diff --git a/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md b/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md index 637e8b2d3ba..dda304b58a5 100644 --- a/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md +++ b/wet/wet-toezicht-effectenverkeer-1995/BWBR0007657/README.md @@ -35,7 +35,7 @@ c. vermogensbeheerder: 2°. degene die beroeps- of bedrijfsmatig op grond van een overeenkomst het beheer voert over rente-, valuta- of aandelenswaps of soortgelijke overeenkomsten; d. effecteninstelling: een effectenbemiddelaar of een vermogensbeheerder; e. effectenbeurs: een markt die aan regels is onderworpen en die bestemd is voor het bijeenbrengen van vraag en aanbod van effecten; -f. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van meer dan 5 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van meer dan 5 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling; +f. gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of middellijk belang van ten minste 10 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van ten minste 10 procent van de stemrechten in een onderneming of instelling, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming of instelling; bij het bepalen van het aantal stemrechten, dat iemand in een onderneming of instelling heeft, worden tot diens stemrechten mede gerekend de stemrechten waarover hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel 12 van de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in ter beurze genoteerde vennootschappen; g. groep: een groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat indien een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap: 1°. via een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur invloed kan uitoefenen op een of meer andere natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen; of @@ -350,46 +350,45 @@ De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt onder opgave van: ### Artikel 16 -**1.** +**1.** Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of te vergroten in een effecteninstelling waaraan een vergunning is verleend op grond van artikel 7, vierde of zesde lid, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een instelling als hiervoor bedoeld. -Het is verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar, een gekwalificeerde deelneming te houden, te verwerven of te vergroten in een effecteninstelling waaraan een vergunning is verleend op grond van artikel 7, vierde of zesde lid, dan wel enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming uit te oefenen in een instelling als hiervoor bedoeld. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een handeling als bedoeld in het eerste lid waarvoor ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992 een verklaring van geen bezwaar is verleend en op een handeling als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel b of c, van die wet waarvoor op grond van die onderdelen geen verklaring van geen bezwaar is vereist. -Bij het bepalen van het aantal stemrechten, dat iemand in een onderneming of instelling heeft, worden tot diens stemrechten mede gerekend: +**3.** Onze Minister verleent, op verzoek, een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid, tenzij hij van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde, prudente of integere bedrijfsvoering van die instelling. -– de stemrechten die voor zijn rekening op hun eigen naam worden gehouden door andere personen, rechtspersonen of vennootschappen; -– de stemrechten die worden gehouden door ondernemingen die door hem worden gecontroleerd; -– de stemrechten die een of meer derden houden, met wie hij een schriftelijke overeenkomst heeft gesloten die hen verplicht om, door een onderling afgestemde uitoefening van hun stemrechten, een duurzaam gemeenschappelijk beleid inzake het beheer van de betrokken onderneming of instelling te voeren; -– de stemrechten die een derde houdt uit hoofde van een schriftelijke overeenkomst die met hem is gesloten of met een van de ondernemingen die door hem worden gecontroleerd en waarin een tijdelijke en betaalde overdracht van deze stemrechten is geregeld; -– de stemrechten die verbonden zijn aan door hem gehouden aandelen die als waarborg in bewaring zijn gegeven, tenzij de bewaarnemer de stemrechten houdt en zijn voornemen kenbaar maakt om deze uit te oefenen; in dat geval worden ze gelijkgesteld met de stemrechten die de bewaarnemer bezit; -– de stemrechten verbonden aan aandelen waarvan hij het vruchtgebruik heeft; -– de stemrechten die hij dan wel een van de boven genoemde personen, rechtspersonen of vennootschappen op eigen initiatief, uit hoofde van een overeenkomst mag verwerven; -– de stemrechten die verbonden zijn aan bij hem in bewaring gegeven aandelen en die hij naar eigen goeddunken kan uitoefenen bij gebreke van specifieke instructies van de houders. +**4.** Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist. -**2.** Het eerste lid is niet van toepassing op een handeling als bedoeld in het eerste lid waarvoor ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992 een verklaring van geen bezwaar is verleend. - -**3.** Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, is het voorschrift verbonden dat degene voor wie de vrijstelling geldt Onze Minister onverwijld in kennis stelt van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming, onder vermelding van de omvang van die deelneming. - -**4.** Onze Minister verleent, op verzoek, een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in het eerste lid, tenzij hij van oordeel is dat de handeling zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde, prudente of integere bedrijfsvoering van die instelling. - -**5.** Op de aanvraag wordt binnen dertien weken beslist. +**5.** Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend, kan de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van de gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een deelneming in een effecteninstelling, kan op verzoek van de aanvrager, worden bepaald dat de verleende verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk. **6.** Van het verlenen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in het eerste lid wordt door Onze Minister aan de betrokken effecteninstelling mededeling gedaan. -**7.** Aan een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van het vierde lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde, prudente of integere bedrijfsvoering van die instelling. +**7.** Aan een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van het derde lid kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde, prudente of integere bedrijfsvoering van die instelling. **8.** Ingeval het houden, het verwerven of het vergroten van een gekwalificeerde deelneming in een effecteninstelling als bedoeld in het eerste lid is verricht zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij die verklaring gestelde beperkingen in acht zijn genomen dan wel dat met betrekking tot die handeling de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, van toepassing is, maakt de in overtreding zijnde natuurlijke persoon of rechtspersoon binnen een door Onze Minister te bepalen termijn de verrichte handeling ongedaan onderscheidenlijk neemt hij de beperkingen alsnog in acht. Deze verplichting vervalt op het tijdstip waarop en voor zover voor de desbetreffende handeling alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. **9.** Ingeval het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een effecteninstelling als bedoeld in het eerste lid is geschied zonder dat voor die handeling een verklaring van geen bezwaar is verkregen of de bij die verklaring gestelde beperkingen in acht zijn genomen dan wel dat met betrekking tot die handeling de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, van toepassing is, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van Onze Minister. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank, binnen welker rechtsgebied de effecteninstelling is gevestigd, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend, anders zou hebben geluid dan wel niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend dan wel de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voor zover nodig de gevolgen van de vernietiging. -**10.** Ingeval voorschriften die zijn verbonden aan de verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van het vierde lid, niet worden nagekomen, kan Onze Minister een termijn vaststellen waarbinnen de in overtreding zijnde houder de niet nagekomen voorschriften alsnog moet vervullen. +**10.** Ingeval voorschriften die zijn verbonden aan de verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van het derde lid, niet worden nagekomen, kan Onze Minister een termijn vaststellen waarbinnen de in overtreding zijnde houder de niet nagekomen voorschriften alsnog moet vervullen. -**11.** Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon wiens gekwalificeerde deelneming zodanig wijzigt, dat de omvang van deze deelneming onder de 5, 10, 20, 33 of 50 procent daalt of, dat de effecteninstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn, stelt Onze Minister daarvan vooraf in kennis. +**11.** -**12.** Een effecteninstelling als bedoeld in het eerste lid stelt, voor zover haar bekend, Onze Minister in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze instelling houdt. Tevens stelt de effecteninstelling, zodra zulks haar bekend wordt, Onze Minister in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze instelling waardoor de omvang van deze deelneming boven of onder de 5, 10, 20, 33 of 50 procent stijgt onderscheidenlijk daalt of waardoor de instelling een dochtermaatschappij wordt onderscheidenlijk ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. +Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt Onze Minister vooraf in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een effecteninstelling waardoor de omvang van deze deelneming: + +a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de effecteninstelling een dochtermaatschappij wordt; of +b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt, dan wel waardoor de effecteninstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. + +**12.** + +Een effecteninstelling als bedoeld in het eerste lid stelt, voor zover haar bekend, Onze Minister in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze instelling houdt. Tevens stelt de effecteninstelling, zodra zulks haar bekend wordt, Onze Minister in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze instelling waardoor de omvang van deze deelneming: + +a. boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de effecteninstelling een dochtermaatschappij wordt; of +b. onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de effecteninstelling ophoudt een dochtermaatschappij te zijn. + +**13.** Indien de omvang van een deelneming waarvoor een verklaring van geen bezwaar is afgegeven onder de 10 procent daalt, vervalt de afgegeven verklaring van geen bezwaar van rechtswege. ### Artikel 17 -**1.** De houder van een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 16, vierde lid, waarvan tenminste één dochtermaatschappij een effecteninstelling is waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, houdt zich aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde, prudente of integere bedrijfsvoering van die instelling. +**1.** De houder van een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 16, derde lid, waarvan tenminste één dochtermaatschappij een effecteninstelling is waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 7, eerste lid, houdt zich aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels om te voorkomen dat de handeling waarvoor de verklaring van geen bezwaar is verleend, zou leiden of zou kunnen leiden tot een invloed op de betrokken effecteninstelling die in strijd is met een gezonde, prudente of integere bedrijfsvoering van die instelling. **2.** De regels, die voor onderscheiden groepen houders verschillend kunnen zijn, kunnen uitsluitend betrekking hebben op financiële waarborgen, op te verstrekken gegevens en inlichtingen alsmede op de vorm waarin die gegevens en inlichtingen dienen te worden verstrekt. Artikel 16, tiende lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -824,7 +823,7 @@ e. een termijn als bedoeld in artikel 45, vierde lid, wordt bepaald. ### Artikel 42 -Onze Minister dan wel een rechtspersoon waaraan ingevolge artikel 40 taken en bevoegdheden zijn overgedragen, kan de kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van die taken en de uitoefening van die bevoegdheden volgens door Onze Minister te stellen regels in rekening brengen bij houders van effectenbeurzen, bij instellingen te wier laste effecten zijn uitgegeven die zijn toegelaten tot de notering aan een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, bij instellingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bij bieders, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, of artikel 6c, eerste lid, bij effecteninstellingen, bij aanvragers van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bij aanvragers van een erkenning als bedoeld in artikel 22, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, bij aanvragers van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, bij houders van een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 16, vierde lid, alsmede bij instellingen als bedoeld in artikel 18a, eerste lid. +Onze Minister dan wel een rechtspersoon waaraan ingevolge artikel 40 taken en bevoegdheden zijn overgedragen, kan de kosten die worden gemaakt voor de uitvoering van die taken en de uitoefening van die bevoegdheden volgens door Onze Minister te stellen regels in rekening brengen bij houders van effectenbeurzen, bij instellingen te wier laste effecten zijn uitgegeven die zijn toegelaten tot de notering aan een op grond van artikel 22 erkende effectenbeurs, bij instellingen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bij bieders, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 6a, vijfde lid, of artikel 6c, eerste lid, bij effecteninstellingen, bij aanvragers van een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, eerste lid, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bij aanvragers van een erkenning als bedoeld in artikel 22, bij aanvragers van een ontheffing als bedoeld in artikel 25, eerste lid, bij aanvragers van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, eerste lid, bij houders van een verklaring van geen bezwaar die is verleend op grond van artikel 16, derde lid, alsmede bij instellingen als bedoeld in artikel 18a, eerste lid. ## Hoofdstuk X. Beroep @@ -849,7 +848,7 @@ Tegen een besluit van een houder van een op grond van artikel 22 erkende effecte Onze Minister kan, mede ter uitvoering van besluiten die zijn genomen ingevolge de bepalingen betreffende de betrekkingen met derde landen in de richtlijn beleggingsdiensten, bepalen dat: a. in afwijking van artikel 7, de behandeling van aanvragen voor een vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid, die zijn ingediend door dochtermaatschappijen van ondernemingen of instellingen die niet in een lid-staat zijn gevestigd, voor een bepaalde termijn wordt opgeschort, dan wel dat dergelijke aanvragen slechts tot een door Onze Minister te bepalen aantal worden gehonoreerd; -b. in afwijking van artikel 16, de behandeling van aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, vierde lid, die zijn ingediend door ondernemingen of instellingen die niet in een lid-staat zijn gevestigd, voor een bepaalde termijn wordt opgeschort, met overeenkomstige opschorting van de termijn, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, dan wel dat dergelijk aanvragen slechts tot een door Onze Minister te bepalen aantal worden gehonoreerd; en +b. in afwijking van artikel 16, de behandeling van aanvragen voor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 16, derde lid, die zijn ingediend door ondernemingen of instellingen die niet in een lid-staat zijn gevestigd, voor een bepaalde termijn wordt opgeschort, met overeenkomstige opschorting van de termijn, bedoeld in artikel 16, vierde lid, dan wel dat dergelijk aanvragen slechts tot een door Onze Minister te bepalen aantal worden gehonoreerd; en c. in afwijking van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder i of j, artikel 7, vierde lid, van toepassing is op effecteninstellingen die zijn gevestigd in een staat, niet zijnde een lid-staat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, die dochtermaatschappij zijn van ondernemingen of instellingen die niet in een lid-staat zijn gevestigd. **2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de bedoelde dochtermaatschappijen of gekwalificeerde deelnemingen tevens dochtermaatschappijen onderscheidenlijk gekwalificeerde deelnemingen zijn van een onderneming of instelling die in een lid-staat is gevestigd en die een voor het als effectenbemiddelaar of vermogensbeheerder aanbieden of verrichten van diensten benodigde vergunning heeft verkregen. @@ -977,7 +976,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, ### Artikel 48b -**1.** Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, tweede lid, onder b en c, 4, tweede lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste en tweede lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 15, tweede lid, 16, eerste, derde, zevende, achtste en tiende lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste en derde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, en 46c, vierde lid. +**1.** Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, tweede lid, onder b en c, 4, tweede lid, 5, derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste en tweede lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 15, tweede lid, 16, eerste, zevende, achtste en tiende lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste en derde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, en 46c, vierde lid. **2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing. @@ -985,7 +984,7 @@ c. deze zijn ontvangen van een instantie als bedoeld in artikel 33, eerste lid, ### Artikel 48c -**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, eerste en tweede lid, onder b en c, 4, tweede lid, 5, eerste en derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste tot en met vijfde lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde lid, zesde lid, eerste volzin, zevende en negende lid, 14, eerste en vierde lid, 15, tweede lid, 15a, eerste, tweede en derde lid, 15b, eerste en tweede lid, 16, eerste, derde, zevende, achtste en tiende tot en met twaalfde lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste, derde en vijfde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 46, eerste lid, 46a, eerste lid, 46b, eerste, derde en vijfde lid, 46c, vierde lid, 46d en 47. +**1.** Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 3, eerste en tweede lid, onder b en c, 4, tweede lid, 5, eerste en derde lid, 6, tweede lid, 6a, eerste en derde lid, 6b, 6c, tweede lid, 7, eerste, derde, vierde en zevende lid, 10, tweede lid, 11, eerste en tweede lid, 11a, eerste tot en met vijfde lid, 12, tweede en vierde lid, 13, eerste lid, tweede volzin, vijfde lid, zesde lid, eerste volzin, zevende en negende lid, 14, eerste en vierde lid, 15, tweede lid, 15a, eerste, tweede en derde lid, 15b, eerste en tweede lid, 16, eerste, zevende, achtste en tiende tot en met twaalfde lid, 17, eerste lid, 18, tweede lid, 18a, eerste lid, 18b, tweede lid, 19, derde lid, 21, zesde lid, 22, eerste, derde en vijfde lid, 23, 24, eerste en derde lid, 26a, eerste, vijfde, zesde en negende lid, 28, derde en zesde lid, onder a, 28c, tweede, derde en vierde lid, 28a, tweede en vierde lid, 29, tweede en derde lid, voor zover het betreft het voorschrift van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht en het voorschrift inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 29a, tweede en vierde volzin, 36, tweede lid, 37, tweede lid, 39, derde lid, voor zover het betreft het voorschrift op grond van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht inzage te verlenen in zakelijke gegevens en bescheiden, 46, eerste lid, 46a, eerste lid, 46b, eerste, derde en vijfde lid, 46c, vierde lid, 46d en 47. **2.** De bestuurlijke boete komt toe aan de staat. Voor zover Onze Minister met toepassing van artikel 40, eerste lid, de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete heeft overgedragen aan een rechtspersoon, komt de boete toe aan die rechtspersoon.