2015-01-01 | BWBR0035217 | Besluit houders van dieren
This commit is contained in:
parent
2ae59ba2cd
commit
f5032be0ec
1 changed files with 445 additions and 16 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit houders van dieren
|
|||
bwb_id: BWBR0035217
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2014-07-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2014-12-08'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0035217
|
||||
citeertitel: Besluit houders van dieren
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -18,6 +18,11 @@ citeertitel: Besluit houders van dieren
|
|||
|
||||
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *bedrijfsbehandelplan:* een overzicht dat specifiek is voor een bedrijf, waarin aandoeningen en ziektes zijn opgenomen die voorkomen of waarvan het aannemelijk is dat deze voor kunnen komen bij door een houder gehouden dieren en waarbij is weergegeven op welke wijze de aandoeningen en ziektes worden behandeld;
|
||||
- *bedrijfsgezondheidsplan:* een plan dat specifiek is voor een bedrijf, bestaande uit:
|
||||
|
||||
1°. een analyse van de diergezondheidssituatie van door een houder gehouden dieren en van de toepassing van diergeneesmiddelen bij door een houder gehouden dieren;
|
||||
2°. een overzicht van te treffen maatregelen ter verbetering van de diergezondheidssituatie van door een houder gehouden dieren;
|
||||
- *big:* varken vanaf de geboorte tot aan het spenen;
|
||||
- *daarmee verband houdende activiteiten:* datgene dat daaronder wordt verstaan in artikel 2, onderdeel b, van verordening (EG) nr. 1099/2009;
|
||||
- *derde land:* land, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
|
|
@ -156,7 +161,7 @@ Het is verboden bij het vissen in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid,
|
|||
|
||||
### Artikel 1.19
|
||||
|
||||
Als diercategorieën als bedoeld in artikel 2.2, zevende lid, van de wet worden aangewezen honden, katten, konijnen, papegaaiachtigen, apen behorende tot de soort van de Chimpansee, de Rhesus-aap, de Beermakaak, de Java-aap, de Marmoset, de Doeroecoeli of de Doodshoofdaap en varkens.
|
||||
Als diercategorieën als bedoeld in artikel 2.2, zevende lid, van de wet worden aangewezen honden, katten, konijnen, papegaaiachtigen, apen behorende tot de soort van de Chimpansee, de Rhesus-aap, de Beermakaak, de Java-aap, de Marmoset, de Doeroecoeli of de Doodshoofdaap, varkens en nertsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.20
|
||||
|
||||
|
|
@ -175,7 +180,8 @@ h. Java-apen: 2 jaar;
|
|||
i. Marmosets: 1 jaar;
|
||||
j. Doeroecoeli’s: 1,5 jaar;
|
||||
k. Doodshoofdapen: 9 maanden;
|
||||
l. varkens: 28 dagen.
|
||||
l. varkens: 28 dagen;
|
||||
m. nertsen: 8 weken.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -232,14 +238,43 @@ b. over het bewaren en de te bewaren hoeveelheid van een diergeneesmiddel of die
|
|||
|
||||
### Artikel 1.25
|
||||
|
||||
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de administratie van de ontvangst en toepassing van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking door de houder van een dier en over het administreren van gegevens inzake het zich ontdoen van resten en lege verpakkingen van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking.
|
||||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op het invoeren van gegevens inzake het toepassen van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking in een gecentraliseerd registratiesysteem of een centrale administratie als bedoeld in de artikelen 2.21, derde lid, of 2.21a, eerste lid, van de wet.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de administratie van de ontvangst en toepassing van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking door de houder van een dier en over het administreren van gegevens inzake het zich ontdoen van resten en lege verpakkingen van diergeneesmiddelen en diervoeders met medicinale werking.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.26
|
||||
|
||||
Het is degen die een dier houdt verboden de diergeneesmiddelen, bedoeld in artikel 5.7, het eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen toe te passen, indien uit de in dat lid bedoelde gevoeligheidsbepaling blijkt dat andere diergeneesmiddelen toepasbaar zijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.27
|
||||
|
||||
**1.** Een houder van dieren die bij ministeriële regeling aan te wijzen diergeneesmiddelen ontvangt, doet in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen melding in een register dat daartoe door Onze Minister is aangewezen.
|
||||
|
||||
**2.** De beheerder van een register verstrekt aan de houder van dieren, op basis van de melding, informatie over het gebruik van de betreffende diergeneesmiddelen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de gegevens die bij de melding worden verstrekt;
|
||||
b. de termijn waarbinnen de melding wordt gedaan;
|
||||
c. de aard van de informatie die wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**4.** Tarieven voor een vergoeding die de beheerder van een register in rekening brengt voor het verwerken van een melding als bedoeld in het eerste lid, en het verstrekken van informatie als bedoeld in het tweede lid, behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. de voorwaarden voor aanwijzing van registers en de gevallen waarin een aanwijzing kan worden ingetrokken, dan wel geschorst;
|
||||
b. goedkeuring van tarieven en de gevallen waarin een besluit tot goedkeuring kan worden ingetrokken, dan wel geschorst.
|
||||
|
||||
### Artikel 1.28
|
||||
|
||||
**1.** Een houder van dieren draagt er in bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen zorg voor dat er overeenkomstig artikel 5.9, eerste lid, van het Besluit diergeneeskundigen een bedrijfsgezondheidsplan en een bedrijfsbehandelplan worden opgesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een houder van dieren handelt overeenkomstig het bedrijfsgezondheidsplan en het bedrijfsbehandelplan dat in overleg met hem is opgesteld, tenzij een diergeneeskundige noodzaak vereist dat hiervan wordt afgeweken.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 5.9, derde lid, van het Besluit diergeneeskundigen is van toepassing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Houden van dieren voor landbouwdoeleinden
|
||||
|
||||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||||
|
|
@ -889,6 +924,67 @@ b. een pluimveebedrijf waar voorheen vleeskuikens werden gehouden op een wijze a
|
|||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kennisgeving, bedoeld in artikel 2.64, derde lid, en in het eerste lid, plaatsvindt.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 6.1a. Houden van ouderdieren van vleeskuikens voor productie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.65a
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *koppel:* een groep ouderdieren die in een stal is ondergebracht, waarbij het leeftijdsverschil tussen de oudste hen en de jongste hen ten hoogste zeven dagen is;
|
||||
- *legnest:* afgescheiden ruimte voor een individueel ouderdier of een groep ouderdieren die geschikt is voor het leggen van eieren;
|
||||
- *ouderdier:* dier dat wordt gehouden voor de productie van broedeieren;
|
||||
- *plateau:* horizontaal aangebrachte verhoging van hout of kunststof waardoor geen mest kan vallen;
|
||||
- *strooisel:* houtkrullen, stro, gehakseld stro, turf, zand, zaagsel of ander materiaal met een losse structuur dat de dieren in staat stelt aan hun ethologische behoeften te voldoen;
|
||||
- *vleeskuiken:* dier van de soort Gallus gallus dat wordt gehouden voor de productie van vlees;
|
||||
- *zitstok:* horizontaal aangebrachte stok of lat van hout of kunststof waar het dier op kan zitten of rusten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.65b
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsmatig gehouden ouderdieren van vleeskuikens en dieren van tien weken of ouder die worden opgefokt tot ouderdier van vleeskuikens.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.65c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De houder van ouderdieren registreert dagelijks, voor zover van toepassing, voor elke stal de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. het aantal binnengebrachte ouderdieren, onderscheiden naar geslacht;
|
||||
b. het aantal ouderdieren dat niet-levend wordt afgevoerd;
|
||||
c. het resterend aantal ouderdieren in het koppel dat levend wordt afgevoerd, onderscheiden naar geslacht.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden drie jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.65d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een ouderdier beschikt ten minste over:
|
||||
|
||||
a. 1.300 cm^2 vloeroppervlakte per ouderdier, waaronder het legnest, waarbij de oppervlakte van in de stal aangebrachte plateaus die zich ten minste 35 cm boven de vloeroppervlakte bevinden mogen worden meegerekend en waarvan ten minste 300 cm^2 per ouderdier is bedekt met strooisel;
|
||||
b. een hoogte van 70 cm boven de vloeroppervlakte;
|
||||
c. een zitstok met een lengte van ten minste 7 cm per ouderdier, met een vrije ruimte van ten minste 10 cm onder de zitstok en ten minste 35 cm daarboven;
|
||||
d. een voerbak waarvan de lengte van de voor ouderdieren toegankelijke kant per ouderdier ten minste 12,5 cm bedraagt of, indien het een ronde voerbak betreft, een per ouderdier toegankelijke plek van ten minste 5 cm.
|
||||
|
||||
**2.** Onverminderd het eerste lid, onderdeel a, beschikken ouderdieren die in een kooi worden gehouden over een totale vloeroppervlakte van ten minste 2.850 cm^2.
|
||||
|
||||
**3.** De oppervlakte, bedoeld in het eerste lid, is horizontaal en is dicht of bestaat uit roosters van hout of kunststof, niet zijnde draadroosters.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, beschikt een ouderdier van een koppel waarvan de hennen een eindgewicht van ten hoogste 2,4 kg bereiken over ten minste 1.200 cm^2 bruikbare oppervlakte per ouderdier.
|
||||
|
||||
**5.** Onverminderd de artikelen 1.7, onderdeel e, en 2.4, zesde lid beschikt een ouderdier als bedoeld in het vierde lid permanent over luzerne, snijmaissilage of daarmee vergelijkbaar ruwvoer.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.65e
|
||||
|
||||
Een dier dat wordt opgefokt om te worden gehouden als ouderdier beschikt over een vloeroppervlakte van ten minste 666 cm^2 per dier.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.65f
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2.4, tweede lid, worden ouderdieren ten minste tweemaal per dag gecontroleerd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 2.5, achtste lid, wordt de apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van ouderdieren ten minste tweemaal per dag gecontroleerd.
|
||||
|
||||
**3.** De houder van ouderdieren controleert tweemaal per dag de kwaliteit van het strooisel.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 6.2. Houden van legkippen voor productie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.66
|
||||
|
|
@ -1064,6 +1160,335 @@ g. een continu werkende drinkgoot waarvan de lengte van de voor de legkippen toe
|
|||
|
||||
**2.** Lokalen, uitrusting en gereedschappen waarmee de legkippen in aanraking komen, worden regelmatig grondig gereinigd en ontsmet, in elk geval telkens wanneer de kooien om sanitaire redenen worden leeggemaakt, en ook voordat een nieuwe partij legkippen wordt binnengebracht. Zolang de stal of de kooien bezet zijn, worden alle oppervlakken en alle installaties goed schoon gehouden.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 6.3. Houden van vleeskalkoenen voor productie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76a
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *bezettingsdichtheid:* totale levend gewicht van de dieren die tegelijkertijd in de stal aanwezig zijn per vierkante meter oppervlakte die voor hen beschikbaar is;
|
||||
- *koppel:* een groep vleeskalkoenen van hetzelfde geslacht, waarbij het leeftijdsverschil tussen het oudste dier en het jongste dier ten hoogste zeven dagen is;
|
||||
- *ouderdier:* dier dat wordt gehouden voor de productie van broedeieren;
|
||||
- *uitvalpercentage:* het aantal dieren van een koppel dat vanwege een natuurlijke oorzaak is gestorven, gedeeld door het totaal aantal dieren waaruit het koppel aan het begin van het productieproces bestond, vermenigvuldigd met 100;
|
||||
- *verordening (EG) nr. 1/2005:* verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97 (PbEU 2005, L 3);
|
||||
- *vleeskalkoen:* dier van de soort Meleagris gallopavo dat wordt gehouden voor de productie van vlees.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76b
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsmatig gehouden vleeskalkoenen, ouderdieren van vleeskalkoenen en dieren die worden opgefokt om te worden gehouden als ouderdier van vleeskalkoenen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76c
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De houder van vleeskalkoenen of ouderdieren registreert per koppel de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. het aantal binnengebrachte vleeskalkoenen of ouderdieren;
|
||||
b. het aantal vleeskalkoenen of ouderdieren dat vanwege een natuurlijke oorzaak is gestorven of is gedood, per dag;
|
||||
c. het totale levend gewicht van de vleeskalkoenen of ouderdieren bij aflevering aan het slachthuis, binnen twee weken na die aflevering.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De houder van vleeskalkoenen registreert ten hoogste een maand na aflevering van een koppel het uitvalpercentage van mannelijke en van vrouwelijke vleeskalkoenen en de oorzaak van de sterfte, indien dat percentage hoger is dan:
|
||||
|
||||
a. 5% bij een koppel vrouwelijke dieren;
|
||||
b. 9% bij een koppel mannelijke dieren.
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden drie jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Vleeskalkoenen worden zodanig gehouden dat de bezettingsdichtheid niet hoger is dan:
|
||||
|
||||
a. 58 kg/m^2 voor mannelijke dieren;
|
||||
b. 48 kg/m^2 voor vrouwelijke dieren.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Dieren die worden opgefokt om te worden gehouden als ouderdier worden zodanig gehouden dat de bezettingsdichtheid niet hoger is dan:
|
||||
|
||||
a. 56 kg/m^2 voor mannelijke dieren;
|
||||
b. 49 kg/m^2 voor vrouwelijke dieren.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Ouderdieren worden zodanig gehouden dat de bezettingsdichtheid niet hoger is dan:
|
||||
|
||||
a. 46 kg/m^2 voor mannelijke dieren;
|
||||
b. 29 kg/m^2 voor vrouwelijke dieren.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Indien in een stal verrijkingselementen zijn aangebracht die door de vleeskalkoenen kunnen worden aangeraakt en die geschikt zijn om ten minste 10% van die dieren in de stal tegelijkertijd afleiding te bieden, bedraagt de bezettingsdichtheid voor vleeskalkoenen, in afwijking van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. 59 kg/m^2 voor mannelijke dieren;
|
||||
b. 49 kg/m^2 voor vrouwelijke dieren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76e
|
||||
|
||||
**1.** De houder van vleeskalkoenen, ouderdieren van vleeskalkoenen en dieren die worden opgefokt om te worden gehouden als ouderdier van vleeskalkoenen voorziet de stalvloer die niet is gelegen onder de voedsel- of watervoorziening van strooisel.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het strooisel:
|
||||
|
||||
a. bestaat uit stro of houtkrullen en is niet verontreinigd;
|
||||
b. is droog en rul, en heeft een droge stofgehalte van ten minste 80% op het moment dat het in de stal wordt gebracht;
|
||||
c. is aangebracht in een laag die dik genoeg is om dieren de mogelijkheid te bieden om een stofbad te nemen, uitwerpselen te absorberen en de stalvloer te isoleren.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76f
|
||||
|
||||
**1.** Indien vleeskalkoenen en ouderdieren worden gehouden in een ruimte die mechanisch wordt geventileerd bedraagt de luchtverversingscapaciteit ten minste 4 m^3 per kg levend gewicht per uur.
|
||||
|
||||
**2.** Een koppel vleeskalkoenen of dieren die worden opgefokt om te worden gehouden als ouderdier worden de eerste vijf dagen na aankomst op het bedrijf waar ze worden gehouden als vleeskalkoen of worden opgefokt om te worden gehouden als ouderdier in een ruimte gehouden waar de temperatuur op dierhoogte 35 tot 39° Celsius bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76g
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 2.5, eerste en tweede lid, worden vleeskalkoenen en ouderdieren gehouden in een ruimte waar een aaneengesloten rustperiode wordt gehanteerd van ten minste acht uur per etmaal, waarin die ruimte niet of nauwelijks kunstmatig wordt verlicht.
|
||||
|
||||
**2.** De lichtintensiteit in een ruimte bestemd voor vleeskalkoenen of ouderdieren bedraagt op dierhoogte ten minste 20 Lux, tenzij een lagere lichtsterkte tijdelijk noodzakelijk is om letsel als gevolg van pikkerij te voorkomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76h
|
||||
|
||||
Tijdens vervoer dat op Nederlands grondgebied begint en eindigt, worden vleeskalkoenen die zwaarder zijn dan 7 kg vervoerd in containers als bedoeld in artikel 2, onderdeel g, van verordening (EG) nr. 1/2005.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76i
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2.4, tweede lid, worden vleeskalkoenen en ouderdieren ten minste tweemaal per dag gecontroleerd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 2.5, achtste lid, wordt de apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van vleeskalkoenen en ouderdieren ten minste tweemaal per dag gecontroleerd.
|
||||
|
||||
**3.** De houder van vleeskalkoenen en ouderdieren controleert tweemaal per dag de kwaliteit van het strooisel.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6a. Houden van konijnen voor productie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76j
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *fokram:* mannelijk konijn dat ten minste eenmaal gedekt heeft of waarvan ten minste eenmaal sperma is afgenomen;
|
||||
- *gespeend konijn:* konijn dat is gescheiden van de voedster en dat wordt gehouden om te worden geslacht of om te worden geselecteerd als opfokkonijn;
|
||||
- *konijn:* dier van de soort Oryctolagus cuniculus;
|
||||
- *koppel:* een groep konijnen die in dezelfde kalenderweek is gespeend;
|
||||
- *opfokkonijn:* konijn dat wordt opgefokt tot voedster of fokram;
|
||||
- *spenen:* scheiden van een jong van een voedster;
|
||||
- *voedster:* vrouwelijk konijn vanaf drie dagen voor het berekende tijdstip van haar eerste worp;
|
||||
- *vrije hoogte:* ruimte die niet wordt belemmerd door obstakels.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76k
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsmatig gehouden:
|
||||
|
||||
a. gespeende konijnen;
|
||||
b. opfokkonijnen;
|
||||
c. voedsters en fokrammen die worden gehouden voor de productie van konijnen die worden gehouden om te worden geslacht of om te worden gebruikt als opfokkonijn.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76l
|
||||
|
||||
**1.** De houder van konijnen registreert zich bij Onze Minister.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde registratie vindt plaats met als doel het bevorderen van een effectief systeem van toezicht en handhaving van de op de houder van toepassing zijnde regelgeving met betrekking tot dierenwelzijn.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de houder de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. naam, adres en woonplaats van de houder;
|
||||
b. voor zover de houder een natuurlijk persoon is, de geboortedatum en het geslacht van de houder;
|
||||
c. voor zover de houder een rechtspersoon betreft, de datum van oprichting en het inschrijfnummer van de houder bij de kamer van Koophandel;
|
||||
d. adres en locatie van het bedrijf waar de dieren worden gehouden;
|
||||
e. de gehouden diersoort.
|
||||
|
||||
**4.** Wijziging van de gegevens, bedoeld in het derde lid, wordt binnen twee weken na het ontstaan van de wijziging door de houder doorgegeven aan de hand van een middel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76m
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De houder van gespeende konijnen, voedsters, fokrammen of opfokkonijnen registreert maandelijks de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. het aantal levend geboren konijnen;
|
||||
b. het aantal konijnen dat gespeend is;
|
||||
c. de aantallen gespeende konijnen, voedsters, fokrammen en opfokkonijnen die op het bedrijf zijn aangevoerd;
|
||||
d. de aantallen gespeende konijnen, voedsters, fokrammen en opfokkonijnen die levend worden afgevoerd;
|
||||
e. de uitvalpercentages, bedoeld in artikel 2.81, eerste lid;
|
||||
f. de uitkomst van de consultatie, bedoeld in artikel 2.81, eerste lid, de maatregelen, bedoeld in artikel 2.81, tweede lid, en de uitkomst van de evaluatie, bedoeld in artikel 2.81, derde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden drie jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76n
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De houder van konijnen berekent maandelijks het uitvalpercentage voor gespeende konijnen, voedsters en opfokkonijnen, op de volgende wijze:
|
||||
|
||||
a. *voor gespeende konijnen:* het aantal dieren van een koppel dat niet-levend van het bedrijf is afgevoerd, gedeeld door de som van het aantal dieren waaruit het koppel na het spenen bestond en het aantal dieren dat aan de groep is toegevoegd, vermenigvuldigd met 100;
|
||||
b. *voor voedsters en opfokkonijnen:* het aantal voedsters of opfokkonijnen dat niet-levend van het bedrijf is afgevoerd, gedeeld door het aantal voedsters of opfokkonijnen dat die maand gemiddeld op het bedrijf aanwezig was, vermenigvuldigd met 100.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het uitvalpercentage van gespeende konijnen, voedsters of opfokkonijnen hoger is dan 10%, consulteert de houder een dierenarts met als doel dat percentage te verlagen.
|
||||
|
||||
**3.** Naar aanleiding van de consultatie, bedoeld in het tweede lid, neemt de houder maatregelen om het uitvalpercentage te verlagen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien het uitvalpercentage van gespeende konijnen, voedsters of opfokkonijnen gedurende een jaar hoger is dan 10%, evalueert de houder in samenwerking met een dierenarts de werking van de maatregelen, bedoeld in het derde lid en past de houder die maatregelen aan, indien nodig.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76o
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een voedster beschikt over een kooi met ten minste:
|
||||
|
||||
a. een vloeroppervlakte van 4.500 cm^2 per voedster, waaronder:
|
||||
|
||||
1°. een van nestmateriaal voorziene nestruimte van ten minste 700 cm^2 die verbonden is met de kooi, en
|
||||
2°. een horizontaal plateau met een oppervlakte van ten minste 900 cm^2 en een breedte van ten minste 20 cm;
|
||||
b. een vrije hoogte van 60 cm boven een vloeroppervlakte van 950 cm^2;
|
||||
c. een doorgang van de bodem naar het plateau met een breedte van 25 cm.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een konijn dat wordt opgefokt tot voedster of fokram beschikt over een kooi met ten minste:
|
||||
|
||||
a. een vloeroppervlakte van 2.000 cm^2 per dier;
|
||||
b. een hoogte van 40 cm boven 80% van de vloeroppervlakte.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Een fokram beschikt over een kooi met ten minste:
|
||||
|
||||
a. een vloeroppervlakte van 4.000 cm^2 per dier;
|
||||
b. een hoogte van 60 cm.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
Een gespeend konijn wordt gehouden in een groep die bestaat uit ten minste twee konijnen en beschikt over een kooi met ten minste:
|
||||
|
||||
a. een vloeroppervlakte, waarbij de oppervlakte van een in de kooi aangebracht plateau van ten minste 10 cm breed kan worden meegerekend, van:
|
||||
|
||||
1°. 700 cm^2 per dier, indien de groep bestaat uit minder dan vijf dieren;
|
||||
2°. 600 cm^2 per dier, indien de groep bestaat uit vijf of meer dieren;
|
||||
b. een hoogte van 40 cm boven 80% van de vloeroppervlakte indien in de kooi geen plateau is aangebracht, of een vrije hoogte van 40 cm boven 20% van de vloeroppervlakte indien in de kooi een plateau is aangebracht.
|
||||
|
||||
**5.** Indien in een kooi een plateau is aangebracht, bedraagt de afstand tussen de vloeroppervlakte en het plateau en tussen het plateau en de bovenkant van de kooi ten minste 25 cm.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Indien de vloeroppervlakte uit gaas bestaat:
|
||||
|
||||
a. heeft de bovenliggende draad een diameter van ten minste 2,4 mm;
|
||||
b. bedraagt de afstand tussen het middelpunt van de bovenliggende draden ten minste 10 mm en ten hoogste 16 mm;
|
||||
c. plaatst de houder in een kooi als bedoeld in het eerste en derde lid een mat van ten minste 900 cm^2 van plastic of van materiaal met vergelijkbare eigenschappen als plastic.
|
||||
|
||||
**7.** Konijnen beschikken permanent over ruwvoer of knaagmateriaal dat voorziet in hun knaagbehoefte.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76p
|
||||
|
||||
Het is verboden om een vrouwelijk konijn te laten dekken of insemineren voordat het 15 weken oud is.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76q
|
||||
|
||||
**1.** Onverminderd artikel 2.5, eerste en tweede lid, worden konijnen gehouden in een ruimte waar een dag- en nachtritme wordt gehanteerd waarbij het ten minste acht uur licht is en ten minste acht uur donker, in beide gevallen ten minste vier uur aaneengesloten.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In een ruimte bestemd voor voedsters en fokrammen:
|
||||
|
||||
a. wordt na een periode van licht als bedoeld in het eerste lid een schemerperiode gehanteerd van ten minste een uur;
|
||||
b. bedraagt de lichtintensiteit op dierhoogte ten minste 20 Lux gedurende ten minste acht uur per dag.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76r
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 2.4, tweede lid, worden konijnen ten minste tweemaal per dag gecontroleerd.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 2.5, achtste lid, wordt de apparatuur die noodzakelijk is voor de voer- en watervoorzieningen van konijnen ten minste tweemaal per dag gecontroleerd.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 6b. Houden van nertsen voor productie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76s
|
||||
|
||||
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *compartiment:* ruimte waarin de dieren vrij kunnen bewegen en waarin geen scheidingswanden zijn aangebracht;
|
||||
- *fokdier:* dier dat gepaard heeft of een jaar of ouder is;
|
||||
- *nerts:* dier van de soort Mustela vison;
|
||||
- *nestbox:* slaapplaats voor nertsen;
|
||||
- *opgroeiende nerts:* gespeende nerts die nog niet gepaard heeft en jonger is dan één jaar;
|
||||
- *pup:* nog niet gespeende nerts;
|
||||
- *stereotiep gedrag:* langdurig en herhaaldelijk vertoon van dezelfde gedragingen, met uitzondering van gedrag dat normaliter wordt vertoond tijdens het uur voorafgaand aan het moment waarop de dieren worden gevoerd;
|
||||
- *verrijkingsobject:* object dat door nertsen kan worden aangeraakt en dat bedoeld is om de nertsen afleiding te geven.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76t
|
||||
|
||||
Deze paragraaf is van toepassing op bedrijfsmatig gehouden nertsen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76u
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De houder van nertsen registreert de volgende gegevens:
|
||||
|
||||
a. het aantal fokdieren dat op het bedrijf aanwezig was op 1 mei, 1 juli en 1 augustus;
|
||||
b. het aantal pups dat op het bedrijf aanwezig was op 1 juli en 1 augustus;
|
||||
c. het aantal opgroeiende nertsen dat op het bedrijf aanwezig was op 1 augustus;
|
||||
d. het aantal nertsen dat in januari of februari op het bedrijf aanwezig was en stereotiep gedrag vertoont of een kale staartpunt van ten minste 1 cm heeft;
|
||||
e. de handelingen die zijn verricht om stereotiep gedrag of kale staartpunten te voorkomen of te verminderen.
|
||||
|
||||
**2.** De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden drie jaar bewaard.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76v
|
||||
|
||||
**1.** Nertsen worden gehouden in een leefruimte die voldoet aan de eisen in dit artikel.
|
||||
|
||||
**2.** Een leefruimte bestaat uit één of meer compartimenten, waaraan in ieder geval een nestbox is gekoppeld.
|
||||
|
||||
**3.** De leefruimte bestaat ten minste uit één compartiment met een afmeting van ten minste 85 cm lengte, 30 cm breedte en 45 cm hoogte, waarbij de hoogte wordt berekend als afstand tussen de onder- en bovenkant van het compartiment en waarbij eventueel aangebrachte plateaus niet worden meegerekend.
|
||||
|
||||
**4.** Elk fokdier beschikt over een nestbox.
|
||||
|
||||
**5.** De nestbox heeft een afmeting van ten minste 20 cm lengte, 20 cm breedte en 15 cm hoogte.
|
||||
|
||||
**6.** De nestbox is permanent voorzien van voldoende strooisel, dat droog is en bestaat uit stro, houtkrullen, zaagsel of ander materiaal met vergelijkbare eigenschappen.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de leefruimte bestaat uit meerdere compartimenten zijn de compartimenten horizontaal, verticaal of horizontaal en verticaal gecombineerd met elkaar geschakeld.
|
||||
|
||||
**8.** In het geval, bedoeld in het zevende lid, heeft elk compartiment ten minste een vloeroppervlakte van 1.700 cm^2 en ten minste een hoogte van 40 cm.
|
||||
|
||||
**9.** Indien een leefruimte bestaat uit meerdere compartimenten wordt het vloeroppervlak van de leefruimte bepaald door de som van de vloeroppervlakten van de onderscheidenlijke compartimenten, ongeacht of de compartimenten horizontaal of verticaal zijn geschakeld.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76w
|
||||
|
||||
**1.** In een leefruimte worden maximaal twee fokdieren zonder pups of twee opgroeiende nertsen gehouden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid:
|
||||
|
||||
a. is per extra nerts tenminste 850 cm^2 extra vloeroppervlak beschikbaar, indien in een leefruimte meer dan twee fokdieren of meer dan twee opgroeiende nertsen worden gehouden;
|
||||
b. is tot 1 augustus van enig jaar ten minste een vloeroppervlakte van 2.550 cm^2 beschikbaar, indien in een leefruimte één fokdier met maximaal drie pups worden gehouden;
|
||||
c. is tot 1 juli van enig jaar ten minste een vloeroppervlakte van 2.550 cm^2 beschikbaar en tussen 1 juli en 1 augustus van enig jaar ten minste twee compartimenten, indien in een leefruimte één fokdier met meer dan drie pups wordt gehouden, of
|
||||
d. is vanaf 1 augustus van enig jaar een vloeroppervlakte van 2.550 cm^2 voor twee dieren en 850 cm^2 extra voor elke nerts beschikbaar, indien in een leefruimte één fokdier met één of meer pups wordt gehouden.
|
||||
|
||||
**3.** Vanaf 1 augustus van enig jaar is per viertal nertsen of een gedeelte daarvan een vloeroppervlakte van de nestbox van 400 cm^2 beschikbaar. Voor elk dier extra in de leefruimte is 100 cm^2 extra vloeroppervlakte van de nestbox beschikbaar.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76x
|
||||
|
||||
**1.** In iedere leefruimte is tenminste één verrijkingsobject aanwezig.
|
||||
|
||||
**2.** Van 1 augustus tot 1 maart van het daaropvolgende jaar is per drie of minder nertsen ten minste één verrijkingsobject aanwezig.
|
||||
|
||||
**3.** Indien als verrijkingsobject een plateau is aangebracht in de leefruimte, is de afstand tussen het plateau en de bovenzijde van het compartiment ten minste 12,5 cm, de afstand tussen het plateau en de bodem ten minste 25 cm en is de oppervlakte ten minste 450 cm^2.
|
||||
|
||||
**4.** Indien als verrijkingsobject een cilinder is aangebracht in de leefruimte, heeft die een lengte van ten minste 15 cm en een diameter van ten minste 12 cm.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76y
|
||||
|
||||
De houder van nertsen controleert dagelijks de kwaliteit van het strooisel.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.76z
|
||||
|
||||
De houder van nertsen beschikt over een actieplan waarin staat vermeld welke maatregelen worden getroffen om stereotiep gedrag en kale staartpunten bij nertsen te voorkomen of te verminderen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 7. Houden van overige dieren voor productie
|
||||
|
||||
### Artikel 2.77
|
||||
|
|
@ -1571,19 +1996,21 @@ c. het staken van het dodingsproces indien onvoldoende is gegarandeerd dat daarb
|
|||
|
||||
### Artikel 6.1
|
||||
|
||||
**1.** Ter uitvoering van de artikelen 2.13 en 2.15 wordt medewerking gevorderd van het Productschap voor Vee en Vlees.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde medewerking bestaat uit het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden en het bij verordening stellen van regels.
|
||||
|
||||
**3.** De krachtens de in het tweede lid bij verordening vastgestelde voorschriften en genomen besluiten behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan met betrekking tot het verlenen van de in het eerste lid bedoelde medewerking beleidsregels stellen.
|
||||
|
||||
**5.** De in het tweede lid bedoelde regels kunnen onder meer betrekking hebben op de instelling van de plicht tot identificatie van varkens, de registratie daarvan, alsmede op de melding daarvan aan een bij die regels aan te wijzen instantie.
|
||||
In afwijking van artikel 2.76f, eerste lid, bedraagt de in dat lid bedoelde luchtverversingscapaciteit in stallen die voor 1 juni 2003 zijn gebouwd en sindsdien niet zijn verbouwd ten minste 3 m^3 per kg levend gewicht per uur.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.2
|
||||
|
||||
Bij de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 2.69, tweede lid, kan Onze Minister de medewerking vorderen van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren ter uitvoering van artikel 2.69, eerste lid.
|
||||
**1.** Tot en met 22 april 2016 is het toegestaan om een voedster als bedoeld in artikel 2.78 buiten de periode van drie dagen voor het berekende tijdstip van werpen tot en met 18 dagen na het werpen te huisvesten in een kooi als bedoeld in artikel 2.76o, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** Tot en met 22 april 2016 is het degene die konijnen houdt in een huisvestingssysteem dat op 23 april 2006 reeds in gebruik was toegestaan om af te wijken van de artikelen 2.76o, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, onderdelen b en c, tweede lid en het vierde tot en met zesde lid, onderdelen a en b, op voorwaarde dat de houder ten minste 50 punten behaalt volgens de tabel in bijlage III bij dit besluit.
|
||||
|
||||
**3.** Onze Minister kan tot en met 22 april 2016 ontheffing verlenen van de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, aan een konijnenhouder als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Verordening welzijnsnormen konijnen (PPE) 2006, zoals dat luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van dit lid.
|
||||
|
||||
**4.** Een ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt verleend voor een periode van een jaar.
|
||||
|
||||
**5.** Ontheffingen, verleend op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel a, van de Verordening welzijnsnormen konijnen (PPE) 2006 worden aangemerkt als ontheffingen als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** Het tweede lid is niet van toepassing op degene aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het derde of vijfde lid, en die is ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 6.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1687,3 +2114,5 @@ Soorten papegaaiachtigen en de minimum leeftijd die per soort moet worden aangeh
|
|||
Aangewezen soorten en categorieën van in Nederland te houden dieren met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten.
|
||||
|
||||
Categorieën
|
||||
|
||||
## Bijlage III. als bedoeld in
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue