2014-03-29 | BWBR0012289 | Vreemdelingencirculaire 2000 (B)
This commit is contained in:
parent
7157e93b8f
commit
f5143b25bc
1 changed files with 56 additions and 114 deletions
|
|
@ -4186,24 +4186,50 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel waarmee de vreemdeling de herkomst van zijn ve
|
|||
|
||||
### 1. Inleiding
|
||||
|
||||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor:
|
||||
In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die gelden voor vreemdelingen die een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw aanvragen.
|
||||
|
||||
• vreemdelingen die in Nederland willen verblijven voor onbepaalde tijd als langdurig ingezeten onderdanen van derdelanden;
|
||||
• vreemdelingen die op grond van nationale gronden verblijf voor onbepaalde tijd wensen.
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 20 en 21 Vw.
|
||||
|
||||
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de artikelen 20, 21, 21a en 22 Vw.
|
||||
### 2. Beleidsregels
|
||||
|
||||
### 2. Algemene beleidsregels
|
||||
De IND wijst een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd af wanneer één van de in artikel 21, eerste lid, Vw genoemde gronden zich voordoet, voor zover artikel 21, tweede, derde en vierde lid, Vw en de artikelen 3.92, 3.93, 3.943.95, 3.96 en 3.96a Vb hierop geen uitzondering maken.
|
||||
|
||||
#### 2.1. Inburgeringsvereiste
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar *ononderbroken* was ingeschreven als ingezetene in de BRP of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
|
||||
##### 2.1.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
|
||||
#### 2.1. De duur van het verblijf in Nederland
|
||||
|
||||
De IND wijst een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd niet af op grond van artikel 21, eerste lid, Vw als de vreemdeling direct voorafgaande aan het nemen van het besluit vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e, l, Vw, dan wel op grond van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen.
|
||||
|
||||
#### 2.2. De aard van het verblijfsrecht
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat sprake is van een verblijfsrecht van tijdelijke aard als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder f, Vw als de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking als genoemd in artikel 3.5, tweede lid, Vb, tenzij de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning onbeperkt kan worden verlengd.
|
||||
|
||||
#### 2.3. Middelen van bestaan
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan ter hoogte van minimaal het normbedrag voor alleenstaanden als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, VV, telt de IND het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft mee bij de berekening van de middelen van bestaan. In dat geval geldt het toepasselijke normbedrag voor gezinnen als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, Vb. Een kind dat feitelijk niet langer bij een gezinslid verblijft omdat hij buitenshuis een volledige dagopleiding volgt (al dan niet met een studiebeurs), wordt geacht nog steeds bij dit gezinslid te verblijven.
|
||||
|
||||
De IND telt bij de in artikel 21, tweede lid, Vw genoemde periode van tien jaar aaneengesloten rechtmatig verblijf, mee:
|
||||
|
||||
• de periode van het verblijf in Nederland als Nederlander; of
|
||||
• de periode van het verblijf in Nederland als houder van een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
#### 2.4. Openbare orde of nationale veiligheid
|
||||
|
||||
De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid af te wijzen, zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c en d, Vw en artikel 3.95 Vb, tenzij dit in strijd is met internationale verplichtingen.
|
||||
|
||||
#### 2.5. Hoofdverblijf
|
||||
|
||||
Voor verplaatsing van het hoofdverblijf wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1. Vc.
|
||||
|
||||
#### 2.6. Inburgeringsvereiste
|
||||
|
||||
In aanvulling op artikel 3.96a, tweede lid, aanhef en onder b, Vb geldt dat de IND niet verlangt dat de vreemdeling gedurende acht jaar *ononderbroken* was ingeschreven in de GBA of rechtmatig in Nederland verbleef.
|
||||
|
||||
##### 2.6.1. Ontheffing vanwege een psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.96a, derde lid, Vb ontheft de IND de vreemdeling van de wettelijke verplichting het inburgeringsexamen te behalen als hij aantoont dat hij een zodanige psychische of lichamelijke belemmering of verstandelijke handicap heeft, dat hij binnen vijf jaren niet in staat is om het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
|
||||
##### 2.1.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
|
||||
##### 2.6.2. Ontheffing met een beroep op de hardheidsclausule
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 3.96a, vierde lid, Vb past de IND in ieder geval de hardheidsclausule toe als de vreemdeling ondanks aantoonbaar geleverde inspanning redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het inburgeringsexamen te behalen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4215,72 +4241,14 @@ De IND maakt in ieder geval geen gebruik van de in artikel 3.96a, vierde lid, Vb
|
|||
• geen inburgeringsvoorziening heeft opgelegd gekregen;
|
||||
• geen aanbod tot een taalkennisvoorziening heeft gekregen;
|
||||
• geen taalkennisvoorziening heeft opgelegd gekregen; of
|
||||
• nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
|
||||
|
||||
### 3. Specifieke beleidsregels status langdurig ingezetene
|
||||
nooit heeft geweten dat hij het inburgeringsexamen moet behalen.
|
||||
|
||||
De IND wijst de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetene af als in ieder geval één van de in artikel 21 Vw genoemde gronden zich voordoet en artikel 3.92 Vb hierop geen uitzondering maakt.
|
||||
#### 2.7. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
#### 3.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland
|
||||
##### 2.7.1. Oud-Nederlanders (
|
||||
|
||||
De IND wijst een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ niet af op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, Vw als de vreemdeling op het moment van het nemen van het besluit vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft.
|
||||
|
||||
#### 3.2. De aard van het verblijfsrecht
|
||||
|
||||
De IND neemt aan dat sprake is van een formeel beperkt verblijfsrecht van de vreemdeling als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder b, Vw als:
|
||||
|
||||
• de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier; of
|
||||
• de vreemdeling verblijf heeft gedurende een bezwaar- of beroepsprocedure tegen de weigering een verblijfsvergunning te verlenen, verlengen of wijzigen en gedurende een bezwaar- of beroepsprocedure, gericht tegen een intrekking van een verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
Als de IND de verblijfsvergunning regulier vervolgens alsnog verleent, dan beschouwt de IND de periode van verblijf gedurende bezwaar- of beroepsprocedure (achteraf bezien) niet meer als formeel beperkt verblijfsrecht.
|
||||
|
||||
#### 3.3. Afwezigheid van het grondgebied
|
||||
|
||||
Voor verplaatsing van het hoofdverblijf wordt verwezen naar paragraaf B1/6.2.1. Vc.
|
||||
|
||||
#### 3.4. Middelen van bestaan
|
||||
|
||||
Als de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan ter hoogte van minimaal het normbedrag voor alleenstaanden als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, VV, telt de IND het duurzame, zelfstandig verworven inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft mee bij de berekening van de middelen van bestaan. In dat geval geldt het toepasselijke normbedrag voor gezinnen als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, aanhef en onder a, Vb.
|
||||
|
||||
#### 3.5. Openbare orde of nationale veiligheid
|
||||
|
||||
De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens gevaar voor de openbare orde af te wijzen, zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, Vw en artikel 3.92, vijfde lid, Vb, tenzij dit in strijd is met internationale verplichtingen.
|
||||
|
||||
De IND beoordeelt of sprake is van een gevaar voor de nationale veiligheid. In welk geval hiervan in ieder geval sprake is staat vermeld in paragraaf B1/4.4 Vc.
|
||||
|
||||
#### 3.6. Rechtmatig verblijf (werkingssfeer)
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder i, Vw verleent de IND de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ niet als sprake is van een vreemdeling die:
|
||||
|
||||
• toestemming heeft in een lidstaat te verblijven op grond van tijdelijke bescherming (houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw) of toestemming heeft om daar te verblijven in afwachting van een beslissing op een dergelijke aanvraag;
|
||||
• toestemming heeft in een lidstaat te verblijven op grond van subsidiaire vormen van bescherming, overeenkomstig internationale verplichtingen, nationale wetgevingen of de praktijk van lidstaten; of toestemming heeft om aldaar te verblijven in afwachting van een beslissing op een dergelijke aanvraag (artikel 3.1a Vb en artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c, richtlijn 2003/109/EG);
|
||||
• op grond van artikel 33 Vw houder is van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd; of
|
||||
• burger is van de Unie (artikelen 2 en 3 van richtlijn 2003/109/EG).
|
||||
|
||||
### 4. Specifieke beleidsregels nationale verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
De IND wijst een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de beperking van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op nationale gronden af wanneer in ieder geval één van de in artikel 21 Vw genoemde gronden zich voordoet, voor zover de artikelen 21a Vw en artikel 3.93 Vb, 3.94 en 3.95 Vb hierop geen uitzondering maken.
|
||||
|
||||
#### 4.1. De duur van het verblijf in Nederland
|
||||
|
||||
De IND wijst een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op nationale gronden niet af op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, Vw als de vreemdeling op het moment van het nemen van het besluit vijf jaar ononderbroken rechtmatig verblijf heeft.
|
||||
|
||||
#### 4.2. Middelen van bestaan
|
||||
|
||||
De IND telt bij de in artikel 21a, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw genoemde periode van tien jaar aaneengesloten rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder a of l, Vw, mee:
|
||||
|
||||
• de periode van het verblijf in Nederland als Nederlander; of
|
||||
• de periode van het verblijf in Nederland als houder van een verblijfsvergunning asiel.
|
||||
|
||||
#### 4.3. Openbare orde of nationale veiligheid
|
||||
|
||||
De IND maakt gebruik van de bevoegdheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens gevaar voor de openbare orde op nationale gronden af te wijzen, zoals bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, Vw, artikel 21a, tweede lid, Vw en artikel 3.92, vijfde lid, Vb, tenzij dit in strijd is met internationale verplichtingen.
|
||||
|
||||
#### 4.4. Bijzondere categorieën verblijfsvergunning onbepaalde tijd op nationale gronden
|
||||
|
||||
##### 4.4.1. Oud-Nederlanders (
|
||||
|
||||
###### 4.4.1.1. Algemene beleidsregels
|
||||
###### 2.7.1.1. Algemene beleidsregels
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4296,69 +4264,43 @@ De IND wijst deze aanvraag niet af als de vreemdeling:
|
|||
• op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet gedurende een periode van vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, aanhef en onder a, c, e of l, Vw; of
|
||||
• niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
###### 4.4.1.2. Specifieke beleidsregels oud-Nederlanders door intrekking
|
||||
###### 2.7.1.2. Specifieke beleidsregels oud-Nederlanders door intrekking
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als de vreemdeling naast de in paragraaf B12/4.4.1.1 Vc genoemde voorwaarden ook voldoet aan de voorwaarde dat hij het Nederlanderschap heeft verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN.
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als de vreemdeling naast de in paragraaf B12/2.7.1.1 Vc genoemde voorwaarden ook voldoet aan de voorwaarde dat hij het Nederlanderschap heeft verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN.
|
||||
|
||||
###### 4.4.1.3. Specifieke beleidsregels oud-Nederlanders door het afleggen van een verklaring van afstand
|
||||
###### 2.7.1.3. Specifieke beleidsregels oud-Nederlanders door het afleggen van een verklaring van afstand
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als de vreemdeling naast de in paragraaf B12/ 4.4.1.1 Vc genoemde voorwaarden ook voldoet aan de voorwaarde dat hij het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, nadat het Nederlanderschap is verleend en voordat het Nederlanderschap met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN wordt ingetrokken.
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als de vreemdeling naast de in paragraaf B12/2.7.1.1 Vc genoemde voorwaarden ook voldoet aan de voorwaarde dat hij het Nederlanderschap heeft verloren door het afleggen van een verklaring van afstand, nadat het Nederlanderschap is verleend en voordat het Nederlanderschap met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d of f, RWN wordt ingetrokken.
|
||||
|
||||
##### 4.4.2. Terugkeer op grond van
|
||||
##### 2.7.2. Terugkeer op grond van
|
||||
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 8 van de Remigratiewet als:
|
||||
De IND verleent de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 3.92, tweede lid, Vb aan de vreemdeling die in aanmerking komt voor de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet als:
|
||||
|
||||
• de in artikel 3.94, aanhef en onder c, Vb genoemde vijf jaren rechtmatig verblijf ononderbroken waren;
|
||||
• de in artikel 3.92, tweede lid, aanhef en onder c, Vb genoemde vijf jaren rechtmatig verblijf ononderbroken waren;
|
||||
• de vreemdeling de aanvraag indient binnen een jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet; en
|
||||
• de vreemdeling niet eerder heeft gebruikgemaakt van de Remigratiewet.
|
||||
• de vreemdeling niet eerder gebruik heeft gemaakt van de Remigratiewet.
|
||||
|
||||
De IND wijst deze aanvraag niet af als de vreemdeling:
|
||||
|
||||
• op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet gedurende een tijdvak van vijf jaren ononderbroken verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, aanhef en onder a, c, e of l, Vw; of
|
||||
• niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
##### 4.4.3. Terugkeeroptie
|
||||
##### 2.7.3. Terugkeeroptie
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3.92, eerste lid, Vb.
|
||||
|
||||
De IND wijst deze aanvraag niet af als:
|
||||
##### 2.7.4. (Ex) geprivilegieerde en diens afhankelijke gezinsleden
|
||||
|
||||
• de vreemdeling op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, aanhef en onder a, c, e of l, Vw; of
|
||||
• de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 3.93, derde lid, Vb).
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan de vreemdeling als bedoeld in artikel 3.93, eerste lid, Vb als geen van de gronden van artikel 21 Vw zich voordoet en met inachtneming van artikel 3.93, tweede, derde en vierde lid, Vb.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21a Vw op nationale gronden.
|
||||
|
||||
##### 4.4.4. (Ex) geprivilegieerde en diens afhankelijke gezinsleden
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan een ex-geprivilegieerde na beëindiging van diens bijzondere status als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.93, eerste lid, Vb, artikel 3.93, zesde lid, Vb en artikel 3.96a Vb.
|
||||
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan het afhankelijk gezinslid van een ex-geprivilegieerde als geen van de gronden van artikel 21 Vw zich voordoet en wordt voldaan aan artikel 3.93, eerste lid en eerste lid, aanhef en onder c, Vb, artikel 3.93, zesde lid, Vb en artikel 3.96a Vb.
|
||||
De IND verleent een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan het afhankelijk gezinslid van een ex-geprivilegieerde als geen van de gronden van artikel 21 Vw zich voordoet en wordt voldaan aan artikel 3.93, eerste lid, aanhef en onder c, Vb, artikel 3.93, derde lid, Vb en artikel 3.96a Vb.
|
||||
|
||||
Ten aanzien van de in artikel 3.93, eerste lid, aanhef en onder b, sub 2, Vb genoemde vreemdelingen geldt het volgende:
|
||||
|
||||
• het is niet van belang of de bijzondere geprivilegieerde status al dan niet door eigen toedoen verloren is gegaan;
|
||||
• een aaneengesloten periode van tien jaar wordt niet aangenomen als de vreemdeling in deze periode zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven; en
|
||||
• in aanvulling op artikel 3.93, vijfde lid, Vb beschikt het afhankelijk gezinslid duurzaam over voldoende middelen van bestaan als de referent duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
• in aanvulling op artikel 3.93, tweede lid, Vb beschikt het afhankelijk gezinslid duurzaam over voldoende middelen van bestaan als de referent duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan.
|
||||
|
||||
### 5. Intrekking verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
*Frauduleuze verkrijging*
|
||||
|
||||
Voor het aannemen van frauduleuze verkrijging als bedoeld in artikel 3.95, tweede lid, Vb is als regel opzet vereist. Hierbij is niet van belang of de gegevens door de aanvrager persoonlijk zijn verstrekt.
|
||||
|
||||
### 6. Beperking, arbeidsmarktaantekening en geldigheidsduur
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
Op grond van artikel 21, derde lid, Vw verleent de IND de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met de aantekening: ‘EG-langdurig ingezetene’, tenzij de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt verleend met toepassing van artikel 21a Vw.
|
||||
|
||||
De IND verleent op grond van artikel 20 Vw een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.
|
||||
|
||||
### 7. Bewijsmiddelen
|
||||
#### 2.8. Intrekking verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd
|
||||
|
||||
IND trekt de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in als zich een omstandigheid voordoet als genoemd in artikel 22, tweede lid, Vw en als de artikelen 3.97 en 3.98 Vb hierop geen uitzondering maken.
|
||||
|
||||
### 3. Bewijsmiddelen
|
||||
|
||||
Paragraaf B9/14.1 Vc is van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4369,7 +4311,7 @@ De IND beschouwt als bewijsmiddel dat de ex-geprivilegieerde tien aaneengesloten
|
|||
• een verklaring van het Ministerie van BuZa waaruit blijkt dat de vreemdeling op het moment van de aanvraag tien jaar aaneengesloten verblijf in Nederland heeft gehad op basis van een geprivilegieerde status; of
|
||||
• het door het Ministerie van BuZa afgegeven verblijfsdocument.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van het Ministerie van BuZa als bewijsmiddel waaruit moet blijken dat de vreemdeling gedurende tien jaren aaneengesloten in Nederland heeft verbleven als afhankelijk gezinslid op grond van een geprivilegieerde status.
|
||||
De IND beschouwt een verklaring van het Ministerie van BuZa waaruit blijkt dat de vreemdeling tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als afhankelijk gezinslid van een vreemdeling die gedurende deze periode in Nederland heeft verbleven op grond van een geprivilegieerde status als bewijsmiddel dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3.93, eerste lid, aanhef en onder c, Vb.
|
||||
|
||||
De IND beschouwt als bewijsmiddel waaruit een familierechtelijke relatie moet blijken:
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue