diff --git a/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md b/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md index ed657aeb0d4..a80144e85ea 100644 --- a/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md +++ b/amvb/arbeidsomstandighedenbesluit/BWBR0008498/README.md @@ -24,22 +24,36 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bouwplaats: elke tijdelijke of mobiele arbeidsplaats waar civieltechnische werken of bouwwerken tot stand worden gebracht, waarvan een niet-uitputtende lijst is opgenomen in bijlage I bij de richtlijn, bedoeld in artikel 2.23, onder a; b. bouwwerk: een civieltechnisch werk of bouwwerk als bedoeld onder a; -c. opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon voor wiens rekening een bouwwerk tot stand wordt gebracht; +c. opdrachtgever: degene voor wiens rekening een bouwwerk tot stand wordt gebracht; d. opdrachtgever-consument: de natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, voor wiens rekening een bouwwerk tot stand wordt gebracht; -e. ontwerpende partij: de natuurlijke of rechtspersoon die zich jegens de opdrachtgever of de opdrachtgever-consument verbonden heeft om in het bouwproces de ontwerpende functie te vervullen; -f. uitvoerende partij: de natuurlijke of rechtspersoon die zich jegens de opdrachtgever of de opdrachtgever-consument verbonden heeft om in het bouwproces de uitvoerende functie te vervullen. +e. ontwerpende partij: degene die zich jegens de opdrachtgever of de opdrachtgever-consument verbonden heeft om in het bouwproces de ontwerpende functie te vervullen; +f. uitvoerende partij: degene die zich jegens de opdrachtgever of de opdrachtgever-consument verbonden heeft om in het bouwproces de uitvoerende functie te vervullen. **3.** In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: -a. arbeidsplaats in de winningsindustrie: iedere arbeidsplaats die direkt of indirekt verband houdt met de winningsindustrie in dagbouw; -b. delfstoffen: een natuurlijke concentratie of afzetting op de bodem of onmiddellijk onder de oppervlakte daarvan van substanties van organische oorsprong, ertsen, of mineralen; +a. arbeidsplaats in de winningsindustrie: iedere arbeidsplaats die direkt of indirekt verband houdt met de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie of de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen; +b. delfstoffen: een natuurlijke concentratie of afzetting van ertsen, mineralen of substanties van organische oorsprong in of op de bodem, in vaste, vloeibare of gasvormige toestand, met inbegrip van op de bodem of onmiddellijk onder de oppervlakte daarvan aanwezige schelpen, grind, zand en klei; c. winningsindustrie in dagbouw: elke industrie die: 1°. delfstoffen wint in de open lucht; 2°. prospectiewerkzaamheden verricht met het oog op de winning van delfstoffen in de open lucht, of -3°. delfstoffen gereed maakt voor de verkoop, met uitzondering van werkzaamheden in verband met de verwerking van deze delfstoffen. +3°. delfstoffen gereed maakt voor de verkoop, met uitzondering van werkzaamheden in verband met de verwerking van deze delfstoffen; +d. ondergrondse winningsindustrie: elke industrie die: + +1°. ondergronds delfstoffen wint anders dan door middel van boorgaten; +2°. prospectiewerkzaamheden verricht met het oog op deze winning; +3°. delfstoffen gereed maakt voor de verkoop, met uitzondering van werkzaamheden in verband met de verwerking van deze delfstoffen, of +4°. stoffen opslaat als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Mijnbouwwet. +e. winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen:elke industrie die: + +1°. delfstoffen wint door middel van boorgaten; +2°. prospectiewerkzaamheden verricht met het oog op deze winning; +3°. delfstoffen gereed maakt voor de verkoop, met uitzondering van werkzaamheden in verband met de verwerking van deze delfstoffen; +4°. stoffen opslaat als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Mijnbouwwet, of +5°. aardwarmte opspoort of wint als bedoeld in artikel 1, onder g en h, van de Mijnbouwwet. +f. mijnbouwinstallatie: een installatie als bedoeld in artikel 1, onder o, van de Mijnbouwwet. **4.** @@ -63,7 +77,7 @@ b. zwangere werknemer: de werknemer die zwanger is en de werkgever hiervan in ke c. werknemer tijdens de lactatie: de werknemer die haar kind borstvoeding geeft en haar werkgever hiervan in kennis heeft gesteld; d. thuiswerkgever: -1°. de werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, en tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet, voor zover hij een ander in een woning arbeid doet verrichten; +1°. de werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder *a*, en tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet, voor zover hij een ander in een woning arbeid doet verrichten; 2°. de werkgever, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet, voor zover hij in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf een ander krachtens een overeenkomst tot aanneming van werk of krachtens een overeenkomst van opdracht in een woning arbeid doet verrichten, tenzij die ander zelfstandig een beroep of bedrijf uitoefent waarin hij zich in de regel ook tegenover derden tot het verrichten van dergelijke arbeid verplicht; e. thuiswerker: de ander, bedoeld onder d; f. thuiswerk: de arbeid, bedoeld onder d;, met uitzondering van: @@ -87,8 +101,8 @@ Vervallen In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder bekostigde onderwijsinrichting: -a. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere school als bedoeld in de Wet op het basisonderwijs; -b. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere school als bedoeld in de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; +a. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; +b. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere school als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; c. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere school, cursus of inrichting als bedoeld in en onder de werking van de Wet op het voortgezet onderwijs; d. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling, genoemd in de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder *a* en *b*; e. een openbare of een geheel of gedeeltelijk uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling, genoemd in de bijlage behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, onder *c* tot en met *g*; @@ -109,8 +123,7 @@ c. een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsond In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder medezeggenschapsraad: a. een medezeggenschapsraad als bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 of in artikel 10.17 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -b. de personeelsraad van de Open Universiteit, bedoeld in artikel 11.19 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; -c. de studentenraad van de Open Universiteit, bedoeld in artikel 11.23 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. +b. de studentenraad van de Open Universiteit, bedoeld in artikel 11.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. ### Artikel 1.4 @@ -123,7 +136,7 @@ a. justitieel personeel: 1°. degenen, die krachtens publiekrechtelijke aanstelling in burgerlijke openbare dienst jegens het Rijk gehouden zijn tot het verrichten van arbeid in justitiële inrichtingen; 2°. degenen die onder gezag van het Rijk arbeid in een justitiële inrichting verrichten, met uitzondering van gedetineerden, verpleegden en jeugdigen; b. gedetineerden, verpleegden en jeugdigen: degenen, die krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking of door het openbaar gezag rechtens van hun vrijheid zijn beroofd en verblijven in een justitiële inrichting met uitzondering van de in het Penitentiair Centrum Nieuwersluis gedetineerde militairen; -c. justitiële inrichting: een gevangenis of huis van bewaring als bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet, een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of een rijksinrichting als bedoeld in de Wet op de jeugdhulpverlening. +c. justitiële inrichting: een gevangenis of huis van bewaring als bedoeld in de Penitentiaire beginselenwet, een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden als bedoeld in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. **2.** Onder justitiële inrichting wordt mede verstaan: het vervoer van gedetineerden, verpleegden en jeugdigen van en naar de justitiële inrichting alsmede alle andere arbeid die justitieel personeel verricht met gedetineerden, verpleegden en jeugdigen buiten de justitiële inrichting. @@ -195,6 +208,8 @@ f. naar behoren functioneert. **4.** Een certificaat kan worden geweigerd of onder voorschriften worden afgegeven of verlengd dan wel ingetrokken, indien is gebleken dat niet of niet volledig is voldaan aan bij of krachtens de wet met betrekking tot het certificaat gestelde eisen. +**5.** Voorts kan een certificaat worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de veiligheid of gezondheid van werknemers of derden door werkzaamheden die door het certificaat worden gereguleerd in gevaar wordt of kan worden gebracht. + ### Afdeling 2. Samenwerking, overleg en ontslag- en benadelingsbescherming ### Artikel 1.6 @@ -328,7 +343,7 @@ Ten aanzien van arbeid verricht door het justitieel personeel in de justitiële ### Artikel 1.24 -In afwijking van artikel 5, vierde lid, van de wet kan een gedetineerde, verpleegde of jeugdige kennisnemen van de inventarisatie en evaluatie, voor zover de orde of de veiligheid in de justitiële inrichting daardoor niet in gevaar wordt gebracht. +In afwijking van artikel 5, vijfde lid, van de wet kan een gedetineerde, verpleegde of jeugdige kennisnemen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, voor zover de orde of de veiligheid in de justitiële inrichting daardoor niet in gevaar wordt gebracht. ### Artikel 1.25 @@ -418,7 +433,7 @@ In deze afdeling wordt verstaan onder richtlijn: Richtlijn nr. 94/33/EEG van de **1.** -Indien in een bedrijf of inrichting een of meer jeugdige werknemers werkzaam zijn of plegen te zijn wordt in de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in het bijzonder aandacht besteed aan: +Indien in een bedrijf of inrichting een of meer jeugdige werknemers werkzaam zijn of plegen te zijn wordt in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in het bijzonder aandacht besteed aan: a. de leeftijd van de jeugdige werknemer; b. de specifieke gevaren op het gebied van arbeidsomstandigheden als gevolg van een gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer; @@ -428,17 +443,17 @@ e. de keuze en het gebruik van arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmidde f. het geheel van werkzaamheden in het bedrijf of de inrichting en de organisatie daarvan, en g. het opleidingsniveau van de jeugdige werknemers en de aan hen te geven voorlichting. -**2.** Voorts wordt in de inventarisatie en evaluatie bijzondere aandacht besteed aan de niet-volledige lijst van agentia, procédés en werkzaamheden, opgenomen in de bijlage bij de richtlijn. +**2.** Voorts wordt in de risico-inventarisatie en -evaluatie bijzondere aandacht besteed aan de niet-volledige lijst van agentia, procédés en werkzaamheden, opgenomen in de bijlage bij de richtlijn. ### Artikel 1.37 -**1.** Indien in een bedrijf of inrichting jeugdige werknemers arbeid verrichten, wordt op die arbeid adequaat deskundig toezicht uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, gebleken gevaren die kunnen ontstaan, indien deskundig toezicht ontbreekt. +**1.** Indien in een bedrijf of inrichting jeugdige werknemers arbeid verrichten, wordt op die arbeid adequaat deskundig toezicht uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, gebleken gevaren die kunnen ontstaan, indien deskundig toezicht ontbreekt. -**2.** Indien uit de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 1.36, blijkt, dat jeugdige werknemers arbeid moeten verrichten waaraan specifieke gevaren, met name voor ongevallen als gevolg van een gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer, zijn verbonden, mag die arbeid slechts worden verricht, indien het deskundig toezicht zodanig is georganiseerd dat die gevaren worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, mag die arbeid niet door jeugdige werknemers worden verricht. +**2.** Indien uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 1.36, blijkt, dat jeugdige werknemers arbeid moeten verrichten waaraan specifieke gevaren, met name voor arbeidsongevallen als gevolg van een gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer, zijn verbonden, mag die arbeid slechts worden verricht, indien het deskundig toezicht zodanig is georganiseerd dat die gevaren worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, mag die arbeid niet door jeugdige werknemers worden verricht. ### Artikel 1.38 -In aanvulling op artikel 18 van de wet worden jeugdige werknemers in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan, zodra uit de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 1.36, blijkt, dat jeugdige werknemers arbeid moeten verrichten waaraan specifieke gevaren, met name voor ongevallen als gevolg van het gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer, zijn verbonden. +In aanvulling op artikel 18 van de wet worden jeugdige werknemers in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan, zodra uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 1.36, blijkt, dat jeugdige werknemers arbeid moeten verrichten waaraan specifieke gevaren, met name voor arbeidsongevallen als gevolg van het gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer, zijn verbonden. ### Artikel 1.39 @@ -452,7 +467,7 @@ In deze afdeling wordt verstaan onder richtlijn: Richtlijn nr. 92/85/EEG van de ### Artikel 1.41 -Indien in een bedrijf of inrichting een zwangere werknemer of een werknemer tijdens de lactatie werkzaam is of pleegt te zijn, wordt in de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in het bijzonder aandacht besteed aan de niet-limitatieve lijst van agentia, procédés en arbeidsomstandigheden, opgenomen in bijlage I bij de richtlijn +Indien in een bedrijf of inrichting een zwangere werknemer of een werknemer tijdens de lactatie werkzaam is of pleegt te zijn, wordt in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in het bijzonder aandacht besteed aan de niet-limitatieve lijst van agentia, procédés en arbeidsomstandigheden, opgenomen in bijlage I bij de richtlijn ### Artikel 1.42 @@ -482,7 +497,7 @@ Het is niet toegestaan aan de thuiswerker een grotere hoeveelheid aan grondstoff ### Artikel 1.46 -Indien aan een thuiswerker in verband met het verrichten van arbeid een ongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet overkomt, wordt door de thuiswerker hiervan onverwijld mededeling gedaan aan de thuiswerkgever. +Indien aan een thuiswerker in verband met het verrichten van arbeid een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet overkomt, wordt door de thuiswerker hiervan onverwijld mededeling gedaan aan de thuiswerkgever. ## Hoofdstuk 2. Arbozorg en organisatie van de arbeid @@ -490,7 +505,7 @@ Indien aan een thuiswerker in verband met het verrichten van arbeid een ongeval ### Artikel 2.1 -Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de schriftelijke mededeling van een ongeval, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet en de mededeling van een beroepsziekte, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet worden verstrekt. +Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de gegevens die bij de schriftelijke mededeling van een arbeidsongeval, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet en de mededeling van een beroepsziekte, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de wet worden verstrekt. ### Afdeling 2. Arbeidsveiligheidsrapportage @@ -518,7 +533,7 @@ j. grenswaarde: de hoeveelheid van een stof, uitgedrukt in kilogrammen, die bij ### Artikel 2.2a -Deze afdeling is niet van toepassing op bedrijven, inrichtingen of delen daarvan waarop paragraaf 3 van het het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is. +Deze afdeling is niet van toepassing op bedrijven, inrichtingen of delen daarvan waarop paragraaf 3 van het Besluit risico's zware omgevallen 1999 van toepassing is en op arbeid verricht in de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen. ### Artikel 2.2b @@ -747,16 +762,16 @@ Voor bedrijfshulpverleners worden herhalingscursussen en oefeningen of andere ac In deze afdeling wordt verstaan onder: a. richtlijn: Richtlijn nr. 92/57/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen (*PbEG* L 245); -b. coördinator voor de ontwerpfase: de natuurlijke of rechtspersoon die belast is met de in artikel 2.30 genoemde taken inzake veiligheid en gezondheid gedurende de studie-, de ontwerp- en de uitwerkingsfase van het ontwerp van een bouwwerk; -c. coördinator voor de uitvoeringsfase: de natuurlijke of rechtspersoon die belast is met de in artikel 2.34 genoemde taken inzake veiligheid en gezondheid gedurende de totstandbrenging van een bouwwerk. +b. coördinator voor de ontwerpfase: degene die belast is met de in artikel 2.30 genoemde taken inzake veiligheid en gezondheid gedurende de studie-, de ontwerp- en de uitwerkingsfase van het ontwerp van een bouwwerk; +c. coördinator voor de uitvoeringsfase: degene die belast is met de in artikel 2.34 genoemde taken inzake veiligheid en gezondheid gedurende de totstandbrenging van een bouwwerk. ### Artikel 2.24 -Voor de toepassing van artikel 16, zevende lid, van de wet worden aangewezen de opdrachtgever, de ontwerpende en de uitvoerende partij. +Voor de toepassing van artikel 16, achtste lid, van de wet worden aangewezen de opdrachtgever, de ontwerpende en de uitvoerende partij. ### Artikel 2.25 -Deze afdeling is niet van toepassing op arbeid verricht in winningsindustrieën in dagbouw als bedoeld in afdeling 6. +Deze afdeling is niet van toepassing op arbeid verricht in winningsindustrieën als bedoeld in de afdelingen 6 en 6a. #### Paragraaf 2. Algemene verplichtingen inzake bouwplaatsen en verplichtingen in verband met het ontwerp van een bouwwerk @@ -781,7 +796,7 @@ a. een beschrijving van het tot stand te brengen bouwwerk; b. een overzicht van de bij de totstandbrenging van het bouwwerk betrokken natuurlijke of rechtspersonen op de bouwplaats; c. de naam van de coördinator voor de ontwerpfase; d. de naam van de coördinator voor de uitvoeringsfase; -e. de inventarisatie en evaluatie van de gevaren overeenkomstig artikel 5 van de wet; +e. de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren overeenkomstig artikel 5 van de wet; f. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de samenwerking tussen werkgevers en in voorkomende gevallen zelfstandig werkenden op de bouwplaats, welke voorzieningen daarbij zullen worden getroffen en op welke wijze op die voorzieningen toezicht zal worden uitgeoefend; g. de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de samenwerking en het overleg tussen werkgevers en werknemers op de bouwplaats en de wijze waarop de voorlichting en het onderricht van deze werknemers plaatsvindt. @@ -797,7 +812,7 @@ Ten behoeve van een bouwplaats waar twee of meer werkgevers dan wel één werkge ### Artikel 2.29 -In de studie-, de ontwerp- en de uitwerkingsfase van het ontwerp van een bouwwerk worden bij de bouwkundige, technische of organisatorische keuzen in verband met de planning van de verschillende onderdelen van het bouwwerk of de fasen waarin het bouwwerk of de onderdelen daarvan tot stand worden gebracht, alsmede bij de raming van de duur van deze onderdelen of fasen, de artikelen 3, 5, eerste lid, met uitzondering van de derde volzin, tweede lid, en 8 van de wet in acht genomen. Voor zover van toepassing wordt daarbij tevens rekening gehouden met veiligheids- en gezondheidsplannen als bedoeld in artikel 2.27, die gedurende de ontwerpfase met betrekking tot verschillende onderdelen van het bouwwerk of de fasen waarin het bouwwerk of de onderdelen daarvan tot stand worden gebracht, zijn of worden opgesteld en met dossiers als bedoeld in artikel 2.30, onder *c* alsmede met de wijzigingen daarvan op grond van artikel 2.34, onder *g*. +In de studie-, de ontwerp- en de uitwerkingsfase van het ontwerp van een bouwwerk worden bij de bouwkundige, technische of organisatorische keuzen in verband met de planning van de verschillende onderdelen van het bouwwerk of de fasen waarin het bouwwerk of de onderdelen daarvan tot stand worden gebracht, alsmede bij de raming van de duur van deze onderdelen of fasen, de artikelen 3, 5, eerste lid, tweede lid, en 8 van de wet in acht genomen. Voor zover van toepassing wordt daarbij tevens rekening gehouden met veiligheids- en gezondheidsplannen als bedoeld in artikel 2.27, die gedurende de ontwerpfase met betrekking tot verschillende onderdelen van het bouwwerk of de fasen waarin het bouwwerk of de onderdelen daarvan tot stand worden gebracht, zijn of worden opgesteld en met dossiers als bedoeld in artikel 2.30, onder *c* alsmede met de wijzigingen daarvan op grond van artikel 2.34, onder *g*. ### Artikel 2.30 @@ -896,7 +911,7 @@ j. de wisselwerking met exploitatiewerkzaamheden op of in de nabijheid van de bo Ten aanzien van een zelfstandig werkende die met betrekking tot de totstandbrenging van een bouwwerk op een bouwplaats arbeid verricht, zijn ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op die bouwplaats de artikelen 11 en 19, eerste lid, van de wet, artikel 2.38, hoofdstuk 7 en de artikelen 8.1, eerste tot en met vijfde lid, en zevende lid, 8.2 en 8.3 van dit besluit van overeenkomstige toepassing. -### Afdeling 6. Winningsindustrieën in dagbouw +### Afdeling 6. Winningsindustriën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen ### Artikel 2.40 @@ -910,56 +925,115 @@ Deze afdeling is niet van toepassing op arbeid verricht in winningsindustrieën **3.** Op arbeidsplaatsen in de winningsindustrie worden met regelmatige tussenpozen de nodige veiligheidsoefeningen gehouden. -**4.** Situaties die een ernstig gevaar vormen worden onverwijld gemeld aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet. +**4.** Situaties die een ernstig gevaar vormen worden onverwijld gemeld aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet. -**5.** Opdat in geval van nood onmiddellijk hulp-, vlucht-, evacuatie- en reddingsmaatregelen kunnen worden genomen, worden, in aanvulling op afdeling 4 van hoofdstuk 2, de nodige alarm- of andere communicatiesystemen ter beschikking gesteld. +**5.** Op de arbeidsplaats wordt op een te begrijpen wijze gecommuniceerd. -**6.** Indien op een arbeidsplaats in de winningsindustrie slechts één werknemer aanwezig is, beschikt deze over telecommunicatiemiddelen om zich met anderen in verbinding te kunnen stellen. +**6.** Opdat in geval van nood onmiddellijk hulp-, vlucht-, evacuatie- en reddingsmaatregelen kunnen worden genomen, worden, in aanvulling op afdeling 4 van hoofdstuk 2, de nodige alarm- of andere communicatiesystemen ter beschikking gesteld. + +**7.** Indien op een arbeidsplaats in de winningsindustrie slechts één werknemer aanwezig is, beschikt deze over telecommunicatiemiddelen om zich met anderen in verbinding te kunnen stellen. ### Artikel 2.42 -**1.** Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van de wet worden aangewezen de werkzaamheden verricht in de winningsindustrie in dagbouw. +**1.** Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van de wet worden aangewezen de werkzaamheden verricht in de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen. **2.** -Voor de aanvang van het werk wordt een veiligheids- en gezondheidsplan opgesteld, waarin ten minste vermeld worden: +Voor de aanvang van het werk wordt een veiligheids- en gezondheidsdocument opgesteld, waarin ten minste vermeld worden: -a. de inventarisatie en evaluatie van de gevaren, bedoeld in artikel 5 van de wet; -b. de maatregelen, bedoeld in artikel 5 van de wet, waarbij met name aandacht is besteed aan de maatregelen die zijn of worden genomen om aan de voorschriften van deze afdeling en de afdelingen 1 en 3 van hoofdstuk 3 van dit besluit te voldoen; -c. de wijze waarop voldaan is aan artikel 19, tweede lid, van de wet, indien op de arbeidsplaats in de winningsindustrie meerdere werkgevers arbeid doen verrichten; -d. de gegevens waaruit blijkt dat het ontwerp, het gebruik en het onderhoud van de arbeidsplaats in de winningsindustrie alsmede de arbeidsmiddelen veilig zijn. +a. de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren, bedoeld in artikel 5 van de wet; +b. de maatregelen, bedoeld in artikel 5 van de wet, waarbij met name aandacht is besteed aan de maatregelen die zijn of worden genomen om aan de voorschriften van deze afdeling en de afdelingen 1, 3 en 3a van hoofdstuk 3 van dit besluit te voldoen; +c. de maatregelen die zijn genomen om herhaling van ongevallen met ernstig letsel, dodelijke ongevallen of situaties als bedoeld in artikel 2.41, vierde lid, te voorkomen; +d. de wijze waarop voldaan is aan artikel 19, tweede lid, van de wet, indien op de arbeidsplaats in de winningsindustrie meerdere werkgevers arbeid doen verrichten; +e. de gegevens waaruit blijkt dat het ontwerp, het gebruik en het onderhoud van de arbeidsplaats in de winningsindustrie alsmede de arbeidsmiddelen veilig zijn. -**3.** In aanvulling op het tweede lid, onder *c*, coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats in de winningsindustrie, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid en geeft hij in het veiligheids- en gezondheidsplan het doel, de maatregelen en de wijze van uitvoering van deze coördinatie aan. +**3.** In aanvulling op het tweede lid, onder *d*, coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats in de winningsindustrie, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid en geeft hij in het veiligheids- en gezondheidsdocument het doel, de maatregelen en de wijze van uitvoering van deze coördinatie aan. -**4.** Het veiligheids- en gezondheidsplan wordt herzien bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats in de winningsindustrie. +**4.** Het veiligheids- en gezondheidsdocument wordt herzien bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats in de winningsindustrie. -**5.** De werkzaamheden worden overeenkomstig het veiligheids- en gezondheidsplan uitgevoerd. +**5.** Een afschrift van het veiligheids- en gezondheidsdocument wordt gezonden aan de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging of bij het ontbreken daarvan, aan de belanghebbende werknemers. + +**6.** De werkzaamheden worden overeenkomstig het veiligheids- en gezondheidsdocument uitgevoerd. + +### Artikel 2.42a + +**1.** Wanneer de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen, wordt een systeem van werkvergunningen toegepast voor de uitvoering van gevaarlijke werkzaamheden en voor de uitvoering van gewoonlijk ongevaarlijke werkzaamheden die in combinatie met andere werkzaamheden ernstige risico's met zich mee kunnen brengen. + +**2.** De werkvergunning wordt door een verantwoordelijke persoon gegeven voor de aanvang van de werkzaamheden en daarbij wordt aangegeven aan welke voorschriften moet worden voldaan en welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen voor, tijdens en na de werkzaamheden. + +### Artikel 2.42b + +Op doelmatige plaatsen is een register aanwezig waarin van degenen die werkzaamheden verrichten in de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie met behulp van boringen zijn vermeld: + +a. naam, voornamen, geslacht; +b. aard, nummer en een afschrift van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht; +c. gegevens en data betreffende indiensttreding en tewerkstelling; +d. de onderscheiden functies, waarin zij zijn tewerkgesteld en de data van tewerkstelling daarin; +e. data en aard van geneeskundige onderzoeken en geneeskundige verklaringen, voorzover deze op grond van dit besluit zijn vereist; +f. gegevens van certificaten, voorzover die voor het verrichten van de werkzaamheden op grond van dit besluit en het Mijnbouwbesluit zijn vereist. + +### Artikel 2.42c + +**1.** + +In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de wet doet de werkgever tevens onverwijld mededeling aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet: + +a. van alle belangrijke bij het verkeer of vervoer voorgekomen bijzondere gebeurtenissen die de veiligheid in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen; +b. wanneer de veiligheid op enigerlei wijze wordt bedreigd of personen zich in levensgevaar bevinden of bevonden hebben; +c. van alle bij het gebruik, het vervoer of de opslag van ontplofbare stoffen opgetreden voorvallen, die de veiligheid in gevaar hadden kunnen brengen of hebben gebracht. + +**2.** Eenmaal per maand wordt van alle ongevallen en andere voorvallen die de veiligheid in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen, opgave gedaan aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet, voorzover er geen melding is gedaan als bedoeld in het eerste lid. ### Afdeling 6A. Winningsindustrieën met behulp van boringen ### Artikel 2.42d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van afdeling 6 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. ### Artikel 2.42e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Voor het uitvoeren van een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid, bedoeld in artikel 3 van de wet, is een veiligheids- en gezondheidszorgsysteem aanwezig. Dit systeem omvat het geheel van beleid, organisatie, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie, doorlichting en verbetering, dat wordt gehanteerd voor de beheersing van de veiligheid en de gezondheid. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. ### Artikel 2.42f -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Onverminderd artikel 2.42 blijkt uit het veiligheids- en gezondheidsdocument dat alle nodige maatregelen zijn genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zowel in normale situaties als in noodsituaties te beschermen. Hiertoe bevat het document het volgende: + +a. een opgave van de aan de arbeidsplaats verbonden specifieke risicobronnen, met inbegrip van elke activiteit op die plaats, die ongevallen kunnen teweegbrengen met ernstige gevolgen voor de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers; +b. een evaluatie van de risico's van de in onderdeel a bedoelde specifieke bronnen; +c. het bewijs dat afdoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen om de in onderdeel a bedoelde ongevallen te vermijden, de uitbreiding van ongevallen te beperken en de arbeidsplaats in noodsituaties op een doelmatige en beheerste wijze te kunnen evacueren; +d. het bewijs dat er een veiligheids- en gezondheidszorgsysteem als bedoeld in artikel 2.42e gehanteerd wordt dat adequaat is om de voorschriften bij of krachtens dit besluit die betrekking hebben op de veiligheid en de bescherming van de gezondheid van de werknemers, zowel in gewone situaties als in noodsituaties na te leven. + +**2.** Bij de planning en tenuitvoerlegging van alle in artikel 3.2, eerste lid, tweede volzin, bedoelde fasen worden de in het desbetreffende veiligheids- en gezondheidsdocument vermelde procedures en uitvoeringsbepalingen in acht genomen. + +**3.** De verschillende werkgevers die verantwoordelijk zijn voor de verschillende arbeidsplaatsen werken in voorkomend geval samen bij het opstellen van de veiligheids- en gezondheidsdocumenten, bedoeld in artikel 2.42, en het voorbereiden van de maatregelen die nodig zijn om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te garanderen. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste, tweede en derde lid. ### Artikel 2.42g -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op alle normaliter bemenste arbeidsplaatsen worden op gezette tijden veiligheidsoefeningen gehouden die erop gericht zijn: + +a. werknemers aan wie in noodgevallen concrete taken worden opgedragen, waarbij noodapparatuur moet worden gebruikt, gehanteerd of bediend, hierin te trainen en na te gaan of zij bekwaam zijn die taken te vervullen; +b. alle bij de oefeningen gebruikte noodapparatuur te controleren, schoon te maken en zo nodig opnieuw op te laden of te vervangen en alle gebruikte draagbare apparatuur opnieuw naar de plaats te brengen waar zij zich normaliter bevindt; +c. na te gaan of de reddingsvaartuigen gebruiksklaar zijn. ### Artikel 2.42h -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** De werknemers worden getraind in het uitvoeren van de handelingen die in noodgevallen moeten worden verricht. + +**2.** Op mijnbouwinstallaties waar werknemers langere tijd verblijven zijn bij helikopterbewegingen op het helikopterdek voldoende werknemers aanwezig die tot taak hebben bij noodgevallen in actie te komen. Deze werknemers zijn hiertoe voldoende getraind. + +**3.** In aanvulling op het eerste en tweede lid worden werknemers die werkzaam zijn op mijnbouwinstallaties ook getraind in het uitvoeren van de handelingen die op een specifieke arbeidsplaats moeten worden verricht. Deze handelingen worden voor de desbetreffende arbeidsplaats nader omschreven in het in artikel 2.42 bedoelde veiligheids- en gezondheidsdocument. + +**4.** Werknemers die werkzaam zijn op mijnbouwinstallaties worden getraind in de toepassing van overlevingstechnieken, met inachtneming van de criteria die zijn vastgesteld in het in artikel 2.42 bedoelde veiligheids- en gezondheidsdocument. ### Artikel 2.42i -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Voor zover de Wet op de ondernemingsraden niet van toepassing is, vindt raadpleging en deelneming van de werknemers plaats overeenkomstig artikel 11 van richtlijn 89/391/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en gezondheid van de werknemers op het werk (Pb EG L 183). ### Afdeling 7. Nachtarbeid @@ -987,7 +1061,7 @@ Op thuiswerk zijn de afdelingen 3 en 4 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toe ### Afdeling 1. Algemene voorschriften -#### Paragraaf 1. Definities +#### Paragraaf 1. Definities en toepasselijkheid ### Artikel 3.1 @@ -999,8 +1073,16 @@ c. gebruik van elektriciteit: iedere activiteit met betrekking tot een elektrisc d. hoogspanning: een spanning waarvan de waarde bij wisselspanning hoger is dan 1000 Volt effectief tussen de fasen of 600 Volt effectief tussen een fase en aarde en bij gelijkspanning hoger is dan 1500 Volt tussen de polen of 900 Volt tussen een van de polen en aarde; e. laagspanning: een spanning met een waarde lager dan hoogspanning. +### Artikel 3.1a + +De artikelen 3.3, eerste lid, 3.4, eerste lid, wat betreft het ontwerp en de inrichting van tot een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet behorende elektrische installaties, 3.6, tweede lid, 3.7, vijfde lid, 3.11, eerste lid, wat betreft het voorschrift dat vloeren van arbeidsplaatsen zoveel mogelijk vrij van gevaarlijke hellingen zijn en voorts zoveel mogelijk vast en stabiel, en derde lid, 3.18, tweede lid, tweede zin, en derde lid, en 3.24, eerste lid, en tweede lid, eerste zin, zijn niet van toepassing op arbeidsplaatsen in een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet. + #### Paragraaf 2. Algemene verplichtingen van de werkgever +### Artikel 3.1b + +Een arbeidsplaats in een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet wordt slechts gebruikt indien het gebouw voldoet aan de bij of krachtens het Bouwbesluit 2003 gegeven voorschriften met betrekking tot de van toepassing zijnde gebruiksfunctie in de zin van dat besluit. + ### Artikel 3.2 **1.** Arbeidsplaatsen zijn veilig toegankelijk en kunnen veilig worden verlaten. Ze worden zodanig ontworpen, gebouwd, uitgerust, in bedrijf gesteld, gebruikt en onderhouden, dat gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zoveel mogelijk is voorkomen. Voorts worden zij zindelijk, zoveel mogelijk vrij van stof en voor zover de veiligheid van de arbeidsplaats dat vereist, ordelijk gehouden. @@ -1148,6 +1230,8 @@ c. leveren zij in geopende stand geen gevaar op. **9.** De in het achtste lid bedoelde doorgangen voor voetgangers zijn duidelijk zichtbaar gemarkeerd en vrij van obstakels. +**10.** Kettingen of soortgelijke voorzieningen die worden gebruikt om te verhinderen dat een bepaalde ruimte wordt betreden, zijn goed zichtbaar en op doelmatige wijze voorzien van verbods- of waarschuwingsborden. + ### Artikel 3.14 **1.** De verbindingswegen op de arbeidsplaats zijn zodanig gelegen en ingericht dat zij op eenvoudige wijze, veilig en overeenkomstig hun bestemming, door voetgangers en voertuigen of transportmiddelen kunnen worden gebruikt. @@ -1166,7 +1250,7 @@ c. leveren zij in geopende stand geen gevaar op. ### Artikel 3.15 -**1.** De plaatsen waar valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen voorkomt of waar obstakels die niet verwijderd kunnen worden een gevaar voor de veiligheid vormen bij het verplaatsen van voertuigen of personen, worden duidelijk gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde. +**1.** De plaatsen waar door de aard van het werk gevaar, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen voorkomt of waar obstakels die niet verwijderd kunnen worden een gevaar voor de veiligheid vormen bij het verplaatsen van voertuigen of personen, worden duidelijk gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde. **2.** Alleen werknemers die beroepshalve of uit hoofde van hun functie de in het eerste lid bedoelde plaatsen moeten betreden, worden daar toegelaten. @@ -1192,7 +1276,7 @@ Het gevaar te worden getroffen door ongewild in beweging komende of vrijkomende ### Artikel 3.19 -**1.** De afmetingen en het luchtvolume van de arbeidsplaats zijn zodanig dat de werknemer zonder gevaar voor de veiligheid, de gezondheid of het welzijn zijn arbeid kan verrichten. +**1.** De afmetingen en het luchtvolume van de arbeidsplaats zijn zodanig dat de werknemer zonder gevaar voor de veiligheid of de gezondheid zijn arbeid kan verrichten. **2.** De afmetingen van de arbeidsplaats zijn zodanig dat de werknemer bij het verrichten van zijn arbeid over voldoende bewegingsruimte beschikt. @@ -1298,7 +1382,7 @@ Op een bouwplaats zijn naast de voorschriften van afdeling 1 tevens de voorschri **2.** Bekistingen, tijdelijke stutten en schoren kunnen zonder gevaar voor de werknemers de krachten dragen waaraan zij blootstaan. -### Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw +### Afdeling 3. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen ### Artikel 3.32 @@ -1316,7 +1400,7 @@ Op een bouwplaats zijn naast de voorschriften van afdeling 1 tevens de voorschri **1.** In zones waar gevaar voor verstikking, bedwelming of vergiftiging dan wel brand of explosie bestaat, zijn, overeenkomstig artikel 4.6, de benodigde maatregelen genomen om dat gevaar te voorkomen. -**2.** De in het eerste lid bedoelde maatregelen worden opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid. +**2.** De in het eerste lid bedoelde maatregelen worden opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid. ### Artikel 3.35 @@ -1328,7 +1412,13 @@ Op een bouwplaats zijn naast de voorschriften van afdeling 1 tevens de voorschri ### Artikel 3.36 -In aanvulling op afdeling 4 van hoofdstuk 2, worden de in die afdeling bedoelde maatregelen inzake het beperken en bestrijden van brand opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid, van dit besluit. +In aanvulling op afdeling 4 van hoofdstuk 2, worden de in die afdeling bedoelde maatregelen inzake het beperken en bestrijden van brand opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid, van dit besluit. + +### Afdeling 3A. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw + +### Artikel 3.36a + +Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie in dagbouw zijn naast de voorschriften van afdeling 3 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. ### Artikel 3.37 @@ -1336,6 +1426,215 @@ In aanvulling op afdeling 4 van hoofdstuk 2, worden de in die afdeling bedoelde **2.** Bij het ontginnen van fronten of steenhopen wordt gewaakt voor het ontstaan van instabiliteit. +### Afdeling 3B. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën + +### Artikel 3.37a + +Op een arbeidsplaats in de ondergrondse winningsindustrie zijn naast de voorschriften van afdeling 3 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. + +### Artikel 3.37b + +**1.** Er worden plattegronden gemaakt en regelmatig bijgewerkt, waarop de galerijen en de ontginningswerkzaamheden en alle bekende factoren die van invloed kunnen zijn op de ontginning en de veiligheid daarvan zijn aangegeven op een schaal die een duidelijke voorstelling mogelijk maakt. De plattegronden zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet. De plattegronden zijn gemakkelijk toegankelijk en worden zolang bewaard als met het oog op de veiligheid noodzakelijk is. + +**2.** In de galerijen is een bewegwijzering aangebracht, zodat de werknemers zich gemakkelijk kunnen oriënteren. + +### Artikel 3.37c + +**1.** Iedere ondergrondse ontginning staat via ten minste twee afzonderlijke uitgangen met de oppervlakte in verbinding. Deze uitgangen zijn degelijk geconstrueerd en gemakkelijk toegankelijk voor de werknemers die ondergrondse werkzaamheden verrichten. + +**2.** Wanneer voor het gebruik van deze uitgangen een bijzondere krachtsinspanning nodig is, zijn zij uitgerust met mechanische transportmiddelen voor de werknemers. + +### Artikel 3.37d + +**1.** Transportinstallaties worden zodanig aangelegd, gebruikt en onderhouden, dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers die ze besturen of gebruiken, of zich in de nabijheid daarvan ophouden, gewaarborgd is. + +**2.** Bij vervoer van werknemers met mechanische transportmiddelen wordt gezorgd voor passende voorzieningen en speciale schriftelijke instructies. + +### Artikel 3.37e + +**1.** Zo spoedig mogelijk na het delven worden er ondersteuningen aangebracht, tenzij dit vanwege de stabiliteit van het terrein niet noodzakelijk is voor de veiligheid van de werknemers. Deze ondersteuningen worden volgens schema's en schriftelijke instructies aangebracht. + +**2.** Alle voor werknemers toegankelijke werkplekken worden regelmatig op de stabiliteit van het terrein onderzocht. + +**3.** Bij het onderhoud van de ondersteuningen wordt rekening gehouden met de uitkomsten van het in het tweede lid bedoelde onderzoek. + +### Artikel 3.37f + +**1.** In zones waar zich instortingen of waterdoorbraken kunnen voordoen, wordt een winningsprogramma opgesteld en uitgevoerd dat zoveel mogelijk gericht is op een veilig werksysteem en op de bescherming van de werknemers. + +**2.** Er worden maatregelen genomen om de zones, bedoeld in het eerste lid, te kunnen herkennen, om de werknemers die in of in de nabijheid van die zones werken te beschermen en om de risico's te beheersen. + +### Artikel 3.37g + +**1.** Er worden maatregelen genomen om temperatuurstijgingen te voorkomen of vroegtijdig te signaleren. + +**2.** Het gebruik van brandbare materialen wordt tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt. + +**3.** De te gebruiken hydraulische vloeistoffen zijn voorzover mogelijk moeilijk ontvlambaar en voldoen aan specificaties en beproevingsvoorwaarden betreffende de brandbaarheid ervan alsmede aan criteria betreffende de hygiëne. Indien de te gebruiken hydraulische vloeistoffen niet aan de in de eerste volzin gestelde eisen voldoen, worden aanvullende maatregelen genomen. + +### Artikel 3.37h + +In aanvulling op artikel 3.9 beschikt elke werknemer over een voor het werk geschikte lamp. + +### Artikel 3.37i + +Het werk wordt zodanig georganiseerd dat op ieder moment kan worden vastgesteld wie er ondergronds is. + +### Afdeling 3C. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen + +### Artikel 3.37j + +Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van afdeling 3 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. + +### Artikel 3.37k + +**1.** In aanvulling op de artikelen 3.2 en 3.3 zijn mijnbouwinstallaties zodanig ontworpen, gebouwd, ingericht, bediend, gecontroleerd en onderhouden dat zij aan de te verwachten omgevingskrachten weerstand kunnen bieden. Zij dienen een constructie en stevigheid te hebben die zijn afgestemd op het gebruik dat ervan wordt gemaakt. + +**2.** Op mijnbouwinstallaties worden zo nodig brandbarrières aangebracht met het oog op de afscheiding van zones waar brandrisico bestaat. + +**3.** Op mijnbouwinstallaties is op een voldoende aantal doelmatig gekozen plaatsen goed drinkwater aanwezig. + +### Artikel 3.37l + +**1.** + +In aanvulling op artikel 3.14 worden er: + +a. doeltreffende maatregelen genomen ter verzekering van een veilig verkeer en vervoer op een mijnbouwinstallatie alsmede van een veilig op en van een mijnbouwinstallatie brengen van materieel, van materialen en van personen; +b. doeltreffende instructies gegeven ter verzekering van een veilig verkeer en vervoer op een mijnbouwinstallatie alsmede van een veilig op en van een mijnbouwinstallatie brengen van materieel, van materialen en van personen. + +**2.** Personen worden slechts door middel van een daartoe geëigend hulpmiddel op of van een mijnbouwinstallatie gebracht, indien zij met deze wijze van vervoer hebben ingestemd. + +**3.** In verband met het veilig gebruik van een helikopterdek op een mijnbouwinstallatie worden werknemers aangewezen, die belast zijn met het toezicht op dit gebruik van het helikopterdek en daartoe over de noodzakelijke vaardigheid en deskundigheid beschikken. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. + +### Artikel 3.37m + +Doelmatige veiligheidsapparatuur staat steeds gebruiksklaar en wordt in goede staat gehouden. Bij het onderhoud daarvan wordt naar behoren rekening gehouden met de uitgeoefende activiteiten. + +### Artikel 3.37n + +**1.** Woon- en verblijfruimten op mijnbouwinstallaties hebben op elk niveau ten minste twee afzonderlijke nooduitgangen, die zo ver mogelijk van elkaar zijn gelegen en uitkomen in een veilige zone, een veilig verzamelpunt of een veilig evacuatiestation. + +**2.** Een machinekamer op een mijnbouwinstallatie heeft tenminste twee tegenover elkaar gelegen uitgangen met voldoende trap- of ladderverbindingen vanaf de vloer van die machinekamer. + +**3.** In afwijking van artikel 3.7, vierde lid, zijn nooduitgangen op mijnbouwinstallaties voorzien van deuren die op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe zijn te openen of indien dit niet mogelijk is, van schuifdeuren. + +### Artikel 3.37o + +Bij de inrichting van de arbeidsplaatsen op het continentaal plat, bedoeld in artikel 1, onder c, van de Mijnbouwwet, wordt in voorkomend geval met gehandicapte werknemers rekening gehouden. Dit geldt met name voor deuren, verbindingswegen, trappen, doucheruimten, wasruimten, toiletten en werkplekken die door gehandicapte werknemers worden gebruikt. + +### Artikel 3.37p + +**1.** Arbeidsplaatsen waar door de aard van het werk gevarenzones, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen, voorkomen, worden zoveel mogelijk uitgerust met voorzieningen die beletten dat werknemers deze zones zonder toestemming betreden. + +**2.** Er worden doeltreffende maatregelen getroffen om de werknemers die de gevarenzones mogen betreden te beschermen. + +### Artikel 3.37q + +**1.** Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen wordt bepaalde apparatuur in geval van nood vanaf geschikte locaties op afstand bediend. + +**2.** De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, omvat systemen voor het isoleren en afblazen van putten, installaties en pijpleidingen. + +**3.** Ten behoeve van de afstandsbediening, bedoeld in het eerste lid, zijn er controleposten op geschikte locaties die in geval van nood kunnen worden gebruikt, indien nodig met inbegrip van controleposten op veilige verzamelpunten en in evacuatiestations. + +**4.** De apparatuur, bedoeld in het eerste lid, omvat tenminste systemen voor ventilatie, het in noodgevallen afsluiten van apparatuur die een ontbranding zou kunnen veroorzaken, het voorkomen van het ontsnappen van ontvlambare vloeistoffen en gassen, brandbeveiliging en putbewaking. + +### Artikel 3.37r + +**1.** + +Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen wordt iedere bemande arbeidsplaats uitgerust met: + +a. een audiovisueel systeem waarmee een alarmmelding zo nodig kan worden doorgestuurd naar elk bemand deel van de arbeidsplaats; +b. een luidsprekersysteem, dat duidelijk kan worden gehoord in alle delen van de installatie waar zich vaak werknemers ophouden; +c. een systeem waarmee de verbinding met het vasteland en de hulpdiensten kan worden onderhouden. + +**2.** Op mijnbouwinstallaties blijven de systemen, bedoeld in het eerste lid, in geval van nood operationeel. Het luidsprekersysteem wordt aangevuld met communicatiesystemen die niet afhankelijk zijn van kwetsbare stroomvoorzieningsinstallaties. + +**3.** De voorzieningen voor het slaan van alarm zijn op doelmatige plaatsen aangebracht. + +**4.** Indien werknemers aanwezig zijn op arbeidsplaatsen die normaliter niet door werknemers bemand zijn, is er een doelmatig communicatiesysteem. + +### Artikel 3.37s + +**1.** Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen worden er verzamelpunten vastgesteld, wordt een monsterrol bijgehouden en worden de hiervoor noodzakelijke maatregelen getroffen. + +**2.** + +Doelmatige maatregelen worden genomen om: + +a. de evacuatiestations en de veilige verzamelpunten te beschermen tegen warmte en rook, en, zoveel mogelijk, tegen de gevolgen van explosies; +b. de vluchtroutes van en naar de evacuatiestations en verzamelpunten te allen tijde bruikbaar te laten blijven; +c. de evacuatiestations en de veilige verzamelpunten gemakkelijk bereikbaar te laten zijn vanuit de verblijfsaccommodatie en de werkruimten. + +**3.** De maatregelen, bedoeld in het tweede lid, zijn zodanig dat ze de werknemers lang genoeg bescherming bieden om, indien nodig, in alle veiligheid een evacuatie- en reddingsoperatie te kunnen organiseren en uitvoeren. + +**4.** Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen, is een van de beschermde plaatsen, bedoeld in het eerste lid, voorzien van afstandbedieningssystemen voor noodgevallen als bedoeld in artikel 3.37q en van een communicatiesysteem als bedoeld in artikel 3.37r, eerste lid, onder c. + +**5.** Op een mijnbouwinstallatie wordt voor elk veilig verzamelpunt een lijst opgesteld, bijgehouden en ter plaatse aangeplakt met de namen van de werknemers voor wie dat verzamelpunt is bestemd. + +**6.** Een lijst met de namen van de werknemers die in geval van nood speciale taken hebben wordt opgesteld en bijgehouden en op doelmatige plaatsen aangeplakt. De namen van deze werknemers worden eveneens vermeld in de schriftelijke instructies, bedoeld in artikel 3.33. + +### Artikel 3.37t + +**1.** Op een mijnbouwinstallatie zijn voor onmiddellijk gebruik voldoende geschikte middelen voor redding, evacuatie en voor directe ontsnapping in zee in noodgevallen beschikbaar. + +**2.** Als evacuatie van werknemers moet geschieden langs moeilijke vluchtwegen of via plaatsen waar de lucht niet of mogelijk niet ingeademd kan worden, staat zelfreddingsapparatuur voor onmiddellijk gebruik op de werkplek ter beschikking van de werknemers. + +**3.** + +Reddingsmiddelen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de volgende voorschriften: + +a. ze zijn functioneel en zo nodig uitgerust met voorzieningen om lang genoeg te kunnen overleven; +b. er zijn er voldoende van om alle werknemers die zich in de installatie kunnen ophouden te kunnen evacueren; +c. het type is afgestemd op de arbeidsplaats; +d. ze zijn van betrouwbare materialen gemaakt, rekening houdend met de reddingsfunctie en de omstandigheden waarin ze eventueel zullen worden gebruikt of waarin ze gebruiksklaar worden gehouden; en +e. ze hebben een kleur die opvalt wanneer ze worden gebruikt en zijn uitgerust met voorzieningen waarmee de gebruiker de aandacht van de redders kan trekken. + +**4.** Het materiaal, dat nodig is in geval bij een ongeval vervoer per helikopter plaatsvindt, ligt gebruiksklaar opgeslagen in de onmiddellijke nabijheid van de helikopterlandingsplaats. + +### Artikel 3.37u + +Op mijnbouwinstallaties worden branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig worden dergelijke systemen in dubbele uitvoering aangebracht. + +### Artikel 3.37v + +**1.** Er wordt een noodplan opgesteld voor het geval dat iemand overboord valt of de arbeidsplaats moet worden geëvacueerd. + +**2.** Het noodplan, dat is gebaseerd op het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42, voorziet in het gebruik van bijstandsboten en helicopters en bevat criteria voor de capaciteit en de reactietijd daarvan. De vereiste reactietijd wordt in het veiligheids- en gezondheidsdocument van elke installatie vermeld. + +**3.** De bijstandsboten zijn doelmatig ontworpen en uitgerust en voldoen aan de eisen in verband met evacuatie en redding. + +**4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste tot en met derde lid. + +### Artikel 3.37w + +**1.** In aanvulling op artikel 3.21 wordt, wanneer de aard, de omvang en de duur van de werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie zulks vereisen, de nodige verblijfsaccommodatie ter beschikking gesteld. + +**2.** + +Leidingen die in geval van lekkage direct gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren worden buiten de accommodatie en de hiermee in verbinding staande gangen gehouden. Deze accommodatie: + +a. is afdoende beschermd tegen de gevolgen van explosies, binnendringen van rook en gas en het uitbreken en de verbreiding van brand, zoals omschreven in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42; +b. is beschermd tegen weersomstandigheden en tegen geluids- en stankhinder en ontwikkeling van rookgassen uit andere ruimten, welke gevaarlijk voor de gezondheid kunnen zijn; +c. staat niet in rechtstreekse verbinding met besloten ruimten, waarin machines, ketels, tanks, drukvaten en dergelijke zijn opgesteld; +d. is afgescheiden van elke werkplek en ligt buiten gevarenzones; +e. staat, voorzover het een slaapverblijf betreft, niet in rechtstreekse verbinding met ontspanningsruimten, noch met ruimten voor het bereiden en bewaren van voedsel. + +**3.** De verblijfsaccommodatie is voorzien van voldoende bedden of kooien, rekening houdend met het aantal werknemers dat naar verwachting in de installatie zal slapen. In een slaapverblijf bevinden zich ten hoogste twee slaapplaatsen. + +**4.** Elke verblijfsaccommodatie beschikt over voldoende plaats voor het opbergen van kleding en, indien daarin in de regel ten minste tien personen verblijven, een aparte was- en droogruimte. + +### Artikel 3.37x + +Op een bemande mijnbouwinstallatie zijn voor het bereiden en bewaren van voedsel doelmatig ingerichte ruimten aanwezig, welke ruimten voor geen ander doel worden gebruikt. + +### Artikel 3.37y + +Tijdens de plaatsing van een mijnbouwinstallatie worden alle noodzakelijke maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te waarborgen. + ### Afdeling 4. Aanvullende voorschriften benzinestations ### Artikel 3.38 @@ -1549,7 +1848,7 @@ h. er wordt gebruik gemaakt van doeltreffende middelen voor het veilig verzamele **4.** Voorts zijn zodanige voorzieningen getroffen dat in geval zich een ongewilde gebeurtenis als bedoeld in het eerste, respectievelijk het tweede lid voordoet, de gevolgen daarvan zoveel mogelijk worden beperkt. -**5.** De voorzieningen, bedoeld in het eerste, tweede lid en vierde lid, zijn, voor zover van toepassing, in overeenstemming met het Besluit explosieveilig materieel. +**5.** De voorzieningen, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, zijn, voor zover van toepassing, in overeenstemming met het Besluit explosieveilig materieel. **6.** In ruimten waarin arbeid als bedoeld in het tweede lid wordt uitgevoerd, zijn stoffen in geen grotere hoeveelheden aanwezig dan voor de bedrijfsvoering strikt noodzakelijk is. @@ -1567,11 +1866,11 @@ h. er wordt gebruik gemaakt van doeltreffende middelen voor het veilig verzamele ### Artikel 4.6 -**1.** Indien kan worden vermoed dat werknemers bij verblijf in een ruimte kunnen worden blootgesteld aan stoffen in een zodanige mate dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming of vergiftiging dan wel brand of explosie, mag een werknemer zich niet in die ruimte begeven voordat uit een adequaat onderzoek is gebleken of dat gevaar aanwezig is. +**1.** Indien kan worden vermoed dat werknemers bij verblijf op een plaats of in een ruimte kunnen worden blootgesteld aan stoffen in een zodanige mate dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming of vergiftiging dan wel brand of explosie, mag een werknemer zich niet op die plaats of in die ruimte begeven voordat uit een adequaat onderzoek is gebleken of dat gevaar aanwezig is. -**2.** Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de werknemers die ruimte zonder genoemde gevaren kunnen betreden. +**2.** Indien uit het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat het gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie aanwezig is, worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de werknemers die plaats of die ruimte zonder genoemde gevaren kunnen betreden. -**3.** Indien in een ruimte als bedoeld in het eerste lid, direct gevaar ontstaat, worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de werknemers die deze ruimte hebben betreden, deze terstond kunnen verlaten. Indien dat niet mogelijk is en het toch noodzakelijk is om die ruimte te betreden, dan mag dit alleen indien arbeidsmiddelen worden gebruikt die het desbetreffende gevaar niet zelf kunnen veroorzaken alsmede persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar worden gesteld en gebruikt. Zo nodig worden de werknemers die de ruimte moeten betreden, permanent van buitenaf geobserveerd. +**3.** Indien op een plaats of in een ruimte als bedoeld in het eerste lid, direct gevaar ontstaat, worden doeltreffende maatregelen genomen zodat de werknemers die deze plaats of deze ruimte hebben betreden, deze terstond kunnen verlaten. Indien dat niet mogelijk is en het toch noodzakelijk is om die plaats of die ruimte te betreden, dan mag dit alleen indien arbeidsmiddelen worden gebruikt die het desbetreffende gevaar niet zelf kunnen veroorzaken alsmede persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar worden gesteld en gebruikt. Zo nodig worden de werknemers die de plaats op of de ruimte moeten betreden, permanent van buitenaf geobserveerd. ### Artikel 4.6a @@ -1626,13 +1925,15 @@ c. het geheel of gedeeltelijk slopen, waarbij gevaar bestaat voor brand, explosi ### Artikel 4.8 -**1.** Arbeid waarbij explosieve stoffen worden gebruikt voor demolitie, zijnde het springen van objecten of materialen of voor onderhoud, wordt verricht volgens een vooraf opgesteld springplan dat een deugdelijke beschrijving bevat van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden. +**1.** Arbeid waarbij explosieve stoffen worden gebruikt voor demolitie, zijnde het springen van objecten of materialen, of voor onderhoud, wordt verricht volgens een vooraf opgesteld springplan of bij de verkenning naar, opsporing of winning van delfstoffen, een vooraf opgesteld programma. De inhoud van het springplan of programma bevat een deugdelijke beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden. -**2.** De arbeid, bedoeld in het eerste lid, wordt verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon, die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid springmeester met betrekking tot de soort arbeid die wordt verricht, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling. +**2.** Demolitie- en onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid springmeester met betrekking tot de soort arbeid die wordt verricht dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling. -**3.** Het in het eerste respectievelijk tweede lid bedoelde springplan en certificaat van vakbekwaamheid springmeester of een afschrift daarvan zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet. +**3.** Werkzaamheden bestaande uit het springen van materialen ten behoeve van de opsporing of winning van delfstoffen als bedoeld in het eerste lid worden verricht door personen die in het bezit zijn van een getuigschrift van schietmeester dat is afgegeven door Onze Minister of een door Onze Minister daartoe aangewezen instelling. -**4.** Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld. +**4.** Het springplan of programma, bedoeld in het eerste lid, het certificaat van vakbekwaamheid springmeester, bedoeld in het tweede lid, dan wel het getuigschrift van schietmeester, bedoeld in het derde lid of een afschrift daarvan zijn op de arbeidsplaats beschikbaar en worden desgevraagd getoond aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 24 van de wet. + +**5.** Ten aanzien van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld. ### Artikel 4.8a @@ -1787,7 +2088,7 @@ Indien arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootges ### Artikel 4.13 -Indien arbeid wordt verricht waarbij werknemers als gevolg van hun werk worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of kankerverwekkende processen, worden met betrekking tot deze stoffen of processen die, gelet op de aard van de bedrijvigheid, met enige regelmaat aanwezig zijn of worden toegepast, in de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in ieder geval de volgende gegevens opgenomen: +Indien arbeid wordt verricht waarbij werknemers als gevolg van hun werk worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of kankerverwekkende processen, worden met betrekking tot deze stoffen of processen die, gelet op de aard van de bedrijvigheid, met enige regelmaat aanwezig zijn of worden toegepast, in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in ieder geval de volgende gegevens opgenomen: a. met betrekking tot de identiteit: @@ -2129,7 +2430,7 @@ c. de vervaardigde producten. ### Artikel 4.50 -**1.** De concentratie van asbeststof in de lucht waaraan de werknemers in verband met de arbeid worden blootgesteld wordt, in het kader van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, ten minste éénmaal in de drie maanden door middel van het nemen van monsters gemeten en voorts telkens wanneer zich een verandering in de werkmethoden en de omstandigheden van de blootstelling voordoet. Deze frequentie mag worden teruggebracht tot éénmaal per jaar, indien er geen verandering in de werkmethoden en de omstandigheden van de blootstelling heeft plaatsgevonden en uit de twee opeenvolgende voorafgaande metingen is gebleken dat de concentratie van asbeststof in de lucht niet meer bedroeg dan de helft van de in artikel 4.46 genoemde grenswaarde. +**1.** De concentratie van asbeststof in de lucht waaraan de werknemers in verband met de arbeid worden blootgesteld wordt, in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, ten minste éénmaal in de drie maanden door middel van het nemen van monsters gemeten en voorts telkens wanneer zich een verandering in de werkmethoden en de omstandigheden van de blootstelling voordoet. Deze frequentie mag worden teruggebracht tot éénmaal per jaar, indien er geen verandering in de werkmethoden en de omstandigheden van de blootstelling heeft plaatsgevonden en uit de twee opeenvolgende voorafgaande metingen is gebleken dat de concentratie van asbeststof in de lucht niet meer bedroeg dan de helft van de in artikel 4.46 genoemde grenswaarde. **2.** De metingen en monsterneming worden uitgevoerd volgens een bij ministeriële regeling vast te stellen methode of wel een andere methode, indien deze gelijkwaardige resultaten oplevert. @@ -2177,7 +2478,7 @@ c. de vervaardigde producten. ### Artikel 4.54 -**1.** Op het slopen van gebouwen, constructies, apparaten, installaties en transportmiddelen waarin asbest of asbesthoudende producten dan wel crocidoliet of crocidoliethoudende producten is respectievelijk zijn verwerkt en bij het verwijderen van voornoemde stoffen of producten hieruit, zijn, met uitsluiting van de overige voorschriften van de afdelingen 1 en 2 en de paragrafen 3 en 4 van deze afdeling, de artikelen 4.3a, aanhef en onder d, 4.10a, 4.10d, vierde lid, 4.18, 4.19, aanhef en onder b en c, 4.20, eerste tot en met vierde lid, 4.21, 4.45, eerste en tweede lid, onder a, c en d, 4.51, 4.52 en 4.53 van overeenkomstige toepassing alsmede de artikelen 4.46 en 4.47, met dien verstande dat voor de toepassing van beide laatstgenoemde artikelen ten aanzien van crocidoliet de in artikel 4.56, tweede lid, genoemde grenswaarde geldt. +**1.** Op het slopen van gebouwen, constructies, apparaten, installaties en transportmiddelen waarin asbest of asbesthoudende producten dan wel crocidoliet of crocidoliethoudende producten is respectievelijk zijn verwerkt en bij het verwijderen van voornoemde stoffen of producten hieruit, zijn, met uitsluiting van de overige voorschriften van de afdelingen 1 en 2 en de paragrafen 3 en 4 van deze afdeling, de artikelen 4.3a, aanhef en onder d, 4.6a, vierde lid, onder b, c en e, en vijfde lid, 4.10a, 4.10d, vierde lid, 4.18, 4.19, aanhef en onder b en c, 4.20, eerste tot en met vierde lid, 4.45, eerste en tweede lid, onder a, c en d, 4.51, 4.52 en 4.53 van overeenkomstige toepassing alsmede de artikelen 4.46 en 4.47, met dien verstande dat voor de toepassing van beide laatstgenoemde artikelen ten aanzien van crocidoliet de in artikel 4.56, tweede lid, genoemde grenswaarde geldt. **2.** Voordat met de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden wordt begonnen zijn de locatie, de datum en het tijdstip waarop deze werkzaamheden zullen worden verricht, tijdig gemeld aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet. @@ -2194,7 +2495,7 @@ c. de vervaardigde producten. Het in artikel 4.54, derde lid, bedoelde werkplan bevat: a. de maatregelen genoemd in artikel 4.47, derde lid, alsmede, voor zover zulks redelijkerwijs uitvoerbaar is, de maatregel om eerst asbest of asbesthoudende producten dan wel crocidoliet of crocidoliethoudende producten te verwijderen alvorens andere slooptechnieken toe te passen; -b. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 4.18, 4.19, aanhef en onder a, e en f, 4.20, eerste tot en met vierde lid, 4.21, 4.45, eerste en tweede lid, onder a, c en d, en 4.51; +b. de maatregelen, bedoeld in de artikelen 4.3a, aanhef en onder d, 4.6a, vierde lid, onder b, c en e, en vijfde lid, 4.18, 4.19, aanhef en onder b en c, 4.20, eerste tot en met vierde lid, 4.45, eerste en tweede lid, onder a, c en d, en 4.51; c. de voorzieningen die worden getroffen om de plaats waar de werkzaamheden worden verricht af te schermen van de overige ruimten; d. de maatregel om metingen te verrichten overeenkomstig het bepaalde krachtens artikel 4.50, tweede lid, en om monsters te nemen overeenkomstig artikel 4.50, achtste lid, nadat de ruimte is gereinigd, teneinde vast te stellen of de concentratie van asbeststof in de lucht niet hoger is dan 1/20 van de in artikel 4.46, eerste lid, genoemde grenswaarde dan wel of de concentratie van crocidolietstof in de lucht niet hoger is dan 1/20 van de in artikel 4.56, tweede lid, genoemde grenswaarde; e. een beschrijving van de aard, duur en plaats van de werkzaamheden alsmede van de werkmethode; @@ -2430,22 +2731,22 @@ d. categorie 4: een agens dat bij mensen ernstige ziekten veroorzaakt en een gro **4.** In deze afdeling wordt uitgegaan van de categorie-indeling van biologische agentia zoals vastgesteld in bijlage III bij de richtlijn. -#### Paragraaf 2. Inventarisatie en evaluatie en gevolgen categorie-indeling +#### Paragraaf 2. Risico-inventarisatie en -evaluatie en gevolgen categorie-indeling ### Artikel 4.85 -Indien een werknemer gerede kans loopt aan een of meer specifiek bij zijn arbeid voorkomende of naar verwachting voorkomende biologische agentia te worden blootgesteld, wordt, in het kader van de in artikel 5 van de wet bedoelde inventarisatie en evaluatie, de aard, de mate en de duur van de blootstelling beoordeeld teneinde het gevaar voor de werknemer te bepalen. Deze beoordeling geschiedt met inachtneming van met name: +Indien een werknemer gerede kans loopt aan een of meer specifiek bij zijn arbeid voorkomende of naar verwachting voorkomende biologische agentia te worden blootgesteld, wordt, in het kader van de in artikel 5 van de wet bedoelde risico-inventarisatie en -evaluatie, de aard, de mate en de duur van de blootstelling beoordeeld teneinde het gevaar voor de werknemer te bepalen. Deze beoordeling geschiedt met inachtneming van met name: a. de categorie of categorieën,waarin de biologische agentia waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld, zijn ingedeeld; b. informatie over ziekten die werknemers kunnen oplopen of al hebben opgelopen als gevolg van blootstelling aan biologische agentia; -c. mogelijke allergene of vergiftigingseffecten die de werknemers als gevolg van blootstelling aan biologische agentia ondervinden of kunnen ondervinden; +c. mogelijke allergische of vergiftigingseffecten die de werknemers als gevolg van blootstelling aan biologische agentia ondervinden of kunnen ondervinden; d. de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 4.91, alsmede de ziekten waarvan bekend is dat een werknemer hieraan lijdt en de medicijnen waarvan bekend is dat die door een werknemer worden gebruikt, een en ander in statistische, niet tot individuen herleidbare vorm. ### Artikel 4.86 **1.** Indien de arbeid gericht is op het werken met biologische agentia behorend tot categorie 2, 3 of 4 zijn de artikelen 4.87 tot en met 4.102 van toepassing . -**2.** Indien uit de resultaten van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, blijkt, dat werknemers bij het verrichten van andere arbeid dan die, bedoeld in het eerste lid, waaronder de in bijlage I bij de richtlijn genoemde werkzaamheden, een gerede kans lopen aan biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 te worden blootgesteld, zijn de artikelen 4.87, 4.89, 4.91, 4.93, 4.95, 4.97, 4.98, 4.99, tweede lid, en 4.102 van toepassing. +**2.** Indien uit de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, blijkt, dat werknemers bij het verrichten van andere arbeid dan die, bedoeld in het eerste lid, waaronder de in bijlage I bij de richtlijn genoemde werkzaamheden, een gerede kans lopen aan biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 te worden blootgesteld, zijn de artikelen 4.87, 4.89, 4.91, 4.93, 4.95, 4.97, 4.98, 4.99, tweede lid, en 4.102 van toepassing. **3.** In alle, niet in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen, wordt bij de arbeid de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht genomen en worden de noodzakelijke hygiënische voorzieningen getroffen. @@ -2549,7 +2850,7 @@ De ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging of, bij het ontbreken daa Desgevraagd wordt de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging, of worden, bij het ontbreken daarvan, de belanghebbende werknemers geïnformeerd over: -a. de wijze waarop de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, tot stand is gekomen en over het resultaat daarvan; +a. de wijze waarop de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, tot stand is gekomen en over het resultaat daarvan; b. de werkzaamheden waarbij de werknemers aan biologische agentia worden of kunnen worden blootgesteld; c. het aantal werknemers dat aan biologische agentia wordt of kan worden blootgesteld; d. de naam en de functie van de persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid en de gezondheid op het werk; @@ -2569,7 +2870,7 @@ Deze kennisgeving bevat ten minste de volgende gegevens: a. de naam en het adres van de werkgever; b. de naam en de functie van de persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid en de gezondheid op het werk; -c. de resultaten van de in artikel 4.85 bedoelde inventarisatie en evaluatie; +c. de resultaten van de in artikel 4.85 bedoelde risico-inventarisatie en -evaluatie; d. de categorie of categorieën en soort of soorten waartoe het biologische agens of de biologische agentia behoort respectievelijk behoren; e. de voorgenomen beschermende en preventieve maatregelen. @@ -2587,13 +2888,13 @@ Een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de w In geval de werkgever de werkzaamheden beëindigt worden het in artikel 4.90 bedoelde register en de resultaten van het in artikel 4.91 bedoelde arbeidsgezondheidskundig onderzoek, in geval deze bij de werkgever berusten, overgedragen aan een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet. -#### Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde +#### Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen in verband met andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde ### Artikel 4.97 **1.** -In aanvulling op artikel 4.85 wordt bij de inventarisatie en evaluatie van gevaren, verbonden aan andere dan diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde, aandacht besteed aan: +In aanvulling op artikel 4.85 wordt bij de risico-inventarisatie en -evaluatie van gevaren, verbonden aan andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde, aandacht besteed aan: a. de onzekerheid omtrent de aanwezigheid van biologische agentia en de daaraan verbonden gevaren bij patiënten of dieren en in monsters of materiaal van patiënten of dieren; b. de aan de aard van het werk verbonden gevaren. @@ -2613,13 +2914,13 @@ In isolatieafdelingen met patiënten of dieren die besmet zijn of mogelijkerwijs ### Artikel 4.99 -**1.** In laboratoria en in ruimten waarin zich dieren bevinden die opzettelijk zijn besmet met biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 dan wel dieren die drager zijn of mogelijk zouden kunnen zijn van biologische agentia van een van deze categorieën, worden, afhankelijk van de resultaten van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, ten minste respectievelijk de beheersingsniveaus 2, 3 en 4 van bijlage V bij de richtlijn in acht genomen. +**1.** In laboratoria en in ruimten waarin zich dieren bevinden die opzettelijk zijn besmet met biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 dan wel dieren die drager zijn of mogelijk zouden kunnen zijn van biologische agentia van een van deze categorieën, worden, afhankelijk van de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, ten minste respectievelijk de beheersingsniveaus 2, 3 en 4 van bijlage V bij de richtlijn in acht genomen. **2.** Indien in de in het eerste lid bedoelde laboratoria arbeid wordt verricht met materiaal waarvan onzeker is of zich hierin biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bevinden en de arbeid niet is gericht op het werken met biologische agentia, wordt ten minste beheersingsniveau 2 van bijlage V bij de richtlijn in acht genomen. ### Artikel 4.100 -**1.** In geval biologische agentia van de categorie 2, 3 of 4 worden gebruikt in industriële procédés, worden, afhankelijk van de resultaten van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, ten minste respectievelijk de beheersingsniveaus 2, 3 en 4 van bijlage VI bij de richtlijn in acht genomen. +**1.** In geval biologische agentia van de categorie 2, 3 of 4 worden gebruikt in industriële procédés, worden, afhankelijk van de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, ten minste respectievelijk de beheersingsniveaus 2, 3 en 4 van bijlage VI bij de richtlijn in acht genomen. **2.** Van industriële procédés, bedoeld in het eerste lid, is sprake indien de arbeid is gericht op het werken met biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 in reactorvaten van tien liter of meer. @@ -2723,7 +3024,7 @@ b. stoffen die aan geen van de krachtens de artikelen 34, derde lid, en 39 van d ### Artikel 4.111 -Met betrekking tot de in artikel 4.110, onder a, genoemde stoffen, met uitzondering van stoffen die uitsluitend voldoen aan de krachtens de artikelen 34, derde lid, en 39 van de Wet milieugevaarlijke stoffen vastgestelde criteria voor indeling in de categorie «milieugevaarlijk», wordt in het kader van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in ieder geval vastgesteld aan welke stoffen thuiswerkers worden of kunnen worden blootgesteld en wat de gevaren zijn die aan die stoffen zijn verbonden. +Met betrekking tot de in artikel 4.110, onder a, genoemde stoffen, met uitzondering van stoffen die uitsluitend voldoen aan de krachtens de artikelen 34, derde lid, en 39 van de Wet milieugevaarlijke stoffen vastgestelde criteria voor indeling in de categorie «milieugevaarlijk», wordt in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in ieder geval vastgesteld aan welke stoffen thuiswerkers worden of kunnen worden blootgesteld en wat de gevaren zijn die aan die stoffen zijn verbonden. ### Artikel 4.112 @@ -2763,7 +3064,7 @@ De arbeid wordt zodanig georganiseerd, de arbeidsplaats wordt zodanig ingericht, **1.** Voor zover de in artikel 5.2 bedoelde gevaren redelijkerwijs niet kunnen worden voorkomen, wordt de arbeid zodanig georganiseerd, wordt de arbeidsplaats zodanig ingericht, wordt een zodanige productie- en werkmethode toegepast en worden zodanige hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, gebruikt, dat die gevaren zoveel als redelijkerwijs mogelijk is worden beperkt. -**2.** Bij de uitvoering van het eerste lid worden in het kader van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, met inachtneming van bijlage I bij de richtlijn, de veiligheids- en gezondheidsaspecten van de fysieke belasting beoordeeld, waarbij met name gelet wordt op de kenmerken van de last, de vereiste lichamelijke inspanning, de kenmerken van de werkomgeving en de eisen van de taak. +**2.** Bij de uitvoering van het eerste lid worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, met inachtneming van bijlage I bij de richtlijn, de veiligheids- en gezondheidsaspecten van de fysieke belasting beoordeeld, waarbij met name gelet wordt op de kenmerken van de last, de vereiste lichamelijke inspanning, de kenmerken van de werkomgeving en de eisen van de taak. ### Artikel 5.4 @@ -2811,9 +3112,9 @@ e. conventionele schrijfmachines met display. ### Artikel 5.9 -**1.** In de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt specifiek aandacht besteed aan de gevaren voor het gezichtsvermogen en die van de fysieke en psychische belasting als gevolg van arbeid aan een beeldscherm. +**1.** In de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, wordt specifiek aandacht besteed aan de gevaren voor het gezichtsvermogen en die van de fysieke en psychische belasting als gevolg van arbeid aan een beeldscherm. -**2.** Op basis van de uitkomsten van de in het eerste lid bedoelde inventarisatie en evaluatie worden doeltreffende maatregelen genomen om de desbetreffende gevaren te ondervangen, rekening houdend met de gevolgen van die gevaren en de onderlinge samenhang daartussen. +**2.** Op basis van de uitkomsten van de in het eerste lid bedoelde risico-inventarisatie en -evaluatie worden doeltreffende maatregelen genomen om de desbetreffende gevaren te ondervangen, rekening houdend met de gevolgen van die gevaren en de onderlinge samenhang daartussen. ### Artikel 5.10 @@ -2878,6 +3179,10 @@ Op thuiswerk zijn de afdelingen 1 en 2 van dit hoofdstuk van overeenkomstige toe **3.** Luchtverversingsinstallaties zijn voorzien van een controlesysteem dat storingen in de installatie signaleert voor zover dat noodzakelijk is voor de gezondheid van de werknemers. +**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op arbeidsplaatsen in een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet. + +**5.** Een arbeidsplaats in een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet wordt slechts gebruikt indien het gebouw voldoet aan de bij of krachtens het Bouwbesluit 2003 gegeven voorschriften met betrekking tot de van toepassing zijnde gebruiksfunctie in de zin van dat besluit. + ### Afdeling 2. Verlichting ### Artikel 6.3 @@ -2916,7 +3221,7 @@ c. geluidsdosisniveau in dB(A): het energetisch gemiddelde geluidsniveau geduren ### Artikel 6.7 -**1.** Op elke arbeidsplaats wordt in het kader van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, het geluidsniveau beoordeeld en, indien nodig, gemeten teneinde te bepalen waar en in welke mate werknemers aan de in deze afdeling vastgestelde niveaus van schadelijk geluid kunnen worden blootgesteld. +**1.** Op elke arbeidsplaats wordt in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, het geluidsniveau beoordeeld en, indien nodig, gemeten teneinde te bepalen waar en in welke mate werknemers aan de in deze afdeling vastgestelde niveaus van schadelijk geluid kunnen worden blootgesteld. **2.** De beoordeling en de meting zijn representatief voor de blootstelling aan geluid op de arbeidsplaats gedurende de dagelijkse arbeidstijd. De beoordeling en de meting worden, in aanvulling op artikel 5 van de wet, volgens een schriftelijk vastgelegd tijdschema periodiek herhaald en in ieder geval herzien, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of er redenen zijn om aan te nemen dat de uitgevoerde beoordeling of meting onjuist is. @@ -3025,11 +3330,30 @@ Duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk worden verricht door ### Artikel 6.14a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Personen, die worden belast met het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk worden voor de aanvang van die arbeid onderworpen aan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek, dat gericht is op de bijzondere gevaren voor de gezondheid, waaraan zij bij de uitoefening van die arbeid kunnen blootstaan. + +**2.** Na een periode van ten hoogste twaalf maanden na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt het arbeidsgezondheidskundig onderzoek herhaald en vervolgens telkens met een tussenperiode van ten hoogste twaalf maanden sinds het voorafgaande onderzoek. + +**3.** Het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt uitgevoerd door een arts, die in het bezit is van een certificaat duikerarts, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling. + +**4.** + +Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de uitvoering van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Deze regels kunnen betrekking hebben op: + +a. de gegevens, die bij het onderzoek worden overgelegd; +b. de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd; +c. de wijze van beoordeling van de geschiktheid of ongeschiktheid van personen voor het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid of overige arbeid onder overdruk; +d. de wijze van registratie, verwerking en bewaring, alsmede de tijdsduur van bewaring van de uit het onderzoek verkregen gegevens. + +**5.** Een persoon verricht slechts duikarbeid, caissonarbeid of overige arbeid onder overdruk indien uit het arbeidsgezondheidskundig onderzoek blijkt, dat het verrichten van die arbeid op medische gronden toelaatbaar is. Indien uit de uitslag van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek blijkt dat het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid of overige arbeid onder overdruk slechts onder de daarin aangegeven beperkende voorschriften toelaatbaar is, worden deze voorschriften in acht genomen. + +**6.** Op verzoek van de werkgever of de onderzochte persoon wordt het in dit artikel bedoelde onderzoek één maal opnieuw uitgevoerd door een andere arts, die in het bezit is van een certificaat duikerarts als bedoeld in het derde lid. Het resultaat van het hernieuwde onderzoek treedt in de plaats van het daaraan voorafgaande. ### Artikel 6.14b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** In verband met de uitvoering van arbeidsgezondheidskundige onderzoeken als bedoeld in artikel 6.14a, eerste en tweede lid, kunnen voor de afgifte van het certificaat duikerarts, bedoeld in artikel 6.14a, derde lid, bij ministeriële regeling verschillende vakbekwaamheids-, opleidings- of registratie-eisen worden gesteld. + +**2.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gelijkstelling van in het buitenland afgegeven certificaten duikerarts met het certificaat duikerarts, bedoeld in artikel 6.14a, derde lid. ### Artikel 6.15 @@ -3042,7 +3366,7 @@ b. aan de werknemers deugdelijk materieel dat in goede staat verkeert en voldoen c. nabij de plaats waar de arbeid wordt verricht een daartoe opgeleid persoon aanwezig die de werknemers adequaat medisch begeleiden kan; d. nabij de plaats waar de arbeid wordt verricht een adequate eerste-hulpuitrusting aanwezig. -**2.** De in het eerste lid, onder *c*, bedoelde persoon kan terstond in contact treden met een arts, bekwaam in het behandelen van acute gevolgen voor de gezondheid als gevolg van het verrichten van duikarbeid, caissonarbeid en overige arbeid onder overdruk. +**2.** De in het eerste lid, onder *c*, bedoelde persoon kan terstond in contact treden met een arts als bedoeld in artikel 6.14a, derde lid. ### Artikel 6.15a @@ -3052,9 +3376,9 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **1.** Duikarbeid wordt verricht door een of meer duikers die worden bijgestaan door een reserveduiker en een ploegleider. -**2.** De reserveduiker verricht slechts duikarbeid bestaande uit het verlenen van hulp aan en het redden van in moeilijkheden geraakte duikers. +**2.** De reserveduiker verricht slechts duikarbeid bestaande uit het verlenen van hulp aan en het redden van in moeilijkheden geraakte duikers. Bij het gebruik van een duikklok is de reserveduiker in de klok aanwezig. -**3.** De ploegleider heeft, gelet op de te verrichten duikarbeid, voldoende kennis en ervaring om op die arbeid toezicht te houden. +**3.** De ploegleider is in het bezit van een certificaat duikploegleider, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling. **4.** In afwijking van het eerste lid, mag de ploegleider tevens als reserveduiker optreden, indien duikarbeid wordt verricht in een vloeistof die in overwegende mate uit water bestaat met een maximaal bereikbare diepte van 9 meter en een maximale stroomsnelheid van 0,5 meter per seconde en waarbij geen voorzienbare kans bestaat dat de duikers in die vloeistof in moeilijkheden raken. @@ -3064,27 +3388,51 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden **7.** Indien duikarbeid wordt verricht is de persoon, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder c, in het bezit van een certificaat duikmedische begeleiding, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling. -**8.** Het certificaat duikarbeid en het certificaat duikmedische begeleiding, bedoeld in het zesde respectievelijk zevende lid, of afschriften daarvan zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet. +**8.** Het certificaat duikploegleider, het certificaat duikarbeid en het certificaat duikmedische begeleiding, bedoeld in het derde respectievelijk het zesde en zevende lid, of afschriften daarvan zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet. **9.** Het zesde lid is niet van toepassing op degene die in het kader van een opleiding tot duiker duikarbeid verricht, mits dit gebeurt onder toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in dat lid. -**10.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gelijkstelling van in het buitenland afgegeven certificaten duikarbeid of certificaten duikmedische begeleiding met de certificaten, bedoeld in het zesde respectievelijk zevende lid. +**10.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de gelijkstelling van in het buitenland afgegeven certificaten duikploegleider, certificaten duikarbeid of certificaten duikmedische begeleiding met de certificaten, bedoeld in het derde respectievelijk zesde en zevende lid. ### Artikel 6.17 -Vervallen +**1.** + +Duikarbeid die wordt verricht, + +a. op een diepte groter dan 9 meter; +b. bij een stroomsnelheid groter dan 0,5 meter per seconde; +c. met voorgenomen decompressie; +d. met een ademgas anders dan lucht; +e. over een periode langer dan een week, of +f. ten behoeve van de ondergrondse winningsindustrie of de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen, wordt ten minste vijf werkdagen vóór de aanvang ervan schriftelijk gemeld bij een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet onder opgaaf van de plaats waar de arbeid zal worden verricht, het tijdstip waarop deze zal aanvangen, het vermoedelijke aantal betrokken werknemers en het aantal werknemers dat daadwerkelijk duikarbeid zal verrichten. + +**2.** Indien de periode tussen de opdracht tot het verrichten van duikarbeid als bedoeld in het eerste lid en de uitvoering ervan wegens het onvoorziene en spoedeisende karakter van de duikarbeid korter is dan vijf werkdagen, dan wordt de duikarbeid zo spoedig mogelijk bij de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, gemeld. + +**3.** De in het eerste lid bedoelde schriftelijke melding gaat in geval van duikarbeid ten behoeve van de ondergrondse winningsindustrie of de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen, vergezeld van informatie over de veiligheids- en gezondheidsrisico's van de duiklocatie. + +**4.** Het eerste lid is niet van toepassing op arbeid die in het kader van een opleiding tot duiker wordt verricht. ### Artikel 6.18 -**1.** Bij de plaats waar duikarbeid in water wordt verricht op een diepte van meer dan 15 meter of in een andere vloeistof onder een druk van 1^1/_2 maal 10^5 Pa boven de atmosferische druk, is een geschikte compressiekamer, voorzien van een personensluis, aanwezig. De compressiekamer, waarvan de inrichting afhankelijk is van het aantal duikers en de aard van de werkzaamheden, biedt ten minste plaats aan twee personen. +**1.** Bij de plaats waar duikarbeid in water wordt verricht op een diepte van meer dan 15 m of in een andere vloeistof onder een hogere druk dan 1,5.10^5 Pa boven de atmosferische druk, is een geschikte compressiekamer, voorzien van een personen- en medicijnsluis, aanwezig. -**2.** De compressiekamer wordt op de juiste wijze gebruikt. +**2.** Onverminderd het eerste lid is bij de plaats waar duikarbeid wordt verricht een compressiekamer aanwezig indien de reistijd tussen de duiklocatie en de dichtstbijzijnde behandelfaciliteit met compressiekamer meer dan 2 uur bedraagt. + +**3.** + +De compressiekamer, bedoeld in het eerste lid: + +a. heeft een omvang en een inrichting die zijn afgestemd op het aantal personen dat duikarbeid verricht en de aard van de werkzaamheden, en +b. biedt ten minste plaats aan twee personen. + +**4.** De compressiekamer wordt op de juiste wijze gebruikt. ### Artikel 6.19 **1.** Caissonarbeid wordt door ten minste twee personen verricht. -**2.** Ten minste 30 dagen vóór het verrichten van caissonarbeid wordt een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet hiervan schriftelijk in kennis gesteld, onder overlegging van een deugdelijk werkplan. +**2.** Ten minste 30 dagen vóór het verrichten van caissonarbeid wordt een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet hiervan schriftelijk in kennis gesteld, onder overlegging van een deugdelijk werkplan. **3.** Een caisson wordt gebouwd, geïnstalleerd, aangepast of gedemonteerd onder toezicht van een speciaal daarvoor aangewezen persoon. @@ -3092,33 +3440,59 @@ Vervallen ### Artikel 6.20 -**1.** Bij de plaats waar caissonarbeid wordt verricht onder een druk van meer dan 1^1/_2 maal 10^5 Pa boven de atmosferische druk, is een geschikte compressiekamer, voorzien van een personensluis, aanwezig. De compressiekamer, waarvan de inrichting afhankelijk is van het aantal personen dat caissonarbeid verricht en de aard van de werkzaamheden, biedt ten minste plaats aan twee personen. +**1.** Bij de plaats waar caissonarbeid wordt verricht onder een hogere druk dan 1,5.10^5 Pa boven de atmosferische druk, is een geschikte compressiekamer, voorzien van een personen- en medicijnsluis, aanwezig. -**2.** De compressiekamer wordt op de juiste wijze gebruikt. +**2.** Onverminderd het eerste lid is bij de plaats waar caissonarbeid wordt verricht een compressiekamer aanwezig indien de reistijd tussen die plaats en de dichtstbijzijnde behandelfaciliteit met compressiekamer meer dan 2 uur bedraagt. + +**3.** + +De compressiekamer, bedoeld in het eerste lid: + +a. heeft een omvang en een inrichting die zijn afgestemd op het aantal personen dat caissonarbeid verricht en de aard van de werkzaamheden, en +b. biedt ten minste plaats aan twee personen. + +**4.** De compressiekamer wordt op de juiste wijze gebruikt. ### Afdeling 5A. Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën ### Artikel 6.20a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op een arbeidsplaats in de ondergrondse winningsindustrie zijn naast de voorschriften van de afdelingen 1 tot en met 5 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. ### Artikel 6.20b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Alle normaal toegankelijke ondergrondse werkterreinen worden behoorlijk geventileerd. Door middel van een permanente ventilatie wordt, met een voldoende veiligheidsmarge, gezorgd voor een atmosfeer: + +a. die gezond is; +b. waarin het explosiegevaar en het gevaar voor stofdeeltjes die ingeademd kunnen worden, onder controle wordt gehouden; +c. waarin de arbeidsomstandigheden tijdens de werktijd adequaat zijn, gelet op de gebruikte werkmethoden en de fysieke belasting van de werknemers. + +**2.** Indien de natuurlijke ventilatie niet aan het eerste lid voldoet wordt de hoofdventilatie door een of meer mechanische ventilatoren verzorgd. Er worden maatregelen getroffen om een constante en continue ventilatie te garanderen. De onderdruk van de hoofdventilatoren wordt voortdurend gecontroleerd. Er is een automatische alarmering voor het geval de hoofdventilatoren onverwacht uitvallen. + +**3.** + +De parameters van de ventilatie worden: + +a. regelmatig gemeten; en +b. de resultaten hiervan worden geregistreerd. + +**4.** Er wordt een plattegrond gemaakt en regelmatig bijgewerkt met alle nuttige gegevens van het ventilatiesysteem. De plattegrond is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet. ### Artikel 6.20c -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In afwijking van de artikelen 6.3 en 6.4 zijn de werkplekken voor zover mogelijk voorzien van voldoende kunstmatige verlichting voor de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. De verlichtingsinstallaties zijn zodanig aangebracht dat het type verlichting geen ongevallenrisico voor de werknemers oplevert. ### Afdeling 5B. Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen ### Artikel 6.20d -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van de afdelingen 1 tot en met 5 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. ### Artikel 6.20e -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Verlichtingsinstallaties zijn zodanig ontworpen dat operationele bedieningsruimten, vluchtwegen, inschepingszones en gevaarlijke zones gedurende de aanwezigheid van de werknemers verlicht zijn. ### Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers @@ -3198,7 +3572,7 @@ Het is een zwangere werknemer verboden duikarbeid, caissonarbeid en overige arbe ### Artikel 6.29a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +Het is een zwangere werknemer en een werknemer tijdens de lactatie verboden arbeid te verrichten in de ondergrondse winningsindustrie. #### Paragraaf 5. Thuiswerkers @@ -3212,7 +3586,17 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden ### Artikel 6.31 -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** + +Artikel 6.16, zesde lid, is niet van toepassing op leerlingen respectievelijk studenten in onderwijsinrichtingen indien deze leerlingen respectievelijk studenten duikwerkzaamheden verrichten die: + +a. in het kader van wetenschappelijk onderzoek zijn; +b. van lichte aard zijn, en +c. worden uitgevoerd door een duikploeg als bedoeld in artikel 6.16, eerste lid, waarbij de leerling respectievelijk student functioneert als aanvullend lid van deze duikploeg. + +**2.** De leerlingen respectievelijk studenten zijn bij het uitvoeren van de duikwerkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, in het bezit van een bij ministeriële regeling aan te wijzen sportduikbrevet. + +**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid. ## Hoofdstuk 7. Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden @@ -3236,7 +3620,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder keuring: een onderzoek of een beproeving. ### Artikel 7.3 -**1.** Bij de keuze van de arbeidsmiddelen die de werkgever overweegt ter beschikking te stellen, wordt rekening gehouden met de uit de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, gebleken specifieke kenmerken van de arbeid, met de omstandigheden waaronder deze wordt verricht, met de op de arbeidsplaats al bestaande gevaren en met de gevaren die daaraan zouden kunnen worden toegevoegd door het gebruik van de desbetreffende arbeidsmiddelen. +**1.** Bij de keuze van de arbeidsmiddelen die de werkgever overweegt ter beschikking te stellen, wordt rekening gehouden met de uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, gebleken specifieke kenmerken van de arbeid, met de omstandigheden waaronder deze wordt verricht, met de op de arbeidsplaats al bestaande gevaren en met de gevaren die daaraan zouden kunnen worden toegevoegd door het gebruik van de desbetreffende arbeidsmiddelen. **2.** Om te voorkomen dat het gebruik van arbeidsmiddelen gevaren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers oplevert, worden de arbeidsmiddelen die op de arbeidsplaats ter beschikking van de werknemers worden gesteld, uitsluitend gebruikt voor het doel, op de wijze en op de plaats waarvoor zij zijn ingericht en bestemd. @@ -3281,9 +3665,11 @@ b. hijs- en hefwerktuigen en hijs- en hefgereedschappen aan boord van schepen wa c. liften waarop het Liftenbesluit l, dan wel het Besluit liften van toepassing is; d. stoom- en damptoestellen waarop het Stoombesluit van toepassing is. -**10.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen waarop artikel 12b van het Besluit drukapparatuur van toepassing is. +**10.** Dit lid is nog niet in werking getreden. -**11.** +**11.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op drukapparatuur, samenstellen en druksystemen waarop artikel 12b van het Besluit drukapparatuur van toepassing is. + +**12.** Het derde lid is niet van toepassing op: @@ -3740,11 +4126,23 @@ Vervallen ### Artikel 7.36a -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +In de winningsindustrie in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen zijn naast de voorschriften van de afdelingen 1 tot en met 4 van dit hoofdstuk tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing. ### Artikel 7.36b -Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden +**1.** Bij de keuze, de installatie, de ingebruikneming, de werking en het onderhoud van werktuigbouwkundige en elektrotechnische apparatuur wordt rekening gehouden met de veiligheid en gezondheid van de werknemers. + +**2.** Wanneer de apparatuur zich bevindt in een zone waar brand- of explosiegevaar als gevolg van de ontbranding van gassen, dampen of vluchtige vloeistoffen bestaat of kan bestaan, is zij aangepast aan gebruik in een dergelijke zone. Indien nodig wordt zij voorzien van afdoende beschermingsmiddelen en systemen ter beveiliging bij defecten. + +**3.** De mechanische apparatuur en installaties bezitten de nodige sterkte, zijn vrij van zichtbare gebreken en geschikt voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd. De elektrotechnische apparatuur en installaties hebben de nodige kracht en vermogen voor het gebruik waarvoor zij zijn bestemd. + +**4.** Er wordt een doelmatig plan opgesteld voor het systematisch inspecteren, het onderhouden en, in voorkomend geval, het beproeven van de apparatuur en installaties. Onderhoud, inspectie en beproeving van enig onderdeel van de apparatuur en installaties wordt uitgevoerd door een daartoe aangewezen deskundig persoon. Er worden doelmatige inspectie- en beproevingsrapporten opgesteld en naar behoren bijgehouden. + +**5.** In aanvulling op artikel 7.16 zijn hijs- en hefwerktuigen die in de winningsindustrie met behulp van boringen worden gebruikt, voorzien van een doelmatige inrichting, waardoor het dalen van de last te allen tijde kan worden stopgezet, zo nodig de snelheid van het dalen kan worden geregeld en onverhoeds dalen van de last wordt belet. + +**6.** In de winningsindustrie met behulp van boringen worden hijs- en hefwerktuigen als bedoeld in artikel 7.18b slechts gebruikt voor het verrichten van incidentele werkzaamheden van korte duur op boorinstallaties indien de noodzaak daartoe is gebleken. + +**7.** Bij ministeriële regeling kunnen ten aanzien van het veilig gebruik van de hijs- en hefwerktuigen, bedoeld in het zesde lid, nadere regels worden gesteld. ### Afdeling 6. Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers @@ -3826,11 +4224,11 @@ d. na de nodige aanpassingen geschikt zijn voor de drager. ### Artikel 8.2 -Alvorens een persoonlijk beschermingsmiddel te kiezen maakt de werkgever, in het kader van de inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, een beoordeling van de uitrusting die hij voornemens is ter beschikking te stellen, teneinde na te gaan in hoeverre deze voldoet aan de in artikel 8.1, eerste, tweede en derde lid gestelde voorwaarden. Deze beoordeling omvat: +Alvorens een persoonlijk beschermingsmiddel te kiezen maakt de werkgever, in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, een beoordeling van de uitrusting die hij voornemens is ter beschikking te stellen, teneinde na te gaan in hoeverre deze voldoet aan de in artikel 8.1, eerste, tweede en derde lid gestelde voorwaarden. Deze beoordeling omvat: -a. een inventarisatie en evaluatie van de gevaren die niet met andere middelen vermeden kunnen worden; +a. een risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren die niet met andere middelen vermeden kunnen worden; b. een omschrijving van de kenmerken die de persoonlijke beschermingsmiddelen moeten bezitten om de onder *a* vermelde gevaren te kunnen ondervangen, rekening houdend met eventuele gevaarsbronnen die de persoonlijke beschermingsmiddelen zelf kunnen vormen; -c. een inventarisatie en evaluatie van de kenmerken van de betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen die beschikbaar zijn, vergeleken met de onder *b* bedoelde kenmerken. +c. een risico-inventarisatie en -evaluatie van de kenmerken van de betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen die beschikbaar zijn, vergeleken met de onder *b* bedoelde kenmerken. ### Artikel 8.3 @@ -3928,16 +4326,16 @@ g. van hoofdstuk 8: de artikelen 8.1 tot en met 8.3. ### Artikel 9.3 -**1.** Indien op grond van het bepaalde bij of krachtens dit besluit persoonlijke beschermingsmiddelen of hulpmiddelen aan de werknemer ter beschikking zijn gesteld, is de werknemer verplicht die persoonlijk beschermingsmiddelen en hulpmiddelen overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften te gebruiken en zindelijk te houden. De vorige volzin is niet van toepassing op de gevallen, bedoeld in artikel 6.8, zevende lid, eerste volzin. +**1.** Indien op grond van het bepaalde bij of krachtens dit besluit persoonlijke beschermingsmiddelen of hulpmiddelen aan de werknemer ter beschikking zijn gesteld, is de werknemer verplicht die persoonlijke beschermingsmiddelen en hulpmiddelen overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften te gebruiken en zindelijk te houden. De vorige volzin is niet van toepassing op de gevallen, bedoeld in artikel 6.8, zevende lid, eerste volzin. **2.** Voorts is de werknemer verplicht tot naleving van de voorschriften en verboden welke zijn opgenomen in de volgende artikelen: -a. van hoofdstuk 2: artikel 2.22; +a. van hoofdstuk 2: artikel 2.22 en 2.42g; b. van hoofdstuk 3: artikel 3.5; -c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2b, 4.4, achtste lid, 4.5, 4.6, eerste lid, 4.6a, vierde lid, onder c, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, tweede en derde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.19, onder a, 4.38, 4.39, eerste en tweede lid, 4.41, eerste en tweede lid, 4.45, tweede lid, 4.46, vijfde lid, 4.47 eerste lid, 4.51, 4.54, vierde en vijfde lid, 4.56, derde lid, 4.58, eerste lid, 4.59, eerste lid, 4.60, eerste lid, 4.61, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 4.78, 4.83, eerste lid, 4.86, derde lid, 4.87, vierde lid, onder d, 4.89, eerste en vierde lid, 4.108 en 4.109, alsmede ten aanzien van arbeid met asbest of asbesthoudende producten en crocidoliet of crocidoliethoudende producten als bedoeld in artikel 4.37, de artikelen 4.19, aanhef en onder a, en 4.20, derde lid; -d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.8, tweede lid, 6.14, 6.15, eerste lid, onder c, 6.16, 6.19, eerste lid en 6.29; +c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2b, 4.4, achtste lid, 4.5, 4.6, eerste lid, 4.6a, vierde lid, onder c, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, tweede, derde en vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.19, onder a, 4.38, 4.39, eerste en tweede lid, 4.41, eerste en tweede lid, 4.45, eerste lid, 4.46, vijfde lid, 4.47 eerste lid, 4.51, 4.54, vierde en vijfde lid, 4.56, derde lid, 4.58, eerste lid, 4.59, eerste lid, 4.60, eerste lid, 4.61, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 4.78, 4.83, eerste lid, 4.86, derde lid, 4.87, vierde lid, onder d, 4.89, eerste en vierde lid, 4.108 en 4.109, alsmede ten aanzien van arbeid met asbest of asbesthoudende producten en crocidoliet of crocidoliethoudende producten als bedoeld in artikel 4.37, de artikelen 4.19, aanhef en onder a, en 4.20, derde lid; +d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.8, tweede lid, 6.14, 6.14a, vijfde lid, 6.15, eerste lid, onder c, 6.16, eerste tot en met derde lid en vijfde tot en met achtste lid, 6.18, vierde lid, 6.19, eerste lid, 6.20, vierde lid en 6.29; e. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.5, tweede en derde lid, 7.13, zevende lid, 7.17c, tweede, derde, vierde, achtste en negende lid, 7.18, tweede, vijfde tot en met zevende lid, en achtste lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedures, bedoeld in dit lid, 7.18a, tweede lid, derde lid, tiende lid, wat betreft de toepassing van de vastgestelde procedure, bedoeld in dit lid, en dertiende lid, 7.20, vierde lid, 7.21, tweede lid, 7.22, eerste, tweede en derde lid, onder c, 7.24, eerste lid, 7.25, zesde lid, en 7.32, eerste en tweede lid. **3.** De in dit artikel genoemde verplichtingen voor werknemers zijn niet van toepassing op leerlingen en studenten in onderwijsinrichtingen. @@ -3955,9 +4353,9 @@ Een ieder die werkgever noch werknemer is, is verplicht tot naleving van de voor a. van hoofdstuk 2: artikel 2.39; b. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.4, 3.5, 3.16, 3.39 en 3.40; -c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.7, 4.8, 4.8a, 4.38, 4.39, 4.41, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste lid, 4.54, 4.55, 4.56, eerste lid, onder a, 4.58, 4.59, 4.60, 4.61, 4.62b en 9.15, onder a, sub 1° tot en met 4°, en onder b; -d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.16, 6.18, 6.19, eerste lid, en 6.20; -e. van hoofdstuk 7: artikel 7.4, eerste en tweede lid, voor zover het betreft landbouwtrekkers die 800 kg of meer wegen, en artikel 7.32, tweede en derde lid. +c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.7, 4.8, 4.8a, 4.38, 4.39, 4.41, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste lid, 4.54, 4.55, 4.56, tweede lid, 4.58, 4.59, 4.60, 4.61, 4.62b en 9.15, onder a, sub 1° tot en met 4°, en onder b; +d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.14a, 6.15a, 6.16, 6.17, 6.18, 6.19, eerste lid, en 6.20; +e. van hoofdstuk 7: artikel 7.4, eerste en tweede lid, voor zover het betreft landbouwtrekkers die 800 kg of meer wegen, en artikel 7.32, eerste en tweede lid. ### Artikel 9.6 @@ -3985,10 +4383,11 @@ De eigenaar of beheerder van een lift is verplicht tot naleving van de voorschri Als een strafbaar feit wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften en verboden welke zijn opgenomen in de volgende artikelen: -a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.2b, 2.2c, eerste lid, en 2.2d; -b. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.5, eerste en tweede lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.36, eerste en derde lid, 4.38, 4.39, 4.41, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en vijfde lid, 4.61, tweede lid, 4.78, eerste lid, 4.83, 4.105, 4.108, 4.109 en 4.110; -c. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27 en 6.29; -d. van de Arbeidsomstandighedenregeling: artikel 4.18, eerste lid. +a. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.2b, 2.2c, eerste lid, 2.2d en 2.42e en 2.42f, eerste en derde lid; +b. van hoofdstuk 3: 3.37v. +c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.5, eerste en tweede lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.36, eerste en derde lid, 4.38, 4.39, 4.41, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en vijfde lid, 4.61, tweede lid, 4.78, eerste lid, 4.83, 4.105, 4.108, 4.109 en 4.110; +d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27 en 6.29; +e. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.18, eerste lid en 6.29a. **2.** Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt de handeling of het nalaten in strijd met die voorschriften mede aangemerkt als een strafbaar feit. @@ -4001,12 +4400,12 @@ d. van de Arbeidsomstandighedenregeling: artikel 4.18, eerste lid. Als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd van de eerste categorie, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften welke zijn opgenomen in de volgende artikelen: a. van hoofdstuk 1: de artikelen 1.36, 1.37, eerste lid, 1.38, 1.41, 1.42 en 1.44 tot en met 1.46; -b. van hoofdstuk 2: de artikelen 2.17, 2.18, 2.19, eerste tot en met vierde lid, 2.20, 2.21, eerste lid, 2.22, 2.26, 2.27, eerste en derde lid, 2.28 tot en met 2.30, 2.31, onderdelen b en c, 2.32, tweede lid, 2.33 tot en met 2.35, 2.37, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, 2.38, eerste en derde lid, 2.41, 2.42, tweede tot en met vijfde lid, en 2.43, tweede lid; -c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, 3.4, derde lid, 3.5, eerste en tweede lid, 3.7, derde tot en met zesde lid, 3.8, 3.9, 3.11 tot en met 3.15, 3.18, tweede en derde lid, 3.19 tot en met 3.25, 3.27, 3.28, tweede lid, 3.29, eerste en vierde lid, 3.31, eerste lid, 3.33, 3.34, tweede lid, 3.35, derde lid, 3.36, 3.37, 3.39, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede en derde lid, 3.40, onderdelen a tot en met d, en 3.48; -d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2, eerste tot en met zevende lid, 4.2a, eerste en tweede lid, 4.2b, 4.3, tweede en derde lid, 4.4, zesde, zevende lid en achtste lid, 4.5, derde lid, 4.6a, eerste, tweede, vierde lid, onder b, d en e, zesde en zevende lid, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, eerste, tweede en derde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.9, negende lid, 4.10a, eerste, tweede en vierde lid, 4.10b, eerste en tweede lid, 4.10c, tweede lid, 4.10d, vierde en vijfde, 4.10e, eerste, derde en vierde lid, 4.13, 4.15, 4.18, vijfde lid, 4.19, onderdelen a, b en c, 4.20, 4.23, tweede lid, 4.46, derde lid, 4.49, 4.50, eerste, tweede en vierde lid, en zevende tot en met negende lid, 4.51, 4.52, eerste en vierde lid, 4.53, eerste en tweede lid, 4.54, tweede tot en met vijfde lid, 4.57, 4.60, derde en vierde lid, 4.79, 4.80, 4.85, 4.86, derde lid, 4.88 tot en met 4.90, 4.91, eerste tot en met derde lid, en tiende lid, 4.94, eerste, derde en vijfde lid, 4.95 tot en met 4.97, 4.102, 4.111, 4.112, tweede lid, en 4.114; -e. van hoofdstuk 5: de artikelen 5.3, tweede lid, 5.4, 5.5, 5.9, 5.10, 5.11 en 5.15, eerste lid; -f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1 tot en met 6.3, 6.4, eerste lid, 6.5, 6.7, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 6.8, vierde lid, en achtste tot en met twaalfde lid, 6.9, tweede lid, 6.10, eerste tot en met derde lid, 6.11, 6.12, vijfde lid, 6.14, 6.15, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, 6.16, tweede, derde, en vijfde tot en met achtste lid, 6.19, tweede tot en met vierde lid, 6.23, vierde, zesde en achtste lid, en 6.30, eerste lid; -g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.3, 7.4a, eerste tot en met zesde lid, 7.5, vierde lid, 7.6, 7.8, 7.10, 7.11a, 7.13, 7.17a, zevende lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen a, b en g, en derde en vierde lid, 7.17c, eerste, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 7.17d, 7.18, eerste, derde, vierde en achtste lid, 7.18a, vierde tot en met tiende lid, en twaalfde lid, 7.18b, vierde lid, 7.19, eerste en tweede lid, vierde tot en met achtste lid, en elfde lid, 7.20, tweede en derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 7.24, 7.25, eerste tot en met vijfde lid, en zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.28, 7.29, tweede tot en met achtste lid, en tiende lid, 7.30, eerste lid, 7.32, eerste en tweede lid, 7.34, eerste en tweede lid, 7.35, 7.36 en 7.41, derde lid; +b. van hoofdstuk 2: de artikelen 3.1b 2.17, 2.18, 2.19, eerste tot en met vierde lid, 2.20, 2.21, eerste lid, 2.22, 2.26, 2.27, eerste en derde lid, 2.28 tot en met 2.30, 2.31, onderdelen b en c, 2.32, tweede lid, 2.33 tot en met 2.35, 2.37, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, 2.38, eerste en derde lid, 2.41, 2.42, tweede tot en met vierde lid, 2.42a, eerste en tweede lid, 2.42b, 2.42c, eerste en tweede lid, 2.42g, 2.42h en 2.43, tweede lid; +c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, 3.4, derde lid, 3.5, eerste en tweede lid, 3.7, derde tot en met zesde lid, 3.8, 3.9, 3.11 tot en met 3.15, 3.18, tweede en derde lid, 3.19 tot en met 3.25, 3.27, 3.28, tweede lid, 3.29, eerste en vierde lid, 3.31, eerste lid, 3.33, 3.34, tweede lid, 3.35, derde lid, 3.36, 3.37, 3.37b, 3.37f, eerste lid, 3.37i, 3.37l, eerste lid, onder b, en derde lid, 3.37s, eerste, vijfde en zesde lid, 3.37w, eerste lid, derde en vierde lid, 3.37x, 3.39, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede en derde lid, 3.40, onderdelen a tot en met d, en 3.48; +d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2, eerste tot en met zevende lid, 4.2a, eerste en tweede lid, 4.2b, 4.3, tweede en derde lid, 4.4, zesde, zevende lid en achtste lid, 4.5, derde lid, 4.6a, eerste, tweede, vierde lid, onder b, d en e, zesde en zevende lid, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, eerste tot en met vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.9, negende lid, 4.10a, eerste, tweede en vierde lid, 4.10b, eerste en tweede lid, 4.10c, tweede lid, 4.10d, vierde en vijfde, 4.10e, eerste, derde en vierde lid, 4.13, 4.15, 4.18, vijfde lid, 4.19, onderdelen a, b en c, 4.20, 4.23, tweede lid, 4.46, derde lid, 4.49, 4.50, eerste, tweede en vierde lid, en zevende tot en met negende lid, 4.51, 4.52, eerste en vierde lid, 4.53, eerste en tweede lid, 4.54, tweede tot en met vijfde lid, 4.57, 4.60, derde en vierde lid, 4.79, 4.80, 4.85, 4.86, derde lid, 4.88 tot en met 4.90, 4.91, eerste tot en met derde lid, zesde en tiende lid, 4.94, eerste, derde en vijfde lid, 4.95 tot en met 4.97, 4.102, 4.111, 4.112, tweede lid, en 4.114; +e. van hoofdstuk 5: de artikelen 6.2, vijfde lid 5.3, tweede lid, 5.4, 5.5, 5.9, 5.10, 5.11 en 5.15, eerste lid; +f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1, 6.2, eerste tot en met derde lid, 6.3, 6.4, eerste lid, 6.5, 6.7, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 6.8, vierde lid, en achtste tot en met twaalfde lid, 6.9, tweede lid, 6.10, eerste tot en met derde lid, 6.11, 6.12, vijfde lid, 6.14, 6.14a, eerste tot en met derde en vijfde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, 6.15a, derde lid, 6.16, derde, en vijfde tot en met achtste lid, 6.17, eerste, tweede en derde lid, 6.19, tweede tot en met vierde lid, 6.20b, derde lid, onder b en vierde lid, 6.23, vierde, zesde en achtste lid, en 6.30, eerste lid; +g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.3, 7.4a, eerste tot en met zesde lid, 7.5, vierde lid, 7.6, 7.8, 7.10, 7.11a, 7.13, 7.17a, zevende lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen a, b en g, en derde en vierde lid, 7.17c, eerste, vijfde, zesde, zevende en negende lid, 7.17d, 7.18, eerste, derde, vierde en achtste lid, 7.18a, vierde tot en met tiende lid, en twaalfde lid, 7.18b, vierde lid, 7.19, eerste en tweede lid, vierde tot en met achtste lid, en elfde lid, 7.20, tweede en derde lid, en vijfde tot en met negende lid, 7.24, 7.25, eerste tot en met vijfde lid, en zevende lid, 7.27, eerste lid, 7.28, 7.29, tweede tot en met achtste lid, en tiende lid, 7.30, eerste lid, 7.32, eerste en tweede lid, 7.34, eerste en tweede lid, 7.35, 7.36, 7.36b, vierde lid, 7.41, derde lid, en 7.42; h. van hoofdstuk 8: de artikelen 8.1 tot en met 8.3 en 8.4, eerste lid; i. van hoofdstuk 9: artikel 9.36, eerste lid; j. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.4, vierde lid, 4.5, 4.9, derde lid, 4.13, 4.19, tweede lid, 4.20, tweede lid, 4.20a, 4.21b, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 4.22 tot en met 4.26, 5.1 tot en met 5.3, 8.2, 8.3, 8.4, derde lid, 8.5 tot en met 8.11, 8.12, eerste en tweede lid, 8.13 tot en met 8.29. @@ -4020,12 +4419,13 @@ j. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.4, vierde lid, 4.5, 4.9, Als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd van de tweede categorie, wordt aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met de voorschriften welke zijn opgenomen in de volgende artikelen: a. van hoofdstuk 1: artikel 1.37, tweede lid; -b. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, en 3.46; -c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.3a, 4.4, eerste tot en met vierde lid, 4.6, derde lid, 4.6a, derde en vierde lid, onder a en c, 4.7, derde lid, 4.8a, eerste lid, 4.8b, derde en vierde lid, 4.9, eerste tot en met achtste lid, 4.10, eerste lid, 4.16, tweede en derde lid, 4.17, 4.18, eerste tot en met vierde lid, 4.19, onderdelen d en e, 4.36, tweede en derde lid, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste, tweede en vijfde lid, 4.47, eerste lid, 4.52, derde lid, 4.55, tweede lid, 4.56, tweede en derde lid, 4.61, derde tot en met vijfde lid, 4.62b, 4.87, eerste tot en met derde lid, 4.91, vijfde en zesde lid, 4.98, 4.99, 4.100, eerste lid, 4.101, 4.106, 4.113 en 4.115; -d. van hoofdstuk 5 : de artikelen 5.2 en 5.3, eerste lid; -e. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.8, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid, 6.9, eerste lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.16, eerste lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20 en 6.23, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid; -f. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.4, 7.5, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 7.7, 7.9, 7.11, 7.14, eerste lid, 7.15, 7.16, 7.17a, eerste en tweede lid, en vierde tot en met zesde lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen c, d, e en f, vijfde en zesde lid, 7.17c, tweede tot en met vierde lid, en achtste lid, 7.18, tweede lid, en vijfde tot en met zevende lid, 7.18a, tweede, derde, elfde en dertiende lid, 7.18b, eerste tot en met derde lid, 7.20, eerste en vierde lid, 7.21, 7.22, eerste lid, 7.25, zesde lid, 7.26, 7.27, tweede lid, 7.33, 7.34, derde en vierde lid, 7.39, 7.41, eerste en tweede lid, en 7.42; -g. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.3, 4.4, eerste tot en met derde lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.7, 4.9, eerste en tweede lid, 4.11, 4.12 en 4.30, zevende lid. +b. van hoofdstuk 2: artikel 2.42, zesde lid en 2.42f, tweede lid; +c. Abusievelijk is door Stb. 2000/211 onderdeel a. i.p.v. c gewijzigd.van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, 3.37c, 3.37d, 3.37e, 3.37f, tweede lid, 3.37g, 3.37h, 3.37k, 3.37l, eerste lid, onder a, 3.37m, 3.37n, 3.37p, 3.37q, eerste en derde lid, 3.37r, 3.37s, tweede tot en met vierde lid, 3.37t, 3.37u, 3.37w, tweede lid, en 3.37y en 3.46; +d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.3a, 4.4, eerste tot en met vierde lid, 4.6, derde lid, 4.6a, derde en vierde lid, onder a en c, 4.7, derde lid, 4.8a, eerste lid, 4.8b, derde en vierde lid, 4.9, eerste tot en met achtste lid, 4.10, eerste lid, 4.16, tweede en derde lid, 4.17, 4.18, eerste tot en met vierde lid, 4.19, onderdelen d en e, 4.36, tweede en derde lid, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste, tweede en vijfde lid, 4.47, eerste lid, 4.52, derde lid, 4.55, tweede lid, 4.56, tweede en derde lid, 4.61, derde tot en met vijfde lid, 4.62b, 4.87, eerste tot en met derde lid, 4.91, vijfde lid, 4.98, 4.99, 4.100, eerste lid, 4.101, 4.106, 4.113 en 4.115; +e. van hoofdstuk 5 : de artikelen 5.2 en 5.3, eerste lid; +f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.2, vijfde lid, 6.8, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid, 6.9, eerste lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.15a, eerste en tweede lid, 6.16, eerste lid, 6.16, tweede lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20, 6.20b, eerste, tweede en derde lid, onder a, 6.20c, 6.20e en 6.23, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid; +g. van hoofdstuk 7: de artikelen 7.4, 7.5, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 7.7, 7.9, 7.11, 7.14, eerste lid, 7.15, 7.16, 7.17a, eerste en tweede lid, en vierde tot en met zesde lid, 7.17b, tweede lid, onderdelen c, d, e en f, vijfde en zesde lid, 7.17c, tweede tot en met vierde lid, en achtste lid, 7.18, tweede lid, en vijfde tot en met zevende lid, 7.18a, tweede, derde, elfde en dertiende lid, 7.18b, eerste tot en met derde lid, 7.20, eerste en vierde lid, 7.21, 7.22, eerste lid, 7.25, zesde lid, 7.26, 7.27, tweede lid, 7.33, 7.34, derde en vierde lid, 7.36b, eerste tot en met derde, vijfde en zesde lid, 7.39, 7.41, eerste en tweede lid; +h. van de Arbeidsomstandighedenregeling: de artikelen 4.3, 4.4, eerste tot en met derde lid, 4.6, eerste en tweede lid, 4.7, 4.9, eerste en tweede lid, 4.11, 4.12 en 4.30, zevende lid. **2.** Voor zover van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, ontheffing onder voorschriften is verleend, wordt de handeling of het nalaten in strijd met die voorschriften mede aangemerkt als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete van de tweede categorie kan worden opgelegd. @@ -4128,12 +4528,12 @@ b. ten aanzien van binnenschepen met een lengte van minder dan 55 meter of zeesc Geen vrijstelling of ontheffing wordt verleend van de voorschriften en verboden, bedoeld in de volgende artikelen en de daarop berustende bepalingen: a. van hoofdstuk 1: de artikelen van de afdelingen 8 en 9; -b. van hoofdstuk 2: de artikelen van de afdelingen 5 en 6; -c. van hoofdstuk 3: de artikelen van de afdelingen 2 en 3 en de paragrafen 4 en 5 van afdeling 5; +b. van hoofdstuk 2: de artikelen van de afdelingen 5, 6 en 6a; +c. van hoofdstuk 3: artikel 3.1b, de artikelen van de afdelingen 2, 3, 3a, 3b en 3c en de paragrafen 4 en 5 van afdeling 5; d. van hoofdstuk 4: de artikelen van afdeling 1, met uitzondering van de artikelen 4.3, 4.5, 4.7 en 4.8, de artikelen van de afdelingen 2, 3 en 4, de artikelen 4.38, 4.39, 4.40, vierde lid, 4.42, vierde lid, de artikelen van de paragrafen 3, 4, 6 en 7 van afdeling 5, de artikelen van de afdelingen 7, 8 en 9 en de artikelen van de paragrafen 2 en 3 van afdeling 10; e. van hoofdstuk 5: de artikelen van de afdelingen 1 en 2 en artikel 5.14; -f. van hoofdstuk 6: de artikelen van de afdelingen 1 en 2, artikel 6.8, eerste tot en met zesde lid, zevende lid, tweede volzin, achtste lid, en elfde tot en met veertiende lid, en de artikelen van de paragrafen 3 en 4 van afdeling 6; -g. van hoofdstuk 7: de artikelen van de afdelingen 2, 3, 4, met uitzondering van de artikelen 7.17b, tweede lid, onder b, 7.19, eerste tot en met zesde lid, 7.20, zesde tot en met achtste lid, en 7.21 en de artikelen van de afdeling 5, met uitzondering van artikel 7.32 en paragraaf 2 van afdeling 6; +f. van hoofdstuk 6: de artikelen van de afdelingen 1 en 2, artikel 6.8, eerste tot en met zesde lid, zevende lid, tweede volzin, achtste lid, en elfde tot en met veertiende lid, afdeling 5a en de artikelen van de paragrafen 3 en 4 van afdeling 6; +g. van hoofdstuk 7: de artikelen van de afdelingen 2, 3, 4, met uitzondering van de artikelen 7.17b, tweede lid, onder b, 7.19, eerste tot en met zesde lid, 7.20, zesde tot en met achtste lid, en 7.21 en de artikelen van de afdeling 5, met uitzondering van artikel 7.32, afdeling 5a en paragraaf 2 van afdeling 6; h. van hoofdstuk 8: de artikelen van de afdelingen 1 en 2; i. van hoofdstuk 9: de artikelen 9.15 en 9.16. @@ -4160,7 +4560,7 @@ Het eerste lid geldt voorts niet ten aanzien van de volgende artikelen: a. van hoofdstuk 1: de artikelen 1.26 tot en met 1.32 en 1.34; b. van hoofdstuk 2: artikel 2.37, tweede lid; c. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.5, eerste en tweede lid, 4.38 tot en met 4.42, 4.58, 4.59, 4.60, eerste en zevende lid, 4.61, tweede lid, 4.78, 4.83, 4.105, 4.108, 4.109 en 4.110; -d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27 en 6.29; +d. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.27, 6.29 en 6.29a. **4.** Bij het stellen van een eis aan een werkgever of werknemer, waarop zowel afdeling 2 als afdeling 4 of 6 van hoofdstuk 1 van toepassing is, wordt het ter zake in afdeling 4 of 6 bepaalde in acht genomen.