2009-01-01 | BWBR0006622 | Wegenverkeerswet 1994
This commit is contained in:
parent
730d5ac01c
commit
f39bd90fc7
1 changed files with 12 additions and 2 deletions
|
|
@ -720,6 +720,10 @@ b. degene aan wie de goedkeuring is verleend, de verplichting, vervat in artikel
|
|||
c. degene aan wie de goedkeuring is verleend, handelt in strijd met een of meer andere uit de goedkeuring voortvloeiende verplichtingen, of
|
||||
d. blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 25e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Individuele goedkeuring
|
||||
|
||||
### Artikel 26
|
||||
|
|
@ -1067,6 +1071,10 @@ Een kentekenbewijs bestaat uit een of meer bij algemene maatregel van bestuur aa
|
|||
|
||||
**6.** Ingeval de aanvrager van een kentekenbewijs voor een bromfiets de leeftijd heeft van zestien of zeventien jaar, wordt voor wat betreft de aanvraag de toestemming van diens wettelijke vertegenwoordiger verondersteld te zijn verleend.
|
||||
|
||||
### Artikel 48a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -1833,6 +1841,8 @@ Indien het voor een motorrijtuig of een aanhangwagen afgegeven kentekenbewijs in
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden vastgesteld betreffende het door de aanvrager voor de keuring ter beschikking stellen van het voertuig, het door de aanvrager overleggen van bescheiden en verstrekken van inlichtingen ter zake van de keuring alsmede betreffende de wijze waarop de keuring wordt verricht.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 9a. Erkenningsregeling keuring van schadevoertuigen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Rijvaardigheid en rijbevoegdheid
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Rijbewijsplicht
|
||||
|
|
@ -2242,7 +2252,7 @@ De Dienst Wegverkeer stelt ten aanzien van het verwerken van gegevens als bedoel
|
|||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
**1.** Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, besluit het CBR in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de mededeling genomen.
|
||||
**1.** Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, besluit het CBR in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen dat betrokkene zich dient te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid of geschiktheid. Het besluit wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de mededeling genomen. De kosten verbonden aan het onderzoek, waarvan de hoogte bij ministeriële regeling wordt vastgesteld, komen in de bij ministeriële regeling genoemde gevallen voor rekening van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**2.** Het CBR bepaalt de aard van het onderzoek en bepaalt door welke deskundige of deskundigen het onderzoek zal worden verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2266,7 +2276,7 @@ c. wordt, indien de geldigheid van het rijbewijs van betrokkene niet overeenkoms
|
|||
|
||||
**1.** Degene die zich ingevolge het in artikel 131, eerste lid, bedoelde besluit dient te onderwerpen aan een onderzoek is, behoudens bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen, verplicht de daartoe vereiste medewerking te verlenen. Gelijke verplichting bestaat voor degene die zich ingevolge artikel 131, vierde lid, of artikel 134, vierde lid, dient te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid.
|
||||
|
||||
**2.** Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het CBR onverwijld tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de houder. Het CBR bepaalt daarbij op welke categorie of categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, de ongeldigverklaring betrekking heeft. Het niet voldoen van de kosten van de bij ministeriële regeling aangewezen educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid binnen de termijn die is vastgesteld bij het besluit waarbij de verplichting tot het zich onderwerpen aan die maatregelen is opgelegd, wordt als het niet verlenen van de vereiste medewerking aangemerkt.
|
||||
**2.** Bij gebreke van de in het eerste lid bedoelde medewerking besluit het CBR onverwijld tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de houder. Het CBR bepaalt daarbij op welke categorie of categorieën van motorrijtuigen waarvoor het rijbewijs is afgegeven, de ongeldigverklaring betrekking heeft. Het niet voldoen van de kosten van de bij ministeriële regeling aangewezen educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid binnen de termijn die is vastgesteld bij het besluit waarbij de verplichting tot het zich onderwerpen aan die maatregelen is opgelegd, wordt als het niet verlenen van de vereiste medewerking aangemerkt. Hetzelfde geldt voor het niet-betalen van kosten verbonden aan het op grond van artikel 131, eerste lid, opgelegde onderzoek, die op grond van artikel 131, eerste lid, voor rekening komen van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**3.** Het CBR doet van het besluit mededeling aan bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen of instanties.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue