2006-10-21 | BWBR0020407 | Fiscale positie van de ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (2006)

This commit is contained in:
Coornhert 2006-10-21 12:00:00 +00:00
parent 9cda2e3947
commit f2babe478b

View file

@ -14,7 +14,7 @@ citeertitel: Fiscale positie van de ambtenaren en overige personeelsleden van de
De Directeur-Generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Minister van Financiën het volgende besloten:
Er bestaat, zo is mij gebleken, behoefte aan nadere informatie over de fiscale positie van ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. Onder intrekking van het besluit van 22 februari 1983, nr. 083-38, deel ik u het volgende mede.
Er bestaat, zo is mij gebleken, behoefte aan nadere informatie over de fiscale positie van ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. Onder intrekking van het besluit van 22 februari 1983, nr. 083-38, deel ik u het volgende mede.
## 1. De instellingen van de Europese Gemeenschappen (EG)
@ -32,7 +32,7 @@ Tevens is door de Lid- Staten opgericht de Europese Investeringsbank (zie het Ve
## 2. Toepassing van de woonplaatsbepaling
Artikel 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965 voorziet in een fictieve woonplaatsbepaling ten aanzien van de ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (hierna te noemen de personeelsleden van de EG). Hieronder zijn, voor de toepassing van dit besluit, mede te verstaan:
Artikel 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965 voorziet in een fictieve woonplaatsbepaling ten aanzien van de ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (hierna te noemen de personeelsleden van de EG). Hieronder zijn, voor de toepassing van dit besluit, mede te verstaan:
de leden van de Commissie (artikel 20 van het Protocol),
de rechters, de griffiers en de toegevoegde rapporteurs van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie (artikel 21 van het Protocol),
@ -49,11 +49,11 @@ Ik merk hierbij op dat de leden van het Europese Parlement niet als personeelsle
## 3. Belastingheffing over de salarissen, lonen en emolumenten
De salarissen, lonen en emolumenten die de personeelsleden van de EG ontvangen, zijn op grond van artikel 13 van het Protocol onderworpen aan een interne belasting ten bate van de EG en vrijgesteld van nationale belasting in de Lid-Staten. De interne belasting is door de Raad bij Verordening van 29 februari 1968, nr. 260/68, van toepassing verklaard op de door de EG uitbetaalde pensioenen (zie artikel 2 van deze Verordening). De aan de interne belasting onderworpen uitkeringen die de personeelsleden en de vroegere personeelsleden van de EG ontvangen zijn vrijgesteld van de Nederlandse inkomstenbelasting.
De salarissen, lonen en emolumenten die de personeelsleden van de EG ontvangen, zijn op grond van artikel 13 van het Protocol onderworpen aan een interne belasting ten bate van de EG en vrijgesteld van nationale belasting in de Lid-Staten. De interne belasting is door de Raad bij Verordening van 29 februari 1968, nr. 260/68, van toepassing verklaard op de door de EG uitbetaalde pensioenen (zie artikel 2 van deze Verordening). De aan de interne belasting onderworpen uitkeringen die de personeelsleden en de vroegere personeelsleden van de EG ontvangen zijn vrijgesteld van de Nederlandse inkomstenbelasting.
Sinds de afschaffing van het progressievoorbehoud per 1 januari 2001 wordt met het voor de Nederlandse inkomstenbelasting vrijgestelde salaris van de personeelsleden van de EG bij de berekening van die belasting over inkomsten uit andere bronnen in het geheel geen rekening meer gehouden. Hetzelfde geldt voor lonen, emolumenten en pensioenuitkeringen betaald door de EG aan haar personeelsleden. Dit is in overeenstemming met het arrest van 16 december 1960, zaak C6/60 (Zaak Humblet), waarin het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg besliste dat voor de heffing van nationale (inkomsten)belasting op geen enkele manier rekening mag worden gehouden met de vrijgestelde bezoldiging. Dit geldt mede voor het vrijgestelde pensioen.
Sinds de afschaffing van het progressievoorbehoud per 1 januari 2001 wordt met het voor de Nederlandse inkomstenbelasting vrijgestelde salaris van de personeelsleden van de EG bij de berekening van die belasting over inkomsten uit andere bronnen in het geheel geen rekening meer gehouden. Hetzelfde geldt voor lonen, emolumenten en pensioenuitkeringen betaald door de EG aan haar personeelsleden. Dit is in overeenstemming met het arrest van 16 december 1960, zaak C6/60 (Zaak Humblet), waarin het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg besliste dat voor de heffing van nationale (inkomsten)belasting op geen enkele manier rekening mag worden gehouden met de vrijgestelde bezoldiging. Dit geldt mede voor het vrijgestelde pensioen.
Overigens heeft de Staatssecretaris van Financiën bij het Besluit van 23 september 2004, nr. IFZ2004/764M besloten dat artikel 14 van het Protocol niet inhoudt dat het inkomen van een EG-functionaris niet in aanmerking mag worden genomen bij de toekenning van (belasting)voordelen. Er mag bijvoorbeeld met van Nederlandse inkomstenbelasting vrijgestelde inkomen van een EG-functionaris rekening worden gehouden in de situatie waarin een inkomensdrempel is gesteld voor het in aanmerking komen van een belastingvoordeel.
Overigens heeft de Staatssecretaris van Financiën bij het Besluit van 23 september 2004, nr. IFZ2004/764M besloten dat artikel 14 van het Protocol niet inhoudt dat het inkomen van een EG-functionaris niet in aanmerking mag worden genomen bij de toekenning van (belasting)voordelen. Er mag bijvoorbeeld met van Nederlandse inkomstenbelasting vrijgestelde inkomen van een EG-functionaris rekening worden gehouden in de situatie waarin een inkomensdrempel is gesteld voor het in aanmerking komen van een belastingvoordeel.
## 4. Sociale verzekering
@ -61,7 +61,7 @@ De fictieve woonplaatsbepaling van artikel 14 van het Protocol is niet van toepa
## 5. Ingetrokken besluiten
Het besluit van 22 februari 1983, nr. 083-38, heeft zijn belang verloren en wordt ingetrokken.
Het besluit van 22 februari 1983, nr. 083-38, heeft zijn belang verloren en wordt ingetrokken.
## 6. Inwerkingtreding