4.** Het verslag wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting van de dientengevolge in het voorontwerp aangebrachte wijzigingen.
**5.** De centrale commissie kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de in de vorige leden bedoelde mogelijkheid tot inspraak.
### Artikel 78
De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel 77, vierde lid, bedoelde verslag en de aangebrachte wijzigingen in het voorontwerp, in handen van de centrale commissie.
Vervallen
### Artikel 79
**1.** De centrale commissie stelt het landinrichtingsplan in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten.
**1.** De landinrichtingscommissie stelt het landinrichtingsplan in ontwerp vast en zendt dit aan gedeputeerde staten.
**2.** Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft.
**3.** Indien het ontwerp afwijkt van het voorontwerp, doet de centrale commissie hiervan mededeling aan de landinrichtingscommissie.
### Artikel 80
**1.** Gedeputeerde staten leggen het ontwerp gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten en de waterschappen, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied.
@ -829,9 +804,11 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
**2.** Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 80, derde lid, bepaald, bedenkingen naar voren zijn gebracht, slaan zij op die bedenkingen zodanig acht als zij menen te behoren.
**3.** De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het landinrichtingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister.
### Artikel 82
**1.** Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, winnen zij advies in van de centrale commissie, alvorens zij het landinrichtingsplan vaststellen.
**1.** Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp, winnen zij advies in van de landinrichtingscommissie, alvorens zij het landinrichtingsplan vaststellen.
**2.** Voor zover gedeputeerde staten het landinrichtingsplan vaststellen in afwijking van het in het vorige lid bedoelde advies, zenden zij hun besluit daartoe binnen twee weken na vaststelling aan Onze Minister.
@ -839,7 +816,7 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
**4.** Het koninklijk besluit tot vernietiging wordt in het *Staatsblad* geplaatst.
**5.** Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan, gehoord de centrale commissie.
**5.** Een voordracht tot vernietiging wordt Ons door Onze Minister gedaan.
**6.** Een besluit tot vernietiging kan niet worden genomen, indien een jaar is verstreken na de ontvangst van het in het tweede lid bedoelde besluit. Wij behouden Ons voor de termijn van een jaar met zes maanden te verlengen.
@ -847,10 +824,9 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
Onze Minister zendt het besluit tot vernietiging onverwijld aan:
a. de centrale commissie;
b. de landinrichtingscommissie;
c. gedeputeerde staten;
d. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft.
a. de landinrichtingscommissie;
b. gedeputeerde staten;
c. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernietiging betrekking heeft.
### Artikel 83
@ -866,19 +842,19 @@ d. de gemeenten en de waterschappen op welker grondgebied het besluit tot vernie
**2.** Gedeputeerde staten kunnen tot het tijdstip als bedoeld in het eerste lid de landinrichtingscommissie een aanwijzing geven met betrekking tot een op te stellen wijziging van het landinrichtingsplan, indien zich zodanige omstandigheden voordoen, dat één of meer wezenlijke onderdelen van het landinrichtingsplan niet of ontoereikend kunnen worden verwezenlijkt.
**3.** De centrale commissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid.
**3.** De landinrichtingscommissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid.
**4.** De artikelen 74-83 zijn van overeenkomstige toepassing.
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kunnen de grenzen van een blok worden gewijzigd door de centrale commissie in overeenstemming met de belanghebbende eigenaren.
**5.** In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kunnen de grenzen van een blok worden gewijzigd door de landinrichtingscommissie in overeenstemming met de belanghebbende eigenaren.
**6.** Maakt de centrale commissie van deze bevoegdheid gebruik dan doet zij hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, de rechter-commissaris, de landinrichtingscommissie en de belanghebbende eigenaren.
**6.** Maakt de landinrichtingscommissie van deze bevoegdheid gebruik dan doet zij hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, de rechter-commissaris en de belanghebbende eigenaren.
**7.** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een landinrichtingsplan waarvoor geen begrenzingenplan als bedoeld in artikel 131 wordt vastgesteld, worden gewijzigd tot het moment waarop de centrale commissie, ingevolge artikel 199, tweede lid, heeft ingestemd met het plan van toedeling.
**7.** In afwijking van het eerste lid kan een landinrichtingsplan waarvoor geen begrenzingenplan als bedoeld in artikel 131 wordt vastgesteld, worden gewijzigd tot het plan van toedeling overeenkomstig artikel 199, eerste lid, ter inzage wordt gelegd.
### Artikel 85
**1.** Bij het landinrichtingsplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de landinrichtingscommissie, met instemming van de centrale commissie en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het landinrichtingsplan uit te werken en de daarin omschreven maatregelen en voorzieningen uit te breiden.
**1.** Bij het landinrichtingsplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de landinrichtingscommissie, met instemming van Onze Minister en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het landinrichtingsplan uit te werken en de daarin omschreven maatregelen en voorzieningen uit te breiden.
**2.** De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, maakt deel uit van het landinrichtingsplan.
@ -913,7 +889,7 @@ Onverminderd het bepaalde in de artikelen 74 en 75 bevat het landinrichtingsplan
a. met betrekking tot het in te richten gebied, op de grondslag van de in artikel 20, tweede lid, onder *b*, bedoelde overwegingen en uitgangspunten, de nadere uitwerking van de uitgangspunten en de doeleinden van herinrichting onderscheidenlijk ruilverkaveling;
b. een beschrijving van de te verwachten gevolgen van de onder artikel 74, eerste lid, onder *d*, bedoelde maatregelen en voorzieningen voor de economische toestand met inbegrip van de werkgelegenheid, de leef- en werkomstandigheden, de natuur en het landschap en de gesteldheid van water, bodem en lucht.
**4.** De centrale commissie kan bepalen dat door haar in het landinrichtingsplan aangewezen voorzieningen van openbaar nut slechts in het kader van landinrichting tot stand worden gebracht, indien tussen de landinrichtingscommissie en het betrokken openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan en over de voorwaarden waaronder de betaling zal plaatsvinden, en zij instemt met deze bijdrage en voorwaarden.
**4.** Onze Minister kan bepalen dat door Onze Minister in het landinrichtingsplan aangewezen voorzieningen van openbaar nut slechts in het kader van landinrichting tot stand worden gebracht, indien tussen de landinrichtingscommissie en het betrokken openbaar lichaam overeenstemming is verkregen over de geldelijke bijdrage van het lichaam in de kosten van de verwezenlijking van het landinrichtingsplan en over de voorwaarden waaronder de betaling zal plaatsvinden, en Onze Minister instemt met deze bijdrage en voorwaarden.
### Artikel 88
@ -921,7 +897,7 @@ De artikelen 79 en 81 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat
a. onder vernummering van het tweede en derde lid tot het derde en vierde lid van artikel 79, komt het tweede lid als volgt te luiden:
2. De centrale commissie geeft van de in artikel 74, eerste lid, onder *a*, bedoelde grenzen, zoals deze in het ontwerp van het landinrichtingsplan zijn opgenomen, openbare kennis op de wijze zoals in artikel 80, tweede lid, eerste volzin, aangegeven.
2. De landinrichtingscommissie geeft van de in artikel 74, eerste lid, onder *a*, bedoelde grenzen, zoals deze in het ontwerp van het landinrichtingsplan zijn opgenomen, openbare kennis op de wijze zoals in artikel 80, tweede lid, eerste volzin, aangegeven.
b. artikel 81, eerste lid, wordt vervangen door:
1. Gedeputeerde staten stellen het landinrichtingsplan vast na toetsing van het ontwerp aan de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals deze hun grondslag vinden in of redelijkerwijs voortvloeien uit een streekplan of een ander besluit van provinciale staten, de provinciale planologische commissie gehoord.
@ -967,17 +943,17 @@ Het bevoegd bestuursorgaan kan tot Onze Minister een met redenen omkleed verzoek
### Artikel 95
Onze Minister stelt het verzoek in handen van de centrale commissie.
Vervallen
### Artikel 96
De centrale commissie onderzoekt of, en zo ja, in hoeverre aanpassingsinrichting wenselijk is.
Onze Minister onderzoekt of, en zo ja, in hoeverre aanpassingsinrichting wenselijk is.
### Artikel 97
**1.** De centrale commissie brengt haar zienswijze schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis van het bevoegd bestuursorgaan en van gedeputeerde staten.
**1.** Onze Minister brengt haar zienswijze schriftelijk en met redenen omkleed ter kennis van het bevoegd bestuursorgaan en van gedeputeerde staten.
**2.** Indien de centrale commissie op grond van het in artikel 96 bedoelde onderzoek van mening is dat aanpassingsinrichting wenselijk is, doet zij haar zienswijze vergezeld gaan van een met redenen omkleed voorstel tot aanpassingsinrichting met betrekking tot dat gebied.
**2.** Indien Onze Minister op grond van het in artikel 96 bedoelde onderzoek van mening is dat aanpassingsinrichting wenselijk is, doet hij zijn zienswijze vergezeld gaan van een met redenen omkleed voorstel tot aanpassingsinrichting met betrekking tot dat gebied.
### Artikel 98
@ -992,7 +968,7 @@ f. één of meer kaarten waarop de onder *b* bedoelde grenzen zijn aangegeven.
### Artikel 99
**1.** Gedeputeerde staten stellen, in overeenstemming met de centrale commissie en het bevoegd bestuursorgaan, met betrekking tot het in te richten gebied een landinrichtingscommissie in.
**1.** Gedeputeerde staten stellen, in overeenstemming met het bevoegd bestuursorgaan, met betrekking tot het in te richten gebied een landinrichtingscommissie in.
**2.**
@ -1053,19 +1029,17 @@ b. maatregelen en voorzieningen voor de verwezenlijking waarvan artikel 143, eer
**4.** Het verslag wordt uiterlijk negen maanden na de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, afgesloten. Het bevat onder meer een overzicht van de naar voren gebrachte zienswijzen en denkbeelden en een uiteenzetting van de dientengevolgen in het voorontwerp aangebrachte wijzigingen.
**5.** De centrale commissie kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de in de vorige leden bedoelde mogelijkheid tot inspraak.
### Artikel 105
De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel 104, vierde lid, bedoelde verslag en de na overleg met het bevoegd bestuursorgaan aangebrachte wijzigingen in het voorontwerp in handen van de centrale commissie.
Vervallen
### Artikel 106
**1.** De centrale commissie stelt het aanpassingsplan in ontwerp vast na overleg met het bevoegd bestuursorgaan en zendt dit aan gedeputeerde staten en het bevoegd bestuursorgaan.
**1.** De landinrichtingscommissie stelt het aanpassingsplan in ontwerp vast na overleg met het bevoegd bestuursorgaan en zendt dit aan gedeputeerde staten en het bevoegd bestuursorgaan.
**2.** Gedeputeerde staten brengen het ontwerp onverwijld ter kennis van de colleges van gedeputeerde staten van de andere provincies, op welker grondgebied dit mede betrekking heeft.
**3.** Indien het ontwerp afwijkt van het voorontwerp, doet de centrale commissie hiervan mededeling aan de landinrichtingscommissie en het bevoegd bestuursorgaan.
**3.** Indien het ontwerp afwijkt van het voorontwerp, doet de landinrichtingscommissie hiervan mededeling aan het bevoegd bestuursorgaan.
### Artikel 107
@ -1081,11 +1055,13 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
**2.** Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 107, derde lid, bepaald bedenkingen naar voren zijn gebracht, slaan zij op die bedenkingen zodanig acht als zij menen te behoren.
**3.** De vaststelling van de hoogte van de door het Rijk te dragen kosten zoals deze in het aanpassingsplan worden opgenomen, geschiedt in overeenstemming met Onze Minister.
### Artikel 109
**1.** Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp winnen zij advies in van de centrale commissie en het bevoegd bestuursorgaan, alvorens zij het aanpassingsplan vaststellen.
**1.** Indien gedeputeerde staten voornemens zijn af te wijken van het ontwerp winnen zij advies in van de landinrichtingscommissie en het bevoegd bestuursorgaan, alvorens zij het aanpassingsplan vaststellen.
**2.** Vaststelling van het aanpassingsplan door gedeputeerde staten in afwijking van een in het eerste lid bedoeld advies geschiedt niet dan nadat Onze Minister en het bevoegd bestuursorgaan gezamenlijk, gehoord de centrale commissie, daarin hebben toegestemd.
**2.** Vaststelling van het aanpassingsplan door gedeputeerde staten in afwijking van een in het eerste lid bedoeld advies geschiedt niet dan nadat Onze Minister en het bevoegd bestuursorgaan gezamenlijk daarin hebben toegestemd.
**3.** De toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
@ -1115,9 +1091,9 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
**1.** Gedeputeerde staten maken onder vermelding van de gevolgen, die de wet daaraan verbindt, het besluit tot aanpassingsinrichting bekend in de *Nederlandse Staatscourant*, in één of meer in het in te richten gebied verspreide dag- of nieuwsbladen en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in het in te richten gebied op de aldaar gebruikelijke wijze.
**2.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot aanpassingsinrichting naar Onze Minister, het bevoegd bestuursorgaan, de centrale commissie, de landinrichtingscommissie en de arrondissementsrechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**2.** Gedeputeerde staten zenden afschrift van het besluit tot aanpassingsinrichting naar Onze Minister, het bevoegd bestuursorgaan, de landinrichtingscommissie en de arrondissementsrechtbank, binnen welker rechtsgebied het in te richten gebied geheel of grotendeels is gelegen.
**3.** De arrondissementsrechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten, aan de landinrichtingscommissie en aan de centrale commissie.
**3.** De arrondissementsrechtbank benoemt na ontvangst van dit bericht één of meer rechters-commissarissen en doet hiervan mededeling aan gedeputeerde staten en aan de landinrichtingscommissie.
### Artikel 114
@ -1125,13 +1101,13 @@ De landinrichtingscommissie stelt het voorontwerp, vergezeld van het in artikel
**2.** Gedeputeerde staten kunnen tot het tijdstip als bedoeld in het eerste lid de landinrichtingscommissie een aanwijzing geven met betrekking tot een op te stellen wijziging van het aanpassingsplan, indien zich zodanige omstandigheden voordoen, dat één of meer wezenlijke onderdelen van het aanpassingsplan niet of ontoereikend kunnen worden verwezenlijkt.
**3.** De centrale commissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid.
**3.** De landinrichtingscommissie kan aan gedeputeerde staten haar zienswijze kenbaar maken omtrent het bestaan van omstandigheden als bedoeld in het tweede lid.
**4.** De artikelen 103-110 zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 115
**1.** Bij het aanpassingsplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de landinrichtingscommissie, met instemming van de centrale commissie en het bevoegd bestuursorgaan en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het aanpassingsplan uit te werken en de daarin omschreven maatregelen en voorzieningen uit te breiden.
**1.** Bij het aanpassingsplan kan worden bepaald dat, indien het belang van de herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de landinrichtingscommissie, met instemming van Onze Minister en het bevoegd bestuursorgaan en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het aanpassingsplan uit te werken en de daarin omschreven maatregelen en voorzieningen uit te breiden.
**2.** De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, maakt deel uit van het aanpassingsplan.
@ -1183,7 +1159,7 @@ Men kan mede tot een ruilverkavelingsovereenkomst toetreden, ten einde tegen inb
### Artikel 122
**1.** Een beding in de overeenkomst, waarbij bepalingen van Hoofdstuk VI, VII en VIII toepasselijk worden verklaard, treedt slechts in werking, indien en voor zover Onze Minister, de centrale commissie gehoord, daarmee heeft ingestemd. Aan de instemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
**1.** Een beding in de overeenkomst, waarbij bepalingen van Hoofdstuk VI, VII en VIII toepasselijk worden verklaard, treedt slechts in werking, indien en voor zover Onze Minister daarmee heeft ingestemd. Aan de instemming kunnen voorwaarden worden verbonden.
**2.** De bepalingen van Hoofdstuk VII, Titel 2 kunnen in de overeenkomst niet van overeenkomstige toepassing worden verklaard.
@ -1205,11 +1181,11 @@ Het in artikel 122 bedoelde, goedgekeurde beding, waarmee Onze Minister heeft in
### Artikel 125
**1.** Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met de centrale commissie bepalen, dat met name genoemde andere dan in artikel 127, eerste lid, bedoelde werken worden uitgevoerd door openbare lichamen, die met het beheer of onderhoud daarvan zijn of vermoedelijk zullen worden belast, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor zoveel mogelijk verzekerd zal zijn.
**1.** Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met Onze Minister bepalen, dat met name genoemde andere dan in artikel 127, eerste lid, bedoelde werken worden uitgevoerd door openbare lichamen, die met het beheer of onderhoud daarvan zijn of vermoedelijk zullen worden belast, waarbij een doelmatig verband met andere werken voor zoveel mogelijk verzekerd zal zijn.
**2.** Omtrent een gecoördineerde uitvoering der voorzieningen plegen de in het eerste lid bedoelde openbare lichamen overleg met de landinrichtingscommissie alsmede, indien aanpassingsinrichting plaatsvindt, met het bevoegd bestuursorgaan.
**3.** Omtrent de uitvoering van werken waarvan het beheer en het onderhoud vermoedelijk ten laste van het Rijk zullen komen, beslist de daarbij betrokken Minister, gehoord de centrale commissie.
**3.** Omtrent de uitvoering van werken waarvan het beheer en het onderhoud vermoedelijk ten laste van het Rijk zullen komen, beslist de daarbij betrokken Minister, gehoord Onze Minister.
### Artikel 126
@ -1227,7 +1203,7 @@ Voor zover toepassing is gegeven aan artikel 189, derde lid, kunnen het Rijk en
**2.** Binnen een blok kunnen werken worden uitgevoerd met betrekking tot de ontsluiting, waterbeheersing, inrichting en profielopbouw der gronden.
**3.** Binnen een blok kunnen opstallen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien dit naar het oordeel van de centrale commissie nodig is ter verwezenlijking van het landinrichtingsplan, of een vastgesteld gedeelte daarvan.
**3.** Binnen een blok kunnen opstallen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien dit naar het oordeel van Onze Minister nodig is ter verwezenlijking van het landinrichtingsplan, of een vastgesteld gedeelte daarvan.
**4.** De uitvoering van de werken, bedoeld in het eerste-derde lid mag niet ter hand worden genomen, alvorens door de zorg van de landinrichtingscommissie een beschrijving is gemaakt van de betrokken onroerende zaak, door middel van daartoe geschikte middelen, voor zover dit niet bij de eerste schatting is geschied.
@ -1256,13 +1232,13 @@ De landinrichtingscommissie stelt voor een gebied waarvoor een landinrichtingspl
a. het stelsel van wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daartoe behorende kunstwerken, alsmede de voorzieningen samenhangende met de wegen en waterlopen, zoals deze zijn omschreven in het landinrichtingsplan dan wel aanpassingsplan;
b. de gebieden van belang uit een oogpunt van natuur- en landschapsbehoud en elementen van landschappelijke, recreatieve, cultuurhistorische of natuurwetenschappelijke waarde, alsmede de andere voorzieningen van openbaar nut zoals deze zijn omschreven in het landinrichtingsplan dan wel aanpassingsplan.
**2.** De landinrichtingscommissie zendt het ontwerp toe aan de centrale commissie, die deze zendt aan gedeputeerde staten vergezeld van een voorstel tot vaststelling van het begrenzingenplan.
**2.** De landinrichtingscommissie zendt het ontwerp toe aan gedeputeerde staten vergezeld van een voorstel tot vaststelling van het begrenzingenplan.
**3.** Gedeputeerde staten stellen het begrenzingenplan vast en doen van hun besluit daartoe afschrift met de daarbij behorende kaart of kaarten toekomen aan de centrale commissie, de landinrichtingscommissie en aan de betrokken openbare lichamen.
**3.** Gedeputeerde staten stellen het begrenzingenplan vast en doen van hun besluit daartoe afschrift met de daarbij behorende kaart of kaarten toekomen aan de landinrichtingscommissie en aan de betrokken openbare lichamen.
**4.**
De centrale commissie doet gedeputeerde staten, gelijktijdig met het in het tweede lid bedoelde voorstel, toekomen:
De landinrichtingscommissie doet gedeputeerde staten, gelijktijdig met het in het tweede lid bedoelde voorstel, toekomen:
a. een voorstel inzake de regeling van de eigendom, het beheer en het onderhoud van de openbare wegen en waterlopen met de daarbij behorende kunstwerken en het beheer en onderhoud van dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken;
b. een voorstel inzake de toewijzing van de eigendom van de in het eerste lid, onder *b*, bedoelde gebieden, elementen en voorzieningen.
@ -1279,7 +1255,7 @@ b. een voorstel inzake de toewijzing van de eigendom van de in het eerste lid, o
**3.** De in de vorige leden bedoelde rechtsgevolgen gaan in op de dag volgend op de in artikel 131, vijfde lid, bedoelde kennisgeving.
**4.** In afwijking van het bepaalde in de vorige leden, kan de centrale commissie besluiten dat de aldaar bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een ander, door haar te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene wegen met de daartoe behorende kunstwerken, verschillend kan zijn. Van dit besluit doet de centrale commissie openbare kennisgeving op de wijze als in artikel 47, eerste lid, aangegeven.
**4.** In afwijking van het derde lid kunnen gedeputeerde staten besluiten dat de in dat lid bedoelde rechtsgevolgen ingaan op een nader door hen te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene wegen met de daartoe behorende kunstwerken verschillend kan zijn.
#### Afdeling II. Regeling eigendom, beheer en onderhoud van onroerende zaken van algemeen nut
@ -1307,9 +1283,9 @@ b. een voorstel inzake de toewijzing van de eigendom van de in het eerste lid, o
**1.** Tot het tijdstip van de toewijzing bedoeld in artikel 133, eerste lid, berust het beheer en het onderhoud van de openbare wegen, waterlopen, dijken en kaden met de daarbij behorende kunstwerken bij de beheers- en onderhoudsplichtigen, die voor de desbetreffende landinrichting daarmee belast waren.
**2.** In afwijking van het eerste lid berust het beheer en onderhoud bij de landinrichtingscommissie indien het betreft verbetering van de in dat lid bedoelde voorzieningen, vanaf het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie opdracht geeft tot de uitvoering van de verbeteringswerken tot het tijdstip waarop de centrale commissie de werken heeft goedgekeurd.
**2.** In afwijking van het eerste lid berust het beheer en onderhoud bij de landinrichtingscommissie indien het betreft verbetering van de in dat lid bedoelde voorzieningen, vanaf het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie opdracht geeft tot de uitvoering van de verbeteringswerken tot het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie aan het openbaar lichaam of de rechtspersoon, bedoeld in artikel 133, eerste lid, heeft verklaard dat de werken zijn voltooid.
**3.** Het beheer en het onderhoud van nieuwe voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, berust bij de landinrichtingscommissie tot het tijdstip van de toewijzing bedoeld in dat lid, of indien dit later valt, het tijdstip waarop de centrale commissie de werken heeft goedgekeurd.
**3.** Het beheer en het onderhoud van nieuwe voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, berust bij de landinrichtingscommissie tot het tijdstip van de toewijzing bedoeld in dat lid, of indien dit later valt, het tijdstip waarop de landinrichtingscommissie aan het openbaar lichaam of de rechtspersoon, bedoeld in artikel 133, eerste lid, heeft verklaard dat de werken zijn voltooid.
### Artikel 136
@ -1324,7 +1300,7 @@ b. in overeenstemming met Onze Minister aan een ander openbaar lichaam of een an
### Artikel 138
**1.** Gedeputeerde staten doen van hun besluiten, bedoeld in de artikelen 133 en 137, mededeling door toezending van een afschrift aan de centrale commissie en aan de landinrichtingscommissie.
**1.** Gedeputeerde staten doen van hun besluiten, bedoeld in de artikelen 133 en 137, mededeling door toezending van een afschrift aan de landinrichtingscommissie.
**2.**
@ -1341,7 +1317,7 @@ een en ander voor zover zij gelegen zijn buiten een blok, wordt een akte opgemaa
**5.**
Gedeputeerde staten doen van de uitspraak in beroep mededeling door toezending van een afschrift ervan aan de centrale commissie en aan de landinrichtingscommissie, alsmede ter inschrijving in de openbare registers, aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers:
Gedeputeerde staten doen van de uitspraak in beroep mededeling door toezending van een afschrift ervan aan de landinrichtingscommissie, alsmede ter inschrijving in de openbare registers, aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers:
a. indien door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam wordt toegewezen dan in de in het tweede lid bedoelde akte is vermeld;
b. indien de in artikel 207 bedoelde akte van toedeling is ingeschreven in de openbare registers en door de uitspraak in beroep de eigendom aan een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon wordt toegewezen dan in die akte is vermeld.
@ -1412,11 +1388,11 @@ Het verschil in waarde tengevolge van de toepassing van de artikelen 141, 142 of
**1.** De eigenaar van onroerende zaken, die zijn begrepen in de voornemens inzake de toewijzing als bedoeld in artikel 75, eerste lid, onder *c*, en artikel 102, eerste lid, onder *d*, voorzover zulks geschiedt met toepassing van de artikelen 142, eerste lid, aanhef en onder *b* en *c*, en 143, eerste lid, aanhef en onder *b*, ontvangt voor die zaken op zijn verzoek in afwijking van het bepaalde in de artikelen 141-143, algehele vergoeding in geld.
**2.** De landinrichtingscommissie is, nadat de centrale commissie daarin heeft toegestemd, bevoegd te bepalen dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 141-143, algehele vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de rechten op zijn in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de toepassing van de artikelen 141-143 zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel.
**2.** De landinrichtingscommissie is, nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd, bevoegd te bepalen dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 141-143, algehele vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de rechten op zijn in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de toepassing van de artikelen 141-143 zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel.
**3.** De toestemming, bedoeld in het tweede lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
**4.** De eigenaar van andere onroerende zaken dan de in het tweede lid bedoelde, die zulks nadat het besluit tot landinrichting is genomen, doch vóór een op voorstel van de centrale commissie door Onze Minister te bepalen tijdstip schriftelijk aan de landinrichtingscommissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 141-143 een vergoeding in geld gelijk aan de werkelijke waarde van zijn onroerende zaken.
**4.** De eigenaar van andere onroerende zaken dan de in het tweede lid bedoelde, die zulks nadat het besluit tot landinrichting is genomen, doch vóór een op voorstel van de landinrichtingscommissie door Onze Minister te bepalen tijdstip schriftelijk aan de landinrichtingscommissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in de artikelen 141-143 een vergoeding in geld gelijk aan de werkelijke waarde van zijn onroerende zaken.
**5.** Onze Minister maakt het in het vierde lid bedoelde tijdstip bekend in de *Staatscourant*, in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen worden verspreid en in de gemeenten die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze.
@ -1426,7 +1402,7 @@ Het verschil in waarde tengevolge van de toepassing van de artikelen 141, 142 of
### Artikel 147
**1.** Toewijzing van gronden voor doeleinden van openbaar nut, voor zover daarin is voorzien door middel van toepassing van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder *b* en *c*, en artikel 143, eerste lid, aanhef en onder *b*, vindt plaats tegen betaling van een tussen de landinrichtingscommissie en het Rijk, een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon overeengekomen en door de centrale commissie goedgekeurd bedrag, dat niet minder bedraagt dan de werkelijke waarde van de grond. Indien de toewijzing grond betreft waarvan de eigenaar een beroep heeft gedaan op het bepaalde in artikel 146, eerste lid, vindt deze toewijzing plaats tegen betaling van de in die bepalingen omschreven vergoeding.
**1.** Toewijzing van gronden voor doeleinden van openbaar nut, voor zover daarin is voorzien door middel van toepassing van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder *b* en *c*, en artikel 143, eerste lid, aanhef en onder *b*, vindt plaats tegen betaling van een tussen de landinrichtingscommissie en het Rijk, een ander openbaar lichaam of een andere rechtspersoon overeengekomen en door Onze Minister goedgekeurd bedrag, dat niet minder bedraagt dan de werkelijke waarde van de grond. Indien de toewijzing grond betreft waarvan de eigenaar een beroep heeft gedaan op het bepaalde in artikel 146, eerste lid, vindt deze toewijzing plaats tegen betaling van de in die bepalingen omschreven vergoeding.
**2.** Behoudens in het geval van artikel 146, eerste lid, wordt het door het openbaar lichaam of een andere rechtspersoon betaalde bedrag in mindering gebracht op de ingevolge artikel 222 ten laste van de eigenaren vallende uitgaven.
@ -1567,7 +1543,7 @@ c. de schatting van de andere dan de agrarische waarde.
### Artikel 163
De centrale commissie stelt het stelsel van classificatie vast.
Bij regeling van Onze Minister wordt het stelsel van classificatie vastgesteld.
### Artikel 164
@ -1636,11 +1612,11 @@ De landinrichtingscommissie maakt omtrent ieder bezwaarschrift dat niet binnen d
### Artikel 174
De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de in artikel 168, eerste lid, bedoelde stukken, van de ingediende bezwaarschriften en van de krachtens de artikelen 171, 172 en 173 opgemaakte processen-verbaal aan de centrale commissie en aan de rechter-commissaris.
De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de in artikel 168, eerste lid, bedoelde stukken, van de ingediende bezwaarschriften en van de krachtens de artikelen 171, 172 en 173 opgemaakte processen-verbaal aan Onze Minister en aan de rechter-commissaris.
### Artikel 175
**1.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een proces-verbaal, bedoeld in de artikelen 172 of 173 stelt de rechter-commissaris tijd en plaats vast voor de behandeling van de bezwaren. Hij doet hiervan mededeling aan de landinrichtingscommissie en aan de centrale commissie.
**1.** Zo spoedig mogelijk na ontvangst van een proces-verbaal, bedoeld in de artikelen 172 of 173 stelt de rechter-commissaris tijd en plaats vast voor de behandeling van de bezwaren. Hij doet hiervan mededeling aan de landinrichtingscommissie en aan Onze Minister.
**2.** De rechter-commissaris roept hen met wie omtrent hun bezwaar geen overeenstemming is verkregen en hen, wier bezwaren zijn opgenomen in een proces-verbaal als bedoeld in artikel 173, alsmede de hem bekende belanghebbenden bij die bezwaren bij aangetekende brief op, om in persoon of bij schriftelijke gemachtigde bij de behandeling aanwezig te zijn.
@ -1654,19 +1630,21 @@ De landinrichtingscommissie zendt zo spoedig mogelijk een afschrift van de in ar
**1.** De rechter-commissaris tracht overeenstemming te verkrijgen omtrent de door hem te behandelen bezwaren.
**2.** De rechter-commissaris doet zich bij de behandeling bijstaan door de griffier van de arrondissementsrechtbank.
**2.** Van de behandeling van de bezwaren door de rechter-commissaris maakt deel uit een plaatsopneming als bedoeld in artikel 201 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, indien degene die bezwaar maakt dit wenst.
**3.** Bij de behandeling zijn aanwezig één of meer vertegenwoordigers van de centrale commissie, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
**3.** De rechter-commissaris doet zich bij de behandeling bijstaan door de griffier van de arrondissementsrechtbank.
**4.** Indien de behandeling niet op één dag kan aflopen, verdaagt de rechter-commissaris haar. Hij deelt het tijdstip van voortzetting mee aan hen, die verschenen zijn. Een nadere oproeping heeft niet plaats.
**4.** Bij de behandeling zijn aanwezig één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
**5.** Tijdens de behandeling worden eerst de toekenning en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij afschrift zendt aan de centrale commissie en de landinrichtingscommissie.
**5.** Indien de behandeling niet op één dag kan aflopen, verdaagt de rechter-commissaris haar. Hij deelt het tijdstip van voortzetting mee aan hen, die verschenen zijn. Een nadere oproeping heeft niet plaats.
**6.** Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde bij de behandeling van hun bezwaren aanwezig zijn, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
**6.** Tijdens de behandeling worden eerst de toekenning en de vaststelling van de rechten en daarna de schattingen behandeld. Van het verhandelde omtrent elk van beide onderwerpen maakt de rechter-commissaris een afzonderlijk proces-verbaal op, waarvan hij afschrift zendt aan Onze Minister en de landinrichtingscommissie.
**7.** Het zesde lid is niet van toepassing op hen, die binnen een week na de dag van de behandeling bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, hun niet-verschijnen verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken.
**7.** Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde bij de behandeling van hun bezwaren aanwezig zijn, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
**8.** Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast.
**8.** Het zesde lid is niet van toepassing op hen, die binnen een week na de dag van de behandeling bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, hun niet-verschijnen verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken.
**9.** Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast.
### Artikel 177
@ -1724,13 +1702,13 @@ De rechtbank behandelt zaken betreffende de toekenning en de vaststelling van de
### Artikel 184
Nadat alle rechten betreffende de tot een blok behorende onroerende zaken zijn komen vast te staan, worden zij met wie geen overeenstemming omtrent de uitkomsten der schattingen is verkregen, één of meer vertegenwoordigers van de centrale commissie alsmede van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger door de griffier van de arrondissementsrechtbank bij aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op een door de arrondissementsrechtbank vastgestelde terechtzitting.
Nadat alle rechten betreffende de tot een blok behorende onroerende zaken zijn komen vast te staan, worden zij met wie geen overeenstemming omtrent de uitkomsten der schattingen is verkregen, één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister alsmede van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger door de griffier van de arrondissementsrechtbank bij aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op een door de arrondissementsrechtbank vastgestelde terechtzitting.
### Artikel 185
**1.** Op de voor de behandeling van de bezwaren vastgestelde terechtzitting, als bedoeld in artikel 184, lichten zij van wie zaken zijn verwezen hun standpunt, hetzij in persoon, hetzij bij schriftelijk gemachtigde mondeling toe.
**2.** De arrondissementsrechtbank hoort de bij het bezwaar betrokken haar bekende belanghebbenden, één of meer vertegenwoordigers van de centrale commissie, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
**2.** De arrondissementsrechtbank hoort de bij het bezwaar betrokken haar bekende belanghebbenden, één of meer vertegenwoordigers van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de landinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
**3.** Uiterlijk dertig dagen na de in het eerste lid bedoelde terechtzitting doet de arrondissementsrechtbank uitspraak.
@ -1750,7 +1728,7 @@ Tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank staat geen rechtsmiddel open,
### Artikel 188
Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van schattingsuitkomsten zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan kennis aan de centrale commissie en aan de landinrichtingscommissie. Hij zendt een afschrift van de lijst van rechthebbenden aan de landinrichtingscommissie en aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.
Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van schattingsuitkomsten zijn gesloten, geeft de rechter-commissaris hiervan kennis aan Onze Minister en aan de landinrichtingscommissie. Hij zendt een afschrift van de lijst van rechthebbenden aan de landinrichtingscommissie en aan het desbetreffende kantoor van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers.
### Titel 5. Plan van tijdelijk gebruik
@ -1766,15 +1744,13 @@ Zodra de lijst van rechthebbenden en het register van schattingsuitkomsten zijn
**1.** De landinrichtingscommissie stelt voor het gehele blok of een gedeelte daarvan een ontwerp van een plan van tijdelijk gebruik op.
**2.** Het ontwerp behoeft de instemming van de centrale commissie.
**2.** De landinrichtingscommissie legt het ontwerp gedurende veertien dagen voor een ieder ter kosteloze inzage op een of meer door haar te bepalen plaatsen.
**3.** Zodra de centrale commissie heeft ingestemd met het ontwerp legt de landinrichtingscommissie dit gedurende veertien dagen voor een ieder ter kosteloze inzage op één of meer door haar te bepalen plaatsen.
**3.** Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in één of meer in het gebied waarop het ontwerp betrekking heeft, verspreide dag- of nieuwsbladen, en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbende gebruiksgerechtigden.
**4.** Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in één of meer in het gebied waarop het ontwerp betrekking heeft, verspreide dag- of nieuwsbladen, en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze, alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbende gebruiksgerechtigden.
**4.** De kennisgevingen houden mededeling in van de aan belanghebbende gebruiksgerechtigden toekomende bevoegdheid bezwaren tegen het ontwerp in te dienen.
**5.** De kennisgevingen houden mededeling in van de aan belanghebbende gebruiksgerechtigden toekomende bevoegdheid bezwaren tegen het ontwerp in te dienen.
**6.** Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan.
**5.** Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan.
### Artikel 191
@ -1806,18 +1782,18 @@ Indien binnen de termijn en op de wijze in artikel 191 bepaald geen bezwaren zij
### Artikel 195
**1.** Met betrekking tot ieder blok stelt de centrale commissie richtlijnen voor het plan van toedeling, hierna te noemen richtlijnen, vast.
**1.** Bij regeling van Onze Minister worden regels voor het plan van toedeling vastgesteld.
**2.**
De richtlijnen bevatten de uitgangspunten voor:
De regels, bedoeld in het eerste lid, bevatten de uitgangspunten voor:
a. de toedeling van de rechten met betrekking tot de gronden, voor zover deze niet op de voet van de artikelen 133 en 137 worden toegewezen;
b. de in artikel 160 bedoelde regeling, opheffing of vestiging van de beperkte rechten, het recht van huur en lasten, welke met betrekking tot de onroerende zaken bestaan.
### Artikel 196
**1.** Met betrekking tot ieder blok ontwerpt de landinrichtingscommissie, met inachtneming van de richtlijnen, een plan van toedeling.
**1.** Met betrekking tot ieder blok ontwerpt de landinrichtingscommissie, met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 195, eerste lid, een plan van toedeling.
**2.**
@ -1835,7 +1811,7 @@ In het plan van toedeling kunnen met toestemming van hen, die bevoegd zijn te be
### Artikel 198
Nadat de richtlijnen zijn vastgesteld, stelt de landinrichtingscommissie op één of meer door haar te bepalen plaatsen en tijdstippen de eigenaren en gebruikers in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken.
De landinrichtingscommissie stelt op één of meer door haar te bepalen plaatsen en tijdstippen de eigenaren en gebruikers in de gelegenheid hun wensen ten aanzien van het plan van toedeling kenbaar te maken.
### Artikel 199
@ -1851,13 +1827,11 @@ e. artikel 198 toepassing heeft gevonden;
legt de landinrichtingscommissie het plan van toedeling gedurende een maand kosteloos voor een ieder ter inzage op één of meer door haar te bepalen plaatsen.
**2.** Alvorens het plan van toedeling ter inzage wordt gelegd, behoeft het de instemming van de centrale commissie.
**2.** Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen, worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbenden.
**3.** Van de terinzagelegging geeft de landinrichtingscommissie tevoren openbare kennis in ten minste twee dag- of nieuwsbladen die in het gebied, waarin het blok is gelegen, worden verspreid en in de gemeenten, die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen in zodanig gebied, op de aldaar gebruikelijke wijze alsmede bijzondere kennis bij aangetekende brief aan de haar bekende belanghebbenden.
**3.** De kennisgevingen houden mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van bezwaren.
**4.** De kennisgevingen houden mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van bezwaren.
**5.** Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan.
**4.** Op het niet-ontvangen zijn van de bijzondere kennisgeving kan geen beroep worden gedaan.
### Artikel 200
@ -1865,7 +1839,7 @@ Uiterlijk veertien dagen na de laatste dag, waarop het plan van toedeling ter in
### Artikel 201
Indien daartegen binnen de termijn en op de wijze in artikel 200 bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van toedeling vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op, waarvan zij afschrift zendt aan de rechter-commissaris en de centrale commissie.
Indien daartegen binnen de termijn en op de wijze in artikel 200 bepaald geen bezwaren zijn ingediend, staat het plan van toedeling vast. Daarvan maakt de landinrichtingscommissie proces-verbaal op, waarvan zij afschrift zendt aan de rechter-commissaris en Onze Minister.
### Artikel 202
@ -1873,7 +1847,7 @@ Op de behandeling van bezwaren zijn de navolgende artikelen van overeenkomstige
a. de artikelen 172, 173 en 174;
b. artikel 175, met dien verstande dat het derde lid als volgt wordt gelezen: In de oproeping wordt gewezen op het rechtsgevolg dat de wet aan het niet-bijwonen van de behandeling verbindt;
c. artikel 176, met uitzondering van het vijfde lid, eerste volzin;
c. artikel 176, met uitzondering van het zesde lid, eerste volzin;
d. de artikelen 178 en 179, eerste volzin;
e. artikel 185, met dien verstande dat het vijfde lid als volgt wordt gelezen: De arrondissementsrechtbank stelt het plan van toedeling vast nadat zij in alle geschillen daaromtrent heeft beslist;
f. de artikelen 186, 187 en 188, eerste volzin.
@ -1884,13 +1858,13 @@ Indien overeenkomstig de arresten van de Hoge Raad inzake de bezwaren tegen de l
### Artikel 204
Op verzoek van de centrale commissie wordt degene, aan wie krachtens het plan van toedeling een onroerende zaak in eigendom of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan gesteld.
Op verzoek van de landinrichtingscommissie wordt degene, aan wie krachtens het plan van toedeling een onroerende zaak in eigendom of in gebruik toekomt, op bevelschrift van de rechter-commissaris desnoods door middel van de sterke arm bij voorraad in de macht daarvan gesteld.
### Titel 7. Gelijktijdig opmaken van de lijst van rechthebbenden, het register van schattingsuitkomsten en het plan van toedeling en gelijktijdige terinzagelegging daarvan
### Artikel 205
**1.** Op voorstel van de landinrichtingscommissie kan de centrale commissie in afwijking van het bepaalde in artikel 199, eerste lid, onder *a*, bepalen, dat de lijst van rechthebbenden, het register van schattingsuitkomsten en het plan van toedeling gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter inzage gelegd.
**1.** De landinrichtingscommissie kan in afwijking van het bepaalde in artikel 199, eerste lid, onder *a*, bepalen, dat de lijst van rechthebbenden, het register van schattingsuitkomsten en het plan van toedeling gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter inzage gelegd.
**2.** In het in het eerste lid bedoelde geval worden eerst de bezwaren tegen de lijst van rechthebbenden en tegen het register van schattingsuitkomsten en vervolgens die tegen het plan van toedeling behandeld.
@ -1960,7 +1934,7 @@ c. bij overgang der onroerende zaken de verrekenposten tussen de oude en nieuwe
**2.** De in het eerste lid, onder *c*, sub 1°, 2° en 3°, bedoelde waarden worden vastgesteld naar het tijdstip van de in artikel 199, eerste lid, bedoelde ter inzagelegging van het plan van toedeling. De schatting van de zaken bedoeld in het eerste lid, onder *c*, sub 4°, kan zo nodig plaatsvinden naar het tijdstip van de kavelovergang.
**3.** De schatters voeren deze schatting uit met inachtneming van de door de centrale commissie verstrekte aanwijzingen, welke in een proces-verbaal worden vastgelegd.
**3.** Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de schatting wordt verricht.
### Artikel 211
@ -1977,7 +1951,7 @@ b. de uitkomsten der schatting volgens artikel 210, eerste lid, onder *b*, alsme
c. een opgave van de geldelijke verrekeningen voor de betrokken eigenaren als gevolg van:
1°. de toepassing van de artikelen 145 en 146, eerste en tweede lid;
2°. de toepassing van de artikelen 146, derde lid, en 150;
2°. de toepassing van de artikelen 146, vierde lid, en 150;
3°. de toepassing van artikel 160;
4°. de toe te kennen schadevergoedingen, andere dan die bedoeld in artikel 129;
5°. de overige zaken;
@ -1987,13 +1961,11 @@ d. de uitkomsten der schatting volgens artikel 210, eerste lid, onder *c*, alsme
### Artikel 213
**1.** De in het vorige artikel bedoelde lijst der geldelijke regelingen behoeft de instemming van de centrale commissie.
**1.** De lijst der geldelijke regelingen wordt door de landinrichtingscommissie gedurende een maand voor een ieder ter kosteloze inzage gelegd op een door haar te bepalen plaats.
**2.** De lijst en het in artikel 210, derde lid, bedoelde proces-verbaal worden door de landinrichtingscommissie gedurende een maand ter kosteloze inzage van een ieder nedergelegd op een door de haar te bepalen plaats.
**2.** Artikel 199, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Artikel 199, derde-vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**4.** De lijst der geldelijke regelingen wordt in haar geheel of in uittreksel tegen betaling der kosten beschikbaar gesteld.
**3.** De lijst der geldelijke regelingen wordt in haar geheel of in uittreksel tegen betaling der kosten beschikbaar gesteld.
### Artikel 214
@ -2009,11 +1981,11 @@ Op de behandeling van bezwaren zijn de navolgende artikelen van overeenkomstige
a. de artikelen 172, 173 en 174;
b. artikel 175, met dien verstande dat het derde lid als volgt wordt gelezen: In de oproeping wordt gewezen op het rechtsgevolg dat de wet aan het niet-bijwonen van de behandeling verbindt;
c. de artikelen 176, met uitzondering van het vijfde lid, eerste volzin, 178, 179, eerste volzin, 185, eerste-vierde lid, en 187.
c. de artikelen 176, met uitzondering van het zesde lid, eerste volzin, 178, 179, eerste volzin, 185, eerste-vierde lid, en 187.
### Artikel 217
**1.** Nadat zij omtrent alle geschillen betreffende de lijst der geldelijke regelingen heeft beslist, sluit de arrondissementsrechtbank de lijst der geldelijke regelingen. Zij geeft hiervan kennis aan de centrale commissie en aan de landinrichtingscommissie.
**1.** Nadat zij omtrent alle geschillen betreffende de lijst der geldelijke regelingen heeft beslist, sluit de arrondissementsrechtbank de lijst der geldelijke regelingen. Zij geeft hiervan kennis aan Onze Minister en aan de landinrichtingscommissie.
**2.** Tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank bestaat behalve cassatie geen rechtsmiddel open. Artikel 182 is van overeenkomstige toepassing.
@ -2027,7 +1999,7 @@ De lijst der geldelijke regelingen, zoals zij door de arrondissementsrechtbank i
### Artikel 219
**1.** Op voorstel van de landinrichtingscommissie kan de centrale commissie bepalen dat het plan van toedeling en de lijst der geldelijke regelingen gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter inzage gelegd. Alsdan worden eerst de bezwaren tegen het plan van toedeling en vervolgens die tegen de lijst der geldelijke regelingen behandeld.
**1.** De landinrichtingscommissie kan bepalen dat het plan van toedeling en de lijst der geldelijke regelingen gelijktijdig zullen worden opgemaakt en ter inzage gelegd. Alsdan worden eerst de bezwaren tegen het plan van toedeling en vervolgens die tegen de lijst der geldelijke regelingen behandeld.
**2.** In de lijst der geldelijke regelingen dienen te worden opgenomen de geldelijke gevolgen van de behandeling van de bezwaren tegen het plan van toedeling.
@ -2053,7 +2025,7 @@ De kosten van landinrichting worden gedragen door het Rijk, andere openbare lich
### Artikel 222
**1.** Ten laste van het Rijk komen de kosten van de centrale commissie, en de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, van het bijeenroepen en houden van vergaderingen en van het doen van openbare kennisgevingen.
**1.** Ten laste van het Rijk komen de kosten van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, van het bijeenroepen en houden van vergaderingen en van het doen van openbare kennisgevingen.
**2.** Eveneens komen ten laste van het Rijk vergoedingen welke voortvloeien uit de toepassing van het bepaalde in artikel 146, derde lid, en welke niet in de verrekening, bedoeld in de artikelen 145 en 210, eerste lid, onder *c*, zijn begrepen.
@ -2139,7 +2111,7 @@ b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan
### Artikel 232
**1.** Na beëindiging der werkzaamheden draagt de landinrichtingscommissie alle stukken, op de landinrichting betrekking hebbende, over aan de centrale commissie, die zorg draagt voor de toezending der stukken aan Onze Minister.
**1.** Na beëindiging der werkzaamheden draagt de landinrichtingscommissie alle stukken, op de landinrichting betrekking hebbende, over aan Onze Minister.
**2.** Zodra de overdracht heeft plaatsgevonden is de landinrichtingscommissie van rechtswege ontbonden.
@ -2181,7 +2153,7 @@ Artikel 125. - 1. De rente wordt geheven en ingevorderd door of vanwege Onze Min
**2.** De heffing en de invordering van de rente geschieden met toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (*Stb.* 1959, 301) en de Invorderingswet 1990 (*Stb.* 221) als ware die rente een rijksbelasting.
**3.** De rente wordt geheven bij wege van aanslag. Indien met betrekking tot een zelfde perceel twee of meer personen renteplichtig zijn kan de rente bij wege van één aanslag worden geheven ten name van één van hen.
**3.** Vervallen.
**4.** Bezwaar en beroep bedoeld in Hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen kunnen niet zijn gegrond op de stelling dat het op grond van artikel 117 verschuldigde bedrag ten onrechte of te hoog is vastgesteld.
@ -2192,21 +2164,9 @@ Indien met toepassing van de tweede volzin van het derde lid de aanslag ten name
a. de ontvanger de aanslag op het gehele perceel verhalen ten name van degene te wiens name de aanslag is gesteld, zonder rekening te houden met de rechten van de overige renteplichtigen;
b. de renteplichtige die de aanslag heeft voldaan hetgeen hij meer heeft voldaan dan overeenkomt met zijn renteplicht verhalen op de overige renteplichtigen naar evenredigheid van ieders renteplicht.
**6.**
**6.** Vervallen.
Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel *b*, kan bij overeenkomst worden afgeweken.
- 2. Onze Minister kan bepalen, dat op een ruilverkaveling, die ingevolge het eerste lid volgens de bepalingen van de Ruilverkavelingswet 1954 wordt voltooid artikel 170, derde lid, en artikel 212, tweede lid, van overeenkomstige toepassing zijn.
- 3. Een ruilverkaveling, waarop het in het eerste lid bepaalde van toepassing is, kan tot het tijdstip bedoeld in artikel 59 van de Ruilverkavelingswet 1954 op voorstel van de centrale commissie door gedeputeerde staten worden verdeeld in verschillende blokken voor elk waarvan de regelen vermeld in Titel III, par. 6 en par. 9-12 dier wet van overeenkomstige toepassing zijn.
- 4. Een aanvraag, als bedoeld in artikel 30 van de Ruilverkavelingswet 1954 ten aanzien waarvan het in artikel 32 dier wet bedoelde advies nog niet is goedgekeurd en welke aanvraag na 1 januari 1975 is ingediend, wordt beschouwd als een verzoek om landinrichting, als bedoeld in artikel 23.
- 5. Een gebied met betrekking waartoe een aanvraag tot ruilverkaveling de in artikel 34, eerste lid, der Ruilverkavelingswet 1954 bedoelde goedkeuring heeft verkregen, doch de in artikel 37 dier wet bedoelde stemming nog niet is gehouden, wordt op het voorbereidingsschema geplaatst als gebied met betrekking waartoe ruilverkaveling dan wel herinrichting wordt voorbereid, al naar gelang welke vorm van voorbereiding was voorzien op het vigerende voorbereidingsschema voor landinrichtingsprojecten. Onze Minister bepaalt de wijze van voorbereiding.
- 6. Voor een gebied als bedoeld in het vijfde lid, fungeert tot het tijdstip waarop gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 een landinrichtingscommissie benoemen, de door de Centrale Cultuurtechnische Commissie ter voorbereiding van een ruilverkaveling ingestelde commissie als landinrichtingscommissie.
**7.** Onze Minister kan bepalen, dat door de in het vorige lid laatstbedoelde commissie ten behoeve van de Centrale Cultuurtechnische Commissie opgesteld voorontwerp van een rapport als bedoeld in artikel 34 van de Ruilverkavelingswet 1954 wordt beschouwd als een voorontwerp van het landinrichtingsprogramma als bedoeld in artikel 37, dan wel wordt beschouwd als een voorontwerp van het landinrichtingsplan als bedoeld in artikel 86.
**7.** Vervallen.
**8.** Indien ten aanzien van een voorontwerp van een rapport als bedoeld in het vorige lid inspraak heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister bepalen dat deze inspraak in de plaats treedt van de inspraak bedoeld in artikel 38, dan wel dat deze inspraak in de plaats treedt van de inspraak als bedoeld in artikel 77, voortvloeiende uit de toepassing van Hoofdstuk III, Titel 7.
@ -2216,13 +2176,13 @@ Van het vijfde lid, aanhef en onderdeel *b*, kan bij overeenkomst worden afgewek
**11.** De ingevolge artikel 51 van de Ruilverkavelingswet 1954 benoemde plaatselijke commissie wordt beschouwd als landinrichtingscommissie als bedoeld in Hoofdstuk III, Titel 2.
**12.** Een ruilverkaveling waarvan de stemming, als bedoeld in artikel 37 van de Ruilverkavelingswet 1954 is gehouden, kan tot het tijdstip als bedoeld in artikel 169 op voorstel van de centrale commissie door gedeputeerde staten worden verdeeld in verschillende blokken voor elk waarvan de regelen vermeld in Hoofdstuk VII, Titel 4-10 en Hoofdstuk VIII van overeenkomstige toepassing zijn.
**12.** Vervallen.
**13.** Onze Minister kan voor ruilverkavelingen waartoe het besluit tot ruilverkaveling is genomen voor het krachtens artikel 241, tweede lid, bepaalde tijdstip procedure-onderdelen en proceduremomenten ingevolge de Ruilverkavelingswet 1954 gelijkstellen aan procedureonderdelen en proceduremomenten ingevolge deze wet.
**14.** Op ruilverkavelingen waartoe is besloten vóór 1 juli 1975 blijven de artikelen 119, 121 en 127, van de Ruilverkavelingswet 1954, zoals zij voor dat tijdstip luidden, van toepassing.
**15.** De bevoegdheden van de Centrale Cultuurtechnische Commissie die voortvloeien uit de Ruilverkavelingswet 1954, de Reconstructiewet Midden-Delfland en de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën worden uitgeoefend door de centrale commissie.
**15.** Vervallen.
**16.** de Ontgrondingenwet is niet van toepassing op het uitvoeren van ruilverkavelingen, als bedoeld in het eerste lid, met uitzondering van ontgrondingen welke geschieden ter verkrijging van het voor de werken nodige bodemmateriaal.