2009-01-01 | BWBR0002844 | Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
This commit is contained in:
parent
86938f42f0
commit
f59c493d28
1 changed files with 45 additions and 49 deletions
|
|
@ -291,7 +291,7 @@ c. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde, anders dan die, bedoeld onder b, 20%
|
|||
De in het eerste lid bedoelde toeslag wordt niet verleend:
|
||||
|
||||
a. indien artikel 8, derde lid, onder b, van toepassing is;
|
||||
b. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op enig pensioen en ten aanzien van wie artikel 19, negende lid, wordt toegepast.
|
||||
b. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op enig pensioen en ten aanzien van wie artikel 19, achtste lid, wordt toegepast.
|
||||
|
||||
**3.** Onder enig pensioen als bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt verstaan, een pensioen ten laste van de Nederlandse Schatkist of die van de Nederlandse Antillen of Aruba, van een publiekrechtelijk lichaam of een privaatrechtelijke rechtspersoon in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel ten laste van een door het openbaar gezag in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba ingesteld fonds, alsmede een uitkering ingevolge deze wet of de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945.
|
||||
|
||||
|
|
@ -303,25 +303,25 @@ b. aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op en
|
|||
|
||||
**3.** Het in aanmerking te nemen bijdrage-inkomen bedraagt op jaarbasis ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 43, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van de artikelen 59 en 59a worden de toeslagen, bedoeld in het eerste en tweede lid, in de maand waarin de betaling plaatsvindt definitief vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een algemene bezoldigingswijziging, worden de grondslagen, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en zesde lid, naar overeenkomstige normen en voorwaarden aangepast. Onze Minister stelt de regels voor de uitvoering van de eerste volzin. Indien de algemene bezoldigingswijziging een verhoging is, werken deze regels zo nodig terug tot en met de datum waarop bedoelde algemene bezoldigingswijziging is ingegaan.
|
||||
**1.** De uitkering wordt door de Raad aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.
|
||||
|
||||
**2.** In dezelfde mate waarin en met ingang van hetzelfde tijdstip waarop de grondslagen ingevolge het eerste lid worden aangepast, worden bij de ministeriële regeling als in het eerste lid bedoeld, gewijzigd de bedragen, genoemd in artikel 8, zevende lid, onder *a* en *b*, en artikel 10, eerste lid, onder *e* en *f*.
|
||||
**2.** De grondslagen, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede en zesde lid, en de bedragen genoemd in artikel 8, zevende lid, onder a en b, en artikel 10, eerste lid, onder e en f, worden door Onze Minister aangepast overeenkomstig de normen en voorwaarden waarmee het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag ingevolge artikel 14 van die wet wordt herzien.
|
||||
|
||||
**3.** De overeenkomstig het eerste en tweede lid aangepaste grondslagen en bedragen treden in de plaats van de grondslagen en bedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de aanpassing.
|
||||
**3.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien de vervolging in het voormalige Nederlands-Indië heeft plaats gehad en de uitkeringsgerechtigde in Indonesië gevestigd is, de uitkering door de Raad aangepast indien de lonen en prijzen in Indonesië daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de op 31 december 1995 reeds ingegane pensioenen en reeds bestaande uitzichten op pensioen, bedoeld in artikel 10 van de Wet privatisering ABP, ingevolge dat artikel worden aangepast aan een eenmalige uitkering met een algemeen karakter, stelt Onze Minister de regels over de wijze waarop deze eenmalige uitkering naar overeenkomstige normen en voorwaarden leidt tot een eenmalige uitkering aan de uitkeringsgerechtigden. Deze regels werken zo nodig terug tot en met de datum waarop de in de eerste volzin bedoelde aanpassing van pensioenen en uitzichten op pensioen plaatsvindt.
|
||||
**4.** In afwijking van het tweede lid worden, indien de vervolging in het voormalige Nederlands-Indië heeft plaats gehad en de uitkeringsgerechtigde in Indonesië gevestigd is, de grondslag, bedoeld in artikel 8, derde lid, onder b, en de bedragen genoemd in artikel 8, achtste lid, onder a en b, door Onze Minister aangepast indien de lonen en prijzen in Indonesië daartoe aanleiding geven.
|
||||
|
||||
**5.** Indien daartoe naar het oordeel van de Kroon een bijzondere aanleiding bestaat, kunnen de grondslagen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede lid, bij algemene maatregel van bestuur met ingang van een bij die algemene maatregel van bestuur aan te geven datum worden aangepast, waarbij kan worden bepaald dat de aanpassing verschilt naar gelang de hoogte van de grondslagen en de bedragen. De ingevolge de vorige volzin aangepaste grondslagen en bedragen treden in de plaats van de grondslagen en de bedragen, zoals die golden op de dag, voorafgaande aan de datum van ingang van de aanpassing.
|
||||
**5.** Bij de aanpassing van een uitkering, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt uitgegaan van de laatst vastgestelde dan wel overeenkomstig die leden aangepaste uitkering, waarbij de toeslagen, bedoeld in de artikelen 14, tweede en derde lid, en 15, eerste en tweede lid, buiten beschouwing worden gelaten.
|
||||
|
||||
**6.** Indien de ontwikkelingen van de lonen en prijzen in Indonesië daartoe aanleiding geven, herziet Onze Minister met ingang van een door hem te bepalen dag, de grondslag bedoeld in artikel 8, derde lid, onder *b*, alsmede de bedragen, genoemd in artikel 8, achtste lid.
|
||||
**6.** De aanpassing van een uitkering, bedoeld in het eerste en derde lid, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**7.** Het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder *a*, wordt door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari, voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in de periode 1 november tot en met 31 oktober daaraan voorafgaande, daartoe aanleiding geeft.
|
||||
**7.** De aangepaste uitkering, bedoeld in het zesde lid, wordt betaald bij de eerstvolgende betaling nadat de aanpassing heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**8.** Een besluit van Onze Minister ingevolge het zevende lid wordt in de *Staatscourant* bekend gemaakt.
|
||||
**8.** Het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, wordt door Onze Minister telkens herzien met ingang van 1 januari, voor zover de ontwikkeling van de consumentenprijsindex in de periode 1 november tot en met 31 oktober daaraan voorafgaande, daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**9.** Een besluit van Onze Minister ingevolge het achtste lid wordt in de *Staatscourant* bekend gemaakt.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
|
||||
|
|
@ -344,13 +344,7 @@ d. de overige inkomsten, met uitzondering van inkomsten van de echtgenoot van de
|
|||
|
||||
**4.** Indien toepassing is gegeven aan artikel 11 worden de inkomsten uit arbeid in beroep of bedrijf in mindering gebracht voorzover de som van de uitkering en die inkomsten de grondslag, bedoeld in artikel 8, overtreft.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
|
||||
|
||||
a. De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden jaarlijks bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2008: € 754,77 per jaar wordt vrijgelaten.
|
||||
b. Indien na het tijdstip van de aanvraag aan de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot andere vermogensbestanddelen toevallen, worden de inkomsten uit het vermogen opnieuw berekend overeenkomstig het bepaalde onder a.
|
||||
c. Wijziging van het vermogen, anders dan bedoeld onder b, geeft geen aanleiding tot herziening van de overeenkomstig dit lid, onder a en b vastgestelde inkomsten, tenzij het vermogen, door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde generlei invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat dit tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.
|
||||
**5.** De inkomsten uit vermogen, bedoeld in het eerste lid, onder c, worden berekend naar het vermogen dat de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot op het tijdstip van de aanvraag, bedoeld in artikel 30, bezitten. Deze inkomsten worden op jaarbasis bepaald op een percentage van dat vermogen dat gelijk is aan het forfaitaire rendementspercentage, genoemd in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, met dien verstande dat van het aldus berekende bedrag f 1428 per 1 januari 2009: € 775,76 per jaar wordt vrijgelaten.
|
||||
|
||||
**6.** Bij bedrijfsbeëindiging vindt het bepaalde in het eerste lid, onder *c* en het vijfde lid, van dat tijdstip af overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -369,14 +363,12 @@ b. in afwijking van het vijfde lid, onder a, het in dat artikelonderdeel bedoeld
|
|||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
**1.** Op de uitkeringen, waaronder begrepen de met de in artikel 17 genoemde toeslag verhoogde uitkering, wordt, na toepassing van de artikelen 14, vierde lid, en 19, een bedrag ingehouden, dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is ingevolge die wet, inhoudt.
|
||||
**1.** Op de uitkeringen, waaronder begrepen de met de in artikel 17 genoemde toeslag verhoogde uitkering, wordt, na toepassing van de artikel 14, zesde lid, en 19, een bedrag ingehouden, dat gelijk is aan het bedrag van de premie dat een werkgever ingevolge hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen op het overeenkomstige loon van een werknemer, die verzekerd is ingevolge die wet, inhoudt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen door Onze Minister voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid is niet van toepassing indien de uitkeringsgerechtigde 65 jaar of ouder is, of de uitkering is berekend naar een grondslag als bedoeld in artikel 8, derde lid, onder b, dan wel is vastgesteld met toepassing van artikel 13.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister kan nadere en zonodig afwijkende regelen stellen met betrekking tot de berekening van de ingevolge het eerste lid op de aldaar bedoelde uitkeringen in te houden bedragen.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Vergoeding en tegemoetkoming
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
|
@ -663,29 +655,23 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 46
|
||||
|
||||
De Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en de krachtens dat besluit vastgestelde regelen worden ingetrokken.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
**1.** Hij, die op de datum van inwerkingtreden van deze wet een uitkering krachtens de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 ontvangt, wordt geacht een uitkering op grond van deze wet te genieten.
|
||||
|
||||
**2.** De op grond van voornoemde regeling toegekende periodieke uitkering wordt door de Raad ambtshalve en zo nodig met ingang van de in het eerste lid genoemde datum opnieuw vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze wet. Indien de aldus berekende uitkering minder bedraagt dan de uitkering krachtens voornoemde regeling, wordt de uitkering bepaald op het bedrag dat op voormelde datum werd genoten.
|
||||
|
||||
**3.** De op grond van voornoemde regeling toegekende bijzondere uitkering wordt door de Raad ambtshalve met ingang van de in het eerste lid genoemde datum opnieuw vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van deze wet.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 48
|
||||
|
||||
Hij, voor wie ingevolge het bepaalde in artikel 16, derde lid, van de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 een wachttijd was vastgesteld, welke op de datum van inwerkingtreden van deze wet nog niet was verstreken, wordt geacht met ingang van dat tijdstip een aanvraag ingevolge deze wet te hebben ingediend waarop door de Raad ambtshalve wordt beslist.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 49
|
||||
|
||||
Indien toepassing is gegeven aan artikel 10, eerste en vierde lid van de Rijksgroepsregeling Oorlogsslachtoffers 1940-1945, aan het ingetrokken artikel 18*h* van die regeling en aan artikel 16, derde lid, van de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt bij de vaststelling van de inkomsten uit vermogen ingevolge artikel 19, vijfde lid, onder *a*, het vermogen verminderd met het vermogen dat geacht kan worden reeds te zijn ingeteerd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 50
|
||||
|
||||
**1.** Op de ten tijde van het inwerkingtreden van deze wet bij burgemeester en wethouders van de voor de uitvoering van de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 aangewezen gemeenten in behandeling zijnde aanvragen en bezwaarschriften, waarop nog niet is beschikt, wordt een beslissing genomen door de Raad.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover de aanvragen betrekking hebben op een periode liggende vóór de datum van inwerkingtreden van deze wet, wordt door de Raad met betrekking tot die periode een beslissing genomen op de voet van de bepalingen van hoofdstuk I en II van de ingetrokken Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 51
|
||||
|
||||
|
|
@ -693,13 +679,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 52
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Met betrekking tot beschikkingen op grond van de Rijksgroepsregeling Vervolgingsslachtoffers 1940-1945, die op het tijdstip van inwerkingtreden van deze wet nog niet in kracht van gewijsde zijn gegaan, kan uiterlijk binnen dertig dagen na dat tijdstip een bezwaarschrift worden ingediend bij de Raad.
|
||||
|
||||
Indien de belanghebbende in het buitenland gevestigd is, wordt voornoemde termijn bepaald op negentig dagen.
|
||||
|
||||
**2.** Het bepaalde in artikel 50, tweede lid, is van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 53
|
||||
|
||||
|
|
@ -737,25 +717,41 @@ De vervolgde is gehouden medewerking te verlenen aan een medisch onderzoek, indi
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
**1.** Indien de beschikbare gegevens de definitieve vaststelling van de uitkering, bedoeld in de artikelen 10, 11, 12 en 13, alsmede in artikel 14, eerste lid, van de toeslagen, de vergoeding of de tegemoetkoming dan wel van de hoogte van de op de uitkering in mindering te brengen bedragen nog niet mogelijk maken, kan de Raad, in afwachting van de toereikende gegevens, de uitkering, de toeslagen, de vergoeding of de tegemoetkoming dan wel de hoogte van de op de uitkering in mindering te brengen bedragen, voorlopig vaststellen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Indien de toereikende gegevens bekend zijn, herziet de Raad zo nodig zijn oorspronkelijke beschikking. Hetgeen teveel werd uitbetaald, wordt teruggevorderd of verrekend.
|
||||
De uitkering wordt, met uitzondering van de op grond van artikel 8 vastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld:
|
||||
|
||||
a. wanneer de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot de 65-jarige leeftijd bereikt;
|
||||
b. wanneer de uitkeringsgerechtigde in het huwelijk treedt of zijn huwelijk wordt beëindigd door echtscheiding of overlijden van zijn echtgenoot;
|
||||
c. wanneer de uitkeringsgerechtigde duurzaam gescheiden van zijn echtgenoot gaat leven;
|
||||
d. wanneer een kind of pleegkind van de uitkeringsgerechtigde meerderjarig wordt;
|
||||
e. wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 14, eerste lid;
|
||||
f. wanneer er sprake is van bedrijfsbeëindiging door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot;
|
||||
g. wanneer de uitkeringsgerechtigde aanspraak maakt op de betaling uit een nieuwe bron van inkomsten, of
|
||||
h. wanneer de uitkeringsgerechtigde geen aanspraak meer kan maken op de betaling uit een bron van inkomsten, tenzij hij het vervallen van die aanspraak heeft bewerkstelligd.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onder g en h, is van overeenkomstige toepassing op de inkomsten van de echtgenoot van de uitkeringsgerechtigde, voor zover die inkomsten de hoogte van de uitkering mede bepalen.
|
||||
|
||||
**3.** De beschikking, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt genomen binnen 13 weken nadat de noodzakelijke gegevens ter kennis van de Raad zijn gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** Hetgeen als gevolg van een beschikking als bedoeld in het eerste of tweede lid te veel dan wel te weinig is uitbetaald, wordt door de Raad teruggevorderd of verrekend dan wel nabetaald. De terugvordering kan in door de Raad te bepalen termijnen plaatsvinden.
|
||||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
**1.** De administratieve uitwerking van de beschikking van de Raad in een berekeningsbeschikking draagt een voorlopig karakter.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** In het kalenderjaar, volgende op het jaar, waarin de in het eerste lid bedoelde berekeningsbeschikking is afgegeven, wordt deze definitief vastgesteld en vindt zonodig nabetaling plaats. Hetgeen teveel werd uitbetaald, wordt teruggevorderd of verrekend.
|
||||
Op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde wordt de uitkering, met uitzondering van de op grond van artikel 8 vastgestelde grondslag, opnieuw vastgesteld:
|
||||
|
||||
**3.** Indien de definitieve vaststelling, als bedoeld in het vorige lid, op grond van het ontbreken van noodzakelijke gegevens niet binnen de genoemde termijn kan plaatsvinden, vindt deze op een later tijdstip plaats.
|
||||
a. indien de vast te stellen uitkering ten minste 1% van de op de datum van deze aanvraag geldende grondslag hoger is dan de laatst vastgestelde of aangepaste uitkering, mits dit niet uitsluitend het gevolg is van de koersomrekening van inkomsten die door de uitkeringsgerechtigde of zijn echtgenoot worden ontvangen, of;
|
||||
b. indien het vermogen van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot door oorzaken gelegen in factoren waarop de uitkeringsgerechtigde geen invloed heeft kunnen uitoefenen, zodanig is verminderd, dat het niet herzien van de laatst vastgestelde inkomsten uit vermogen, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onder c, tot een klaarblijkelijke hardheid zou leiden. Bij de beoordeling hiervan wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid kan de Raad, indien de uitkeringsgerechtigde is overleden, de uitkering definitief vaststellen op grond van de tot dan bekende gegevens.
|
||||
**2.** Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid gaat de opnieuw vastgestelde uitkering in op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag is ingediend.
|
||||
|
||||
**3.** Op een beschikking, voortvloeiende uit de toepassing van het eerste lid, is artikel 32, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
**1.** Indien met terugwerkende kracht op grond van wettelijke voorzieningen pensioenen of andere periodieke uitkeringen hoe ook genaamd worden toegekend, worden deze overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 in mindering gebracht op de uitkeringen ingevolge deze wet, met inachtneming van de periode waarop zij betrekking hebben. Het teveel betaalde wordt teruggevorderd.
|
||||
|
||||
**2.** Eenmalige uitkeringen op grond van wettelijke voorzieningen, verstrekt voor hetzelfde doel als waarvoor reeds een vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet werd verleend, worden eveneens op de uitkeringen ingevolge deze wet in mindering gebracht. Het teveel betaalde wordt teruggevorderd.
|
||||
Eenmalige uitkeringen op grond van wettelijke voorzieningen, verstrekt voor hetzelfde doel als waarvoor reeds een vergoeding of tegemoetkoming ingevolge deze wet werd verleend, worden eveneens op de uitkeringen ingevolge deze wet in mindering gebracht. Het teveel betaalde wordt teruggevorderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
|
|
@ -771,7 +767,7 @@ Indien aan de uitkeringsgerechtigde, in afwachting van de toekenning van een uit
|
|||
|
||||
### Artikel 61a
|
||||
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 59, 59*a* en 60 wordt, indien een ingevolge deze wet gegeven beschikking in het nadeel van de belanghebbende wordt herzien, hetgeen reeds was uitbetaald niet teruggevorderd of verrekend, tenzij:
|
||||
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 59 en 59a wordt, indien een ingevolge deze wet gegeven beschikking in het nadeel van de belanghebbende wordt herzien, hetgeen reeds was uitbetaald niet teruggevorderd of verrekend, tenzij:
|
||||
|
||||
a. in de herzieningsbeschikking is uitgesproken dat de gebleken onjuistheid van de aan de oorspronkelijke beschikking ten grondslag gelegde feiten was te wijten aan zijn opzet dan wel grove nalatigheid;
|
||||
b. in verband met de voorbereiding van de herzieningsbeschikking de tenuitvoerlegging daarvan niet kan geschieden in dezelfde maand waarin de feiten, welke aanleiding hebben gegeven tot het herzien van de beschikking, zich hebben voorgedaan.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue