2013-06-01 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

This commit is contained in:
Coornhert 2013-06-01 12:00:00 +00:00
parent c468895207
commit f27fb5daea

View file

@ -15,94 +15,144 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
### . Afkortingenlijst
- *ABRvS* Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- *AC* Aanmeldcentrum
- *AC* aanmeldcentrum
- *ACVZ* Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken
- *AIVD* Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
- *Amv* Alleenstaande minderjarige vreemdeling
- *amv* alleenstaande minderjarige vreemdeling
- *AOW*
Algemene Ouderdomswet
- *APV* Algemene Plaatselijke Verordening
- *Awb*
Algemene wet bestuursrecht
- *BKA* Buitenlands Kind ter Adoptie
- *B&W* college van burgemeester en wethouders
- *Benelux* België, Nederland, Luxemburg
- *BIG-register* Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg
- *BMA* Bureau Medische Advisering
- *BuZa* (Ministerie/Minister van) Buitenlandse Zaken
- *BVV* Basisvoorziening vreemdelingensysteem
- *BuPo* Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
- *Buwav*
Besluit uitvoering wet arbeid vreemdelingen
- *BW* Burgerlijk Wetboek
- *BZK* (Ministerie/Minister van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- *B&W* Burgemeester en Wethouders
- *CAO* Collectieve arbeidsovereenkomst
- *COA* Centraal Orgaan opvang Asielzoekers
- *DJI* Dienst Justitiële Inrichtingen
- *DNRI* Dienst Nationale Recherche Informatie
- *BZK* (Minister/Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- *BuZa* (Minister/Ministerie van) Buitenlandse Zaken
- *bv* besloten vennootschap
- *BVV* Basisvoorziening vreemdelingensysteem
- *cao* collectieve arbeidsovereenkomst
- *CIR* Centraal Insolventieregister
- *COA* Centraal Orgaan opvang asielzoekers
- *COVOG* Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag
- *Crebo* Centraal register beroepsopleidingen
- *CROHO* Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs
- *cv* commanditaire vennootschap
- *DBIN* Directie Buitenlandse Investeringen in Nederland
- *DGPJS* Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties
- *DLOS* Dienst Landelijke Operationele Samenwerking
- *DNA* deoxyribonucleic acid (desoxyribonucleïnezuur)
- *DT&V* Dienst Terugkeer en Vertrek
- *EG* Europese Gemeenschap
- *EEG* Europese Economische Gemeenschap
- *DUO* Dienst Uitvoering Onderwijs, voorheen IB-Groep en CFI
- *EBV* Elektronisch Berichtenverkeer
- *EER* Europese Economische Ruimte
- *EEG* Europese Economische Gemeenschap
- *EG* Europese Gemeenschap
- *EHRM* Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- *EU* Europese Unie
- *EZ* (Ministerie/Minister van) Economische Zaken
- *EVRM* Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden
- *EVS* European Voluntary Service
- *EZ* (Minister/Ministerie van) Economische Zaken
- *Flexwet*
Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Stb. 1998, 300)
- *GBA* Gemeentelijke Basisadministratie persoonsgegevens
- *GG&GD* Geneeskundige en gezondheidsdienst
Wet Flexibiliteit en Zekerheid
- *GBA* gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
- *GGD* Gemeentelijke Gezondheidsdienst
- *GG&GD* Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst in de gemeente Utrecht 4
- *HAV* Haags Adoptieverdrag
- *hbo* hoger beroepsonderwijs
- *HKS* Herkenningsdienstsysteem
- *HvJ EG* Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen
- *I&M* (Minister/Ministerie van) Innovatie en Infrastructuur
- *IBDP* Internationaal Baccalaureaat Diploma Programma
- *IND* Immigratie- en Naturalisatiedienst
- *IOM* Internationale Organisatie voor Migratie
- *JDS* Justitieel documentatiesysteem
- *IPS* Insurance Passport For Students
- *IVA* regeling Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten
- *IVBPR* Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten
- *IVRK* Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind
- *JDS* Justitieel Documentatie Systeem
- *jo* juncto/junctis
- *JustID* Justitiële Informatiedienst
- *KMar* Koninklijke Marechaussee
- *KLPD* Korps Landelijke Politiediensten
- *KNAW* Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen
- *KNIL* Koninklijk Nederlands-Indisch Leger
- *KLM* Koninklijke Luchtvaart Maatschappij
- *MTV* Mobiel Toezicht Vreemdelingen
- *mvv* Machtiging tot voorlopig verblijf
- *NGO* Non-gouvernementele organisatie
- *(N)SIS* (Nationaal) Schengen Informatiesysteem
- *LEC EGG* Landelijk Expertisecentrum Eergerelateerd Geweld
- *mbo* middelbaar beroepsonderwijs
- *MSV* Melding Sociale Verzekeringen
- *MvT* Memorie van Toelichting
- *MTV* Mobiel Toezicht Veiligheid
- *mvv* machtiging tot voorlopig verblijf
- *NFIA* Netherlands Foreign Investment Agency
- *ngo* non-gouvermentele organisatie
- *NIP* Nederlands Instituut van Psychologen
- *NOD* Nederlandse Onderzoek Databank
- *NSIS* Nationaal Schengen Informatie Systeem
- *Nuffic* Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs
- *nv* naamloze vennootschap
- *NVVB* Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken
- *OCW* (Ministerie/Minister van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- *NvT* Nota van Toelichting
- *OCW* (Ministerie/Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- *OM* Openbaar Ministerie
- *OPS* Opsporingsregister
- *Pb.* Publicatieblad
- *PIL* Protocol Identificatie en Labeling
- *PTSS* Posttraumatische stressstoornis
- *PTSS* posttraumatische stressstoornis
- *RANOV* Regeling ter Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet
- *Rbtv* Register beëdigde tolken en vertalers
- *REAN* Return and Emigration of Aliens from the Netherlands
- *ROC* Regionaal Opleidingscentrum
- *ROA*
Regeling Opvang Asielzoekers
- *Rva*
Regeling verstrekkingen asielzoekers e.a. categorieën vreemdelingen 2005
Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005
- *Rvb*
Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen
- *RvS* Raad van State
- *Rwn*
- *RvR* Raad voor Rechtsbijstand
- *rvc* raad van commissarissen
- *RWN*
Rijkswet op het Nederlanderschap
- *SGC* Verordening (EG) Nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)
- *SBB* stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven
- *SGC* Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)
- *SIRENE* Supplementary Information Request at the National Entries
- *SIS* Schengen Informatiesysteem
- *SRA* Stichting Rechtsbijstand Asiel
- *Stb.* Staatsblad
- *Stcrt.* Staatscourant
- *SUO* Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen
- *SVB* Sociale Verzekeringsbank
- *SZW* (Ministerie/Minister van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- *TBC* Tuberculose
- *TBS* Terbeschikkingstelling
- *Stb.* Staatsblad
- *SUO* Schengen Uitvoeringsovereenkomst
- *Stcrt.* Staatscourant
- *SZW* (Minister/Ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- *tbc* tuberculose
- *tbs* terbeschikkingstelling
- *TEV* Toegang en Verblijf
- *Trb.* Tractatenblad
- *TWV* Tewerkstellingsvergunning
- *UNDP* United Nations Development programme
- *TWV* tewerkstellingsvergunning
- *UNDP* United Nations Development Programme
- *UNHCR* United Nations High Commissioner for Refugees
- *UNRWA* United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East
- *UWV* Uitvoeringsinstelling werknemersverzekering
- *UWV* Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen
- *V&J* (Minister/Ministerie) van Veiligheid en Justitie
- *Vb*
Vreemdelingenbesluit
- *vbl* vrijheidsbeperkende locatie
- *Vc* Vreemdelingencirculaire
- *VIS* Verificatie- en informatiesysteem
- *VIS* Verificatie Informatie Systeem
- *VN* Verenigde Naties
- *VNG* Vereniging van Nederlandse Gemeenten
- *VRIS* Vreemdelingen in de strafrechtketen
- *VROM* (Ministerie/Minister van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
- *VRIS* Vreemdelingen in de Strafrechtketen
- *vo* voortgezet onderwijs
- *VOG* Verklaring Omtrent het Gedrag
- *VOG-NP* VOG natuurlijke personen
- *VOG-RP* VOG rechtspersonen
- *vof* vennootschap onder firma
- *VV*
Voorschrift Vreemdelingen
- *Vw*
Vreemdelingenwet
- *VWS* (Ministerie/Minister van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- *Wajong*
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
- *WAO*
@ -113,12 +163,24 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
- *Wbp*
Wet bescherming persoonsgegevens
- *WBV*
Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire
- *Wcad*
Wet conflictenrecht adoptie
- *WGA* Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsongeschikten
- *WHP* Working Holiday Program
- *WHS* Working Holiday Scheme
- *WHW*
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
- *WIA*
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
- *WIW*
Wet Inschakeling Werkzoekenden
- *Wi*
Wet inburgering
- *WIN*
Wet inburgering nieuwkomers
- *WML*
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
- *wo* wetenschappelijk onderwijs
- *Wob*
Wet openbaarheid van bestuur
- *Wobka*
@ -127,94 +189,31 @@ citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
Wet op de Studiefinanciering
- *Wsw*
Wet Sociale werkvoorziening
- *WvSr*
Wetboek van Strafrecht
- *WvSv*
Wetboek van Strafvordering
- *WvSr*
Wetboek van Strafrecht
- *WW*
Werkeloosheidswet
- *Wwb*
Wet werk en bijstand
- *ZHP* Dienst Zeehavenpolitie van de politieregio Rotterdam-Rijnmond
- *ZHP* Zeehavenpolitie
- *Zvw*
Zorgverzekeringswet
- *ZW*
Ziektewet
### . Lijst Richtlijnen, Verordeningen en Verdragen
| Citeertitel | Officiële benaming | Publicatie |
| --- | --- | --- |
| Richtlijn 2001/55 | Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen | Pb. EG L 212 |
| Richtlijn 2003/109 | Richtlijn 2003/109/EG van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen | Pb. EU L 16 |
| Richtlijn 2003/110 | Richtlijn 2003/110/EG van 25 november 2003 betreffende de ondersteuning bij de doorgeleiding in het kader van maatregelen tot verwijdering door de lucht | Pb. EU L 321 |
| Richtlijn 2003/86 | Richtlijn 2003/86/EG van 22 september 2003 van de Raad van de EU inzake het recht op gezinshereniging | Pb. EU L 51, 12 |
| Richtlijn 2003/9 | Richtlijn 2003/9/EG van de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten | Pb. EG L 031 |
| Richtlijn 2004/38 | Richtlijn 2004/ 38/ EG van 29 april 2004, betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) 1612/ 68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/ 221/ EEG, 68/ 360/ EEG, 72/ 194/ EEG, 73/ 148/ EEG, 75/ 34/ EEG, 75/ 35/ EEG, 90/ 364/ EEG, 90/ 365/ EEG en 93/ 96/ EEG | Pb. EU L 229 |
| Richtlijn 2004/82 | Richtlijn 2004/82/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verplichting voor vervoerders om passagiersgegevens door te geven | Pb. EU L 261 |
| Richtlijn 2004/83 | Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming | Pb.EU L 304 |
| Richtlijn 2005/71 | Richtlijn 2005/71/EG van 12 oktober 2005, betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek | Pb. EU L 289 |
| Richtlijn 2005/85 | Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus | Pb. EU L 326 |
| Richtlijn 2004/ 114 | Richtlijn 2004/114/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende de voorwaarden voor de toelating van onderdanen van derde landen meet oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk | PB L 375 |
*[afbeelding]*
| Citeertitel | Officiële benaming | Publicatie |
| --- | --- | --- |
| Schengengrenscode | Verordening (EG) 562/2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen | Pb. EU L 105 |
| Verordening 2133/2004 | Verordening (EG) 2133/2004 van de Raad van 13 december 2004 waarbij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de verplichting wordt ingevoerd om in de reisdocumenten van onderdanen van derde landen bij het overschrijden van de buitengrenzen van de lidstaten systematisch een stempel aan te brengen, en waarbij de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en het gemeenschappelijk handboek daartoe worden gewijzigd | Pb. EU L 369/ 5 |
| Verordening 1560/2003 | Verordening (EG) 1560/2003 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) 343/2003 van de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij één van de lidstaten wordt ingediend | Pb. EU L 222 |
| Verordening 1612/68 | Verordening 1612/68/EEG betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap | Pb. EU L 257 |
| Verordening 2725/2000 | Verordening 2725/2000 van de raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin | Pb. EU L 316 |
| Verordening 343/2003 | Verordening (EG) 343/2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend | Pb. EU L 50 |
| Verordening 539/2001 | Verordening (EG) 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld | Pb. EU L 81 |
| Visumcode | Verordening (EG) 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode | Pb. EU L 243/1 |
| Verordening 265/2010 | Verordening (EU) 265/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 25 maart 2010 tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Verordening (EG) 562/2006 wat het verkeer van personen met een visum voor verblijf van langere duur betreft. | Pb. EU L 85 |
*[afbeelding]*
| Citeertitel | Officiële benaming | Publicatie |
| --- | --- | --- |
| Antifolterverdrag | Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing | Trb. 1985, 69, Trb. 1963, 184 en Trb. 1964, 71 |
| Associatiebesluit 1/80 | Associatiebesluit van de Associatieraad EEG/ Turkije 1/80 | Niet gepubliceerd |
| Associatieovereenkomst EEG-Israël | Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de staat Israël betreffende liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de vervanging van de Protocollen nrs. 1 en 2 bij de associatieovereenkomst tussen de EG en Israël | Pb. EU 2003 L 346 en Trb. 2004, 144 |
| Associatieovereenkomst EEG-Jordanië | Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en het Hasjemitische Koninkrijk Jordanië, anderzijds | Pb. EU L 283 en Trb. 2002, 115 |
| Associatieovereenkomst EEG-Marokko | Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake de liberaliseringsmaatregelen voor het onderling handelsverkeer en de vervanging van de landbouwprotocollen bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en het Koninkrijk Marokko | Pb. EU 2003 L 345 en Trb. 2004, 144 |
| Associatieovereenkomst EG- Turkije | Associatieovereenkomst tussen de EG en de Republiek Turkije | Pb. EU 1964, 217 |
| Benelux Verdrag | Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie | Trb. 1958, 18 |
| Benelux- overeenkomst | Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Beneluxgebied | Trb. 1960, 40 |
| BuPo | Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten | Trb. 1990, 46, Nederlandse vertaling Trb. 1990, 170 |
| Consulaire verdrag | Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen | Trb. 1981, 143 |
| Diplomatenverdrag | Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer | Trb. 1962, 159 |
| EER- overeenkomst | Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte | Trb. 1992, 132 en Trb. 1993, 203 |
| EG- Verdrag | Verdrag tot oprichting van de Europese gemeenschap | Trb. 1957, 9 |
| ESH | Europees Sociaal Handvest | Trb. 2004, 13 |
| Europees verdrag betreffende sociale en medische bijstand | Europese Verdrag betreffende sociale en medische bijstand met bijlage en protocol betreffende de vluchtelingen van 11 december 1953 | Trb. 1954, 200 |
| Europees verdrag migrerende werknemers | Europees Verdrag inzake de rechtspositie van migrerende werknemers | Trb. 1978, 70 |
| Europees vestigingsverdrag | Europees vestigingsverdrag | Trb. 1957, 20 |
| Europese overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen | Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen | Trb. 1959, 153, Trb. 1960, 111, Trb. 1968, 48, Trb. 1995, 232 |
| Europese overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen | Europese overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen | Trb. 1982, 24 |
| EU- Verdrag | Verdrag betreffende de Europese Unie | Pb. EU C 191 en Trb. 1992, 74, Trb. 1993, 159 |
| EVRM | Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zoals gewijzigd door Protocol 11 met de aanvullende Protocollen 1, 4, 6, 7, 12 en 13 | Trb. 1951, 154 en Trb. 2004, 285 |
| Gewijzigd Nederlands- Zwitsers Traktaat | Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat | Trb. 1996, 217 |
| Haags adoptieverdrag | Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie | Trb. 1993, 197 en Trb. 1996, 94 |
| Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee | Internationaal Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op Zee | Trb. 1978, 189 |
| IVRK | Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind | Trb. 1990, 46 |
| Nationaliteitenverdrag | Verdrag van Straatsburg van 6 mei 1963 betreffende beperking van de gevallen van meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit | Trb. 1964, 4 en Trb. 1985, 75 |
| Nederlands- Amerikaans Vriendschapsverdrag | Het Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika; het Nederlands Amerikaans Vriendschapsverdrag | Trb. 1956, 40 en Trb. 1957, 234 |
| Nederlands- Duits Vestigingsverdrag | Nederlands- Duits Vestigingsverdrag | Stb. 1906, 279 |
| Nederlands Japans Handelsverdrag | Het Verdrag van handel en scheepvaart tussen Nederland en Japan | Stb. 1913, 389 |
| Nederlands- Zwitsers Traktaat | Traktaat van vriendschap, vestiging en handel tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondstaat | Stb.1878, 137 |
| Overeenkomst EEG- Tunesië | Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Tunesië inzake de liberaliseringsmaatregelen voor het onderlinge handelsverkeer en de wijziging van de landbouwprotocollen bij de Associatieovereenkomst tussen de EG en de Republiek Tunesië | Pb. EU 1978, L 336 |
| Overeenkomst EG- Zwitserland | Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, inzake het vrije verkeer van personen | Trb. 2000, 16 en Trb. 2000, 86, Trb. 2002, 104 |
| Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 | Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname inzake het verblijf en de vestiging van wederzijde onderdanen | Trb. 1975, 133 |
| Overeenkomst Nederland-Suriname 1981 | Overeenkomst tussen Nederland en Suriname inzake de binnenkomst en het verblijf van wederzijdse onderdanen | Trb. 1981, 35 en Trb. 1983, 171 |
| Overeenkomst van Dublin | Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend | Pb. EU 1997 C 254 en Trb. 1991, 129, Trb. 1997, 236 |
| Samenwerkingsovereenkomst EEG- Marokko | Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko | Pb. EU L 264 |
| Samenwerkingsovereenkomst EEG-Tunesië | Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de republiek Tunesië | Pb. EU L 265 |
| Samenwerkingsovereenkomst EEG- Algerije | Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de democratische volksrepubliek Algerije | Pb.EUL 263 |
| Schengenakkoord | Akkoord van Schengen inzake vrij personenverkeer tussen de deelnemende landen | Trb. 1990, 145 |
| Staatlozenverdrag | Verdrag betreffende de Status van Staatlozen | Trb. 1957, 22 |
| SUO | Schengen Uitvoeringsovereenkomst | SCH/ Com-ex (94) 29, 2e herziening |
| Toescheidingsovereenkomst Nederland- Suriname | Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten tussen Nederland en Suriname | Trb. 1975, 132 |
| Verdrag van Amsterdam | Verdrag van Amsterdam houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijbehorende Akten | Trb. 1998, 11 en Trb. 2002, 153 |
| Verdrag van Chicago | Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart | Stb. 1947/ H 165 |
| Vluchtelingenverdrag | Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en bijbehorend Protocol van New York van 1967 | Trb. 1954, 88 en Trb. 1967, 76 |
| Visumfacilitatieovereenkomst EG-Russische Federatie | Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Russische Federatie inzake de versoepeling van de afgifte van visa aan burgers van de Europese Unie en de Russische Federatie | Pb. EU L 129 |
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
## A1. Toegang
@ -238,23 +237,22 @@ In dit hoofdstuk wordt onder toegang verstaan de toegang tot het Schengeng
De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.
Alle ambtenaren van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP in de politieregio Rotterdam-Rijnmond is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:
• met de grensbewaking bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens, inclusief de benoemde ankerplaatsen;
• met het uitoefenen van grensbewakingstaken in de politieregio Rotterdam-Rijnmond, inclusief de kust- en binnenwateren van de politieregio Rotterdam-Rijnmond.
• met de grensbewaking bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens;
• met het uitoefenen van grensbewakingstaken in het Rotterdamse havengebied.
De ambtenaren van de KMar zijn belast:
• met de grensbewaking bij alle grensdoorlaatposten in Nederland behalve Rotterdam-Havens, inclusief de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/Europoort in de politieregio Rotterdam-Rijnmond;
• met de grensbewaking bij alle grensdoorlaatposten in Nederland behalve Rotterdam-Havens, inclusief de grensdoorlaatpost Hoek van Holland/Europoort in de regio Rotterdam;
• met het uitoefenen van grensbewakingstaken in de rest van Nederland.
De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
• De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.
Tijdelijke grensdoorlaatposten worden ingesteld met het oog op bijzondere omstandigheden en zijn gedurende de tijd dat zij zijn opengesteld te beschouwen als gewone grensdoorlaatposten (artikel 2, achtste lid, SGC). De ambtenaren van de KMar zijn belast met de grensbewaking bij de tijdelijke grensdoorlaatposten.
In Nederland zijn de Korpschef (Vreemdelingenpolitie), de KMar en de ZHP bevoegd om visa nietig te verklaren en in te trekken. De Korpschef, de KMar en de ZHP moeten tijdens kantooruren contact opnemen met de IND voordat zij een visum intrekken of nietig verklaren.
In Nederland zijn de Korpschef (Vreemdelingenpolitie), de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken. De Korpschef, de KMar en de ZHP moeten tijdens kantooruren contact opnemen met de IND voordat zij een visum intrekken of nietig verklaren.
De Korpschef, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode).
De Korpschef, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode).
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd de bepalingen van de Vw toe te passen op vreemdelingen die niet tot een van de hieronder genoemde categorieën behoren:
@ -580,7 +578,7 @@ De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert
De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:
a. de vreemdeling voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals gesteld in artikel 5, lid 1, onder a, c, d en e, SGC;
a. de vreemdeling voldoet aan de toelatingsvoorwaarden zoals gesteld in artikel 5, eerste lid, onder a, c, d en e, SGC;
b. de vreemdeling beschikt over een geldige ziektekostenverzekering;
c. de vreemdeling het voornemen heeft werkelijk naar het land van herkomst terug te keren;
d. de vreemdeling een gewaarborgde toelating heeft in een ander land.
@ -621,7 +619,7 @@ Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.
• Houders van een geprivilegieerdendocument afgegeven door het ministerie van BuZa; de geldigheidsduur van het visum van deze vreemdelingen hoeft niet te worden verlengd;
• Houders van een diplomatiek paspoort die niet in het bezit zijn van een door het ministerie van Buza afgegeven geprivilegieerdendocument: de directie Kabinet en Protocol van het ministerie van BuZa is verantwoordelijk voor verlenging van de geldigheidsduur van het visum;
• Surinaamse onderdanen die op medische indicatie voor een behandeling in Nederland zijn en voor dit doel ook in het bezit waren gesteld van een visum en waarvan het visum op nationale gronden is verlengd tot 180 dagen. De Visadienst mag deze vreemdelingen voortzetting van het verblijf verlenen als voortzetting van de behandeling in Nederland medisch noodzakelijk is, zie B8/2.2 Vc.
• Surinaamse onderdanen die op medische indicatie voor een behandeling in Nederland zijn en voor dit doel ook in het bezit waren gesteld van een visum en waarvan het visum op nationale gronden is verlengd tot 180 dagen. De Visadienst mag deze vreemdelingen voortzetting van het verblijf verlenen als voortzetting van de behandeling in Nederland medisch noodzakelijk is.
#### 5.2. Kosten van visa
@ -629,85 +627,36 @@ De in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw bedoelde familieleden van een
#### 5.3. Terugkeervisa
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (artikel 2.3, eerste lid, onder b, Vb.)
Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (artikel 1a, onder c Vw).
De IND mag een terugkeervisum onder bepaalde voorwaarden afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt in de volgende situaties:
• de vreemdeling heeft rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw;
• de vreemdeling is in het bezit van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, 20, 28 of 33 Vw.
De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum.
De IND mag een terugkeervisum afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt. In de artikelen 2k t/m o en 2w t/m cc Vw en verder de artikelen 1.24, 1.26 t/m 1.28 Vb zijn bepalingen opgenomen inzake de behandeling, afgifte, weigering, geldigheidsduur, wijziging en intrekking van terugkeervisa. De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum.
De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie bijlage 7 VV en de website van de IND).
Een vreemdeling die Nederland tijdelijk wil verlaten en aanspraak wil maken op wedertoegang tot Nederland moet een terugkeervisum hebben onder als hij:
De IND weigert een terugkeervisum niet op de in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw genoemde grond indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende en dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten.
• visumplichtig is voor Nederland; en
• in Nederland een (definitieve) beslissing op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning mag afwachten.
De IND verstaat onder dwingende en dringende familieomstandigheden in de zin van artikel 1.28 Vb in ieder geval het volgende:
De IND verleent geen terugkeervisum aan een vreemdeling die in afwachting is van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier (eerste aanleg, bezwaar of beroep) als:
• ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant van de vreemdeling (in de eerste en tweede graad);
• het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant van de vreemdeling (in de eerste en tweede graad);
• onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan.
• de vreemdeling Nederland is ingereisd zonder te beschikken over de vereiste mvv die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd;
• de IND heeft besloten dat er geen sprake is van een gerechtvaardigd beroep van de vreemdeling op de hardheidsclausule of vrijstelling van het mvv-vereiste.
De IND verstaat onder dringende reden als genoemd in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw in ieder geval:
De vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw, én met de vereiste mvv Nederland is ingereisd, die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd of in afwachting is van de ambtshalve verlening van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, komt in aanmerking voor een terugkeervisum in uitsluitend de volgende situaties:
• de vreemdeling neemt deel aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland;
• de vreemdeling maakt deel uit van een sportteam dat Nederland in het buitenland zal vertegenwoordigen.
a. er is sprake van een dringende reden die geen uitstel van vertrek gedoogt;
b. de vreemdeling heeft zich gedurende zijn verblijf in Nederland gehouden aan de maatregelen van toezicht in het kader van de Vw;
c. de vreemdeling heeft, om de reden voor vertrek uit en terugkeer naar Nederland aannemelijk te maken, alle daarvoor noodzakelijke gegevens verstrekt en bewijsmiddelen overgelegd aan de verzoekende overheidsinstantie;
d. de vreemdeling beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding;
e. het OM heeft geen bezwaar tegen vertrek uit Nederland in verband met vervolging wegens strafbare feiten of tenuitvoerlegging van een vonnis;
f. de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, een bezwaarschrift, een beroep op de Rechtbank of een hoger beroep op de ABRS wordt niet binnen de geldigheidsduur van het terugkeervisum verwacht.
Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.
Deze opsomming is cumulatief.
Met gebruikmaking van artikel 2y, derde lid Vw, verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum
In tenminste één van de volgende gevallen is er sprake voor de vreemdeling van dringende redenen die geen uitstel van vertrek gedogen:
• voor meer dan één reis: aan de vreemdeling die aantoonbaar voor zakelijke doeleinden meerdere malen in- en uit dient te reizen.
• voor maximaal zes maanden: aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier, als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen.
• voor meer dan één jaar: aan Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld.
• ernstige ziekte of overlijden van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad);
• het bijwonen van een huwelijk van een nabije bloedverwant (in de eerste en tweede graad);
• onder voogdij gestelde minderjarigen die met het pleeggezin op vakantie naar het buitenland gaan;
• deelname aan een in het kader van de opleiding of studie van belang zijnde excursie of werkweek in het buitenland;
• deel uitmaken van een sportteam dat Nederland in het buitenland zal vertegenwoordigen.
Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV, of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
Daarnaast mag de IND een terugkeervisum verlenen aan een vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen zonder dringende redenen die geen uitstel van vertrek toelaten. Deze categorie vreemdelingen moet wel voldoen aan de voorwaarden b tot en met f zoals hierboven opgesomd. De vreemdeling moet aantonen dat hij:
• een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier heeft ingediend; en
• leges heeft betaald.
De IND geeft het terugkeervisum voor een vreemdeling die rechtmatig verblijf houdt op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw alleen kort voor het vertrek van de vreemdeling uit Nederland af. De IND geeft het terugkeervisum af met een geldigheidsduur voor het beoogde doel, maar voor ten hoogste drie maanden. De IND mag de geldigheidsduur van een terugkeervisum na uitreis van de vreemdeling uit Nederland niet wijzigen of verlengen. De geldigheidsduur van het geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.
Het terugkeervisum van de vreemdeling is in deze gevallen geldig voor één reis, tenzij het gaat om een vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen. De IND mag aan de vreemdeling die voor zakelijke doeleinden wenst te reizen een terugkeervisum voor meerdere reizen afgeven.
De IND mag, als aan de onder a tot en met f onder het kopje vreemdelingen in procedure genoemde voorwaarden is voldaan, een terugkeervisum verlenen aan een vreemdeling die:
• een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft gedaan; en
• rechtmatig verblijf houdt op grond van artikel 8, aanhef en onder f, g of h, Vw,
De IND verleent geen terugkeervisum aan de vreemdeling voor zijn terugkeer vanuit het land van herkomst.
Een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning asiel dan wel een verblijfsvergunning regulier heeft geen terugkeervisum nodig als hij na een reis naar het buitenland (binnen dan wel buiten het Schengengebied) naar Nederland wil terugkeren. Deze vreemdeling heeft zonder visum toegang tot Nederland als hij beschikt over:
• een paspoort of ander erkend reisdocument en een afzonderlijk document als bedoeld in bijlage 7 VV; of
• een paspoort en een door het ministerie van BuZa afgegeven geprivilegieerdendocument.
De IND mag aan deze vreemdeling op zijn aanvraag een terugkeervisum afgeven, als hij dit visum nodig heeft voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.
De IND geeft op aanvraag een terugkeervisum af aan:
• Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld; en
• vreemdelingen die een positieve beslissing op hun aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier hebben ontvangen maar nog in afwachting zijn van een verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV.
De vreemdeling hoeft hiervoor géén dringende reden aan te dragen, zoals bedoeld onder ad a onder het kopje vreemdelingen in procedure.
Het geldige document voor grensoverschrijding en de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning moeten ten minste één maand langer geldig zijn dan de geldigheidsduur van het terugkeervisum.
Het terugkeervisum wordt voor ten hoogste één jaar verleend. De IND mag aan Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld een terugkeervisum verlenen voor een periode langer dan één jaar. De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen. De IND mag de geldigheidsduur van een terugkeervisum na uitreis van de vreemdeling uit Nederland niet wijzigen of verlengen. De IND mag het terugkeervisum voor de vreemdeling verlenen voor één of meerdere reizen.
De IND mag een terugkeervisum verstrekken aan de vreemdeling die in het bezit is of was van een verblijfsvergunning, indien de vreemdeling binnen de daarvoor gestelde termijn verlenging van de geldigheidsduur of wijziging van de beperking van zijn verblijfsvergunning heeft gevraagd. In deze gevallen hoeft de vreemdeling geen dringende reden aan te voeren als bedoeld onder ad a onder het kopje vreemdelingen in procedure. De overige voorwaarden zoals eerder vermeld onder b tot en met f onder het kopje vreemdelingen in procedure blijven gelden.
De IND mag aan de buitenlandse student die in afwachting is van een beslissing op zijn aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als hij in het kader van zijn studie voor langere tijd naar het buitenland moet reizen een terugkeervisum verlenen met een geldigheidsduur van maximaal zes maanden. De buitenlandse student moet de noodzaak en de duur van zijn verblijf in het buitenland met bewijsmiddelen onderbouwen.
De IND wijst een aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op basis van artikel 32, eerste lid, onder c, Vw af als de vreemdeling een aanvraag doet tot het verlenen van een visum voor terugkeer uit het land van herkomst.
De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.
#### 5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)
@ -993,7 +942,7 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking effectueert het vertrek van vreemdeling
• zodra het aanvoerende zeeschip vertrekt, of op een eerder tijdstip als het vertrek, in overleg met de verantwoordelijke reder, op andere wijze kan worden geëffectueerd;
• zodra plaatsing aan boord van een vliegtuig van de betreffende maatschappij mogelijk is met als bestemming de plaats van het opstappen dan wel een andere plaats waar de toegang van de vreemdeling gewaarborgd is, zie Annex 9 van het Verdrag van Chicago.
De vervoerder mag de in bijlage 14c en 14d VV genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangestroffen verstekelingen.
De vervoerder mag de in bijlage 14c en 14d VV genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.
Als een vreemdeling die als verstekeling is aangetroffen aan boord van een zeeschip niet voldoende gedocumenteerd is, moet de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt de identiteit en/of nationaliteit van de vreemdeling vaststellen en aan de vreemdeling een vervangend reisdocument geven. De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van het land van waar de vreemdeling vermoedelijk vandaan komt moet de nationaliteit en identiteit vaststellen en de vervangende reisdocumenten afgeven voor het moment waarop het zeeschip waarmee de verstekeling is aangevoerd de haven heeft verlaten. De uitvoering van de terugvoerverplichting op deze wijze mag niet tot gevolg hebben dat een unieke verwijdermogelijkheid verloren gaat.
@ -1005,45 +954,12 @@ Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet
De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw, artikel 5, eerste en tweede lid, Vw, artikel 65, derde lid, Vw en artikel 197a WvSr). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst 2012 in deze paragraaf. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties.
Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de IND een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties.
De IND stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.
De IND schort de aansprakelijkheid van de vervoerder voor de kosten voor de duur van de behandeling van de aanvraag op, als een vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd asiel indient. De IND verhaalt kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.
| *Vervoer (per vervoerde vreemdeling)* | |
| --- | --- |
| Binnen Rotterdam | € 149,80 |
| Van Rotterdam naar Den Haag | € 299,60 |
| Van Rotterdam naar Amsterdam | € 299,60 |
| Van Rotterdam naar Brussel | € 449,40 |
| Binnen Amsterdam | € 149,80 |
| Van Amsterdam naar Den Haag | € 299,60 |
| Van Amsterdam naar Rotterdam | € 299,60 |
| Van Amsterdam naar Brussel | € 599,20 |
| Vervoer naar overige bestemmingen, per vreemdeling per uur | € 74,90 |
| | |
| *Escortering tijdens het terugvervoer* | |
| Salariskosten (per escort per uur) | € 74,90 |
| Kosten voor het verblijf van de escort (per escort) | variabel |
| Ticketkosten (per escort) | variabel |
| Vliegvergoeding (per escort per uur) | € 18,42 |
| Onkostenvergoeding (per escort per dag) | € 12,00 |
| Reisverzekering (per escort) | variabel |
| | |
| *Verblijf van de geweigerde vreemdeling* | |
| Enige verblijfplaats aangewezen als plaats of ruimte bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw (p.p.p.d.) | € 196,00 |
| | |
| *Laissez passer* | |
| Kosten aanvraagproces | € 597,00 |
| Tolk tijdens vooronderzoek (per aanvraag) | € 55,00 |
| Prijs laissez passer | variabel |
| | |
| *Overige kosten* | variabel |
| | |
| *Administratiekosten* | |
| (maximaal € 1.200 administratiekosten per vreemdeling) | 8% |
## A2. Toezicht
### 1. Inleiding
@ -1112,7 +1028,7 @@ Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht
### 3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus
In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, lid 1, onder e Vb moet een geldig visum zijn.
In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.
Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
@ -1121,7 +1037,7 @@ Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:
• onmiddellijk verzenden van het vingerafdrukkenformulier naar de DNRI met daarop de afgenomen vingerafdrukken van de opgehouden persoon;
• onmiddellijk verzenden van het vingerafdrukkenformulier naar de Dienst Landelijke Operationele Samenwerking (DLOS) met daarop de afgenomen vingerafdrukken van de opgehouden persoon;
• raadplegen van gegevens van de vreemdelingenadministratie;
• het OPS en het (N)SIS raadplegen of de opgehouden persoon onder de opgegeven (of inmiddels vastgestelde) identiteit voorkomt.
@ -1158,11 +1074,10 @@ De raadsman mag de opgehouden persoon spreken als het onderzoek naar de identite
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen:
• moet de hulp van een beëdigde tolk inroepen als door moeilijkheden met de taal geen of onvoldoende contact met de opgehouden persoon mogelijk is;
• mag in tenminste een van de volgende situaties gebruik maken van een tolk die geen beëdigde tolk is:
• mag in ten minste een van de volgende situaties gebruik maken van een tolk die geen beëdigde tolk is:
een beëdigde tolk is niet tijdig beschikbaar;
er kan niet gewacht worden op een beëdigde tolk beschikbaarheid;
voor de desbetreffende bron- of doeltaal is geen tolk beschikbaar;
• een beëdigde tolk is niet tijdig beschikbaar;
• voor de desbetreffende bron- of doeltaal is geen tolk beschikbaar;
• moet het gebruik maken van een niet beëdigde tolk met redenen omkleed schriftelijk vastleggen.
De niet beëdigde tolk moet:
@ -1316,8 +1231,6 @@ De Korpschef of de Commandant der KMar van de gemeente waar het bedrijf van de w
De Korpschef van de verblijfplaats van de vreemdeling informeert de vreemdeling na ondertekening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, dat op hem, in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag, een meldplicht rust (zie artikel 54, eerste lid, onder f, Vw juncto artikel 4.51, eerste lid, onder b, Vb). De vreemdeling die een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend, wordt een meldplicht opgelegd door gebruik te maken van het model M117-A. Het model M117-A dient ook als proces-verbaal van uitreiking van de meldplicht aan de vreemdeling.
Een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland hoeft geen melding te maken van zijn aanwezigheid in Nederland. Een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland moet zich in de vierde maand na binnenkomst in Nederland melden bij de IND voor de inschrijving in de vreemdelingenadministratie (zie paragraaf B10/2.5.2 Vc).
De Korpschef:
• moet aan een vreemdeling een beschikking uitreiken als hij de vreemdeling een periodieke meldplicht oplegt;
@ -1350,11 +1263,11 @@ In artikel 55, derde lid, Vw is de bevoegdheid opgenomen tot een veiligheidsfoui
### 11. Toezicht op bewijsmiddelen
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van IPOL.
Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS.
Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22 eerste lid van het Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.
De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in artikel 4.21 Vb (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.
@ -1388,7 +1301,7 @@ Het Bureau SIRENE verricht alle volgende handelingen:
In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het (N)SIS;
• als een niet EU-onderdaan ongewenst is verklaard op grond van art.67 Vw;
• als een niet EU-onderdaan ongewenst is verklaard op grond van artikel 67 Vw;
• als een vreemdeling een zwaar inreisverbod is opgelegd op grond van 66a lid 7 Vw;
• als een vreemdeling een licht inreisverbod is opgelegd;
• een ongewenst vreemdeling (OVR) na toegangsweigering tot Nederland in verband met het gebruik van een vals document voor grensoverschrijding of identiteitspapieren. De signaleringsduur is 5 jaar;
@ -1398,7 +1311,8 @@ In ieder geval in de volgende situaties volgt opname van een vreemdeling in het
In ieder geval de volgende categorieën vreemdelingen worden opgenomen in het OPS:
• een ongewenst vreemdeling (OVR) met een verblijfsvergunning in een ander Schengenland die zich niet gehouden heeft aan de voorwaarden van artikel 12 Vw. De termijn van signalering is maximaal zes maanden;
• een op grond van artikel67 Vw ongewenst verklaarde EU-onderdaan.
• een op grond van artikel 67 Vw ongewenst verklaarde EU-onderdaan;
• een mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) voldoet aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven. De duur van de signalering wordt gelijk gesteld met de (resterende) duur van de afgegeven mvv.
De duur van signaleringen ter fine van handhaving van een inreisverbod of ongewenstverklaring is gelijk aan de duur van de betreffende maatregel.
@ -1407,6 +1321,7 @@ De IND neemt signaleringen op in het OPS of het (N)SIS:
• naar aanleiding van een melding in de BVV van een door de politie of KMar opgelegd licht inreisverbod;
• naar aanleiding van een bekendmaking van een door de IND opgelegd licht of zwaar inreisverbod of een beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw;
• naar aanleiding van een door de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ingediend model M93.
• naar aanleiding van een beschikking tot intrekking van een mvv.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het model M93 verzenden aan de IND, samen met:
@ -1423,31 +1338,32 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen di
• dat de signalering voor het gehele Schengengebied geldt
• de wijze waarop de vreemdeling:
kan kennisnemen van de signalering;
om opheffing kan verzoeken;
bezwaar kan maken tegen de signalering.
kan kennisnemen van de signalering;
om opheffing kan verzoeken;
bezwaar kan maken tegen de signalering.
Als de identiteit van de vreemdeling niet bekend is en een onderzoek naar de identiteit van de vreemdeling nog niet heeft plaatsgevonden, moet de politie een onderzoek doen naar de identiteit van de vreemdeling op basis van de vingerafdrukken van de vreemdeling. De vreemdeling met verschillende personalia wordt onder de naam zoals deze bij de IND bekend is, gesignaleerd. De andere personalia worden als aliasnaam opgenomen.
#### 12.3. Aanvang termijn signalering
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering tenminste aan op:
Bij signalering van een vreemdeling in het OPS of het (N)SIS, vangt de termijn van signalering ten minste aan op:
• de datum dat de vreemdeling Nederland daadwerkelijk heeft verlaten;
• de datum van het besluit OVR op grond van artikel 67 Vw of het inreisverbod;
• de datum dat de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd.
• de datum dat de vreemdeling de toegang tot Nederland is geweigerd;
• de datum waarop de rechtsgevolgen genoemd in het besluit tot intrekking van de mvv in werking treden.
#### 12.4. Gevolgen signalering bij het aantreffen aan de grens of binnen Nederland
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet bij een vreemdeling die gesignaleerd staat en die in het kader van binnenlands toezicht wordt aangetroffen in ieder geval de volgende handelingen verrichten:
• de vreemdeling die gesignaleerd staat als ongewenst vreemdeling (hierna aangeduid als OVR) een inreisverbod opleggen anders dan op grond van artikel 66a, lid 7, Vw. De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in (N)SIS;
• de vreemdeling die gesignaleerd staat als ongewenst vreemdeling (hierna aangeduid als OVR) een inreisverbod opleggen anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw. De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in (N)SIS;
• bij de vreemdeling die gesignaleerd staat als ONGEW nagaan of de vreemdeling sinds de datum van uitreiking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw uit Nederland is vertrokken of uitgezet:
als de vreemdeling Nederland niet heeft verlaten moet geen terugkeerbesluit en inreisverbod worden opgelegd;
als de vreemdeling sinds de datum van uitreiking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw is vertrokken of uitgezet moet een terugkeerbesluit worden opgelegd.
als de vreemdeling Nederland niet heeft verlaten moet geen terugkeerbesluit en inreisverbod worden opgelegd;
als de vreemdeling sinds de datum van uitreiking van de beschikking tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw is vertrokken of uitgezet moet een terugkeerbesluit worden opgelegd.
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, lid 7, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a lid 7 Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr.
De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd anders dan op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 108 Vw. De vreemdeling tegen wie een inreisverbod is uitgevaardigd op grond van artikel 66a, zevende lid, Vw en in Nederland verblijft, is strafbaar op grond van artikel 197 WvSr.
#### 12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen
@ -1522,18 +1438,20 @@ De IND kan een signalering opheffen voordat de termijn van de signalering is ver
Een vreemdeling die gesignaleerd staat in het (N)SIS mag bij elk Schengenland een verzoek indienen om opheffing van de signalering.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de Dienst IPOL van de KLPD. Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
In Nederland moet de vreemdeling een verzoek tot opheffing van een signalering van een andere lidstaat richten aan de DLOS. Als de signalering dient ter fine van handhaving van een door Nederland opgelegd inreisverbod, moet het verzoek van de vreemdeling tot opheffing van de signalering gericht zijn op de opheffing van het inreisverbod.
Een verzoek tot opheffing van een door Nederland opgenomen signalering moet door de vreemdeling naar de IND worden gestuurd. Binnen vier weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot opheffing van de signalering.
##### 12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de Dienst IPOL (zie artikel 35 en artikel 36 Wbp). De Dienst IPOL stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een vreemdeling die is geregistreerd in het OPS heeft het recht een verzoek in te dienen om de signalering te verwijderen uit OPS. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de DLOS (zie artikel 35 en artikel 36 Wbp). De DLOS stuurt het verzoek door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen vier weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.
Een signalering wordt door de IND uit het OPS verwijderd als de signaleringstermijn is verstreken.
De IND kan een signalering in het OPS opheffen voordat de signaleringstermijn is verstreken als er sprake is van gewijzigde omstandigheden, die nopen tot opheffing.
De IND heft een signalering in het OPS op als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
#### 12.9. Toegang verlenen ondanks signalering
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere Schengenlanden over deze toegangsverlening.
@ -1714,7 +1632,7 @@ De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag a
• de vreemdeling wordt uitgezet naar een derde land waar een ander land een overeenkomst mee heeft gesloten dat bemiddelt in de toelating tot het derde land;
• de vreemdeling rechtstreeks wordt uitgezet naar een land waar zijn toegang gewaarborgd is, omdat de vreemdeling onderdaan is van dat land of omdat hij in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of toelating tot het land;
• de vreemdeling geen een vreemdeling is die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft ingediend;
• op de vreemdeling niet het beleid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel (zie hoofdstuk B9 Vc) van toepassing is.
• op de vreemdeling niet het beleid ten aanzien van slachtoffers van mensenhandel (zie hoofdstuk B8 Vc) van toepassing is.
De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag geen aantekening over de uitzetting in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling maken als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
@ -1790,7 +1708,7 @@ Uitgeprocedeerde Amvs die aan alle volgende voorwaarden voldoen komen in aanm
• er is geen twijfel over de opgegeven leeftijd;
• de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is op grond van het beleid inzake Amvs geweigerd (zie hoofdstukken B1 en B14/2 Vc).
Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie paragraaf B14/2 Vc), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amvs rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
Als het niet waarschijnlijk is dat de Amv zich zelfstandig kan handhaven in het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan (zie paragraaf B8/6 Vc), moet voor de terugkeer van de Amv de toegang tot opvang geregeld zijn. Als in het landgebonden asielbeleid is vastgelegd dat de autoriteiten van het land van herkomst of een ander land waar de Amv heen kan gaan, zorg dragen voor de opvang van Amvs, dan rust geen taak op de Nederlandse overheid in de opvang van de Amv. De voogd van de Amv moet op de hoogte worden gesteld door de DT&V van het besluit dat de Amv wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
#### 6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
@ -1801,16 +1719,15 @@ Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
• als door een buitenlandse autoriteit de opsporing (en aanhouding ter fine van uitlevering) van een vreemdeling is of wordt gevraagd;
• als de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen de voorgenomen uitzetting en de uitspraak op de voorlopige voorziening in Nederland mag worden afgewacht;
• als een vreemdeling tenminste aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
de vreemdeling is als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en het strafonderzoek is niet door het OM beëindigd;
de vreemdeling heeft een strafvervolging wegens een misdrijf lopen en op de strafvervolging is niet onherroepelijk beslist;
de vreemdeling is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en de opgelegde straf of strafrechtelijke maatregel is niet ondergaan;
aan de vreemdeling is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de vrijheidsontnemende maatregel is niet ondergaan.
de vreemdeling is als verdachte van een strafbaar feit aangehouden en het strafonderzoek is niet door het OM beëindigd;
de vreemdeling heeft een strafvervolging wegens een misdrijf lopen en op de strafvervolging is niet onherroepelijk beslist;
de vreemdeling is tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf veroordeeld en de opgelegde straf of strafrechtelijke maatregel is niet ondergaan;
aan de vreemdeling is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd en de vrijheidsontnemende maatregel is niet ondergaan.
In deze situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat;
• als de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend tegen de voorgenomen uitzetting en de uitspraak op de voorlopige voorziening in Nederland mag worden afgewacht.
In de hier genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM daarmee akkoord gaat.
#### 6.4. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
@ -1927,7 +1844,7 @@ De uitzetting blijft op grond van artikel 64 Vw achterwege als BMA aangeeft dat
• vanwege de gezondheidstoestand van de vreemdeling of van één van zijn gezinsleden is het niet verantwoord om te reizen;
• de stopzetting van de medische behandeling doet een medische noodsituatie ontstaan en de medische behandeling van de medische klachten kan niet plaatsvinden in het land van herkomst of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken.
Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling (zie paragraaf B8/3.4 Vc).
Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling (zie paragraaf B8/9.1.7 Vc).
Als gezinsleden in verband met artikel 64 Vw worden aangemerkt:
@ -2067,7 +1984,7 @@ Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaald
Bij tweede of volgende aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in de verlengde procedure worden behandeld, kan de parallelle procedure worden toegepast als de onder paragraaf A3/7.2 Vc genoemde bewijsmiddelen zijn overgelegd. Zie ook paragraaf C1/2.4 Vc.
Artikel 64 Vw wordt niet toegepast als de vreemdeling op grond van de Verordening 343/2003 wordt overgedragen aan een bij de Verordening 343/2003 aangesloten lidstaat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor paragraaf C2/4 Vc).
Artikel 64 Vw wordt niet toegepast als de vreemdeling op grond van de Verordening 343/2003 wordt overgedragen aan een bij de Verordening 343/2003 aangesloten lidstaat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan een lidstaat, omdat de medische voorzieningen vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de vreemdeling aannemelijk maakt met bewijsmiddelen dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat (zie hiervoor paragraaf C2/5 Vc).
De IND maakt een meeromvattende beschikking over het besluit op de asielaanvraag en de ambtshalve toets aan artikel 64 Vw. De meeromvattende beschikking wordt zoveel mogelijk in de algemene asielprocedure en in ieder geval in de verlengde asielprocedure gemaakt.
@ -2211,7 +2128,7 @@ c. het uitvaardigen van een inreisverbod aan de vreemdeling een schending van ar
Uitsluitend als de andere lidstaat van de EU (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Ierland) of van de EER of Zwitserland die de verblijfsvergunning aan de vreemdeling heeft verleend na consultatie via SIRENE instemt de verblijfsvergunning in te trekken, vaardigt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen aan de vreemdeling een inreisverbod uit.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B2/10 Vc.
Bij het besluit tot het uitvaardigen van een inreisverbod weegt de IND of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
#### 2.3. Duur van het inreisverbod
@ -2233,7 +2150,12 @@ Het beleid dat geldt voor het voorbereiden van het besluit tot ongewenstverklari
##### 2.4.2. Uitreiking van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod
Paragraaf B1/9.7.7.1 is van overeenkomstige toepassing.
Het beleid dat geldt voor het uitreiken van het besluit tot ongewenstverklaring is van overeenkomstige toepassing op het uitreiken van het besluit tot uitvaardiging van een inreisverbod met de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw. Zie paragraaf A4/3.4 Vc.
De IND kan in de volgende gevallen het besluit tot het opleggen van een inreisverbod zowel uitreiken als toezenden:
• als het inreisverbod de rechtsgevolgen van artikel 66a, zevende lid, Vw heeft en uitgevaardigd wordt onder gelijktijdige opheffing van de ongewenstverklaring; en
• als het inreisverbod de rechtsgevolgen van artikel 66a, zesde lid, Vw heeft.
#### 2.5. Opheffing of tijdelijke opheffing van het inreisverbod
@ -2293,7 +2215,7 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen ge
De IND beoordeelt zo snel mogelijk na het onherroepelijk worden van een rechterlijk vonnis waarin de maatregel als bedoeld in artikel 37a WvSr ten aanzien van een vreemdeling is verlengd, of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 67 lid 1, aanhef en onder c Vw als hij wegens een misdrijf:
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de openbare orde als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als hij wegens een misdrijf:
• is veroordeeld tot een gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of een taakstraf of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd heeft gekregen en waarbij het (totale) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of vrijheidsontnemende maatregel ten minste een maand bedraagt; of
• bij herhaling is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of bij herhaling een taakstraf, onvoorwaardelijke geldboete of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd heeft gekregen, een transactieaanbod heeft aanvaard of een strafbeschikking opgelegd heeft gekregen.
@ -2302,12 +2224,12 @@ De IND rekent tot vrijheidsontnemende maatregelen:
• plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie artikel 37 WvSr);
• plaatsing in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie artikel 38m WvSr);
• plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h lid 4 onder a WvSr); en
• plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h, vierde lid, onder a, WvSr); en
• ter beschikkingstelling (zie artikel 37a WvSr).
Bij een veroordeling van een vreemdeling tot een taakstraf neemt de IND de duur van de door de rechter bepaalde vervangende hechtenis als uitgangspunt bij de beoordeling of wordt besloten tot ongewenstverklaring.
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67 lid 1, aanhef en onder c Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
De IND besluit tot ongewenstverklaring van een vreemdeling als deze een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De IND beschouwt een vreemdeling als een gevaar voor de nationale veiligheid als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vw als daarvoor concrete aanwijzingen zijn. Het bestaan van concrete aanwijzingen blijkt in ieder geval uit:
• een ambtsbericht van de AIVD; of
• een ambtsbericht van andere binnenlandse en buitenlandse ministeries of inlichtingendiensten.
@ -2316,9 +2238,9 @@ Toepassing van deze grond is niet afhankelijk van een strafrechtelijke veroordel
De IND kan een vreemdeling die in één van de lidstaten van de Benelux of Schengen ongewenst is verklaard, op een met redenen omkleed verzoek van één van lidstaten, ook voor de andere lidstaten ongewenst verklaren.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67 lid 1, aanhef en onder e Vw besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND kan tot ongewenstverklaring op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw besluiten als de vreemdeling buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan. Een vreemdeling die buiten de rechtsmacht van Nederland een ernstig misdrijf heeft begaan, is in ieder geval een vreemdeling van wie de aanvraag voor een verblijfsvergunning is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken op grond van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B2/10 Vc.
De IND besluit niet tot ongewenstverklaring als de ongewenstverklaring een schending van artikel 8 EVRM betekent. Bij het besluit tot ongewenstverklaring weegt de IND artikel 8 EVRM-aspecten mee. Verwezen wordt naar paragraaf B7/3.8 Vc.
#### 3.2. Procedurele aspecten
@ -2338,7 +2260,21 @@ De IND geeft uitvoering aan de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 4:7 en art
#### 3.4. Uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring
Paragraaf B1/9.7.7.1 is van overeenkomstige toepassing.
Bij de uitreiking van het besluit tot ongewenstverklaring handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen als volgt:
• hij reikt het origineel van de beschikking aan de vreemdeling in persoon uit;
• hij verstrekt een brochure in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal met betrekking tot de ongewenstverklaring;
• hij maakt hiervan een proces-verbaal op;
• hij zendt, in het geval een gemachtigde van de vreemdeling bekend is, een kopie van de beschikking aan de gemachtigde toe op dezelfde dag dat de beschikking en de brochure zijn uitgereikt.
Als de uitreiking van de beschikking aan de vreemdeling in persoon niet mogelijk is, dan zendt de IND:
• de beschikking met de brochure per aangetekende brief naar het laatst bekende adres van de vreemdeling; en
• een kopie van de beschikking aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
Als bekend is dat de vreemdeling niet langer op het laatst bekende adres woont, zendt de IND de beschikking met de brochure aan de gemachtigde van de vreemdeling, als een gemachtigde bekend is.
Als geen gemachtigde van de vreemdeling bekend is of de gemachtigde stelt niet of niet langer gemachtigde te zijn, wordt volstaan met de bekendmaking van de beschikking door mededeling ervan in de Staatscourant.
#### 3.5. Opheffing van de ongewenstverklaring
@ -2371,9 +2307,9 @@ a. strijd met artikel 8 EVRM;
b. strijd met artikel 3 EVRM is duurzaam en het handhaven van de ongewenstverklaring is disproportioneel;
c. artikel 3.105b of artikel 3.105e Vb is van toepassing.
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B2/10 Vc.
Bij de beoordeling van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring, betrekt de IND in ieder geval alle feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B7/3.8 Vc.
De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B2/10 Vc, is opgetreden.
De IND beoordeelt bij de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring uitsluitend of er sinds de ongewenstverklaring een wijziging in de situatie van de vreemdeling met betrekking tot de feiten en omstandigheden die zijn genoemd in paragraaf B7/3.8 Vc, is opgetreden.
In het geval van gewijzigde feiten en omstandigheden, beoordeelt de IND of deze feiten en omstandigheden bijzonder zijn. Hiervan is sprake als aan het belang van de ongewenstverklaarde vreemdeling bij familie- en gezinsleven in Nederland meer gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang van de Nederlandse Staat. Bij deze beoordeling zet de IND altijd de duur van het verblijf van de vreemdeling buiten Nederland af tegen tijd die sinds het besluit tot ongewenstverklaring is verstreken.
@ -2395,8 +2331,8 @@ Als de vreemdeling disproportionaliteit aannemelijk heeft gemaakt, willigt de IN
Als een ongewenstverklaarde vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indient, heft de IND de ongewenstverklaring op en verleent de vreemdeling op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als de vreemdeling:
• aannemelijk maakt dat hij vluchteling is als bedoeld in artikel 29 lid 1 onder a Vw; of
• bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29 lid 1 onder b, Vw.
• aannemelijk maakt dat hij vluchteling is als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder a, Vw; of
• bij terugkeer een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, Vw.
De IND heft de ongewenstverklaring niet op en verleent de vreemdeling geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 3.105b Vb, respectievelijk artikel 3.105e Vb, als:
@ -2467,7 +2403,7 @@ De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de binnenkomst in en het ve
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen houdt tijdens het verblijf van de vreemdeling in Nederland toezicht op hem. Welke vorm van toezicht geïndiceerd is, beziet de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen per vreemdeling. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen stemt de toe te passen vorm van toezicht af met de instantie die om het verblijf van de vreemdeling in Nederland heeft verzocht.
#### 3.8. EU-/EER-onderdanen, zwitserse onderdanen en familieleden
#### 3.8. EU-/EER-onderdanen, Zwitserse onderdanen en familieleden
Voor de ongewenstverklaring van:
@ -2475,17 +2411,15 @@ Voor de ongewenstverklaring van:
• Onderdanen van Zwitserland;
• Onderdanen van de EER;
• Familieleden van onderdanen van de EU/EER en Zwitserland; of
• Turkse werknemers en hun gezinsleden die een verblijfsrecht ontlenen aan Besluit 1/80,
• Turkse werknemers en hun gezinsleden die een verblijfsrecht ontlenen aan Besluit 1/80, gelden aanvullende beleidsregels.
gelden aanvullende beleidsregels.
In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in hoofdstuk B10/2.3 Vc.
In aanvulling op artikel 67 Vw, artikel 8.18, onder b, Vb en artikel 8.22 Vb gaat de IND over tot ongewenstverklaring van de vreemdeling als bedoeld in deze paragraaf van wie het verblijf is ontzegd of beëindigt op grond van de openbare orde en openbare veiligheid als bedoeld in hoofdstuk B10/7 Vc.
In aanvulling op artikel 8.22, Vb geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
In aanvulling op artikel 8.22 Vb geldt bij de beoordeling door de IND van de aanvraag tot opheffing van de ongewenstverklaring als deugdelijk bewijsmiddel:
• een overzicht van de plaatsen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven, voorzien van bewijsstukken;
• een kopie van de documenten voor grensoverschrijding die de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft gehouden;
• gegevens en bescheiden ten bewijze van het feit dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om jegens de vreemdeling een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen en;
• gegevens en bescheiden ten bewijze van het feit dat er een wijziging in materiële zin is opgetreden in de omstandigheden die het besluit rechtvaardigden om tegen de vreemdeling een verwijderingsmaatregel uit te vaardigen en;
• Een schriftelijke verklaring van de vreemdeling en van de terzake bevoegde autoriteiten van het land of de landen waar de vreemdeling sinds zijn ongewenstverklaring heeft verbleven waaruit blijkt dat hij zich in die periode niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven en dat hij niet aan strafvervolging onderworpen is.
## A5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
@ -3082,23 +3016,19 @@ Vervallen
## Bijlage M46-A. Verklaring op grond van
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
Vervallen
## Bijlage M46-B. Verklaring op grond van
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
Vervallen
## Bijlage M46-C. Verklaring op grond van
*[afbeelding]*
Vervallen
## Bijlage M46-D. Verklaring op grond van
*[afbeelding]*
Vervallen
## Bijlage M47. Garantverklaring
@ -3142,7 +3072,7 @@ Vervallen
## Bijlage M54. Aanvraagformulier
## Bijlage M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op regeling
## Bijlage M55. Kennisgeving bedenktijd/aangifte/verlenen medewerking aan strafproces mensenhandel en beroep op de verblijfsregeling voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel zoals neergelegd in
*[afbeelding]*
@ -3320,7 +3250,7 @@ Vervallen
Vervallen
## Bijlage M93. Bericht omtrent signalering
## Bijlage M93. Bericht omtrent signalering OVR
*[afbeelding]*
@ -3452,8 +3382,6 @@ Vervallen
*[afbeelding]*
*[afbeelding]*
## Bijlage M122. Mededeling toepassing
*[afbeelding]*