From f4f6cbb4176da70b9e2a8483ff91270e4969bf2b Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jan 2006 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2006-01-01 | BWBR0004054 | Meststoffenwet --- wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md | 2093 ++++++++++------------ 1 file changed, 958 insertions(+), 1135 deletions(-) diff --git a/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md b/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md index 7499dcbd6de..9abedff6e1a 100644 --- a/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md +++ b/wet/meststoffenwet/BWBR0004054/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Meststoffenwet bwb_id: BWBR0004054 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2003-12-10' +datum_inwerkingtreding: '2006-01-01' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004054 citeertitel: Meststoffenwet --- @@ -18,82 +18,56 @@ citeertitel: Meststoffenwet In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; -b. grond: dat deel van de bodem dat wordt gebruikt of is bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten; -c. groeimedium: materiaal in vaste of vloeibare vorm, niet zijnde grond, dat wordt gebruikt of is bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten; -d. meststoffen: producten die bestemd zijn om +a. grond: dat deel van de bodem dat wordt gebruikt of is bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten; +b. groeimedium: materiaal in vaste of vloeibare vorm, niet zijnde grond, dat wordt gebruikt of is bestemd om te worden gebruikt als voedingsbodem voor planten; +c. dierlijke meststoffen: uitwerpselen van voor gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren, daaronder begrepen de geheel of gedeeltelijk verteerde maag- of darminhoud van deze dieren en mengsels van strooisel met de uitwerpselen, alsook producten daarvan; +d. meststoffen: dierlijke meststoffen, ongeacht hun bestemming, en producten die zijn bestemd om: 1°. te worden toegevoegd aan grond of aan een groeimedium en die geheel of gedeeltelijk bestaan uit stoffen, organismen daaronder begrepen, of mengsels van stoffen, die als zodanig kunnen dienen om grond of een groeimedium geschikt of beter geschikt te maken als voedingsbodem voor planten; 2°. te worden gebruikt als groeimedium; 3°. te worden gebruikt als voedsel voor planten of delen van planten, voor zover deze producten niet reeds zijn begrepen onder 1° of 2°; -e. dierlijke meststoffen: meststoffen of producten die geheel of grotendeels bestaan uit uitwerpselen van de in bijlage A bij deze wet opgenomen diersoorten, onderverdeeld in categorieën per soort, daaronder begrepen de door mestscheiding of andere vormen van be- of verwerking van de meststoffen verkregen waterige fractie; -f. overige organische meststoffen: organische meststoffen, niet zijnde dierlijke meststoffen, die zijn opgenomen in bijlage B bij deze wet; -g. andere meststoffen: meststoffen, niet zijnde dierlijke of overige organische meststoffen, die zijn opgenomen in bijlage B bij deze wet; -h. verhandelen van meststoffen: afleveren van meststoffen aan handelaren in of gebruikers dan wel verwerkers van meststoffen alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben, aanbieden of vervoeren van meststoffen; -i. diervoeders: producten van plantaardige of dierlijke oorsprong, in natuurlijke staat, vers of verduurzaamd, en de afgeleide producten van hun industriële verwerking, alsmede organische of anorganische stoffen, al dan niet in de vorm van een mengsel, met of zonder toevoegingsmiddelen en diergeneesmiddelen, en bestemd voor dierlijke voeding langs orale weg; -j. bedrijf: geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden, en in ieder geval dat geheel van productie-eenheden dat als één bedrijf is opgegeven op grond van de krachtens artikel 7 gestelde regels inzake de registratie van de productie van dierlijke meststoffen, dan wel het na deze opgave ontstane geheel van productie-eenheden als gevolg van splitsing of samenvoeging overeenkomstig de bij of krachtens hoofdstuk V, de Wet verplaatsing mestproductie of de Wet herstructurering varkenshouderij gestelde regels; -k. produceren van dierlijke meststoffen: produceren van dierlijke meststoffen door het houden van dieren, door uitscharing van dieren of door tijdelijke onderbrenging ter weiding van dieren elders; -l. aanvoeren van meststoffen: feitelijk afnemen van meststoffen van een derde of van een ander bedrijf, daaronder begrepen de dierlijke meststoffen geproduceerd door ter inscharing aangenomen dieren of door tijdelijk ter weiding aangenomen dieren; -m. afvoeren van meststoffen: feitelijk afleveren van meststoffen aan een derde of aan een ander bedrijf, daaronder begrepen de dierlijke meststoffen geproduceerd door uitgeschaarde dieren of door tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren; -n. mestoverschot: de in een bepaald kalenderjaar geproduceerde, aangevoerde of uit opslag komende hoeveelheid dierlijke meststoffen die in dat jaar niet op het eigen bedrijf wordt gebruikt; -o. perceel: aaneengesloten, door wegen, waterwegen, sloten, houtopstanden, muren, wallen of anderszins topografisch begrensde oppervlakte grond; -p. landbouwgrond: grond waarop enige vorm van akkerbouw, veehouderij – daaronder begrepen intensieve veehouderij – tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, planten, bloemen en bloembollen – en bosbouw die aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet, wordt uitgeoefend; -q. tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: in Nederland gelegen oppervlakte landbouwgrond, daaronder niet begrepen de oppervlakte waarop zich de bedrijfsgebouwen en daarbij behorende voorzieningen bevinden, die tot het bedrijf behoort op grond van eigendom, een zakelijk gebruiksrecht of een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Pachtwet, en die in het kader van een normale bedrijfsvoering bij dat bedrijf in gebruik is; -r. grasland: landbouwgrond waarop gras wordt geteeld; -s. bouwland: landbouwgrond, niet zijnde grasland en niet zijnde braakland; -t. braakland: landbouwgrond waarop in het betreffende kalenderjaar gedurende ten minste zes maanden aaneengesloten geen gewas wordt geteeld, dan wel waarop gedurende zodanige periode een gewas wordt geteeld ten behoeve van groenbemesting; -u. grond met een houtopstand: grond met een houtopstand waarvan velling – anders dan bij wijze van dunning – een verplichting tot herbeplanten op grond van artikel 3 van de Boswet, dan wel enig ander algemeen verbindend voorschrift doet ontstaan, alsmede grond waarop zich een dergelijke houtopstand bevond, tenzij aan de verplichting tot herbeplanten is voldaan door beplanting van andere grond of een ontheffing als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Boswet is verleend; -v. natuurterrein: grond met een houtopstand, alsmede heideveld, ven, hoogveenterrein, zandverstuiving, duinterrein, kwelder, schor, gors, slik, riet- en ruigtland, griend en laagveenmoeras, waarop een beheer wordt gevoerd dat aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet; -w. tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein: in Nederland gelegen oppervlakte natuurterrein, daaronder niet begrepen de oppervlakte waarop zich de bedrijfsgebouwen bevinden, die tot het bedrijf in eigendom behoort, dan wel daartoe behoort ingevolge een zakelijk gebruiksrecht of een door de grondkamer geregistreerde, onderscheidenlijk goedgekeurde pachtovereenkomst als bedoeld in de artikelen 70f, eerste lid, onderscheidenlijk 12 of 70f, vijfde lid, van de Pachtwet; -x. hectare: hectare in gemeten maat; -y. fosfaat: fosfor, in welke vorm of verbinding dan ook, vermenigvuldigd met de factor 2,29; -z. stikstof: stikstof, in welke vorm of verbinding dan ook; -aa. zand- of lössgrond: perceel dat op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde kaarten wordt aangeduid als zand- of lössgrond, welke aanduiding geschiedt als het perceel blijkens na 1950 genomen representatieve monsters van de grondlaag tot een diepte van ten hoogste 120 centimeter onder het maaiveld voor ten minste de helft bestaat uit zand of löss, alsmede perceel kleiner dan 12,5 hectare dat is omsloten door percelen die voldoen aan de voornoemde criteria; -ab. klei- of veengrond: grond, niet zijnde zand- of lössgrond; -ac. uitspoelingsgevoelige grond: zand- of lössgrond die op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde kaarten wordt aangeduid als uitspoelingsgevoelige grond, welke aanduiding geschiedt als bij ten minste twee derde deel van het perceel sprake is van een gemiddeld hoogste grondwaterstand van ten minste 80 centimeter onder het maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van meer dan 120 centimeter onder het maaiveld; -ad. mestproductierecht: hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in onderscheidenlijk kilogrammen fosfaat varkens- en kippenmest, in kilogrammen fosfaat rundvee- en kalkoenenmest en in kilogrammen fosfaat mest afkomstig van één of meer andere in bijlage A bij deze wet opgenomen diersoorten, die ingevolge artikel 55, eerste, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, op een bedrijf ten hoogste mag worden geproduceerd, zoals deze hoeveelheid is gewijzigd door toepassing van het bij of krachtens deze wet, de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet (Stb. 360) en de Wet verplaatsing mestproductie bepaalde; -ae. niet-gebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht dat de hoeveelheid overeenkomend met 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond overschrijdt, zoals dat voor de desbetreffende diersoort geldt op grond van het bij of krachtens deze wet, de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet en de Wet verplaatsing mestproductie bepaalde; -af. varkensrecht: varkensrecht als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Wet herstructurering varkenshouderij; -ag. niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen 1996: niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen zoals dat, overeenkomstig de registratie van het Bureau Heffingen, met betrekking tot 1996 gold op grond van het bij of krachtens de Meststoffenwet en de Wet verplaatsing mestproductie bepaalde, vermenigvuldigd met 10/7; -ah. Bureau Heffingen: Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te Assen; -ai. grondgebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht dat overeenkomt met 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; -aj. pluimveerecht: in kilogrammen fosfaat uitgedrukte hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen die op grond van het bij of krachtens hoofdstuk V, titel 2, uitgezonderd artikel 58d, bepaalde in een kalenderjaar ten hoogste op een bedrijf mag worden geproduceerd; -ak. concentratiegebied: concentratiegebied Zuid of concentratiegebied Oost als aangegeven in bijlage B behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij; -al. overdracht: eigendomsovergang, het vestigen of overdragen van een zakelijk gebruiksrecht dan wel het tenietgaan van dat recht, of het tot stand komen of eindigen van een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst; -am. milieuvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer; -an. vervallen; -ao. vervallen; -ap. vervallen; -aq. vervallen; -ar. vervallen. +e. verhandelen van meststoffen: afleveren van meststoffen aan handelaren in of gebruikers van meststoffen alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben, aanbieden of vervoeren van meststoffen; +f. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; +g. landbouw: akkerbouw, veehouderij – daaronder begrepen elke bedrijfsmatige vorm van houden van dieren voor gebruiks- of winstdoeleinden – , tuinbouw – daaronder begrepen fruitteelt en het kweken van bomen, planten, bloemen en bloembollen – en bosbouw die aan bij ministeriële regeling gestelde regels voldoet; +h. landbouwgrond: grond waarop daadwerkelijk enige vorm van landbouw wordt uitgeoefend; +i. bedrijf: geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van enige vorm van landbouw, zulks beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden; +j. stikstof: stikstof, in welke vorm of verbinding dan ook; +k. fosfaat: fosfor, in welke vorm of verbinding dan ook, vermenigvuldigd met de factor 2,29; +l. hectare: hectare in gemeten maat; +m. tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: in Nederland gelegen oppervlakte landbouwgrond, die in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is; +n. veengrond: perceel waarvan blijkens representatieve grondmonsters ten minste de helft van de oppervlakte voor meer dan de helft van de dikte van de grondlaag tot een diepte van 80 centimeter onder het maaiveld bestaat uit veen; +o. zand- of lössgrond: perceel waarvan blijkens representatieve grondmonsters ten minste de helft van de oppervlakte voor meer dan de helft van de dikte van de grondlaag tot een diepte van 80 centimeter onder het maaiveld bestaat uit zand of löss; +p. kleigrond: grond niet zijnde veengrond of zand- of lössgrond; +q. grasland: landbouwgrond waarop gras wordt geteeld dat is bestemd om te worden gebruikt als veevoer; +r. bouwland: landbouwgrond, niet zijnde grasland; +s. mestoverschot: de in een bepaald kalenderjaar geproduceerde, aangevoerde of uit opslag komende hoeveelheid dierlijke meststoffen, die van een bedrijf moet worden afgevoerd om te voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 8, en om te voldoen aan artikel 14; +t. varkensrecht: gemiddeld aantal varkens, uitgedrukt in varkenseenheden, dat op grond van hoofdstuk V in een kalenderjaar ten hoogste mag worden gehouden; +u. pluimveerecht: gemiddeld aantal kippen en kalkoenen, uitgedrukt in pluimvee-eenheden, dat op grond van hoofdstuk V in een kalenderjaar ten hoogste mag worden gehouden; +v. productierecht: varkensrecht of pluimveerecht; +w. concentratiegebied: concentratiegebied Zuid of concentratiegebied Oost als aangegeven in bijlage I. -**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder bedrijf mede verstaan: een op het Nederlands grondgebied gelegen deel van een in het buitenland gevestigd bedrijf, waarop dierlijke meststoffen worden geproduceerd of waarop dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen of andere meststoffen worden aangevoerd. +**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder bedrijf mede verstaan: een op het Nederlands grondgebied gelegen deel van een in het buitenland gevestigd bedrijf. -**3.** In de hoofdstukken III, IV en V, titel 3, en de daarop berustende bepalingen, alsmede in de op de artikelen 59, eerste lid, en 61 berustende bepalingen voor zover deze betrekking hebben op onderwerpen geregeld in of krachtens de hoofdstukken III, IV en V, titel 3, wordt onder tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond mede verstaan: in Nederland gelegen oppervlakte landbouwgrond, daaronder niet begrepen de oppervlakte waarop zich de bedrijfsgebouwen en daarbij behorende voorzieningen bevinden, die tot het bedrijf behoort op grond van een door de grondkamer geregistreerde, onderscheidenlijk goedgekeurde pachtovereenkomst, als bedoeld in de artikelen 70f, eerste lid, onderscheidenlijk 12, derde lid, of 70f, vijfde lid, van de Pachtwet, en die in het kader van een normale bedrijfsvoering bij dat bedrijf in gebruik is. +**3.** In het eerste lid, onderdelen n en o, wordt onder perceel verstaan: aaneengesloten, door wegen, waterwegen, sloten, houtopstanden, muren, wallen of anderszins topografisch begrensde oppervlakte grond. -**4.** In hoofdstuk IV en de daarop berustende bepalingen wordt in zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel d, onder meststoffen verstaan: dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen en andere meststoffen. - -### Artikel 1a - -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan landbouwgrond moet voldoen om te worden aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. - -**2.** - -Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder voor de toepassing van de hoofdstukken III, IV en V, titel 3, en de daarop berustende bepalingen: - -a. in afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel q, en derde lid, ook in de grensgebieden gelegen landbouwgrond buiten Nederland of landbouwgrond die anders dan op grond van één van de in dat artikel genoemde titels in gebruik is, tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt gerekend; -b. ook natuurterrein dat anders dan op grond van één van de in artikel 1, eerste lid, onderdeel w, genoemde titels in gebruik is, tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein wordt gerekend. +**4.** Voor de toepassing van deze wet wordt veengrond, zand- of lössgrond, en kleigrond aangeduid op bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde kaarten. ### Artikel 2 -Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden, moet worden aangenomen dat zij achterwege zouden zijn gebleven, indien daarmee niet de toepassing van deze wet voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt. +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan landbouwgrond moet voldoen om te worden aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. -## Hoofdstuk II. Regelen inzake het verhandelen van meststoffen - -### Titel 1. Algemeen +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel m, ook in de grensgebieden gelegen landbouwgrond buiten Nederland tot de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt gerekend. ### Artikel 3 +**1.** Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen hebben ten doel gehad of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden, moet worden aangenomen dat zij achterwege zouden zijn gebleven, indien daarmee niet de toepassing van deze wet voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk zou worden gemaakt. + +**2.** Hoofdstuk III van deze wet is niet van toepassing op natuurterreinen die de hoofdfunctie natuur hebben. + +## Hoofdstuk II. Regels inzake het verhandelen van meststoffen + +### Artikel 4 + Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan, in het belang van de bevordering van de deugdelijkheid voor het doel waarvoor meststoffen zijn bestemd, alsmede in het belang van de bescherming van de bodem, het verhandelen van meststoffen worden verboden indien deze meststoffen niet voldoen aan de bij of krachtens die maatregel gestelde eisen met betrekking tot: a. de hoedanigheid, de aard, de gehalten aan bepaalde stoffen en verdere samenstelling, het gewicht en de verpakking van meststoffen; @@ -102,15 +76,13 @@ c. de wijze waarop de vermeldingen van meststoffen worden aangebracht. Deze eisen kunnen verschillend worden vastgesteld afhankelijk van het gebruiksdoel van de desbetreffende meststof. -### Artikel 4 - -Het is verboden een produkt, dat blijkens zijn aanduiding of anderszins kennelijk bestemd is om als meststof te worden gebruikt, te verhandelen, indien dat produkt niet voldoet aan de krachtens artikel 3 met betrekking tot meststoffen gestelde eisen. - -### Titel 2. Vergunningen - ### Artikel 5 -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 3 kan het verhandelen als meststof van produkten die geheel of gedeeltelijk uit zuiveringsslib, havenslib, compost of andere soortgelijke voor bemesting bruikbare produkten bestaan, zonder vergunning verleend door Onze Minister of door een bij de maatregel aangewezen overheidsorgaan, worden verboden. Daarbij kunnen tevens regelen worden gesteld met betrekking tot het verlenen, weigeren of intrekken van een vergunning. +Het is verboden een product, dat blijkens zijn aanduiding of anderszins kennelijk bestemd is om als meststof te worden gebruikt, te verhandelen, indien dat product niet voldoet aan de krachtens artikel 4 met betrekking tot meststoffen gestelde eisen. + +### Artikel 6 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 4 kan het verhandelen als meststof van producten die geheel of gedeeltelijk uit zuiveringsslib, havenslib, compost of andere soortgelijke voor bemesting bruikbare producten bestaan, zonder vergunning verleend door Onze Minister of door een bij de maatregel aangewezen overheidsorgaan, worden verboden. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen, weigeren of intrekken van een vergunning. **2.** @@ -124,1104 +96,350 @@ e. voorschriften inzake het voeren van een administratie, welke worden gesteld o **3.** De aan een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, verbonden voorschriften en de beperkingen waaronder zij is verleend, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. -## Hoofdstuk III. Regelen in het belang van een doelmatige afvoer van mestoverschotten +## Hoofdstuk III. Gebruiksnormen -### Artikel 6 +### Artikel 7 -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van een doelmatige afvoer van mestoverschotten regelen worden gesteld met betrekking tot het in voorraad hebben, verwerken, vernietigen, vervoeren en verhandelen van dierlijke meststoffen. +Het is verboden in enig kalenderjaar op een bedrijf meststoffen op of in de bodem te brengen. + +### Artikel 8 + +Het in artikel 7 gestelde verbod geldt niet indien de op of in de landbouwgrond gebrachte hoeveelheid meststoffen in het desbetreffende jaar geen van de volgende normen overschrijdt: + +a. de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen; +b. de stikstofgebruiksnorm voor meststoffen; +c. de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen. + +### Artikel 9 + +**1.** De gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, is 170 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. + +**2.** Bij ministeriële regeling kan een hogere gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen worden vastgesteld, die van toepassing is in de gevallen en onder de voorwaarden en beperkingen, bepaald bij de regeling. + +### Artikel 10 + +**1.** De stikstofgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel b, is een bij ministeriële regeling vastgestelde hoeveelheid stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. + +**2.** De hoeveelheid stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond kan verschillend worden vastgesteld al naar gelang het gewas, de toegepaste landbouwpraktijk, de ecologische kenmerken van een waterlichaam en de kenmerken van de bodem, en al naar gelang sprake is van kleigrond, veengrond, of zand- of lössgrond. + +**3.** De hoeveelheid stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt gebaseerd op een balans tussen enerzijds de te verwachten stikstofbehoeften van de gewassen en anderzijds de stikstoftoevoer naar de gewassen uit de bodem en uit meststoffen. De stikstoftoevoer naar de gewassen uit de bodem komt overeen met de hoeveelheid stikstof die in de bodem aanwezig is op het moment dat het gewas begint de stikstof in betekenisvolle mate te gebruiken en de toevoer van stikstof door nettomineralisatie van de voorraden organische stikstof in de bodem. + +**4.** De overeenkomstig het derde lid bepaalde hoeveelheid stikstof wordt verlaagd voor zover dit naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk is om waterverontreiniging door stikstof uit meststoffen te verminderen en verdere verontreiniging te voorkomen. Dit is in het bijzonder het geval als bij het achterwege blijven van deze verlaging de hoeveelheid van 11,3 milligram stikstof per liter in zoet oppervlaktewater of van 50 milligram nitraat per liter in grondwater dreigt te worden overschreden of een betekenisvolle bijdrage aan de eutrofiëring van natuurlijke zoetwatermeren, andere zoetwatermassa’s, estuaria, kustwateren of zeewater mag worden verwacht. + +### Artikel 11 + +**1.** + +De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, is per hectare grasland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: + +a. 110 kilogram fosfaat in 2006; +b. 105 kilogram fosfaat in 2007; +c. 100 kilogram fosfaat in 2008. **2.** -De in het eerste lid bedoelde regelen kunnen onder meer inhouden een verbod de in het eerste lid bedoelde meststoffen: +De fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, is per hectare bouwland van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: + +a. 95 kilogram fosfaat in 2006, waarvan ten hoogste 85 kilogram fosfaat in de vorm van dierlijke meststoffen; +b. 90 kilogram fosfaat in 2007, waarvan ten hoogste 85 kilogram in de vorm van dierlijke meststoffen; +c. 85 kilogram fosfaat in 2008. + +**3.** De fosfaatgebruiksnormen voor meststoffen voor de jaren 2009 en volgende worden vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur. De normen kunnen telkens ten opzichte van de voor het voorgaande jaar geldende norm met ten hoogste 5 kilogram fosfaat per hectare per jaar worden verlaagd, met het oog op het in 2015 bereiken van een situatie waarbij de toevoer van fosfaat uit meststoffen gemiddeld in evenwicht is met de fosfaatbehoefte van de gewassen. Zolang de algemene maatregel van bestuur niet in werking is getreden, blijft voor de jaren 2009 en volgende de in het eerste en tweede lid genoemde fosfaatgebruiksnorm voor 2008 van toepassing. + +**4.** Bij algemene maatregel van bestuur kan voor grond, waarin ook zonder bemesting een voldoende hoeveelheid fosfaat beschikbaar is voor opname door het gewas, een lagere fosfaatgebruiknorm worden vastgesteld dan de bij of krachtens de voorgaande leden vastgestelde fosfaatgebruiksnorm. De norm kan verschillend worden vastgesteld al naar gelang het gewas, de toegepaste landbouwpraktijk, de kenmerken van de bodem en de grondsoort, de grondwaterstand en de mate waarin de ecologische toestand van een gebied afhankelijk is van de hoeveelheid fosfaat in het oppervlaktewater. + +**5.** Bij ministeriële regeling kan, onder bij de regeling bepaalde voorwaarden en beperkingen, de toepassing van een hogere fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen dan de bij of krachtens het eerste, tweede of derde lid vastgestelde fosfaatgebruiksnorm worden toegestaan, voor landbouwgrond waarin een onvoldoende hoeveelheid fosfaat aanwezig is of, als gevolg van de bodemgesteldheid, beschikbaar is voor opname door het gewas. + +**6.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een bedrijf in enig jaar, in afwijking van het tweede en derde lid, een hogere fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen op bouwland kan toepassen, ingeval de hoeveelheid fosfaat waarmee de ingevolge het tweede of derde lid geldende fosfaatgebruiksnorm is overschreden in het navolgende jaar volledig wordt gecompenseerd. Compensatie geschiedt door vermindering van de hoeveelheid fosfaat die ingevolge de in het navolgende jaar geldende fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen op of in de bodem kan worden gebracht met de hoeveelheid waarmee in het voorgaande jaar de fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen is overschreden. De afwijkende gebruiksnorm, bedoeld in de eerste volzin, bedraagt ten hoogste de bij de ministeriële regeling bepaalde hoeveelheid fosfaat, die niet meer dan 20 kilogram fosfaat per hectare per jaar hoger is dan de fosfaatgebruiksnorm die geldt ingevolge het tweede of derde lid. + +### Artikel 12 + +**1.** Voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onderdeel a, wordt de op of in de bodem gebrachte hoeveelheid meststoffen bepaald door bij elkaar op te tellen de in het desbetreffende jaar op het bedrijf geproduceerde, aangevoerde en per saldo uit opslag gekomen hoeveelheden dierlijke meststoffen, en de uitkomst te verminderen met de in dat jaar van het bedrijf afgevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen. De hoeveelheden worden uitgedrukt in kilogrammen stikstof. + +**2.** Voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onderdeel b, wordt de op of in de bodem gebrachte hoeveelheid meststoffen bepaald overeenkomstig het eerste lid, met dien verstande dat niet alleen dierlijke meststoffen maar ook andere meststoffen in aanmerking worden genomen. + +**3.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat bij de bepaling van de in het tweede lid bedoelde hoeveelheid meststoffen de hoeveelheid stikstof in dierlijke meststoffen of in andere, bij de regeling omschreven organische meststoffen slechts voor een bij de regeling bepaald percentage in aanmerking wordt genomen. Het percentage kan al naar gelang de aard van de meststoffen en de periode waarin zij op of in de bodem worden gebracht verschillend worden vastgesteld. + +**4.** Voor de toepassing van artikel 8, onderdeel c, wordt de op of in de bodem gebrachte hoeveelheid meststoffen bepaald overeenkomstig het tweede lid in samenhang met het eerste lid, met dien verstande dat de hoeveelheden meststoffen steeds worden uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. + +**5.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat bij de bepaling van de in het vierde lid bedoelde hoeveelheid meststoffen de hoeveelheid fosfaat in bij de regeling omschreven organische meststoffen slechts voor een bij de regeling bepaald deel in aanmerking wordt genomen. Dit deel kan al naar gelang de aard van de meststoffen verschillend worden vastgesteld. + +### Artikel 13 + +**1.** Tot de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 9, tweede lid, en 11, vijfde lid, kan behoren een vergunning verleend door Onze Minister of de registratie van een kennisgeving door Onze Minister. + +**2.** Bij de regeling, bedoeld in artikel 9, kan de toepasselijkheid van een hogere hoeveelheid stikstof in verband met een meer dan gemiddelde stikstofopname door gewassen binnen een bepaalde soort worden verbonden aan de voorwaarde van een vergunning verleend door Onze Minister of de registratie van een kennisgeving door Onze Minister. + +**3.** Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden en zij kan onder beperkingen worden verleend. De voorschriften en beperkingen kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen, weigeren of intrekken van een vergunning. + +## Hoofdstuk IV. Regels in het belang van een doelmatige afvoer van mestoverschotten + +### Artikel 14 + +**1.** Degene die dierlijke meststoffen produceert of verhandelt kan steeds verantwoorden dat de op het eigen bedrijf geproduceerde of aangevoerde dierlijke meststoffen of de op de eigen onderneming aangevoerde dierlijke meststoffen zijn afgevoerd. + +**2.** De verantwoording heeft betrekking op de hoeveelheid fosfaat in de meststoffen en betreft mede de afnemers waarnaar de meststoffen zijn afgevoerd. + +**3.** De verantwoording door degene die dierlijke meststoffen produceert heeft mede betrekking op de hoeveelheid stikstof in de meststoffen. + +**4.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt op de geproduceerde of aangevoerde hoeveelheid dierlijke meststoffen in mindering gebracht de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvan aannemelijk wordt gemaakt dat deze op het eigen bedrijf of in het kader van de eigen onderneming is gebruikt of opgeslagen. + +### Artikel 15 + +**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, in het belang van een doelmatige afvoer van mestoverschotten of de bescherming en verbetering van het milieu, regels worden gesteld met betrekking tot het in voorraad hebben, verwerken, vernietigen, vervoeren en verhandelen van dierlijke meststoffen. + +**2.** + +De in het eerste lid bedoelde regels kunnen onder meer inhouden een verbod de in het eerste lid bedoelde meststoffen: a. te verhandelen zonder kennisgeving daarvan op een daarbij aangegeven wijze aan een daarbij aangewezen orgaan; b. in voorraad te houden, te verwerken of te vernietigen op een andere wijze dan daarbij is voorgeschreven; -c. te verhandelen zonder vergunning verleend door Onze Minister of een bij de maatregel aangewezen orgaan, waarbij tevens regelen kunnen worden gesteld met betrekking tot de verlening, weigering of intrekking van een vergunning. +c. te verhandelen zonder vergunning verleend door of vanwege Onze Minister, door of vanwege een bevoegde autoriteit als bedoeld in een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, of door of vanwege een bij de maatregel aangewezen orgaan, waarbij tevens regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de verlening, weigering of intrekking van een vergunning; +d. te verhandelen zonder dat een financiële zekerheid is gesteld bij Onze Minister of bij de bevoegde autoriteit of het orgaan, bedoeld in onderdeel c, waarbij tevens regels kunnen worden gesteld over de omvang van de zekerheid en de wijze waarop de zekerheid wordt gesteld. **3.** -Aan een vergunning, als bedoeld in het tweede lid, onder d, kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend. Tot de voorschriften kunnen onder meer behoren: +Aan een vergunning, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend. Tot de voorschriften kunnen onder meer behoren: a. een verbod de desbetreffende meststoffen af te leveren aan bij het voorschrift aangewezen gebruikers of groepen van gebruikers, in grotere dan bij het voorschrift vastgestelde hoeveelheden; b. de verplichting de naleving van de onder a bedoelde voorschriften te staven met bij het voorschrift vastgestelde bewijsstukken; c. voorschriften inzake het voeren van een administratie welke worden gesteld om de naleving van de onder a bedoelde voorschriften te kunnen controleren. -**4.** De aan een vergunning, als bedoeld in het tweede lid, onder d, verbonden voorschriften en de beperkingen waaronder zij is verleend, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. +**4.** De aan een vergunning, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, verbonden voorschriften en de beperkingen waaronder zij is verleend, kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. -### Artikel 6a +### Artikel 16 **1.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de minimumomvang van de opslagruimte voor dierlijke meststoffen op een bedrijf. **2.** Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet milieubeheer kunnen bij de maatregel voorwaarden worden gesteld waaraan een opslagruimte moet voldoen om bij de bepaling van de omvang van de op het bedrijf beschikbare opslagruimte voor dierlijke meststoffen in aanmerking te worden genomen, waartoe kunnen behoren regels omtrent de maximale afstand van de opslagruimte tot de huisvesting waarin dieren worden gehouden. -### Artikel 7 - -**1.** - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent: - -a. het opmaken, bewaren, overleggen en afdragen van gegevens door houders van dieren, daaronder begrepen personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden van personen of rechtspersonen die de dieren tijdelijk in het kader van een onderneming, niet zijnde een bedrijf onder zich hebben, door andere producenten van meststoffen en door handelaren in en transporteurs en gebruikers van meststoffen met betrekking tot: - -1°. het bedrijf of de onderneming, zoals de tenaamstelling of handelsnaam, de rechtsvorm, in voorkomend geval de aard en samenstelling van het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat het bedrijf of de onderneming voert, de inschrijving in het handelsregister en de bij het bedrijf of de onderneming werkzame personen en hun bevoegdheden, -2°. de geproduceerde, in voorraad gehouden, ontvangen, verhandelde en gebruikte hoeveelheden meststoffen, -3°. de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond en natuurterrein, zulks met inbegrip van de topografische ligging van de individuele percelen landbouwgrond en natuurterrein alsmede van de ligging en oppervlakte van de onderscheiden teelten op de percelen landbouwgrond, en -4°. de aantallen gehouden dieren van de onderscheiden diersoorten, onderverdeeld in categorieën per soort, die zijn opgenomen in bijlage A bij deze wet; -b. de berekening van de hoeveelheden meststoffen, oppervlakte landbouwgrond en natuurterrein en aantallen dieren. - -**2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder op verzoek van betrokkenen de gegevens, bedoeld in het eerste lid, geheel of gedeeltelijk kunnen worden doorgehaald, al dan niet onder gelijktijdige vervanging van deze gegevens door andere gegevens. - -### Artikel 7a - -**1.** - -Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat door iedere persoon of rechtspersoon die en ieder samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat op een bedrijf meststoffen aanvoert of dierlijke meststoffen produceert, gegevens worden verstrekt met betrekking tot de identificatie van: - -a. de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond en de onderscheiden teelten die daarop plaatsvinden; -b. de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein en de daarbinnen naar de aard van het terrein of het gebruik daarvan te onderscheiden aaneengesloten oppervlakten; -c. de overige percelen die de desbetreffende persoon of rechtspersoon of het desbetreffende samenwerkingsverband in gebruik heeft en de daarbinnen naar de aard van het terrein of het gebruik daarvan te onderscheiden aaneengesloten oppervlakten. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde gegevens kunnen mede betrekking hebben op grond die nog bij het bedrijf in gebruik moet worden genomen en op nog aan te vangen teelten en vormen van gebruik. - -**3.** - -De in het eerste lid bedoelde gegevens kunnen in ieder geval betreffen: - -a. de oppervlakte van de percelen grasland, braakland en bouwland, onderscheiden naar de aard van de teelt, de oppervlakte van de percelen natuurterrein en de oppervlakte van de percelen overige grond; -b. de topografische ligging en kadastrale aanduiding van de percelen; -c. de topografische ligging van de aaneengesloten oppervlakten van de onderscheiden teelten op de percelen landbouwgrond; -d. de topografische ligging van de naar de aard van het terrein of het gebruik daarvan te onderscheiden aaneengesloten oppervlakten binnen de percelen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein en binnen de percelen overige grond; -e. een vermelding van de titels, bedoeld in de artikelen 1, eerste lid, onderdelen q en w, en derde lid, alsmede 1a, tweede lid, op grond waarvan de percelen of gedeelten daarvan bij het bedrijf in gebruik zijn. - -**4.** De verstrekking van de gegevens geschiedt binnen een bij ministeriële regeling bepaalde termijn bij het in die regeling genoemde orgaan, met gebruikmaking van het daartoe door dat orgaan ter beschikking gestelde formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en, althans wat de op dat moment bekende gegevens betreft, naar waarheid is ingevuld en door de persoon of rechtspersoon of deelgenoten van het samenwerkingsverband is ondertekend. - -### Artikel 8 - -De toepassing van de in de artikelen 6 en 7 bedoelde regelen kan worden beperkt tot bepaalde, bij of krachtens de in artikel 6, onderscheidenlijk artikel 7, bedoelde maatregel aangewezen gebieden, waarbij deze regelen per gebied en per categorie van bedrijven alsmede dierlijke meststoffensoort verschillend kunnen worden vastgesteld. - -### Artikel 9 - -Vervallen - -### Artikel 10 - -Vervallen - -### Artikel 11 - -Vervallen - -### Artikel 12 - -Vervallen - -### Artikel 13 - -Vervallen - -### Artikel 13a - -Vervallen - -### Artikel 13b - -Vervallen - -### Artikel 13c - -Vervallen - -### Artikel 13d - -Vervallen - -### Artikel 13e - -Vervallen - -### Artikel 13f - -Vervallen - -### Artikel 13g - -Vervallen - -### Artikel 13h - -Vervallen - -### Artikel 13i - -Vervallen - -### Artikel 13j - -Vervallen - -### Artikel 13k - -Vervallen - -### Artikel 13l - -Vervallen - -### Artikel 13m - -Vervallen - -### Artikel 13n - -Vervallen - -### Artikel 13o - -Vervallen - -### Artikel 13p - -Vervallen - -### Artikel 13q - -Vervallen - -### Artikel 13r - -Vervallen - -### Artikel 13s - -Vervallen - -### Artikel 13t - -Vervallen - -### Artikel 13u - -Vervallen - -### Artikel 13v - -Vervallen - -### Artikel 13w - -Vervallen - -### Artikel 13x - -Vervallen - -### Artikel 13y - -Vervallen - -### Artikel 13z - -Vervallen - -### Artikel 13aa - -Vervallen - -### Artikel 13ab - -Vervallen - -### Artikel 13ac - -Vervallen - -### Artikel 13aca - -Vervallen - -### Artikel 13ad - -Vervallen - -### Artikel 13ae - -Vervallen - -### Artikel 13af - -Vervallen - -### Artikel 13ag - -Vervallen - -### Artikel 13ah - -Vervallen - -### Artikel 13ai - -Vervallen - -### Artikel 13aj - -Vervallen - -### Artikel 13ak - -Vervallen - -### Artikel 13al - -Vervallen - -### Artikel 13am - -Vervallen - -## Hoofdstuk IV. Heffingen - -### Titel 1. Forfaitaire mineralenheffingen - -### Artikel 14 - -**1.** Ter zake van het aanvoeren van meststoffen of het produceren van dierlijke meststoffen worden onder de naam «forfaitaire mineralenheffingen» regulerende heffingen geheven van iedere persoon of rechtspersoon die en ieder samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat een bedrijf voert. - -**2.** De heffingen worden geheven per bedrijf. - -### Artikel 14a - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel - -Vervallen - -### Artikel 15 - -**1.** Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid meststoffen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. - -**2.** Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid meststoffen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen stikstof. - -### Artikel 16 - -De belastbare hoeveelheid meststoffen wordt bepaald door achtereenvolgens: - -a. bij elkaar op te tellen: - -1°. de hoeveelheid aangevoerde meststoffen, -2°. de hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen en, -3°. indien het de belastbare hoeveelheid meststoffen uitgedrukt in kilogrammen stikstof betreft, de stikstofbinding door het gewas, en -b. de overeenkomstig onderdeel a berekende hoeveelheid te verminderen met: - -1°. de hoeveelheid afgevoerde dierlijke meststoffen, -2°. de opname van meststoffen door het gewas, en -3°. het toelaatbare verlies van meststoffen. - ### Artikel 17 -**1.** De hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het desbetreffende kalenderjaar gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per dier per jaar, die zijn opgenomen in bijlage F bij deze wet. +De toepassing van de in de artikel 15 bedoelde regels kan worden beperkt tot bepaalde, bij of krachtens de in artikel 15 bedoelde maatregel aangewezen gebieden, waarbij deze regelen per gebied en per categorie van bedrijven alsmede dierlijke meststoffensoort verschillend kunnen worden vastgesteld. -**2.** De hoeveelheid aangevoerde en de hoeveelheid afgevoerde dierlijke meststoffen worden vastgesteld op basis van het gewicht of het volume van de in het desbetreffende kalenderjaar aangevoerde en afgevoerde meststoffen en op basis van de forfaitaire omrekennormen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem, die zijn opgenomen in bijlage C bij deze wet. Daarbij worden de in bijlage C opgenomen bepalingen in acht genomen. - -**3.** De hoeveelheid aangevoerde overige organische meststoffen en andere meststoffen wordt vastgesteld op basis van het gewicht of volume en het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de in het desbetreffende kalenderjaar aangevoerde overige organische en andere meststoffen. - -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van het tweede lid, ook de hoeveelheid aangevoerde dierlijke meststoffen wordt vastgesteld op basis van het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de dierlijke meststoffen. - -### Artikel 17a - -De stikstofbinding door het gewas, bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onder 3°, is per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: - -– 30 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met stamslabonen; -– 50 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met erwten, pronkbonen of slabonen; -– 120 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met veldbonen of tuinbonen; -– 160 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met luzerne. - -### Artikel 18 - -De opname van meststoffen door het gewas, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 2°, is per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: - -– 65 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 300 kilogram stikstof voor grasland; -– 50 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 125 kilogram stikstof voor bouwland. - -### Artikel 19 - -**1.** - -Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2002 en in 2003 is: - -a. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tothet bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 25 kilogram fosfaat voor grasland en 30 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk: - -– 220 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 190 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 150 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland, -– 100 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en -– 110 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland; -b. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof. - -**2.** - -Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2004 is: - -a. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat voor grasland en 25 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk: - -– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 160 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 135 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland, -– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en -– 100 kilogram stikstof voor het overige bouw- en braakland; -b. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof. - -**3.** - -Het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, in 2005 is: - -a. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk: - -– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 140 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 125 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland, -– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en -– 100 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland; -b. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof. - -### Artikel 20 - -**1.** Het tarief van de heffing bedraagt € 9,– per kilogram fosfaat en € 2,30 per kilogram stikstof. - -**2.** In 2002 bedraagt het tarief van de heffing voor een hoeveelheid stikstof overeenkomend met ten hoogste 40 kilogram per hectare van de gemiddeld in 2002 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond € 1,15 per kilogram stikstof. - -### Artikel 21 - -De heffingen worden verschuldigd op het moment van aanvoeren van meststoffen of produceren van dierlijke meststoffen. Zij moeten na afloop van het kalenderjaar op aangifte worden voldaan. - -### Titel 2. Verfijnde mineralenheffingen - -### Artikel 22 - -Ten aanzien van een tijdig daartoe aangemeld bedrijf worden, indien aan alle overige ter zake bij of krachtens deze wet gestelde regels wordt voldaan, niet de forfaitaire mineralenheffingen, bedoeld in artikel 14, geheven, maar regulerende heffingen ter zake van het aanvoeren van mineralen door het feitelijk van een derde of van een ander bedrijf afnemen van in bijlage D als aanvoerpost benoemde producten of dieren. De heffingen worden geheven onder de naam «verfijnde mineralenheffingen». - -### Artikel 23 - -**1.** Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid mineralen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. - -**2.** Er wordt een heffing geheven naar de belastbare hoeveelheid mineralen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen stikstof. - -### Artikel 24 - -De belastbare hoeveelheid mineralen wordt bepaald door achtereenvolgens: - -a. bij elkaar op te tellen: - -1°. de hoeveelheid aangevoerde mineralen en -2°. indien het de belastbare hoeveelheid mineralen uitgedrukt in kilogrammen stikstof betreft, de stikstofbinding door het gewas, en -b. de overeenkomstig onderdeel a berekende hoeveelheid te verminderen met: - -1°. de hoeveelheid afgevoerde mineralen en -2°. het toelaatbare mineralenverlies. - -### Artikel 25 - -**1.** De hoeveelheid aangevoerde mineralen wordt vastgesteld als de som van de hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de in het desbetreffende kalenderjaar feitelijk van een derde of van een ander bedrijf afgenomen producten of dieren die in bijlage D van deze wet zijn benoemd als aanvoerpost. - -**2.** De hoeveelheid afgevoerde mineralen wordt vastgesteld als de som van de hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de in het desbetreffende kalenderjaar feitelijk aan een derde of aan een ander bedrijf afgeleverde producten of dieren die in bijlage D van deze wet zijn benoemd als afvoerpost. - -**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof worden vastgesteld overeenkomstig bijlage D bij deze wet. - -**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van bijlage D, de hoeveelheden fosfaat onderscheidenlijk stikstof in de aangevoerde en afgevoerde dierlijke meststoffen worden vastgesteld op basis van de forfaitaire omrekennormen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem, die zijn opgenomen in bijlage C bij deze wet en die worden toegepast overeenkomstig de in die bijlage opgenomen bepalingen. - -**5.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van bijlage D, de hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in de aangevoerde en afgevoerde producten wordt vastgesteld op basis van het fosfaatgehalte, onderscheidenlijk stikstofgehalte van de producten. - -### Artikel 25a - -De stikstofbinding door het gewas, bedoeld in artikel 24, onderdeel a, onder 2°, is per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond: - -– 30 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met stamslabonen; -– 50 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met erwten, pronkbonen of slabonen; -– 120 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met veldbonen of tuinbonen; -– 160 kilogram stikstof voor bouwland beteeld met luzerne. - -### Artikel 25b - -Vervallen - -### Artikel 26 - -**1.** - -Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2002 en in 2003 is: - -a. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tothet bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 25 kilogram fosfaat voor grasland en 30 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk: - -– 220 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 190 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 150 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland, -– 100 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en -– 110 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland; -b. per hectare van de gemiddeld in het desbetreffende kalenderjaar tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof. - -**2.** - -Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2004 is: - -a. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat voor grasland en 25 kilogram fosfaat voor bouwland en braakland, onderscheidenlijk: - -– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 160 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 135 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouwland en braakland, -– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouwland en braakland en -– 100 kilogram stikstof voor het overige bouwland en braakland; -b. per hectare van de gemiddeld in 2004 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof. - -**3.** - -Het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, in 2005 is: - -a. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond 20 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk: - -– 180 kilogram stikstof voor niet op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 140 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen grasland, -– 125 kilogram stikstof voor op klei- en veengrond gelegen bouw- en braakland, -– 80 kilogram stikstof voor op uitspoelingsgevoelige grond gelegen bouw- en braakland en -– 100 kilogram stikstof voor het overige bouw- en braakland; -b. per hectare van de gemiddeld in 2005 tot het bedrijf behorende oppervlakte natuurterrein 10 kilogram fosfaat, onderscheidenlijk 50 kilogram stikstof. - -### Artikel 27 - -**1.** Het tarief van de heffing bedraagt € 9,– per kilogram fosfaat en € 2,30 per kilogram stikstof. - -**2.** In 2002 bedraagt het tarief van de heffing voor een hoeveelheid stikstof overeenkomend met ten hoogste 40 kilogram per hectare van de gemiddeld in 2002 tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond € 1,15 per kilogram stikstof. - -### Artikel 28 - -De heffingen worden verschuldigd op het moment van aanvoeren van mineralen door het feitelijk van een derde of een ander bedrijf afnemen van producten of dieren, die in bijlage D bij deze wet zijn benoemd als aanvoerpost. Zij moeten na afloop van het kalenderjaar op aangifte worden voldaan. - -### Titel 3. Heffing van intermediaire ondernemingen - -### Artikel 29 - -**1.** Ter zake van het aanvoeren van meststoffen wordt onder de naam «heffing van intermediaire ondernemingen» een regulerende heffing geheven van iedere persoon of rechtspersoon die en ieder samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat een onderneming, niet zijnde een bedrijf, voert en in het kader van die onderneming dierlijke meststoffen aanvoert ten behoeve van handel, transport, opslag, be- of verwerking of anderszins. - -**2.** Voorzover het aanvoeren van dierlijke meststoffen plaatsvindt op een op het Nederlandse grondgebied gelegen deel van een in het buitenland gevestigde onderneming, wordt voor de toepassing van het eerste lid het op het Nederlandse grondgebied gelegen deel van de onderneming als een afzonderlijke onderneming beschouwd. - -### Artikel 30 - -De heffing wordt geheven naar de belastbare hoeveelheid meststoffen in een kalenderjaar uitgedrukt in kilogrammen fosfaat. - -### Artikel 31 - -De belastbare hoeveelheid meststoffen wordt bepaald door de hoeveelheid aangevoerde meststoffen, verminderd met de hoeveelheid afgevoerde meststoffen. - -### Artikel 32 - -**1.** De hoeveelheid aangevoerde meststoffen en de hoeveelheid afgevoerde meststoffen worden vastgesteld op basis van het gewicht of het volume en het fosfaatgehalte van de in het betreffende kalenderjaar aangevoerde meststoffen en afgevoerde meststoffen. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder, in afwijking van het eerste lid, de hoeveelheid aangevoerde of afgevoerde dierlijke meststoffen wordt vastgesteld op basis van de forfaitaire omrekennormen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem, die zijn opgenomen in bijlage C bij deze wet. Bij de vaststelling worden dan de in bijlage C opgenomen bepalingen in acht genomen. - -### Artikel 33 - -Het tarief van de heffing bedraagt € 9,– per kilogram fosfaat. - -### Artikel 34 - -De heffing wordt verschuldigd op het moment van het aanvoeren van meststoffen. Zij moet na afloop van het kalenderjaar op aangifte worden voldaan. - -### Artikel 35 - -Vervallen - -### Artikel 36 - -Vervallen - -### Artikel 37 - -Vervallen - -### Artikel 38 - -Vervallen - -### Artikel 38a - -Vervallen - -### Artikel 39 - -Vervallen - -### Artikel 40 - -Vervallen - -### Titel 4. Wijze van heffing, invordering en betaling - -### Artikel 41 - -**1.** De heffingen, bedoeld in dit hoofdstuk, worden door Onze Minister geheven. - -**2.** Onverminderd het overigens bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde worden de heffingen geheven met overeenkomstige toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, met dien verstande dat van die wet buiten toepassing blijven de artikelen 2, vierde lid, 37 tot en met 39, 47a, 53, tweede en derde lid, 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87. - -**3.** Voor de toepassing van de Algemene wet inzake rijksbelastingen treedt Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën. Voor de in de Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde functionarissen treden in de plaats de door Onze Minister aangewezen functionarissen. - -**4.** - -Voor de toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde wordt artikel 52, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen als volgt gelezen: - -Administratieplichtigen zijn: de personen, rechtspersonen en samenwerkingsverbanden, bedoeld in de artikelen 14, 22 en 29, alsmede de producenten, leveranciers en afnemers, bedoeld in artikel 53, onderdeel f. - -**5.** Voor de toepassing van artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn de bij regeling van Onze Minister van Financiën gestelde regels van toepassing. Door Onze Minister worden de afwijkingen daarop vastgesteld die voor de juiste toepassing van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde noodzakelijk zijn. - -**6.** De artikelen 68 tot en met 71 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn niet van toepassing voor zover het handelen in strijd met de regels tevens een overtreding oplevert van regels gesteld bij of krachtens de in artikel 71, tweede lid, genoemde artikelen. - -### Artikel 42 - -**1.** De heffingen, bedoeld in dit hoofdstuk, worden ingevorderd door de door Onze Minister aangewezen functionaris en door de ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990. - -**2.** Onverminderd het overigens bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de Invorderingswet 1990 en de Kostenwet invordering rijksbelastingen, met dien verstande dat van de Invorderingswet 1990 buiten toepassing blijven artikel 17, tweede lid, tweede volzin, alsmede de artikelen 59 en 62. Voorts blijven bij de toepassing van artikel 66 van die wet de artikelen 76, 80, tweede, derde en vierde lid, 82, 84, 86 en 87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen buiten toepassing. - -**3.** Behoudens voor zover de invordering is opgedragen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, treedt voor de toepassing van de Invorderingswet 1990 Onze Minister in de plaats van Onze Minister van Financiën. - -**4.** - -Met betrekking tot de invordering geldt dat: - -a. voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 uitsluitend bevoegd is de door Onze Minister aangewezen functionaris; -b. de in de artikelen 10, eerste lid, 11, 12 en 26 van de Invorderingswet 1990 bedoelde bevoegdheden uitsluitend toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 26 van die wet de bij regeling van Onze Minister van Financiën gestelde regels van toepassing zijn; -c. de overige bij invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de artikelen 24, 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid; -d. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 24 van de Invorderingswet 1990, zowel toekomt aan de door Onze Minister aangewezen functionaris als aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid; -e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 25 en 58 van de Invorderingswet 1990, toekomen aan de door Onze Minister aangewezen functionaris indien hij met de invordering is belast, en toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, indien deze laatste met de invordering is belast; -f. voor de toepassing van hoofdstuk III van de Invorderingswet 1990 zowel de door Onze Minister aangewezen functionaris als de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, bevoegd is tot het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. - -**5.** In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt voor de toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990 voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger. - -**6.** Betaling van de heffingen geschiedt aan de door Onze Minister aangewezen functionaris. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, die is vermeld op het dwangbevel. - -### Titel 5. Verrekening en subsidieverlening - -### Artikel 42a - -Vervallen - -### Artikel 43 - -**1.** Ingeval in een kalenderjaar de belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, bedoeld in artikel 24, minder is dan nihil, wordt deze verrekend met de belastbare hoeveelheden van de voorgaande acht kalenderjaren. - -**2.** Indien na de verrekening een belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof van minder dan nihil resteert, wordt deze verrekend met de daarop volgende kalenderjaren. De verrekening vindt plaats door vermindering van de belastbare hoeveelheid van een volgend jaar tot ten minste nihil. - -**3.** Verrekening met betrekking tot een kalenderjaar vindt slechts plaats indien met betrekking tot dat kalenderjaar aangifte van de verschuldigde verfijnde mineralenheffingen, bedoeld in artikel 22, is gedaan, en aan de in dat artikel bedoelde regels is voldaan. - -**4.** De verrekening geschiedt in de volgorde waarin de belastbare hoeveelheden zijn ontstaan. - -**5.** De verrekening en het verlenen van een uit een verrekening voortvloeiende teruggaaf, alsmede de vaststelling van een resterende belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof van minder dan nihil, geschiedt op verzoek door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking. De aangifte wordt aangemerkt als verzoek. - -**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verrekening en de vaststelling van het saldo. - -**7.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin, de wijze waarop en de voorwaarden waaronder verrekening van het saldo van een bedrijf mogelijk is bij samenvoeging van het bedrijf met een ander bedrijf. - -### Artikel 44 - -**1.** Een subsidie wordt verleend indien de belastbare hoeveelheid mineralen, bedoeld in artikel 24, minder is dan nihil. - -**2.** De subsidie wordt verleend vanaf een bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip. Bij deze regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend. - -**3.** De bij de ministeriële regeling vast te stellen hoogte van de subsidie bedraagt per kilogram fosfaat, onderscheidenlijk stikstof niet meer dan de tarieven, bedoeld in artikel 27, eerste en tweede lid. - -**4.** Geen subsidie wordt verleend voor de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof die ingevolge artikel 43, eerste lid, in aanmerking komt voor verrekening met belastbare hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof van voorgaande jaren. De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waarvoor een subsidie wordt verleend wordt niet meer in aanmerking genomen voor verrekening met navolgende kalenderjaren als bedoeld in artikel 43, tweede lid. - -### Titel 6. Overige bepalingen - -### Artikel 45 - -De verminderingen, bedoeld in de artikelen 16, onderdeel b, 24, onderdeel b, 31, 47, 48, 49 en 49a worden uitsluitend toegepast indien de heffingplichtige het recht tot vermindering kan aantonen op basis van de ter zake bij te houden, te bewaren, over te leggen of af te dragen gegevens, bescheiden en bewijsstukken, en indien aan de overigens ter zake gestelde regels is voldaan, waaronder de regels met betrekking tot de vaststelling van de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waar de vermindering mee gepaard gaat. - -### Artikel 46 - -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen voor de bepaling van het toelaatbare verlies van meststoffen, bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 3°, en voor de bepaling van het toelaatbare mineralenverlies, bedoeld in artikel 24, onderdeel b, onder 2°, hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per hectare van de gemiddeld in het jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond of natuurterrein worden vastgesteld die afwijken van de in de artikelen 19 en 26 genoemde hoeveelheden. - -**2.** De in het eerste lid bedoelde afwijkende hoeveelheden kunnen verschillend worden vastgesteld al naar gelang sprake is van grond met een hoog of laag fosfaat- of stikstofgehalte, zand- of lössgrond, klei- of veengrond, uitspoelingsgevoelige grond, niet-uitspoelingsgevoelige grond of andere bij de regeling op basis van de grondsoort of grondwaterstand aangeduide gronden. - -### Artikel 47 - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de hoeveelheid stikstof, waarover op grond van titel 1 of 2 van dit hoofdstuk heffing is verschuldigd, wordt verminderd met een bij of krachtens de maatregel bepaalde hoeveelheid, overeenkomend met ten hoogste de gemiddelde hoeveelheid stikstof in dierlijke meststoffen die als ammoniak of in een andere vorm vervluchtigt. - -### Artikel 48 - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waarover op grond van titel 1, 2 of 3 van dit hoofdstuk heffing is verschuldigd, kan worden vermeerderd met de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke of in overige organische meststoffen in opslag bij het bedrijf of de onderneming bij aanvang van het betreffende kalenderjaar en verminderd met de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke of in overige organische meststoffen in opslag bij het bedrijf of de onderneming aan het einde van het betreffende kalenderjaar. - -### Artikel 49 - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waarover op grond van titel 1, 2 of 3 van dit hoofdstuk heffing is verschuldigd, kan worden verminderd met de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in dierlijke meststoffen die zijn verwerkt tot een niet als dierlijke meststof aan te merken product, of die in het kader van het proces van be- of verwerking verloren zijn gegaan. - -### Artikel 49a - -**1.** De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof waarover op grond van titel 2 van dit hoofdstuk heffing is verschuldigd, kan worden verminderd met de hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in gras dat in het desbetreffende kalenderjaar verloren is gegaan als gevolg van schade veroorzaakt door ganzen, eenden en zwanen, voorzover dit ten genoegen van Bureau Heffingen aannemelijk kan worden gemaakt en aan het bedrijf een tegemoetkoming in de schade is toegekend door of vanwege het Faunafonds te 's-Gravenhage. - -**2.** De hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, wordt berekend door het aantal kilogrammen gras dat verloren is gegaan te vermenigvuldigen met 0,3 gram fosfaat, onderscheidenlijk 3,0 gram stikstof. - -### Artikel 50 - -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder in plaats van de in de artikelen 19 en 26 neergelegde hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, kleinere hoeveelheden fosfaat, onderscheidenlijk stikstof gelden, die zijn voorzien in krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer gestelde regels. - -### Artikel 51 - -**1.** Bij ministeriële regeling kunnen de tarieven genoemd in de artikelen 20, 27, 33, en 36 worden vervangen door andere tarieven. Een verhoging van het tarief bedraagt maximaal 100% van het oorspronkelijke tarief. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen de hoeveelheden fosfaat en stikstof genoemd in de artikelen 17a, 18 en 25a worden vervangen door andere hoeveelheden fosfaat en stikstof. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen de bijlagen bij deze wet worden gewijzigd. - -**4.** Uiterlijk drie maanden na het tijdstip waarop een krachtens het eerste, tweede of derde lid vastgestelde ministeriële regeling in werking treedt, wordt een voorstel van wet tot goedkeuring van die regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de Kamers der Staten-Generaal tot het niet-aannemen van het voorstel besluit, worden onverwijld bij ministeriële regeling de krachtens het eerste, tweede of derde lid vastgestelde wijzigingen ongedaan gemaakt, zodanig dat de betrokken artikelen of bijlagen komen te luiden zoals zij voor het in de eerste volzin bedoelde tijdstip luidden. - -**5.** Krachtens dit artikel vastgestelde ministeriële regelingen worden in het Staatsblad geplaatst. - -### Artikel 52 - -Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vaststellingen, bedoeld in de artikelen 17, 25 en 32, alsmede met betrekking tot de vaststelling van de stikstofbinding door het gewas, bedoeld in de artikelen 17a en 25a, de vaststelling van de opname van meststoffen door het gewas, bedoeld in artikel 18 en de vaststelling van de toelaatbare verliezen, bedoeld in de artikelen 19 en 26. Deze regels hebben betrekking op: - -a. de methode van weging, volumebepaling, bemonstering en analyse; -b. de ten behoeve van de vaststelling te gebruiken apparatuur; -c. de bevoegdheid tot het doen van de vaststelling, welke bevoegdheid kan worden verbonden aan een door Onze Minister overeenkomstig bij ministeriële regeling gestelde erkenningsvoorwaarden verleende erkenning; -d. de plaats, het moment en de frequentie van vaststelling, daaronder begrepen tellingen voor de vaststelling van het gemiddelde aantal dieren en voor de vaststelling van de gemiddeld tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond; -e. de administratieve vastlegging en verantwoording van gegevens omtrent de vaststelling door direct bij het doen van de vaststelling betrokkenen; -f. andere voorzieningen die de uitoefening van het toezicht op de naleving van de gestelde regels kunnen vergemakkelijken; -g. andere voorwaarden waaraan de vaststelling moet voldoen wil de aldus bepaalde hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof in aanmerking worden genomen voor de bepaling van de verschuldigdheid of hoogte van de heffing, waaronder begrepen regels in zake de toelaatbaarheid van onderlinge menging van dierlijke meststoffen, overige organische meststoffen en andere meststoffen. - -### Artikel 53 - -Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de volgende onderwerpen: - -a. vervallen; -b. nadere voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor de toepassing van de verminderingen, bedoeld in de artikelen 16, onderdeel b, 24, onderdeel b, en 31; -c. de aanmelding, bedoeld in artikel 22, en de functionaris bij wie de aanmelding geschiedt; -d. nadere voorwaarden waaraan moet zijn voldaan wil een bedrijf in aanmerking komen voor de in artikel 22 bedoelde mogelijkheid, waartoe kunnen behoren: - -1° de verplichting om in bijlage D bij de wet als aanvoerpost, onderscheidenlijk afvoerpost benoemde meststoffen, producten of dieren uitsluitend af te nemen van, onderscheidenlijk af te leveren aan door Onze Minister overeenkomstig bij ministeriële regeling gestelde erkenningsvoorwaarden erkende leveranciers, onderscheidenlijk afnemers; -2° de verplichting om aan het slot van het voorgaande kalenderjaar aanwezige voorraden van in bijlage D bij deze wet als aanvoerpost benoemde producten of dieren in aanmerking te nemen als mineralenaanvoer als bedoeld in artikel 24; -e. de ingevolge artikel 42a bij de aangifte van de heffing over te leggen verklaring; -f. de regels waaraan de producenten, leveranciers en afnemers van de in bijlage D bij deze wet opgenomen meststoffen, producten en dieren, al dan niet in het kader van een erkenning als bedoeld in onderdeel d, onder 1°, moeten voldoen, waaronder het opmaken, bewaren, overleggen en afdragen van gegevens, bescheiden en bewijsstukken met betrekking tot de door hen geproduceerde, in voorraad gehouden, ontvangen, verhandelde en gebruikte aantallen of hoeveelheden van de meststoffen, producten en dieren, alsmede de daarmee gepaard gaande hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof; -g. de voor de bepaling van de verschuldigdheid en hoogte van de heffing, dan wel voor het toezicht op de naleving van de voorwaarden voor vrijstelling van de heffing op te maken, te bewaren, over te leggen en af te dragen gegevens, bescheiden en bewijsstukken; -h. alle onderwerpen die in aanvulling op de Algemene wet inzake rijksbelastingen of de Invorderingswet 1990 moeten worden geregeld met betrekking tot de uitvoering van het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde; - -### Titel 7. Tijdelijke uitzondering voor fosfaat in andere meststoffen - -### Artikel 54 - -In afwijking van de artikelen 16 en 17, derde lid, en van de artikelen 24 en 25, eerste lid, juncto de artikelen D1, eerste lid, onderdeel a, en D4, tweede lid, van bijlage D bij deze wet, wordt de hoeveelheid fosfaat in andere meststoffen eerst vanaf een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip in aanmerking genomen bij de bepaling van onderscheidenlijk de belastbare hoeveelheid meststoffen, bedoeld in artikel 16 en de belastbare hoeveelheid mineralen, bedoeld in artikel 24. - -## Hoofdstuk V. Regelen ter voorkoming van een onverantwoorde uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen +## Hoofdstuk V. Productiebegrenzing varkens- en pluimveehouderij ### Titel 1. Algemeen -### Artikel 55 +### Artikel 18 -**1.** Het is verboden de productie van dierlijke meststoffen op een bedrijf uit te breiden indien de productie groter is of daarmee groter wordt dan 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. +Voor de toepassing van dit hoofdstuk: -**2.** Indien geen productie van dierlijke meststoffen op een bedrijf plaatsvond, is het verboden dierlijke meststoffen te produceren in een grotere hoeveelheid dan 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. +a. worden de aantallen varkens, onderscheiden naar diercategorie, uitgedrukt in varkenseenheden overeenkomstig de in bijlage II daarvoor opgenomen normen; +b. worden de aantallen kippen en kalkoenen, onderscheiden naar diercategorie, uitgedrukt in pluimvee-eenheden overeenkomstig de in bijlage II daarvoor opgenomen normen. -**3.** Het is verboden dierlijke meststoffen te produceren op een bedrijf waarvan de daartoe behorende oppervlakte landbouwgrond na inwerkingtreding van dit artikel is verkleind, tenzij de productie is verminderd met een hoeveelheid die overeenkomt met 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar waarmee deze verkleining heeft plaatsgevonden. +### Titel 2. Uitbreidingsverboden -**4.** +### Artikel 19 -Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing: +Het is verboden op een bedrijf gemiddeld in een kalenderjaar een groter aantal varkens te houden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht. -a. indien de productie van dierlijke meststoffen op het bedrijf na verkleining van de daartoe behorende oppervlakte landbouwgrond de 125 kilogram fosfaat per hectare per jaar niet overschrijdt; -b. indien de verkleining van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde categorie van gevallen. +### Artikel 20 -**5.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder een uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan een grotere productie van dierlijke meststoffen dan de productie die blijkt uit de gegevens als bedoeld in artikel 7, met dien verstande dat indien het bedrijf een varkens- en pluimveehouderijbedrijf betreft als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Interimwet beperking varkens- en pluimveehouderijen (Stb*.* 1985, 1) deze productie niet groter is dan zoals die ten tijde van de werking van die wet toegestaan was. +**1.** Het is verboden op een bedrijf gemiddeld in een kalenderjaar een groter aantal kippen en kalkoenen te houden dan het op het bedrijf rustende pluimveerecht. -**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald wat voor daarbij aan te wijzen categorieën producenten van dierlijke meststoffen op daarbij aan te geven andere dan in het vijfde lid bedoelde wijze, voor de toepassing van het eerste lid dient te worden verstaan onder een uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen. +**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien op het bedrijf op geen enkel moment een groter aantal kippen en kalkoenen wordt gehouden dan overeenkomt met 250 pluimvee-eenheden. -**7.** Indien aan bijlage A bij deze wet een diersoort wordt toegevoegd, is het gedurende drie jaren na inwerkingtreding van de betreffende wijziging van de bijlage verboden de hoeveelheid dierlijke meststoffen, die door deze diersoort op een bedrijf wordt geproduceerd, vervolgens te laten produceren door diersoorten die voordien wel in de bijlage waren opgenomen. +### Artikel 21 -**8.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het betreffende kalenderjaar gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren, van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire productienormen voor de onderscheiden diercategorieën, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per dier per jaar, die zijn opgenomen in bijlage A bij deze wet. +**1.** Het is verboden anders dan op een bedrijf op enig moment een groter aantal varkens te houden dan overeenkomt met 3 varkenseenheden. -**9.** Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 15 van de Wet herstructurering varkenshouderij wordt voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid, voor de toepassing van de artikelen 57 en 58, en voor de toepassing van artikel 3 van de Wet verplaatsing mestproductie de mestproductie afkomstig van de diersoort varken niet langer in aanmerking genomen. +**2.** Het is verboden anders dan op een bedrijf op enig moment een groter aantal kippen en kalkoenen te houden dan overeenkomt met 250 pluimvee-eenheden. -**10.** Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c wordt voor de toepassing van het eerste, tweede en derde lid, voor de toepassing van de artikelen 57 en 58, en voor de toepassing van artikel 3 van de Wet verplaatsing mestproductie de mestproductie afkomstig van de diersoorten kip en kalkoen niet langer in aanmerking genomen. +### Artikel 22 -**11.** Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze titel worden de dierlijke meststoffen afkomstig van de diersoort parelhoender niet in aanmerking genomen. +**1.** Onze Minister kan ten aanzien van een bedrijf waarvan het productierecht is overschreden bepalen, dat het op enig moment gehouden aantal varkens en het op enig moment gehouden aantal kippen en kalkoenen de door hem vastgestelde aantallen niet mogen overschrijden. -### Artikel 55a +**2.** De in het eerste lid bedoelde aantallen komen overeen met het aantal varkens, onderscheidenlijk het aantal kippen en kalkoenen dat overeenkomstig het varkensrecht en het pluimveerecht gemiddeld gedurende het jaar mag worden gehouden, vermeerderd met 15%. + +**3.** Onverminderd de artikelen 19 en 20 is het verboden op enig moment een groter aantal varkens of een groter aantal kippen en kalkoenen te houden dan het door Onze Minister vastgestelde aantal. + +**4.** De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan ten aanzien van een bedrijf voor een aaneengesloten periode van ten hoogste drie jaar worden uitgeoefend. De periode kan telkens worden verlengd tot drie jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop een overtreding van het verbod, bedoeld in het derde lid, wordt vastgesteld. + +### Titel 3. Omvang productierecht bij aanvang + +### Artikel 23 + +**1.** Het op het bedrijf rustende varkensrecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in artikel 19, komt overeen met het varkensrecht zoals dat onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip voor het bedrijf gold op grond van de Wet herstructurering varkenshouderij. + +**2.** Het op het bedrijf rustende pluimveerecht op het tijdstip van inwerkingtreding van het verbod, bedoeld in artikel 20, eerste lid, komt overeen met het pluimveerecht, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, zoals dat onmiddellijk voorafgaand aan dat tijdstip voor het bedrijf gold op grond van deze wet, met dien verstande dat de kilogrammen fosfaat worden omgerekend naar pluimvee-eenheden. Voor deze omrekening komt 0,5 kilogram fosfaat overeen met 1 pluimvee-eenheid. + +### Artikel 24 + +**1.** Het overeenkomstig artikel 23 bepaalde productierecht wordt gecorrigeerd, indien voorafgaand aan het in dat artikel bedoelde tijdstip, in hetzelfde kalenderjaar met betrekking tot het bedrijf een registratie heeft plaatsgevonden van een kennisgeving van overgang van het varkensrecht of pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, maar de omvang van de verkleining, dan wel vergroting van het desbetreffende productierecht werd beperkt ingevolge artikel 18, zesde lid, van de Wet herstructurering varkenshouderij, onderscheidenlijk artikel 58q, vierde lid, van de Meststoffenwet, zoals deze artikelen luidden op het tijdstip van de registratie. + +**2.** De correctie geschiedt van rechtswege bij aanvang van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de registratie van de kennisgeving van overgang plaatsvond en leidt tot een verkleining, onderscheidenlijk vergroting van het desbetreffende productierecht met het aantal varkenseenheden of pluimvee-eenheden waarop de beperking betrekking had. + +**3.** Voor de toepassing van het tweede lid ten aanzien van het pluimveerecht komt 0,5 kilogram fosfaat overeen met 1 pluimvee-eenheid. + +### Titel 4. Overgang van het productierecht + +### Artikel 25 + +Een productierecht kan, onder welke titel dan ook, overgaan naar een ander bedrijf, overeenkomstig het bepaalde in deze paragraaf en artikel 32. + +### Artikel 26 + +**1.** Tot 1 januari 2008 kan een productierecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in het ene concentratiegebied niet overgaan naar een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in het andere concentratiegebied. + +**2.** Tot 1 januari 2008 kan een productierecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen buiten de concentratiegebieden niet overgaan naar een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in een concentratiegebied. + +**3.** Een bedrijf is gedeeltelijk gelegen in een concentratiegebied, als een of meer voor de varkens-, kippen- of kalkoenenhouderij bestemde stallen in dat gebied zijn gelegen. + +**4.** In zoverre in afwijking van het eerste lid kan een productierecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf dat geheel is gelegen in een van de concentratiegebieden overgaan naar een bedrijf dat in beide concentratiegebieden is gelegen, onder de voorwaarde dat het productierecht, of gedeelte daarvan, na overgang uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de varkens-, kippen- of kalkoenenhouderij op een locatie die in hetzelfde concentratiegebied is gelegen als het bedrijf waarvan het afkomstig is. + +**5.** Het eerste en het tweede lid gelden niet ingeval van overgang van het productierecht bij een samenvoeging van bedrijven. + +**6.** + +Het is tot 1 januari 2008 verboden om binnen een bedrijf de varkens-, kippen- of kalkoenenhouderij te verplaatsen: + +a. van een locatie gelegen buiten de concentratiegebieden naar een locatie gelegen in een concentratiegebied, of +b. van een locatie gelegen in het ene concentratiegebied naar een locatie gelegen in het andere concentratiegebied. + +### Artikel 27 + +**1.** De belanghebbende naar wiens bedrijf het productierecht, of gedeelte daarvan, moet overgaan en de belanghebbende van wiens bedrijf het productierecht, of gedeelte daarvan, afkomstig is, geven van de overgang kennis aan Onze Minister. + +**2.** Er kan pas aanspraak worden gemaakt op het van het andere bedrijf afkomstige productierecht, of gedeelte daarvan, met ingang van het tijdstip van registratie van de kennisgeving door Onze Minister. + +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving wordt gedaan. + +### Artikel 28 + +**1.** Op het tijdstip van registratie van de kennisgeving, bedoeld in artikel 27, tweede lid, vindt een verkleining plaats van het varkensrecht, onderscheidenlijk pluimveerecht van het bedrijf waarvan het desbetreffende productierecht, of gedeelte daarvan, afkomstig is, en vindt een vergroting plaats van het varkensrecht, onderscheidenlijk het pluimveerecht van het bedrijf waarnaar het desbetreffende productierecht, of gedeelte daarvan, overgaat. + +**2.** De verkleining en de vergroting komen overeen met het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden waarop de kennisgeving betrekking heeft. + +**3.** Voor het jaar waarin de kennisgeving wordt geregistreerd zijn de verkleining en de vergroting beperkt tot het deel van het desbetreffende productierecht waarvan de betrokken partijen bij de kennisgeving hebben aangegeven dat dit in dat jaar op het bedrijf waarvan het afkomstig is niet wordt benut voor het houden van dieren. + +### Artikel 29 **1.** -Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet herstructurering varkenshouderij wordt voor de toepassing van artikel 55, eerste lid, onder uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan: een grotere productie van dierlijke meststoffen dan het mestproductierecht dat is verminderd met de hoeveelheid fosfaat die wordt bepaald door het overeenkomstig hoofdstuk II van de Wet herstructurering varkenshouderij bepaalde varkensrecht achtereenvolgens te vermenigvuldigen met 100/90 en 7,4 kilogram fosfaat, en het product te vermeerderen met de latente ruimte. De vermindering geschiedt eerst ten aanzien van het de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 15 van de Wet herstructurering varkenshouderij geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, en vervolgens ten aanzien van het op die dag geldende nietgebonden recht voor andere diersoorten dan varkens en kippen. +De registratie, bedoeld in artikel 27, tweede lid, vindt niet plaats indien: -Geen vermindering geschiedt ten aanzien van het grondgebonden mestproductierecht. +a. de kennisgeving niet overeenkomstig de regels, bedoeld in artikel 27, derde lid, is gedaan, +b. de kennisgeving betrekking heeft op een groter aantal varkenseenheden of pluimvee-eenheden dan overeenkomt met het desbetreffende productierecht van het bedrijf waarvan het afkomstig is, +c. de kennisgeving betrekking heeft op het productierecht afkomstig van een bedrijf ten aanzien waarvan Onze Minister gebruik maakt van de in artikel 22 bedoelde bevoegdheid, of +d. de overgang van het productierecht in strijd is met artikel 26. -**2.** De vermindering vindt slechts plaats indien het varkensrecht groter is dan nihil. +**2.** Indien pas na registratie blijkt dat niet aan de in het eerste lid genoemde voorwaarden is voldaan, wordt de registratie door Onze Minister ongedaan gemaakt. Met terugwerkende kracht tot het tijdstip van de registratie vervallen de rechtsgevolgen van die registratie. -**3.** Ingeval artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij van toepassing is, wordt in het eerste lid in plaats van 100/90 gelezen: 100 gedeeld door het getal voor het percentage dat in plaats van het percentage 90 is vastgesteld op basis van artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij. +### Artikel 30 -**4.** De latente ruimte komt overeen met het aantal kilogrammen fosfaat dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen 1996 te verminderen met de overeenkomstig artikel 55, negende lid, van de Meststoffenwet bepaalde mestproductie afkomstig van de in 1996 gemiddeld op het bedrijf gehouden varkens en kippen en andere in bijlage A bij de wet opgenomen diersoorten, die zijn opgegeven in de aangifte overschotheffing 1996, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Wet herstructurering varkenshouderij. De latente ruimte is ten minste nihil. De mestproductie afkomstig van andere diersoorten dan varkens en kippen wordt slechts in aanmerking genomen voor zover deze groter is dan de som van het met betrekking tot 1996 geldende niet-gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen en het met betrekking tot 1996 geldende grondgebonden mestproductierecht, zoals deze rechten met betrekking tot 1996 voor het desbetreffende bedrijf door het Bureau Heffingen zijn geregistreerd. +**1.** In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op het productierecht geen pandrecht worden gevestigd. -**5.** Indien het varkensrecht van het desbetreffende bedrijf wordt bepaald overeenkomstig artikel 7 van de Wet herstructurering varkenshouderij, wordt de latente ruimte bepaald door overeenkomstige toepassing van het vierde lid, met dien verstande dat in het vierde lid en in artikel 1, eerste lid, onderdeel ad, in plaats van «1996» telkens wordt gelezen «1995» en in plaats van «artikel 5, eerste lid, onderdeel c» wordt gelezen: artikel 5, eerste lid, onderdeel b. Indien het varkensrecht van het desbetreffende bedrijf wordt bepaald overeenkomstig artikel 8 van de Wet herstructurering varkenshouderij, komt de latente ruimte overeen met 18% van het overeenkomstig het eerste lid van voornoemd artikel 8 bij wijze van melding aangegeven deel van het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen 1996. - -**6.** De aangifte overschotheffing en de correcties daarop worden voor de toepassing van het vierde en het vijfde lid slechts in aanmerking genomen indien deze vóór 10 juli 1997 schriftelijk ter kennis van het Bureau Heffingen zijn gebracht. - -### Artikel 56 - -Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c wordt voor de toepassing van artikel 55, eerste lid, onder uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan: een grotere productie van dierlijke meststoffen dan het mestproductierecht dat is verminderd met het pluimveerecht geldend op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c. De vermindering geschiedt niet voor zover dit pluimveerecht groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht, zoals dit gold onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c. - -### Artikel 56a - -In zoverre in afwijking van artikel 55, eerste lid, en onverminderd artikel 55, derde lid, is het toegestaan op een bedrijf waarop een niet-gebonden mestproductierecht rust de mestproductie uit te breiden met ten hoogste 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare waarmee de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond wordt vergroot. - -### Artikel 57 - -**1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder door Onze Minister de van de onderscheiden diersoorten afkomstige hoeveelheid dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die op een bedrijf ten hoogste mag worden geproduceerd kan worden vastgesteld. - -**2.** Het is verboden een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen te produceren dan de hoeveelheid die door Onze Minister overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde regelen is vastgesteld. Artikel 55, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. - -**3.** Ten aanzien van de gevolgen van wijziging van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond op de omvang van het mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht blijven artikel 55 en de regels gesteld krachtens de artikelen 1, derde lid, en 6 van de Wet verplaatsing mestproductie onverkort van toepassing. - -### Artikel 58 - -Verplaatsing van de productie van dierlijke meststoffen naar een andere locatie of een ander bedrijf is verboden, tenzij aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden wordt voldaan die onder meer betrekking kunnen hebben op: - -a. de omvang van de te verplaatsen bedrijfstak of bedrijfstakken van waaruit de dierlijke meststoffen worden verkregen; -b. de vermindering van de productie aan dierlijke meststoffen op het bedrijf van waaruit verplaatsing plaatsvindt; -c. de aantekening van de verplaatsing bij de ingevolge artikel 7 op te maken, te bewaren, over te leggen of af te dragen gegevens op een daarbij aangegeven wijze; -d. een kennisgeving van de verplaatsing binnen een daarbij aan te geven termijn aan een daarbij aangewezen orgaan op een daarbij aangegeven wijze. - -### Titel 2. Stelsel van pluimveerechten - -#### Paragraaf 1. Begripsbepalingen en andere algemene bepalingen - -### Artikel 58a - -In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - -a. aangifte overschotheffing: schriftelijke opgave, zoals in voorkomend geval gecorrigeerd, die ter vaststelling van de verschuldigde overschotheffing met betrekking tot het bedrijf is gedaan krachtens de artikelen 8 en 13, zoals deze artikelen luidden vóór 1 januari 1998; -b. afsluitformulier 1994: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1994 (125-) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1994; -c. afsluitformulier 1995: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1995 (125-) of Afsluitformulier mestboekhouding 1995 (110-125) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1995; -d. afsluitformulier 1996: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1996 (125-) of Afsluitformulier mestboekhouding 1996 (110-125) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1996; -e. afsluitformulier 1997: Afsluitformulier bijzondere gebruiksnormen 1997 (125-) of Afsluitformulier mestboekhouding 1997 (110-125) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling vaststelling afsluitformulieren 1997; -f. vrijstellingsverklaring: formulier als bedoeld in artikel 3 van de Regeling vaststelling mestboekhoudplicht (algemeen); -g. belanghebbende: persoon of rechtspersoon die, of samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat over het desbetreffende bedrijf beschikt ingevolge eigendom, een zakelijk gebruiksrecht, of een door de grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst; -h. verplaatsing: verplaatsing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplaatsing mestproductie; -i. kennisgeving van verplaatsing: kennisgeving als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de Wet verplaatsing mestproductie, betrekking hebbend op de verplaatsing naar een ander bedrijf; -j. registratie van een kennisgeving van verplaatsing: registratie als bedoeld in artikel 9 van de Wet verplaatsing mestproductie en als bedoeld in artikel 10, tweede lid, in samenhang met 9 van die wet, betrekking hebbend op de verplaatsing naar een ander bedrijf. - -### Artikel 58b - -**1.** - -Voor de toepassing van deze titel en de daarop berustende bepalingen: - -a. worden het mestproductierecht, het niet-gebonden mestproductierecht en het grondgebonden mestproductierecht in aanmerking genomen zoals deze, al naar gelang het geval, op het desbetreffende tijdstip dan wel met betrekking tot het desbetreffende jaar voor het desbetreffende bedrijf door het Bureau Heffingen zijn geregistreerd; -b. wordt het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen zoals dat gold met betrekking tot 1995, 1996 en 1997 vermenigvuldigd met 10/7; -c. wordt de in enig jaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van de onderscheiden in bijlage A bij deze wet genoemde diersoorten bepaald overeenkomstig artikel 55, achtste lid; -d. is de in 1994, 1995, 1996 of 1997 op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van de onderscheiden in bijlage A bij deze wet genoemde diersoorten, de hoeveelheid zoals deze met betrekking tot het desbetreffende jaar en het desbetreffende bedrijf is opgegeven in de aangifte overschotheffing, dan wel, bij gebreke daarvan, op het afsluitformulier 1994, onderscheidenlijk 1995, 1996 of 1997, dan wel, bij gebreke daarvan, voorzover het de in 1995, 1996 of 1997 geproduceerde hoeveelheid betreft, op de vrijstellingsverklaring; -e. worden de gegevens van de aangifte overschotheffing en de correcties daarop, het afsluitformulier 1994, het afsluitformulier 1995, het afsluitformulier 1996, het afsluitformulier 1997 en de vrijstellingsverklaring slechts in aanmerking genomen voor zover deze door het Bureau Heffingen zijn ontvangen vóór 6 november 1998. - -**2.** Indien in 1994, 1995, 1996 of 1997 overdracht van het bedrijf heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d, in aanmerking genomen de som van de door de vervreemder en door de verwerver van het bedrijf voor dat jaar ten aanzien van het bedrijf opgegeven hoeveelheden dierlijke meststoffen, zoals deze hoeveelheden over het gehele jaar zijn gemiddeld. - -#### Paragraaf 2. Uitbreidingsverboden voor kippen en kalkoenen - -### Artikel 58c - -Het is verboden op een bedrijf in een kalenderjaar een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen te produceren dan het voor dat jaar voor het bedrijf geldende pluimveerecht. - -### Artikel 58d - -**1.** Het in artikel 58c gestelde verbod is niet van toepassing indien op het bedrijf op geen enkel moment een groter aantal kippen en kalkoenen wordt gehouden dan overeenkomt met 250 legkippen. - -**2.** Het is verboden anders dan op een bedrijf op enig moment een groter aantal kippen en kalkoenen te houden dan overeenkomt met 250 legkippen. - -**3.** Voor de bepaling van het aantal dieren dat overeenkomt met 1 legkip wordt de voor de desbetreffende diersoort en diercategorie in bijlage A bij deze wet opgenomen norm voor de jaarlijkse fosfaatproductie per dier vermenigvuldigd met 2. - -### Artikel 58e - -**1.** Onze Minister kan ten aanzien van een bedrijf waarvan het pluimveerecht is overschreden bepalen dat het op enig moment op het bedrijf gehouden aantal kippen en kalkoenen het door hem vastgestelde aantal niet mag overschrijden. - -**2.** Het in het eerste lid bedoelde aantal komt overeen met het aantal kippen en kalkoenen dat overeenkomstig het pluimveerecht gemiddeld gedurende het jaar mag worden gehouden, vermeerderd met 15%. - -**3.** Onverminderd artikel 58c is het verboden op enig moment op een bedrijf een groter aantal kippen en kalkoenen te houden dan het overeenkomstig het eerste en tweede lid door Onze Minister bepaalde aantal. - -**4.** De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid kan met betrekking tot een bedrijf voor een aaneengesloten periode van ten hoogste drie jaar worden uitgeoefend. Deze periode kan telkens worden verlengd met eenzelfde periode te rekenen vanaf het tijdstip waarop wordt geconstateerd dat op het bedrijf een groter aantal kippen en kalkoenen wordt gehouden dan het door Onze Minister bepaalde aantal. - -### Artikel 58f - -**1.** Het is verboden de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van kippen of kalkoenen te verplaatsen naar een andere locatie van het bedrijf. - -**2.** Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien de locatie waarheen de productie wordt verplaatst sinds 31 december 1986 onafgebroken tot het bedrijf heeft behoord, dan wel indien is voldaan aan artikel 58s. - -#### Paragraaf 3. Omvang van het pluimveerecht op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet - -### Artikel 58g - -**1.** De omvang van het voor een bedrijf geldende pluimveerecht op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c wordt bepaald overeenkomstig deze paragraaf. - -**2.** Voor de toepassing van deze paragraaf geldt 1997 als referentiejaar, tenzij ten aanzien van een daartoe door de belanghebbende aangemeld bedrijf 1995 of 1996 als referentiejaar is gekozen. +**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat alvorens Onze Minister de in artikel 27, eerste lid, bedoelde kennisgeving in behandeling neemt, van deze kennisgeving mededeling wordt gedaan aan in die regeling genoemde derdebelanghebbenden. **3.** -In afwijking van het tweede lid kan ten aanzien van een door de belanghebbende daartoe aangemeld bedrijf 1994 als referentiejaar worden gekozen indien ten aanzien van dat bedrijf aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan: +Bij de ministeriële regeling worden nadere regels gesteld voor de uitvoering van het tweede lid, onder meer over: -a. de op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen in 1994 is ten minste 10% groter dan de door deze diersoorten in elk van de jaren 1995, 1996 en 1997 geproduceerde hoeveelheid meststoffen; -b. de mestproductie afkomstig van kippen en kalkoenen is in 1995, 1996 of 1997 ten minste 125 kilogram fosfaat en ten minste 5% van het met betrekking tot dat jaar geldende mestproductierecht. +a. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de derdebelanghebbenden zich bij Onze Minister kunnen aanmelden, +b. de gegevens die Onze Minister aan de derdebelanghebbenden kenbaar maakt, en +c. de periode gedurende welke Onze Minister de kennisgeving niet in behandeling neemt. -### Artikel 58h +### Artikel 31 -**1.** Het pluimveerecht komt overeen met de in het referentiejaar op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen. +**1.** De belanghebbende kan bij Onze Minister een kennisgeving doen van het vervallen of het gedeeltelijk vervallen van het productierecht. -**2.** De in het referentiejaar op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen is niet groter dan de som van het grondgebonden mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend voor dat jaar, verminderd met de in dat jaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van varkens. +**2.** Na registratie van de kennisgeving door Onze Minister is het desbetreffende productierecht nihil, onderscheidenlijk vindt een verkleining van dat recht plaats met het aantal varkenseenheden of pluimvee-eenheden waarop de kennisgeving betrekking heeft. -**3.** +**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving wordt gedaan. -De in het referentiejaar op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kalkoenen is niet groter dan: +### Titel 5. Verlaging van het productierecht bij overgang -– het voor dat jaar geldende niet-gebonden mestproductierecht voor andere diersoorten dan varkens en kippen, -– vermeerderd met het verschil tussen enerzijds de som van het grondgebonden mestproductierecht en het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend voor dat jaar en anderzijds de in dat jaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van varkens en kippen. +### Artikel 32 -### Artikel 58i +**1.** Indien op landelijk niveau de omvang van de productie van dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat, afkomstig van varkens of van pluimvee de omvang van die productie in 2002 overschrijdt, en indien dit ook geldt voor de totale omvang van de productie van dierlijke meststoffen, kan, al naar gelang de overschrijding betrekking heeft op varkensmest of op pluimveemest, bij algemene maatregel van bestuur, in zoverre in afwijking van artikel 28, tweede lid, worden bepaald dat, de vergroting van het varkensrecht, onderscheidenlijk dat de vergroting van het pluimveerecht wordt beperkt tot een bij de maatregel vastgesteld percentage van het aantal varkenseenheden, onderscheidenlijk pluimvee-eenheden waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 27, eerste lid, betrekking heeft. -**1.** Het pluimveerecht van een door samenvoeging van bedrijven ontstaan bedrijf komt, indien de registratie van de kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot de samenvoeging in het referentiejaar heeft plaatsgevonden, overeen met de som van de in dat jaar op de oorspronkelijke bedrijven en het na samenvoeging ontstane bedrijf geproduceerde hoeveelheden dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen, zoals deze hoeveelheden over het gehele jaar zijn gemiddeld. +**2.** Het in het eerste lid bedoelde percentage is ten minste 75%. -**2.** Het pluimveerecht van een door samenvoeging van bedrijven ontstaan bedrijf komt, indien de registratie van de kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot de samenvoeging na het referentiejaar heeft plaatsgevonden en de kennisgeving is gedaan vóór 6 november 1998, overeen met de som van de in het referentiejaar op de oorspronkelijke bedrijven geproduceerde hoeveelheden dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen. +**3.** Voor verschillende groepen van gevallen kan het percentage verschillend worden vastgesteld. -**3.** Onverminderd het vierde lid wordt voor de toepassing van dit artikel de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op elk van de oorspronkelijke bedrijven en op het door samenvoeging ontstane bedrijf is geproduceerd slechts in aanmerking genomen tot ten hoogste de overeenkomstig artikel 58h, tweede en derde lid, voor het desbetreffende bedrijf bepaalde hoeveelheid. +**4.** De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. -**4.** Indien het voor een van de oorspronkelijke bedrijven geldende niet-gebonden mestproductierecht tengevolge van de registratie van een of meer vóór 6 november 1998 gedane kennisgevingen van verplaatsing en in aanmerking genomen de gevolgen voor het niet-gebonden mestproductierecht van wijzigingen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, na het referentiejaar per saldo is vergroot dan wel zou zijn vergroot indien geen samenvoeging had plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van dit artikel de hoeveelheid dierlijke meststoffen die op het bedrijf is geproduceerd verhoogd met de door de belanghebbende bij wijze van melding aangegeven hoeveelheid fosfaat, die ten hoogste overeenkomt met de vergroting van het niet-gebonden mestproductierecht van het desbetreffende bedrijf. +### Artikel 33 -### Artikel 58j +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ingeval van een bedrijfsoverdracht het op het bedrijf rustende productierecht wordt verlaagd met een bij de maatregel vastgesteld percentage. -**1.** Indien het voor het bedrijf geldende niet-gebonden mestproductierecht, tengevolge van de registratie van een of meer vóór 6 november 1998 gedane kennisgevingen van verplaatsing en in aanmerking genomen de gevolgen voor het niet-gebonden mestproductierecht van wijzigingen van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, per saldo is vergroot nà het referentiejaar of, indien het bedrijf door samenvoeging is ontstaan, nà de samenvoeging, wordt het overeenkomstig artikel 58h of 58i bepaalde pluimveerecht vergroot met de door de belanghebbende bij wijze van melding aangegeven hoeveelheid fosfaat, die ten hoogste overeenkomt met de vergroting van het niet-gebonden mestproductierecht. +**2.** Het in het eerste lid bedoelde percentage is ten hoogste 25%. -**2.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder kennisgeving van verplaatsing niet begrepen een kennisgeving van verplaatsing met betrekking tot een samenvoeging van bedrijven. +**3.** Voor verschillende groepen van gevallen kan het percentage verschillend worden vastgesteld. -### Artikel 58k +**4.** Onder bedrijfsoverdracht wordt mede begrepen de inbreng van een bedrijf in een maatschap en de verkrijging van een meerderheid van de aandelen in een vennootschap. + +**5.** Dit artikel is niet van toepassing op een overdracht aan een persoon waarmee bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat, of op de inbreng in een maatschap met een zodanige persoon, en evenmin op een verkrijging van een bedrijf onder algemene titel. + +## Hoofdstuk VI. Verantwoording en hoeveelheidsbepaling + +### Artikel 34 + +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het opmaken, bewaren, overleggen en afdragen van gegevens door natuurlijke personen, rechtspersonen of samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen die meststoffen produceren, verhandelen of gebruiken. Deze regels kunnen betrekking hebben op: + +a. het bedrijf of de onderneming, zoals de aard en de locatie van het bedrijf of de onderneming en van de daartoe behorende onderdelen en bedrijfsmiddelen, de tenaamstelling of handelsnaam, de rechtsvorm, in voorkomend geval de aard en samenstelling van het samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen dat het bedrijf of de onderneming voert, de inschrijving in het handelsregister en de bij het bedrijf of de onderneming werkzame personen en hun bevoegdheden; +b. de geproduceerde, in voorraad gehouden, aangevoerde, afgevoerde, verhandelde, be- of verwerkte, op of in de bodem gebrachte en anderszins gebruikte hoeveelheden meststoffen, de samenstelling, herkomst en bestemming van de meststoffen en de gegevens, bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdelen b en c; +c. de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond en de overige gebruikte grond, met inbegrip van gegevens over naar de aard van de teelt of het gebruik te onderscheiden aaneengesloten oppervlakten en de topografische ligging daarvan, en met inbegrip van gegevens met betrekking tot grond die nog in gebruik moet worden genomen en met betrekking tot nog aan te vangen teelten en vormen van gebruik. + +### Artikel 35 **1.** -De omvang van het pluimveerecht van een daartoe aangemeld bedrijf wordt, in afwijking van de artikelen 58h, 58i en 58j, bepaald overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels indien: +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de bepaling van: -a. in de periode van 1 januari 1994 tot en met 5 november 1998 ten behoeve van een vergroting van het aantal op het bedrijf te houden kippen of kalkoenen met ten minste 10% ten opzichte van het aantal dat zou kunnen worden gehouden indien het pluimveerecht zou worden bepaald overeenkomstig artikel 58h dan wel in voorkomend geval artikel 58i, - -– door het bevoegd gezag een milieuvergunning is verleend, -– bij het bevoegd gezag een milieuvergunning en een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet zijn aangevraagd, dan wel -– bij het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 4 van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of artikel 3 van het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer een of meer meldingen zijn gedaan en bouwvergunningen zijn aangevraagd, en uiterlijk op 1 januari 2004 extra huisvesting is gebouwd om alle kippen of kalkoenen die ingevolge het op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c geldende pluimveerecht kunnen worden gehouden, te kunnen huisvesten overeenkomstig de voor het bedrijf geldende milieuvergunning dan wel in voorkomend geval overeenkomstig het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer; -b. de belanghebbende met betrekking tot het bedrijf een melding als bedoeld in artikel 14 van de Wet herstructurering varkenshouderij heeft gedaan en, indien deze melding betrekking had op het gehele varkensrecht, verzoekt om doorhaling van de gegevens, bedoeld in artikel 7, tweede lid, voor de omvang van de latente ruimte, bedoeld in artikel 55a, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, zoals deze ruimte in voorkomend geval in afwijking van dat artikel wordt bepaald op grond van krachtens de artikelen 55, zesde lid, en 61 van de wet gestelde regels; -c. de op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen in 1995, 1996 en 1997 gemiddeld minder dan 5% was van de hoeveelheid die in die jaren ingevolge het voor het bedrijf geldende mestproductierecht mocht worden geproduceerd, terwijl dat percentage in 1998 ten minste 25% was; -d. de op het bedrijf geproduceerde hoeveelheid meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen in 1998 ten minste 25% groter was dan de door deze diersoorten gemiddeld in 1995, 1996 en 1997 geproduceerde hoeveelheid meststoffen, en deze vergroting gepaard ging met ten minste eenzelfde vergroting van zowel het grondgebonden mestproductierecht als het mestproductierecht, als gevolg van een vergroting van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond in de periode van 1 januari 1997 tot en met 5 november 1998. +a. de hoeveelheden meststoffen, bedoeld in artikel 34, onderdeel b, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat; +b. de verdere samenstelling van deze meststoffen; +c. de tot het bedrijf behorende oppervlakten, bedoeld in artikel 34, onderdeel c; +d. de aantallen gehouden, uitgeschaarde, ingeschaarde, tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte of tijdelijk ter weiding aangenomen dieren en de aantallen dieren die anderszins op een bedrijf of in het kader van een onderneming aanwezig zijn; +e. de aard en de samenstelling van de bodem, voor zover dat relevant is voor de hoeveelheid meststoffen die op of in de bodem mag worden gebracht. **2.** -De overeenkomstig de maatregel bepaalde omvang van het pluimveerecht komt ten hoogste overeen met: +Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur kunnen mede regels worden gesteld omtrent gevallen waarin, de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de hoeveelheid geproduceerde dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat, wordt bepaald op basis van: -a. ingeval het eerste lid, onderdeel a, op het bedrijf van toepassing is, het op 5 november 1998 voor het bedrijf geldende mestproductierecht; -b. ingeval het eerste lid, onderdeel b, op het bedrijf van toepassing is, de overeenkomstig de artikelen 58h, 58i en 58j bepaalde hoeveelheid, vermeerderd met het deel waarmee het varkensrecht waarop de belanghebbende op grond van hoofdstuk II en artikel 24 van de Wet herstructurering varkenshouderij ten hoogste aanspraak had kunnen maken ingevolge de melding is verlaagd, welk deel wordt uitgedrukt in kilogrammen fosfaat door vermenigvuldiging van het aantal varkenseenheden met 7,4 kilogram fosfaat; -c. ingeval het eerste lid, onderdeel c of d, op het bedrijf van toepassing is, het op 5 november 1998 voor het bedrijf geldende mestproductierecht of, indien de aldus bepaalde omvang van het pluimveerecht kleiner is, de in 1998 geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van kippen en kalkoenen. +a. bij of krachtens de maatregel vastgestelde forfaitaire productienormen, onderscheiden naar diersoort, diercategorie en bedrijfssysteem en uitgedrukt in kilogrammen stikstof, onderscheidenlijk fosfaat, per dier per jaar; +b. gegevens met betrekking tot de samenstelling van het door de dieren gebruikte diervoeder en de forfaitair bepaalde vastlegging van stikstof, onderscheidenlijk fosfaat, in de dieren en dierlijke producten, alsmede de forfaitair bepaalde gasvormige verliezen van stikstof uit de stal en de mestopslagruimte; +c. indien het melkvee betreft, de melkproductie per dier en de samenstelling van de melk; +d. een combinatie van deze bepalingswijzen. -**3.** Bij de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen voor de toepassing van dit artikel nadere regels worden gesteld en kan de toepasselijkheid van dit artikel worden beperkt en aan voorwaarden worden verbonden. +**3.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur kunnen mede regels worden gesteld omtrent de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder de hoeveelheid in voorraad gehouden, aangevoerde, afgevoerde of verhandelde meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof of fosfaat, wordt bepaald op basis van bij of krachtens de maatregel vastgestelde forfaitaire omrekennormen, onderscheiden naar mestvorm, diersoort, diercategorie en bedrijfssysteem en uitgedrukt in kilogrammen stikstof, onderscheidenlijk fosfaat, per gewichts- of volume-eenheid. -### Artikel 58l +**4.** -Het pluimveerecht bepaald overeenkomstig deze paragraaf of de krachtens artikel 58k gestelde regels komt ten hoogste overeen met het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c voor het bedrijf geldende mestproductierecht. +Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur worden de forfaitaire waarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vastgesteld. -### Artikel 58m +Deze waarden kunnen verschillend worden vastgesteld al naar gelang, voor zover van toepassing, de diersoort en diercategorie, de aard en het gewicht van het dierlijke product en de aard en de omvang van de stal en de mestopslagruimte. -Met betrekking tot een daartoe door de belanghebbende aangemeld bedrijf geldt in plaats van het overeenkomstig deze paragraaf bepaalde pluimveerecht een lager pluimveerecht overeenkomstig de in de melding gedane opgave. +**5.** Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze van bepaling van de hoeveelheid en de samenstelling van het diervoeder en de melk, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b en c. -### Artikel 58n +### Artikel 36 -**1.** De belanghebbende doet de in de artikelen 58g, tweede en derde lid, 58i, vierde lid, 58j, eerste lid, 58k, eerste lid, en 58m bedoelde meldingen binnen zes weken na inwerkingtreding van artikel 58c bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe bestemd, door het Bureau Heffingen op verzoek van de belanghebbende ter beschikking gesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend. +**1.** De bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 35, gestelde regels kunnen mede betrekking hebben op de bevoegdheid tot het doen van vaststellingen ten behoeve van de bepaling van de in dat artikel bedoelde hoeveelheden, hoedanigheden en oppervlakten en op de voor die vaststellingen te gebruiken apparatuur. -**2.** Bij gebreke van een overeenkomstig het eerste lid gedane melding treden de in de artikelen 58g, tweede en derde lid, 58i, vierde lid, 58j, eerste lid, 58k, eerste lid, en 58m bedoelde genoemde gevolgen van de melding niet in. +**2.** -#### Paragraaf 4. Bepalingen inzake de overgang van het pluimveerecht +De bevoegdheid tot het doen van vaststellingen kan worden verbonden aan: -### Artikel 58o +a. een door Onze Minister overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde voorwaarden verleende erkenning; +b. een door de Raad voor Accreditatie verleende accreditatie overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd programma van eisen. -Een pluimveerecht kan, onder welke titel dan ook, met inachtneming van artikel 58p, geheel of gedeeltelijk overgaan naar een ander bedrijf overeenkomstig de artikelen 58q en 58r. +**3.** Aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden en zij kan onder beperkingen worden verleend. De voorschriften en beperkingen kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken. -### Artikel 58p +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen, weigeren of intrekken van een erkenning. -**1.** Een pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in het ene concentratiegebied kan niet overgaan naar een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen in het andere concentratiegebied. +### Artikel 37 -**2.** Een pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig van een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen buiten de concentratiegebieden kan niet overgaan naar een bedrijf dat geheel of gedeeltelijk is gelegen binnen een concentratiegebied. +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het opmaken, bewaren, overleggen en afdragen van gegevens door degenen die: -### Artikel 58q +a. betrokken zijn bij het doen van vaststellingen ten behoeve van de bepaling van de hoeveelheden, hoedanigheden en oppervlakten, bedoeld in artikel 34, of +b. diervoeder of dieren, als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdeel b, op bedrijven afleveren, dan wel dieren, melk en andere dierlijke producten, als bedoeld in artikel 35, tweede lid, onderdelen b en c, van bedrijven afnemen of be- of verwerken. -**1.** De belanghebbende naar wiens bedrijf het pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, moet overgaan en de belanghebbende van wiens bedrijf het pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig is, geven van de overgang gezamenlijk kennis aan het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een daartoe bestemd, door het Bureau Heffingen op verzoek van de belanghebbende ter beschikking gesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door beide belanghebbenden is ondertekend. +## Hoofdstuk VII. Overige bepalingen -**2.** Er kan eerst aanspraak worden gemaakt op het van het andere bedrijf afkomstige pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, vanaf het tijdstip van registratie van de kennisgeving door het Bureau Heffingen. - -**3.** Op het tijdstip van registratie van de kennisgeving vindt een verkleining plaats van het pluimveerecht van het bedrijf waarvan het pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig is, en vindt een vergroting plaats van het pluimveerecht van het bedrijf waarnaar het pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, overgaat. De verkleining komt overeen met de hoeveelheid fosfaat waarop de kennisgeving betrekking heeft. De vergroting komt overeen met de hoeveelheid fosfaat waarop de kennisgeving betrekking heeft, verminderd met 25%. - -**4.** Voor het lopende jaar is de in het derde lid bedoelde vergroting, onderscheidenlijk verkleining, van het pluimveerecht beperkt tot het deel van het pluimveerecht waarvan de betrokken partijen op het formulier van de kennisgeving hebben aangegeven dat dit in dat jaar op het bedrijf waarvan het afkomstig is niet is benut voor de productie van dierlijke meststoffen. - -### Artikel 58r - -**1.** - -De registratie, bedoeld in artikel 58q, vindt niet plaats indien: - -a. de kennisgeving betrekking heeft op een grotere hoeveelheid fosfaat dan overeenkomt met het pluimveerecht van het bedrijf waarvan het afkomstig is; -b. de kennisgeving betrekking heeft op het pluimveerecht van een bedrijf ten aanzien waarvan Onze Minister gebruik maakt van de in artikel 58e, eerste lid, bedoelde bevoegdheid; -c. niet is voldaan aan artikel 58p; -d. het formulier, bedoeld in artikel 58q, eerste lid, niet volledig en naar waarheid is ingevuld en door beide belanghebbenden is ondertekend. - -**2.** Indien na de registratie blijkt dat niet aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden voor registratie is voldaan, wordt de registratie door het Bureau Heffingen doorgehaald. Met terugwerkende kracht tot het tijdstip van de registratie vindt een vergroting plaats van het pluimveerecht van het bedrijf waarvan het pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, afkomstig was met de hoeveelheid fosfaat waarop de kennisgeving betrekking had, althans voor zover de kennisgeving niet betrekking had op een grotere hoeveelheid fosfaat dan overeenkwam met het pluimveerecht van dat bedrijf, en vindt een verkleining plaats van het pluimveerecht van het bedrijf waarnaar het pluimveerecht, of een gedeelte daarvan, is overgegaan met eenzelfde hoeveelheid fosfaat, verminderd met 25% dan wel, in voorkomend geval, het percentage dat ingevolge de krachtens artikel 58t gestelde regels bij de overgang van toepassing was. - -### Artikel 58s - -**1.** Degene die voornemens is de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van kippen of kalkoenen te verplaatsen naar een locatie die niet sinds 31 december 1986 onafgebroken tot het bedrijf heeft behoord, geeft daarvan kennis aan het Bureau Heffingen. - -**2.** De locatie kan eerst voor de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van kippen of kalkoenen worden gebruikt vanaf het tijdstip van registratie van de kennisgeving door het Bureau Heffingen. - -**3.** Er kan geen verplaatsing van de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van kippen of kalkoenen plaatsvinden naar een locatie die is gelegen in een concentratiegebied, tenzij de locatie waarvandaan de productie van dierlijke meststoffen wordt verplaatst is gelegen in hetzelfde gebied. - -**4.** Op het tijdstip van registratie van de kennisgeving wordt het pluimveerecht verminderd met 25%, voor zover dit pluimveerecht blijkens de kennisgeving zal worden benut voor de productie van dierlijke meststoffen afkomstig van kippen of kalkoenen op de locatie waarheen de productie wordt verplaatst. - -**5.** - -De registratie van de kennisgeving vindt niet plaats indien: - -a. de kennisgeving betrekking heeft op een grotere hoeveelheid fosfaat dan overeenkomt met het pluimveerecht; -b. niet is voldaan aan het derde lid; -c. voor de kennisgeving niet gebruik is gemaakt van een daartoe bestemd, door het Bureau Heffingen op verzoek van de belanghebbende ter beschikking gesteld formulier, of dat formulier niet overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door de belanghebbende is ondertekend. - -### Artikel 58t - -**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de in de artikelen 58q, derde lid, en 58s, vierde lid, genoemde percentages andere percentages worden vastgesteld. De bij de maatregel vastgestelde percentages zijn van toepassing op kennisgevingen van verplaatsing die zijn gedaan na het tijdstip van inwerkingtreding van de maatregel. - -**2.** Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid kunnen voor verschillende groepen van gevallen de percentages verschillend worden vastgesteld. Bij de maatregel kunnen omtrent de groepen van gevallen nadere regels worden gesteld. - -### Artikel 58u - -**1.** In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op pluimveerechten geen pandrecht worden gevestigd. - -**2.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat alvorens het Bureau Heffingen de in artikel 58q, eerste lid, of 58s, eerste lid, bedoelde kennisgeving in behandeling neemt, van deze kennisgeving mededeling wordt gedaan aan in die regeling aan te geven derde-belanghebbenden. - -**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het tweede lid, waarbij onder meer kan worden bepaald welke gegevens door het Bureau Heffingen aan de derde-belanghebbenden kenbaar worden gemaakt, de periode gedurende welke het Bureau Heffingen de in artikel 58q, eerste lid, of 58s, eerste lid, bedoelde kennisgeving niet in behandeling neemt, alsmede de wijze waarop en de termijn waarbinnen de in de regeling aangegeven derde-belanghebbenden zich bij het Bureau Heffingen dienen aan te melden. Bij de ministeriële regeling kan worden bepaald dat een aanmelding die is gedaan op grond van de krachtens artikel 12, derde lid, van de Wet verplaatsing mestproductie gestelde regels tevens in aanmerking wordt genomen voor de toepassing van dit artikel. - -### Artikel 58v - -**1.** Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een kennisgeving als bedoeld in artikel 58q, eerste lid, of 58s, eerste lid, of een aanmelding als bedoeld in artikel 58u, derde lid, eerst door het Bureau Heffingen in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan. - -**2.** Al naar gelang sprake is van een kennisgeving als bedoeld in artikel 58q, eerste lid, van een kennisgeving als bedoeld in artikel 58s, eerste lid, of van een aanmelding als bedoeld in artikel 58u, derde lid, kan het bedrag verschillend worden vastgesteld. - -#### Paragraaf 5. Overige bepalingen met betrekking tot het pluimveerecht - -### Artikel 58w - -**1.** In bij ministeriële regeling bepaalde gevallen kan Onze Minister het pluimveerecht van een bedrijf ambtshalve vaststellen. - -**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde vaststelling. - -### Artikel 58x - -De belanghebbende kan met gebruikmaking van een daartoe bestemd, door het Bureau Heffingen op verzoek van de belanghebbende ter beschikking gesteld formulier, dat overeenkomstig de op het formulier aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld en door hem is ondertekend, een kennisgeving van het vervallen, onderscheidenlijk gedeeltelijk vervallen, van het pluimveerecht van zijn bedrijf bij het Bureau Heffingen doen. Na registratie van de kennisgeving door het Bureau Heffingen is het pluimveerecht nihil, onderscheidenlijk vindt een verkleining van het pluimveerecht plaats met de hoeveelheid fosfaat waarop de kennisgeving betrekking heeft. - -### Artikel 58y - -**1.** Indien artikel 58c op een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt voor de toepassing van dat artikel in het jaar van inwerkingtreding in plaats van «kalenderjaar» gelezen «het vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel resterende deel van het jaar», en wordt in plaats van «pluimveerecht» gelezen: pluimveerecht, vermenigvuldigd met het na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c in het desbetreffende jaar resterende aantal maanden gedeeld door twaalf. - -**2.** Indien artikel 58c op een andere datum dan 1 januari in werking treedt, wordt voor de toepassing van artikel 55, eerste lid, in het jaar van inwerkingtreding onder uitbreiding van de productie van dierlijke meststoffen verstaan: een grotere productie dan het op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c geldende mestproductierecht, dat achtereenvolgens is vermenigvuldigd met het op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c in het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf, en is vermeerderd met het op 31 december van het desbetreffende jaar geldende mestproductierecht dat is vermenigvuldigd met het sedert het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 58c in het desbetreffende jaar verstreken aantal maanden gedeeld door twaalf. - -**3.** Voor de toepassing van het tweede lid en voor de toepassing van de artikelen 56, 58k, tweede lid, en 58l worden, ingeval in het desbetreffende kalenderjaar wijzigingen in de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond hebben plaatsgevonden of verplaatsing als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplaatsing mestproductie heeft plaatsgevonden, de gevolgen daarvan voor de omvang van het in die bepalingen bedoelde mestproductierecht bepaald overeenkomstig de regels van artikel 55 en overeenkomstig de regels gesteld bij of krachtens de Wet verplaatsing mestproductie, alsof het de bepaling van het op de eerste dag van een kalenderjaar geldende mestproductierecht zou betreffen en de bedoelde wijzigingen of verplaatsing zich zouden hebben voorgedaan in het voorafgaande kalenderjaar. - -### Titel 3. Regels inzake de mestproductie in verhouding tot de mestplaatsingsruimte - -#### Paragraaf 1. Algemeen - -### Artikel 58z - -Vervallen - -#### Paragraaf 2. Maximum stikstofproductie per jaar - -### Artikel 58aa - -Vervallen - -### Artikel 58ab - -Vervallen - -### Artikel 58ac - -Vervallen - -### Artikel 58ad - -Vervallen - -### Artikel 58ae - -Vervallen - -#### Paragraaf 3. Maximum stikstofproductie op enig moment - -### Artikel 58af - -Vervallen - -### Artikel 58ag - -Vervallen - -### Artikel 58ah - -Vervallen - -### Artikel 58ai - -Vervallen - -#### Paragraaf 4. Regels met betrekking tot het aangaan van een verplichting tot afname van dierlijke meststoffen - -### Artikel 58aj - -Vervallen - -### Artikel 58ak - -Vervallen - -### Artikel 58aka - -Vervallen - -### Artikel 58al - -Vervallen - -#### Paragraaf 5. Overige regels - -### Artikel 58am - -Vervallen - -### Artikel 58an - -Vervallen - -### Artikel 58ao - -Vervallen - -### Artikel 58ap - -Vervallen - -### Artikel 58apa - -Vervallen - -### Artikel 58aq - -Vervallen - -## Hoofdstuk VI. Overige bepalingen - -### Artikel 59 +### Artikel 38 **1.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van het bij of krachtens deze wet bepaalde. @@ -1229,127 +447,732 @@ Vervallen **3.** Aan de vrijstelling of de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. -### Artikel 60 +### Artikel 39 -**1.** Onze Minister kan regelen stellen omtrent het indienen van aanvragen voor vergunningen, ontheffingen en erkenningen, die krachtens deze wet kunnen worden verleend en de wijze van behandeling van die aanvragen. +**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het indienen van aanvragen voor vergunningen, ontheffingen en erkenningen, die krachtens deze wet kunnen worden verleend, en het indienen van kennisgevingen, die ingevolge bij of krachtens deze wet gestelde regels moeten worden geregistreerd. **2.** -Bij de in het eerste lid bedoelde regelen kan worden bepaald dat +Bij de regeling kan worden bepaald: -a. een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan; -b. de kosten van het onderzoek voortvloeiende uit de aanvraag om een vergunning, een ontheffing of een erkenning geheel of gedeeltelijk ten laste van de aanvrager worden gebracht. +a. dat een aanvraag eerst in behandeling wordt genomen of dat een kennisgeving eerst wordt geregistreerd nadat een daarvoor vastgesteld bedrag is voldaan; +b. de kosten van het onderzoek voortvloeiende uit de aanvraag geheel of gedeeltelijk ten laste van de aanvrager wordt gebracht. -### Artikel 61 +### Artikel 40 **1.** Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede uitvoering van de wet nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij algemene maatregel van bestuur. **2.** Indien onderwerpen waarop deze wet van toepassing is, ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen regeling behoeven, kan dit geschieden bij ministeriële regeling. -### Artikel 61a +### Artikel 41 **1.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan medewerking worden gevorderd van het bestuur van een bedrijfslichaam. **2.** Indien de van het bestuur van een bedrijfslichaam gevorderde medewerking bestaat in het stellen van nadere regels bij verordening, behoeft deze verordening de goedkeuring van Onze Minister en van Onze Ministers wie het mede aangaat, tezamen. Krachtens de verordening genomen besluiten behoeven, voorzover dit bij of krachtens de maatregel als bedoeld in het eerste lid is bepaald, de goedkeuring van de daarbij aangewezen autoriteit. -### Artikel 62 +### Artikel 42 -Tegen een op grond van deze wet genomen besluit kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. +Tegen een op grond van deze wet genomen besluit, met uitzondering van een besluit als bedoeld in artikel 51, eerste lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. -### Artikel 63 +### Artikel 43 -**1.** Op de voorbereiding van een algemene maatregel van bestuur of een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 1, onderdelen aa en ac, 3, 5, 6, 6a, 44, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 54, 55, vierde en zesde lid, 58, 58k, 58t, 58ae, 58aka, 58aq, 59, eerste lid, en 75 is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat daaraan toepassing wordt gegeven door Onze Minister. +**1.** -**2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder. +Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van: -### Artikel 64 +a. een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 4, 6, 11, vierde lid, 16, 32, 33 en 76, eerste lid, +b. een ministeriële regeling als bedoeld in de artikelen 10, 11, vijfde lid, en 12, derde lid, en +c. een besluit als bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid, houdende vrijstelling of ontheffing van het bepaalde bij of krachtens artikel 4, 5, 6, 7, 14, 16, 19, 20, eerste lid, 21, 26, 32 of 33. + +**2.** Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door eenieder. + +**3.** Onze Minister geeft toepassing aan de in het eerste lid genoemde afdeling. + +### Artikel 44 De voordracht voor algemene maatregelen van bestuur krachtens deze wet wordt Ons gedaan door Onze Minister of, voor zover deze maatregelen worden getroffen in het belang van de bescherming van de bodem, door Onze Minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer te zamen. -### Artikel 65 +### Artikel 45 -Een krachtens de artikelen 6, 47, 48, 49, 50, 58, 58aq, tweede lid, en 75 vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken. +De ministeriële regelingen, bedoeld in hoofdstuk III, en krachtens artikel 38, eerste lid, vastgestelde regelingen houdende vrijstelling van het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. -### Artikel 66 +### Artikel 46 -Onze Minister kan de bevoegdheden die hem toekomen ingevolge artikel 41, eerste lid, en de bevoegdheden tot het verlenen van erkenningen en tot het stellen van erkenningsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 52, onderdeel c, en 53, onderdeel d, onder 1°, delegeren. +Onze Minister zendt in 2007 en vervolgens telkens na ten hoogste vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk. -### Artikel 67 +## Hoofdstuk VIII. Handhaving -De ministeriële regelingen bedoeld in hoofdstuk IV, behoudens titel 5, en in artikel 59 worden vastgesteld door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. +### Titel 1. Algemeen -### Artikel 68 +### Artikel 47 -Onze Minister doet over de werking van deze wet telkens na twee jaren een verslag aan de beide Kamers der Staten-Generaal toekomen. +**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. -## Hoofdstuk VII. Toezicht +**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. -### Artikel 69 - -**1.** Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. - -**2.** Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen in overeenstemming met Onze bij algemene maatregel van bestuur aangewezen Ministers. - -**3.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. - -### Artikel 70 +### Artikel 48 Onze Minister kan voorschriften geven betreffende de monsterneming, de verpakking, de conservering, de verzegeling, de verzending en het onderzoek van de in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde monsters. -## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen - -### Artikel 71 - -**1.** In artikel 1a, onder 3°, van de Wet op de economische delicten vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip: de Meststoffenwet 1947, de artikelen 2 en 4. - -**2.** Handelen in strijd met het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, 6, 6a, 7, 7a, 42a, eerste lid, 55, 57, tweede lid, 58, 58c, 58d, tweede lid, 58e, derde lid, 58f, eerste lid, 58aa, 58ae, vierde en zesde lid, 58af, eerste lid, 58aj, eerste lid, 58ak, eerste lid, 58aka, eerste, derde en vierde lid, 58al, 59, derde lid, en 61 is een strafbaar feit. - -### Artikel 71a +### Artikel 49 Onze Minister is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen. +### Titel 2. Bestuurlijke boetes + +#### Paragraaf 1. Bevoegdheid + +### Artikel 50 + +**1.** + +In deze titel wordt verstaan onder: + +a. overtreding: gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens artikel 7, 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 14, eerste lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40; +b. overtreder: degene die de overtreding pleegt of mede pleegt; +c. bestuurlijke boete: bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom; +d. dwangbevel: schriftelijk bevel dat ertoe strekt de betaling van een geldsom af te dwingen, voor zover de verplichting tot betaling van de geldsom uitsluitend voortvloeit uit het bepaalde in deze titel. + +**2.** Indien een overtreding is gepleegd door een rechtspersoon, wordt onder overtreder mede verstaan: degene die tot de overtreding opdracht heeft gegeven of daaraan feitelijk leiding heeft gegeven. + +### Artikel 51 + +**1.** Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen. + +**2.** Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op indien de overtreder is overleden. Een op het tijdstip van overlijden niet onherroepelijke of nog niet betaalde boete vervalt. + +### Artikel 52 + +Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op voorzover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten. + +### Artikel 53 + +Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op indien aan de overtreder wegens hetzelfde feit reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd. + +### Artikel 54 + +Onze Minister legt geen bestuurlijke boete op indien tegen de overtreder wegens hetzelfde feit: + +a. een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting is begonnen, of +b. het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 of 74c van het Wetboek van Strafrecht dan wel ingevolge artikel 37 van de Wet op de economische delicten. + +### Artikel 55 + +**1.** Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, wordt zij aan het openbaar ministerie voorgelegd. + +**2.** + +Voor een overtreding als bedoeld in het eerste lid kan Onze Minister alsnog een bestuurlijke boete opleggen indien: + +a. het openbaar ministerie heeft medegedeeld van strafvervolging tegen de overtreder af te zien, of +b. sedert het voorleggen ervan dertien weken zijn verstreken en geen reactie van het openbaar ministerie is ontvangen. + +**3.** Indien ter zake van een overtreding aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel een mededeling als bedoeld in artikel 65, tweede lid, onderdeel a, is verzonden, heeft dit dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging als bedoeld in artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. + +### Artikel 56 + +**1.** + +De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt na: + +a. twee jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40; +b. vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden, ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 7, 14, eerste lid. + +**2.** Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist. + +#### Paragraaf 2. Hoogte bestuurlijke boete + +### Artikel 57 + +**1.** + +Ingeval van overtreding van artikel 7 bedraagt de bestuurlijke boete: + +a. € 7 per kilogram stikstof waarmee de in artikel 8, onderdeel a, bedoelde gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen is overschreden, vermeerderd met +b. € 7 per kilogram stikstof waarmee de in artikel 8, onderdeel b, bedoelde stikstofgebruiksnorm is overschreden, en vermeerderd met +c. € 11 per kilogram fosfaat waarmee de in artikel 8, onderdeel c, bedoelde fosfaatgebruiksnorm is overschreden. + +**2.** Indien zowel de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen als de stikstofgebruiksnorm is overschreden, geldt, in zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, een tarief van € 3,50 voor de kilogrammen stikstof waarvoor wegens overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen reeds het tarief van € 7 is toegepast. + +**3.** Indien zowel de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen als de fosfaatgebruiksnorm is overschreden, geldt, in zoverre in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, een tarief van € 5,50 voor de kilogrammen fosfaat overeenkomend met het aantal kilogrammen stikstof waarmee de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen is overschreden. + +### Artikel 58 + +**1.** Ingeval van overtreding van artikel 14, eerste lid, bedraagt de bestuurlijke boete € 11 per kilogram fosfaat en € 7 per kilogram stikstof waarvan de afvoer niet kan worden verantwoord. + +**2.** In afwijking van het eerste lid wordt geen bestuurlijke boete opgelegd voor zover wegens overtreding van artikel 7 een bestuurlijke boete wordt opgelegd voor de kilogrammen stikstof en fosfaat waarmee de in artikel 8 bedoelde stikstofgebruiksnorm voor meststoffen, onderscheidenlijk fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen is overschreden. + +### Artikel 59 + +Onze Minister legt een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de overeenkomstig artikel 57 of 58 vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. + +### Artikel 60 + +**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen van de artikelen 57, eerste lid, en 58, eerste lid, afwijkende tarieven worden vastgesteld. + +**2.** De afwijking bedraagt ten hoogste 50%. + +**3.** Na de plaatsing in het Staatsblad van de algemene maatregel van bestuur wordt een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp zo spoedig mogelijk bij de Staten-Generaal ingediend. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de beide kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet. + +**4.** Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing. + +### Artikel 61 + +Ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40 stemt Onze Minister de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Hij houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. + +### Artikel 62 + +**1.** Ingeval van overtreding van artikel 7 of 14, eerste lid, bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 45 000 per overtreding begaan door een natuurlijke persoon en ten hoogste € 450 000 per overtreding begaan door een rechtspersoon, een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of een maatschap. + +**2.** Ingeval van overtreding van het bij of krachtens artikel 9, tweede lid, 11, vijfde lid, 13, derde lid, 15, 34, 35, 36, 37, 38, derde lid, of 40 bepaalde bedraagt de bestuurlijke boete ten hoogste € 11 250 per overtreding begaan door een natuurlijke persoon en ten hoogste € 45 000 per overtreding begaan door een rechtspersoon, een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of een maatschap. + +#### Paragraaf 3. De procedure + +### Artikel 63 + +**1.** Onze Minister en de met het toezicht belaste ambtenaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, kunnen van de overtreding een rapport opmaken. + +**2.** + +Het rapport is gedagtekend en vermeldt: + +a. de naam van de overtreder, +b. de overtreding alsmede het overtreden voorschrift, en +c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd. + +**3.** Een afschrift van het rapport wordt uiterlijk bij de bekendmaking van de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete aan de overtreder toegezonden of uitgereikt. + +**4.** Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze afdeling in de plaats van het rapport. + +**5.** Mandaat tot het opleggen van een bestuurlijke boete van meer dan € 340 wordt niet verleend aan degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt. + +**6.** Indien geen rapport of proces verbaal is opgemaakt, wordt een bestuurlijke boete van ten hoogste € 340 opgelegd. + +### Artikel 64 + +**1.** Onze Minister stelt de overtreder desgevraagd in de gelegenheid de gegevens waarop het opleggen van de bestuurlijke boete, dan wel het voornemen daartoe, berust, in te zien en daarvan afschriften te vervaardigen. + +**2.** Voor zover blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt, draagt Onze Minister er zoveel mogelijk zorg voor dat deze gegevens aan de overtreder worden medegedeeld in een voor deze begrijpelijke taal. + +### Artikel 65 + +**1.** + +Indien de overtreder in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen: + +a. wordt het rapport reeds bij de uitnodiging daartoe aan de overtreder toegezonden of uitgereikt, en +b. zorgt Onze Minister voor bijstand door een tolk, indien blijkt dat de verdediging van de overtreder dit redelijkerwijs vergt. + +**2.** + +Indien Onze Minister nadat de overtreder zijn zienswijze naar voren heeft gebracht, beslist dat: + +a. voor de overtreding geen bestuurlijke boete zal worden opgelegd, of +b. de overtreding alsnog aan de officier van justitie zal worden voorgelegd, wordt dit schriftelijk aan de overtreder medegedeeld. + +**3.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de overtreder steeds in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen indien de voorgenomen bestuurlijke boete meer dan € 340 bedraagt. + +### Artikel 66 + +**1.** Degene die wordt verhoord met het oog op het opleggen van een bestuurlijke boete, is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen omtrent de overtreding af te leggen. + +**2.** De betrokkene wordt hierop gewezen alvorens hem mondeling wordt gevraagd verklaringen af te leggen, en in ieder geval wanneer hij in de gelegenheid wordt gesteld over het voornemen tot oplegging van de bestuurlijke boete zijn zienswijze naar voren te brengen. + +### Artikel 67 + +**1.** Indien van de overtreding een rapport is opgemaakt, beslist Onze Minister omtrent het opleggen van de bestuurlijke boete binnen dertien weken na de dagtekening van het rapport. + +**2.** De beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de gedraging aan het openbaar ministerie is voorgelegd, tot de dag waarop Onze Minister weer bevoegd wordt een bestuurlijke boete op te leggen. + +### Artikel 68 + +De beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete vermeldt: + +a. de naam van de overtreder; +b. de overtreding, alsmede het overtreden voorschrift; +c. het bedrag van de boete; +d. de termijn waarbinnen de betaling moet plaatsvinden. + +#### Paragraaf 4. Betaling + +### Artikel 69 + +**1.** De betaling van de bestuurlijke boete geschiedt binnen zes weken nadat de beschikking, bedoeld in artikel 68, op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt. + +**2.** De betaling geschiedt door bijschrijving op de daartoe door Onze Minister bestemde bankrekening. + +**3.** Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de bankrekening, bedoeld in het tweede lid. + +### Artikel 70 + +**1.** Onze Minister kan de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd uitstel van betaling verlenen. + +**2.** Gedurende het uitstel kan Onze Minister niet aanmanen als bedoeld in artikel 72 of invorderen als bedoeld in artikel 73. + +**3.** De beschikking tot uitstel van betaling vermeldt de termijn waarvoor het uitstel geldt. + +**4.** Onze Minister kan aan de beschikking tot uitstel van betaling voorschriften verbinden. + +**5.** + +Onze Minister kan de beschikking tot uitstel van betaling intrekken: + +a. indien de voorschriften, bedoeld in het vierde lid, niet zijn nageleefd, of +b. voorzover veranderde omstandigheden zich tegen voortduring van het uitstel verzetten. + +### Artikel 71 + +**1.** De persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, is in verzuim indien hij niet binnen de voorgeschreven termijn heeft betaald. + +**2.** Het verzuim heeft de verschuldigdheid van wettelijke rente tot gevolg overeenkomstig de artikelen 119, eerste en tweede lid, en 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. + +**3.** Onze Minister stelt het bedrag van de verschuldigde rente vast. + ### Artikel 72 -Vervallen +**1.** Onze Minister maant de persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd en die in verzuim is schriftelijk aan tot betaling binnen twee weken gerekend vanaf de dag volgend op de dag waarop de aanmaning is verzonden. + +**2.** De aanmaning vermeldt dat bij niet tijdige betaling deze kan worden afgedwongen door op kosten van de schuldenaar uit te voeren invorderingsmaatregelen. + +**3.** Onze Minister kan voor de aanmaning een vergoeding in rekening brengen. De vergoeding bedraagt € 5 indien de schuld minder dan € 500 bedraagt en € 10 indien de schuld € 500 of meer bedraagt. + +**4.** Indien een vergoeding als bedoeld in het derde lid in rekening wordt gebracht, vermeldt de aanmaning het desbetreffende bedrag. ### Artikel 73 -Vervallen +**1.** Bij gebreke van volledige betaling binnen de in artikel 69 bedoelde termijn kan Onze Minister de verschuldigde bestuurlijke boete invorderen bij dwangbevel. + +**2.** Een dwangbevel levert een executoriale titel op, die met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten uitvoer kan worden gelegd. + +**3.** De uitvaardiging en betekening van een dwangbevel geschieden op kosten van degene tegen wie het is uitgevaardigd. De kosten zijn ook verschuldigd indien het dwangbevel door betaling van verschuldigde bedragen niet of niet volledig ten uitvoer is gelegd. De kosten die Onze Minister in rekening kan brengen voor het uitvaardigen van het dwangbevel bedragen ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag. + +**4.** Bij het dwangbevel kunnen tevens de aanmaningsvergoeding, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening worden gebracht. + +**5.** + +Het dwangbevel vermeldt in ieder geval: + +a. aan het hoofd het woord «dwangbevel»; +b. het bedrag van de invorderbare hoofdsom; +c. de beschikking, bedoeld in artikel 68; +d. de kosten van het dwangbevel, en +e. dat het op kosten van de schuldenaar ten uitvoer kan worden gelegd. + +**6.** + +Het dwangbevel vermeldt, indien van toepassing: + +a. het bedrag van de aanmaningsvergoeding; +b. de ingangsdatum van de wettelijke rente. ### Artikel 74 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden - -### Artikel 74a - -**1.** De titels 1 en 2 van hoofdstuk V vervallen met ingang van 1 januari 2007. - -**2.** Bij koninklijk besluit kan een eerder tijdstip worden bepaald waarop de in het eerste lid genoemde titels vervallen. Dit tijdstip is in ieder geval gelegen na 31 december 2004. - -**3.** De voordracht voor het koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan nadat vier weken zijn verstreken nadat het voornemen daartoe aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend is gemaakt. +Artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op de aanmaning, bedoeld in artikel 72, en het dwangbevel, bedoeld in artikel 73. ### Artikel 75 -De verschillende artikelen van deze wet of onderdelen daarvan, komen te vervallen op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. +**1.** De bekendmaking van een dwangbevel geschiedt door middel van de betekening van een exploot als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De artikelen 3:41 tot en met 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing. + +**2.** Het exploot vermeldt in ieder geval de rechtbank waarbij tegen het dwangbevel en de tenuitvoerlegging ervan overeenkomstig de artikelen 438 en 438a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan worden opgekomen. + +## Hoofdstuk IX. Slotbepalingen ### Artikel 76 -**1.** Deze wet kan worden aangehaald als: Meststoffenwet. +**1.** De verschillende artikelen van deze wet, of onderdelen daarvan, komen te vervallen op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden bepaald. -**2.** De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. +**2.** Op het in het eerste lid bedoelde tijdstip vervallen in artikel 1a van de Wet op de economische delicten de verwijzingen naar de betrokken artikelen of onderdelen. -## Bijlage A. Behorende bij de Meststoffenwet +**3.** Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. Hij treedt in werking op een tijdstip dat nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken bij koninklijk besluit wordt vastgesteld, tenzij binnen die termijn door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp bij wet wordt geregeld. In dat geval wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend. Indien het voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van beide kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken. +### Artikel 77 +Hoofdstuk V vervalt met ingang van 1 januari 2015. -## Bijlage B. Behorende bij de Meststoffenwet +### Artikel 78 -## Bijlage C. Behorende bij de Meststoffenwet +Deze wet wordt aangehaald als: Meststoffenwet. -## Bijlage D. Behorende bij de Meststoffenwet +## Bijlage I. behorende bij de -## Bijlage E. behorend bij de +*[afbeelding]* -Vervallen +Gebied I omvat, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, het grondgebied van de navolgende gemeenten: -## Bijlage F. behorende bij de Meststoffenwet +Aalten + +Almelo + +Ambt-Delden + +Amerongen + +Amersfoort + +Angerlo + +Apeldoorn + +Baarn + +Barneveld + +Bathmen + +Bergh + +De Bilt + +Borculo + +Borne + +Brummen + +Bunschoten + +Dalfsen 1)Tot het grondgebied van de gemeente Dalfsen wordt uitsluitend gerekend het deel van Lemelerveld dat voor de datum van herindeling werd gerekend tot het grondgebied van de gemeenten Ommen en Raalte. + +Denekamp + +Deventer + +Didam + +Diepenheim + +Diepenveen + +Dinxperlo + +Doesburg + +Doetinchem + +Doorn + +Driebergen/Rijsenburg + +Duiven + +Ede + +Eemnes + +Eibergen + +Elburg + +Enschede + +Epe + +Ermelo + +Gendringen + +Goor + +Gorssel + +Groenlo + +Haaksbergen + +Den Ham + +Harderwijk + +Hattem + +Heerde + +Hellendoorn + +Hengelo Gld. + +Hengelo Ov. + +Hoevelaken + +Holten + +Hummelo en Keppel + +Leersum + +Leusden + +Lichtenvoorde + +Lochem + +Losser + +Maarn + +Markelo + +Millingen a/d Rijn + +Neede + +Nunspeet + +Nijkerk + +Oldenbroek + +Oldenzaal + +Olst + +Ommen + +Ootmarsum + +Putten + +Raalte + +Renswoude + +Rhenen + +Ruurlo + +Rijnwaarden + +Rijssen + +Scherpenzeel + +Soest + +Stad-Delden + +Steenderen + +Tubbergen + +Ubbergen + +Veenendaal + +Voorst + +Vorden + +Vriezenveen + +Warnsveld + +Weerselo + +Wehl + +Westervoort + +Wierden + +Winterswijk + +Wisch + +Woudenberg + +Wijhe + +Zeist + +Zelhem + +Zevenaar + +Zutphen + +Gebied II omvat, gerekend naar de situatie op 1 januari 1997, het grondgebied van de navolgende gemeenten: + +Alphen-Chaam + +Ambt Montfort + +Arcen en Velden + +Asten + +Baarle Nassau + +Beesel + +Belfeld + +Bergen (L) + +Bergeijk + +Bernheze + +Best + +Bladel + +Boekel + +Boxmeer + +Boxtel + +Breda 1)Tot het grondgebied van de gemeente Breda wordt niet gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeenten Prinsenbeek en Teteringen. + +Broekhuizen + +Budel + +Cuijk + +Deurne + +Dongen2)Tot het grondgebied van de gemeente Dongen wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeente Dongen. + +Echt + +Eersel + +Eindhoven + +Geldrop + +Gemert-Bakel + +Gennep + +Gilze en Rijen + +Goirle + +Grave + +Grubbenvorst + +Haaren + +Haelen + +Heel en Panheel + +Heeze-Leende + +Helden + +Helmond + +'s-Hertogenbosch + +Heusden 3)Tot het grondgebied van de gemeente Heusden wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van de opgeheven gemeente Drunen. + +Heythuysen + +Hilvarenbeek + +Horst + +Hunsel + +Kessel + +Laarbeek + +Landerd + +Lith + +Loon op Zand + +Maasbracht + +Maasbree + +Maasdonk + +Meerlo-Wanssum + +Meyel + +Mierlo + +Mill en St. Hubert + +Mook en Middelaar + +Nederweert + +Nuenen, Gerwen en Nederwetten + +Oirschot + +Oisterwijk + +Oss + +Ravenstein + +Reusel-De Mierden + +Roerdalen + +Roermond + +Roggel + +Roggel en Neer + +Rucphen 4)Tot het grondgebied van de gemeente Rucphen wordt uitsluitend gerekend het grondgebied van deze gemeente, zoals dat werd begrensd vóór de datum van herindeling. + +Schijndel + +Sevenum + +Sint Anthonis + +St. Michielsgestel + +St. Oedenrode + +Someren + +Son en Breugel + +Stramproy + +Swalmen + +Tegelen + +Thorn + +Tilburg + +Uden + +Valkenswaard + +Veghel + +Veldhoven + +Venlo + +Venray + +Vierlingsbeek + +Vught + +Waalre + +Weert + +Zundert + +## Bijlage II. Behorende bij