2017-04-01 | BWBR0011982 | Besluit personenvervoer 2000
This commit is contained in:
parent
6577de9f5f
commit
f4cbb447bc
1 changed files with 8 additions and 12 deletions
|
|
@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit personenvervoer 2000
|
|||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. EER: Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte,
|
||||
b. richtlijn nr. 2004/18/EG: richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134),
|
||||
b. richtlijn nr. 2004/18/EG: richtlijn nr. 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU L 134),
|
||||
c. wet: Wet personenvervoer 2000,
|
||||
d. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie,
|
||||
e. passagiersschip: schip als bedoeld in de in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit opgenomen definitie van passagiersschip,
|
||||
|
|
@ -29,7 +29,7 @@ h. chauffeurskaart: aan een bestuurder afgegeven boordcomputerkaart waarmee de b
|
|||
i. keuringskaart: aan een erkende werkplaats afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende werkplaats identificeert en waarmee gegevens kunnen worden overgebracht;
|
||||
j. ondernemerskaart: aan een vervoerder afgegeven boordcomputerkaart die de desbetreffende vervoerder identificeert en waarmee de voor deze in de boordcomputer opgeslagen gegevens zichtbaar kunnen worden gemaakt en overgebracht kunnen worden;
|
||||
k. veerboot: schip als bedoeld in de in artikel 1 van het Binnenvaartbesluit opgenomen definitie van veerboot,
|
||||
l. Verordening (EG) 1370/2007: Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU L 315).
|
||||
l. Verordening (EG) 1370/2007: Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PbEU L 315).
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Werkingssfeer
|
||||
|
||||
|
|
@ -475,11 +475,7 @@ De plicht te gedogen, bedoeld in artikel 35 van de wet, geldt ten aanzien van he
|
|||
|
||||
### Artikel 35a
|
||||
|
||||
De concessieverlener verbindt uiterlijk drie maanden na inwerkingtreding van het besluit van 30 juni 2011 tot wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met het meervoudige basistarief bij gebruik van de OV-chipkaart voor het openbaar vervoer per trein aan een concessie voor openbaar vervoer per trein het voorschrift dat de reiziger voor de aanvang van de treinreis voor zijn totale treinreis kan beschikken over:
|
||||
|
||||
1. het NS-vervoerbewijs voor enkele reis- en retourkaarten tweede klas,
|
||||
2. het NS-abonnement tweede klas, of
|
||||
3. het NS-deel van de OV-jaarkaart tweede klas.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
|
|
@ -1236,11 +1232,11 @@ Overtreding van elk van de voorschriften gesteld bij de artikelen 76, derde lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 120
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 12 geldt voor een beslissing op een aanvraag om verlening van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer een termijn van zes maanden, voorzover deze aanvraag is gedaan voor 1 januari 2001.
|
||||
In afwijking van artikel 12 geldt voor een beslissing op een aanvraag om verlening van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer een termijn van zes maanden, voorzover deze aanvraag is gedaan voor 1 januari 2001.
|
||||
|
||||
### Artikel 121
|
||||
|
||||
**1.** Gedurende de periode dat vergunningen die krachtens de Wet personenvervoer zijn verleend, overeenkomstig artikel 112 of 113 van de Wet personenvervoer 2000 geldig blijven, behouden ook de op deze vergunningen verstrekte vergunningbewijzen hun geldigheid, behoudens het bepaalde in artikel 14.
|
||||
**1.** Gedurende de periode dat vergunningen die krachtens de Wet personenvervoer zijn verleend, overeenkomstig artikel 112 of 113 van de Wet personenvervoer 2000 geldig blijven, behouden ook de op deze vergunningen verstrekte vergunningbewijzen hun geldigheid, behoudens het bepaalde in artikel 14.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 16 is niet van toepassing op vergunningen als bedoeld in het eerste lid, die zijn verleend voor het verrichten van openbaar vervoer.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1254,13 +1250,13 @@ Wijzigt dit besluit.
|
|||
|
||||
### Artikel 124
|
||||
|
||||
Degene die in het bezit is van een verklaring die voor 1 oktober 1999 overeenkomstig artikel 10 van richtlijn nr. 96/26/EG is afgegeven door Onze Minister of door een andere lidstaat dan Nederland, dan wel door een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid.
|
||||
Degene die in het bezit is van een verklaring die voor 1 oktober 1999 overeenkomstig artikel 10 van richtlijn nr. 96/26/EG is afgegeven door Onze Minister of door een andere lidstaat dan Nederland, dan wel door een andere staat die partij is bij de EER, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 125
|
||||
|
||||
Tot 1 juli 2001, wordt, in afwijking van artikel 28, aan de eis van vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer voldaan indien:
|
||||
Tot 1 juli 2001, wordt, in afwijking van artikel 28, aan de eis van vakbekwaamheid voor het verrichten van taxivervoer voldaan indien:
|
||||
|
||||
a. een vervoerder die taxivervoer verricht bij de aanvraag van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ten genoegen van Onze Minister aantoont in de periode van 1 juli 1999 tot 1 december 1999 gemiddeld minimaal 30 uur per week per auto taxivervoer te hebben verricht, waarbij is voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 62 en 63 van de Wet personenvervoer en artikel 159 van het Besluit personenvervoer, zoals deze golden tot 1 januari 2000 en
|
||||
a. een vervoerder die taxivervoer verricht bij de aanvraag van een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ten genoegen van Onze Minister aantoont in de periode van 1 juli 1999 tot 1 december 1999 gemiddeld minimaal 30 uur per week per auto taxivervoer te hebben verricht, waarbij is voldaan aan de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 62 en 63 van de Wet personenvervoer en artikel 159 van het Besluit personenvervoer, zoals deze golden tot 1 januari 2000 en
|
||||
b. voor 1 juli 2001 aan artikel 28, eerste lid, wordt voldaan, dan wel voor die datum, blijkens een door Onze Minister afgegeven verklaring wordt aangetoond dat een persoon als bedoeld in artikel 26, de laatste 5 jaar belast is geweest met het dagelijks beheer van een onderneming met als hoofdactiviteit taxivervoer krachtens een geldige vergunning.
|
||||
|
||||
### Artikel 126
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue