diff --git a/amvb/waterschapsbesluit/BWBR0023025/README.md b/amvb/waterschapsbesluit/BWBR0023025/README.md index 5106851c1dd..02a3a7cd2ab 100644 --- a/amvb/waterschapsbesluit/BWBR0023025/README.md +++ b/amvb/waterschapsbesluit/BWBR0023025/README.md @@ -1296,7 +1296,7 @@ In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: *netto-kosten*: kosten die aan een bepaald programma, een bepaald product of een bepaalde kostendrager worden toegerekend en waarvan zijn afgetrokken de baten (met uitzondering van de belastingopbrengsten en andere algemene opbrengsten) die aan hetzelfde programma of product danwel dezelfde kostendrager worden toegerekend; -*overheden*: Rijk, provincies, gemeenten, andere waterschappen, gemeenschappelijke regelingen, sociale fondsen en entiteiten die worden gefinancierd en gecontroleerd door de overheid; +*openbare lichamen:* openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; *programma*: een samenhangend geheel van activiteiten; @@ -1666,9 +1666,12 @@ b. onderzoek en ontwikkeling; c. bijdragen aan activa in eigendom van: 1°. bedrijven; -2°. overheden; -3°. overigen; -d. overige immateriële vaste activa. +2°. openbare lichamen; +3°. het Rijk; +4°. overigen; +d. geactiveerde bijdragen aan het Rijk; +e. geactiveerde bijdragen aan openbare lichamen; +f. overige immateriële vaste activa. **2.** De post onderzoek en ontwikkeling wordt afzonderlijk toegelicht. @@ -1721,15 +1724,16 @@ In de toelichting op de balans worden de financiële vaste activa gespecificeerd a. kapitaalverstrekkingen aan: 1°. bedrijven; -2°. overheden; +2°. openbare lichamen; 3°. overigen; b. leningen aan: 1°. ambtenaren; 2°. bedrijven; -3°. overheden; +3°. openbare lichamen; 4°. overigen; -c. overige uitzettingen met een oorspronkelijke looptijd van één jaar of langer. +c. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een oorspronkelijke looptijd van een jaar of langer; +d. overige uitzettingen met een oorspronkelijke looptijd van een jaar of langer. ### Artikel 4.44 @@ -1744,15 +1748,23 @@ b. grond- en hulpstoffen voor eigen gebruik. ### Artikel 4.46 -In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar gespecificeerd in: +In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar gespecificeerd in: a. uitzettingen bij bedrijven; -b. verstrekte kasgeldleningen; -c. overige uitzettingen. +b. uitzettingen in ’s Rijks schatkist; +c. overige uitzettingen; +d. verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen; +e. overige verstrekte kasgeldleningen. ### Artikel 4.47 -In de balans worden onder de liquide middelen opgenomen de kasmiddelen, cheques en tegoeden op bank- en girorekeningen, waaronder de rekening courant-tegoeden. +In de toelichting op de balans worden onder de liquide middelen afzonderlijk opgenomen: + +a. kasmiddelen en cheques; +b. positieve rekening-courantverhouding met ’s Rijk schatkist; +c. positieve rekening-courantverhoudingen met openbare lichamen; +d. overige positieve rekening-courantverhoudingen; +e. overige bank- en girotegoeden. ### Artikel 4.48 @@ -1776,7 +1788,12 @@ c. overige vorderingen. In de toelichting op de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen: -a. de van de Europese Unie, het Rijk of provincies nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen; +a. nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in ontvangsten van: + +1°. de Europese Unie; +2°. het Rijk; +3°. provincies; +4°. overige openbare lichamen; b. overige nog te ontvangen bedragen alsmede de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. **2.** @@ -1866,15 +1883,16 @@ In de toelichting op de balans worden de vaste schulden met een looptijd van é a. obligatieleningen van: -1°. andere overheden; +1°. andere openbare lichamen; 2°. overigen; b. onderhandse leningen van: -1°. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen; -2°. binnenlandse banken en overige financiële instellingen; -3°. binnenlandse bedrijven; -4°. overige binnenlandse sectoren; -5°. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren; +1°. openbare lichamen; +2°. binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen; +3°. binnenlandse banken en overige financiële instellingen; +4°. binnenlandse bedrijven; +5°. overige binnenlandse sectoren; +6°. buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren; c. door derden belegde gelden; d. derivaten op vaste schulden; e. langlopende financiële leaseverplichtingen; @@ -1894,12 +1912,16 @@ Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schu In de toelichting op de balans worden de netto-vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar gespecificeerd in: -a. kasgeldleningen; -b. derivaten op kortlopende geldleningen; -c. negatieve bank- en girosaldi; -d. schulden aan leveranciers; -e. schulden in verband met te betalen belastingen, sociale en pensioenpremies; -f. overige kortlopende schulden. +a. kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen; +b. overige kasgeldleningen; +c. negatieve rekening-courantverhouding met ’s Rijk schatkist; +d. negatieve rekening-courantverhoudingen met openbare lichamen; +e. overige negatieve rekening-courantverhoudingen; +f. derivaten op kortlopende geldleningen; +g. negatieve bank- en girosaldi; +h. schulden aan leveranciers; +i. schulden in verband met te betalen belastingen, sociale en pensioenpremies; +j. overige kortlopende schulden. ### Artikel 4.59 @@ -1908,7 +1930,12 @@ f. overige kortlopende schulden. In de toelichting op de balans worden de overlopende passiva gespecificeerd in: a. verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen; -b. de van de Europese Unie, het Rijk of provincies ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; +b. de ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, waarbij onderscheid wordt gemaakt in ontvangsten van: + +1°. de Europese Unie; +2°. het Rijk; +3°. provincies; +4°. overige openbare lichamen; c. overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. **2.**