2023-10-07 | BWBR0035217 | Besluit houders van dieren

This commit is contained in:
Coornhert 2023-10-07 12:00:00 +00:00
parent 7fdb0b0cb9
commit f3be6ba7dc

View file

@ -803,26 +803,22 @@ Als handeling als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet wordt aangewezen
### Artikel 2.7
De houder van een dier dat voor de productie van levensmiddelen bestemd is, verstrekt, onverminderd artikel 8.4, tweede lid, van de wet, aan de door Onze Minister krachtens de artikelen 8.1, eerste lid, en 8.14, eerste lid, van de wet aangewezen ambtenaren en de dierenarts verbonden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit desgevraagd alle inlichtingen over het voorschrijven van diergeneesmiddelen en het uitvoeren van behandelingen met diergeneesmiddelen bij dieren die voor de productie van levensmiddelen zijn bestemd.
Vervallen
### Artikel 2.8
**1.**
Het is verboden een dier te verkopen, voor de verkoop aan te bieden, in de handel te brengen of af te leveren voor de slacht als voedselproducerend dier als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152), indien het vlees van het dier een farmacologisch actieve werkzame stof bevat:
a. die een maximum residulimiet overschrijdt als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van deze verordening of
b. waarvoor een actiedrempel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van deze verordening is vastgesteld.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing na de behandeling van een dier met een gemedicineerd diervoeder.
### Artikel 2.9
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 2.19, derde lid, van de wet, worden geen stoffen aan een dier toegediend, behalve stoffen voor therapeutische of profylactische doeleinden, dan wel zoötechnische behandeling als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG (PbEG 1996, L 125), tenzij uit wetenschappelijke studies naar het welzijn van dieren of uit ervaring is gebleken dat de stof niet schadelijk is voor de gezondheid of het welzijn van het dier.
Onverminderd het bepaalde bij of krachtens verordening (EU) 2019/6, worden geen stoffen aan een dier toegediend, behalve stoffen voor therapeutische of profylactische doeleinden, dan wel zoötechnische behandeling als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG (PbEG 1996, L 125), tenzij uit wetenschappelijke studies naar het welzijn van dieren of uit ervaring is gebleken dat de stof niet schadelijk is voor de gezondheid of het welzijn van het dier.
### Artikel 2.10
**1.** Onverminderd artikel 1.25 en het overigens krachtens de artikelen 2.2, negende of tiende lid, en 2.19 van de wet bepaalde wordt door de houder van een dier een register bijgehouden van de verstrekte medische zorg en het bij iedere controle geconstateerde aantal sterfgevallen.
**1.** Onverminderd artikel 1.25 en het overigens krachtens artikel 2.2, negende of tiende lid van de wet bepaalde wordt door de houder van een dier een register bijgehouden van de verstrekte medische zorg en het bij iedere controle geconstateerde aantal sterfgevallen.
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden ten minste drie jaar door de houder bewaard.
@ -860,7 +856,7 @@ b. de exploitant de wijze van exploitatie en van reiniging en ontsmetting heeft
**1.**
Een exploitant van een op grond van artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis of een verzamelcentrum zorgt ervoor dat:
Een exploitant van een op grond van artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis, een broederij of een verzamelcentrum zorgt ervoor dat:
a. reiniging- en ontsmetting gebeurt volgens een daartoe opgesteld protocol als bedoeld in artikel 2.10c, eerste lid, onderdeel b;
b. de exploitant of een vertegenwoordiger van die exploitant aanwezig is bij elke reiniging- en ontsmetting.
@ -890,17 +886,7 @@ c. zijn handtekening.
### Artikel 2.10f
**1.** Een vervoermiddel waarmee een of meer evenhoevigen, pluimvee of broedeieren in Nederland worden gebracht, afkomstig uit een derde land of uit een door Onze Minister aangewezen lidstaat, dat wordt gelost op een inrichting die niet beschikt over een ingevolge artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, wordt in voorkomend geval na reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10b onmiddellijk vervoerd naar een ingevolge artikel 2.10c erkende reinigings- en ontsmettingsplaats, een slachthuis of een verzamelcentrum, om aldaar te worden gereinigd en ontsmet.
**2.** Een vervoermiddel dat kennelijk is gebruikt voor het vervoeren van evenhoevigen, pluimvee of broedeieren in derde landen, of in door Onze Minister aangewezen lidstaten, en dat vanuit deze derde landen of lidstaten, anders dan in doorvoer leeg in Nederland wordt gebracht, wordt onmiddellijk gereinigd en ontsmet op een ingevolge artikel 2.10c erkende reiniging- en ontsmettingsplaats, een slachthuis of een verzamelcentrum.
**3.** De exploitant van het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, overlegt binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland aan Onze Minister een bewijs van de reiniging en ontsmetting als bedoeld in artikel 2.10d, derde lid.
**4.** Wanneer het vervoermiddel, bedoeld in het eerste of tweede lid, afkomstig is uit een lidstaat, meldt de exploitant aan Onze Minister in aanvulling op het derde lid binnen 24 uur na binnenkomst in Nederland het nummer van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 143, van verordening (EU) nr. 2016/429, dat het meest recentelijk is afgegeven.
**5.** Een lidstaat als bedoeld in het eerste en tweede lid kan worden aangewezen indien er op het grondgebied van die lidstaat een uitbraak van een bij ministeriële regeling aangewezen besmettelijke dierziekte is bevestigd.
**6.** Het eerste, tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervoermiddel dat afkomstig is uit een door Onze Minister aangewezen geografisch afgebakend gebied van een lidstaat waar een besmettelijke dierziekte als bedoeld in het vijfde lid bij een in het wild levend dier is bevestigd.
Vervallen
### Paragraaf 4. Houden van varkens voor productie
@ -926,7 +912,7 @@ In deze paragraaf wordt verstaan onder:
Als handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen het door de houder van het varken:
a. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.3, onderdeel a, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan zeven dagen;
b. verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.3, onderdeel b en 2.6, onderdelen a tot en met c, l en m, van het Besluit diergeneeskundigen;
b. verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.3, onderdeel b en 2.6, onderdelen a tot en met c, van het Besluit diergeneeskundigen;
c. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.3, onderdeel c, van het Besluit diergeneeskundigen, mits dit geschiedt met betrekking tot een bepaald dier op aanwijzing van een praktiserende dierenarts.
### Artikel 2.13
@ -1075,7 +1061,7 @@ b. gebruiksvarkens, gelten na dekking en zeugen: ten minste 80 mm.
### Artikel 2.22
**1.** Varkens beschikken permanent over voldoende materiaal om te onderzoeken en mee te spelen, bestaande uit stro, hooi, hout, zaagsel, compost van champignons, turf of een mengsel daarvan, of ander geschikt materiaal, voor zover de gezondheid van de dieren daardoor niet in gevaar komt.
**1.** Varkens beschikken permanent over voldoende materiaal om te onderzoeken en te manipuleren, zoals stro, hooi, hout, zaagsel, compost van champignons, turf of een mengsel daarvan, voor zover de gezondheid van de dieren daardoor niet in gevaar komt.
**2.** Zeugen en gelten beschikken in de laatste week voor het werpen over voldoende en adequaat nestmateriaal, tenzij dit in verband met de op het bedrijf gebruikte mengmestmethode technisch niet uitvoerbaar is.
@ -1139,7 +1125,7 @@ d. E-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens worden opgefokt tot gebr
e. F-bedrijf, indien op de inrichting gespeende varkens worden opgefokt tot gebruiksvarkens en slechts gespeende varkens worden aangevoerd die uitsluitend afkomstig zijn van hetzelfde B-bedrijf;
f. RE-bedrijf, indien op de inrichting op elk moment ten hoogste vier of minder varkens en hun eventuele biggen worden gehouden.
**2.** Onze Minister registreert een inrichting waar varkens worden gehouden als D-bedrijf, indien ten aanzien van die inrichting niet is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid.
**2.** Onze Minister registreert een inrichting waar varkens worden gehouden en waar slechts één varkenshouder actief is als D-bedrijf, indien ten aanzien van die inrichting niet is voldaan aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f.
**3.**
@ -1501,10 +1487,9 @@ b. administratie van de bemonstering.
Als handelingen als bedoeld in artikel 2.9, derde lid, van de wet worden aangewezen het door de houder van het pluimvee:
a. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel b, van het Besluit diergeneeskundigen ten behoeve van het afnemen van bloed bij kippen, kalkoenen en eenden, voor zover deze handeling niet krachtens een ander wettelijk voorschrift aan anderen is voorbehouden.
b. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
c. verrichten van ingrepen als bedoeld in de artikelen 2.2, onderdelen b tot en met f, en 2.6, onderdelen b en f, van het Besluit diergeneeskundigen;
d. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
e. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel n, van het Besluit diergeneeskundigen.
b. verrichten van ingrepen als bedoeld in artikel 2.6, onderdelen b en f, van het Besluit diergeneeskundigen;
c. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel e, van het Besluit diergeneeskundigen, mits het dier niet ouder is dan twee dagen;
d. verrichten van de ingreep, bedoeld in artikel 2.6, onderdeel n, van het Besluit diergeneeskundigen.
##### Paragraaf 6.1.2. Houden van vleeskuikens voor productie
@ -1907,19 +1892,7 @@ c. de bij het testen verkregen gegevens ter beschikking zijn van het fokbedrijf.
### Artikel 2.72
**1.**
Legkippen die worden gehuisvest in een kooi als bedoeld in artikel 2.68, derde lid hebben ten minste de beschikking over:
a. 750 cm^2 oppervlakte waarvan 600 cm^2 bruikbare oppervlakte per legkip, met dien verstande dat de kooi boven andere plaatsen dan de bruikbare oppervlakte op elk punt ten minste 20 cm hoog moet zijn en dat de totale oppervlakte van een kooi niet kleiner mag zijn dan 2.000 cm^2;
b. een nest;
c. een met strooisel bedekte ruimte die ten minste 20 cm hoog is, waar de legkippen kunnen scharrelen en bodempikken;
d. een zitstok met een lengte van 15 cm per legkip en een vrije ruimte boven de zitstok van 20 cm;
e. een voerbak waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 12 cm per legkip bedraagt;
f. een passende voorziening die het doorgroeien van nagels tegengaat, en
g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toegankelijke kant ten minste 10 cm per legkip bedraagt dan wel drinknippels of drinkwaterbakjes, waarvan er ten minste twee voor een legkip bereikbaar zijn.
**2.** De bodem van de kooi biedt steun aan alle naar voren gerichte tenen van beide poten van de legkip.
Vervallen
### Artikel 2.73
@ -2142,7 +2115,7 @@ d. administratie en rapportage van de onderzoeksresultaten.
Het is een houder die meer dan 50 schapen of geiten houdt ten behoeve van de bedrijfsmatige productie van melk verboden om mest van schapen of geiten uit te rijden of af te voeren, tenzij de mest:
a. na verwijdering uit de stal 30 dagen luchtdoorlatend afgedekt is opgeslagen, of
a. direct na verwijdering uit de stal 30 dagen luchtdoorlatend afgedekt is opgeslagen, of
b. rechtstreeks en afgedekt naar een erkende composteerinrichting of erkend composteerbedrijf wordt vervoerd.
**2.**