2013-01-02 | BWBR0023772 | Beschikking BankGiro Loterij 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2013-01-02 12:00:00 +00:00
parent 31b4e4e45d
commit f2c730c7fa

View file

@ -51,7 +51,7 @@ e. de plaats en het tijdstip van de trekkingen.
Eventuele provisie aan verkopers van deelnemingsbewijzen dient te worden beperkt tot ten hoogste 10% van de nominale waarde van de door hun bemiddeling geplaatste deelnemingsbewijzen.
1. De vennootschap organiseert ten hoogste 14 maal per jaar de BankGiro Loterij.
2. De inleg voor deelneming aan de BankGiro Loterij bedraagt ten hoogste € 22,69.
2. De inleg voor deelneming aan de BankGiro Loterij bedraagt ten hoogste € 22,69.
3. De vennootschap organiseert ten hoogste een maal per week het extra spel. Elk toegevoegd spel bestaat uit één trekking.
1. De prijsbepaling en de vaststelling van de winnaars van de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen geschiedt in het openbaar, onder toezicht en verantwoordelijkheid van een notaris, die het verloop van de prijsbepaling en de vaststelling van de winnaars telkens bij proces-verbaal constateert.
@ -78,13 +78,13 @@ e. Andere instellingen werkzaam op de in het eerste lid genoemde terreinen, in d
De vennootschap zendt binnen één maand na het einde van elk kwartaal aan de Minister en het college een verslag betreffende het financiële verloop, alsmede andere door de Minister noodzakelijk geachte gegevens, over dat kwartaal.
1. De vennootschap stelt een jaarrekening en een jaarverslag op welke voldoen aan de eisen gesteld in Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek. De Minister kan, gehoord het college, aanwijzingen geven omtrent de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag.
1. De vennootschap stelt een jaarrekening en een jaarverslag op welke voldoen aan de eisen gesteld in Boek 2, Titel 9, van het Burgerlijk Wetboek. De vergunninghouder kan de jaarrekening en het jaarverslag laten opstellen door de holding, zolang in de jaarrekening en het jaarverslag verantwoording wordt afgelegd over de verschillende kansspelen waarop de jaarrekening en het jaarverslag betrekking hebben. De Minister kan, gehoord het college, aanwijzingen geven omtrent de inrichting van de jaarrekening en het jaarverslag.
2. De vennootschap verleent aan een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opdracht tot onderzoek van de jaarrekening. De uitslag van dit onderzoek wordt weergegeven in een verslag en een verklaring als bedoeld in onderscheidenlijk het vierde en het vijfde lid van artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het onderzoek dient mede betrekking te hebben op de naleving door de vennootschap van het bepaalde in deze beschikking.
3. De vennootschap voert een zodanig beheer dat een goedkeurende verklaring als bedoeld in het tweede lid kan worden afgegeven.
4. Binnen vier maanden na afloop van een kalenderjaar zendt de vennootschap de jaarrekening met het verslag en de verklaring, alsmede het jaarverslag aan de Minister en het college.
1. De kosten verbonden aan toezicht, goedkeuring, controle en onderzoek ingevolge de artikelen 8, eerste lid, 10, eerste lid, en 14, tweede lid, zijn voor rekening van de vennootschap.
2. De jaarlijkse vergoeding bedoeld in artikel 3a van het besluit bedraagt € 2.268, en dient binnen vier maanden na aanvang van een kalenderjaar door de vennootschap te worden voldaan aan de Minister.
2. De jaarlijkse vergoeding bedoeld in artikel 3a van het besluit bedraagt € 2.268, en dient binnen vier maanden na aanvang van een kalenderjaar door de vennootschap te worden voldaan aan de Minister.
1. De door de Minister aangewezen ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inlichtingen van de vennootschap te verlangen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inzage te verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden van de vennootschap, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.