2000-12-20 | BWBR0007820 | Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten

This commit is contained in:
Coornhert 2000-12-20 12:00:00 +00:00
parent aa9d201642
commit f59e4ac066

View file

@ -3,7 +3,7 @@ titel: Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke
bwb_id: BWBR0007820
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2004-08-20'
datum_inwerkingtreding: '1999-10-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0007820
citeertitel: Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke
dierziekten
@ -15,68 +15,48 @@ citeertitel: Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmett
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. *wet:*
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. *verordening (EG) nr. 2160/2003:* verordening (EG) nr. 2160/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bestrijding van salmonella en andere specifieke door voedsel overgedragen zoönoseverwekkers (PbEU L 325);
c. *richtlijn nr. 2003/99/EG:* richtlijn nr. 2003/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 november 2003 inzake de bewaking van zoönosen en zoönoseverwekkers en houdende wijziging van Beschikking 90/424/EEG van de Raad en intrekking van richtlijn nr. 92/117/EEG van de Raad (PbEU L 325);
d. *richtlijn nr. 92/119/EEG:* richtlijn nr. 92/119/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (PbEG 1993, L 62).
a. wet: Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
b. richtlijn nr. 64/433/EEG: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (*PbEG* 1991, L 268);
c. richtlijn nr. 71/118/EEG: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 februari 1971 inzake de gezondheidsvraagstukken op het gebied van de produktie en het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee (*PbEG* 1993, L 62);
d. richtlijn nr. 77/99/EEG : Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vleesprodukten en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong (*PbEG* 1992, L 57);
e. richtlijn nr. 91/67/EEG : Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten ( *PbEG* L 46);
f. richtlijn nr. 92/117/EEG: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zoönosen en bepaalde zoönoseverwekkers bij dieren en in produkten van dierlijke oorsprong ten einde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (*PbEG* 1993, L 62);
g. richtlijn nr. 92/119/EEG: Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (*PbEG* 1993, L 62);
h. in de handel brengen: het onder zich hebben of uitstallen met het oog op de uiteindelijke verkoop, het te koop stellen, het verkopen, het leveren, de overdracht of iedere andere vorm van in de handel brengen, met uitzondering van de verkoop in de detailhandel;
i. tweekleppigenbedrijf: inrichting of ieder geografisch begrensd gebied waar tweekleppigen worden gekweekt of gehouden om in de handel te worden gebracht;
j. abnormale sterfte:
I. plotselinge sterfte van 15% of meer van de tweekleppigen op een tweekleppigenbedrijf, met uitzondering van een broedbedrijf of een kweekbedrijf waar kweeksystemen worden gebruikt, die zich tussen twee waarnemingen heeft ingezet en waarvan de aard en de ernst binnen 15 dagen na de tweede waarneming is bevestigd of
II. het niet verkrijgen van larven op een broedbedrijf van tweekleppigen wanneer gedurende een bepaalde periode enkele malen na elkaar broed is uitgezaaid of
III. een aanzienlijke sterfte van 15% of meer in een groot aantal kweeksystemen op een kweekbedrijf van tweekleppigen waar kweeksystemen worden gebruikt;
k. bevoegde autoriteit: Directeur Veterinaire Dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Veterinaire Hoofdinspecteur van de Keuringsdienst van Waren;
l. aangewezen ambtenaar: degene die op grond van artikel 114, eerste lid, van de wet is belast met de opsporing van besmettelijke dierziekten.
### Artikel 2
De exploitant van een levensmiddelenbedrijf, bedoeld in artikel 3, derde lid, van verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 2002 (PbEG L 31) tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, die onderzoek doet naar de aanwezigheid van zoönosen of zoönoseverwekkers, die overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/99/EG worden bewaakt:
a. houdt de resultaten van het onderzoek bij;
b. bewaart de onderzoeksgegevens en de relevante isolaten gedurende een door Onze Minister te bepalen periode en
c. stelt de onderzoeksresultaten of relevante isolaten desgevraagd ter beschikking aan Onze Minister.
### Artikel 2a
**1.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003, is Onze Minister.
**2.** De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van richtlijn nr. 2003/99/EG, is Onze Minister.
Indien de exploitanten of beheerders van de overeenkomstig richtlijn nr. 64/433/EEG, richtlijn nr. 71/118/EEG en richtlijn nr. 77/99/EEG erkende inrichtingen bij de controle bedoeld in artikel 10, tweede lid, van richtlijn nr. 64/433/EEG, artikel 6, tweede lid, van richtlijn nr. 71/118/EEG of artikel 7, eerste lid, van richtlijn nr. 77/99/EEG in kennis gesteld worden van de aanwezigheid van de in bijlage I, onder I van richtlijn nr. 92/117/EEG bedoelde zoönosen dient de exploitant of beheerder de onderzoeksgegevens hieromtrent tenminste twee jaar te bewaren.
### Artikel 3
**1.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, regels stellen omtrent de monitoring, preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers als bedoeld in bijlage I bij verordening (EG) nr. 2160/2003 en bijlage I bij richtlijn nr. 2003/99/EG, voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van communautaire regelgeving.
**1.** Onze Minister erkent gezamenlijk met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nationale laboratoria en nationale referentielaboratoria ter uitvoering van richtlijn nr. 92/117/EEG.
**2.**
De in het eerste lid bedoelde regels hebben betrekking op:
a. het doen van onderzoek naar, het bewaren van gegevens over, het verzamelen en ter beschikking stellen van onderzoeksresultaten met betrekking tot de aanwezigheid van zoönosen en zoönoseverwekkers, antimicrobiële resistentie bij zoönoseverwekkers en bij andere verwekkers, wanneer deze een gevaar opleveren voor de volksgezondheid;
b. de preventie en bestrijding van zoönosen en zoönoseverwekkers op grond van het nationale bestrijdingsprogramma, bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) nr. 2160/2003, en de ingevolge artikel 8 van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde voorschriften;
c. het stellen van voorwaarden aan het intracommunautaire handelsverkeer, bij of krachtens artikel 9, tweede en vierde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003 en
d. het stellen van voorwaarden aan het handelsverkeer met derde landen, bij of krachtens artikel 10, vijfde lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003.
**3.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, laboratoria als bedoeld in artikel 12 van verordening (EG) nr. 2160/2003 erkennen.
**4.** Onze Minister wijst, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een nationaal referentielaboratorium aan overeenkomstig artikel 11 van verordening (EG) nr. 2160/2003 en artikel 10 van richtlijn nr. 2003/99/EG.
### Artikel 3a
**1.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, medewerking vorderen van het bestuur van het Productschap Diervoeder, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees of het Productschap Zuivel voor het uitoefenen van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a en b.
**2.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bepalen dat tuchtrechtelijke maatregelen kunnen worden gesteld bij overtreding van de maatregelen die, op grond van het eerste lid, bij verordening door het bestuur van het Productschap Diervoeder, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees of het Productschap Zuivel zijn vastgesteld, voorzover het handelen in strijd met de regelen als overtreding strafbaar is gesteld.
**3.** Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bepalen dat het Productschap Diervoeder, het Productschap Pluimvee en Eieren, het Productschap Vee en Vlees of het Productschap Zuivel personen kan aanwijzen die worden belast met het toezicht op de naleving van de op grond van het eerste lid vastgestelde regels.
**2.** Onze Minister kan gezamenlijk met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport regelen stellen omtrent het in het kader van richtlijn nr. 92/117/EEG aan de bevoegde autoriteit verlenen van medewerking en verstrekken van relevante informatie over zoönosen en zoönoseverwekkers door de op grond van het eerste lid erkende nationale referentielaboratoria en erkende nationale laboratoria.
### Artikel 4
**1.** Het is verboden te handelen in strijd met het nationale bestrijdingsprogramma, bedoeld in artikel 5 van verordening (EG) nr. 2160/2003, en de ingevolge artikel 8 van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde voorschriften.
**1.** De medewerking van het bestuur van het Produktschap voor Veevoeder wordt gevorderd ter voorkoming van de aanwezigheid van Salmonella in dieren en in produkten van dierlijke oorsprong.
**2.** Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 7, vijfde lid, 9, eerste lid, 10, vierde lid, en 12, van verordening (EG) nr. 2160/2003.
**3.** Het is verboden te handelen in strijd met op grond van artikel 8, eerste lid, van verordening (EG) nr. 2160/2003 vastgestelde specifieke bestrijdingsmethoden en voorschriften.
**2.** De medewerking bestaat in het stellen door het bestuur van het Produktschap voor Veevoeder van nadere regelen ten aanzien van de bereiding, de aflevering, de opslag, het in voorraad en voorhanden hebben, het vervoeren en het vervoederen van diervoeder.
### Artikel 5
Zodra een gebouw of terrein door het plaatsen van een kenteken, ingevolge artikel 22, eerste lid, van de wet, besmet of van besmetting verdacht is verklaard met klassieke varkenspest, mond- en klauwzeer, aviaire influenza, ziekte van Newcastle, paardepest, of de in bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten, legt de houder van de zieke of verdachte dieren per voor de ziekte vatbare diersoort schriftelijk vast het aantal dieren, het aantal gestorven dieren en het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont. De gegevens van de telling dienen, totdat het kenteken is verwijderd, na een mutatie in bovengenoemde aantallen zo spoedig mogelijk te worden bijgewerkt.
Zodra een gebouw of terrein door het plaatsen van een kenteken, ingevolge artikel 22, eerste lid, van de wet, besmet of van besmetting verdacht is verklaard met klassieke varkenspest, mond- en klauwzeer, aviaire influenza, ziekte van Newcastle, paardepest, de in bijlage A, lijsten I en II van richtlijn nr. 91/67/EEG genoemde visziekten of de in bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten, legt de houder van de zieke of verdachte dieren per voor de ziekte vatbare diersoort schriftelijk vast het aantal dieren, het aantal gestorven dieren en het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont. De gegevens van de telling dienen, totdat het kenteken is verwijderd, na een mutatie in bovengenoemde aantallen zo spoedig mogelijk te worden bijgewerkt.
### Artikel 6
Indien de houder van een dier vermoedt dat dat dier door aviaire influenza, ziekte van Newcastle, paardepest, of de in Bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten is aangetast,
Indien de houder van een dier vermoedt dat dat dier door aviaire influenza, ziekte van Newcastle, paardepest, de in Bijlage A, lijsten I en II, van richtlijn nr. 91/67/EEG genoemde visziekten of de in Bijlage I van richtlijn nr. 92/119/EEG genoemde dierziekten is aangetast,
a. treft hij, totdat Onze Minister de nodig geachte maatregelen neemt, dienstige maatregelen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen a, b, en i van de wet;
a. treft hij, totdat de burgemeester of de krachtens artikel 21 van de wet aangewezen ambtenaar de nodig geachte maatregelen neemt, dienstige maatregelen als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen *a*, *b* , en *i* van de wet;
b. draagt hij er zorg voor dat dat dier zijn verblijfplaats niet verlaat;
c. legt hij per voor de ziekte vatbare diersoort schriftelijk vast het aantal dieren, het aantal gestorven dieren en het aantal dieren dat verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertoont en brengt hij mutaties zo spoedig mogelijk in deze telling aan;
d. is het hem verboden de bij of krachtens artikel 25, eerste lid, van de wet aangewezen soorten of categorieën van dieren, produkten of voorwerpen te vervoeren van en naar het gebouw of terrein, en
@ -84,11 +64,25 @@ e. is het hem verboden het gebouw of terrein te verlaten, tenzij na toepassing v
### Artikel 6a
Vervallen
**1.** Indien sprake is van plotselinge sterfte onder tweekleppigen op een tweekleppigenbedrijf, met uitzondering van een broedbedrijf of een kweekbedrijf waar kweeksystemen worden gebruikt, dient de houder binnen 15 dagen na de constatering hiervan, de aard en de ernst van de sterfte vast te stellen.
**2.** Indien sprake is van abnormale sterfte onder tweekleppigen op een tweekleppigenbedrijf geeft de houder of de dierenarts hiervan terstond kennis aan de burgemeester van de gemeente waar de tweekleppigen zich bevinden.
### Artikel 6b
Vervallen
**1.** De houder van tweekleppigen, die gehouden worden om in de handel te worden gebracht, laat zijn tweekleppigenbedrijf registeren.
**2.** De registratie vindt plaats in een register dat wordt bijgehouden door de Directeur van de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees.
**3.**
De houder van tweekleppigen, die gehouden worden om in de handel te worden gebracht, houdt aantekening:
a. van de levende tweekleppigen die aan het tweekleppigenbedrijf worden toegevoegd, met alle gegevens inzake levering, aantal of gewicht, groeistadium en herkomst en;
b. van de levende tweekleppigen die van het tweekleppigenbedrijf worden afgevoerd om, met het oog op het in de handel brengen daarvan opnieuw in het water te worden gebracht, met gegevens inzake verzending, aantal of gewicht, groeistadium en bestemming, en
c. van de abnormale sterfte onder tweekleppigen.
**4.** De gegevens, genoemd in het derde lid, worden zo spoedig mogelijk na een mutatie bijgewerkt en worden 4 jaar bewaard.
### Artikel 7