2015-12-03 | BWBR0020183 | Besluit WWB 2007
This commit is contained in:
parent
6848d61c0e
commit
f4762938c5
1 changed files with 47 additions and 22 deletions
|
|
@ -27,13 +27,15 @@ c. *IOAZ:*
|
|||
d. *Bbz 2004:*
|
||||
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
|
||||
e. *uitkering:* de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, inclusief een uitkering voor de lasten van de door het college toegekende algemene bijstand aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004;
|
||||
f. *gemeentelijke lasten op grond van de PW:* de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers, en verstrekte loonkostensubsidies op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
g. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAW:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
h. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
i. *gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 tot en met 64 jaar behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
f. *gemeentelijke lasten op grond van de PW:* de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand, met uitzondering van de algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers, en verstrekte loonkostensubsidies op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
g. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAW:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAW, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
h. *gemeentelijke lasten op grond van de IOAZ:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende uitkeringen voor uitkeringen op grond van de IOAZ, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
i. *gemeentelijke lasten op grond van het Bbz 2004:* de lasten in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand verleend aan zelfstandigen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van het Bbz 2004, vermenigvuldigd met het aantal huishoudens waarvan de referentiepersoon tot de leeftijdscategorie van 15 jaar tot de pensioensgerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet behoort, in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke huishoudens in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
j. *toetsingscommissie:* de toetsingscommissie aanvullende uitkeringen Participatiewet, bedoeld in artikel 73 van de wet;
|
||||
k. *netto-lasten:* de netto lasten van het toekennen van algemene bijstand, uitkeringen en verstrekte loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet;
|
||||
l. *verdeelstoornis:* de omstandigheid waarin sprake is van bijzondere lokale omstandigheden buiten de invloedssfeer van de gemeente die wel leiden tot hogere bijstandsuitgaven maar die niet volledig tot uitdrukking komen in de aan de hand van het verdeelmodel, opgenomen in de bijlage bij dit besluit, objectief vastgestelde kosten.
|
||||
l. *verdeelstoornis:* de omstandigheid waarin sprake is van bijzondere lokale omstandigheden buiten de invloedssfeer van de gemeente die wel leiden tot hogere bijstandsuitgaven maar die niet volledig tot uitdrukking komen in de aan de hand van het verdeelmodel, opgenomen in de bijlage bij dit besluit, objectief vastgestelde kosten;
|
||||
m. *gemeentelijke netto uitgaven voor uitkeringen aan dak- en thuislozen en instellingsbewoners:* de netto uitgaven van een gemeente aan algemene bijstand voor dak-, thuis- en adreslozen en elders verzorgden, welke worden ontleend aan het Stelsel van sociaal-statistische bestanden (SSB) van het CBS, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld;
|
||||
n. *totale gemeentelijke netto uitgaven aan uitkeringen Pw, IOAW en IOAZ:* de totale netto uitgaven aan uitkeringen op grond van de wet, de IOAW en de IOAZ, welke worden ontleend aan het Stelsel van Sociaal-statistische bestanden (SBB) van het CBS, in het jaar, twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, wordt in het jaar 2015 onder gemeentelijke lasten op grond van de PW verstaan: de lasten in het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, volgens de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, in verband met de door het college toegekende algemene bijstand op grond van de wet, vermenigvuldigd met het aantal inwoners van 15 tot en met 64 jaar in de gemeente op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld, gedeeld door het aantal dergelijke inwoners in de gemeente op 1 januari van het jaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarover de uitkering wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -70,7 +72,7 @@ a. U de uitkering voor de gemeente is;
|
|||
b. G de budgetgrondslag is van de gemeente;
|
||||
c. TG_15dzd het totaal van de budgetgrondslagen is voor alle gemeenten met meer dan 15.000 inwoners;
|
||||
d. TB het totale bedrag is dat beschikbaar is voor algemene bijstand en uitkeringen als bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel a, van de wet, waaronder begrepen het totale bedrag dat beschikbaar is gesteld voor algemene bijstand ten behoeve van startende ondernemers op grond van het Bbz 2004, en voor kosten van loonkostensubsidies als bedoeld in artikel 69, eerste lid, onderdeel b, van de wet;
|
||||
e. TBMAU het totale bedrag is dat in een jaar nodig is voor de meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c;
|
||||
e. TBMAU het totale bedrag is dat in een jaar nodig is voor de meerjarige aanvullende uitkeringen, bedoeld in artikel 10c, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014;
|
||||
f. B_15dzd het budgetaandeel is van alle gemeenten met meer dan 15.000 inwoners, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
|
@ -228,7 +230,7 @@ h. B_15dzd het budgetaandeel is van alle gemeenten met meer dan 15.000 inwoners.
|
|||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3. Aanvullende uitkeringen
|
||||
### Paragraaf 3. Vangnetuitkering
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -238,35 +240,63 @@ De toetsingscommissie bestaat uit een voorzitter en vier leden. Onze Minister be
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een aanvullende uitkering over het jaar 2015 wordt slechts toegekend voor zover:
|
||||
De vangnetuitkering over de jaren 2015 en 2016 wordt slechts toegekend voor zover:
|
||||
|
||||
a. het college een hiertoe strekkend verzoek heeft ingediend;
|
||||
b. voldaan is aan bij ministeriële regeling te stellen vormvoorschriften en de vereisten, genoemd in artikel 10a, tweede lid;
|
||||
c. de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan tien procent overstijgen.
|
||||
c. de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan vijf procent overstijgen.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de uitkering is het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het jaar 2015 en 110% van de verstrekte uitkering.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** Indien het college over het jaar 2015 op grond van de artikelen 10a tot en met 10d van het Besluit WWB 2007, zoals die artikelen luidden op 31 december 2014, een meerjarige aanvullende uitkering zou ontvangen, wordt het percentage, bedoeld in het tweede lid, verlaagd naar het percentage dat op grond van artikel 10c, derde lid, van dat Besluit, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014, van toepassing was voor de hoogte van de meerjarige aanvullende uitkering die ziet op het jaar 2015.
|
||||
De hoogte van de vangnetuitkering over de jaren 2015 en 2016 is:
|
||||
|
||||
a. vijftig procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 105% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan vijf maar niet meer dan tien procent overstijgen;
|
||||
b. honderd procent van het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het uitkeringsjaar en 110% van de verstrekte uitkering, voor zover de netto lasten de verstrekte uitkering met meer dan tien procent overstijgen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien dit voor een gemeente tot een gunstiger resultaat leidt, wordt de vangnetuitkering over het jaar 2016 in afwijking van het tweede en het vierde lid berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
V = NL – U – ER
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
a. V staat voor de vangnetuitkering voor de gemeente in 2016;
|
||||
b. NL staat voor de netto-lasten van de gemeente in het jaar waarop de vangnetuitkering ziet;
|
||||
c. U staat voor de aan de gemeente toegekende uitkering in dat jaar; en
|
||||
d. ER staat voor het gedeelte van het tekort dat voor rekening van de gemeente blijft, dat wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
|
||||
|
||||
ER = m x VB
|
||||
|
||||
waarbij:
|
||||
|
||||
ER staat voor het eigen risico is dat voor de verzoekende gemeente is berekend;
|
||||
|
||||
m staat voor het aantal inwoners van de gemeente, gemeten per 1 januari 2016 op basis van de gegevens van het CBS –; en
|
||||
|
||||
VB staat voor een vast bedrag van € 30.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het college over het jaar 2015 of over de jaren 2015 en 2016 op grond van de artikelen 10a tot en met 10d van het Besluit WWB 2007, zoals die artikelen luidden op 31 december 2014, een meerjarige aanvullende uitkering zou ontvangen waarbij op grond van artikel 10c, derde lid, van dat Besluit percentages van 102,5% of 105% gelden, is het tweede lid niet van toepassing en wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het verschil tussen de in aanmerking komende netto lasten over het jaar 2015 of, indien van toepassing, over het jaar 2016 en het percentage van de verstrekte uitkering dat op grond van artikel 10c, derde lid, van dat Besluit, zoals dat artikel luidde op 31 december 2014, van toepassing was voor de hoogte van de meerjarige aanvullende uitkering die ziet op het jaar 2015 of 2016.
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een aanvullende uitkering voldoet aan de in artikel 10, eerste lid, genoemde voorwaarden en vergezeld gaat van de documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan het tweede lid, en adviseert Onze Minister.
|
||||
**1.** De toetsingscommissie beoordeelt of een verzoek tot een vangnetuitkering voldoet aan de in artikel 10, eerste lid, genoemde voorwaarden en vergezeld gaat van de documenten waaruit blijkt dat voldaan is aan het tweede lid, en adviseert Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De toetsingscommissie beoordeelt het verzoek indien kan worden vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. wat de globale analyse is van de mogelijke oorzaak en omvang van het tekort, mede in het kader van de inwerkingtreding van de Participatiewet en de eerdere financiële resultaten van de uitvoering van de Wet werk en bijstand, en van de verwachte ontwikkelingen van dat tekort in de komende jaren;
|
||||
b. dat het college de gemeenteraad heeft geïnformeerd over zijn analyse en maatregelen die zijn genomen of zullen worden genomen om tot tekortreductie te komen;
|
||||
b. dat het college de gemeenteraad in het jaar waarin het tekort bestond heeft geïnformeerd over zijn analyse, bedoeld in onderdeel a, en maatregelen die zijn genomen of zullen worden genomen om tot tekortreductie te komen;
|
||||
c. wat de opvattingen van de gemeenteraad zijn over de informatie van het college;
|
||||
d. welke maatregelen zijn getroffen in 2015 om het tekort te verminderen en hoe het college het effect van deze maatregelen kwalificeert;
|
||||
d. welke maatregelen zijn getroffen in het jaar waarin het tekort bestond om het tekort te verminderen en hoe het college het effect van deze maatregelen kwalificeert;
|
||||
e. wat de omvang van de netto-lasten is aan de hand van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 58a, eerste lid, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
|
||||
|
||||
**3.** De toetsingscommissie beoordeelt de omvang van de netto lasten, die in aanmerking worden genomen, waarbij bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet bij de informatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet als fout en onzeker worden aangemerkt in mindering worden gebracht op de netto lasten.
|
||||
**3.** De toetsingscommissie beoordeelt de omvang van de netto lasten, die in aanmerking worden genomen, waarbij bedragen die blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet bij de informatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet als fout of onzeker worden aangemerkt in mindering worden gebracht op de netto lasten.
|
||||
|
||||
**4.** Indien bij de vaststelling van de uitkering voor 2015 artikel 7 is toegepast, wordt voor de beoordeling van het tekort de verstrekte uitkering voor 2015 vastgesteld op het bedrag dat is gebaseerd op de gemeentelijke lasten waarbij artikel 7 niet zou zijn toegepast.
|
||||
|
||||
**5.** Een verzoek tot een aanvullende uitkering wordt in ieder geval afgewezen, indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76 van de wet heeft gegeven en de aanwijzing betrekking heeft op de uitvoering in 2014 of 2015.
|
||||
**5.** Een verzoek tot een aanvullende uitkering wordt in ieder geval afgewezen, indien Onze Minister een aanwijzing als bedoeld in artikel 76 van de wet heeft gegeven en het verzoek betrekking heeft op het kalenderjaar waarin de aanwijzing is gegeven of op het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
|
|
@ -290,12 +320,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Voor de verlening van bijstand op grond van de wet aan belanghebbenden die niet zijn ingeschreven in de basisregistratie personen worden aangewezen:
|
||||
|
||||
a. de gemeenten opgenomen in de bijlage onder A van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, en
|
||||
b. de centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid.
|
||||
**1.** Voor de verlening van bijstand op grond van de wet aan de belanghebbende die niet is ingeschreven als ingezetene met een woonadres of briefadres worden aangewezen de gemeenten opgenomen in Bijlage 29xx-c van het Besluit decentralisatie- en integratie-uitkeringen.
|
||||
|
||||
**2.** De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend door het college van de gemeente waar de belanghebbende zich op het moment van zijn aanvraag bevindt.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue