2006-09-30 | BWBR0011136 | Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
This commit is contained in:
parent
4b5045928a
commit
f52c231a13
1 changed files with 1 additions and 1 deletions
|
|
@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid
|
|||
|
||||
### Artikel 1
|
||||
|
||||
Als categorieën van personen, bedoeld in de artikelen 19b, vierde lid, van de Ziektewet, 19a, vijfde lid, en 47b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 44, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 7b, vijfde lid, en 21b, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 6b, vijfde lid, en 20a, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 19, achtste lid, van de Werkloosheidswet, 32c, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 13, derde lid, van de Wet werk en bijstand, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 10, derde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars, worden aangewezen degenen, die:
|
||||
Als categorieën van personen, bedoeld in de artikelen 19b, vierde lid, van de Ziektewet, 19a, vijfde lid, en 47b, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 44, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 7b, vijfde lid, en 21b, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 6b, vijfde lid, en 20a, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 19, zevende lid, van de Werkloosheidswet, 32c, derde lid, van de Algemene nabestaandenwet, 13, derde lid, van de Wet werk en bijstand, 6, vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, 6, zesde lid, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en 10, derde lid, van de Wet werk en inkomen kunstenaars, worden aangewezen degenen, die:
|
||||
|
||||
a. deelnemen aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
|
||||
b. proefverlof genieten als bedoeld in artikel 51, eerste lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue