From f49a1649a28ba04eea740310916393ac3174dfd5 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 18 Jan 2016 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2016-01-18 | BWBR0004189 | Wet op de architectentitel --- .../BWBR0004189/README.md | 35 ++++++++++++------- 1 file changed, 22 insertions(+), 13 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md b/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md index 08dc29a4694..e34648f329b 100644 --- a/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md +++ b/wet/wet-op-de-architectentitel/BWBR0004189/README.md @@ -16,6 +16,8 @@ citeertitel: Wet op de architectentitel In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: +beroepservaringperiode: beroepsstage als bedoeld in artikel 1 van de richtlijn; + beroepsorganisatie: rechtspersoon die ten doel heeft of mede ten doel heeft de behartiging van belangen van architecten, stedenbouwkundigen, tuin- en landschapsarchitecten of interieurarchitecten; betrokken staat: lidstaat, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; @@ -28,6 +30,8 @@ derde land: ander land dan een betrokken staat; dienstverrichter: een persoon die op wettige wijze is gevestigd in een andere betrokken staat en aldaar op wettige wijze het beroep van architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect uitoefent of, ingeval dat beroep in die staat niet is gereglementeerd, dat beroep in die staat tijdens de tien jaar voorafgaand aan de dienstverrichting in Nederland ten minste twee jaar voltijds heeft uitgeoefend, en die zich vanuit die staat naar Nederland begeeft om er tijdelijk en incidenteel datzelfde beroep uit te oefenen; +IMI: elektronisch informatiesysteem, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt («de IMI-verordening»), voor de uitwisseling van informatie tussen het bureau en bevoegde autoriteiten van andere betrokken staten; + lidstaat: lidstaat van de Europese Unie; migrerende beroepsbeoefenaar: @@ -44,7 +48,7 @@ opleidingstitel: diploma, certificaat, of andere titel dat of die door een daart register: architectenregister als bedoeld in artikel 2; -richtlijn: richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255). +richtlijn: richtlijn nr. 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (PbEU L 255), zoals deze laatstelijk gewijzigd is bij richtlijn nr. 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van richtlijn nr. 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt («de IMI-verordening») (PbEU 2013, L 354). ## Hoofdstuk II. Het architectenregister @@ -78,7 +82,9 @@ c. ontvangt de voor de inschrijving in het register en de erkenning van de titel **4.** Het bureau biedt voorts belanghebbenden ondersteuning bij de uitoefening van hun rechten krachtens de richtlijn om in Nederland of een andere betrokken staat op het gebied van de architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur of interieurarchitectuur zelfstandig of in loondienst beroepswerkzaamheden te verrichten of op een van die gebieden tijdelijk en incidenteel overeenkomstig de richtlijn diensten te verrichten. -**5.** Het bureau informeert het door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ter uitvoering van artikel 57 van de richtlijn aangewezen centrale contactpunt periodiek over de werkzaamheden die het op grond van het derde en vierde lid heeft verricht en over het resultaat van de door hem op grond van het vierde lid geboden ondersteuning. +**5.** Het bureau verstrekt de informatie, bedoeld in het tweede lid, onder a en b, via het IMI. + +**6.** Het bureau informeert het door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op grond van artikel 34d van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties aangewezen assistentiecentrum periodiek over de werkzaamheden die het op grond van het derde en vierde lid heeft verricht en over het resultaat van de door hem op grond van het vierde lid geboden ondersteuning. ### Artikel 3a @@ -167,13 +173,13 @@ Onverminderd de overige eisen waaraan een persoon krachtens deze wet moet voldoe a. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van architectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van architectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; c. een getuigschrift van een door Onze Minister aangewezen opleiding op het gebied van architectuur met een opleidingsniveau dat vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in onderdeel a of b; -d. een opleidingstitel op het gebied van architectuur als bedoeld in artikel 21 van de richtlijn, dan wel van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de richtlijn, die voldoet aan de in artikel 46 van de richtlijn gestelde eisen, vergezeld van een certificaat als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de richtlijn, of, met inachtneming van de eisen die zijn gesteld in artikel 47, tweede lid, van de richtlijn, met goed gevolg hebben afgelegd het examen in de architectuur ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de in artikel 46 van de richtlijn gestelde eisen; -e. een opleidingstitel op het gebied van architectuur als bedoeld in artikel 49, eerste lid, eerste alinea, van de richtlijn, van een verklaring als bedoeld in artikel 49, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn, of van een bevestigende verklaring als bedoeld in artikel 49, tweede lid, van de richtlijn; +d. een opleidingstitel op het gebied van architectuur als bedoeld in artikel 21 van de richtlijn, dan wel dient hij met inachtneming van de eisen die zijn gesteld in artikel 47 van de richtlijn, met goed gevolg het examen in de architectuur ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de in artikel 46, tweede lid, van de richtlijn gestelde eisen, te hebben afgelegd; +e. een opleidingstitel op het gebied van architectuur als bedoeld in artikel 49, eerste lid, eerste alinea, lid 1 bis of het derde lid, van de richtlijn, van een verklaring als bedoeld in artikel 49, eerste lid, tweede alinea, van de richtlijn, of van een bevestigende verklaring als bedoeld in artikel 49, tweede lid, van de richtlijn; f. een opleidingstitel op het gebied van architectuur als bedoeld in artikel 23, derde lid, eerste alinea, vierde lid, eerste alinea, of vijfde lid, eerste alinea, van de richtlijn, vergezeld van een verklaring als bedoeld in dat derde lid, tweede alinea, dat vierde lid, tweede alinea, of dat vijfde lid, tweede alinea; g. een certificaat dat overeenkomstig artikel 48, tweede lid, van de richtlijn door het daartoe bij of krachtens de wet in een andere betrokken staat aangewezen bevoegd gezag is afgegeven, inhoudende dat de betrokkene zich door de kwaliteit van zijn prestaties op het gebied van architectuur in het bijzonder heeft onderscheiden, zodat hij geacht wordt te voldoen aan de voorwaarden die in die staat worden gesteld voor de uitoefening van werkzaamheden van architect onder de beroepstitel van architect; -h. een opleidingstitel op het gebied van architectuur, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar en om bijzondere en uitzonderlijke redenen niet voldoet aan de minimumopleidingseisen van artikel 46, eerste lid, van de richtlijn; +h. een opleidingstitel op het gebied van architectuur, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar en om bijzondere en uitzonderlijke redenen niet voldoet aan de minimumopleidingseisen van artikel 46, tweede lid, van de richtlijn; i. een in een derde land behaald of verworven diploma, certificaat of andere titel op het gebied van architectuur, dat of die door het daartoe bij of krachtens wet in een andere betrokken staat aangewezen bevoegd gezag overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de richtlijn is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar en in het bezit is van een door dat gezag afgegeven verklaring dat hij ten minste drie jaar beroepservaring in die staat heeft op het gebied van architectuur, of -j. een getuigschrift op het gebied van architectuur, dat door een daartoe bevoegde instelling in een derde land is verstrekt ter afsluiting van een opleiding die naar het oordeel van het bureau voldoet aan de in artikel 46 van de richtlijn gestelde eisen. +j. een getuigschrift op het gebied van architectuur, dat door een daartoe bevoegde instelling in een derde land is verstrekt ter afsluiting van een opleiding die naar het oordeel van het bureau voldoet aan de in artikel 46, tweede lid, van de richtlijn gestelde eisen. **2.** Een persoon kan krachtens artikel 28 of 29 als architect in het register worden ingeschreven op grond van een ander getuigschrift dan bedoeld in het eerste lid. @@ -192,7 +198,7 @@ Onverminderd de overige eisen waaraan een persoon krachtens deze wet moet voldoe a. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van stedenbouw aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van stedenbouw aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; c. een getuigschrift van een door Onze Minister aangewezen opleiding op het gebied van stedenbouw met een opleidingsniveau dat vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in onderdeel a of b; -d. een opleidingstitel op het gebied van stedenbouw, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar; +d. een opleidingstitel op het gebied van stedenbouw, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar; e. een in een derde land behaald of verworven diploma, certificaat of andere titel op het gebied van stedenbouw, dat of die door het daartoe bij of krachtens wet in een andere betrokken staat aangewezen bevoegd gezag overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de richtlijn is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar en in het bezit is van een door dat gezag afgegeven verklaring dat hij ten minste drie jaar beroepservaring in die staat heeft op het gebied van stedenbouw, of f. een getuigschrift op het gebied van stedenbouw, dat door een daartoe bevoegde instelling in een derde land is verstrekt en door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, is erkend. @@ -209,7 +215,7 @@ Onverminderd de overige eisen waaraan krachtens deze wet moet worden voldaan om a. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van landschapsarchitectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van landschapsarchitectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; c. een getuigschrift van een door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen opleiding op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur met een opleidingsniveau dat vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in onderdeel a of b; -d. een opleidingstitel op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar; +d. een opleidingstitel op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar; e. een in een derde land behaald of verworven diploma, certificaat of andere titel op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur, dat of die door het daartoe bij of krachtens wet in een andere betrokken staat aangewezen bevoegd gezag overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de richtlijn is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar en in het bezit is van een door dat gezag afgegeven verklaring dat hij ten minste drie jaar beroepservaring in die staat heeft op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur, of f. een getuigschrift op het gebied van tuin- en landschapsarchitectuur, dat door een daartoe bevoegde instelling in een derde land is verstrekt en door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, is erkend. @@ -226,7 +232,7 @@ Onverminderd de overige eisen waaraan krachtens deze wet moet worden voldaan om a. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van interieurarchitectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde universiteit; b. het getuigschrift van een masteropleiding op het gebied van interieurarchitectuur aan een in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde hogeschool; c. een getuigschrift van een door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangewezen opleiding op het gebied van interieurarchitectuur met een opleidingsniveau dat vergelijkbaar is met een opleiding als bedoeld in onderdeel a of b; -d. een opleidingstitel op het gebied van interieurarchitectuur, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar; +d. een opleidingstitel op het gebied van interieurarchitectuur, die door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, met overeenkomstige toepassing van de artikelen 5 tot en met 13 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar; e. een in een derde land behaald of verworven diploma, certificaat of andere titel op het gebied van interieurarchitectuur, dat of die door het daartoe bij of krachtens wet in een andere betrokken staat aangewezen bevoegd gezag overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de richtlijn is erkend, mits hij kan worden aangemerkt als migrerend beroepsbeoefenaar en in het bezit is van een door dat gezag afgegeven verklaring dat hij ten minste drie jaar beroepservaring in die staat heeft op het gebied van interieurarchitectuur, of f. een getuigschrift op het gebied van interieurarchitectuur, dat door een daartoe bevoegde instelling in een derde land is verstrekt en door het bureau, na een daartoe ingesteld onderzoek, is erkend. @@ -286,6 +292,8 @@ a. het praktijkgedeelte van die opleiding wat betreft inrichting en inhoud verge b. geborgd is dat de persoon die in het bezit is van het getuigschrift het praktijkgedeelte van die opleiding overeenkomstig onderdeel a heeft gevolgd, en c. geborgd is dat het bureau tijdig in kennis wordt gesteld van een voornemen tot wijziging in het praktijkgedeelte. +**4.** Het bureau erkent de in een andere betrokken staat gevolgde beroepservaringperiode, indien deze in overeenstemming is met de regels, bedoeld in artikel 12e, en houdt rekening met de in een derde land gevolgde beroepservaringperiode. Een erkenning van een beroepservaringperiode als bedoeld in de eerste volzin vervangt niet een voor de toegang tot het desbetreffende beroep verplicht af te leggen examen. + ### Artikel 12e **1.** De tweejarige beroepservaringperiode is gericht op het zich in de praktijk bekwamen in de uitoefening van het beroep waarvoor met goed gevolg een opleiding is gevolgd als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, b of c, 10, eerste lid, onderdeel a, b of c, 11, eerste lid, onderdeel a, b of c, of 12, eerste lid, onderdeel a, b of c, onder begeleiding van een persoon die bij de aanvang van de begeleiding blijkens de inschrijving in het register ten minste drie jaar beroepsmatig werkzaam is in datzelfde beroep. @@ -298,8 +306,9 @@ a. de inrichting van die periode; b. het niveau van kennis, inzicht en vaardigheden, waarover een persoon als bedoeld in artikel 12d, eerste lid, in ieder geval dient te beschikken na het doorlopen van die periode; c. de wijze waarop die periode wordt afgesloten; d. voorwaarden waaronder geheel of gedeeltelijk vrijstelling kan worden verkregen van het gedurende twee jaar doorlopen van die periode; -e. de begeleiding; -f. een voorziening in geval van een conflict tussen de begeleider en de persoon die hij begeleidt. +e. de inrichting en de erkenning van de beroepservaringperiode die in een andere betrokken staat of een derde land wordt gevolgd, en de duur van het deel van die periode dat in het buitenland mag worden gevolgd; +f. de begeleiding; +g. een voorziening in geval van een conflict tussen de begeleider en de persoon die hij begeleidt. ## Hoofdstuk IVb. Inschrijving en doorhaling in het register @@ -315,7 +324,7 @@ f. een voorziening in geval van een conflict tussen de begeleider en de persoon **5.** Het bureau neemt in een geval waarin een aanvraag om erkenning of een verzoek om inschrijving in het register betrekking heeft op een opleidingstitel als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel h, 10, eerste lid, onderdeel d, 11, eerste lid, onderdeel d, of 12, eerste lid, onderdeel d, binnen drie maanden na ontvangst van alle stukken die het nodig acht voor zijn oordeelsvorming een besluit omtrent de erkenning. -**6.** Indien het bureau toepassing geeft aan artikel 11 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties houdt het het besluit omtrent de erkenning aan overeenkomstig artikel 19, derde lid, van die wet. Het derde en vierde lid van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing. +**6.** Indien het bureau toepassing geeft aan artikel 11 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties houdt het het besluit omtrent de erkenning aan overeenkomstig artikel 19, derde lid, van die wet. Het derde en vierde lid van dat artikel zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 14 @@ -453,7 +462,7 @@ Een dienstverrichter kan op verzoek voor de duur van de dienstverrichting onder a. een verklaring dat hij op wettige wijze in zijn staat is gevestigd om beroepsmatig werkzaamheden te verrichten op het gebied van architectuur, stedenbouw, tuin- en landschapsarchitectuur of interieurarchitectuur en dat hem op het moment van afgifte van de verklaring geen verbod tot beroepsuitoefening is opgelegd; b. een bewijs van nationaliteit; -c. ingeval het beroep niet is gereglementeerd in zijn staat een bewijs dat hij het betreffende beroep ten minste twee jaar voltijds heeft uitgeoefend tijdens de tien jaar voorafgaande aan de dienstverrichting. +c. ingeval het beroep niet is gereglementeerd in zijn staat een bewijs dat hij het betreffende beroep ten minste een jaar heeft uitgeoefend tijdens de tien jaar voorafgaande aan de dienstverrichting. **4.** Een ingeschreven dienstverrichter kan zijn inschrijving als dienstverrichter telkens met een jaar verlengen.