From f272994a666136ab79506b72d975eea233147afa Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Jan 2024 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2024-01-01 | BWBR0037866 | Besluit Erfgoedwet archeologie --- .../BWBR0037866/README.md | 10 +++++----- 1 file changed, 5 insertions(+), 5 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-erfgoedwet-archeologie/BWBR0037866/README.md b/amvb/besluit-erfgoedwet-archeologie/BWBR0037866/README.md index 9ef20f3b3fb..d64735123cf 100644 --- a/amvb/besluit-erfgoedwet-archeologie/BWBR0037866/README.md +++ b/amvb/besluit-erfgoedwet-archeologie/BWBR0037866/README.md @@ -40,8 +40,8 @@ De vrijstelling is niet van toepassing op: a. een rijksmonument; b. een monument of archeologisch monument waarvoor de toezending van het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument op grond van artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft plaatsgevonden, vanaf de dag van die toezending tot het moment van inschrijving in het rijksmonumentenregister of het moment waarop vaststaat dat het monument of archeologisch monument niet wordt ingeschreven in dat register; -c. een krachtens een provinciale verordening aangewezen monument of archeologisch monument, dan wel een monument of archeologisch monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is; -d. gemeentelijke monumenten; en +c. een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; +d. een gemeentelijk monument of een voorbeschermd gemeentelijk monument als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; en e. terreinen waar een opgraving door een certificaathouder of een opgraving op grond van artikel 2.1 wordt verricht. **3.** Artikel 5.10 van de wet is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde opgravingen. @@ -58,7 +58,7 @@ e. terreinen waar een opgraving door een certificaathouder of een opgraving op g De vrijstelling bedoeld in het eerste lid is slechts van toepassing indien: -a. het terreinen betreft waarvan het college van burgemeester en wethouders of, indien het een gebied betreft dat niet tot het grondgebied van een gemeente behoort, het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, heeft vastgesteld dat nader archeologisch onderzoek niet is vereist, en +a. het terreinen betreft waarvan het college van burgemeester en wethouders of, indien het een gebied betreft dat niet tot het grondgebied van een gemeente behoort, het bevoegd gezag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, heeft vastgesteld dat nader archeologisch onderzoek niet is vereist, en b. de vereniging niet in opdracht van een derde handelt. **3.** @@ -67,7 +67,7 @@ Het eerste lid is niet van toepassing op een: a. rijksmonument; b. monument of archeologisch monument waarvoor de toezending van het ontwerpbesluit tot aanwijzing als rijksmonument op grond van artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft plaatsgevonden, vanaf de dag van die toezending tot het moment van inschrijving in het rijksmonumentenregister of het moment waarop vaststaat dat het monument of archeologisch monument niet wordt ingeschreven in dat register; en -c. krachtens een provinciale verordening aangewezen monument of archeologisch monument, dan wel een monument of archeologisch monument waarop, voordat het is aangewezen, een zodanige verordening van overeenkomstige toepassing is. +c. een provinciaal monument of een voorbeschermd provinciaal monument als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. **4.** De artikelen 5.4, eerste lid, en 5.6 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde opgravingen. @@ -226,7 +226,7 @@ Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956. ### Artikel 5.1 -Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2016. +Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2016. ### Artikel 5.2