2005-01-01 | BWBR0033520 | Kaderbesluit CCMS
This commit is contained in:
parent
fcab40c881
commit
f3c1fa762b
1 changed files with 204 additions and 140 deletions
|
|
@ -47,7 +47,7 @@ bb. patiëntgebonden zorg: de zorgverlening die bestaat uit de componenten klini
|
|||
cc. plaatsvervangend opleider: de opleider die als zodanig op voordracht van de opleider en de opleidingsinrichting door de MSRC is aangewezen en die voor een bepaalde periode in de rechten en plichten van de opleider kan treden;
|
||||
dd. plenaire visitatiecommissie: een per specialisme door de MSRC ingestelde adviescommissie;
|
||||
ee. portfolio: een verzameling van documenten waarin de verplichtingen voortvloeiende uit dit besluit en de specifieke besluiten worden bijgehouden, waaruit de voortgang van de opleiding en de zelfreflectie van de aios blijken, met ten minste de documenten ten behoeve van de beoordeling van de aios, de gehouden voordrachten en referaten, de gepubliceerde artikelen, de gevolgde cursussen en de uitgevoerde verrichtingen;
|
||||
ff. Richtlijn 2005/36/EG: Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Pb Nr. L 255 van 30/09/2005 blz. 0022 - 0142);
|
||||
ff. Richtlijn 93/16/EEG: Richtlijn 93/16/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen d.d. 5 april 1993 ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma’s, certificaten en andere titels, zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2001/19/EEG (PbEG 1993, L 165);
|
||||
gg. samengestelde opleiding: een opleiding die bestaat uit een vooropleiding in een ander medisch specialisme dan het eigenlijk gekozen medisch specialisme gevolgd door een vervolgopleiding in het eigenlijk gekozen medisch specialisme;
|
||||
hh. specifiek besluit: besluit van het CCMS dat zij ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Regeling per specialisme vaststelt;
|
||||
ii. stage: een gedeelte van de opleiding dat wordt gevolgd bij een opleidingsinrichting en dat in specifieke besluiten is omschreven wat betreft duur, inhoud en verplichte of facultatieve status;
|
||||
|
|
@ -136,10 +136,6 @@ b. interne geneeskunde-allergologie: internist-allergoloog;
|
|||
c. zenuw- en zielsziekten: zenuwarts;
|
||||
d. klinische chemie: arts klinische chemie.
|
||||
|
||||
### Artikel A.7
|
||||
|
||||
Een wijziging van Richtlijn 2005/36/EG gaat voor de toepassing van dit besluit gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk B. De opleiding
|
||||
|
||||
### Titel I. Opleidingseisen
|
||||
|
|
@ -536,15 +532,15 @@ b. een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter: beiden tevens gewoon lid m
|
|||
|
||||
De MSRC erkent een medisch specialist als opleider indien hij aan de volgende algemene eisen voldoet:
|
||||
|
||||
a. hij is ten minste vijf jaar voor het medische specialisme waarvoor hij als opleider erkend wil worden, en niet tevens voor een ander medisch specialisme, in het desbetreffende register van medisch specialisten ingeschreven en actief als medisch specialist werkzaam;
|
||||
b. hij beschikt over didactische kwaliteiten;
|
||||
a. hij is ten minste vijf jaar voor het medische specialisme waarvoor hij als opleider erkend wil worden in het desbetreffende register van medisch specialisten ingeschreven en actief als medisch specialist werkzaam;
|
||||
b. hij beschikt over didactische en pedagogische kwaliteiten;
|
||||
c. hij beschikt over organisatorische kwaliteiten;
|
||||
d. hij is wetenschappelijk actief en heeft wetenschappelijke interesse;
|
||||
e. hij is bereid co-assistenten en aios op te leiden;
|
||||
f. hij is in een voor het betreffende medisch specialisme erkende opleidingsinrichting werkzaam op een zodanige wijze dat hij de eindverantwoordelijkheid als opleider daadwerkelijk en naar behoren kan dragen;
|
||||
f. hij is in een voor het betreffende medisch specialisme erkende opleidingsinrichting gedurende ten minste 80% van een volledige werkweek werkzaam op een zodanige wijze dat hij zijn taak als opleider daadwerkelijk en naar behoren kan vervullen;
|
||||
g. hij is lid van de betreffende wetenschappelijke specialistenvereniging;
|
||||
h. hij voert gestructureerd overleg met andere relevante hulpverleners;
|
||||
i. hij maakt deel uit van en geeft leiding aan een opleidingsgroep als bedoeld in artikel C.2. en legt de specifieke taken en verplichtingen van leden van de opleidingsgroep schriftelijk vast;
|
||||
i. hij maakt deel uit van een groep in de inrichting werkzame medisch specialisten die voldoen aan de eisen van artikel C.2.
|
||||
j. hij is op aanwijzing van de MSRC bereid aios op te leiden, die een nieuwe opleidingsplaats zoeken in het geval een aios door de CvG in het gelijk is gesteld of in de gevallen als bedoeld in artikel C.28.
|
||||
|
||||
### Artikel C.2
|
||||
|
|
@ -553,9 +549,8 @@ De leden van de opleidingsgroep dienen aan de volgende eisen te voldoen:
|
|||
|
||||
a. algemeen:
|
||||
|
||||
i. zij hebben elk een gedifferentieerd activiteiten- en belangstellingsterrein binnen het vakgebied van het betreffende medische specialisme terwijl hun gezamenlijke kennis en vaardigheden elkaar aanvullen;
|
||||
ii. zij ondersteunen de opleiding en de aanvraag daarvoor en zijn op de hoogte van de opleidingseisen alsmede van de eindtermen van de opleiding;
|
||||
iii. zij waarborgen dat minimaal één van de leden van de opleidingsgroep op de betreffende locatie aanwezig en beschikbaar is voor de aios;
|
||||
i. de medisch specialisten die deel uitmaken van de opleidingsgroep hebben elk een gedifferentieerd activiteiten- en belangstellingsterrein binnen het vakgebied van het betreffende medische specialisme terwijl hun gezamenlijke kennis en vaardigheden elkaar aanvullen;
|
||||
ii. de leden van de opleidingsgroep ondersteunen de opleiding en de aanvraag daarvoor en zijn op de hoogte van de opleidingseisen alsmede van de eindtermen van de opleiding;
|
||||
b. met betrekking tot de patiëntenzorg:
|
||||
|
||||
i. zij stellen een generaal dagelijks rapport in en houden dit in stand;
|
||||
|
|
@ -573,15 +568,18 @@ De opleider heeft de volgende verplichtingen:
|
|||
|
||||
a. algemeen:
|
||||
|
||||
i. hij ziet er op toe dat de leden van de opleidingsgroep aan hun verplichtingen voldoen;
|
||||
i. hij is lid van en geeft leiding aan de opleidingsgroep, genoemd in artikel C.2. en C.4., en ziet er op toe dat de leden van de opleidingsgroep aan hun verplichtingen voldoen;
|
||||
ii. hij verstrekt de MSRC op haar verzoek te allen tijde alle gevraagde informatie over de opleiding;
|
||||
iii. hij ziet er op toe dat de aios een portfolio bijhoudt en controleert dat het portfolio voldoet aan de opleidingseisen;
|
||||
iv. hij meldt de MSRC de voor de opleiding of de aios relevante wijzigingen;
|
||||
v. hij houdt zich aan de instructieregeling die op grond van de modelinstructie, bedoeld in artikel C.12., eerste lid onder a. iv., is opgesteld door de betreffende opleidingsinrichting;
|
||||
vi. hij voert zijn taken voortvloeiende uit artikel B.6, B.7, B.9, B.10, B.11, B.13, B.16, B.18, B.20, B.24 en B.25 zelf uit.
|
||||
vi. hij beoordeelt de aios conform de opleidingseisen, bedoeld in Hoofdstuk B.
|
||||
b. met betrekking tot opleiding en onderwijs:
|
||||
|
||||
i. hij participeert desgevraagd actief in de centrale opleidingscommissie.
|
||||
i. hij participeert desgevraagd actief in de centrale opleidingscommissie;
|
||||
c. met betrekking tot bij- en nascholing:
|
||||
|
||||
i. hij volgt systematisch geaccrediteerde bijscholing ten behoeve van het opleiderschap;
|
||||
|
||||
### Artikel C.4
|
||||
|
||||
|
|
@ -589,8 +587,8 @@ De leden van de opleidingsgroep hebben de volgende verplichtingen:
|
|||
|
||||
a. algemeen:
|
||||
|
||||
i. zij dragen zorg voor de begeleiding van de aios;
|
||||
ii. zij houden ten minste vier maal per jaar een vergadering met aios uitsluitend ter bespreking van opleidingszaken;
|
||||
i. zij zijn beschikbaar voor overleg met de aios;
|
||||
ii. zij houden ten minste vier maal per jaar een vergadering van opleiders en aios uitsluitend ter bespreking van opleidingszaken;
|
||||
iii. zij dragen er zorg voor dat de aios zijn verplichtingen, bedoeld in dit besluit en de specifieke besluiten, kan nakomen;
|
||||
b. met betrekking tot de patiëntenzorg:
|
||||
|
||||
|
|
@ -605,7 +603,6 @@ iii. zij dragen er zorg voor dat er tussen de aios en andere medische specialist
|
|||
d. met betrekking tot bij- en nascholing:
|
||||
|
||||
i. zij houden hun kennis en inzicht als medisch specialist op peil door het regelmatig deelnemen aan geaccrediteerde bij- en nascholingsactiviteiten;
|
||||
ii. zij volgen systematisch geaccrediteerde bijscholing met didactische aspecten ten behoeve van de opleiding;
|
||||
e. met betrekking tot onderzoek en ontwikkeling:
|
||||
|
||||
i. zij bevorderen klinisch wetenschappelijk onderzoek van de leden van de opleidingsgroep en de aios, hetgeen blijkt uit publicaties en voordrachten.
|
||||
|
|
@ -676,14 +673,13 @@ b. zij beschikt over een bibliotheek waarin de belangrijkste recente boeken en p
|
|||
c. zij beschikt over voldoende instrumentarium, ruimten en andere faciliteiten om een goede opleiding voor het desbetreffende medische specialisme te kunnen waarborgen;
|
||||
d. zij beschikt over een pathologisch, een klinisch-chemisch en een medischmicrobiologisch laboratorium. De hoofden van deze diensten zijn bereid de aios voor te lichten over de onderzoeksmethodieken, welke ten behoeve van de patiënten worden toegepast;
|
||||
e. zij draagt zorg voor deelname van de leden van de opleidingsgroep aan de kwaliteitsvisitatie van de betreffende wetenschappelijke medisch specialistenvereniging volgens de systematiek van die wetenschappelijke vereniging;
|
||||
f. in de opleidingsinrichting voor een bepaald medisch specialisme is een opleider en een plaatsvervangend opleider voor dat medisch specialisme werkzaam;
|
||||
f. in de opleidingsinrichting voor een bepaald medisch specialisme is een opleider voor dat medisch specialisme werkzaam en is nog ten minste één medisch specialist betrokken als plaatsvervangend opleider van het zelfde medische specialisme als de opleider;
|
||||
|
||||
*met betrekking tot opleiding en onderwijs:*
|
||||
g. zij beschikt over één of meer samenwerkingsovereenkomsten met één of meer opleidingsinrichtingen waar aios delen van de opleiding in een medisch specialisme volgen, tenzij aios de hele opleiding in de opleidingsinrichting volgen. De samenwerkingsovereenkomst is in overeenstemming met de Standaard Samenwerkingsovereenkomst zoals vastgesteld door de MSRC in overleg met het CCMS. In specifieke besluiten kunnen aanvullende bepalingen worden opgenomen;
|
||||
h. zij stelt de opleiders in staat de medisch specialisten die betrokken zijn bij de opleiding te verplichten tot samenwerking in een opleidingsgroep;
|
||||
i. indien er opleidingen voor meer dan één medisch specialismen worden gegeven is een centrale opleidingscommissie als bedoeld in artikel C.13. aanwezig;
|
||||
j. zij is bereid op aanwijzing van de MSRC aios toe te laten, die een nieuwe opleidingsplaats zoeken in het geval een aios door de CvG in het gelijk is gesteld of in de gevallen als bedoeld in artikel C.28.;
|
||||
k. zij is bereid co-assistenten en aios toe te laten, een en ander in overeenstemming met de opleider.
|
||||
g. zij stelt de opleiders in staat de medisch specialisten die betrokken zijn bij de opleiding te verplichten tot samenwerking in een opleidingsgroep;
|
||||
h. indien er opleidingen voor meer dan één medisch specialismen worden gegeven is een centrale opleidingscommissie als bedoeld in artikel C.13. aanwezig;
|
||||
i. zij is bereid op aanwijzing van de MSRC aios toe te laten, die een nieuwe opleidingsplaats zoeken in het geval een aios door de CvG in het gelijk is gesteld of in de gevallen als bedoeld in artikel C.28.;
|
||||
j. zij is bereid co-assistenten en aios toe te laten, een en ander in overeenstemming met de opleider.
|
||||
|
||||
**2.** In specifieke besluiten kan voor medisch specialismen van het eerste lid, onder d, worden afgeweken.
|
||||
|
||||
|
|
@ -695,25 +691,10 @@ k. zij is bereid co-assistenten en aios toe te laten, een en ander in overeenste
|
|||
|
||||
### Artikel C.11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel C.10. geldt voor een inrichting op meerdere locaties dat:
|
||||
|
||||
a. er sprake is van een bestuurlijke eenheid, waaronder alle locaties vallen;
|
||||
b. de aan de opleiding deelnemende medisch specialisten één opleidingsgroep vormen
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid onder a. kan in een uitzonderingssituatie een inrichting worden erkend als opleidingsinrichting indien er een overeenkomst bestaat met de andere inrichting waar (een deel van) de opleiding wordt verzorgd, waarin is vastgelegd dat de opleider verantwoordelijk is voor het functioneren van de opleiding op beide inrichtingen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De in het tweede lid bedoelde uitzonderingssituatie is aanwezig als:
|
||||
|
||||
a. de inrichting kan aantonen niet in aanmerking te komen voor erkenning van de opleiding of een gedeelte daarvan op basis van artikel C.10, C.11, eerste lid en paragraaf II E; en
|
||||
b. de opleiding in het betreffende medische specialisme niet of niet volledig mogelijk is zonder afwijking van het eerste lid onder a.
|
||||
|
||||
**4.** De in het tweede lid bedoelde overeenkomst is in overeenstemming met de Standaard Samenwerkingsovereenkomst bestuurlijke opleidingseenheid zoals door de MSRC in overleg met het CCMS is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Uit de erkenning blijkt duidelijk welke locaties voor de opleiding worden erkend.
|
||||
b. de aan de opleiding deelnemende medisch specialisten één opleidingsgroep vormen en in één maatschap zijn georganiseerd dan wel een zelfde dienstverband hebben met de rechtspersoon of rechtspersonen die de bestuurlijke eenheid vormen.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-C. Verplichtingen voor de opleidingsinrichting voor de totale opleiding op één locatie
|
||||
|
||||
|
|
@ -790,11 +771,13 @@ b. tussen de verschillende locaties een aantoonbare eenheid bestaat in de opleid
|
|||
|
||||
### Artikel C.15
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Een inrichting waar een gedeelte van de opleiding of een stage in een medisch specialisme gevolgd kan worden kan uitsluitend worden erkend als opleidingsinrichting indien zij één of meer samenwerkingsovereenkomsten heeft met één of meer opleidingsinrichtingen waar de overige onderdelen van de opleiding in een medisch specialisme kunnen worden gevolgd.
|
||||
|
||||
**2.** De samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, is in overeenstemming met het Model Samenwerkingsovereenkomst zoals vastgesteld door de MSRC.
|
||||
|
||||
### Artikel C.16
|
||||
|
||||
**1.** De eisen en verplichtingen genoemd in paragraaf II-A tot en met II-D zijn van overeenkomstige toepassing
|
||||
**1.** Naast de in artikel C.15. genoemde eis zijn voor de erkenning van de inrichting waar een gedeelte van de opleiding kan worden gevolgd, de eisen en verplichtingen genoemd in paragraaf II-A tot en met II-D van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Uit de erkenning blijkt duidelijk voor welke onderdelen van de opleiding en voor welke opleidingsduur de inrichting wordt erkend.
|
||||
|
||||
|
|
@ -804,7 +787,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Een inrichting waar uitsluitend één stage kan worden gevolgd voldoet aan de volgende eisen:
|
||||
|
||||
a. de inrichting heeft één of meer samenwerkingsovereenkomsten genoemd in artikel C.10., eerste lid onder g;
|
||||
a. de inrichting heeft één of meer samenwerkingsovereenkomsten genoemd in artikel C.15.;
|
||||
b. in de inrichting een stageopleider aanwezig is;
|
||||
c. naast de stageopleider altijd een medisch specialist van het betreffende specialisme aanwezig is die als waarnemer fungeert bij afwezigheid van de stageopleider;
|
||||
d. de duur van de stage bedraagt ten hoogste één jaar;
|
||||
|
|
@ -884,7 +867,7 @@ c. de verplichtingen bedoeld in artikel C.12. zijn van overeenkomstige toepassin
|
|||
|
||||
**1.** De erkenning als opleider wordt in verband met één opleidingsinrichting gegeven. Deze opleidingsinrichting kan op verschillende locaties gehuisvest zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Vervallen.
|
||||
**2.** In bijzondere gevallen kan de MSRC van het eerste lid ontheffing verlenen.
|
||||
|
||||
### Artikel C.24
|
||||
|
||||
|
|
@ -935,122 +918,203 @@ f. indien geen aanvraag voor vernieuwing van een erkenning wordt aangevraagd.
|
|||
|
||||
### Titel I. Inschrijving
|
||||
|
||||
#### Paragraaf I-A. Medisch specialistenregister
|
||||
|
||||
### Artikel D.1
|
||||
|
||||
Voor inschrijving in één van de registers van medisch specialisten komt in aanmerking:
|
||||
1. Voor inschrijving in één van de registers van medisch specialisten komt in aanmerking:
|
||||
|
||||
- Een arts die met goed gevolg in Nederland de opleiding in een specialisme als bedoeld in artikel A.5. heeft gevolgd en voltooid;
|
||||
- Een arts, onderdaan van een der landen behorende tot de EER of Zwitserland, die in het bezit is van een in bijlage V.1, punt 5.1.3. van Richtlijn 2005/36/EG vermelde opleidingstitel;
|
||||
- Een arts, onderdaan van een der landen behorende tot de EER of Zwitserland, die in het bezit is van een andere opleidingstitel dan genoemd in artikel A.3., en die op grond van Richtlijn 2005/36/EG recht heeft op inschrijving;
|
||||
- Een arts die in het bezit is van een bewijs van het voltooid hebben van een buiten Nederland gevolgde opleiding op wie Richtlijn 2005/36/EG niet van toepassing is en die voldoet aan de eisen voor inschrijving zoals neergelegd in artikel D.4.;
|
||||
- Een arts die met goed gevolg een beoordelingsstage als bedoeld in paragraaf II-B heeft gevolgd en voltooid;
|
||||
- Een arts die met goed gevolg een individueel scholingsprogramma als bedoeld in paragraaf II-C heeft gevolgd en voltooid.
|
||||
a. een arts die met goed gevolg in Nederland de opleiding in een medisch specialisme heeft afgerond;
|
||||
b. een arts die buiten Nederland een specialisatie heeft gevolgd en die in het bezit is van één van de in de bijlagen A, B en C van Richtlijn 93/16/EEG vermelde diploma’s, certificaten of andere titels in de gespecialiseerde geneeskunde;
|
||||
c. een arts die buiten Nederland een specialisatie heeft gevolgd en een verklaring van de bevoegde autoriteiten of instanties van een van de landen behorend tot de EER of de Zwitserse Bondsstaat heeft dat de diploma’s, certificaten en andere titels van specialist zijn afgegeven ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan dit besluit en de specifieke besluiten en die de betrokken lidstaat gelijkstelt met de opleidingen waarvan de benaming in de bijlagen A, B en C van Richtlijn 93/16/EEG zijn opgenomen;
|
||||
d. een arts die voor 1995 een specialistenopleiding in Spanje heeft voltooid en een verklaring van de bevoegde Spaanse autoriteiten heeft, waaruit blijkt dat de kennis en bekwaamheid van de betrokkenen vergelijkbaar is met die van artsen met een titel van specialist, zoals voor Spanje vermeld in de bijlagen A, B en C van Richtlijn 93/16/EEG zijn opgenomen;
|
||||
e. een arts die met goed gevolg een beoordelingsstage als bedoeld in titel II, paragraaf II-C heeft afgerond;
|
||||
f. een arts die met goed gevolg een individueel scholingsprogramma als bedoeld in paragraaf I-B heeft afgerond.
|
||||
g. een arts die voldoet aan de eisen voor herregistratie, zoals neergelegd in titel III.
|
||||
|
||||
### Titel II. Registratie
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-A. Aanvraag registratie
|
||||
#### Paragraaf I-B. Inhoud individueel scholingsprogramma
|
||||
|
||||
### Artikel D.2
|
||||
|
||||
De arts als bedoeld in artikel D.1. eerste lid, sub a dient na voltooiing van de opleiding bij de MSRC een aanvraag in tot registratie in het betreffende register van medisch specialisten. Voorts verschaft hij de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Indien de aanvraag bedoeld in het eerste lid, meer dan drie maanden na het eind van de opleiding bij de MSRC wordt ingediend dient de arts aan te tonen dat hij voldoet aan de eisen voor herregistratie zoals neergelegd in titel III. Bij de aanvraag tot registratie in het betreffende register van medisch specialisten overlegt de arts die gedeeltelijk buiten Nederland is opgeleid, over de betreffende periode aan de MSRC de schriftelijke bewijsstukken en verstrekt de MSRC desgevraagd alle nadere inlichtingen. De MSRC schrijft de arts die aan alle eisen gesteld in dit besluit en in de specifieke besluiten voldoet en die het door de MSRC daarvoor vastgestelde bedrag heeft voldaan, alsmede voorzover de opleider een positieve beoordeling, bedoeld in artikel B.9., heeft verstrekt, op verzoek van de arts en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling in het betreffende register van medisch specialisten in.
|
||||
|
||||
### Artikel D.3
|
||||
|
||||
Indien een arts, als bedoeld in artikel D.1., onder b, in een specialistenregister wenst te worden ingeschreven, meldt hij zich schriftelijk bij de MSRC. De aanvraag gaat vergezeld van:
|
||||
|
||||
- een bewijs dat hij is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG;
|
||||
- een bewijs van het voltooid hebben van een opleiding tot medisch specialist, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of herkomst
|
||||
|
||||
De MSRC schrijft de arts, bedoeld in het eerste lid, na ontvangst van de stukken, genoemd in het eerste lid, in. Indien een arts als bedoeld in artikel D.1., onder c. in een specialistenregister wenst te worden ingeschreven, meldt hij zich schriftelijk bij de MSRC. De aanvraag gaat vergezeld van:
|
||||
|
||||
- een bewijs dat hij is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG;
|
||||
- een bewijs van het hebben gevolgd en voltooid van een opleiding in een specialisme met een inhoud en een duur die ten minste gelijkwaardig is aan de Nederlandse opleiding in een specialisme als bedoeld in artikel A.5., afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of herkomst;
|
||||
- documenten waaruit blijkt over welke beroepservaring hij beschikt alsmede welke aanvullende opleiding en medische bij- en nascholing hij gevolgd heeft. De arts verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Op basis van de in het derde lid overgelegde documenten beoordeelt de MSRC of de door de arts gevolgde en voltooide opleiding gelijkwaardig is aan de Nederlandse opleiding in het betreffende specialisme.
|
||||
|
||||
Indien de MSRC van oordeel is dat van gelijkwaardigheid als bedoeld in het vierde lid, sprake is, schrijft zij de arts in. Indien de MSRC van oordeel is dat van gelijkwaardigheid geen sprake is, wijst zij het verzoek tot inschrijving af en kan zij toestemming verlenen voor het volgen van een individueel scholingprogramma als bedoeld in paragraaf II-C.
|
||||
|
||||
### Artikel D.4
|
||||
|
||||
Indien een arts, als bedoeld in artikel D.1., onder d, in een specialistenregister wenst te worden ingeschreven, meldt hij zich schriftelijk bij de MSRC. De aanvraag gaat vergezeld van:
|
||||
|
||||
- een bewijs van inschrijving in het register, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG en
|
||||
- een bewijs voltooid hebben van een opleiding in een specialisme als bedoeld in artikel A.5. met een inhoud en duur die ten minste overeenkomt met de inhoud en duur van de Nederlandse opleiding in het betreffende specialisme, afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of herkomst;
|
||||
- een bewijs dat hij gerechtigd is tot de beroepsuitoefening in het betreffende specialisme in het land van herkomst; een bewijs dat hij de Nederlandse taal beheerst als bedoeld in artikel D.14.
|
||||
|
||||
De arts dient een bewijs te overleggen dat hij vanaf het moment van voltooiing van de opleiding ten minste 16 uur per week in het betreffende specialisme werkzaam is geweest. De MSRC gaat na in hoeverre de inhoud van de elders voltooide opleiding overeenkomt met die van de Nederlandse opleiding in het betreffende specialisme. De arts verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs te beschikking kan krijgen. Indien de MSRC van oordeel is dat de door de arts voltooide opleiding gelijkwaardig is aan de Nederlandse opleiding in het betreffende specialisme, schrijft de MSRC de arts na ontvangst van de stukken in het eerste lid en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling in het betreffende register in. Indien de MSRC van oordeel is dat van gelijkwaardigheid van door de arts voltooide opleiding geen sprake is, wijst zij het verzoek tot inschrijving af en kan zij bepalen dat een beoordelingsstage als bedoeld in paragraaf II-B dient te worden gevolgd. Indien de MSRC tot de vaststelling komt dat de arts, bedoeld in het vierde lid, niet voldoet aan de gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een beoordelingsstage, beoordeelt de MSRC of de arts in aanmerking komt voor het volgen van een individueel scholingprogramma. Daarbij gelden de eisen als gesteld in paragraaf II-C.
|
||||
|
||||
### Artikel D.5
|
||||
|
||||
De arts, bedoeld in artikel D.1., onder c., d. e. of f., wendt zich aan het eind van het individueel scholingsprogramma of de beoordelingsstage tot de MSRC voor registratie in een van de registers van medisch specialisten. Hij verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De arts overlegt:
|
||||
|
||||
- een bewijs van inschrijving in het register, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, en
|
||||
- een verklaring van de opleider dat de arts in staat is het betreffende medisch specialisme in Nederland zelfstandig en naar behoren uit te oefenen.
|
||||
|
||||
Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, meer dan drie maanden na het afgeven van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, bij de MSRC wordt ingediend dient de arts aan te tonen dat hij voldoet aan de eisen voor herregistratie, zoals neergelegd in titel III. De MSRC schrijft de arts na ontvangst van stukken bedoeld in het eerste en tweede lid en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling in het betreffende register van medisch specialisten in.
|
||||
|
||||
### Artikel D.6
|
||||
|
||||
De MSRC kan met toepassing van artikel 29, tweede lid van de Regeling, besluiten tot inschrijving van een arts in een specialistenregister voor een periode korter dan vijf jaar. Artikel 31, vijfde lid van de Regeling is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-B. Beoordelingsstage
|
||||
|
||||
### Artikel D.7
|
||||
|
||||
Voor het volgen van een beoordelingsstage komt in aanmerking een arts als bedoeld in artikel D.4., vierde lid. De beoordelingsstage wordt gevolgd onder begeleiding van een opleider in een opleidingsinrichting.
|
||||
|
||||
### Artikel D.8
|
||||
|
||||
De arts dient tijdig voorafgaand aan de aanvang van de beoordelingsstage bij de MSRC een aanvraag in, vergezeld met de gegevens en bescheiden als genoemd in artikel D.4., eerste lid. De arts verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De beoordelingsstage kan eerst aanvangen nadat de MSRC hiervoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel D.9
|
||||
|
||||
In het kader van het verlenen van toestemming voor de aanvang van de beoordelingsstage gaat de MSRC na of de arts voldoet aan de in artikel D.4., eerste lid, genoemde eisen. Indien de MSRC tot de vaststelling komt dat op verantwoorde wijze met de beoordelingsstage kan worden gestart, verleent de MSRC toestemming voor het volgen van de beoordelingsstage. In het geval de MSRC de arts toestemming verleent de beoordelingsstage aan te vangen, bepaalt de MSRC tevens conform artikel D.11., de tijdsduur hiervan.
|
||||
|
||||
### Artikel D.10
|
||||
|
||||
De MSRC kan in bijzondere gevallen besluiten ontheffing te verlenen van de beoordelingsstage, bedoeld in artikel D.7. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend indien een arts die buiten Nederland een specialisatie heeft gevolgd en op grond van door hem verstrekte en door de MSRC geverifieerde inlichtingen over zijn opleiding en wetenschappelijke prestaties, blijkt te beschikken over bijzondere theoretische kennis en praktische bekwaamheid op het terrein van het betreffende medisch specialisme. De betreffende arts kan worden ingeschreven nadat hij met goed gevolg een taaltest heeft afgelegd en is ingeschreven in het artsregister als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, inschrijven volgens artikel 26 van de Regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel D.11
|
||||
|
||||
De duur van de beoordelingsstage bedraagt 6 maanden bij een volledige werkweek. Bij deeltijd wordt de duur naar rato aangepast. In afwijking van het eerste lid kan de MSRC voorafgaande aan de beoordelingstage of in overleg met de opleider tussentijds bepalen dat gedurende een langere of een kortere periode een beoordelingsstage wordt gevolgd. De beoordelingsstage inclusief de eventuele verlenging genoemd in het tweede lid, duurt ten hoogste 12 maanden bij een volledige werkweek. Bij deeltijd wordt de duur naar rato aangepast.
|
||||
|
||||
### Artikel D.12
|
||||
|
||||
Om zwaarwegende redenen kan de MSRC op aangeven van de opleider besluiten de stage tussentijds te beëindigen. Van zwaarwegende redenen is in ieder geval sprake indien het gelet op de risico’s voor de volksgezondheid niet verantwoord is de stage voort te zetten.
|
||||
|
||||
### Artikel D.13
|
||||
|
||||
De opleider is verplicht de arts iedere drie maanden tussentijds te beoordelen, deze beoordelingen schriftelijk vast te leggen in door de MSRC vastgestelde formulieren en ter kennis te brengen van de MSRC en de arts. De opleider is verplicht zijn oordeel over de arts aan het eind van de beoordelingsstage ter kennis te brengen van de MSRC, nadat hij heeft nagegaan of diens kennis en kunde gelijkwaardig is aan die van in Nederland opgeleide medisch specialisten en of de arts in staat is het betreffende medisch specialisme in Nederland zelfstandig en naar behoren uit te oefenen. Indien de opleider een positieve beoordeling afgeeft, kan de arts conform artikel. D.5. een verzoek om inschrijving in het betreffende register van medisch specialisten indienen. Indien de opleider een negatieve beoordeling afgeeft, beoordeelt de MSRC op verzoek van de arts of aanleiding is voor het volgen van een individueel scholingsprogramma. Daarbij zijn de eisen, bedoeld in paragraaf II-C overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel D.14
|
||||
|
||||
Inschrijving in het register, bedoeld in de artikelen D.1. onder d, alsmede de aanvang van de beoordelingsstage, bedoeld in artikel D.4., vierde lid, kan eerst geschieden nadat de arts op een door de MSRC aangegeven wijze heeft aangetoond een zodanige kennis van de Nederlandse taal in woord en geschrift alsmede voldoende luistervaardigheid te hebben verworven, dat een goede communicatie met patiënten, collegae en andere werkers in de gezondheidszorg gewaarborgd is
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-C. Individueel scholingsprogramma
|
||||
|
||||
### Artikel D.15
|
||||
|
||||
**1.** Er is een individueel scholingsprogramma dat tot doel heeft een arts, bedoeld in artikel D.13, vierde lid, D.20, vierde lid of D.26, vierde lid, zodanig te scholen dat hij de medische zorg in het betreffende specialisme zelfstandig en op verantwoorde wijze kan uitvoeren.
|
||||
**1.** Er is een individueel scholingsprogramma dat tot doel heeft een arts of medisch specialist zodanig op te leiden of bij te scholen dat hij de medisch zorg in het betreffende medisch specialisme zelfstandig en op verantwoorde wijze kan uitvoeren.
|
||||
|
||||
**2.** De duur van het individueel scholingsprogramma bedraagt ten minste één en ten hoogste twee jaar indien de werkzaamheden van de betreffende arts of medisch specialist een volledige werkweek omvatten. Bij deeltijd wordt deze periode naar rato van de deeltijd aangepast.
|
||||
|
||||
**3.** Het individuele scholingsprogramma wordt gevolgd bij een opleider in een opleidingsinrichting.
|
||||
|
||||
### Artikel D.3
|
||||
|
||||
**1.** De opleider stelt het individueel scholingsprogramma, bedoeld in artikel D.2. op.
|
||||
|
||||
**2.** Bij het opstellen van het individueel scholingsprogramma houdt de opleider rekening met de uitgangssituatie van de betreffende arts of medisch specialist en maakt daartoe gebruik van de voor de betreffende opleiding geldende toetsmethoden.
|
||||
|
||||
**3.** Nadat de opleider het individueel scholingsprogramma heeft opgesteld vraagt hij ter zake goedkeuring aan de MSRC.
|
||||
|
||||
### Artikel D.4
|
||||
|
||||
**1.** Gedurende het individueel scholingsprogramma beoordeelt de opleider iedere drie maanden de voortgang van de arts of medisch specialist.
|
||||
|
||||
**2.** De conclusies van deze beoordelingen worden – voor gezien of akkoord medeondertekend door de arts of medisch specialist – schriftelijk vastgelegd.
|
||||
|
||||
**3.** Aan het eind van het individueel scholingsprogramma beoordeelt de opleider of de betreffende arts geacht kan worden en in staat te zijn de medische zorg in het betreffende medisch specialisme zelfstandig en op verantwoorde wijze uit te voeren.
|
||||
|
||||
**4.** De opleider geeft over de beoordeling, bedoeld in het derde lid, een verklaring aan de arts of medisch specialist af voor de MSRC ten behoeve van de registratie.
|
||||
|
||||
### Titel II. Registratie
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-A. Aanvraag registratie
|
||||
|
||||
### Artikel D.5
|
||||
|
||||
**1.** De arts als bedoeld in artikel D.1. eerste lid, sub a dient aan het eind van de opleiding bij de MSRC een aanvraag in tot registratie in het betreffende register van medisch specialisten. Voorts verschaft hij de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag bedoeld in het eerste lid, meer dan drie maanden na het eind van de opleiding bij de MSRC wordt ingediend dient de arts aan te tonen dat hij voldoet aan de eisen voor herregistratie zoals neergelegd in titel III.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de aanvraag tot registratie in het betreffende register van medisch specialisten overlegt de arts die gedeeltelijk buiten Nederland is opgeleid, over de betreffende periode aan de MSRC de schriftelijke bewijsstukken en verstrekt de MSRC desgevraagd alle nadere inlichtingen.
|
||||
|
||||
**4.** De MSRC schrijft de aios die aan alle eisen gesteld in dit besluit en in de specifieke besluiten voldoet en die het door de MSRC daarvoor vastgestelde bedrag heeft voldaan, alsmede voorzover de opleider een positieve beoordeling, bedoeld in artikel B.9., heeft verstrekt, op verzoek van de aios en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling in het betreffende register van medisch specialisten in.
|
||||
|
||||
### Artikel D.6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Indien een arts, als bedoeld in artikel D.1., eerste lid sub b, c en d, in één van de Nederlandse registers van medisch specialisten wenst te worden geregistreerd voor hetzelfde specialisme respectievelijke een vergelijkbaar specialisme, vraagt hij dit schriftelijk aan bij de MSRC. De aanvraag gaat vergezeld van:
|
||||
|
||||
a. een bewijs van inschrijving in het register, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, en
|
||||
b. zijn curriculum vitae, en
|
||||
c. het originele specialistendiploma van de vervolgopleiding tot medisch specialist of daarmee vergelijkbare opleiding dan wel de duplicaten van deze diploma’s gewaarmerkt door de bevoegde instantie die deze heeft afgegeven en indien van toepassing een verklaring als bedoeld in artikel D.1. onder c en d.
|
||||
|
||||
**2.** De MSRC schrijft de arts na ontvangst van de stukken bedoeld in het eerste lid en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling in het betreffende register van medisch specialisten in.
|
||||
|
||||
### Artikel D.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De arts, bedoeld in artikel D.1., eerste lid sub e of sub f, wendt zich aan het eind van het individueel scholingsprogramma of de beoordelingsstage tot de MSRC voor registratie in een van de registers van medisch specialisten. Hij verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De arts overlegt:
|
||||
|
||||
a. een bewijs van inschrijving in het register, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, en
|
||||
b. een verklaring van de opleider dat de arts in staat is het betreffende medisch specialisme in Nederland zelfstandig en naar behoren uit te oefenen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, meer dan drie maanden na het afgeven van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, bij de MSRC wordt ingediend dient de arts aan te tonen dat hij voldoet aan de eisen voor herregistratie, zoals neergelegd in titel III.
|
||||
|
||||
**3.** De MSRC schrijft de arts na ontvangst van stukken bedoeld in het eerste en tweede lid en met inachtneming van het bepaalde in de Regeling in het betreffende register van medisch specialisten in.
|
||||
|
||||
### Artikel D.8
|
||||
|
||||
De MSRC kan met toepassing van artikel 29, tweede lid van de Regeling, besluiten tot inschrijving van een arts in een specialistenregister voor een periode korter dan vijf jaar. Artikel 31, vijfde lid van de Regeling is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-B. Individueel scholingsprogramma EER en Zwitserse Bondsstaat
|
||||
|
||||
### Artikel D.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor het volgen van een individueel scholingsprogramma als neergelegd in titel I, paragraaf I-B, komt in aanmerking een onderdaan van een land behorend tot de EER of van de Zwitserse Bondsstaat die beschikt over:
|
||||
|
||||
a. een inschrijving als arts in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, en
|
||||
b. een specialistendiploma in een vergelijkbaar specialisme als genoemd in artikel A.5. en behaald in een land behorend tot de EER of de Zwitserse Bondsstaat welk diploma in Nederland niet wordt erkend, en
|
||||
c. een verklaring dat de taaltest, bedoeld in paragraaf II-D, met goed gevolg is afgelegd.
|
||||
|
||||
**2.** De betreffende arts dient daartoe tijdig voorafgaande aan het individueel scholingsprogramma bij de MSRC een aanvraag in, waarin in elk geval is aangegeven welke buitenlandse getuigschriften hij bezit, over welke beroepservaring hij beschikt en welke eventueel aanvullende opleiding en medische bij- en nascholing hij gevolgd heeft. Tevens geeft de arts aan welke opleider zich bereid heeft verklaard hem te zullen begeleiden en welke opleidinginrichting het individuele scholingsprogramma zal plaats vinden. De arts verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer de MSRC van oordeel is dat is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, verzoekt de MSRC aan de opleider, bedoeld in het tweede lid, een individueel scholingsprogramma op te stellen.
|
||||
|
||||
**4.** De opleider doet na onderzoek van de inhoud en de duur van de opleiding aan de hand van de overgelegde getuigschriften en rekening houdend met de beroepservaring, de eventueel gevolgde aanvullende opleiding en medische bij- en nascholing, een voorstel voor de duur van het individueel scholingsprogramma die moet worden gevolgd, alsmede de gebieden die deze opleiding moet bestrijken.
|
||||
|
||||
**5.** Een voorstel voor een individueel scholingsprogramma dient door de MSRC te worden goedgekeurd.
|
||||
|
||||
**6.** De MSRC kan in bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de taaltest, bedoeld in het eerste lid, onder c.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-C. Beoordelingsstage
|
||||
|
||||
### Artikel D.10
|
||||
|
||||
**1.** Een arts die buiten Nederland een opleiding tot medisch specialist heeft voltooid kan de MSRC verzoeken toestemming te verlenen voor het volgen van een beoordelingsstage in hetzelfde respectievelijk een vergelijkbaar specialisme, waarbij wordt beoordeeld of de kennis en kunde van de arts gelijkwaardig is aan die van in Nederland opgeleide medisch specialisten en is gebleken dat de arts in staat is het betreffende medisch specialisme in Nederland zelfstandig en naar behoren uit te oefenen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Voor het volgen van een beoordelingsstage als bedoeld in het eerste lid komt in aanmerking een arts die:
|
||||
|
||||
a. beschikt over een bewijs van inschrijving in het register, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, en
|
||||
b. beschikt over een buitenlands medisch specialistendiploma dat gelijkwaardig wordt geacht met de opleiding in Nederland voor het desbetreffende specialisme, en
|
||||
c. beschikt over een buitenlands medisch specialistendiploma dat gelijkwaardig wordt geacht met de opleiding in Nederland voor het desbetreffende specialisme, en
|
||||
d. beschikt over een buitenlands medisch specialistendiploma dat gelijkwaardig wordt geacht met de opleiding in Nederland voor het desbetreffende specialisme, en
|
||||
e. een opleider bereid heeft gevonden hem te begeleiden in een opleidingsinrichting.
|
||||
|
||||
**3.** De MSRC kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de taaltest als bedoeld in het tweede lid, onder d.
|
||||
|
||||
### Artikel D.11
|
||||
|
||||
**1.** De arts dient tijdig voorafgaand aan de aanvang van de beoordelingsstage bij de MSRC een aanvraag in, vergezeld met de gegevens en bescheiden als genoemd in artikel D.10., tweede lid. De arts verschaft de MSRC de gegevens en bescheiden die de MSRC voor de beoordeling van de aanvraag nodig acht en waarover de arts redelijkerwijs de beschikking kan krijgen.
|
||||
|
||||
**2.** De beoordelingsstage kan eerst aanvangen nadat de MSRC hiervoor toestemming heeft gegeven.
|
||||
|
||||
### Artikel D.12
|
||||
|
||||
**1.** In het kader van het verlenen van toestemming voor de aanvang van de beoordelingsstage gaat de MSRC na of de arts voldoet aan de in artikel D.10., tweede lid genoemde eisen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de MSRC tot de vaststelling komt dat de buitenlandse specialist niet voldoet aan de gestelde eisen om in aanmerking te komen voor een beoordelingsstage, beoordeelt de MSRC of de arts in aanmerking komt voor het volgen van een individueel scholingprogramma. Daarbij gelden de eisen als gesteld in artikel D.9.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de MSRC tot de vaststelling komt dat er sprake is van gelijkwaardigheid van de opleiding en op een verantwoorde wijze met de beoordelingsstage kan worden gestart, verleent de MSRC toestemming voor het volgen van de beoordelingsstage.
|
||||
|
||||
**4.** In het geval de MSRC de arts toestemming verleent de beoordelingsstage aan te vangen, bepaalt de MSRC tevens conform artikel D.14., de tijdsduur hiervan.
|
||||
|
||||
### Artikel D.13
|
||||
|
||||
**1.** De MSRC kan in bijzondere gevallen besluiten ontheffing te verlenen van de beoordelingsstage, bedoeld in artikel D.10., eerste lid.
|
||||
|
||||
**2.** De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend indien een arts die buiten Nederland een specialisatie heeft gevolgd en op grond van door hem verstrekte en door de MSRC geverifieerde inlichtingen over zijn opleiding en wetenschappelijke prestaties, blijkt te beschikken over bijzondere theoretische kennis en praktische bekwaamheid op het terrein van het betreffende medisch specialisme.
|
||||
|
||||
**3.** De betreffende arts kan worden ingeschreven nadat hij met goed gevolg een taaltest heeft afgelegd en is ingeschreven in het artsregister als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIG, inschrijven volgens artikel 26 van de Regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel D.14
|
||||
|
||||
**1.** De duur van de beoordelingsstage bedraagt 6 maanden bij een volledige werkweek. Bij deeltijd wordt de duur naar rato aangepast.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de MSRC voorafgaande aan de beoordelingstage of in overleg met de opleider tussentijds bepalen dat gedurende een langere of een kortere periode een beoordelingsstage wordt gevolgd.
|
||||
|
||||
**3.** De beoordelingsstage inclusief de eventuele verlenging genoemd in het tweede lid, duurt ten hoogste 12 maanden bij een volledige werkweek. Bij deeltijd wordt de duur naar rato aangepast.
|
||||
|
||||
### Artikel D.15
|
||||
|
||||
Om zwaarwegende redenen kan de MSRC op aangeven van de opleider besluiten de stage tussentijds te beëindigen. Van zwaarwegende redenen is in ieder geval sprake indien het gelet op de risico’s voor de volksgezondheid niet verantwoord is de stage voort te zetten.
|
||||
|
||||
### Artikel D.16
|
||||
|
||||
De opleider stelt het individueel scholingsprogramma, bedoeld in artikel D.15. op. Bij het opstellen van het individueel scholingsprogramma houdt de opleider rekening met de uitgangssituatie van de betreffende arts of medisch specialist en maakt daartoe gebruik van de voor de betreffende opleiding geldende toetsmethoden. Nadat de opleider het individueel scholingsprogramma heeft opgesteld vraagt hij ter zake goedkeuring aan de MSRC.
|
||||
**1.** De opleider is verplicht zijn oordeel over de arts binnen de door de MSRC vastgestelde tijdsduur van de beoordelingsstage ter kennis te brengen van de MSRC, nadat hij heeft nagegaan of diens kennis en kunde gelijkwaardig is aan die van in Nederland opgeleide medisch specialisten en of de arts in staat is het betreffende medisch specialisme in Nederland zelfstandig en naar behoren uit te oefenen.
|
||||
|
||||
**2.** De opleider is verplicht de arts iedere drie maanden tussentijds te beoordelen, deze beoordelingen schriftelijk vast te leggen in door de MSRC vastgestelde formulieren en ter kennis te brengen van de MSRC en de arts.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de opleider een positieve beoordeling afgeeft, kan de arts conform artikel. D.7. een verzoek om inschrijving in het betreffende register van medisch specialisten indienen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de opleider een negatieve beoordeling afgeeft, beoordeelt de MSRC op verzoek van de arts of aanleiding is voor het volgen van een individueel scholingsprogramma. Daarbij zijn de eisen, bedoeld in artikel D.9. van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf II-D. Taaltest
|
||||
|
||||
### Artikel D.17
|
||||
|
||||
Gedurende het individueel scholingsprogramma beoordeelt de opleider iedere drie maanden de voortgang van de arts of medisch specialist. De conclusies van deze beoordelingen worden - voor gezien of akkoord meeondertekend door de arts of medisch specialist - schriftelijk vastgelegd. Aan het eind van het individueel scholingsprogramma beoordeelt de opleider of de betreffende arts geacht kan worden en in staat is de medische zorg in het betreffende medisch specialisme zelfstandig en op verantwoorde wijze uit te voeren. De opleider geeft over de beoordeling, bedoeld in het derde lid, een verklaring aan de arts of medisch specialist af voor de MSRC ten behoeve van de registratie.
|
||||
**1.** De taaltest, bedoeld in de artikelen B.5., tweede lid, D.9., eerste lid, onder c, en D.10., tweede lid, onder d, wordt afgenomen door een door de MSRC erkend taleninstituut.
|
||||
|
||||
**2.** De kandidaat voor de taaltest legitimeert zich aan het begin van de taaltest met zijn paspoort.
|
||||
|
||||
### Artikel D.18
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
De taaltest bestaat uit de volgende onderdelen:
|
||||
|
||||
1. Toetsing van de algemene spreekvaardigheid, teneinde na te gaan of de kandidaat zich in begrijpelijk Nederlands kan uitdrukken.
|
||||
2. Toetsing van de specifieke luistervaardigheid.
|
||||
3. Toetsing van de specifieke schrijfvaardigheid.
|
||||
4. Toetsing van de algemene luistervaardigheid.
|
||||
5. Schriftelijke toetsing van de grammatica en woordkennis.
|
||||
6. Nadat de resultaten van de onder 1 tot en met 5 genoemde delen van de test zijn beoordeeld, vindt een gesprek plaats tussen de kandidaat en het taleninstituut, waarna de uitslag van de test aan de kandidaat wordt medegedeeld.
|
||||
|
||||
### Artikel D.19
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Het taleninstituut stelt de MSRC schriftelijk van het resultaat op de hoogte. In twijfelgevallen kan de beslissing aan de MSRC worden overgelaten.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de kandidaat zonder tijdige kennisgeving aan de MSRC niet op de in de uitnodiging voor de taaltest afgesproken tijd verschijnt, wordt hij geacht een onvoldoende resultaat te hebben behaald.
|
||||
|
||||
**3.** De kandidaat wordt binnen een tijdsbestek van een jaar ten hoogste twee herkansingsmogelijkheden geboden.
|
||||
|
||||
### Titel III. Herregistratie
|
||||
|
||||
|
|
@ -1068,7 +1132,7 @@ c. hij heeft deelgenomen aan het visitatieprogramma van de betreffende wetenscha
|
|||
|
||||
**3.** Onvoorziene omstandigheden of verplichtingen, al dan niet vrijwillig aangegaan, waardoor de arts niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, worden bij de beoordeling van het recht op hernieuwing van de inschrijving niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de medisch specialist niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde eisen, kan hij worden geherregistreerd onder de voorwaarde dat de medisch specialist direct na de expiratie van de vigerende registratie een individueel scholingsprogramma, bedoeld in titel I, paragraaf II-C, volgt en met goed gevolg afsluit.
|
||||
**4.** Indien de medisch specialist niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde eisen, kan hij worden geherregistreerd onder de voorwaarde dat de medisch specialist direct na de expiratie van de vigerende registratie een individueel scholingsprogramma, bedoeld in titel I, paragraaf I-B, volgt en met goed gevolg afsluit.
|
||||
|
||||
**5.** Zodra de medisch specialist, bedoeld in het vierde lid, niet voldoet aan de gestelde voorwaarde, wordt zijn inschrijving in het register doorgehaald.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1109,7 +1173,7 @@ f. inspecteur voor de gezondheidszorg.
|
|||
|
||||
**4.** De inschrijving als medisch specialist blijft in stand voor zolang de medisch specialist gelijkgestelde werkzaamheden verricht. De inschrijving wordt doorgehaald op het moment dat de gelijkgestelde werkzaamheden worden beëindigd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de medisch specialist na het beëindigen van zijn gelijkgestelde werkzaamheden opnieuw zonder beperkingen als medisch specialist wenst te worden geherregistreerd volgt hij een individueel scholingsprogramma, bedoeld in titel I, paragraaf II-C. Artikel D.26., eerste, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Indien de medisch specialist na het beëindigen van zijn gelijkgestelde werkzaamheden opnieuw zonder beperkingen als medisch specialist wenst te worden geherregistreerd volgt hij een individueel scholingsprogramma, bedoeld in paragraaf I-B. Artikel D.26., eerste, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Gedurende het individueel scholingsprogramma wordt de medisch specialist geherregistreerd indien het individueel scholingsprogramma direct na het staken van de gelijkgestelde werkzaamheden wordt gevolgd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1121,7 +1185,7 @@ f. inspecteur voor de gezondheidszorg.
|
|||
|
||||
**3.** Indien de MSRC vaststelt dat de arts aan de eisen voor herregistratie heeft voldaan kan hij opnieuw worden ingeschreven.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de MSRC vaststelt dat de arts niet aan de eisen voor herregistratie heeft voldaan, kan de arts opnieuw worden ingeschreven nadat hij met goed gevolg het individueel scholingsprogramma, bedoeld in titel I, paragraaf II-C, heeft voltooid.
|
||||
**4.** Indien de MSRC vaststelt dat de arts niet aan de eisen voor herregistratie heeft voldaan, kan de arts opnieuw worden ingeschreven nadat hij met goed gevolg het individueel scholingsprogramma, bedoeld in paragraaf I-B, heeft voltooid.
|
||||
|
||||
**5.** De MSRC gaat slechts over tot het opnieuw inschrijven in het betreffende register op grond van een verklaring van de opleider dat de arts in staat wordt geacht het betreffende medisch specialisme zelfstandig en naar behoren uit te kunnen oefenen.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue