From f6e9b4d1ed2bc1479032fa848fbb1880f1384232 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 29 Nov 2000 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2000-11-29 | BWBR0008816 | Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel --- .../BWBR0008816/README.md | 26 ++++++------------- 1 file changed, 8 insertions(+), 18 deletions(-) diff --git a/amvb/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0008816/README.md b/amvb/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0008816/README.md index 9dfd330be2a..d31f9ddafc2 100644 --- a/amvb/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0008816/README.md +++ b/amvb/regeling-ziektekostenvoorziening-onderwijs-en-onderzoekpersoneel/BWBR0008816/README.md @@ -28,9 +28,9 @@ c. instelling: 1. een school in de zin van de Wet op het primair onderwijs; 2. een school of instelling in de zin van de Wet op de expertisecentra; 3. een bekostigde school in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling; -4. vervallen; +4. een instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 1.3.4, 1.5.1, 12.3.5, 12.3.8, 12.3.9 en 12.3.13 van de Wet educatie en beroepsonderwijs; 5. een instelling als bedoeld in de artikelen 1 en 12 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten; -6. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs; +6. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 53b en 187 van de Wet op het voortgezet onderwijs; 7. een rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, eerste lid onderdelen f en g, dan wel derde lid onderdeel b van de Wet privatisering ABP is aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van die wet, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard; 8. een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; 9. de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. @@ -56,7 +56,7 @@ Geen recht op een tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, heeft degene: a. die verplicht verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet; b. die op grond van een verplichte verzekering medeverzekerde is in de zin van de Ziekenfondswet; -c. wiens premie van een ziektekostenverzekering dan wel wiens ziektekosten komen ten laste van de Wet werk en bijstand; +c. wiens premie van een ziektekostenverzekering dan wel wiens ziektekosten komen ten laste van de Algemene Bijstandswet; d. die als bewoner van een bejaardenoord in de zin van de Wet op de bejaardenoorden geen bijdrage verschuldigd is, dan wel een bijdrage lager dan de kosten van verblijf als bedoeld in het Bijdragebesluit bewoners van bejaardenoorden. **2.** Het eerste lid geldt niet voor de betrokkene die verplicht verzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet ten aanzien van de te zijnen laste blijvende ziektekosten van zijn medebetrokkenen. @@ -77,32 +77,22 @@ terwijl de inkomsten van betrokkene meer bedragen dan de helft van de totale ink Onder «te zijnen laste blijvende ziektekosten» wordt verstaan het bedrag van -a. de betaalde premie van een ziektekostenverzekering, met dien verstande dat daarbij als maximum geldt: +a. de premie van een ziektekostenverzekering, aan een verzekeringsmaatschappij verschuldigd op basis van verpleging in de laagste klasse van een ziekenhuis en +b. de kosten van geneeskundige verzorging, indien en voor zover die voorkomen op een vergoedingenlijst, door Onze Minister nader vast te stellen, met inachtneming van de daarbij aan te geven beperkingen, -1e. voor een (mede) betrokkene die verzekerd is volgens de standaardpakketpolis: de jaarpremie voor de standaardpakketpolis, verhoogd met de omslagbijdragen ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de omslagbijdragen ingevolge artikel 11 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998; -2e. voor overige (mede) betrokkenen: de jaarpremie voor een verzekering met een dekkingspakket conform de Ziekenfondswet, zoals deze door het Centraal Planbureau in het desbetreffende kalenderjaar wordt gehanteerd ten behoeve van het Centraal Economisch Plan, verhoogd met de omslagbijdragen ingevolge artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden en de omslagbijdragen ingevolge artikel 11 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998; -3e. in afwijking van het bepaalde onder ten 1e en ten 2e voor een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aangehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene en dat verzekerd is volgens de standaardpakketpolis de helft van de jaarpremie voor de standaardpakketpolis, dan wel, indien het bedoelde kind niet verzekerd is volgens de standaardpakketpolis, de helft van de jaarpremie voor een verzekering met een dekkingspakket conform de Ziekenfondswet, zoals deze door het Centraal Planbureau in het desbetreffende kalenderjaar wordt gehanteerd ten behoeve van het Centraal Economisch Plan; in beide gevallen verhoogd met de voor hen geldende omslagbijdragen. -b. de kosten van geneeskundige verzorging, voorzover deze voorkomen op een door Onze Minister vast te stellen vergoedingenlijst, met inachtneming van de daarbij aan te geven beperkingen, voor zover betrokkene deze kosten noodzakelijkerwijs heeft gemaakt voor zichzelf en voor zijn medebetrokkenen, en voorzover deze te zijnen laste blijven. +een en ander na aftrek van een door het Rijk of door derden toegekende of toe te kennen tegemoetkoming in ziektekosten, voor zover betrokkene deze kosten noodzakelijkerwijs heeft gemaakt voor zichzelf en voor zijn medebetrokkenen, en voor zover deze te zijnen laste blijven. **2.** Tot «te zijnen laste blijvende ziektekosten» worden niet gerekend de kosten van geneeskundige verzorging ter zake van met name genoemde ziekten of aandoeningen die bij een overeenkomst van de ziektekostenverzekering zijn uitgesloten, tenzij deze kosten zijn gemaakt tijdens een door de verzekeringsmaatschappij gestelde wachttijd. -**3.** Indien de betrokkene voor zichzelf en zijn medebetrokkenen een ziektekostenverzekering heeft afgesloten waarvoor de premie bestaat uit een totaalbedrag voor alle verzekerden tezamen, waarbij de premie niet tot de individuele verzekerden herleid kan worden, worden de premies voor de betrokkene en diens medebetrokkenen bepaald door het totaalbedrag te vermenigvuldigen met een breuk. - -**4.** Bij de in het derde lid bedoelde breuk is de noemer gelijk aan het aantal verzekerden op de polis, met dien verstande dat een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aangehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene voor de helft meetellen. - -**5.** Bij de in het derde lid bedoelde breuk wordt bij de berekening van de teller een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aangehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene voor 0,5 meegeteld en de betrokkene en de overige leden van het huishouden van betrokkene voor 1. - -**6.** Op het bedrag dat voor tegemoetkoming in aanmerking kan worden gebracht wordt in mindering gebracht een door het Rijk of door derden toegekende of toe te kennen tegemoetkoming in ziektekosten. - ### Artikel 8 -**1.** Voor het verlenen van een tegemoetkoming kunnen in aanmerking worden gebracht de te zijnen laste blijvende ziektekosten die betrokkene als zodanig heeft gemaakt gedurende een aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden, met dien verstande dat de kosten, bedoeld in artikel 7, betrekking moeten hebben op dit tijdvak. Voor de vraag of de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel *b*, betrekking hebben op het tijdvak is bepalend of de datum van de nota in dat tijdvak is gelegen. De in artikel 7 bedoelde maxima gelden voor de in het desbetreffende kalenderjaar betaalde premies en bijdragen. +**1.** Voor het verlenen van een tegemoetkoming kunnen in aanmerking worden gebracht de te zijnen laste blijvende ziektekosten die betrokkene als zodanig heeft gemaakt gedurende een aaneengesloten tijdvak van twaalf maanden, met dien verstande dat de kosten, bedoeld in artikel 7, betrekking moeten hebben op dit tijdvak. Voor de vraag of de kosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel *b*, betrekking hebben op het tijdvak is bepalend of de datum van de nota in dat tijdvak is gelegen. **2.** In geval van overlijden van de betrokkene binnen een jaar na het verstrijken van een tijdvak als bedoeld in het eerste lid, waarover krachtens deze regeling een tegemoetkoming is verleend, kunnen de ziektekosten met betrekking tot het tijdvak gelegen tussen het einde van evenbedoeld tijdvak en de datum van overlijden eveneens voor het verlenen van een tegemoetkoming aan diens nagelaten betrekkingen in aanmerking worden gebracht. **3.** Degene die na ontslag in verband met de privatisering van een overheidsdienst waarbij hij werkzaam was niet langer betrokkene is kan de te zijnen laste blijvende ziektekosten met betrekking tot het aaneengesloten tijdvak dat korter is dan twaalf kalendermaanden en eindigt vóór de datum van ontslag, voor het verlenen van een tegemoetkoming in aanmerking brengen. -**4.** De aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het einde van het tijdvak waarop zij betrekking heeft. In geval van overlijden van de betrokkene geschiedt de aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming binnen zes maanden na het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft, danwel binnen vijftien maanden na het einde van het voorgaande tijdvak. +**4.** De aanvraag om toekenning van de tegemoetkoming geschiedt binnen drie maanden na het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft of, in geval van overlijden van betrokkene, binnen zes maanden. **5.** Een beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis gesteld onder opgave van redenen en onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt ten hoogste acht weken.