2025-01-01 | BWBR0035390 | Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten
This commit is contained in:
parent
68200735c6
commit
f361f76f9e
1 changed files with 34 additions and 50 deletions
|
|
@ -28,6 +28,8 @@ Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 14 december 2018, nr. 2018-30753 (Stc
|
|||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van [datum], nr. 2019-25271, (Stcrt. [nummer]). De wijziging betrof de onderdelen 3.5., 3.5.3., 5.3., 6.3. en 7.7. De wijziging hield verband met de wijziging van 28b, tweede lid, onderdeel c van de Wet op de omzetbelasting 1968 vanwege het in werking treden van een nieuwe regeling voor kleine ondernemers met ingang van 1 januari 20201Wet modernisering kleineondernemersregeling, Stb. 2018 511.
|
||||
|
||||
Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 23 december 2024, nr. 2024-31004 (Stcrt. 2024, 38768). De wijziging betrof de verwerking van de wijziging van de margeregeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten per 1 januari 2025. Naar aanleiding hiervan zijn toelichtende teksten aangepast en vervallen de in onderdeel 5.6.1 opgenomen goedkeuringen inzake de toepassing van het verlaagde tarief en de margeregeling bij intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen. Voorts is het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 13 juli 2023 (Mensing II) verwerkt in dit besluit. Ten slotte zijn de gevolgen van de inwerkingtreding per 1 januari 2025 van de Wet implementatie Richtlijn kleineondernemersregeling verwerkt.
|
||||
|
||||
### 1.1. Gebruikte begrippen en afkortingen
|
||||
|
||||
- *wet:*
|
||||
|
|
@ -159,7 +161,7 @@ In artikel 28b, tweede lid, van de wet is aangegeven dat de margeregeling uitslu
|
|||
|
||||
a een ander dan een ondernemer;
|
||||
b een ondernemer die de btw bij aanschaf van het goed niet in aftrek heeft kunnen brengen;
|
||||
c een ondernemer die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers (artikel 25 van de wet) toepast, alleen voor in zijn bedrijf gebruikte roerende zaken waarop hij voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of zou kunnen afschrijven als hij aan zo’n belasting zou zijn onderworpen;
|
||||
c een ondernemer die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers (artikel 25a van de wet) toepast, alleen voor in zijn bedrijf gebruikte roerende zaken waarop hij voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of zou kunnen afschrijven als hij aan zo’n belasting zou zijn onderworpen;
|
||||
d een andere wederverkoper die levert met toepassing van de margeregeling; of
|
||||
e een ondernemer of een wederverkoper uit een andere lidstaat, die op grond van de voor hem geldende wettelijke bepalingen geen btw in rekening mag brengen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -175,9 +177,9 @@ Een aantal prestaties is vrijgesteld van de heffing van btw (artikel 11 van de w
|
|||
|
||||
#### 3.5.3. Vrijgestelde kleine ondernemers (
|
||||
|
||||
Een ondernemer die in Nederland is gevestigd of daar een vaste inrichting heeft en van wie de omzet in een kalenderjaar in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van btw-vrijstelling (artikel 25 van de wet, de zogenoemde kleineondernemersregeling). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het Hof van Justitie van de EU heeft beslist dat de omzet die als maatstaf dient voor de toepassing van de kleineondernemersregeling niet wordt gevormd door de belaste marge, maar door het totale bedrag van de door belastingplichtige wederverkopers ontvangen bedragen, de btw niet inbegrepen2Hof van Justitie, 29 juli 2019, C-388/18 (B), ECLI:EU:C:2019:642 (zie ook Stcrt. Nr. 51913).
|
||||
Een ondernemer die in Nederland is gevestigd en van wie de omzet in een kalenderjaar in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers, de zogenoemde kleineondernemersregeling (artikel 25a, eerste lid, van de wet). Een ondernemer die in de Unie1Zoals bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel c, van de wet. maar niet in Nederland is gevestigd, kan in Nederland kiezen voor toepassing van deze vrijstellingsregeling als ook aan de voorwaarde is voldaan dat de jaaromzet in de Unie niet meer bedraagt dan € 100.000 (artikel 25a, tweede lid, van de wet). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat als maatstaf voor de omzet moet worden genomen het totale bedrag van de door belastingplichtige wederverkopers ontvangen bedragen, de btw niet inbegrepen2 Hof van Justitie, 29 juli 2019, C-388/18 (B), ECLI:EU:C:2019:642 (zie ook Stcrt. Nr. 51913).
