2017-01-01 | BWBR0036748 | Besluit emissiearme huisvesting

This commit is contained in:
Coornhert 2017-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4f9b1b4c76
commit f49474f52c

View file

@ -17,10 +17,10 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
- *ammoniakemissie:* emissie van ammoniak, uitgedrukt in kg NH_3 per jaar;
- *bijlage:* bij dit besluit behorende bijlage;
- *diercategorie:* in de bijlagen gehanteerde aanduiding, binnen hoofdcategorieën, van landbouwhuisdieren;
- *biologische productiemethode:* biologische productiemethode als bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189);
- *biologische productiemethode:* biologische productiemethode als bedoeld in Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2092/91 (PbEU L 189);
- *dierenverblijf:* al dan niet overdekte ruimte voor het houden van landbouwhuisdieren;
- *dierplaats:* deel van een huisvestingssysteem, bestemd voor het houden van één landbouwhuisdier;
- *emissiearm dierenverblijf:* dierenverblijf met een huisvestingssysteem waarvoor in bijlage 1 een maximale emissiewaarde voor ammoniak is opgenomen;
- *emissiearm dierenverblijf:* dierenverblijf met een huisvestingssysteem waarvoor in bijlage 1 een maximale emissiewaarde voor ammoniak is opgenomen en waarvan de emissiefactor voor ammoniak lager is dan de emissiefactor voor ammoniak voor overige huisvestingssystemen;
- *emissie van zwevende deeltjes (PM10):* emissie van zwevende deeltjes (PM_10), uitgedrukt in gram PM_10 per jaar;
- *emissiefactor voor ammoniak:* emissiefactor als bedoeld in artikel 1 van de Wet ammoniak en veehouderij;
- *emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM10):* emissie van zwevende deeltjes (PM_10), uitgedrukt in gram per dierplaats per jaar, vastgesteld op grond van artikel 5.20, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
@ -54,22 +54,22 @@ d. huisvestingssystemen voor landbouwhuisdieren van de hoofdcategorie varkens, w
Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf voor de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor ammoniak die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak die is vermeld in bijlage 1, waarbij de maximale emissiewaarde in:
a. kolom A geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015, met uitzondering van een huisvestingssysteem dat deel uitmaakt van:
a. kolom A geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015, met uitzondering van een huisvestingssysteem dat deel uitmaakt van:
1° een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 waarin melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar worden gehouden volgens de biologische productiemethode;
2° een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 1 april 2008;
3° een dierenverblijf dat is opgericht na 1 april 2008 en waarvoor op uiterlijk 31 maart 2008 een milieuvergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of, indien geen milieuvergunning vereist was, een bouwvergunning op grond van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, is verleend;
4° een dierenverblijf dat is uitgebreid na 1 april 2008 met minder dan 20 dierplaatsen;
b. kolom B geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 en voor 1 januari 2018;
c. kolom C geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 januari 2018.
1° een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015 waarin melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar worden gehouden volgens de biologische productiemethode;
2° een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 1 april 2008;
3° een dierenverblijf dat is opgericht na 1 april 2008 en waarvoor op uiterlijk 31 maart 2008 een milieuvergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of, indien geen milieuvergunning vereist was, een bouwvergunning op grond van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet, is verleend;
4° een dierenverblijf dat is uitgebreid na 1 april 2008 met niet meer dan 20 dierplaatsen;
b. kolom B geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 en voor 1 januari 2018;
c. kolom C geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 januari 2018.
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onherroepelijk is en dat is opgericht voor 1 oktober 2016, kolom A in plaats van kolom B.
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onherroepelijk is en dat is opgericht voor 1 oktober 2016, kolom A in plaats van kolom B.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht waarbij die vergunning niet onherroepelijk is en dat is opgericht binnen 15 maanden nadat die omgevingsvergunning onherroepelijk is, kolom A in plaats van kolom B.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht waarbij die vergunning niet onherroepelijk is en dat is opgericht binnen 15 maanden nadat die omgevingsvergunning onherroepelijk is, kolom A in plaats van kolom B.
### Artikel 4
Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf voor de diercategorie vleeskalveren tot de leeftijd van circa 8 maanden dat wordt opgericht op of na 1 januari 2020 geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor ammoniak die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak die is vermeld in bijlage 1, kolom C.
Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf voor de diercategorie vleeskalveren tot de leeftijd van circa 8 maanden dat wordt opgericht op of na 1 januari 2020 geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor ammoniak die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak die is vermeld in bijlage 1, kolom C.
### Artikel 5
@ -77,15 +77,15 @@ Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past
Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf voor de hoofdcategorie varkens, de hoofdcategorie kippen en de hoofdcategorie kalkoenen geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor ammoniak die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak die voor een tot die hoofdcategorieën behorende diercategorie is vermeld in bijlage 1, waarbij de maximale emissiewaarde in:
a. kolom A geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015;
b. kolom B geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, met uitzondering van een dierenverblijf als bedoeld in onderdeel c;
c. kolom C geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 januari 2020 indien het dierenverblijf op het tijdstip van oprichting onderdeel is van een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin varkens onderscheidenlijk pluimvee worden gehouden.
a. kolom A geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op uiterlijk 30 juni 2015;
b. kolom B geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, met uitzondering van een dierenverblijf als bedoeld in onderdeel c;
c. kolom C geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 januari 2020 indien het dierenverblijf op het tijdstip van oprichting onderdeel is van een IPPC-installatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, waarin varkens onderscheidenlijk pluimvee worden gehouden.
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet voor huisvestingssystemen die deel uitmaken van een dierenverblijf dat voor 1 januari 2007 is opgericht, indien de totale ammoniakemissie van de tot de inrichting behorende huisvestingssystemen niet hoger is dan de totale ammoniakemissie die de huisvestingssystemen op grond van het eerste lid, berekend op basis van de maximale emissiewaarden per afzonderlijk huisvestingssysteem, zouden mogen veroorzaken.
**2.** Het eerste lid, onderdeel a, geldt niet voor huisvestingssystemen die deel uitmaken van een dierenverblijf dat voor 1 januari 2007 is opgericht, indien de totale ammoniakemissie van de tot de inrichting behorende huisvestingssystemen niet hoger is dan de totale ammoniakemissie die de huisvestingssystemen op grond van het eerste lid, berekend op basis van de maximale emissiewaarden per afzonderlijk huisvestingssysteem, zouden mogen veroorzaken.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onherroepelijk is en dat is opgericht voor 1 oktober 2016, kolom A in plaats van kolom B.
**3.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onherroepelijk is en dat is opgericht voor 1 oktober 2016, kolom A in plaats van kolom B.
**4.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht waarbij die vergunning niet onherroepelijk is en dat is opgericht binnen 15 maanden nadat die omgevingsvergunning onherroepelijk is, kolom A in plaats van kolom B.
**4.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht waarbij die vergunning niet onherroepelijk is en dat is opgericht binnen 15 maanden nadat die omgevingsvergunning onherroepelijk is, kolom A in plaats van kolom B.
### Artikel 6
@ -95,23 +95,23 @@ c. kolom C geldt voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 januari 20
### Artikel 7
**1.** Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM_10) die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (PM_10) die voor de desbetreffende diercategorie is vermeld in bijlage 2.
**1.** Degene die een inrichting drijft waarin landbouwhuisdieren worden gehouden, past in een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 geen huisvestingssystemen toe met een emissiefactor voor zwevende deeltjes (PM_10) die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor zwevende deeltjes (PM_10) die voor de desbetreffende diercategorie is vermeld in bijlage 2.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onherroepelijk is en dat is opgericht voor 1 oktober 2016.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015, waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht onherroepelijk is en dat is opgericht voor 1 oktober 2016.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht waarbij die vergunning niet onherroepelijk is en dat is opgericht binnen 15 maanden nadat die omgevingsvergunning onherroepelijk is.
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing voor een dierenverblijf dat is opgericht op of na 1 juli 2015 waarvoor op uiterlijk 30 juni 2015 een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend die voldoet aan de indieningsvereisten als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling omgevingsrecht waarbij die vergunning niet onherroepelijk is en dat is opgericht binnen 15 maanden nadat die omgevingsvergunning onherroepelijk is.
**4.** Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag in redelijkheid niet aan de maximale emissiewaarde kan worden voldaan, kan dat gezag bepalen dat bij het uitbreiden van een dierenverblijf het eerste lid niet van toepassing is. Dit kan uitsluitend indien bij die uitbreiding hetzelfde huisvestingssysteem wordt toegepast en de uitbreiding niet meer dan 50% van het bebouwde oppervlak bedraagt.
### Artikel 8
**1.** Tot 1 januari 2020 geldt voor een huisvestingssysteem dat deel uitmaakt van een dierenverblijf dat op 1 juli 2015 aanwezig was en voldeed aan artikel 2, eerste lid, van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij zoals dat gold op 30 juni 2015, waarvan de emissiefactor hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die emissiefactor als maximale emissiewaarde voor ammoniak.
**1.** Tot 1 januari 2020 geldt voor een huisvestingssysteem dat deel uitmaakt van een dierenverblijf dat op 1 juli 2015 aanwezig was en voldeed aan artikel 2, eerste lid, van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij zoals dat gold op 30 juni 2015, waarvan de emissiefactor hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die emissiefactor als maximale emissiewaarde voor ammoniak.
**2.** Tot 1 januari 2020 geldt voor huisvestingssystemen die deel uitmaken van op 30 juni 2015 binnen de inrichting aanwezige dierenverblijven die niet voldoen aan artikel 5, tweede lid, en wel voldeden aan artikel 2, tweede lid, van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij zoals dat gold op 30 juni 2015, artikel 2, tweede lid, van voornoemd besluit, voor zover er geen oprichting van een dierenverblijf plaatsvindt.
**2.** Tot 1 januari 2020 geldt voor huisvestingssystemen die deel uitmaken van op 30 juni 2015 binnen de inrichting aanwezige dierenverblijven die niet voldoen aan artikel 5, tweede lid, en wel voldeden aan artikel 2, tweede lid, van het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij zoals dat gold op 30 juni 2015, artikel 2, tweede lid, van voornoemd besluit, voor zover er geen oprichting van een dierenverblijf plaatsvindt.
**3.** Tot 1 januari 2020 geldt voor een op 30 juni 2015 aanwezig Groen-Labelstalsysteem, waarvan de emissiefactor voor ammoniak hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die hogere emissiefactor als maximale emissiewaarde voor ammoniak, voor zover voor dat huisvestingssysteem voor 8 mei 2002 een milieuvergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of, indien geen milieuvergunning vereist was, een bouwvergunning op grond van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is verleend.
**3.** Tot 1 januari 2020 geldt voor een op 30 juni 2015 aanwezig Groen-Labelstalsysteem, waarvan de emissiefactor voor ammoniak hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die hogere emissiefactor als maximale emissiewaarde voor ammoniak, voor zover voor dat huisvestingssysteem voor 8 mei 2002 een milieuvergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of, indien geen milieuvergunning vereist was, een bouwvergunning op grond van artikel 40, eerste lid, van de Woningwet is verleend.
**4.** Tot 1 januari 2020 geldt voor een huisvestingssysteem waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld op grond van artikel 4a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij, die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die bijzondere emissiefactor als maximale emissiewaarde voor ammoniak.
**4.** Tot 1 januari 2020 geldt voor een huisvestingssysteem waarvoor een bijzondere emissiefactor is vastgesteld op grond van artikel 4a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij, die hoger is dan de maximale emissiewaarde voor ammoniak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die bijzondere emissiefactor als maximale emissiewaarde voor ammoniak.
### Artikel 9