2025-07-15 | BWBR0046622 | Subsidieregeling ESF+ 2021–2027

This commit is contained in:
Coornhert 2025-07-15 12:00:00 +00:00
parent b43a0c1eed
commit f70a7240c8

View file

@ -58,7 +58,7 @@ d. onderzoeksorganisatie zonder winstoogmerk met eigen medewerkers in loondienst
- *meest behoeftige personen:* natuurlijke personen, zijnde individuen, gezinnen, huishoudens of groepen van personen, met inbegrip van kinderen in kwetsbare situaties en daklozen, van wie de financiële middelen niet toereikend zijn om in eigen levensonderhoud en dat van eventuele gezinsleden te kunnen voorzien en van wie de behoefte aan hulp aan de hand van objectieve criteria door de subsidieontvanger is vastgesteld;
- *Minister:* Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen;
- *NCP:* Nationaal Contactpunt;
- *niet-uitkeringsgerechtigde:* persoon als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
- *niet-uitkeringsgerechtigde:* persoon die jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd en die geen recht op heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of een uitkering op grond van de Participatiewet, de Werkloosheidswet, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Toeslagenwet, de Algemene nabestaandenwet dan wel een uitkering op grond van een regeling, die met deze wetten naar aard en strekking overeenstemt;
- *NLQF:* Nederlands kwalificatieraamwerk;
- *normale arbeidsduur:* arbeidsduur die in de regel, dan wel bij voor de sector waarin de persoon werkzaam is geldende CAO, een volledige dienstbetrekking vormt;
- *Oekraïense ontheemde:* vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft op grond van tijdelijke bescherming als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000 en die deze tijdelijke bescherming ontleent aan Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L71), of een verlenging daarvan;
@ -119,8 +119,8 @@ c. het bevorderen van de toegang tot werk in de arbeidsmarktregios, nader uit
d. het verlenen van voedselhulp, materiele basishulp en begeleidende maatregelen voor de meest behoeftigen, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2C;
e. het bevorderen van sociale inclusie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2D;
f. het ondersteunen van personen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2E;
g. het beschikbaar stellen van middelen voor innovatieve activiteiten ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties;
h. het beschikbaar stellen van middelen voor sociale innovatie ten behoeve van het bereiken en activeren van arbeidsorganisaties om hun beleid op het gebied van gelijke kansen, diversiteit en inclusie te bevorderen en om regionale kennisdeling omtrent deze themas te faciliteren;
g. het beschikbaar stellen van middelen voor innovatieve activiteiten ten behoeve van het bevorderen van gendergelijkheid binnen arbeidsorganisaties, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2f;
h. het beschikbaar stellen van middelen voor sociale innovatie ten behoeve van het bereiken en activeren van arbeidsorganisaties om hun beleid op het gebied van gelijke kansen, diversiteit en inclusie te bevorderen en om regionale kennisdeling omtrent deze themas te faciliteren, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2g;
i. het beschikbaar stellen van middelen voor innovatieve activiteiten ten behoeve van het bevorderen van de arbeidsmarktparticipatie en sociale inclusie van statushouders, Oekraïense ontheemden en arbeidsmigranten, nader uitgewerkt in hoofdstuk 2h.
### Artikel 1.5
@ -477,9 +477,7 @@ c. voor de sector jeugdige delinquent en jongeren in justitiële inrichtingen:
### Artikel 2a.7
**1.** De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van twaalf, zesendertig en achtenveertig maanden van het project, een voortgangsrapportage in over de voorafgaande twaalf maanden, tenzij de minister een tussendeclaratie heeft opgevraagd.
**2.** De voortgangsrapportage wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door de Minister erkende elektronische handtekening.
Vervallen
### Artikel 2a.8
@ -489,11 +487,11 @@ c. voor de sector jeugdige delinquent en jongeren in justitiële inrichtingen:
### Artikel 2a.9
**1.** De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na het verstrijken van de eerste twee jaar van het project een tussentijdse declaratie in bij de Minister.
**1.** De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na het verstrijken van elk jaar van het project een tussentijdse declaratie in bij de Minister, met uitzondering van het laatste jaar van het project.
**2.** De tussentijdse declaratie wordt ingediend onder gebruikmaking van een daartoe door de Minister elektronisch beschikbaar gesteld formulier, voorzien van de vereiste bijlagen en een door hem erkende elektronische handtekening.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Minister besluiten tot het opvragen van een extra tussentijdse declaratie dan wel het laten vervallen van een tussentijdse declaratie.
**3.** In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Minister besluiten tot het laten vervallen van een tussentijdse declaratie.
**4.** De einddeclaratie, bedoeld in artikel 1.16, bevat de som van alle kosten uit de tussentijdse declaraties, na eventuele correcties door de Minister, en de resterende met de einddeclaratie te declareren kosten. De financiële bijlage bij de einddeclaratie bevat alleen de kosten die nog niet eerder zijn gedeclareerd via de tussentijdse declaraties.
@ -857,15 +855,14 @@ Indien er omstandigheden optreden, die de voortgang, inhoud of de administratiev
### Artikel 2e.1
Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden ingediend in het aanvraagtijdvak van 2 oktober 2023, 9.00 uur tot en met 2 mei 2024, 17.00 uur.
Subsidieaanvragen met betrekking tot een project in het kader van dit hoofdstuk worden ingediend in het aanvraagtijdvak van:
a. 2 oktober 2023, 09.00 uur, tot en met 2 mei 2024, 17.00 uur, voor de projectperiode, bedoeld in artikel 2e.8, onderdeel a;
b. 14 juli 2025, 09.00 uur, tot en met 30 juni 2026, 17.00 uur, voor de projectperiode, bedoeld in artikel 2e.8, onderdeel b.
### Artikel 2e.2
**1.** Het beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie op basis van dit hoofdstuk bedraagt € 70.000.000,.
**2.** In geval het totaalbedrag van de aangevraagde subsidies het vastgestelde subsidieplafond te boven gaat, worden de subsidieaanvragen met betrekking tot dat onderwerp door de minister afgehandeld in volgorde van het tijdstip van ontvangst.
**3.** Als tijdstip van ontvangst als bedoeld in het tweede lid geldt het tijdstip waarop een volledige subsidieaanvraag is ingediend.
Het beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie op basis van dit hoofdstuk bedraagt € 70.000.000, per aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1.
### Artikel 2e.3
@ -882,7 +879,7 @@ a. niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden;
b. personen die in een periode van drie jaar voorafgaand aan de start van hun traject een uitkering, als bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet of een IOAW-uitkering, een IOAZ-uitkering, bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, een uitkering van het UWV hebben ontvangen, of nog steeds ontvangen;
c. personen met een opleidingsniveau dat niet hoger is dan MBO-4 of een diploma in het voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020;
d. personen waarvan het basissalaris, exclusief vergoedingen voor overwerk, meerwerk en onregelmatigheidstoeslag, niet meer bedraagt dan 130% van het bedrag, genoemd in artikel 8, eerste en derde lid van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
e. personen op wie de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is, die gemiddeld bruto  35, exclusief BTW per gewerkt uur verdienen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de start van hun traject;
e. personen op wie de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is, die gemiddeld bruto niet meer dan € 41,50 exclusief BTW per gewerkt uur verdienen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de start van hun traject;
f. hier te lande woonachtige vreemdelingen, die rechtmatig in Nederland verblijf houden in de zin van artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000;
g. Oekraïense ontheemden;
h. arbeidsbelemmerden, dan wel personen met een uitkering op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, dan wel arbeidsbeperkten als bedoeld in artikel 38b van de Wet financiering sociale verzekeringen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, IOAW, IOAZ of Ziektewet dan wel personen met een recht op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, dan wel personen in een dienstbetrekking op grond van artikel 10b van de Participatiewet;
@ -894,19 +891,25 @@ i. personen die zijn geregistreerd in het doelgroepenregister in het kader van d
De subsidie voor een project in het kader van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door:
a. een O&O fonds, of;
b. een hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2E.7, derde lid.
a. een O&O fonds;
b. een hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 2E.7, derde lid; of
c. het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente namens een arbeidsmarktregio.
**2.** Een subsidieaanvrager kan binnen het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2E.1, slechts één aanvraag indienen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk.
**2.** Een subsidieaanvrager kan per aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, slechts één aanvraag indienen voor een subsidie op grond van dit hoofdstuk.
**3.**
Onverminderd artikel 1.6 bevat de subsidieaanvraag de volgende gegevens:
Onverminderd artikel 1.6 bevat de subsidieaanvraag de volgende gegevens:
a. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
b. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
c. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband; en
d. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. indien de subsidieaanvrager een O&O-fonds of de hoofdaanvrager van een samenwerkingsverband is:
1°. een afschrift van de notariële akte van oprichting, bedoeld in artikel 286, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de subsidieaanvrager, bedoeld in het eerste lid en, indien na de datum van de akte van oprichting de statuten zijn gewijzigd, een afschrift van de gewijzigde statuten, neergelegd ten kantore van het in artikel 293 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register;
2°. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager en de partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband;
3°. de meest recente jaarrekening van de subsidieaanvrager, met dien verstande dat deze niet ouder is dan de jaarrekening die betrekking heeft op het tweede kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de subsidieaanvraag wordt gedaan, voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid, of een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken, afkomstig van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en
4°. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, vermeld in de subsidieaanvraag;
b. indien de subsidieaanvrager het college van burgemeester en wethouders van een centrumgemeente is: een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat een O&O-fonds dan wel ten minste één werkgeversorganisatie en ten minste één werknemersorganisatie heeft ingestemd met de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en die is ondertekend door zowel het O&O-fonds respectievelijk de betreffende organisaties als de subsidieaanvrager.
**4.** De minister behandelt aanvragen die zijn ingediend in het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, eerste lid, onderdeel b, op volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag en beslist, in afwijking van artikel 1.6, vijfde lid, binnen achttien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
### Artikel 2e.6
@ -948,12 +951,10 @@ b. heeft de hoofdaanvrager gemachtigd om de andere partijen gedurende het subsid
### Artikel 2e.8
**1.**
Een project in het kader van dit hoofdstuk vindt plaats binnen een periode van maximaal 24 maanden en start op:
Een project in het kader van dit hoofdstuk:
a. vindt plaats binnen de projectperiode van 2 oktober 2023 tot en met 31 januari 2026; en
b. heeft een duur van maximaal 24 maanden.
a. 2 oktober 2023, of, indien dit later is, op de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag, voor projecten ingediend in het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, onderdeel a;
b. 14 juli 2025, of, indien dit later is, op de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag, voor projecten ingediend in het aanvraagtijdvak, genoemd in artikel 2e.1, onderdeel b.
### Artikel 2e.9
@ -963,8 +964,7 @@ Een project in het kader van dit hoofdstuk:
a. past binnen het doel, genoemd in artikel 2E.3 en is gericht op personen die tot de doelgroep, bedoeld in artikel 2E.4 behoren;
b. heeft mede tot doel de bevordering van de gelijkheid van vrouwen en mannen en de bevordering van gelijke kansen en non-discriminatie;
c. heeft een startdatum die niet eerder ligt dan de datum van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag en een einddatum die niet later ligt dan 31 januari 2026;
d. bevat een aanvraag voor een subsidiebedrag van ten minste € 200.000, en maximaal € 2.500.000.
c. bevat een aanvraag voor een subsidiebedrag van ten minste € 200.000, en maximaal € 2.500.000.
**2.** Op een daartoe strekkend verzoek van de subsidieontvanger kan de minister besluiten om in de beschikking tot subsidieverlening een andere datum te vermelden dan de in de aanvraag genoemde startdatum
@ -987,28 +987,26 @@ d. EVC-procedure.
**2.** Een intakegesprek is een vastgelegd gesprek bij de start van de deelname van een persoon aan een project tussen de begeleider en die persoon, welk gesprek onder andere betrekking heeft op de door de persoon ervaren situatie waarin hij zich binnen de arbeidsmarkt bevindt en in welke mate zijn arbeidsmarktpositie kan worden verbeterd.
**3.** Intake en begeleiding wordt uitgevoerd door een begeleider, die als loopbaanprofessional of jobcoach is geregistreerd bij de beroepsvereniging van loopbaanprofessionals en jobcoaches Noloc, of die op een andere manier kan aantonen werkervaring, kennis en deskundigheid te hebben met het geven van begeleiding.
**3.** Onder begeleiding valt ook het begeleiden van een persoon na afronding van een scholing of EVC-procedure als bedoeld in artikel 2e.10, eerste lid, of na het vinden van werk.
**4.** De begeleider is een natuurlijk persoon, die niet in dienst is van de werkgever van de persoon en als taak heeft om met de persoon een intakegesprek te voeren over wat nodig is om de arbeidsmarktpositie van de persoon te versterken, of die als begeleider fungeert gedurende het doorlopen van een traject ter versterking van de arbeidsmarktpositie.
**4.** Intake en begeleiding wordt uitgevoerd door een begeleider, die als loopbaanprofessional of jobcoach is geregistreerd bij de beroepsvereniging van loopbaanprofessionals en jobcoaches Noloc, of die op een andere manier kan aantonen werkervaring, kennis en deskundigheid te hebben met het geven van begeleiding.
**5.** De begeleider kan gedurende het traject ter versterking van de arbeidsmarktpositie begeleiding bieden aan de deelnemer.
**5.** De begeleider is een natuurlijk persoon, die niet in dienst is van de werkgever van de persoon en als taak heeft om met de persoon een intakegesprek te voeren over wat nodig is om de arbeidsmarktpositie van de persoon te versterken, of die als begeleider fungeert gedurende het doorlopen van een traject ter versterking van de arbeidsmarktpositie.
**6.** De begeleider kan gedurende het traject begeleiding bieden op het gebied van het bespreekbaar maken van schuldenproblematiek of het oplossen van de problematiek op andere leefgebieden zoals wonen, zorgen, financiën, lichamelijke gezondheid en psychische gezondheid.
**6.** De begeleider kan gedurende het traject ter versterking van de arbeidsmarktpositie begeleiding bieden aan de deelnemer.
**7.** Indien de begeleider heeft vastgesteld dat er sprake is van schuldenproblematiek bij de deelnemer, bespreekt de begeleider de mogelijkheden van externe begeleiding, het bespreekbaar maken van de problematiek en, in geval van ernstige financiële problemen, vindt na instemming van de deelnemer actieve doorgeleiding naar gemeentelijke schuldhulpverlening.
**7.** De begeleider kan gedurende het traject begeleiding bieden op het gebied van het bespreekbaar maken van schuldenproblematiek of het oplossen van de problematiek op andere leefgebieden zoals wonen, zorgen, financiën, lichamelijke gezondheid en psychische gezondheid.
**8.** Indien de begeleider heeft vastgesteld dat er sprake is van schuldenproblematiek bij de deelnemer, bespreekt de begeleider de mogelijkheden van externe begeleiding, het bespreekbaar maken van de problematiek en, in geval van ernstige financiële problemen, vindt na instemming van de deelnemer actieve doorgeleiding naar gemeentelijke schuldhulpverlening.
### Artikel 2e.12
**1.** Scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden worden uitgevoerd door een opleider, die niet in dienst is van de werkgever van de deelnemer en zich beroepshalve bezig houdt met het geven van scholing.
Scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden:
**2.**
Het scholingsaanbod, bedoeld in het eerste lid:
a. wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en leidt tot een diploma, certificaat of erkende beroepsopleidingen of onderdelen ervan, die leiden tot een mbo-diploma, mbo-certificaat of mbo-verklaring, uitgegeven door onderwijsinstellingen in het mbo als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, of als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
b. leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register;
c. wordt gegeven door een opleider die in het bezit is van het keurmerk van de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding; of
d. leidt tot verstrekking van een overheids-, branche- of sector-erkend certificaat.
a. worden aangeboden door een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een andere opleider die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt dat leidt tot een diploma, certificaat of mbo-verklaring;
b. leiden tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register;
c. worden gegeven door een opleider die in het bezit is van het keurmerk van de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding; of
d. leiden tot verstrekking van een overheids-, branche- of sector-erkend certificaat.
### Artikel 2e.13
@ -1020,8 +1018,8 @@ Een EVC-procedure wordt uitgevoerd door een EVC-aanbieder, als bedoeld in artike
In aanvulling op de subsidiabele kosten, genoemd in artikel 1.11, zijn de volgende kosten subsidiabel:
a. externe kosten van de door de begeleider werkelijk gerealiseerde uren, aantoonbaar besteed aan het intakegesprek en de begeleiding gedurende het traject. Het maximaal subsidiabele uurtarief van de begeleider is € 98,38, tenzij de subsidieaanvrager die een hoger uurtarief hanteert de marktconformiteit van dat tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
b. kosten met betrekking tot scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden en opleidingen. Het subsidiabele tarief per deelnemer per gegeven lesuur bedraagt maximaal € 34,73, tenzij de subsidieaanvrager de marktconformiteit van het door hem gehanteerde tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
a. externe kosten van de door de begeleider werkelijk gerealiseerde uren, aantoonbaar besteed aan het intakegesprek en de begeleiding gedurende het traject. Het maximaal subsidiabele uurtarief van de begeleider is € 98,38 voor kosten gemaakt voor 1 januari 2025 en € 111,57 voor kosten gemaakt vanaf deze datum, tenzij de subsidieaanvrager die een hoger uurtarief hanteert de marktconformiteit van dat tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
b. externe kosten met betrekking tot scholing basisvaardigheden en scholing beroepsvaardigheden en opleidingen. Het subsidiabele tarief per deelnemer per gegeven lesuur bedraagt maximaal € 34,73 voor kosten gemaakt voor 1 januari 2025 en € 41,32 voor kosten gemaakt vanaf deze datum, tenzij de subsidieaanvrager de marktconformiteit van het door hem gehanteerde tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
c. de externe kosten van de door een EVC-aanbieder uitgevoerde EVC-procedure. Het maximaal subsidiabele tarief van de EVC-aanbieder bedraagt € 1.250,, tenzij de subsidieaanvrager die een hoger tarief hanteert de marktconformiteit van het door hem gehanteerde tarief aantoont op de wijze als omschreven in het tweede lid;
d. de loonkosten, bedoeld in artikel 2E.15;
e. kosten met betrekking tot loonverlet, zijnde het aantal door de werkgever betaalde uren dat een deelnemer deelneemt aan gegeven scholing basisvaardigheden, scholing beroepsvaardigheden, met uitzondering van de uren voor voorbereiding, reizen en zelfstudie, waarbij de deelnemer niet productief kan zijn in de reguliere werkzaamheden, tegen een vast bedrag per uur ter hoogte van het wettelijke minimumloon vermeerderd met een opslag van 37,5% voor werkgeverslasten;
@ -1052,11 +1050,13 @@ e. het specifiek gaat om een nieuwe indiensttreding.
**3.** De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien de overeengekomen arbeidsduur korter is dan de normale arbeidsduur.
**4.** De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever reeds loonkostensubsidie ontvangt voor de werknemer of op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer.
**4.** Indien de werkgever reeds loonkostensubsidie ontvangt voor de werknemer of op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer, kan loonkostensubsidie op grond van dit artikel slechts worden verstrekt over dat deel van de loonkosten waarvoor nog geen loonkostensubsidie of een andere financiële tegemoetkoming is verstrekt.
**5.** In de situatie, bedoeld in het vierde lid, is het bedrag van de loonkostensubsidie op grond van deze regeling vermeerderd met het bedrag van de andere loonkostensubsidie of de financiële tegemoetkoming op grond van een andere regeling, niet hoger dan het bedrag aan loonkostensubsidie dat op grond van deze regeling kan worden verstrekt in het geval dat er geen sprake is van een andere loonkostensubsidie of een andere regeling voor een financiële tegemoetkoming in verband met de indiensttreding van de werknemer.
### Artikel 2e.16
De volgende kosten zijn niet subsidiabel:
Onverminderd artikel 1.12, onderdelen a tot en met e, en g, en in afwijking van artikel 1.12, onderdeel f, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. loonverletkosten die niet zijn toe te rekenen aan scholingsactiviteiten;
b. loonverletkosten, indien tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt van een loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 2E.15;
@ -1071,10 +1071,10 @@ f. kosten voor activiteiten die plaatsvinden in het kader van een wettelijke ver
**2.**
De minister kan gedurende de looptijd van het project, op verzoek van de hoofdaanvrager besluiten om een aanvullend voorschot te verlenen tot maximaal 50% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximale subsidiebedrag, indien:
De minister kan gedurende de looptijd van het project, op verzoek van de hoofdaanvrager besluiten om een aanvullend voorschot te verlenen tot maximaal 75% van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximale subsidiebedrag, indien:
a. de subsidieontvanger aan de hand van een financiële rapportage in de vorm van een door de minister beschikbaar gesteld formulier de reeds gemaakte kosten, waarop het gevraagde voorschot betrekking heeft, voldoende heeft gespecificeerd en onderbouwd.
b. het verzoek uiterlijk na 14 maanden vanaf de start van het project samen met een voortgangsverslag wordt ingediend; en
b. het verzoek samen met een voortgangsverslag wordt ingediend; en
c. de minister heeft vastgesteld dat de financiële rapportage, bedoeld in tweede lid, onderdeel a, een juiste weergave vormt van de projectadministratie op het moment van indiening.
## Hoofdstuk 2f. Sociale innovatie voor een meer genderevenwichtige arbeidsmarkt
@ -1300,11 +1300,11 @@ c. het actief betrekken van experts en maatschappelijke organisaties en gebruik
**1.**
Onverminderd artikel 1.11 zijn de volgende kosten subsidiabel:
Onverminderd artikel 1.11 zijn de volgende kosten subsidiabel, met dien verstande dat per project op grond van slechts een van de hierna genoemde onderdelen subsidie wordt verstrekt:
a. een opslag van 40% van de subsidiabele loonkosten ter dekking van alle overige kosten, indien enkel directe loonkosten worden gedeclareerd;
b. een opslag van 7% van de subsidiabele kosten ter dekking van de indirecte kosten, of, indien zowel directe loonkosten als direct aan het project toewijsbare externe kosten worden gedeclareerd, een opslag van 15% van de subsidiabele loonkosten ter dekking van de indirecte kosten; en
c. voor zover geen opslag als bedoeld in onderdelen a of b wordt toegepast, loonkosten en externe kosten van de indirecte activiteiten projectadministratie en coördinatie, tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten.
a. een opslag van 40% van de subsidiabele directe loonkosten ter dekking van alle overige kosten, indien enkel directe loonkosten worden gedeclareerd;
b. een opslag van 7% van de subsidiabele directe kosten ter dekking van de indirecte kosten, of, indien directe loonkosten onderdeel zijn van de gedeclareerde directe kosten, een opslag van 15% van de subsidiabele directe loonkosten ter dekking van de indirecte kosten;
c. loonkosten en externe kosten van de indirecte activiteiten projectadministratie en coördinatie, tot een maximum van 20% van de subsidiabele kosten.
**2.** In afwijking van artikel 1.12, onderdeel g, is niet-verrekenbare BTW subsidiabel.