2014-01-01 | BWBR0002667 | Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4edc221b0f
commit f497ab0f3d

View file

@ -65,7 +65,7 @@ f. indien een vergunning wordt aangevraagd voor een handeling die niet of als ni
**1.** Indien binnen een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet, of als aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer reeds splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen voorhanden zijn, of toestellen worden gebruikt, heeft de risicoanalyse, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e, 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d, 6, eerste lid, onder h, en 9, eerste lid, onder f, betrekking op de totaal ten gevolge van die inrichting ontvangen effectieve dosis. De berekening van de effectieve dosis, bedoeld in de eerste volzin, heeft geen betrekking op de effectieve dosis ten gevolge van handelingen van een persoon als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
**2.** Bij regeling van Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de risicoanalyses, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e, 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d, 6, eerste lid, onder h en i, 9, eerste lid, onder f, en 10, tweede lid, onder b, ten 6°.
**2.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de risicoanalyses, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onder e, en derde lid, onder e, 5, eerste lid, onder d, en tweede lid, onder d, 6, eerste lid, onder h en i, 9, eerste lid, onder f, en 10, tweede lid, onder b, ten 6°.
### Paragraaf 2. Aanvragen om een vergunning voor het voorhanden hebben of het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen
@ -281,7 +281,7 @@ Van het geven van een beschikking op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van d
Geen vergunning als bedoeld in artikel 15 van de wet wordt verleend indien:
a. niet is voldaan aan de voorwaarden betreffende rechtvaardiging, optimalisatie en dosislimieten, geldend krachtens artikel 19 in samenhang met de artikelen 4, 5, 6 en 48 van het Besluit stralingsbescherming;
a. niet is voldaan aan de voorwaarden betreffende rechtvaardiging, optimalisatie, deskundigheid en dosislimieten, geldend krachtens artikel 19 in samenhang met de artikelen 4, 5, 6, 9, 10, 11, 12, 48, 76, 77 en 78 van het Besluit stralingsbescherming;
b. voor een lid van de bevolking dat zich buiten de locatie bevindt, als gevolg van de handeling waarvoor de vergunning is aangevraagd en ten gevolge van andere handelingen binnen en buiten deze locatie, een van de volgende doses wordt overschreden:
1. een effectieve dosis van 1 mSv in een kalenderjaar, en met inachtneming daarvan:
@ -306,14 +306,11 @@ b. een kans van 10^5 per jaar dat buiten de desbetreffende inrichting een gro
### Artikel 19
Het bij of krachtens de artikelen 1, derde lid, 3, 4, eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid, 5, 6 tot en met 17, 20 tot en met 20f, 36, 38, 48 tot en met 64, 66, 71 tot en met 74, 76 tot en met 100, 112 tot en met 122, eerste lid, 123 en 124 van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is, met uitzondering van hetgeen daarin is bepaald over toestellen en meldingen, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
a. bij de overeenkomstige toepassing van artikel 113 in plaats van «Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer» wordt gelezen: «Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Economische Zaken» en onderdeel d buiten beschouwing wordt gelaten;
b. bij de overeenkomstige toepassing van artikel 124 in plaats van «die van dit besluit afwijken» wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen afwijken.
Het bij of krachtens de artikelen 1, derde lid, 3, 4, eerste, tweede, derde, zesde en zevende lid, 5, 6 tot en met 17, 19 tot en met 20f, 36, 38, 48 tot en met 64, 66, 71 tot en met 74, 76 tot en met 100, 112 tot en met 122, eerste lid, 123 en 124 van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is, met uitzondering van hetgeen daarin is bepaald over toestellen en meldingen, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij de overeenkomstige toepassing van artikel 124 in plaats van «die van dit besluit afwijken» wordt gelezen: die van de van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen afwijken.
### Artikel 20
Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet regels stellen waaraan het ontwerp en de bedrijfsvoering in verband met de voorkoming van schade moeten voldoen.
Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunnen ten aanzien van inrichtingen als bedoeld in artikel 15, onder b, van de wet regels stellen waaraan het ontwerp en de bedrijfsvoering in verband met de voorkoming van schade moeten voldoen.
### Artikel 21
@ -592,8 +589,8 @@ k. een overzicht van met andere lidstaten en derde landen gesloten overeenkomste
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het voorhanden hebben van splijtstoffen of ertsen, indien binnen een locatie:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstof of erts lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, bij het Besluit stralingsbescherming genoemde waarde; of
b. de activiteitsconcentratie van die stof of dat erts lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, bij het Besluit stralingsbescherming genoemde waarde.
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstof of erts lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit stralingsbescherming vastgestelde waarde; of
b. de activiteitsconcentratie van die stof of dat erts lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit stralingsbescherming vastgestelde waarde.
**2.**
@ -605,7 +602,7 @@ a. splijtstoffen of ertsen worden toegediend aan personen en, voorzover het de b
2°. therapie of (bio)medisch onderzoek;
a. splijtstoffen of ertsen worden toegevoegd aan producten, bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen.
**3.** Het bij en krachtens artikel 25, derde, vierde en zevende lid, van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Het bij of krachtens artikel 25, derde, vierde en zevende lid, van het Besluit stralingsbescherming bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
**4.** Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is in daarbij aangewezen categorieën van gevallen, waarin sprake is van een te hoog risico van blootstelling van werknemers of leden van de bevolking.
@ -615,7 +612,7 @@ a. splijtstoffen of ertsen worden toegevoegd aan producten, bestemd voor gebruik
**1.**
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor handelingen met een ingekapselde bron waarbij de in bijlage 1, tabel 1, bij het Besluit stralingsbescherming genoemde waarden voor de activiteit en de activiteitsconcentratie worden overschreden, indien:
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor handelingen met een ingekapselde bron waarbij de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit stralingsbescherming vastgestelde waarde voor de activiteit en de activiteitsconcentratie worden overschreden, indien:
a. deze van een door Onze Minister goedgekeurd type is en
b. deze onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter van enige bereikbare buitenzijde daarvan geen hogere omgevingsdosisequivalent kan geven dan 1 μSv per uur.
@ -628,10 +625,10 @@ b. deze onder normale bedrijfsomstandigheden op 0,1 meter van enige bereikbare b
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen voor product- of materiaalhergebruik of van splijtstoffen of ertsen bevattende afvalstoffen, indien:
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen in een kalenderjaar lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, bij het Besluit stralingsbescherming genoemde waarde of
b. de activiteitsconcentratie van die stof of dat erts lager is dan de in bijlage 1, tabel 1, bij het Besluit stralingsbescherming genoemde waarde.
a. de activiteit van de radionucliden in de betrokken splijtstoffen of ertsen in een kalenderjaar lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit stralingsbescherming vastgestelde waarde of
b. de activiteitsconcentratie van die stof of dat erts lager is dan de krachtens artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van het Besluit stralingsbescherming vastgestelde waarde.
**2.** Het bij en krachtens artikel 25, derde, vierde en zevende lid, van het Besluit stralingsbescherming en artikel 41, vierde lid, van dit besluit bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Het bij of krachtens artikel 25, derde, vierde en zevende lid, van het Besluit stralingsbescherming en artikel 41, vierde lid, van dit besluit bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
**3.**
@ -656,11 +653,11 @@ e. een afgifte aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor de ontvangs
Het in artikel 15, onder a, van de wet vervatte verbod geldt niet voor het zich ontdoen van splijtstoffen of ertsen door middel van lozing in de lucht, in het openbare riool of in het oppervlaktewater, indien:
a. bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie, als bedoeld in bijlage 2 bij het Besluit stralingsbescherming;
b. bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalenten voor ingestie, als bedoeld in bijlage 2 bij het Besluit stralingsbescherming;
c. bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie, als bedoeld in bijlage 2 bij het Besluit stralingsbescherming.
a. bij lozing in de lucht, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 1 radiotoxiciteitsequivalent voor inhalatie, als bedoeld in de bijlage bij het Besluit stralingsbescherming;
b. bij lozing in het openbare riool, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 10 radiotoxiciteitsequivalenten voor ingestie, als bedoeld in de bijlage bij het Besluit stralingsbescherming;
c. bij lozing in het oppervlaktewater, de activiteit van de in totaal in een kalenderjaar geloosde hoeveelheid splijtstoffen of ertsen bij het verlaten van de locatie via een lozingspunt lager is dan 0,1 radiotoxiciteitsequivalent voor ingestie, als bedoeld in de bijlage bij het Besluit stralingsbescherming.
**2.** De geloosde hoeveelheden, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten, worden gecorrigeerd voor fysisch verval door middel van de correctiefactoren zoals aangegeven in bijlage 2 bij het Besluit stralingsbescherming.
**2.** De geloosde hoeveelheden, uitgedrukt in radiotoxiciteitsequivalenten, worden gecorrigeerd voor fysisch verval door middel van de correctiefactoren zoals aangegeven in de bijlage bij het Besluit stralingsbescherming.
### Paragraaf 2. Inrichtingen