|
||||
|
||||
Een gevolg van de vrijstelling is dat deze ondernemer voor zijn leveringen en diensten geen btw op de factuur mag vermelden (artikel 25, vierde lid, van de wet). Als zo’n ondernemer een gebruikte roerende zaak levert waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft (of zou kunnen afschrijven als hij aan zo’n belasting zou zijn onderworpen), kan de wederverkoper dat goed met toepassing van de margeregeling verkopen. De leverancier van de gebruikte roerende zaak moet op het moment van deze levering de vrijstelling toepassen. Het is niet relevant welk btw-regime op de leverancier van toepassing was toen hij het bedrijfsmiddel aanschafte en of hij de btw toen in aftrek heeft kunnen brengen.
|
||||
Een gevolg van de vrijstelling is dat deze ondernemer voor zijn leveringen en diensten geen btw op de factuur mag vermelden (artikel 25a, vierde lid, van de wet). Als zo’n ondernemer een gebruikte roerende zaak levert waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft (of zou kunnen afschrijven als hij aan zo’n belasting zou zijn onderworpen), kan de wederverkoper dat goed met toepassing van de margeregeling verkopen. De leverancier van de gebruikte roerende zaak moet op het moment van deze levering de vrijstelling toepassen. Het is niet relevant welk btw-regime op de leverancier van toepassing was toen hij het bedrijfsmiddel aanschafte en of hij de btw toen in aftrek heeft kunnen brengen.
|
||||
|
||||
De (marge)regeling is beperkt tot de levering van roerende zaken als hiervoor bedoeld. De regeling geldt niet voor de handelsvoorraad van btw-vrijgestelde kleine ondernemers, die meestal uit *ongebruikte* goederen bestaat. De margeregeling kan wel worden toegepast als een btw-vrijgestelde kleine ondernemer in zijn hoedanigheid van wederverkoper handelsgoederen levert aan een andere wederverkoper (zie onderdeel 3.5.4.).
|
||||
|
||||
|
|
@ -190,7 +192,7 @@ Een wederverkoper die goederen met toepassing van de margeregeling inkoopt van e
|
|||
Als de ondernemer die het goed levert (hierna: de leverancier) in een andere lidstaat is gevestigd, kan de wederverkoper in de volgende situaties dat goed onder de margeregeling (door)verkopen:
|
||||
|
||||
a de leverancier is een ondernemer die het goed op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet in Nederland vrijgesteld van btw zou hebben kunnen leveren (vergelijk onderdeel 3.5.2);
|
||||
b de leverancier is een ondernemer die in de lidstaat waarin hij is gevestigd op grond van een daar geldende regeling voor kleine ondernemers geen btw hoeft te voldoen; of
|
||||
b de leverancier is een ondernemer die op grond van de regeling voor kleine ondernemers geen btw hoeft te voldoen; of
|
||||
c de leverancier is een in een andere lidstaat gevestigde wederverkoper die het goed met toepassing van de margeregeling levert.
|
||||
|
||||
#### 3.5.6. Belang van een juiste factuur
|
||||
|
|
@ -733,7 +735,7 @@ De margeomzet wordt niet beïnvloed door het arbeidsloon, de nieuwe onderdelen (
|
|||
|
||||
### 5.1. Inleiding
|
||||
|
||||
De wederverkoper kan de margeregeling toepassen op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten voor zover deze goederen vallen onder de definitie van gebruikt goed (artikel 2a, eerste lid, onderdeel l, van de wet). Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid om de margeregeling uit te breiden voor bepaalde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten (artikel 28c van de wet). De wederverkoper kan op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd met berekening van het verlaagde btw-tarief. Hetzelfde geldt voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd of in opdracht heeft laten invoeren. Bij de wederverkoop voldoet hij dan btw naar het algemene tarief over de winstmarge van die goederen. De btw op de inkoop of invoer kan hij echter niet aftrekken. Voor uitbreiding van de margeregeling moet de wederverkoper beschikken over een vergunning van de inspecteur, de zogenoemde kav-vergunning.
|
||||
De wederverkoper kan de margeregeling toepassen op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten voor zover deze goederen vallen onder de definitie van gebruikt goed (artikel 2a, eerste lid, onderdeel l, van de wet). Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid om de margeregeling uit te breiden voor bepaalde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten (artikel 28c van de wet). De wederverkoper kan op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd en waarbij niet het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I van toepassing was. Hetzelfde geldt voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd of in opdracht heeft laten invoeren. Bij de wederverkoop voldoet hij dan btw naar het algemene tarief over de winstmarge van die goederen. De btw op de inkoop of invoer kan hij echter niet aftrekken. Voor uitbreiding van de margeregeling moet de wederverkoper beschikken over een vergunning van de inspecteur, de zogenoemde kav-vergunning.
|
||||
|
||||
De regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten is in de wet opgenomen in artikel 28c. Deze bepaling is nader uitgewerkt in artikel 4b van de uitvoeringsbeschikking.
|
||||
|
||||
|
|
@ -743,12 +745,20 @@ Onder kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten verstaat d
|
|||
|
||||
### 5.3. Margeregeling krachtens vergunning
|
||||
|
||||
Als de wederverkoper beschikt over een kav-vergunning, mag hij de margeregeling ook toepassen op de volgende goederen:
|
||||
Een wederverkoper kan de margeregeling ingevolge artikel 28c van de wet toepassen op de wederverkoop van:
|
||||
|
||||
a kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd met toepassing van de bij de wet behorende Tabel I, onderdeel a, post 29, onderdeel b;
|
||||
b kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die door hem zelf of in zijn opdracht zijn ingevoerd.
|
||||
– kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd door de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel dan wel door een ondernemer, andere dan een wederverkoper;
|
||||
– kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die door hem zelf of in zijn opdracht zijn ingevoerd;
|
||||
|
||||
Voor de aan de wederverkoper geleverde kunstvoorwerpen is niet vereist dat de wederverkoper een factuur met het verlaagde btw-tarief heeft gekregen van de kunstenaar, zijn rechtverkrijgende onder algemene titel of van een aftrekgerechtigde ondernemer. Voldoende is dat de levering voldoet aan de vereisten van de bij de wet behorende Tabel I, post a-29. Zo kan de wederverkoper de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die zijn geleverd door kunstenaars die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepassen (artikel 25 van de wet). Als de leverancier geen btw in rekening heeft gebracht, zal de wederverkoper aan de hand van zijn administratie aannemelijk moeten maken dat de leverancier voldoet aan de vereisten van de tabelpost. De wederverkoper mag de margeregeling echter niet toepassen als hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat zijn leverancier ten onrechte een factuur met het verlaagde tarief heeft uitgereikt. Bij twijfel hierover heeft de wederverkoper een onderzoeksplicht. Daar heeft de wederverkoper aan voldaan als blijkt of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij niet aan de juistheid van die factuur hoefde te twijfelen.
|
||||
als op de levering aan, invoer door of intracommunautaire verwerving door de wederverkoper niet het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I van toepassing is.
|
||||
|
||||
De margeregeling is bijvoorbeeld wel van toepassing als weliswaar wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de tabelpost, maar vanwege de kleineondernemersregeling geen btw tegen het verlaagde tarief in rekening wordt gebracht3Kamerstukken II, 2022/23, 36362, nr. 3..
|
||||
|
||||
Vanwege de wettelijke wijziging van de regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten per 1 januari 2025, kan de wederverkoper de belasting die hij ingevolge artikel 28e, onderdeel b, van de wet niet in aftrek heeft gebracht alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak van het kalenderjaar 2025 als hij:4Zie de overgangsregeling in artikel II van de Wet van 16 oktober 2023 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Stb. 2023, 441).
|
||||
|
||||
a. beschikt over een door de inspecteur ingewilligd verzoek, bedoeld in artikel 28c, tweede lid, van de wet;
|
||||
b. tot en met 31 december 2024 ter zake van een levering in aanmerking zou komen voor de regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten van artikel 28c, eerste lid, van de wet zoals deze gold op 31 december 2024; en
|
||||
c. ter zake van die levering vanaf 1 januari 2025 niet meer in aanmerking komt voor de regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten van artikel 28c, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
#### 5.3.1. Kav-vergunning
|
||||
|
||||
|
|
@ -766,66 +776,40 @@ Een wederverkoper met een kav-vergunning heeft het recht bij de verkoop van de d
|
|||
|
||||
Intracommunautaire transacties met kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten worden in beginsel op dezelfde wijze in de heffing van btw betrokken als binnenlandse transacties. De levering door een wederverkoper van gebruikte goederen vanuit Nederland naar een ander EU-land (of van een EU-land naar Nederland) valt onder de margeregeling. De wederverkoper is over zijn marge btw verschuldigd. In het andere EU-land vindt geen intracommunautaire verwerving plaats.
|
||||
|
||||
Door de uitbreiding van de margeregeling met artikel 28c van de wet zijn de mogelijkheden uitgebreid waaronder een goed onder de margeregeling kan worden doorverkocht. De wederverkoper kan op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd met berekening van het verlaagde btw-tarief. Hetzelfde geldt voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd of in opdracht heeft laten invoeren (zie onderdeel 5.3). Wanneer de wederverkoper in deze gevallen kiest voor toepassing van de margeregeling op de intracommunautaire levering, mag hij de btw die aan hem in rekening is gebracht of bij de invoer verschuldigd is geworden, niet in aftrek brengen.
|
||||
Door de uitbreiding van de margeregeling met artikel 28c van de wet zijn de mogelijkheden uitgebreid waaronder een goed onder de margeregeling kan worden doorverkocht. De wederverkoper kan op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd, door hem zelf of in zijn opdracht zijn ingevoerd of door hem zijn verworven en waarop het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I niet van toepassing was. Hetzelfde geldt voor voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd of in opdracht heeft laten invoeren en waarop het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I niet van toepassing was (zie onderdeel 5.3). Wanneer de wederverkoper in deze gevallen kiest voor toepassing van de margeregeling op de intracommunautaire levering, mag hij de btw die aan hem in rekening is gebracht of bij de invoer of intracommunautaire verwerving verschuldigd is geworden, niet in aftrek brengen.
|
||||
|
||||
Als een (buitenlandse) kunstenaar een kunstvoorwerp levert aan een wederverkoper in Nederland, is op die levering het nultarief van toepassing. De wederverkoper is in Nederland over de intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het verlaagde tarief (zie artikel 17d en artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet en post a-29 van Tabel I).
|
||||
Als een (buitenlandse) kunstenaar een kunstvoorwerp levert aan een wederverkoper in Nederland, is op die levering het nultarief van toepassing. De wederverkoper is in Nederland over de intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het verlaagde tarief (zie artikel 17d en artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet en post a-29 van Tabel I). Vanaf 1 januari 2025 kan op de wederverkoop van dat kunstvoorwerp de margeregeling niet langer worden toegepast.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2026 vervalt het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I. Vanaf 1 januari 2025 is overgangsrecht van toepassing vanwege het vervallen van dit verlaagde tarief5Artikel LXII van het Belastingplan 2025.. Op basis van dit overgangsrecht is in 2025 al btw verschuldigd tegen het algemene tarief als een factuur voor een betaling in 2025 wordt uitgereikt die ziet op een intracommunautaire verwerving die in 2026 plaatsvindt.6Goedgekeurd is dat het overgangsrecht buiten toepassing blijft tot 1 juli 2025 (zie Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting, besluit van 13 december 2024, nr. 2024-33245 (Stcrt. 2024, 40471)). In dat geval kan de margeregeling wel worden toegepast op de wederverkoop van het kunstvoorwerp.
|
||||
|
||||
### 5.6. Intracommunautaire overbrenging van kav-goederen
|
||||
|
||||
Als de wederverkoper met kav-vergunning het kunstvoorwerp in een andere lidstaat aankoopt van een kunstenaar of een kunstvoorwerp, voorwerp voor verzameling of antiquiteit zelf invoert in de andere lidstaat waarbij aan hem btw in rekening is gebracht (tegen het in de andere lidstaat geldende tarief) en daarna vanuit die lidstaat overbrengt naar Nederland, verricht hij een fictieve intracommunautaire levering die onder de margeregeling kan vallen. Op de doorlevering kan de wederverkoper de margeregeling toepassen. Dit geldt ook in de situatie waarin de wederverkoper het goed in Nederland aankoopt van een kunstenaar of een kunstvoorwerp zelf invoert in Nederland en vervolgens naar de andere lidstaat overbrengt. Op deze fictieve levering kan de goedkeuring van onderdeel 3.10 worden toegepast.
|
||||
Als de wederverkoper met kav-vergunning het kunstvoorwerp in een andere lidstaat aankoopt van een kunstenaar of een kunstvoorwerp, voorwerp voor verzameling of antiquiteit zelf invoert in de andere lidstaat waarbij aan hem btw in rekening is gebracht (tegen het in de andere lidstaat geldende tarief) en daarna vanuit die lidstaat overbrengt naar Nederland, verricht hij een fictieve intracommunautaire levering die onder de margeregeling kan vallen. Op de doorlevering kan de wederverkoper de margeregeling toepassen. Dit geldt ook in de situatie waarin de wederverkoper het goed anders dan tegen het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I in Nederland aankoopt van een kunstenaar of een kunstvoorwerp zelf invoert in Nederland en vervolgens naar de andere lidstaat overbrengt. Op deze fictieve levering kan de goedkeuring van onderdeel 3.10 worden toegepast.
|
||||
|
||||
Wanneer in het hiervoor beschreven geval de wederverkoper op de fictieve intracommunautaire levering vanuit de andere lidstaat de margeregeling niet toepast, geldt het volgende.
|
||||
|
||||
De (fictieve) intracommunautaire levering vanuit de andere lidstaat is belast naar het nultarief. De wederverkoper is over de (fictieve) intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het algemene tarief (maar zie goedkeuring in onderdeel 5.6.1).
|
||||
De (fictieve) intracommunautaire levering vanuit de andere lidstaat is belast naar het nultarief. De wederverkoper is over de (fictieve) intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het algemene tarief.
|
||||
|
||||
#### 5.6.1. Intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen
|
||||
#### 5.6.1. Maatstaf van heffing bij wederverkoop kunstvoorwerpen na intracommunautaire verwerving
|
||||
|
||||
Een kunstenaar die een kunstvoorwerp verkoopt is over de verkoopprijs btw verschuldigd naar het verlaagde tarief. De wederverkoper met kav-vergunning mag deze btw niet in aftrek brengen. Deze wederverkoper kan een kunstvoorwerp ook in een andere lidstaat kopen. Afhankelijk van de manier van intracommunautaire verwerving is hij belasting verschuldigd naar het verlaagde of het algemene tarief:
|
||||
|
||||
– Als de (buitenlandse) kunstenaar het kunstvoorwerp met toepassing van het nultarief voor intracommunautaire leveringen levert, is de wederverkoper over de intracommunautaire verwerving in Nederland btw verschuldigd naar het verlaagde tarief (zie artikel 17d en artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet en post a-29 van Tabel I).
|
||||
– Als de wederverkoper het kunstvoorwerp in een andere lidstaat aankoopt van een kunstenaar en daarna vanuit die lidstaat overbrengt naar Nederland (en de margeregeling niet toepast), verricht hij een fictieve intracommunautaire verwerving. Hij is dan btw verschuldigd naar het algemene tarief.
|
||||
|
||||
Ik acht dit verschil in tarieftoepassing niet gewenst. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
|
||||
|
||||
Ik keur onder voorwaarde goed dat de wederverkoper het verlaagde tarief toepast op de fictieve intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen.
|
||||
|
||||
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
|
||||
|
||||
– de wederverkoper maakt aan de hand van boeken en bescheiden aannemelijk dat hij het kunstvoorwerp verkregen heeft van de maker of zijn rechtverkrijgende onder algemene titel.
|
||||
|
||||
Voor de doorlevering van het kunstwerk dat de wederverkoper vanuit een andere lidstaat binnen zijn eigen bedrijf heeft overgebracht zonder toepassing van de margeregeling, geldt het volgende:
|
||||
|
||||
Als de wederverkoper beschikt over een kav-vergunning, mag hij op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd tegen het verlaagde tarief. Het verlaagde tarief is echter toegepast op de *(fictieve) intracommunautaire verwerving*. Dit houdt in dat de wederverkoper het kunstvoorwerp niet met toepassing van de margeregeling kan doorverkopen. Dit vind ik ongewenst. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
|
||||
|
||||
Ik keur onder voorwaarden goed dat de wederverkoper de margeregeling ook toepast op kunstvoorwerpen die hij intracommunautair verworven heeft.
|
||||
|
||||
Voor deze goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
|
||||
|
||||
– de wederverkoper maakt aan de hand van boeken en bescheiden aannemelijk dat hij de kunstvoorwerpen heeft verkregen van de maker of zijn rechtverkrijgende onder algemene titel; en
|
||||
– de wederverkoper brengt de belasting over de intracommunautaire verwerving niet in aftrek.
|
||||
Btw die is verschuldigd over de intracommunautaire verwerving van een kunstvoorwerp, maakt onderdeel uit van de maatstaf van heffing voor de margeregeling bij de wederverkoop.7Hof van Justitie, 13 juli 2023, C-180/22 (Mensing II), ECLI:EU:C:2023:565. Deze btw behoort derhalve niet tot de inkoopprijs van dat kunstvoorwerp.
|
||||
|
||||
### 5.7. Aftrek van voorbelasting
|
||||
|
||||
De wederverkoper die gebruik maakt van een kav-vergunning mag de btw op de (binnenlandse) aankoop en invoer van kav-goederen niet aftrekken (artikel 28e, onderdeel b, van de wet). De belasting die de wederverkoper voor de ingangsdatum van de vergunning in aftrek heeft gebracht terzake van de aankoop of invoer van de kav-goederen, is de wederverkoper alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin de vergunning van toepassing is (artikel 4b, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking). Wanneer de wederverkoper de verschuldigde belasting niet aangeeft kan de inspecteur de belasting die de wederverkoper in aftrek heeft gebracht naheffen. Dit laat onverlet dat de wederverkoper bij de levering van de betreffende goederen toch de kav-vergunning kan toepassen (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833).
|
||||
|
||||
Ook niet aftrekbaar is de btw op de intracommunautaire verwerving van kunstvoorwerpen als de wederverkoper gebruik maakt van de goedkeuring om de margeregeling toe te passen (zie onderdeel 5.6.1).
|
||||
|
||||
#### 5.7.1. Herziening bij toepassing van de normale btw-regels
|
||||
|
||||
Een wederverkoper heeft het recht bij de verkoop van margegoederen af te zien van de margeregeling en de normale btw-regels toe te passen. Dat recht heeft ook de wederverkoper van kunst- en verzamelvoorwerpen en antiquiteiten die beschikt over de kav-vergunning. Toepassing van de normale btw-regels heeft tot gevolg dat hij de btw op de (binnenlandse) aankoop, invoer en intracommunautaire verwerving van deze goederen alsnog kan aftrekken (artikel 28f, tweede lid, van de wet). Het aftrekrecht ontstaat op het tijdstip waarop de wederverkoper de belasting over zijn levering wordt verschuldigd.
|
||||
|
||||
In januari 2013 voert de wederverkoper met een kav-vergunning een kunstvoorwerp in. De douanewaarde bedraagt 10.000. De over de invoer verschuldigde belasting (9% over 10.000 = 900) kan hij in januari 2013 niet aftrekken. In april 2013 levert hij het kunstvoorwerp voor 14.000 exclusief btw. Daarbij heeft hij een factuur uitgereikt, waarop hij uitdrukkelijk btw (21% over 14.000 = 2.940) heeft vermeld. Hij ontvangt de vergoeding in mei 2013. De wederverkoper past het kasstelsel toe.
|
||||
|
||||
De wederverkoper is de btw over de levering verschuldigd in mei 2013. In dat tijdvak ontstaat ook een recht op aftrek van de btw over de invoer. Per saldo moet de wederverkoper voor deze transactie op de aangifte over mei 2013 voldoen: 2.940 – 900 = 2.040.
|
||||
|
||||
#### 5.7.2. Herziening bij ingaan en opzeggen van de kav-vergunning
|
||||
|
||||
De wederverkoper moet de aftrek van de voorbelasting herzien op het tijdstip van het verlenen of opzeggen van de kav-vergunning (artikel 4b van de uitvoeringsbeschikking).
|
||||
|
||||
In het tijdvak waarin de vergunning ingaat, is de wederverkoper de eerder in aftrek gebrachte btw alsnog verschuldigd. Dat is de btw die hij in aftrek heeft gebracht bij:
|
||||
|
||||
a kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd tegen het verlaagde tarief;
|
||||
b kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij heeft ingevoerd;
|
||||
a kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd anders dan tegen het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I;
|
||||
b kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij heeft ingevoerd anders dan tegen het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I;
|
||||
c de opzegging van de vergunning (artikel 4b, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking);
|
||||
|
||||
voor zover hij die goederen op de ingangsdatum van de vergunning nog niet heeft geleverd.
|
||||
|
|
@ -860,15 +844,15 @@ e de hoeveelheid van de geleverde goederen;
|
|||
f het bedrag dat hij aan de leverancier voor de levering heeft voldaan of moet voldoen;
|
||||
g een verklaring van de leverancier dat hij voor het goed in het geheel geen belasting in aftrek heeft gebracht.
|
||||
|
||||
De leverancier die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25 van de wet), kan het goed verkregen hebben voordat hij van die vrijstelling gebruik maakte dan wel van zijn administratieve verplichtingen was ontheven3Van zijn administratieve verplichtingen ontheven als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet zoals dit luidde tot 1 januari 2020In dat geval heeft hij wel btw in aftrek gebracht. Hij voldoet dan niet aan voorwaarde g. De wederverkoper kan daardoor dat goed niet onder de margeregeling leveren. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
|
||||
De leverancier die de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25a van de wet), kan het goed verkregen hebben voordat hij van die vrijstelling gebruik maakte dan wel van zijn administratieve verplichtingen was ontheven3Van zijn administratieve verplichtingen ontheven als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet zoals dit luidde tot 1 januari 2020In dat geval heeft hij wel btw in aftrek gebracht. Hij voldoet dan niet aan voorwaarde g. De wederverkoper kan daardoor dat goed niet onder de margeregeling leveren. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
|
||||
|
||||
Ik keur goed dat de wederverkoper voorwaarde g vervangt door een verklaring van de leverancier dat hij de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25 van de wet). De wederverkoper mag op dit goed dan de margeregeling toepassen.
|
||||
Ik keur goed dat de wederverkoper voorwaarde g vervangt door een verklaring van de leverancier dat hij de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25a van de wet). De wederverkoper mag op dit goed dan de margeregeling toepassen.
|
||||
|
||||
De verplichting tot het uitreiken van een inkoopverklaring geldt niet in de volgende situaties:
|
||||
|
||||
– de leverancier is verplicht een factuur uit te reiken. Dat is bijvoorbeeld het geval als de leverancier het goed levert met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r, van de wet.
|
||||
– de wederverkoper reikt een factuur uit bij een inruiltransactie tussen ondernemers. De inkoop van het goed door de wederverkoper vindt dan gelijktijdig plaats met de levering door hem van een ander goed aan de leverancier. De factuur moet dan ook de gegevens bevatten van de inkoopverklaring.
|
||||
– de wederverkoper met een kav-vergunning verkrijgt kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die aan hem geleverd zijn tegen het verlaagde tarief of die hij heeft ingevoerd.
|
||||
– de wederverkoper met een kav-vergunning verkrijgt kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die aan hem zijn geleverd, door hem zijn verworven of door hem zijn ingevoerd met berekening van btw, zonder dat het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I van toepassing was.
|
||||
– de wederverkoper is voor de aankoop van een margegoed minder dan € 500 verschuldigd. Bij de aankoop van twee of meer goederen tegelijk past hij de € 500-grens toe op het totale bedrag dat hij aan de leverancier moet voldoen, ook als de prijs per goed is geïndividualiseerd.
|
||||
|
||||
Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
|
||||
|
|
@ -1075,7 +1059,7 @@ Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
|
|||
|
||||
### 7.7. Bemiddeling door galeriehouders
|
||||
|
||||
Galeriehouders treden in de praktijk regelmatig op als bemiddelaar tussen kunstenaar en koper bij de verkoop van een kunstvoorwerp. De kunstenaar levert het kunstvoorwerp dan rechtstreeks aan de koper. Deze levering is onderworpen aan het verlaagde tarief (post a 29, onderdeel b, 1º, van de bij de wet behorende Tabel I). De galeriehouder is over zijn bemiddelingsvergoeding btw verschuldigd naar het algemene tarief.
|
||||
Galeriehouders treden in de praktijk regelmatig op als bemiddelaar tussen kunstenaar en koper bij de verkoop van een kunstvoorwerp. De kunstenaar levert het kunstvoorwerp dan rechtstreeks aan de koper. Deze levering is tot 1 januari 20268In verband met de afschaffing van post a-29 van Tabel I is overgangsrecht opgenomen (artikel LXII van het Belastingplan 2025). Op basis van dat overgangsrecht is btw die is verschuldigd over betalingen in 2025 die zien op leveringen die plaatsvinden in 2026 of later, verschuldigd tegen het algemene tarief. Goedgekeurd is dat het overgangsrecht buiten toepassing blijft tot 1 juli 2025. Zie Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting, besluit van 13 december 2024, nr. 2024-33245 (Stcrt. 2024, 40471). onderworpen aan het verlaagde tarief (post a-29 van Tabel I). De galeriehouder is over zijn bemiddelingsvergoeding btw verschuldigd naar het algemene tarief.
|
||||
|
||||
Van bemiddeling door een galeriehouder is sprake als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
|
||||
|
||||
|
|
@ -1090,7 +1074,7 @@ a Galeriehouder en kunstenaar sluiten in beginsel per kunstvoorwerp een schrifte
|
|||
Galeriehouder en kunstenaar kunnen ook een doorlopende (kader)overeenkomst van bemiddeling aangaan. De galeriehouder maakt bij de afgifte van een kunstvoorwerp telkens een document op waarin hij verwijst naar de overeenkomst.
|
||||
b De galeriehouder maakt de koper duidelijk dat de (ver)kooptransactie tot stand komt tussen de kunstenaar en de koper, bijvoorbeeld door uitdrukkelijke vermelding daarvan in de catalogus en prijslijst bij een tentoonstelling.
|
||||
c De definitieve uitbetaling van het aan de kunstenaar (nog) toekomende deel van de verkoopprijs geschiedt nadat het kunstvoorwerp is verkocht. Het eventueel betalen van een voorschot doet hieraan geen afbreuk.
|
||||
d De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) namens de kunstenaar een rekening op voor de koper onder vermelding van de tekst ‘Op naam en voor rekening van kunstenaar X aan u verkocht en geleverd’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder hoeft het adres van de kunstenaar niet te vermelden. De galeriehouder moet het adres wel hebben geregistreerd en moet het direct kunnen overleggen. De verplichting tot het opmaken van een factuur geldt niet als de kunstenaar de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25 van de wet).
|
||||
d De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) namens de kunstenaar een rekening op voor de koper onder vermelding van de tekst ‘Op naam en voor rekening van kunstenaar X aan u verkocht en geleverd’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder hoeft het adres van de kunstenaar niet te vermelden. De galeriehouder moet het adres wel hebben geregistreerd en moet het direct kunnen overleggen. De verplichting tot het opmaken van een factuur geldt niet als de kunstenaar de btw-vrijstelling voor kleine ondernemers toepast (artikel 25a van de wet).
|
||||
e De galeriehouder maakt (op eigen briefpapier) een afrekening op voor de kunstenaar, onder vermelding van de tekst ‘Voor u verkocht op grond van de met u aangegane bemiddelingsovereenkomst d.d. ....’ en onder verwijzing naar het aan het voorwerp toegekende registratienummer. De galeriehouder splitst op de afrekening het van de koper ontvangen bedrag in een netto (ver)koopprijs en het btw-bedrag (verlaagd tarief). Om misverstanden te voorkomen mag de galeriehouder daarbij vermelden dat deze btw door de kunstenaar moet worden aangegeven en afgedragen. De galeriehouder verstrekt de kunstenaar ook een kopie van de aan de koper uitgereikte rekening. De kunstenaar moet deze bescheiden in zijn administratie bewaren.
|
||||
|
||||
### 7.8. Groeibriljanten
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue