2008-01-01 | BWBR0025028 | Mediawet 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2008-01-01 12:00:00 +00:00
parent 765e018f39
commit f46a3ec952

View file

@ -0,0 +1,140 @@
---
titel: Mediawet 2008
bwb_id: BWBR0025028
type: wet
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2009-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0025028
citeertitel: Mediawet 2008
---
# Mediawet 2008
## Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen en reikwijdte
## Hoofdstuk 2. Publieke mediadiensten
### Titel 2.1. Publieke mediaopdracht
### Titel 2.2. Landelijke publieke mediadienst
### Titel 2.3. Regionale en lokale publieke mediadiensten
### Titel 2.4. Wereldomroep
### Titel 2.5. Nadere voorschriften media-aanbod publieke mediadiensten
### Titel 2.6. Bekostiging publieke mediadiensten
#### Afdeling 2.6.1. Algemene bekostigingsaanspraak
### Artikel 2.143
**1.** De publieke media-instellingen voorzien op onafhankelijke wijze in de uitvoering van de publieke mediaopdracht en hebben daarvoor op de wijze zoals geregeld in deze wet aanspraak op bekostiging uit s Rijks kas die een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk maakt en waardoor continuïteit van financiering gewaarborgd is.
**2.** Voor de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht en ter bestrijding van de overige kosten, bedoeld in artikel 2.146, worden onder de naam «rijksmediabijdrage» jaarlijks gelden beschikbaar gesteld door Onze Minister.
### Artikel 2.144
**1.** De rijksmediabijdrage bestaat ten minste uit een bedrag van € 577,093 miljoen, gebaseerd op de in het jaar 1998 door de Dienst omroepbijdragen op grond van de toen geldende wettelijke bepalingen aan Onze Minister afgedragen inkomsten en de mutaties in de rijksbegroting vanaf dat moment. Dit bedrag wordt vermeerderd met € 47,179 miljoen.
**2.**
Het bedrag van de rijksmediabijdrage wordt jaarlijks bijgesteld overeenkomstig:
a. de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het desbetreffende jaar geraamde index voor de groei van het aantal huishoudens in Nederland; en
b. de door het Centraal Planbureau voor het desbetreffende jaar geraamde consumentenprijsindex.
### Artikel 2.145
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 2.146
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Afdeling 2.6.2. Bekostiging landelijke publieke mediadienst
#### Afdeling 2.6.3. Bekostiging Wereldomroep
#### Afdeling 2.6.4. Algemene mediareserve
#### Afdeling 2.6.5. Bekostiging regionale publieke mediadiensten
#### Afdeling 2.6.6. Financiële verantwoording landelijke publieke mediadienst en Wereldomroep
#### Afdeling 2.6.7. Omroeporkesten, omroepkoren, muziekbibliotheek en media-archief
### Titel 2.7. Evaluatie
## Hoofdstuk 3. Commerciële omroepdiensten
## Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen
## Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving
## Hoofdstuk 6. Bijzondere bepalingen over politieke partijen, overheid, beperkte omroepdiensten, omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
### Titel 6.1. Politieke partijen en overheid
### Titel 6.2. Toestemming omroepdiensten voor bijzondere doelen
### Titel 6.3. Omroepzenders, omroepnetwerken en frequentieruimte
### Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
### Artikel 6.26
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden, op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, na overleg met Onze Minister, regels gesteld op grond waarvan in geval van buitengewone omstandigheden het gebruik van programmakanalen van de publieke mediadiensten, studios en andere faciliteiten, omroepzenders, omroepnetwerken en andere hulpmiddelen ter beschikking worden gesteld aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen autoriteiten.
**2.**
Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is bevoegd in de algemene noodtoestand, na overleg met Onze Minister, regels te stellen ten aanzien van de inhoud van radio- en televisieprogrammas en het toezicht daarop, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.11.
**3.** De in het tweede lid bedoelde bevoegdheid wordt onverwijld beëindigd zodra artikel 31, eerste lid, van de Oorlogswet voor Nederland in werking wordt gesteld.
### Artikel 6.27
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving
## Hoofdstuk 8. De pers
## Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
### Titel 9.1. Overgangsbepalingen
### Artikel 9.1
In afwijking van artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin, bedraagt de vermeerdering van de rijksmediabijdrage:
a. € 49,799 miljoen voor het jaar 2008;
b. € 48,387 miljoen voor het jaar 2009;
c. € 47,985 miljoen voor het jaar 2010.
### Artikel 9.2
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.5
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 9.6
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Titel 9.2. Wijziging van andere wetten
### Titel 9.3. Slotbepalingen