2014-01-01 | BWBR0003245 | Wet milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent 6553e2ce2e
commit f4448cd1ac

View file

@ -124,15 +124,13 @@ luchtverontreiniging: aanwezigheid in de buitenlucht van vaste, vloeibare of gas
nationaal milieubeleidsplan: het nationale milieubeleidsplan, bedoeld in artikel 4.3;
NO_x-emissierecht: overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens hoofdstuk 16 overdraagbaar recht, uitsluitend teneinde aan het bepaalde bij en krachtens dat hoofdstuk te voldoen, om gedurende een bepaalde periode een emissie van één kilogram stikstofoxiden in de lucht te veroorzaken;
nuttige toepassing: elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt, tot welke handelingen in ieder geval behoren de handelingen die zijn genoemd in bijlage II bij de kaderrichtlijn afvalstoffen;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
omgevingsvergunning voor een inrichting: omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
openbaar hemelwaterstelsel: voorziening voor de inzameling en verdere verwerking van afvloeiend hemelwater, niet zijnde een openbaar vuilwaterriool, in beheer bij een gemeente of een rechtspersoon die door een gemeente met het beheer is belast;
@ -164,8 +162,6 @@ richtlijn beheer winningsafval: richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlem
stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater;
stikstofoxiden (NO_x): stikstofmonoxide en stikstofdioxide, uitgedrukt als stikstofdioxide;
stoffen: chemische elementen en de verbindingen ervan, zoals deze voorkomen in natuurlijke toestand of bij de vervaardiging ontstaan, met inbegrip van alle additieven die nodig zijn voor het behoud van de stabiliteit ervan en alle onzuiverheden ten gevolge van het toegepaste procédé, doch met uitzondering van elk oplosmiddel dat kan worden afgescheiden zonder dat de stabiliteit van de stof wordt aangetast of de samenstelling ervan wordt gewijzigd;
storten: op of in de bodem brengen van afvalstoffen om deze daar te laten;
@ -355,12 +351,12 @@ Er is een Nederlandse emissieautoriteit, gevestigd te 's-Gravenhage.
De emissieautoriteit heeft voorts tot taak:
a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden in de lucht tot doel heeft;
b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden, waarop titel 16.2 onderscheidenlijk titel 16.3 van toepassing is;
a. het bijhouden van gegevens en het opstellen van rapportages met betrekking tot de naleving door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft;
b. het verzamelen van gegevens over technieken ter bepaling van de emissies van broeikasgassen waarop titel 16.2 van toepassing is;
c. het verzamelen van andere gegevens die met het oog op de uitoefening van haar taken van belang zijn;
d. het rapporteren aan Onze Minister en aan andere bij algemene maatregel van bestuur aangewezen instanties over de ontwikkeling van de onder a bedoelde emissies in Nederland alsmede over de overige aspecten van duurzaamheid van in Nederland te gebruiken brandstoffen en elektriciteit ten behoeve van vervoer.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen of stikstofoxiden in de lucht tot doel heeft.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de emissieautoriteit, voorzover die taken niet de uitoefening van openbaar gezag inhouden, worden belast met andere taken dan in het eerste of tweede lid bedoeld, in het bijzonder taken betreffende de uitvoering door Nederland van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dat de beperking van de emissies van broeikasgassen in de lucht tot doel heeft.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van de inhoud van de taken van de emissieautoriteit nadere regels worden gesteld.
@ -4487,7 +4483,7 @@ Vervallen
### Artikel 12.10
**1.** Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede beheerders als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
**1.** Onze Minister, Onze Minister van Economische Zaken, provinciale besturen, gemeentebesturen alsmede beheerders als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet, dragen er zorg voor dat overeenkomstig artikel 6 van de kaderrichtlijn water één of meer registers worden bijgehouden van de in bijlage IV van de kaderrichtlijn water bedoelde beschermde gebieden, voor zover die gebieden onder hun beheer vallen.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aangaande de registers. Daarbij kan, in afwijking van het eerste lid, worden voorzien in de mogelijkheid dat de registratie van beschermde gebieden wordt gedaan door provinciale besturen dan wel Onze in het eerste lid genoemde ministers, mede als het gaat om gebieden die in beheer zijn bij andere bestuursorganen.
@ -4504,18 +4500,18 @@ a. bevoegd gezag:
1°. bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning voor een inrichting te verlenen;
2°. bestuursorgaan waaraan krachtens artikel 8.41, tweede lid, onder a, een melding wordt gericht;
3°. Onze Minister voor zover de bevoegdheid tot vergunningverlening betrekking heeft op inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet;
4°. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen;
4°. Onze Minister voor openbare wegen en vaarwegen voorzover deze door het Rijk worden beheerd en voor krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorwegen;
5°. gedeputeerde staten voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de provincie worden beheerd;
6°. burgemeester en wethouders voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door de gemeente worden beheerd;
7°. dagelijks bestuur van het waterschap voor openbare wegen en vaarwegen voor zover deze door het waterschap worden beheerd;
8°. Onze Minister voor buisleidingen voor zover die door of namens het Rijk worden beheerd en voor buisleidingen waarvoor door het Rijk concessie is verleend;
8°. Onze Minister voor de buisleidingen die behoren tot een krachtens artikel 12.12, tweede lid, aangewezen categorie;
9°. Onze Minister van Economische Zaken voor inrichtingen waarop de Mijnbouwwet van toepassing is;
b. gevaarlijke stoffen:
1°. voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen: stoffen die behoren tot een of meer van de in artikel 9.2.3.1, tweede lid, bedoelde categorieën, alsmede splijtstoffen en radioactieve stoffen als bedoeld in artikel 1 van de Kernenergiewet;
2°. voor zover het betreft transportroutes: stoffen die ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen als gevaarlijk zijn aangewezen;
c. transportroute: openbare weg, krachtens artikel 2 van de Spoorwegwet aangewezen hoofdspoorweg of vaarweg;
d. buisleiding: vaste leiding waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die geen deel uitmaakt van een inrichting;
d. buisleiding: leiding bestemd of gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, met de daarbij behorende voorzieningen;
e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of krachtens een omgevingsvergunning aanwezig mogen zijn en veiligheid buiten transportroutes en buisleidingen waarover of waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, voor zover die veiligheid kan worden beïnvloed door een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken.
**2.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere stoffen dan bedoeld in het eerste lid, onder b, worden aangewezen die, voor zover het betreft inrichtingen en buisleidingen, voor de toepassing van deze titel en de daarop gebaseerde bepalingen worden aangemerkt als gevaarlijke stof.
@ -4526,21 +4522,21 @@ e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen a
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de categorieën van inrichtingen, transportroutes en buisleidingen aangewezen dan wel mede de gevallen waarover het register gegevens bevat inzake de externe veiligheid.
**3.** Het register wordt beheerd door het RIVM.
**3.** Het register wordt beheerd door een door Onze Minister aan te wijzen instantie.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door het RIVM in het register worden opgenomen.
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die door de instantie, bedoeld in het derde lid, in het register worden opgenomen.
**5.** Bij of krachtens de in het vierde lid bedoelde maatregel kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vorm, inrichting en de toegankelijkheid van het register en de wijze waarop het register wordt bijgehouden.
### Artikel 12.13
**1.** Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan het RIVM te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden.
**1.** Het bevoegd gezag is verplicht gegevens over externe veiligheid aan de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, te verstrekken, evenals de wijzigingen die in deze gegevens optreden.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens. Voor zover deze regels betrekking hebben op gegevens in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het tijdstip waarop de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dienen te worden verstrekt.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan het RIVM worden verstrekt.
**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gegevens door het bevoegd gezag aan de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, worden verstrekt.
### Artikel 12.14
@ -4554,23 +4550,23 @@ e. externe veiligheid: veiligheid buiten inrichtingen waar gevaarlijke stoffen a
**5.** Een bestuursorgaan dat beschikt over gegevens benodigd voor de uitvoering van artikel 12.13, eerste lid, verstrekt op verzoek van het bevoegd gezag die gegevens.
**6.** De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de Wet op de Ruimtelijke Ordening die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn.
**6.** De verstrekking van gegevens, bedoeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op het uitvoeren van nieuwe berekeningen in verband met de vaststelling van besluiten krachtens de Wet ruimtelijke ordening die betrekking hebben op het gebied dat van belang is voor de externe veiligheid, indien reeds eerder berekeningen ingevolge het eerste lid aan het bevoegd gezag zijn verstrekt, dan wel anderszins bij dat gezag beschikbaar zijn.
**7.** Het verzoek om gegevens te verstrekken wordt schriftelijk gedaan en vermeldt een termijn van ten hoogste drie maanden waarbinnen aan het verzoek moet worden voldaan.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt. Voor zover deze regels betrekking hebben op het vervoer van gevaarlijke stoffen over een transportroute worden deze regels gesteld in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
**8.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de op grond van het eerste en tweede lid te verstrekken gegevens, en de wijze waarop deze aan het bevoegd gezag worden verstrekt.
### Artikel 12.15
**1.** Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register.
**1.** De instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 8 weken na ontvangst geschikt voor weergave in het register.
**2.** Het RIVM maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door het RIVM voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave.
**2.** De instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, maakt de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens in het register niet voor een ieder toegankelijk dan nadat het bevoegd gezag met de door die instantie voorgestelde weergave heeft ingestemd. Het bevoegd gezag beslist hierover binnen vier weken na ontvangst van de voorgestelde weergave. Alvorens in te stemmen met de voorgestelde weergave zendt het bevoegd gezag ten minste twee weken voordat wordt ingestemd aan degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, een afschrift van de voorgestelde weergave.
### Artikel 12.16
**1.** Op verzoek verstrekt het RIVM een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid.
**1.** Op verzoek verstrekt de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, een afschrift van in het register opgenomen gegevens over de externe veiligheid.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door het RIVM van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en wijze van het verstrekken door de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het op verzoek vervaardigen van afschriften van in het register opgenomen gegevens. De vergoeding bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten.
@ -5541,16 +5537,12 @@ jaarvracht: totale hoeveelheid van een emissie gedurende een kalenderjaar;
nationaal toewijzingsbesluit: besluit als bedoeld in artikel 16.24, eerste lid;
register voor handel in NO_x-emissierechten: register als bedoeld in artikel 16.58, eerste lid;
toegewezen eenheid: eenheid als bedoeld in artikel 3, onder 6, van de Verordening EU-register handel in broeikasgasemissierechten (AAU);
tonkilometer: ton lading, vervoerd over een afstand van één kilometer, waarbij onder lading wordt verstaan: de totale massa aan bagage, passagiers, post en vracht die zich tijdens een vlucht aan boord van een vliegtuig bevindt;
tonkilometergegevens: gegevens betreffende de omvang van een luchtvaartactiviteit als bedoeld in bijlage I bij de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten;
verkoopplafond: het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 16.49, derde lid;
verwijderingseenheid: eenheid als bedoeld in artikel 3, onder 10, van de Verordening EU-register handel in emissierechten (RMU).
**2.**
@ -5559,9 +5551,7 @@ Voor de toepassing van titel 16.2 en de daarop berustende bepalingen wordt verst
broeikasgasinstallatie: vaste technische eenheid, waarin een of meer activiteiten worden verricht, die een emissie van een broeikasgas in de lucht veroorzaken en die behoren tot een categorie die met betrekking tot het betrokken broeikasgas bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen, alsmede andere activiteiten die met eerstbedoelde activiteiten rechtstreeks samenhangen en daarmee technisch in verband staan en die gevolgen kunnen hebben voor de emissie van het betrokken broeikasgas in de lucht.
**3.** Voor de toepassing van titel 16.3 en de daarop berustende bepalingen wordt onder NO_x-installatie verstaan: vaste technische eenheid die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaakt en die behoort tot een categorie die bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen.
**4.**
**3.**
Voor de toepassing van afdeling 16.2.1 onderscheidenlijk afdeling 16.2.2 wordt verstaan onder:
@ -5619,9 +5609,7 @@ Een wijziging van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten of van een
### Artikel 16.5
**1.** Het is verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit een inrichting in werking te hebben.
**2.** Indien voor een inrichting tevens het in artikel 16.49, eerste lid, vervatte verbod geldt, heeft het in het eerste lid bedoelde verbod tevens betrekking op de emissies van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en is het in artikel 16.49, eerste lid, vervatte verbod niet van toepassing. Titel 16.3, met uitzondering van artikel 16.49, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing, voorzover het de emissie van stikstofoxiden in de lucht betreft.
Het is verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit een inrichting in werking te hebben.
### Artikel 16.6
@ -5637,7 +5625,7 @@ Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen vier maanden op de aanvraag
### Artikel 16.8
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen, dan wel, in geval voor de inrichting het in artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken.
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens artikel artikel 16.5, aan het bestuursorgaan dat voor de inrichting waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen, dan wel, in geval voor de inrichting het in artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet vervatte verbod geldt, Onze Minister van Economische Zaken.
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, gedurende vier weken in de gelegenheid advies uit te brengen over het monitoringsplan met het oog op de samenhang tussen dit plan en de betrokken omgevingsvergunning of vergunning, bedoeld in artikel 40 van de Mijnbouwwet, dan wel de betrokken aanvraag om een omgevingsvergunning of vergunning als hiervoor bedoeld.
@ -5647,9 +5635,7 @@ Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag
### Artikel 16.10
**1.** De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, dit hoofdstuk of, voor zover van toepassing, artikel 24, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde verordening zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
**2.** In een geval als bedoeld in artikel 16.5, tweede lid, wordt de vergunning gedeeltelijk geweigerd voorzover het de emissies van broeikasgassen, onderscheidenlijk de emissies van stikstofoxiden, betreft, indien een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.49, eerste lid, zou zijn geweigerd in geval uitsluitend het vereiste van een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.49, eerste lid, zou gelden.
De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, dit hoofdstuk of, voor zover van toepassing, artikel 24, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde verordening zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de inrichting gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.
### Artikel 16.11
@ -5667,7 +5653,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering va
a. de monitoring van emissies;
b. het emissieverslag;
c. andere personen dan de vergunninghouder krachtens artikel 16.5, eerste lid, die bij de uitvoering van het monitoringsplan zijn betrokken.
c. andere personen dan de vergunninghouder krachtens artikel artikel 16.5, die bij de uitvoering van het monitoringsplan zijn betrokken.
### Artikel 16.13
@ -5740,12 +5726,6 @@ Voordat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing geeft aan artikel 70, ee
**3.** In een geval als bedoeld in artikel 16.19, tweede lid, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.
**4.** Indien het geval, bedoeld in artikel 16.5, tweede lid, zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens artikel 16.5, eerste lid, is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer broeikasgasinstallaties bevinden, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van stikstofoxiden in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van titel 16.3. Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de artikelen 16.6 tot en met 16.12 van overeenkomstige toepassing.
**5.** Indien het geval, bedoeld in artikel 16.5, tweede lid, zich voordoet en voor de betrokken inrichting reeds een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, is verleend voor het in werking hebben van een inrichting waarin zich een of meer installaties bevinden, die een emissie van stikstofoxiden in de lucht veroorzaken, vult het bestuur van de emissieautoriteit die vergunning aan met voorschriften en bepalingen die betrekking hebben op de emissie van broeikasgassen in de lucht, die de inrichting veroorzaakt, en die noodzakelijk zijn ter uitvoering van afdeling 16.2.1. Met betrekking tot de beslissing terzake en de inhoud van de voorschriften en bepalingen zijn de artikelen 16.6 tot en met 16.12 van overeenkomstige toepassing.
**6.** In geval het vierde of vijfde lid van toepassing is, kan het bestuur van de emissieautoriteit de rechten die de vergunninghouder aan de al eerder verleende vergunning ontleende, niet wijzigen anders dan mogelijk zou zijn met toepassing van het eerste lid.
### Artikel 16.20a
**1.** Op aanvraag van de vergunninghouder kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden.
@ -5771,7 +5751,7 @@ b. deze afdeling niet meer op de inrichting van toepassing is.
### Artikel 16.21
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor het in artikel 16.5, eerste lid, vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot inrichtingen waarvoor het in artikel artikel 16.5, vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
**2.** Bij of krachtens de maatregel kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bestuur van de emissieautoriteit bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden. Artikel 8.42a is van overeenkomstige toepassing.
@ -5797,7 +5777,7 @@ Vervallen
Het nationale toewijzingsbesluit bevat in ieder geval:
a. een lijst van alle inrichtingen die op 30 juni 2011 beschikken over een vergunning op grond van artikel 16.5, eerste lid;
a. een lijst van alle inrichtingen die op 30 juni 2011 beschikken over een vergunning op grond van artikel artikel 16.5;
b. de aantallen broeikasgasemissierechten die op grond van deze paragraaf voor elk kalenderjaar binnen de handelsperiode kosteloos worden toegewezen voor inrichtingen die zijn opgenomen op de lijst, bedoeld onder a;
c. de aantallen broeikasgasemissierechten die voor inrichtingen die op grond van artikel 27, eerste lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bij de Europese Commissie zijn gemeld voor uitsluiting van het systeem van handel in broeikasgasemissierechten worden toegewezen onder de voorwaarde dat:
@ -5927,7 +5907,7 @@ c. indien de werking van een broeikasgasinstallatie gedeeltelijk wordt beëindig
d. indien de capaciteit van een broeikasgasinstallatie aanzienlijk wordt verminderd, of
e. indien de omstandigheid, bedoeld onder c, geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden te bestaan.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt de werking van een broeikasgasinstallatie geacht geheel beëindigd te zijn indien de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, voor de betrokken inrichting is ingetrokken of indien de broeikasgasinstallatie technisch gezien niet meer kan werken of in werking kan worden gesteld.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid, onder a, wordt de werking van een broeikasgasinstallatie geacht geheel beëindigd te zijn indien de vergunning, bedoeld in artikel artikel 16.5, voor de betrokken inrichting is ingetrokken of indien de broeikasgasinstallatie technisch gezien niet meer kan werken of in werking kan worden gesteld.
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
@ -5958,7 +5938,7 @@ Op de voorbereiding van een krachtens artikel 16.34a, 16.34b of 16.34c genomen b
### Artikel 16.35
**1.** Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 53 van de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan degene die de inrichting drijft. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken inrichting een vergunning als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, is verleend.
**1.** Broeikasgasemissierechten worden overeenkomstig artikel 53 van de Verordening EU-register handel in emissierechten verleend aan degene die de inrichting drijft. Verlening van broeikasgasemissierechten vindt slechts plaats, indien voor de betrokken inrichting een vergunning als bedoeld in artikel artikel 16.5, is verleend.
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit verleent voor een inrichting als bedoeld in artikel 16.32, eerste lid, het aantal broeikasgasemissierechten dat overeenkomstig dat lid aan die inrichting is toegewezen. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
@ -6387,184 +6367,83 @@ Vervallen
### Artikel 16.47
**1.** Deze titel is van toepassing op inrichtingen waarin zich een of meer NO_x-installaties bevinden.
**2.** Een emissie van stikstofoxiden in de lucht wordt uitgedrukt in kilogrammen.
**3.** Artikel 16.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 16.47a
**1.**
Degene die een inrichting drijft, waarin zich een NO_x-installatie bevindt:
a. die tot een krachtens artikel 16.1, derde lid, aangewezen categorie behoort, kan in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen verzoeken met ingang van een bepaald tijdstip buiten die aanwijzing te blijven;
b. die niet tot een krachtens artikel 16.1, derde lid, aangewezen categorie behoort, kan in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen verzoeken tot en met een bepaald tijdstip binnen die aanwijzing te vallen.
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit beslist op verzoeken als bedoeld in het eerste lid.
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van het eerste en tweede lid regels worden gesteld.
Vervallen
### Artikel 16.48
Onder inrichtingen als bedoeld in artikel 16.47, eerste lid, worden mede begrepen inrichtingen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone.
Vervallen
#### Afdeling 16.3.2. Vergunning
### Artikel 16.49
**1.** Onverminderd artikel 16.5, tweede lid, is het verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit een inrichting in werking te hebben.
**2.**
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.6 tot en met 16.21 is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 16.13a, eerste lid, onder d en e, artikel 16.14, derde lid, tweede volzin, en artikel 16.20b, en met dien verstande dat:
a. artikel 16.6, tweede lid, artikel 16.11a, eerste lid, en tweede lid, onder b, artikel 16.12, tweede lid, onder a en b, en artikel 16.13, eerste lid, geen betrekking hebben op het grondstofgebruik;
b. voorzover in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 16.50 het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in dat artikel, is vastgesteld per eenheid product: artikel 16.6, tweede lid, artikel 16.11a, eerste lid, en tweede lid, onder b, artikel 16.12, tweede lid, onder a en b, en artikel 16.13, eerste lid, mede betrekking hebben op de productie;
c. artikel 16.13a, eerste lid, onder c, geen betrekking heeft op het gedeeltelijk beëindigen van de werking van een installatie;
d. voor de toepassing van artikel 16.17 in plaats van «op basis van bedoelde eisen» wordt gelezen «op basis van een redelijke schatting»;
e. het bestuur van de emissieautoriteit, indien bij toepassing van artikel 16.17 gegevens ambtshalve worden vastgesteld, kan bepalen dat deze gegevens gelden met ingang van 30 april van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop die gegevens betrekking hebben.
**3.** Het bestuur van de emissieautoriteit deelt aan de houder van de vergunning mee het aantal NO_x-emissierechten dat per kalenderjaar ten hoogste mag worden overgedragen.
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop het verkoopplafond wordt bepaald. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de intrekking van de vergunning voor wat betreft het verkoopplafond.
Vervallen
#### Afdeling 16.3.3. Het ontstaan van NO
### Artikel 16.50
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van het milieu dan wel ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie voor een bij de maatregel aangegeven tijdvak regels worden gesteld omtrent het aantal NO_x-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, in een kalenderjaar opbouwt per bij de maatregel aangegeven eenheid brandstof die in de NO_x-installatie wordt verbruikt, of, in bij de maatregel aangegeven gevallen, per bij de maatregel aangegeven eenheid product dat in de NO_x-installatie wordt vervaardigd.
Vervallen
#### Afdeling 16.3.4. De inlevering van NO
### Artikel 16.51
**1.** Degene die een inrichting drijft, levert met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in artikel 16.50, voor 1 mei van het daaropvolgende kalenderjaar ten minste een aantal NO_x-emissierechten in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie van stikstofoxiden, die de inrichting in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.
**2.** Onverminderd het eerste lid heeft de houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, met betrekking tot ieder kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak als bedoeld in artikel 16.50, op 1 mei van het daarop volgende kalenderjaar een saldo van nul of meer NO_x-emissierechten die betrekking hebben op het eerstbedoelde kalenderjaar op zijn rekening, bedoeld in artikel 16.60, eerste lid, staan.
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid worden ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in dat lid, en het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in artikel 16.50, de gegevens in acht genomen, die daaromtrent zijn opgenomen in het emissieverslag dat degene die de inrichting drijft, overeenkomstig artikel 16.12, eerste lid, onder b, in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, met betrekking tot dat kalenderjaar heeft ingediend of de gegevens die overeenkomstig artikel 16.17 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, ambtshalve zijn vastgesteld.
**4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 16.49, tweede lid, onder d, kan het bestuur van de emissieautoriteit, in afwijking van het eerste lid, in naam van degene die de inrichting drijft, NO_x-emissierechten inleveren. Artikel 16.52 is van overeenkomstige toepassing. Als datum van inlevering geldt 30 april van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 16.49, tweede lid, onder d.
Vervallen
### Artikel 16.52
Het aantal NO_x-emissierechten dat degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, eerste lid, ten behoeve van enig kalenderjaar mag inleveren, wordt bepaald door:
a. bij elkaar op te tellen:
1°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft opgebouwd op grond van artikel 16.50,
2°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft verkregen, indien de overdracht overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd,
3°. het aantal NO_x-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht aan hem is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd, en
4°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij ten behoeve van het kalenderjaar heeft ingeleverd op grond van artikel 16.53, eerste lid, indien de betrokken rechten overeenkomstig artikel 16.59, tweede lid, zijn geregistreerd, en
b. het overeenkomstig onderdeel a berekende aantal NO_x-emissierechten te verminderen met:
1°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot het kalenderjaar heeft overgedragen, indien de overdracht overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd,
2°. het aantal NO_x-emissierechten dat met betrekking tot het kalenderjaar anders dan door overdracht van hem naar een ander is overgegaan, indien de overgang overeenkomstig artikel 16.57 is geregistreerd,
3°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij op grond van artikel 16.53, eerste lid, onder a, ten behoeve van het daaropvolgende kalenderjaar zal inleveren, indien de betrokken rechten overeenkomstig artikel 16.59, tweede lid, zijn geregistreerd,
4°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij op grond van artikel 16.53, eerste lid, onder b, ten behoeve van het daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ingeleverd, indien de betrokken rechten overeenkomstig artikel 16.59, tweede lid, zijn geregistreerd, en
5°. het aantal NO_x-emissierechten dat hij op grond van artikel 16.54 ten behoeve van het kalenderjaar dient in te leveren.
Vervallen
### Artikel 16.53
**1.**
De houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, mag ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, eerste lid:
a. NO_x-emissierechten die hij ten behoeve van een kalenderjaar zou mogen gebruiken, in plaats daarvan ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar inleveren;
b. NO_x-emissierechten ten behoeve van een kalenderjaar inleveren, in plaats van ten behoeve van het daarop volgende kalenderjaar waarvoor hij de betrokken rechten anders zou mogen gebruiken.
**2.** Het eerste lid is uitsluitend van toepassing voorzover het aantal NO_x-emissierechten, bedoeld in het eerste lid, onder a of b, het aantal NO_x-emissierechten, dat overeenkomt met een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage van het voor de houder, bedoeld in het eerste lid, geldende verkoopplafond, niet overschrijdt.
Vervallen
### Artikel 16.54
**1.** Indien degene die een inrichting drijft, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar minder NO_x-emissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van een emissie van stikstofoxiden, die de inrichting gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal NO_x-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan dat artikellid dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NO_x-emissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.
**2.** Indien de houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16.51, tweede lid, met betrekking tot een kalenderjaar een nadelig saldo van NO_x-emissierechten op zijn rekening, bedoeld in artikel 16.60, eerste lid, heeft staan, wordt het aantal NO_x-emissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter voldoening aan artikel 16.51, tweede lid, dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal NO_x-emissierechten dat overeenkomt met het saldotekort.
Vervallen
### Artikel 16.55
**1.** Een NO_x-emissierecht is geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin het op grond van artikel 16.50 is opgebouwd.
**2.** In afwijking van het eerste lid is een NO_x-emissierecht in een geval als bedoeld in artikel 16.53, eerste lid, onder a of b, geldig ten behoeve van het kalenderjaar waarin dat emissierecht ingevolge artikel 16.53, eerste lid, onder a onderscheidenlijk b, mag worden ingeleverd.
Vervallen
#### Afdeling 16.3.5. De overgang van NO
### Artikel 16.56
**1.** Een NO_x-emissierecht is met inachtneming van het tweede en derde lid vatbaar voor overdracht.
**2.**
Een NO_x-emissierecht kan uitsluitend worden overgedragen:
a. tussen houders van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid,
b. indien het betrekking heeft op een kalenderjaar dat ligt binnen een tijdvak waarvoor op het tijdstip van de voorgenomen overdracht toepassing is gegeven aan artikel 16.50, en
c. voorzover het aantal NO_x-emissierechten dat de houder, bedoeld onder a, voornemens is over te dragen met betrekking tot een kalenderjaar,
1°. vermeerderd met het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar reeds heeft overgedragen,
2°. verminderd met het aantal NO_x-emissierechten dat hij met betrekking tot dat kalenderjaar heeft verkregen,
door de overdracht het voor hem geldende verkoopplafond niet overschrijdt.
**3.** Een NO_x-emissierecht is ook vatbaar voor andere overgang dan overdracht. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
### Artikel 16.57
**1.**
De voor overdracht van een NO_x-emissierecht vereiste levering geschiedt door:
a. afschrijving van het NO_x-emissierecht van de rekening of de deelrekening, bedoeld in artikel 16.60, die in het register voor handel in NO_x-emissierechten op naam staat van de persoon die het NO_x-emissierecht overdraagt, en
b. bijschrijving op de rekening of de deelrekening, bedoeld in artikel 16.60, die in het register voor handel in NO_x-emissierechten op naam staat van de persoon die het NO_x-emissierecht verkrijgt.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op andere overgang dan overdracht.
**3.** De artikelen 16.41, derde lid, en 16.42 zijn van overeenkomstige toepassing.
Vervallen
#### Afdeling 16.3.6. Registratie van NO
### Artikel 16.58
**1.** Er is een register inzake de handel in NO_x-emissierechten.
**2.** Het register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
**3.** In het register worden voor elke inrichting op de bijbehorende rekening of deelrekening, bedoeld in artikel 16.60, de gegevens, bedoeld in de artikelen 16.51, eerste lid, en 16.52 opgenomen.
**4.** Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de werking, de organisatie, de beschikbaarheid en de beveiliging van het register voor handel in NO_x-emissierechten en het openen, bijhouden en opheffen van rekeningen en deelrekeningen, bedoeld in artikel 16.60. Onze Minister kan tevens regels stellen ter uitvoering van het tweede en derde lid.
Vervallen
### Artikel 16.59
**1.**
De emissieautoriteit registreert de overdracht of andere overgang van NO_x-emissierechten indien:
a. wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 16.56 en 16.57;
b. bij de overdracht of overgang wordt aangegeven op welk kalenderjaar, bedoeld in artikel 16.56, tweede lid, onder b, het NO_x-emissierecht betrekking heeft.
**2.** De emissieautoriteit registreert de NO_x-emissierechten die worden ingeleverd op grond van artikel 16.53, eerste lid, onder a of b, indien wordt voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 16.53.
Vervallen
### Artikel 16.60
**1.** Het bestuur van de emissieautoriteit opent voor elke houder van een vergunning krachtens artikel 16.49, eerste lid, of artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, voor de inrichting op diens naam een rekening in het register voor handel in NO_x-emissierechten.
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de houder, bedoeld in het eerste lid, een deelrekening, die onderdeel uitmaakt van de rekening die voor die persoon is geopend.
Vervallen
### Artikel 16.61
**l.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat betrokkenen wegens het openen van een rekening in het register voor handel in NO_x-emissierechten of voor het onderhoud van een dergelijke rekening vergoedingen verschuldigd zijn overeenkomstig de bij die regeling te stellen regels.
**2.** Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld, welke niet hoger is dan noodzakelijk is ter dekking van de ten laste van de emissieautoriteit komende kosten van het verrichten van de werkzaamheden waarvoor de vergoeding is verschuldigd.
**3.** Bij een regeling als bedoeld in het eerste lid worden regels gesteld omtrent de wijze waarop de vergoeding wordt betaald.
Vervallen
#### Afdeling 16.3.7. Overige bepalingen
### Artikel 16.62
Onze Minister zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel I, van de wet van 28 april 2005 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten ten behoeve van de invoering van een systeem van handel in emissierechten met het oog op het beperken van de emissies van stikstofoxiden (handel in NOx-emissierechten) (Stb. 233), en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze titel in de praktijk.
Vervallen
## Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
@ -6764,7 +6643,7 @@ a. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan ten gevolge van:
7°. een activiteit die uitsluitend tot doel heeft bescherming te bieden tegen natuurrampen;
b. milieuschade aan beschermde soorten of natuurlijke habitats bestaande uit de vooraf vastgestelde negatieve effecten van activiteiten waarvoor door het bevoegd gezag vergunning is verleend:
1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, of,
1°. in overeenstemming met bepalingen ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid, of artikel 16 van richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, artikel 9 van richtlijn nr. 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, of,
2°. in het geval van niet onder het Gemeenschapsrecht vallende soorten of habitats, in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4 en 5 van de Flora- en faunawet of de artikelen 10 en 10a van de Natuurbeschermingswet 1998;
c. milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan veroorzaakt door een emissie of gebeurtenis:
@ -7087,7 +6966,7 @@ Vervallen
### Artikel 18.6a
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, artikel 16.6 artikel artikel 16.12, artikel 16.12 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.13, artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.13a, artikel 16.14, artikel 16.19, artikel 16.19 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.20b, tweede en derde lid, artikel 16.21, artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, 16.29, de onderdelen b en c, artikel 16.34, of artikel 16.49, eerste lid, of van de artikelen 18.5 en 18.6 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 67, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.5, artikel 16.6 artikel artikel 16.12, artikel 16.12 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.13, artikel 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.13a, artikel 16.14, artikel 16.19, artikel 16.20c, tweede lid, artikel 16.21, artikel 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, 16.29, de onderdelen b en c, artikel 16.34, of van de artikelen 18.5 en 18.6 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, of van artikel 67, eerste lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, kan het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
### Artikel 18.6b
@ -7151,13 +7030,13 @@ Vervallen
### Artikel 18.16a
**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, eerste lid, 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, 16.12, 16.12 in verbinding met artikel 16.39h, 16.13, 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, 16.13a, 16.14, artikel 16.19, artikel 16.19 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.20c, tweede en derde lid, 16.21, 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.29, de onderdelen b en c, 16.21 in verbinding met artikel 16.49, tweede lid, artikel 16.34, 16.49, eerste lid, of 16.51, eerste of tweede lid, of van de artikelen 18.5 en 18.6 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
**1.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikel 16.5, 16.12, 16.12 in verbinding met artikel 16.39h, 16.13, 16.13 in verbinding met artikel 16.39h, 16.13a, 16.14, artikel 16.19, artikel 16.20c, tweede lid, 16.21, 16.21 in verbinding met artikel 16.39h, artikel 16.29, de onderdelen b en c, artikel 16.34, of van de artikelen 18.5 en 18.6 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
**2.** Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste lid. Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.
**3.** In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16.21 of van artikel 18.18, voorzover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kunnen een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen worden opgelegd.
**4.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.51, eerste of tweede lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten onderscheidenlijk NO_x-emissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39 onderscheidenlijk artikel 16.54 dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.39t, eerste lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39w dient in te leveren.
**4.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39 dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.39t, eerste lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39w dient in te leveren.
**5.** In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste lid, neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.
@ -7272,7 +7151,7 @@ Indien de overtreding, bedoeld in artikel 18.16s, eerste lid, betrekking heeft o
### Artikel 18.17
Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, in verbinding met artikel 16.5, tweede lid, of artikel 16.49, eerste lid, die de betrokken persoon houdt, intrekken.
Indien binnen een periode van vier jaar aan een persoon tweemaal voor eenzelfde feit een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a is opgelegd en de betrokken boeten binnen die periode onherroepelijk zijn geworden, kan het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning, bedoeld in artikel 16.5, die de betrokken persoon houdt, intrekken.
### Artikel 18.18
@ -7361,7 +7240,7 @@ Indien bij de voorbereiding van een besluit dat is aangewezen krachtens artikel
### Artikel 19.8
**1.** Indien in de gegevens die ingevolge artikel 12.12, vierde lid, door het RIVM in het register, bedoeld in artikel 12.12, eerste lid, moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van artikel 12.13, eerste lid, besluiten dat die gegevens niet aan het RIVM worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in artikel 12.15, tweede lid.
**1.** Indien in de gegevens die ingevolge artikel 12.12, vierde lid, in het register, bedoeld in artikel 12.12, eerste lid, moeten worden opgenomen gegevens voorkomen of kunnen worden afgeleid waarvan de geheimhouding op grond van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Wet openbaarheid van bestuur gerechtvaardigd is, kan het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek van degene die de inrichting drijft waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, onderscheidenlijk degene die een buisleiding gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, onderscheidenlijk degene aan wie een concessie voor die buisleiding is verleend, of uit eigen beweging in afwijking van artikel 12.13, eerste lid, besluiten dat die gegevens niet aan de instantie, bedoeld in artikel 12.12, derde lid, worden verstrekt onderscheidenlijk niet wordt ingestemd met de voorgestelde weergave, bedoeld in artikel 12.15, tweede lid.
**2.** Op een verzoek tot geheimhouding beslist het bevoegd gezag binnen vier weken na ontvangst.
@ -7553,7 +7432,7 @@ Voor de uitvoering van deze wet ten aanzien van gebieden die niet deel uitmaken
**3.** De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens paragraaf 2.2, hoofdstuk 7 of paragraaf 14.2, wordt Ons gedaan door Onze Minister, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens titel 12.1 wordt Ons gedaan door Onze Minister en, voor zover het onderdelen van het milieubeleid betreft die tot hun verantwoordelijkheid behoren, Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Economische Zaken. Indien het een of meer inrichtingen betreft, die onder Onze Minister van Defensie ressorteren, wordt de voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens de artikelen 12.1, tweede lid, 12.4 en 12.5 Ons mede door hem gedaan.
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.2b, vijfde lid, 5.3, eerste lid, 7.2, eerste lid, 8.40, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 9.5.2, 10.2, tweede lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 11.1, eerste lid, 11.3, eerste lid, 11.11, tweede lid, 11.29, vierde lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 16.1, derde lid, 16.5016.53, tweede lid, 17.7 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
**4.** Het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 1.1, eerste, derde, zesde, zevende of achtste lid, 2.2, derde lid, 5.1, eerste lid, 5.2b, vijfde lid, 5.3, eerste lid, 7.2, eerste lid, 8.40, 8.49, vijfde lid, 9.2.1.3, tweede lid, 9.2.1.4, 9.2.2.1, eerste lid, 9.2.3.1, derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, vierde lid, 9.5.2, 10.2, tweede lid, 10.22, tweede lid, 10.28, eerste lid, 10.29, eerste lid, 10.32, 10.41, eerste en tweede lid, 10.42, eerste lid, 10.43, eerste lid, 10.44, derde lid, 10.46, eerste lid, 10.47, eerste lid, 10.48, eerste lid, 10.51, eerste lid, 10.52, eerste lid, 10.54, derde lid, 10.61, eerste lid, 11.1, eerste lid, 11.3, eerste lid, 11.11, tweede lid, 11.29, vierde lid, 12.10, tweede lid, 12.12, tweede en vierde lid, 12.13, tweede en derde lid, 12.16, derde lid, 12.20a, eerste lid, 12.29, 15.13, eerste lid, 15.32, eerste of tweede lid, 15.46, vijfde lid, 17.7 of 21.4 wordt overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal en in de Staatscourant bekendgemaakt. Aan een ieder wordt de gelegenheid geboden binnen een bij die bekendmaking vast te stellen termijn van ten minste vier weken opmerkingen over het ontwerp schriftelijk ter kennis van Onze Minister te brengen.
**5.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid wordt, nadat hij is vastgesteld, toegezonden aan de beide kamers der Staten-Generaal. Hij treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het *Staatsblad* waarin hij is geplaatst. Een krachtens artikel 5.1, eerste lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur treedt in werking op een tijdstip dat, nadat vier weken na de toezending ervan aan de beide kamers der Staten-Generaal zijn verstreken, bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers der Staten-Generaal of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in de algemene maatregel van bestuur geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken.