2024-01-01 | BWBR0024096 | Leidraad Invordering 2008

This commit is contained in:
Coornhert 2024-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0733fa808c
commit f6d0000ab0

View file

@ -57,7 +57,7 @@ De Leidraad Invordering 2008 is in de plaats getreden van de Leidraad Invorderin
organisatieonderdeel van de Belastingdienst: een organisatorische eenheid van de Belastingdienst, belast met de heffing en invordering van rijksbelastingen of andere door de Belastingdienst geheven of in te vorderen bedragen;
particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt;
regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;
toeslagschuld: de betalingsverplichting die de belanghebbende heeft tegenover Belastingdienst/Toeslagen op grond van een terugvorderingsbeschikking;
toeslagschuld: de betalingsverplichting die de belanghebbende heeft tegenover Dienst Toeslagen op grond van een terugvorderingsbeschikking;
voorlopige teruggaaf: de aanslag als bedoeld in artikel 13, tweede lid, AWR;
wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990).
@ -1235,7 +1235,7 @@ Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing, wendt de ontvanger zich met z
Bij de beoordeling van de vraag of een vordering wordt gedaan met betrekking tot een periodieke uitkering, is doorslaggevend het feit dat de vordering een bijzonder invorderingsinstrument betreft waarmee een doelmatige en doeltreffende invordering van belastingschulden is beoogd.
Dit betekent dat de vordering in beginsel de voorkeur verdient boven andere invorderingsmaatregelen waarbij het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd door middel van beslag. Als het invordering van zeer geringe bedragen betreft, bestaat er aanleiding eerst andere invorderingsmaatregelen te proberen alvorens de derde via de vordering te betrekken .
Dit betekent dat de vordering in beginsel de voorkeur verdient boven andere invorderingsmaatregelen waarbij het dwangbevel ten uitvoer wordt gelegd door middel van beslag. Als het invordering van zeer geringe bedragen betreft, bestaat er aanleiding eerst andere invorderingsmaatregelen te proberen alvorens de derde via de vordering te betrekken.
#### 19.3.2. Vooraankondiging van vordering op periodieke uitkeringen
@ -2486,14 +2486,14 @@ Als uit het ingediende verzoekformulier blijkt, dan wel de ontvanger uit eigen w
#### 26.2.12. Studiefinanciering en kwijtschelding voor particulieren
Bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt rekening gehouden met inkomsten die studenten ontvangen op grond van de WSF en hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS VO-18+ ).
Bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt rekening gehouden met inkomsten die studenten ontvangen op grond van de WSF en hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS VO-18+).
Studenten in het hoger en middelbaar beroepsonderwijs hebben recht op een normbudget voor levensonderhoud: in het kader van de kwijtscheldingsregeling is dit normbudget de optelsom van basisbeurs, maximale aanvullende beurs en maximale basislening. Daarbij wordt voor zover van toepassing rekening gehouden met het feit of de student thuiswonend, dan wel uitwonend is. In voorkomend geval wordt dit normbudget verhoogd met de één-oudertoeslag.
De inkomsten van een student worden gesteld op een forfaitair bedrag.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 67.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 60 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
A. Voor studenten in het hoger onderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 86.
B. Voor studenten in het middelbaar beroepsonderwijs is dit het bedrag voor het normbudget voor levensonderhoud verminderd met een forfaitair bedrag voor boeken en leermiddelen groot € 66 en met het bedrag aan onderwijsretributie.
Als de belastingschuldige naast studiefinanciering beschikt over eigen inkomsten wordt eveneens uitgegaan van de forfaitaire inkomsten, zoals hiervoor berekend onder A en B. Als de daadwerkelijk genoten studiefinanciering (exclusief het ontvangen collegegeldkrediet voor studenten in het hoger onderwijs) en de eigen inkomsten uitstijgen boven de voor het desbetreffende huishoudtype maximaal geldende kosten van bestaan worden om de betalingscapaciteit te kunnen berekenen de navolgende formules gebruikt:
@ -2547,7 +2547,7 @@ Van de kunstenaar die in het voorafgaande kalenderjaar geen Wik-uitkering heeft
#### 26.2.19. Normpremie zorgverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 3 per maand en voor echtgenoten € 50 per maand.
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag, voor zover is begrepen in de bijstandsnorm, bedraagt voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder € 42 per maand en voor echtgenoten € 95 per maand.
#### 26.2.20. Onderhoud gezinsleden in het buitenland
@ -4190,7 +4190,7 @@ Als een aanslag in meerdere termijnen betaald mag worden, kunnen er met betrekki
De beschikking waarbij de verzuimboete wordt opgelegd kan, maar behoeft niet gelijktijdig met een eventuele (ambtshalve) beslissing te worden genomen.
### 63b.3. Verplichting toe te laten dat kopieën e.d. worden gemaakt
### 63b.3. Verzuimboete bij niet nakomen verplichting
Ter zake van het verzuim als bedoeld in artikel 63b, tweede lid, van de wet kan de ontvanger een verzuimboete opleggen van 50 procent van het in dat artikel genoemde wettelijk maximum. In afwijking hiervan kan in uitzonderlijke gevallen een boete tot het in artikel 63b, tweede lid, van de wet genoemde maximum worden opgelegd.
@ -4362,7 +4362,7 @@ Voor de situatie dat een belastingschuldige, ten aanzien van wie de schuldsaneri
#### 73.2.2. De
Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de bewindvoerder zijn aangemeld. Mocht in dit verband sprake zijn van een als natuurlijke verbintenis aan te merken aanslag in de premie voor de volksverzekeringen, dan wordt zon aanslag niet meer bij de Sociale Verzekeringsbank aangemeld in verband met schuldig-nalatig verklaring als bedoeld in artikel 61 Wet financiering sociale verzekeringen.
Belastingvorderingen waarop de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is en voor zover die na de beëindiging op grond van artikel 356, tweede lid, FW onvoldaan zijn gebleven, zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen ongeacht of de vorderingen door de ontvanger bij de bewindvoerder zijn aangemeld.
Met betrekking tot te betalen belastingaanslagen en terugvorderingen (ter zake van toeslagen) die betrekking hebben op de periode waarin de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing was en die zijn vastgesteld na beëindiging (met schone lei) van die regeling, zal de ontvanger in beginsel afzien van invordering. Daarbij geldt dat aannemelijk moet zijn dat:
@ -4434,8 +4434,6 @@ De ontvanger kan voor belastingaanslagen waarvoor derden in redelijkheid aanspra
Als een akkoord als bedoeld in artikel 370, eerste lid, FW, waarmee de ontvanger niet heeft ingestemd, door de rechtbank wordt gehomologeerd, verleent de ontvanger voor het resterende deel van de belastingaanslagen geen kwijtschelding maar neemt hij geen verdere invorderingsmaatregelen.
De belastingvorderingen die resteren na homologatie van een akkoord zijn aan te merken als natuurlijke verbintenissen. Mocht in dit verband sprake zijn van openstaande premie voor de volksverzekeringen, dan doet de ontvanger voor deze premie geen voordracht tot schuldig nalatig verklaring als bedoeld in artikel 61 Wet financiering sociale verzekeringen.
Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum van homologatie van een akkoord die materieel betrekking hebben op een periode waarop het akkoord betrekking heeft, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn als hij de belastingteruggaaf niet kan verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.
### 73.4. Insolventieprocedure faillissement
@ -4591,7 +4589,7 @@ Deze tijdelijke maatregel is van toepassing op minnelijke schuldregelingen waarb
#### 73.5.3. Gevolgen uitstel MSNP voor invorderingsmaatregelen
Eventuele gelegde beslagen vervallen zodra een schuldregeling tussen de schuldenaar en diens schuldeisers tot stand is gekomen ( en de schuldregelingsovereenkomst dus wordt voortgezet). Verrekening kan plaatsvinden met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.
Eventuele gelegde beslagen vervallen zodra een schuldregeling tussen de schuldenaar en diens schuldeisers tot stand is gekomen (en de schuldregelingsovereenkomst dus wordt voortgezet). Verrekening kan plaatsvinden met teruggaven die betrekking hebben op belasting die (materieel) is ontstaan tot en met de dag waarop het afschrift van de stabilisatie-overeenkomst is ontvangen.
#### 73.5.4. Houding ontvanger tijdens uitstel MSNP
@ -4722,15 +4720,13 @@ Aangezien de ontvanger niet heeft ingestemd met het akkoord, verleent hij geen k
Belastingteruggaven met een dagtekening gelegen na de datum van het akkoord die betrekking hebben op een periode vóór de uitspraak van de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, zal de ontvanger in beginsel niet verrekenen met de vorderingen die tot een natuurlijke verbintenis zijn getransformeerd. De ontvanger verrekent deze belastingteruggaven alleen als het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn de belastingteruggaaf niet te kunnen verrekenen. Daarvan is in ieder geval sprake als de vordering van de ontvanger en de belastingteruggaaf zien op dezelfde belasting en hetzelfde tijdvak.
Mocht in dit verband sprake zijn van een als natuurlijke verbintenis aan te merken aanslag in de premie voor de volksverzekeringen, wordt zon aanslag niet meer bij de Sociale Verzekeringsbank aangemeld in verband met schuldig-nalatig verklaring als bedoeld in artikel 61 Wet financiering sociale verzekeringen.
#### 73.6.9. Kwijtschelding voor ondernemers bij een saneringsakkoord
Indien een akkoord op grond van artikel 22a van de regeling niet mogelijk is, vindt kwijtschelding voor ondernemers uitsluitend plaats bij een zogenoemd saneringsakkoord in de zin van artikel 22 van de regeling. Zie ook artikel 26.3 van deze leidraad.
### 73.7. Wettelijk breed moratorium
Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Aanmelding voor een verklaring van schuldige nalatigheid als bedoeld in artikel 61 Wet financiering sociale verzekeringen, vindt in deze periode niet plaats. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige.
Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met belastingteruggaven vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarin die teruggaaf is ontstaan. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleend uitstel van betaling of een voorwaardelijk verleende kwijtschelding. Hierop blijft het in deze leidraad opgenomen beleid op de artikelen 25 en 26 van de wet van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de ontvanger de uitbetaling aan een derde op in verband met een executoriaal beslag op belastingteruggaven van de belastingschuldige.
## 74. Uitstel- en kwijtscheldingsfaciliteiten
@ -5168,18 +5164,18 @@ Dit betekent voor de uitvoering het volgende. Als het ingevorderde bedrag gelijk
## 79. Invordering van een toeslagschuld (
Hoofdstuk 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat de procedureregels die gelden voor de inkomensafhankelijke regelingen die door Belastingdienst/Toeslagen worden uitgevoerd, te weten:
Hoofdstuk 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bevat de procedureregels die gelden voor de inkomensafhankelijke regelingen die door Dienst Toeslagen worden uitgevoerd, te weten:
de Wet op de huurtoeslag;
de Wet op de zorgtoeslag;
de Wet kinderopvangtoeslag;
de Wet op het kindgebonden budget.
Paragraaf 3 van hoofdstuk 2 Awir omschrijft de bevoegdheden die Belastingdienst/Toeslagen heeft om een teruggevorderde toeslag in te vorderen. Dit hoofdstuk beschrijft het beleid bij invordering van toeslagschuld.
Paragraaf 3 van hoofdstuk 2 Awir omschrijft de bevoegdheden die Dienst Toeslagen heeft om een teruggevorderde toeslag in te vorderen. Dit hoofdstuk beschrijft het beleid bij invordering van toeslagschuld.
De Belastingdienst/Toeslagen, vertegenwoordigd door de directeur-generaal Toeslagen, heeft de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, eerste en tweede gedachtestreepje en onderdeel c Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, bedoelde algemeen directeuren, mandaat verleend om namens de Belastingdienst/Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Belastingdienst/Toeslagen.
De Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door de directeur-generaal Toeslagen, heeft de in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, eerste en tweede gedachtestreepje en onderdeel c Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, bedoelde algemeen directeuren, mandaat verleend om namens de Dienst Toeslagen toeslagschuld in te vorderen. In de uitoefening van die invorderingstaak treden zij niet op in hun hoedanigheid van ontvanger maar als het bestuursorgaan Dienst Toeslagen.
De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Belastingdienst/Toeslagen.
De belastingdeurwaarder is in de Awir bevoegd verklaard voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van Dienst Toeslagen.
Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
@ -5209,21 +5205,21 @@ Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen:
### 79.1. De betalingsherinnering en toeslagschuld
Als de toeslagschuld niet of niet volledig binnen de betalingstermijn wordt voldaan, zendt Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering voordat tot dwanginvordering wordt overgegaan.
Als de toeslagschuld niet of niet volledig binnen de betalingstermijn wordt voldaan, zendt Dienst Toeslagen de belanghebbende eerst (kosteloos) een schriftelijke betalingsherinnering voordat tot dwanginvordering wordt overgegaan.
Het betalingsgedrag van de belanghebbende of diens gedrag met betrekking tot het verstrekken van informatie voor de toekenning van een toeslag of voorschot op een toeslag, kan aanleiding zijn om het zenden van een betalingsherinnering achterwege te laten en direct tot dwanginvordering over te gaan.
### 79.2. Invordering toeslagschuld door middel van vordering
Op grond van artikel 32, zesde lid, Awir kan Belastingdienst/Toeslagen gebruik maken van de bevoegdheid tot het doen van een vordering ex artikel 19 van de wet onder de werkgever, de uitkeringsinstantie of een andere derde als bedoeld in het eerste lid van laatstgenoemd artikel.
Op grond van artikel 32, zesde lid, Awir kan Dienst Toeslagen gebruik maken van de bevoegdheid tot het doen van een vordering ex artikel 19 van de wet onder de werkgever, de uitkeringsinstantie of een andere derde als bedoeld in het eerste lid van laatstgenoemd artikel.
De overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de wet houdt in dat aan het doen van een vordering een vooraankondiging vooraf gaat, ook als het gaat om een vordering onder een uitkeringsinstantie.
### 79.3. Faillissement, WSNP en toeslagschuld
Zodra Belastingdienst/Toeslagen bekend is met het feit dat ten aanzien van een belanghebbende het faillissement is uitgesproken dan wel de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, zullen eventuele invorderingsmaatregelen worden gestaakt en lopende betalingsregelingen worden beëindigd.
Zodra Dienst Toeslagen bekend is met het feit dat ten aanzien van een belanghebbende het faillissement is uitgesproken dan wel de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, zullen eventuele invorderingsmaatregelen worden gestaakt en lopende betalingsregelingen worden beëindigd.
De ontvanger meldt namens Belastingdienst/Toeslagen de openstaande toeslagschuld over de periode voorafgaand aan het tijdstip van faillissement of schuldsanering, ter verificatie aan bij de curator of de bewindvoerder. Voorafgaand aan de aanmelding van de toeslagschuld blijft verrekening van die schuld met uit te betalen bedragen op basis van een voorschot achterwege.
De ontvanger meldt namens Dienst Toeslagen de openstaande toeslagschuld over de periode voorafgaand aan het tijdstip van faillissement of schuldsanering, ter verificatie aan bij de curator of de bewindvoerder. Voorafgaand aan de aanmelding van de toeslagschuld blijft verrekening van die schuld met uit te betalen bedragen op basis van een voorschot achterwege.
Gedurende het faillissement of de wettelijke schuldsaneringsregeling vindt eveneens geen verrekening plaats van de aangemelde toeslagschuld met uit te betalen bedragen op basis van een verleend voorschot. Uitbetalingen met een eenmalig karakter (nabetaling van een toeslag of een teruggaaf inkomstenbelasting) kunnen wel worden verrekend indien en voor zover zij betrekking hebben op de periode gelegen vóór de datum van faillissement dan wel de toepassingverklaring van de wettelijke schuldsaneringsregeling. In het geval vóór de faillissementsuitspraak dan wel voor de uitspraak tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling verrekening van een schuld met een voorschot of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting heeft plaatsgevonden waarbij (ook) termijnen zijn verrekend die betrekking hebben op de periode na de faillissementsuitspraak respectievelijk de schuldsaneringsregeling, zal de verrekening in zoverre namelijk voor zover de verrekening heeft plaatsgevonden met dat deel van het voorschot of de teruggaaf dat opeisbaar wordt vanaf datum faillissement of schuldsaneringsregeling worden teruggedraaid. Dit laatste geldt ook in het geval van verrekening met termijnbedragen ingevolge een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8.
@ -5241,64 +5237,69 @@ Voor een toeslagschuld geldt dat het invorderingsbeleid voor belastingschulden z
### 79.4a. Wettelijk breed moratorium
Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met uit te betalen toeslagen vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarop de toeslag betrekking heeft. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleende betalingsregeling. Hierop blijft het in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad opgenomen beleid van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de Belastingdienst/Toeslagen de uitbetaling aan een derde op grond van een executoriaal beslag op uit te betalen toeslagen van de belanghebbende op.
Gedurende een door de rechtbank afgekondigde afkoelingsperiode als bedoeld in artikel 5 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, schort de ontvanger lopende invorderingsmaatregelen op. Verrekeningen met uit te betalen toeslagen vinden gedurende de afkoelingsperiode niet plaats, ongeacht de periode waarop de toeslag betrekking heeft. De afkoelingsperiode is niet van invloed op een eventueel verleende betalingsregeling. Hierop blijft het in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad opgenomen beleid van toepassing. Gedurende de afkoelingsperiode schort de Dienst Toeslagen de uitbetaling aan een derde op grond van een executoriaal beslag op uit te betalen toeslagen van de belanghebbende op.
### 79.5. Verrekening en toeslagschuld
Een toeslagschuld kan worden verrekend met een aan dezelfde belanghebbende uit te betalen teruggaaf die voortvloeit uit een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Van deze bevoegdheid zal alleen gebruik worden gemaakt als de ontvanger de belastingteruggaaf niet met belastingschulden wil verrekenen.
Het initiatief om tot verrekening over te gaan, zal in de regel liggen bij Belastingdienst/Toeslagen. De belanghebbende kan Belastingdienst/Toeslagen echter ook verzoeken om van de verrekeningsbevoegdheid gebruik te maken. In dat geval kan ook verrekening plaats vinden voordat de betalingstermijn is verstreken.
Het initiatief om tot verrekening over te gaan, zal in de regel liggen bij Dienst Toeslagen. De belanghebbende kan Dienst Toeslagen echter ook verzoeken om van de verrekeningsbevoegdheid gebruik te maken. In dat geval kan ook verrekening plaats vinden voordat de betalingstermijn is verstreken.
### 79.5a
### 79.5a. Verrekening en beslagvrije voet
De Belastingdienst/Toeslagen houdt bij verrekening van uit te betalen voorschotten huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting met van de belanghebbende te innen toeslagschuld, rekening met de voor de belanghebbende geldende beslagvrije voet. Als de belanghebbende na een verrekening aannemelijk maakt dat voor hem een andere beslagvrije voet geldt, zal de Belastingdienst/Toeslagen rekening houden met de aangepaste beslagvrije voet vanaf de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
De Dienst Toeslagen houdt bij verrekening van uit te betalen voorschotten huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget of een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting met van de belanghebbende te innen toeslagschuld, rekening met de voor de belanghebbende geldende beslagvrije voet. Als de belanghebbende na een verrekening aannemelijk maakt dat voor hem een andere beslagvrije voet geldt, zal de Dienst Toeslagen rekening houden met de aangepaste beslagvrije voet vanaf de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
### 79.5b. Verrekening van kinderopvangtoeslag
Als de belanghebbende door de verrekening van een voorschot kinderopvangtoeslag de lopende kosten voor kinderopvang geheel of gedeeltelijk niet meer kan voldoen, kan hij de Belastingdienst/Toeslagen verzoeken de verrekening ongedaan te maken. Als de belanghebbende aannemelijk maakt dat hij door de verrekening een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, vermeerderd met het bedrag van de lopende kosten van de kinderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid van de Wet kinderopvang, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.7, eerste, tweede en vierde lid van de Wet Kinderopvang, zal de Belastingdienst/Toeslagen rekening houden met de beslagvrije voet, vermeerderd met het bedrag van de lopende kosten voor de kinderopvang van de belanghebbende, vanaf de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
Als de belanghebbende door de verrekening van een voorschot kinderopvangtoeslag de lopende kosten voor kinderopvang geheel of gedeeltelijk niet meer kan voldoen, kan hij de Dienst Toeslagen verzoeken de verrekening ongedaan te maken. Als de belanghebbende aannemelijk maakt dat hij door de verrekening een lager bedrag aan bestaansmiddelen overhoudt dan overeenkomt met de voor hem geldende beslagvrije voet, vermeerderd met het bedrag van de lopende kosten van de kinderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid van de Wet kinderopvang, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1.7, eerste, tweede en vierde lid van de Wet Kinderopvang, zal de Dienst Toeslagen rekening houden met de beslagvrije voet, vermeerderd met het bedrag van de lopende kosten voor de kinderopvang van de belanghebbende, vanaf de laatste verrekening die plaatsvond vóór de indiening van het verzoek en bij de daaropvolgende verrekeningen.
### 79.5c. Toeslagverrekening zonder kosten
**1.** Als belanghebbende een terugvordering niet of niet geheel betaalt en voor de terugvordering geen betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 aangaat, of niet om een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 of 79.8 verzoekt, kan Dienst Toeslagen betaling van de terugvordering bewerkstelligen door middel van de maatregel Toeslagverrekening zonder kosten. Dienst Toeslagen verrekent dan de terugvordering met een aan belanghebbende maandelijks uit te keren voorschotbedrag.
**2.** Dienst Toeslagen zal gedurende het uitvoeren van de Toeslagverrekening zonder kosten in beginsel niet overgaan tot het nemen van aanvullende invorderingsmaatregelen voor de terugvordering waarvoor de maatregel wordt uitgevoerd. Als er aanwijzingen zijn dat de belangen van de Staat kunnen worden geschaad, kan Dienst Toeslagen ondanks het uitvoeren van de maatregel wel invorderingsmaatregelen treffen.
**3.** Belanghebbende kan voorafgaand aan of gedurende de uitvoering van de Toeslagverrekening zonder kosten een verzoek bij Dienst Toeslagen indienen om de maatregel niet uit te voeren of voor het stopzetten van de maatregel. Dienst Toeslagen kent dit verzoek alleen toe als belanghebbende het op dat moment openstaande bedrag van de terugvordering ineens betaalt of als belanghebbende verzoekt om een betalingsregeling om de terugvordering te betalen en Dienst Toeslagen geen aanleiding heeft die betalingsregeling niet toe te kennen. Gedurende de behandeling van het verzoek wordt de maatregel voortgezet.
**4.** Als de Toeslagverrekening zonder kosten wordt stopgezet, wordt deze niet opnieuw opgestart, ongeacht de reden waarom de maatregel is stopgezet.
### 79.6. Verrekening en uitstel van betaling toeslagschuld
Zolang door Belastingdienst/Toeslagen uitstel is verleend voor de betaling van een toeslagschuld, vindt met betrekking tot deze toeslagschuld in beginsel geen verrekening plaats met termijnbedragen die worden uitbetaald:
Zolang door Dienst Toeslagen uitstel is verleend voor de betaling van een toeslagschuld, vindt met betrekking tot deze toeslagschuld in beginsel geen verrekening plaats met termijnbedragen die worden uitbetaald:
op basis van een verleend voorschot op de toeslag;
op grond van een voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting.
Verrekening met termijnbedragen is echter wel toegestaan indien en voor zover deze worden aangewend voor de aflossing van een toeslagschuld door middel van een betalingsregeling als bedoeld in de artikelen 79.7 en 79.8 van deze leidraad. De verrekening wordt altijd geacht op basis van termijnen (niet ineens) plaats te vinden.
Verrekening met termijnbedragen is echter wel toegestaan indien en voor zover deze worden aangewend voor de aflossing van een toeslagschuld door middel van een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.8 van deze leidraad. De verrekening wordt altijd geacht op basis van termijnen (niet ineens) plaats te vinden.
### 79.7. Standaardbetalingsregeling toeslagschuld
Uitgangspunt is dat de belanghebbende die te veel ontvangen toeslag moet terugbetalen in de gelegenheid wordt gesteld om het bedrag van de toeslagschuld te voldoen met een standaardbetalingsregeling. De standaardregeling wordt zonder nader onderzoek in te stellen door Belastingdienst/Toeslagen aangeboden en gaat uit van een af te lossen bedrag van € 20 per maand voor iedere terugvordering afzonderlijk.
Uitgangspunt is dat de belanghebbende die te veel ontvangen toeslag moet terugbetalen in de gelegenheid wordt gesteld om het bedrag van de toeslagschuld te voldoen met een standaardbetalingsregeling. De standaardregeling wordt zonder nader onderzoek in te stellen door Dienst Toeslagen aangeboden en gaat uit van een af te lossen bedrag van € 20 per maand voor iedere terugvordering afzonderlijk.
De periode waarover de regeling zich uitstrekt is maximaal 24 maanden te rekenen vanaf één maand na de dagtekening van de terugvorderingsbeschikking. De eerste termijn moet zijn voldaan op de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking. Als het teruggevorderde bedrag meer bedraagt dan € 480 wordt het maandelijks af te lossen bedrag zodanig verhoogd dat aflossing binnen 24 maanden mogelijk is.
Aflossing kan op twee manieren plaatsvinden:
1. De belanghebbende maakt maandelijks het termijnbedrag over naar de rekening van de Belastingdienst.
2. Belastingdienst/Toeslagen verrekent het termijnbedrag met het maandelijks uit te keren voorschot aan de belanghebbende.
De periode waarover de regeling zich uitstrekt is maximaal 24 maanden te rekenen vanaf één maand na de dagtekening van de terugvorderingsbeschikking. De eerste termijn moet zijn voldaan op de vervaldag van de terugvorderingsbeschikking. Als het teruggevorderde bedrag meer bedraagt dan € 480 wordt het maandelijks af te lossen bedrag zodanig verhoogd dat aflossing binnen 24 maanden mogelijk is. De belanghebbende lost de toeslagschuld af door maandelijks het termijnbedrag over te maken naar de rekening van de Dienst Toeslagen.
De situatie kan zich voordoen dat de belanghebbende tijdens de looptijd van een standaardregeling te maken krijgt met een nieuwe terugvordering voor dezelfde toeslag. In dat geval vindt een herziening van het bedrag van de standaardregeling plaats. Het bedrag van de nieuwe terugvordering wordt opgeteld bij het nog resterende bedrag van de terugvordering waarvoor de standaardregeling loopt. Voor het totaalbedrag geldt dan weer de aflossingssystematiek van ten minste € 20 per maand gedurende maximaal 24 maanden.
### 79.8. Betalingsregeling toeslagschuld op basis van betalingscapaciteit
Belastingdienst/Toeslagen kan een andere betalingsregeling toestaan dan de standaardregeling. Dit kan alleen als de belanghebbende schriftelijk kenbaar maakt dat hij niet in staat is de toeslagenschuld te voldoen onder de condities die gelden voor de standaardregeling. De belanghebbende moet dan op het daartoe bestemde formulier de benodigde informatie verstrekken aan Belastingdienst/Toeslagen zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van onvoldoende betalingscapaciteit om een maandelijkse aflossing overeenkomstig de standaardregeling te voldoen.
Dienst Toeslagen kan een andere betalingsregeling toestaan dan de standaardregeling. Dit kan alleen als de belanghebbende schriftelijk kenbaar maakt dat hij niet in staat is de toeslagenschuld te voldoen onder de condities die gelden voor de standaardregeling. De belanghebbende moet dan op het daartoe bestemde formulier de benodigde informatie verstrekken aan Dienst Toeslagen zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van onvoldoende betalingscapaciteit om een maandelijkse aflossing overeenkomstig de standaardregeling te voldoen.
De artikelen 11, 12 en 13 van de regeling en de artikelen 25.5.5 tot en met 25.5.9 zijn hierbij van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
naast het netto besteedbaar inkomen van de belanghebbende ook rekening wordt gehouden met het netto besteedbaar inkomen van een eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir, met dien verstande dat met het netto besteedbaar inkomen van de partner alleen rekening wordt gehouden als die partner belanghebbendes partner was gedurende de periode waarop belanghebbendes toeslagschuld betrekking heeft;
bevoorrechte schulden (zoals belastingschulden) op het vermogen in mindering mogen worden gebracht.
Als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagenschuld af te lossen volgens de standaardregeling, zal Belastingdienst/Toeslagen het verzoek om een andere betalingsregeling afwijzen.
Als uit de verstrekte gegevens blijkt dat de betalingscapaciteit voldoende is om de toeslagenschuld af te lossen volgens de standaardregeling, zal Dienst Toeslagen het verzoek om een andere betalingsregeling afwijzen.
Zon betalingsregeling wordt ook afgewezen als de belanghebbende of de in artikel 3 van de Awir bedoelde partner over voldoende vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling beschikt voor de voldoening van de terugvordering, met dien verstande dat bevoorrechte schulden op het vermogen in mindering worden gebracht.
Als een verzoek van een belanghebbende als bedoeld in artikel 3a van de Awir is toegewezen, dan wordt de eventuele partner als bedoeld in artikel 3 van de Awir niet als partner aangemerkt voor de toepassing van dit artikel. Dit geldt voor zover de belanghebbende ten tijde van het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling nog steeds verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 3a van de Awir.
Als echter blijkt dat de betalingscapaciteit lager is dan € 20 per maand, maar voldoende om het bedrag van de toeslagenschuld in maximaal 24 maanden te voldoen zij het met een lager bedrag dan € 20 dan zal Belastingdienst/Toeslagen een betalingsregeling toestaan die is gebaseerd op die betalingscapaciteit.
Als echter blijkt dat de betalingscapaciteit lager is dan € 20 per maand, maar voldoende om het bedrag van de toeslagenschuld in maximaal 24 maanden te voldoen zij het met een lager bedrag dan € 20 dan zal Dienst Toeslagen een betalingsregeling toestaan die is gebaseerd op die betalingscapaciteit.
Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagenschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal Belastingdienst/Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.
Als de belanghebbende wel over betalingscapaciteit beschikt, maar deze is niet voldoende om de toeslagenschuld af te lossen in 24 maanden, dan zal Dienst Toeslagen een regeling voor 24 maanden treffen, gebaseerd op die betalingscapaciteit. In de uitstelbeschikking zal worden opgenomen dat de regeling opnieuw wordt bezien na verloop van twaalf maanden.
Na twaalf maanden kan Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
Na twaalf maanden kan Dienst Toeslagen de belanghebbende opnieuw een vragenformulier toesturen. Als na ontvangst van het formulier een inkomensverbetering wordt geconstateerd, dan wordt het lopende uitstel ingetrokken en een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het hogere bedrag van de betalingscapaciteit, gedurende de resterende twaalf maanden. Als een inkomensvermindering wordt geconstateerd, dan wordt een nieuwe uitstelregeling getroffen op basis van het lagere bedrag voor de resterende periode van twaalf maanden.
### 79.8a. Toeslagschuld te wijten aan opzet of grove schuld
@ -5316,22 +5317,22 @@ Een toeslagschuld die is te wijten aan opzet of grove schuld van de belanghebben
### 79.9. Geen verdere invorderingsmaatregelen voor toeslagschuld treffen
Als de belanghebbende een betalingsregeling is toegestaan, als bedoeld in artikel 79.8 van deze leidraad, die rekening houdt met een betalingscapaciteit die ontoereikend is om het teruggevorderde bedrag binnen 24 maanden te voldoen, zal Belastingdienst/Toeslagen na afloop van die regeling de belanghebbende meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de nog openstaande schuld.
Als de belanghebbende een betalingsregeling is toegestaan, als bedoeld in artikel 79.8 van deze leidraad, die rekening houdt met een betalingscapaciteit die ontoereikend is om het teruggevorderde bedrag binnen 24 maanden te voldoen, zal Dienst Toeslagen na afloop van die regeling de belanghebbende meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de nog openstaande schuld.
Als aan de hand van de gegevens op het door de belanghebbende ingevulde vragenformulier is vastgesteld dat hij niet over enige betalingscapaciteit beschikt, dan zal Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende na die vaststelling meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de toeslagenschuld in kwestie.
Als aan de hand van de gegevens op het door de belanghebbende ingevulde vragenformulier is vastgesteld dat hij niet over enige betalingscapaciteit beschikt, dan zal Dienst Toeslagen de belanghebbende na die vaststelling meedelen geen invorderingsmaatregelen te zullen nemen voor de toeslagenschuld in kwestie.
In beide situaties wordt aan de mededeling de voorwaarde verbonden dat gedurende 3 jaar te rekenen vanaf de datum van de mededeling, eventuele toeslagen en teruggaven inkomstenbelasting voor zover die niet in maandelijkse termijnen worden uitbetaald zullen worden verrekend met de buiten de invordering gelaten schuld.
### 79.9a. Uitstel van betaling in verband met bezwaar of herzieningsverzoek tegen een terugvorderingsbeschikking
Voor de toepassing van artikel 8 Uitvoeringsregeling Awir merkt Belastingdienst/Toeslagen een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een terugvorderingsbeschikking of een herzieningsverzoek van een terugvorderingsbeschikking aan als een verzoek om uitstel van betaling. In beginsel verleent de Belastingdienst/Toeslagen het uitstel, tenzij de belanghebbende ter zake van de betreffende tegemoetkoming of het voorschot daarop onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel de belangen van de Staat zich tegen het verlenen van uitstel verzetten.
Voor de toepassing van artikel 8 Uitvoeringsregeling Awir merkt Dienst Toeslagen een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een terugvorderingsbeschikking of een herzieningsverzoek van een terugvorderingsbeschikking aan als een verzoek om uitstel van betaling. In beginsel verleent de Dienst Toeslagen het uitstel, tenzij de belanghebbende ter zake van de betreffende tegemoetkoming of het voorschot daarop onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel de belangen van de Staat zich tegen het verlenen van uitstel verzetten.
Een beroepschrift, een ingesteld hoger beroep of een verzoek om ambtshalve herziening, gelden niet als een verzoek om uitstel van betaling. In die situaties verzoekt de belanghebbende afzonderlijk om uitstel van betaling.
### 79.9b. Uitstel van betaling voor een bestuurlijke boete
1. De Belastingdienst/Toeslagen kan uitstel van betaling verlenen voor een bestuurlijke boete in verband met een gemotiveerd bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete.
2. De Belastingdienst/Toeslagen kan een betalingsregeling treffen voor een bestuurlijke boete. Daarbij is het bepaalde in de artikelen 79.7 en 79.8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 voor bestuurlijke boeten alleen op schriftelijk verzoek kan worden toegekend en aflossing niet middels verrekening van de maandelijks uit te keren voorschotten zal plaatsvinden. In geval een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.8 wordt toegekend voor een bestuurlijke boete, geldt geen maximumtermijn van 24 maanden maar loopt de betalingsregeling voor de boete door totdat de belanghebbende het volledige bedrag van de boete heeft betaald. In het geval de belanghebbende ook een of meer betalingsregelingen met de Belastingdienst heeft getroffen voor de betaling van toeslag- of belastingschulden, wordt de betalingscapaciteit primair ingezet voor de nakoming van de betalingsregeling(en) voor toeslag- of belastingschulden. Het beleid met betrekking tot de toezegging dat geen invorderingsmaatregelen meer worden genomen als bedoeld in artikel 79.9, is niet van toepassing op bestuurlijke boeten.
1. De Dienst Toeslagen kan uitstel van betaling verlenen voor een bestuurlijke boete in verband met een gemotiveerd bezwaar, beroep of hoger beroep tegen de bestuurlijke boete.
2. De Dienst Toeslagen kan een betalingsregeling treffen voor een bestuurlijke boete. Daarbij is het bepaalde in de artikelen 79.7 en 79.8 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.7 voor bestuurlijke boeten alleen op schriftelijk verzoek kan worden toegekend en aflossing niet middels verrekening van de maandelijks uit te keren voorschotten zal plaatsvinden. In geval een betalingsregeling als bedoeld in artikel 79.8 wordt toegekend voor een bestuurlijke boete, geldt geen maximumtermijn van 24 maanden maar loopt de betalingsregeling voor de boete door totdat de belanghebbende het volledige bedrag van de boete heeft betaald. In het geval de belanghebbende ook een of meer betalingsregelingen met de Belastingdienst heeft getroffen voor de betaling van toeslag- of belastingschulden, wordt de betalingscapaciteit primair ingezet voor de nakoming van de betalingsregeling(en) voor toeslag- of belastingschulden. Het beleid met betrekking tot de toezegging dat geen invorderingsmaatregelen meer worden genomen als bedoeld in artikel 79.9, is niet van toepassing op bestuurlijke boeten.
### 79.10. Aansprakelijkheid partner voor toeslagschuld
@ -5341,9 +5342,9 @@ Een nieuwe partner kan dus niet aansprakelijk worden gesteld voor een toeslagsch
### 79.11. Aansprakelijkheid van derden voor uitbetaalde toeslagen
In aansluiting op artikel 33 van de Awir beschrijft dit artikel het beleid dat de Belastingdienst/Toeslagen hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor terugvorderingen die samenhangen met toeslagen die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
In aansluiting op artikel 33 van de Awir beschrijft dit artikel het beleid dat de Dienst Toeslagen hanteert bij de toepassing van de wettelijke aansprakelijkheid van derden voor terugvorderingen die samenhangen met toeslagen die zijn uitbetaald op een bankrekening waarover die derde heeft kunnen beschikken.
1. als de Belastingdienst/Toeslagen toeslagen heeft uitbetaald aan:
1. als de Dienst Toeslagen toeslagen heeft uitbetaald aan:
een lid van de NVVK in het kader van een schuldregelingsovereenkomst of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK;
een gemeente in het kader van een schuldregelingsovereenkomst of een overeenkomst tot budgetbeheer in de zin van de Gedragscode Schuldhulpverlening van de NVVK of overeenkomsten met dezelfde strekking;
@ -5354,37 +5355,37 @@ In aansluiting op artikel 33 van de Awir beschrijft dit artikel het beleid dat d
een curator;
een bewindvoerder,
gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als:
gaat de Dienst Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als:
het aan opzet of grove schuld van de schuldhulpverlener, de gemeente, de derde, de curator of de bewindvoerder te wijten is dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt die ten grondslag hebben gelegen aan de terugvordering, of
de schuldhulpverlener, de gemeente, de derde, de curator of de bewindvoerder financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht uitbetaalde toeslagen;
2. als de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een partnerschapsovereenkomst één rekeningnummer (POBR1) heeft gesloten met de Belastingdienst/Toeslagen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als de kinderopvanginstelling in strijd met de Awir, de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de op die wetten berustende bepalingen of in strijd met de voorwaarden die zijn opgenomen in de POBR1 handelt of heeft gehandeld;
3. als de Belastingdienst/Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een convenant heeft gesloten met de Belastingdienst/Toeslagen waarin zij hoofdelijke aansprakelijkheid aanvaardt voor terug te vorderen bedragen die samenhangen met de rechtstreeks aan de kinderopvanginstelling uitbetaalde kinderopvangtoeslag, geldt de in onderdeel 2 beschreven inperking van de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling niet. Het bepaalde in artikel 49.6 van deze leidraad is hierbij van overeenkomstige toepassing;
4. als de Belastingdienst/Toeslagen aan een derde een toeslag heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de Belastingdienst/Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde:
2. als de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een partnerschapsovereenkomst één rekeningnummer (POBR1) heeft gesloten met de Dienst Toeslagen, gaat de Dienst Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als de kinderopvanginstelling in strijd met de Awir, de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de op die wetten berustende bepalingen of in strijd met de voorwaarden die zijn opgenomen in de POBR1 handelt of heeft gehandeld;
3. als de Dienst Toeslagen de kinderopvangtoeslag heeft uitbetaald op de bankrekening van een kinderopvanginstelling die een convenant heeft gesloten met de Dienst Toeslagen waarin zij hoofdelijke aansprakelijkheid aanvaardt voor terug te vorderen bedragen die samenhangen met de rechtstreeks aan de kinderopvanginstelling uitbetaalde kinderopvangtoeslag, geldt de in onderdeel 2 beschreven inperking van de mogelijkheid tot aansprakelijkstelling niet. Het bepaalde in artikel 49.6 van deze leidraad is hierbij van overeenkomstige toepassing;
4. als de Dienst Toeslagen aan een derde een toeslag heeft uitbetaald van iemand die niet beschikt over een bankrekening op zijn naam en door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is om een bankrekening op zijn naam te openen, gaat de Dienst Toeslagen alleen over tot aansprakelijkstelling als die derde:
financieel voordeel heeft gehad van de te hoge of onterecht ontvangen toeslagen, of
wist of behoorde te weten dat de toeslag te hoog was of dat er geen recht bestond op de toeslag.
### 79.12. Beslag door derden op toeslag
Derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat der Nederlanden (het organisatieonderdeel Belastingdienst/Toeslagen). Dat organisatieonderdeel van de Belastingdienst is het bestuursorgaan dat op grond van de Awir is belast met de uitbetaling van de toeslagen.
Derdenbeslag wordt gelegd onder de Staat der Nederlanden (het organisatieonderdeel Dienst Toeslagen). Dat organisatieonderdeel van de Belastingdienst is het bestuursorgaan dat op grond van de Awir is belast met de uitbetaling van de toeslagen.
Een gelegd beslag onder (de ontvanger van) de regiokantoren is niet rechtsgeldig. In die gevallen meldt (de ontvanger van) het regiokantoor op het verklaringsformulier geen toeslag verschuldigd te zijn en wordt voor nadere informatie verwezen naar Belastingdienst/Toeslagen.
Een gelegd beslag onder (de ontvanger van) de regiokantoren is niet rechtsgeldig. In die gevallen meldt (de ontvanger van) het regiokantoor op het verklaringsformulier geen toeslag verschuldigd te zijn en wordt voor nadere informatie verwezen naar Dienst Toeslagen.
### 79.13. Informatieverzoek gerechtsdeurwaarder omtrent toeslag
Een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen ten laste van een schuldenaar is bevoegd aan Belastingdienst/Toeslagen te vragen of er periodieke betalingen worden verricht aan de schuldenaar. Artikel 67.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gerechtsdeurwaarder in zijn verzoek om informatie duidelijk moet maken dat hij handelt in opdracht van een schuldeiser die bevoegd is beslag te leggen op een toeslag.
Een gerechtsdeurwaarder die gerechtigd is beslag te leggen ten laste van een schuldenaar is bevoegd aan Dienst Toeslagen te vragen of er periodieke betalingen worden verricht aan de schuldenaar. Artikel 67.2 van deze leidraad is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de gerechtsdeurwaarder in zijn verzoek om informatie duidelijk moet maken dat hij handelt in opdracht van een schuldeiser die bevoegd is beslag te leggen op een toeslag.
### 79.14. Rijksadvocaat in civiele procedures over toeslagen
In de uitoefening van invorderingstaken door Belastingdienst/Toeslagen kan de Staat betrokken worden in een procedure voor de civiele rechter. In zaken waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, zal de rijksadvocaat optreden als procesvertegenwoordiger.
In de uitoefening van invorderingstaken door Dienst Toeslagen kan de Staat betrokken worden in een procedure voor de civiele rechter. In zaken waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, zal de rijksadvocaat optreden als procesvertegenwoordiger.
### 79.15. Verzoekschriften aan andere instellingen
De Belastingdienst/Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën. Als naar het oordeel van de Belastingdienst/Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.
De Dienst Toeslagen houdt de invordering van de toeslagschuld aan als er een verzoekschrift is ingediend bij Zijne Majesteit de Koning, de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven uit de Tweede Kamer of de Commissie voor de Verzoekschriften uit de Eerste Kamer de Staten-Generaal, de Nationale Ombudsman of het Ministerie van Financiën. Als naar het oordeel van de Dienst Toeslagen aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de Staat worden geschaad, kunnen na voorafgaande toestemming van het ministerie toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.
### Artikel 79.16
Als de Belastingdienst/Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in artikel 25, derde lid, van de Awir, toeslagen aan een derde uitbetaalt, stopt zij hiermee in de volgende situaties:
Als de Dienst Toeslagen, met gebruikmaking van de mogelijkheid in artikel 25, derde lid, van de Awir, toeslagen aan een derde uitbetaalt, stopt zij hiermee in de volgende situaties:
1. Op het moment dat de derde failliet is verklaard of hem surseance van betaling is verleend.
2. Als het faillissement van de derde is aangevraagd of door de derde aangifte tot faillietverklaring is gedaan.