2018-07-01 | BWBR0026872 | Waterbesluit

This commit is contained in:
Coornhert 2018-07-01 12:00:00 +00:00
parent cef19f4172
commit f6f49cb5c9

View file

@ -32,7 +32,7 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- *Nederlandse mariene wateren:* Nederlandse territoriale zee, Nederlandse exclusieve economische zone en kustwateren als bedoeld in artikel 2, punt 7, van de kaderrichtlijn water;
- *open bodemenergiesysteem:* installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van bijbehorende bronpompen en warmtewisselaar en, voor zover aanwezig, warmtepomp en regeneratievoorziening;
- *overstromingsrisicobeheerplan:* plan als bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de richtlijn overstromingsrisicos;
- *Protocol:* op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 2000, 27);
- *Protocol:* op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het op 29 december 1972 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen (Trb. 1998, 34);
- *richtlijn overstromingsrisicos:* richtlijn nr. 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisicos (PbEU L 288);
- *richtlijn prioritaire stoffen:* richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG (PbEU L 348);
- *Verdrag:* op 22 september 1992 te Parijs tot stand gekomen Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (Trb. 1993, 16);
@ -113,13 +113,13 @@ Onverminderd artikel 2.1, kunnen bij of krachtens provinciale verordening voor r
### Paragraaf 1a. Normen waterkering
### Artikel 2.1a
### Artikel 2.2a
**1.** Een dijkdeel wordt aan twee zijden begrensd door een lijn loodrecht op het dijkdeel door een punt waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn opgenomen in bijlage IA.
**2.** Dijkdelen worden weergegeven op de landkaarten in bijlage IB.
**3.** Bijlage IA vermeldt voor elk dijkdeel de veiligheidsnorm aangegeven als gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de hoogste hoogwaterstand waarop het moet zijn berekend, mede gelet op de overige het waterkerend vermogen bepalende factoren.
**3.** Bijlage IA vermeldt voor elk dijkdeel de veiligheidsnorm, aangegeven als gemiddelde overschrijdingskans per jaar van de hoogste hoogwaterstand waarop het moet zijn berekend, mede gelet op de overige het waterkerend vermogen bepalende factoren.
**4.** Voor waterkerende kunstwerken in een in bijlage IB weergegeven ingegraven dijkdeel bedraagt de veiligheidsnorm 1:100.
@ -545,25 +545,26 @@ Vervallen
**2.**
Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 6.3 van de wet, zijn de volgende gedragingen vrijgesteld:
Van de vergunningplicht, bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en tweede en derde lid, van de wet, zijn vrijgesteld handelingen die noodzakelijk zijn voor de veiligheid van mensenlevens of voor de veiligheid van vaartuigen, luchtvaartuigen of op de zeebodem opgerichte werken in geval van overmacht ten gevolge van noodweer of in alle andere gevallen waarin mensenlevens in gevaar zijn of een ernstige bedreiging bestaat voor vaartuigen, luchtvaartuigen of op de zeebodem opgerichte werken, mits:
a. het plaatsen van vaste substanties of voorwerpen met een ander oogmerk dan het zich er enkel van ontdoen;
b. het achterlaten van vaste substanties of voorwerpen die aanvankelijk in zee zijn geplaatst met een ander oogmerk dan het zich ervan ontdoen.
a. het ernaar uitziet dat de handeling de enige oplossing is om de dreiging af te wenden;
b. door de handeling naar alle waarschijnlijkheid de minste schade wordt veroorzaakt; en
c. de handeling zodanig geschiedt dat de gevaren voor het menselijk leven en voor de in zee voorkomende flora en fauna tot een minimum beperkt blijven.
**3.** In de gevallen, waarin door overmacht het in artikel 6.3, eerste lid, onderdeel a, van de wet omschreven verbod wordt overtreden, maakt de kapitein van het vaartuig of de gezagvoerder van het luchtvaartuig van het voorval melding in het scheepsdagboek of het journaal. Tevens doet hij van dit voorval onverwijld mededeling aan Onze Minister.
**3.** In de gevallen, bedoeld in het tweede lid, maakt de kapitein van het vaartuig of de gezagvoerder van het luchtvaartuig van het voorval melding in het scheepsdagboek of het journaal. Tevens doet hij van dit voorval onverwijld mededeling aan Onze Minister.
**4.** Het derde lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing op de gebruiker van een op de zeebodem opgericht werk.
### Artikel 6.9
**1.** Een vergunning als bedoeld in artikel 6.3 van de wet wordt verleend door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
**2.**
**1.**
Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer zijn niet van toepassing, indien:
a. de aanvraag betrekking heeft op het in het buitenland aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig nemen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen, met het oogmerk die stoffen te storten; en
a. de aanvraag betrekking heeft op het in het buitenland aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig nemen van stoffen, met het oogmerk die stoffen te storten; en
b. de Staat op wiens grondgebied dat aan boord nemen geschiedt, partij is bij het Protocol of het Verdrag.
**3.** Voorts kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing zijn indien de aanvraag betrekking heeft op stoffen waarvan door een ongewoon voorval de afvoer op korte termijn nodig is.
**2.** Voorts kan Onze Minister bepalen dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer niet van toepassing zijn indien de aanvraag betrekking heeft op stoffen waarvan door een ongewoon voorval de afvoer op korte termijn nodig is.
### Artikel 6.10