2010-09-07 | BWBR0020674 | Besluit inburgering
This commit is contained in:
parent
a022288ba8
commit
f62f89dba2
1 changed files with 23 additions and 14 deletions
|
|
@ -24,13 +24,14 @@ e. Informatiesysteem Inburgering: het informatiesysteem, bedoeld in artikel 47 v
|
|||
f. Bestand Potentiële Inburgeringsplichtigen: het bestand, bedoeld in artikel 48 van de wet;
|
||||
g. potentiële inburgeringsplichtige: een persoon als bedoeld in artikel 48, eerste lid, tweede volzin, van de wet;
|
||||
h. rijksbijdrage: de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 52 van de wet, zoals dat artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van de Wet participatiebudget;
|
||||
i. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de wet, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 22, tweede lid, van de wet;
|
||||
j. inburgeringsvoorziening: de inburgeringsvoorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de wet, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31 en het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal;
|
||||
i. handhavingsbeschikking: de beschikking, bedoeld in artikel 26 van de wet, die niet tevens is gegeven op grond van artikel 19a, tweede lid, onderdeel c, of artikel 22, tweede lid, van de wet;
|
||||
j. inburgeringsvoorziening: de inburgeringsvoorzieningen, bedoeld in hoofdstuk 5, paragrafen 2 en 3, van de wet, de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31, de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31 en het extensieve deel van de Pilot inburgering allochtone vrouwen Taal Totaal;
|
||||
k. gecombineerde inburgeringsvoorziening: een inburgeringsvoorziening, gecombineerd met een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 20, eerste lid, en 24b, eerste lid, van de wet;
|
||||
l. lening: de lening, bedoeld in artikel 16 van de wet;
|
||||
m. Wet inburgering nieuwkomers: Wet inburgering nieuwkomers zoals die luidde op 31 december 2006;
|
||||
n. persoonsvolgend budget: budget dat wordt verstrekt ten behoeve van de inburgering van een persoon als bedoeld in het besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007, 111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en met 6 van de wet en die op 1 januari 2008 in een opvangvoorziening als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft;
|
||||
o. duale inburgeringsvoorziening: inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname van de inburgeringsplichtige aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd.
|
||||
o. duale inburgeringsvoorziening: inburgeringsvoorziening die met het oog op de actieve deelname aan de Nederlandse samenleving mede voorziet in activiteiten die in samenhang, en ten minste voor een deel gelijktijdig, met het verwerven van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving worden uitgevoerd;
|
||||
p. instapvoorziening inburgering: een voorziening welke de inburgeringsplichtige of de vrijwillige inburgeraar in staat stelt zich voor te bereiden, teneinde aan de inburgeringsvoorziening te kunnen deelnemen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Inburgeringsplicht
|
||||
|
||||
|
|
@ -62,7 +63,7 @@ o. verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG van de Raad van 1
|
|||
|
||||
**3.** Het doel van het verblijf van de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 20, 28 en 33 van de Vreemdelingenwet 2000 is niet tijdelijk in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de wet.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen de beperkingen, bedoeld in het eerste lid, nader worden uitgewerkt.
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen de beperkingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, nader worden uitgewerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.2
|
||||
|
||||
|
|
@ -148,15 +149,15 @@ c. die kan aantonen dat hij ingevolge artikel 4 van het Besluit naturalisatietoe
|
|||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de inschrijving in de bevolkingsboekhouding, bedoeld in het eerste lid, en kan van het eerste lid worden afgeweken op grond van concrete aanwijzingen dat de inschrijving kennelijk onjuist was.
|
||||
|
||||
### Afdeling 4. Vrijstelling bij evidente inburgering
|
||||
### Afdeling 4. Vrijstelling op grond van korte vrijstellingstoets
|
||||
|
||||
### Artikel 2.7
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als voldoende mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal onderscheidenlijk evidente kennis van de Nederlandse samenleving als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel f, van de wet, worden aangemerkt:
|
||||
Geheel vrijgesteld van de inburgeringsplicht is degene die beschikt over een document waaruit blijkt dat ten minste de volgende niveaus zijn behaald:
|
||||
|
||||
a. mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau B1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, en
|
||||
a. vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau B1 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen, en
|
||||
b. kennis van de Nederlandse samenleving op het krachtens artikel 2.10, eerste lid, vastgestelde niveau.
|
||||
|
||||
**2.** Door Onze Minister wordt op aanvraag een document verstrekt aan degene die een toets heeft afgelegd, waaruit blijkt dat hij beschikt over de in het eerste lid bedoelde vaardigheden en kennis.
|
||||
|
|
@ -169,7 +170,7 @@ a. die reeds eerder de toets heeft afgelegd;
|
|||
b. die een lening heeft aangevraagd, of
|
||||
c. ten aanzien van wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**4.** De toets wordt door Onze Minister vastgesteld en wordt afgenomen door middel van een door Onze Minister beheerd geautomatiseerd systeem. Artikel 3.5, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**4.** Onze Minister stelt de toets vast en neemt deze af door middel van een geautomatiseerd systeem. Artikel 3.5, eerste, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De toets wordt onder toezicht van Onze Minister afgelegd op een door Onze Minister vast te stellen tijdstip en in een door Onze Minister vast te stellen ruimte, nadat de aanvrager overeenkomstig door Onze Minister gestelde regels de terzake verschuldigde kosten heeft voldaan en zich met een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht heeft geïdentificeerd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -191,6 +192,12 @@ c. ten aanzien van wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld.
|
|||
|
||||
**5.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de verlening van de ontheffing alsmede omtrent het advies, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.8a
|
||||
|
||||
**1.** Het college verleent op aanvraag ontheffing van de inburgeringsplicht, indien het college van oordeel is dat een inburgeringsplichtige aantoonbaar voldoende is ingeburgerd.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de verlening van de ontheffing.
|
||||
|
||||
### Afdeling 6. Niveau van kennis en vaardigheden
|
||||
|
||||
### Artikel 2.9
|
||||
|
|
@ -697,18 +704,18 @@ Onze Minister verstrekt ambtshalve de in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a,
|
|||
|
||||
### Artikel 4.21
|
||||
|
||||
**1.** Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a, heeft de gewezen inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, tenzij deze inburgeringsvoorziening op grond van artikel 23, vierde lid, van de wet is vervallen en geen beschikking als bedoeld in artikel in artikel 4.25, tweede lid, eerste volzin, is vastgesteld.
|
||||
**1.** Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel a, heeft de gewezen inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld, tenzij deze inburgeringsvoorziening op grond van artikel 23, vierde lid, van de wet is vervallen en geen beschikking als bedoeld in artikel in artikel 4.25, tweede lid, eerste volzin, is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdelen a en b, heeft degene die op het tijdstip waarop het inburgeringsexamen is behaald, niet inburgeringsplichtig was, tenzij de inburgeringsplicht is geëindigd wegens:
|
||||
Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdelen a en b, heeft degene die op het tijdstip waarop het inburgeringsexamen of het examen, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel c is behaald, niet inburgeringsplichtig was, tenzij de inburgeringsplicht is geëindigd wegens:
|
||||
|
||||
a. het bereiken van de 65-jarige leeftijd, of
|
||||
b. een andere omstandigheid en op dat tijdstip een schuld bestond uit een niet eerder dan drie jaar voor dat tijdstip overeenkomstig artikel 4.1 verstrekte lening.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdelen a en b, en derde lid heeft:
|
||||
Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 4.17, eerste lid, onderdelen a en b, tweede lid, onderdelen a en b, en derde lid heeft:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e, dan wel l, van de Vreemdelingenwet 2000, tenzij het betreft een vreemdeling als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
b. degene aan wie de vergoeding reeds eerder is verstrekt;
|
||||
|
|
@ -742,7 +749,7 @@ k. de Wet investeren in jongeren.
|
|||
|
||||
### Artikel 4.24
|
||||
|
||||
**1.** De inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de wet, omvat een cursus die toeleidt naar de in ingevolge paragraaf 2 van hoofdstuk 3 voor geestelijke bedienaren en geestelijke bedienaren die vrijwillige inburgeraar zijn geldende onderdelen van het inburgeringsexamen.
|
||||
**1.** De inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren, bedoeld in de artikelen 19, eerste lid, onderdeel b, en 24a, eerste lid, van de wet, omvat een cursus die toeleidt naar de ingevolge paragraaf 2, afdeling 1, van hoofdstuk 3, voor de geestelijke bedienaren en geestelijke bedienaren die vrijwillige inburgeraar zijn geldende onderdelen van het inburgeringsexamen.
|
||||
|
||||
**2.** Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld omtrent de cursus.
|
||||
|
||||
|
|
@ -823,7 +830,9 @@ Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot d
|
|||
|
||||
**2.** In bijzondere gevallen die de inburgeringsplichtige betreffen, kan het college ambtshalve besluiten tot het verlenen van ontheffing. De beschikking kan niet eerder worden gegeven dan zes maanden voor het verstrijken van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet.
|
||||
|
||||
**3.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verlenen van de ontheffing.
|
||||
**3.** Het college kan op aanvraag de termijn, genoemd in het eerste lid, buiten toepassing laten, indien toepassing daarvan naar zijn oordeel, gelet op de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen om te voldoen aan de inburgeringsplicht, zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
**4.** Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verlenen van de ontheffing.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 6. Informatiebepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -875,7 +884,7 @@ l. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
|
|||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Onverminderd de gegevensverstrekking aan het college en Onze Minister, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de wet worden gegevens die zijn opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering slechts ter beschikking gesteld aan:
|
||||
Onverminderd de gegevensverstrekking aan het college, Onze Minister van Justitie en Onze Minister, bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de wet worden gegevens die zijn opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering slechts ter beschikking gesteld aan:
|
||||
|
||||
a. de exameninstellingen;
|
||||
b. de cursusinstellingen;
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue