2013-01-01 | BWBR0002368 | Algemene Kinderbijslagwet
This commit is contained in:
parent
13963ad628
commit
f2ad168ba2
1 changed files with 65 additions and 17 deletions
|
|
@ -261,9 +261,13 @@ In afwijking van de eerste volzin blijft herziening per 1 januari onderscheidenl
|
|||
|
||||
**9.** De Sociale verzekeringsbank betaalt de herziene kinderbijslag, bedoeld in het achtste lid, bij de eerstvolgende betaling van de kinderbijslag nadat de herziening, bedoeld in het tweede lid, heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
### Artikel 13a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 13, tweede lid, wordt het bedrag, genoemd in artikel 12, met ingang van 1 januari 2013 en 1 januari 2014, niet herzien.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de herziening van het bedrag, met ingang van 1 juli 2013 respectievelijk 1 juli 2014, wordt voor de toepassing van artikel 13, tweede lid, onder «de consumentenprijsindex, waarop de laatste herziening is gebaseerd» verstaan: de consumentenprijsindex over de maand oktober 2012 respectievelijk de maand oktober 2013.
|
||||
|
||||
**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2015.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Het geldend maken van het recht op kinderbijslag
|
||||
|
||||
|
|
@ -287,7 +291,9 @@ a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van
|
|||
b. indien anderszins de kinderbijslag ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
|
||||
c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 15 of 16 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op kinderbijslag bestaat.
|
||||
|
||||
**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking af te zien.
|
||||
**2.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking als bedoeld in het eerste lid af te zien.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de verzekerde of de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald niet op grond van artikel 15a desgevraagd aantoont dat is voldaan aan artikel 15a, eerste lid, onderdelen a en b, en als gevolg hiervan niet kan worden vastgesteld tot wiens huishouden het kind behoort, wordt het recht op kinderbijslag vastgesteld, herzien of ingetrokken en het recht op kinderbijslag geldend gemaakt overeenkomstig hoofdstuk III, paragraaf 1 en 2.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
|
|
@ -300,11 +306,24 @@ De verplichting van het eerste lid geldt niet indien:
|
|||
a. die feiten en omstandigheden door de Sociale verzekeringsbank kunnen worden vastgesteld op grond van bij wettelijk voorschrift als authentiek aangemerkte gegevens of kunnen worden verkregen uit bij ministeriële regeling aan te wijzen administraties. Bij ministeriële regeling wordt bepaald voor welke gegevens dit onderdeel van toepassing is, of
|
||||
b. het kind voor wie kinderbijslag wordt betaald recht krijgt op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000.
|
||||
|
||||
### Artikel 15a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 15 kan de Sociale verzekeringsbank de verzekerde of de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald verzoeken aan te tonen dat:
|
||||
|
||||
a. ten aanzien van een kind als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, of
|
||||
b. een kind als bedoeld in artikel 7, derde lid, niet tot het huishouden van de verzekerde noch tot het huishouden van een ander behoort.
|
||||
|
||||
**2.** Teneinde de verzekerde of de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald daartoe in de gelegenheid te stellen, kan de Sociale verzekeringsbank bij dit verzoek aanbieden met de toestemming van de verzekerde of de bewoner van de woning waar het kind woont, de woning van verzekerde onderscheidenlijk de woning waar het kind woont binnen te treden.
|
||||
|
||||
**3.** Indien door het ontbreken van toestemming van de bewoner niet kan worden vastgesteld tot wiens huishouden het kind behoort, heeft dit gevolgen voor het recht op en het geldend maken van het recht op kinderbijslag.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank is bevoegd controlevoorschriften vast te stellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor een juiste uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
**2.** De verzekerde, alsmede de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplicht de voorschriften op te volgen, die de Sociale verzekeringsbank ten behoeve van een doelmatige controle stelt.
|
||||
**2.** De verzekerde, alsmede de persoon aan wie of de instelling waaraan op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplicht de voorschriften op te volgen en anderszins aan de Sociale verzekeringsbank desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
|
|
@ -322,15 +341,30 @@ b. het kind voor wie kinderbijslag wordt betaald recht krijgt op studiefinancier
|
|||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste het benadelingsbedrag wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15. De bestuurlijke boete is niet lager dan de boete die op grond van het derde lid zou worden opgelegd indien er geen sprake was van een benadelingsbedrag.
|
||||
|
||||
**2.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van kinderbijslag, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**2.** In dit artikel wordt onder benadelingsbedrag verstaan het brutobedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is verleend.
|
||||
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
|
||||
**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag, legt de Sociale verzekeringsbank een bestuurlijke boete op van ten hoogste het bedrag van de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**4.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
|
||||
**4.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het derde lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaats vindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de verzekerde, of aan de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.
|
||||
**5.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op wegens het niet of niet behoorlijk nakomen door de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, van de verplichting, bedoeld in artikel 15, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan kinderbijslag is ontvangen, van ten hoogste 150 procent van het benadelingsbedrag indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van het begaan van de overtreding een eerdere bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een eerdere overtreding, bestaande uit eenzelfde gedraging, die onherroepelijk is geworden.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het vijfde lid is het in dat lid genoemde tijdvak van vijf jaar tien jaar indien wegens de eerdere overtreding, bedoeld in het vijfde lid, de verzekerde, of de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, is gestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
De Sociale verzekeringsbank kan:
|
||||
|
||||
a. de bestuurlijke boete verlagen indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;
|
||||
b. afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**8.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
**9.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
**10.** In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
|
|
@ -350,7 +384,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 17f
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de verzekerde, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, wijzigen.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17g
|
||||
|
||||
|
|
@ -362,11 +396,23 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Zolang de verzekerde en degene met wie hij een huishouden vormt, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplichting als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
|
||||
Zolang de verzekerde en degene met wie hij een huishouden vormt, dan wel de persoon aan wie op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, zijn verplichting als bedoeld in artikel 17a, achtste lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
|
||||
|
||||
a. is de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4.93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening van de bestuurlijke boete voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
|
||||
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
### Artikel 17h
|
||||
|
||||
**1.** Bij de verrekening, bedoeld in artikel 17g, eerste lid, wordt de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 17a, vijfde lid, door Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, verrekend gedurende een tijdvak van ten hoogste vijf jaar vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 17g, eerste lid, en het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, indien en voor zover op het moment van verrekening, bedoeld in het eerste lid, de bestuurlijke boete door de overtreder niet is betaald.
|
||||
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank kan op verzoek van degene aan wie de bestuurlijke boete is opgelegd besluiten het eerste en tweede lid niet of niet meer toe te passen indien, gelet op bijzondere omstandigheden, dringende redenen daartoe noodzaken.
|
||||
|
||||
**4.** De voorgaande leden laten de verrekening van de bestuurlijke boete op grond van artikel 17g, eerste, na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onverlet.
|
||||
|
||||
**5.** Indien als gevolg van de verrekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand wordt toegekend, wordt bij de verrekening een bij ministeriële regeling bepaald deel van de kinderbijslag op grond van deze wet vrijgelaten in verband met zorgkosten, woonkosten en de kosten van kinderen. Het vrij te laten deel van de kinderbijslag kan afhankelijk worden gesteld van de leefsituatie.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. De betaling van de kinderbijslag
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
|
@ -393,7 +439,7 @@ De Sociale verzekeringsbank schort de betaling van de kinderbijslag op of schors
|
|||
|
||||
a. het recht op kinderbijslag niet of niet meer bestaat;
|
||||
b. recht op een lagere kinderbijslag bestaat, of
|
||||
c. de verzekerde, alsmede de persoon aan wie of de instelling aan welke op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een verplichting hem of haar op grond van de artikelen 15 en 16 opgelegd, niet is nagekomen.
|
||||
c. de verzekerde, alsmede de persoon aan wie of de instelling aan welke op grond van artikel 21 kinderbijslag wordt betaald, een verplichting hem of haar op grond van de artikelen 15, 15a, eerste lid, en 16 opgelegd, niet is nagekomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
|
|
@ -453,18 +499,20 @@ b. gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft vold
|
|||
c. gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of
|
||||
d. een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom in één keer aflost.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
**3.** De in het tweede lid, onderdelen a, b en c, genoemde termijn is tien jaar indien de terugvordering het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid, onder a en b, genoemde termijn is drie jaar indien:
|
||||
|
||||
a. het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan; en
|
||||
b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 15.
|
||||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
**5.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
|
||||
**5.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
**6.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
|
|
@ -568,7 +616,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 29d
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht kan van het horen van een belanghebbende worden afgezien indien de belanghebbende niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde redelijke termijn, verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 30
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue