From f516e9570ac5cd7015c8aca3dd917238980241f2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 15 Oct 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-10-15 | BWBR0003936 | Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepen --- .../BWBR0003936/README.md | 56 ++++++++----------- 1 file changed, 22 insertions(+), 34 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-voorkoming-olieverontreiniging-door-schepen/BWBR0003936/README.md b/amvb/besluit-voorkoming-olieverontreiniging-door-schepen/BWBR0003936/README.md index 015ff8df439..6260f532471 100644 --- a/amvb/besluit-voorkoming-olieverontreiniging-door-schepen/BWBR0003936/README.md +++ b/amvb/besluit-voorkoming-olieverontreiniging-door-schepen/BWBR0003936/README.md @@ -229,7 +229,7 @@ c. Voor een ingezonden certificaat wordt desverlangd een bewijs van ontvangst af Behoudens het bepaalde in de artikelen 10 en 11, en het bepaalde in het tweede lid, is elke lozing in zee van olierestanten of oliehoudende mengsels vanaf schepen verboden, tenzij wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: -a. voor een olietankschip, behalve zoals bepaald onder *b*: +a. voor een olietankschip, behalve zoals bepaald onder *b* : 1°. het olietankschip bevindt zich niet in een bijzonder gebied, als bedoeld in artikel 10; 2°. het olietankschip bevindt zich meer dan 50 zeemijl van het dichtstbijzijnde land; @@ -244,13 +244,13 @@ b. voor een schip dat geen olietankschip is, met een tonnage van 400 of meer en 3°. het oliegehalte van de geloosde vloeistof is zonder verdunning niet hoger dan 15 delen per miljoen; 4°. het schip heeft de apparatuur, bedoeld in artikel 16, in bedrijf. -**2.** Een schip geen olietankschip zijnde, met een tonnage van minder dan 400, dat zich buiten een bijzonder gebied bevindt, dient olierestanten of oliehoudende mengsels aan boord op te slaan en af te geven aan ontvangstvoorzieningen of in zee te lozen overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onder *b*. +**2.** Een schip geen olietankschip zijnde, met een tonnage van minder dan 400, dat zich buiten een bijzonder gebied bevindt, dient olierestanten of oliehoudende mengsels aan boord op te slaan en af te geven aan havenontvangstvoorzieningen of in zee te lozen overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onder *b*. **3.** Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de lozing van schone of gescheiden ballast of van niet behandelde oliehoudende mengsels waarvan zonder verdunning het oliegehalte niet hoger is dan 15 delen per miljoen en deze mengsels niet afkomstig zijn van de vullings van de ladingpompkamer en niet vermengd zijn met olierestanten van de lading. **4.** Lozingen in zee van olierestanten of oliehoudende mengsels mogen geen chemicaliën of andere stoffen bevatten in hoeveelheden of concentraties welke schadelijk zijn voor het mariene milieu, dan wel chemicaliën of andere stoffen welke worden aangewend teneinde de in dit artikel aangegeven lozingsvoorwaarden ter zijde te stellen. -**5.** De olierestanten welke niet in zee kunnen worden geloosd volgens het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel, dienen aan boord te worden gehouden of aan ontvangstvoorzieningen te worden afgegeven. +**5.** De olierestanten welke niet in zee kunnen worden geloosd volgens het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel, dienen aan boord te worden gehouden of aan havenontvangstvoorzieningen te worden afgegeven. **6.** @@ -310,7 +310,7 @@ b. Het bepaalde in het tweede lid, onder *a*, is niet van toepassing op de lozin a. Lozingen in zee van olierestanten of oliehoudende mengsels mogen geen chemicaliën of andere stoffen bevatten in hoeveelheden of concentraties welke schadelijk zijn voor het mariene milieu, dan wel chemicaliën of andere stoffen aangewend teneinde de in dit artikel aangegeven lozingsvoorwaarden ter zijde te stellen. -b. De olierestanten welke niet in zee mogen worden geloosd volgens het bepaalde onder het tweede en derde lid, dienen aan boord te worden gehouden of aan ontvangstvoorzieningen te worden afgegeven. +b. De olierestanten welke niet in zee mogen worden geloosd volgens het bepaalde onder het tweede en derde lid, dienen aan boord te worden gehouden of aan havenontvangstvoorzieningen te worden afgegeven. **5.** Tot een nader bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip mogen schepen in het gebied van de Rode Zee, van de Perzische Golf en van de Golf van Aden lozen volgens het bepaalde in artikel 9 in plaats van het bepaalde in het tweede en derde lid. @@ -329,23 +329,11 @@ c. het lozen in zee van oliehoudende stoffen met toestemming van Onze Minister, ### Artikel 12 -**1.** Onze Minister wijst de havens aan, waarvan de beheerders zorg dienen te dragen voor voldoende voorzieningen welke, overeenkomstig de behoeften van schepen die van die havens gebruik maken en waarop het lozingsverbod als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van toepassing is, geschikt zijn voor het in ontvangst nemen van olierestanten en oliehoudende mengsels afkomstig van die schepen. - -**2.** De beheerder van een ingevolge het eerste lid aangewezen haven wijst een zodanig aantal personen aan, die over voorzieningen beschikken voor het in ontvangst nemen van olierestanten en oliehoudende mengsels dat onnodig oponthoud voor de schepen bij afgifte van die stoffen wordt voorkomen. - -**3.** Een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid kan slechts plaatsvinden indien de aan te wijzen persoon op grond van artikel 10.37, tweede lid, van de Wet milieubeheer bevoegd is tot het inzamelen of, nuttig toepassen of verwijderen van olierestanten en oliehoudende mengsels. Aan een aanwijzing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. - -**4.** Het is een persoon die niet is aangewezen, verboden om olierestanten en oliehoudende mengsels van schepen, bedoeld in het eerste lid, in ontvangst te nemen. - -**5.** Havenbeheerders doen op deugdelijke wijze mededeling van de personen die zijn aangewezen. Zij dragen ervoor zorg dat van de kosten die in rekening worden gebracht aan het schip dat olierestanten en oliehoudende mengsels afgeeft, op deugdelijke wijze mededeling wordt gedaan. - -**6.** Havenbeheerders stellen regels ten aanzien van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde schepen hun olierestanten en oliehoudende mengsels dienen af te geven, alsmede ten aanzien van de wijze waarop deze schepen van hun behoefte tot afgifte kennis dienen te geven. Van deze regels wordt op deugdelijke wijze mededeling gedaan. +Vervallen ### Artikel 12A -**1.** De afgifte van olierestanten en oliehoudende mengsels, afkomstig van schepen als bedoeld in het eerste lid van artikel 12, mag uitsluitend geschieden aan personen welke zijn aangewezen overeenkomstig het tweede lid van artikel 12. - -**2.** Indien in een haven, naar het oordeel van de kapitein van een schip waarop het lozingsverbod van toepassing is, de voorzieningen voor het in ontvangst nemen van olierestanten en oliehoudende mengsels ontoereikend zijn, dient hij zulks te melden aan de havenbeheerder en aan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. Tevens dient daarvan aantekening te worden gemaakt in het oliejournaal als bedoeld in artikel 20. +Vervallen ### Artikel 13 @@ -415,8 +403,8 @@ b. tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag, voorzover deze reiz Het bepaalde in het eerste lid is alleen van toepassing indien tevens wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: -a. de havens waar lading wordt ingenomen, zijn voorzien van ontvangstvoorzieningen die naar het oordeel van Onze Minister toereikend zijn voor het ontvangen en verwerken van alle ballast- en tankwaswater van het schip; -b. alle ballastwater daarbij inbegrepen schone ballast en restanten van het tankwassen, worden tijdens de reis aan boord gehouden en bij aankomst in de haven afgegeven aan ontvangstvoorzieningen, behoudens het bepaalde in artikel 11; +a. de havens waar lading wordt ingenomen, zijn voorzien van havenontvangstvoorzieningen die naar het oordeel van Onze Minister toereikend zijn voor het ontvangen en verwerken van alle ballast- en tankwaswater van het schip; +b. alle ballastwater daarbij inbegrepen schone ballast en restanten van het tankwassen, worden tijdens de reis aan boord gehouden en bij aankomst in de haven afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen, behoudens het bepaalde in artikel 11; c. van het bepaalde onder *b* aantekening wordt gehouden in het oliejournaal als bedoeld in artikel 20, welke aantekening dient te worden gewaarmerkt door de bevoegde autoriteiten van de havenstaat; d. op het certificaat als bedoeld in artikel 5 wordt aangetekend dat het schip uitsluitend wordt gebezigd voor de reizen als bedoeld in het eerste lid. @@ -592,7 +580,7 @@ Een olietankschip waarvoor het Internationaal certificaat van voorkoming van ver **1.** Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is het verboden ballastwater in enige brandstofolietank te vervoeren aan boord van nieuwe schepen geen olietankschepen zijnde, met een tonnage van 4000 of meer alsmede aan boord van nieuwe olietankschepen met een tonnage van 150 of meer. -**2.** Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing, indien ongewone omstandigheden of de noodzaak om grote hoeveelheden brandstof mee te voeren ertoe leiden dat ballastwater moet worden vervoerd in enige brandstofolietank. In dergelijke gevallen dient zulk ballastwater te worden afgegeven aan ontvangstvoorzieningen, dan wel is lozing ervan in zee toegestaan met inachtname van het bepaalde in de artikelen 9 en 20, waarbij het gebruik van apparatuur als bedoeld in artikel 16, tweede lid, is vereist. +**2.** Het bepaalde in het vorige lid is niet van toepassing, indien ongewone omstandigheden of de noodzaak om grote hoeveelheden brandstof mee te voeren ertoe leiden dat ballastwater moet worden vervoerd in enige brandstofolietank. In dergelijke gevallen dient zulk ballastwater te worden afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen, dan wel is lozing ervan in zee toegestaan met inachtname van het bepaalde in de artikelen 9 en 20, waarbij het gebruik van apparatuur als bedoeld in artikel 16, tweede lid, is vereist. **3.** @@ -637,9 +625,9 @@ b. 1°. De inhoud van de sloptank of van een combinatie van sloptanks mag niet m b. Elke storing in het bewakings- en regelsysteem dient de lozing automatisch te doen stoppen en moet worden aangetekend in het oliejournaal, bedoeld in artikel 20. c. Er dient een andere methode door middel van handbediening aanwezig te zijn, die in geval van een dergelijke storing kan worden gebruikt. Het onklaar onderdeel van de apparatuur dient echter zo spoedig mogelijk bedrijfsklaar te worden gemaakt. De havenautoriteit kan een olietankschip met een onklaar onderdeel van de apparatuur toestemming verlenen een ballastreis te ondernemen voordat het zich naar een reparatiehaven begeeft. -**6.** Op olietankschepen met een tonnage van minder dan 150 is het bepaalde in de vorige leden niet van toepassing. Olie en verontreinigd tankwaswater dienen aan boord te worden gehouden en te worden verzameld in een opslagtank voor afgifte aan ontvangstvoorzieningen, tenzij voldoende voorzieningen zijn getroffen voor het zodanig bewaken van de lozing van deze vloeistoffen in de zee dat verzekerd is dat daarbij aan het bepaalde in artikel 9 wordt voldaan. +**6.** Op olietankschepen met een tonnage van minder dan 150 is het bepaalde in de vorige leden niet van toepassing. Olie en verontreinigd tankwaswater dienen aan boord te worden gehouden en te worden verzameld in een opslagtank voor afgifte aan havenontvangstvoorzieningen, tenzij voldoende voorzieningen zijn getroffen voor het zodanig bewaken van de lozing van deze vloeistoffen in de zee dat verzekerd is dat daarbij aan het bepaalde in artikel 9 wordt voldaan. -**7.** a. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid indien een olietankschip uitsluitend reizen maakt gelegen binnen een afstand van 50 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land, waarvan de reisduur niet meer bedraagt dan 72 uur en de reizen uitsluitend gemaakt worden tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag. Een zodanige ontheffing kan slechts worden verleend indien het olietankschip alle oliehoudende mengsels aan boord houdt, ter latere afgifte aan ontvangstvoorzieningen, en deze ontvangstvoorzieningen toereikend zijn, dit ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. +**7.** a. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid indien een olietankschip uitsluitend reizen maakt gelegen binnen een afstand van 50 zeemijlen van het dichtstbijzijnde land, waarvan de reisduur niet meer bedraagt dan 72 uur en de reizen uitsluitend gemaakt worden tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag. Een zodanige ontheffing kan slechts worden verleend indien het olietankschip alle oliehoudende mengsels aan boord houdt, ter latere afgifte aan havenontvangstvoorzieningen, en deze havenontvangstvoorzieningen toereikend zijn, dit ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. b. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het vijfde lid, voor schepen niet vallende onder *a*, in de volgende gevallen: 1°. voor bestaande olietankschepen met een draagvermogen van 40 000 tonmassa of meer ingezet op reizen als bedoeld in artikel 13c, eerste lid, en welke daarbij voldoen aan het bepaalde in artikel 13c, tweede lid; of @@ -650,18 +638,18 @@ b. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van het bepaald 1e. voor reizen tussen havens van staten die partij zijn bij het Verdrag; of 2e. voor reizen binnen een beperkt vaargebied, vastgesteld door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie, waarvan de reisduur niet meer dan 72 uur bedraagt. -c. Indien een ontheffing wordt verleend overeenkomstig het bepaalde onder *b*, dient tevens te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: +c. Indien een ontheffing wordt verleend overeenkomstig het bepaalde onder *b* , dient tevens te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: -1°. alle oliehoudende mengsels worden aan boord gehouden voor afgifte aan ontvangstvoorzieningen; en +1°. alle oliehoudende mengsels worden aan boord gehouden voor afgifte aan havenontvangstvoorzieningen; en 2°. de hoeveelheid van het af te geven mengsel, het tijdstip van afgifte en de haven van afgifte worden aangetekend in het oliejournaal, bedoeld in artikel 20. -d. Indien een ontheffing wordt verleend voor een olietankschip dat reizen maakt binnen een gebied als bedoeld in onderdeel *b*, onder 2°, onder (ii), dienen binnen het genoemde gebied de ontvangstvoorzieningen toereikend te zijn, dit ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. -e. Indien een ontheffing wordt verleend voor een olietankschip dat reizen maakt binnen een gebied als bedoeld in onderdeel *b*, onder 2°(i) en 2° (ii), ten 2e, zullen de genoemde gebieden worden vermeld op het certificaat, bedoeld in artikel 5. +d. Indien een ontheffing wordt verleend voor een olietankschip dat reizen maakt binnen een gebied als bedoeld in onderdeel *b* , onder 2°, onder (ii), dienen binnen het genoemde gebied de havenontvangstvoorzieningen toereikend te zijn, dit ter beoordeling van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. +e. Indien een ontheffing wordt verleend voor een olietankschip dat reizen maakt binnen een gebied als bedoeld in onderdeel *b* , onder 2° (i) en 2° (ii), ten 2e, zullen de genoemde gebieden worden vermeld op het certificaat, bedoeld in artikel 5. **8.** a. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan vrijstelling verlenen van het bepaalde in artikel 9, eerste lid onder *a* 6° en in het eerste lid onder *c* van dit artikel, indien geen apparatuur voor de bewaking en regeling van het lozen van geraffineerde lichte produkten beschikbaar is. b. Indien een vrijstelling als bedoeld onder *a* is verleend, dient de lozing te geschieden volgens door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te stellen voorschriften. c. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zal jaarlijks bezien of en in hoeverre de onder *a* genoemde apparatuur beschikbaar is. -**9.** Het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid is niet van toepassing op een olietankschip dat asfalt vervoert of andere producten waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, waarvan de fysische eigenschappen een effectieve scheiding van het product en water alsmede een effectief bewaken van de lozing belemmeren. Alle ladingrestanten dienen aan boord te worden gehouden en tezamen met alle verontreinigd waswater aan een ontvangstvoorziening te worden afgegeven. +**9.** Het bepaalde in het eerste tot en met het vijfde lid is niet van toepassing op een olietankschip dat asfalt vervoert of andere producten waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, waarvan de fysische eigenschappen een effectieve scheiding van het product en water alsmede een effectief bewaken van de lozing belemmeren. Alle ladingrestanten dienen aan boord te worden gehouden en tezamen met alle verontreinigd waswater aan een havenontvangstvoorziening te worden afgegeven. **10.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onder *d*, alsmede het bepaalde in het vijfde lid. @@ -674,8 +662,8 @@ c. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zal jaarlijks bezien of en in hoeverre **3.** a. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid voor een schip dat uitsluitend reizen maakt binnen bijzondere gebieden indien wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden: 1°. het schip is voorzien van een verzameltank met een voldoende inhoud voor het aan boord opslaan van alle met olie verontreinigd lenswater; -2°. al het met olie verontreinigd lenswater wordt aan boord opgeslagen om vervolgens te worden afgegeven aan ontvangstvoorzieningen; -3°. in de havens waarnaar het schip reizen maakt, zijn voldoende ontvangstvoorzieningen beschikbaar voor het in ontvangst nemen van het met olie verontreinigd lenswater; +2°. al het met olie verontreinigd lenswater wordt aan boord opgeslagen om vervolgens te worden afgegeven aan havenontvangstvoorzieningen; +3°. in de havens waarnaar het schip reizen maakt, zijn voldoende havenontvangstvoorzieningen beschikbaar voor het in ontvangst nemen van het met olie verontreinigd lenswater; 4°. op het certificaat is aangetekend dat het schip uitsluitend reizen maakt binnen bijzondere gebieden; 5°. de hoeveelheid van het af te geven mengsel, het tijdstip en de haven van afgifte worden aangetekend in het oliejournaal. b. Een schip met een tonnage van minder dan 400 dient, voor zover praktisch uitvoerbaar, zodanig te zijn uitgerust dat olierestanten of oliehoudende mengsels aan boord kunnen worden opgeslagen of dat lozing daarvan kan geschieden overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, eerste lid, onder *b*. @@ -692,7 +680,7 @@ b. Een schip met een tonnage van minder dan 400 dient, voor zover praktisch uitv **1.** Elk schip met een tonnage van 400 of meer dient te zijn uitgerust met een of meer tanks met een inhoud die, met inachtneming van het type van de machine-installatie en de duur van de reis, toereikend is voor het opslaan van olierestanten welke ontstaan bij het reinigen van brandstof en smeeroliën en door olielekkages in de ruimten voor machines, en welke niet kunnen worden behandeld op enige andere wijze overeenkomstig de bepalingen van dit besluit. -**2.** Aan boord van nieuwe schepen dienen deze tanks zodanig te zijn ontworpen en gebouwd dat de reiniging ervan en de afgifte van restanten aan ontvangstvoorzieningen wordt vergemakkelijkt. Inrichtingen voor het ontluchten van de tanks, het ledigen ervan en het meten van de in de tanks aanwezige vloeistof, dienen ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te zijn aangebracht. +**2.** Aan boord van nieuwe schepen dienen deze tanks zodanig te zijn ontworpen en gebouwd dat de reiniging ervan en de afgifte van restanten aan havenontvangstvoorzieningen wordt vergemakkelijkt. Inrichtingen voor het ontluchten van de tanks, het ledigen ervan en het meten van de in de tanks aanwezige vloeistof, dienen ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te zijn aangebracht. **3.** Op bestaande schepen is het bepaalde in het tweede lid van toepassing, indien zulks naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie redelijk en praktisch uitvoerbaar is. @@ -700,7 +688,7 @@ b. Een schip met een tonnage van minder dan 400 dient, voor zover praktisch uitv ### Artikel 18 -**1.** Aan boord van elk olietankschip dient op het open dek, aan beide zijden van het schip, een losaansluiting te zijn aangebracht voor de afgifte van door olie verontreinigd ballastwater of tankwaswater aan ontvangstvoorzieningen. +**1.** Aan boord van elk olietankschip dient op het open dek, aan beide zijden van het schip, een losaansluiting te zijn aangebracht voor de afgifte van door olie verontreinigd ballastwater of tankwaswater aan havenontvangstvoorzieningen. **2.** a. Aan boord van elk olietankschip dienen de pijpleidingen voor het lozen van ballastwater of met olie verontreinigd water afkomstig van het ladinggedeelte van het schip, zoals toegestaan krachtens artikel 9 of 10, te zijn geleid naar het open dek, of naar de zijde van het schip boven de waterlijn, behorende bij de ballasttoestand met de grootste diepgang. b. Voor lozingen toegestaan krachtens het bepaalde in het zesde lid kan een afwijkend systeem worden aanvaard, zulks naar het oordeel van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie. @@ -733,14 +721,14 @@ d. olietankschepen mogen verontreinigd ballastwater of met olie verontreinigd wa 1°. er voldoende tijd is verstreken zodat scheiding van olie en water heeft plaatsgevonden; en 2°. het ballastwater is onderzocht onmiddellijk voorafgaand aan de lozing met apparatuur voor het vaststellen van het oliewater scheidingsvlak, bedoeld in artikel 15, eerste lid onder *d*, teneinde te verzekeren dat de hoogte van het scheidingsvlak zodanig is dat de lozing geen verhoogd risico met zich meebrengt voor het mariene milieu. -e. In afwijking van het bepaalde onder *d*, mag een bestaand olietankschip verontreinigd ballastwater of met olie verontreinigd water afkomstig van het ladinggedeelte op zee onder de waterlijn lozen mits: +e. In afwijking van het bepaalde onder *d* , mag een bestaand olietankschip verontreinigd ballastwater of met olie verontreinigd water afkomstig van het ladinggedeelte op zee onder de waterlijn lozen mits: 1°. een deel van het te lozen water door een vaste leiding wordt geleid naar een gemakkelijk bereikbare plaats op het bovendek of daarboven, alwaar de lozing visueel kan worden gecontroleerd; en 2°. deze voorzieningen van lozen voldoen aan nadere door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie te geven voorschriften. ### Artikel 19 -Teneinde de leidingen van ontvangstvoorzieningen te kunnen aansluiten op de scheepspijpleiding bestemd voor de afgifte van restanten afkomstig van de ruimten voor machines, dienen beide leidingen te zijn uitgerust met een standaardaansluiting voor afgifte, overeenkomstig de volgende tabel: +Teneinde de leidingen van havenontvangstvoorzieningen te kunnen aansluiten op de scheepspijpleiding bestemd voor de afgifte van restanten afkomstig van de ruimten voor machines, dienen beide leidingen te zijn uitgerust met een standaardaansluiting voor afgifte, overeenkomstig de volgende tabel: Standaardafmetingen van flenzen voor aansluitingen voor afgifte