2003-05-23 | BWBR0008977 | Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie

This commit is contained in:
Coornhert 2003-05-23 12:00:00 +00:00
parent 759f727af0
commit f726e587d8

View file

@ -19,16 +19,20 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. *Onze Minister: *Onze Minister van Defensie;
b. *betrokkene:*
1°. de ambtenaar die op basis van het Burgerlijke ambtenarenreglement defensie werkzaam is geweest, en aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel *f*, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is,
2°. de militair, bedoeld in artikel E1, onderdeel *b*, van de Algemene militaire pensioenwet, die ten tijde van het ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is,
3°. de militair, bedoeld in artikel E 2, onderdeel *c*, van de Algemene militaire pensioenwet, die uit hoofde van het ontslag geen aanspraak heeft op uitkering krachtens de Uitkeringswet gewezen militairen, en die met ingang van het tijdstip waarop hij uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is geworden voor het vervullen van de militaire dienst minder dan 80% arbeidsongeschikt is,
4°. de militair, bedoeld in artikel E1, onderdeel *c*, van de Algemene militaire pensioenwet, die ten tijde van het ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is,
1°. de ambtenaar die op basis van het Burgerlijke ambtenarenreglement defensie werkzaam is geweest, en aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in artikel 121, eerste lid, onderdeel f, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is,
2°. de beroepsmilitair, die ter zake van ziekten of gebreken is ontslagen, ten tijde van het ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, en uit dien hoofde aanspraak heeft op een pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen;
3°. de zonder aanspraak op een uitkering krachtens de Uitkeringswet gewezen militairen ontslagen beroepsmilitair, die binnen een maand na zijn ontslag of indien dat ontslag is gevolgd door een pensioengevende ontslaguitkering, binnen een maand volgend op die ontslaguitkering, recht heeft op een pensioen ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen, en met ingang van het tijdstip waarop hij uit hoofde van ziekten of gebreken blijvend ongeschikt is geworden voor het vervullen van de militaire dienst minder dan 80% arbeidsongeschikt is;
4°. de beroepsmilitair:
tenzij er sprake is van volledige benutting van het resterende verdienvermogen in een of meer aangehouden dienstbetrekkingen;
a. die anders dan ter zake van ziekten of gebreken is ontslagen;
b. voor wie ten tijde van dat ontslag en niet reeds ten tijde van een eerder ontslag sprake was van invaliditeit met dienstverband;
c. die recht heeft op pensioen ter zake van ziekten of gebreken ingevolge de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen;
d. ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is en;
e. het resterende verdienvermogen in een of meer aangehouden dienstbetrekkingen niet volledig benut.
c. *arbeidsongeschiktheid: *arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de WAO;
d. * uitkering ter zake van arbeidsongeschiktheid: *een periodieke uitkering ter zake van arbeidsongeschiktheid, die voortvloeit uit enige dienstbetrekking van de betrokkene;
e. *berekeningsgrondslag van de suppletie: *het dagloon van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem recht op suppletie wordt toegekend, voor zover dat betrekking heeft op het inkomen uit het dienstverband waaraan het recht op suppletie wordt ontleend;
f. * dagloon*: het dagloon in de zin van de WAO zonder toepassing van de maximumdagloon grens van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, verminderd met de bijdragen strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel *b*, van het Besluit Algemene Dagloonregelen WAO van de Sociale Verzekeringsraad van 20 april 1967, nr. 61 524 (*Stcrt* 1967) en vermeerderd met het bedrag aan pensioenbijdrageverhaal, bedoeld in artikel 10 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP;
f. * dagloon*: het dagloon in de zin van de WAO zonder toepassing van de maximumdagloon grens van artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering, verminderd met de bijdragen strekkende tot betaling van de premie van een door of voor de betrokkene afgesloten particuliere ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit Algemene Dagloonregelen WAO van de Sociale Verzekeringsraad van 20 april 1967, nr. 61 524 (*Stcrt* 1967) en vermeerderd met het bedrag aan pensioenbijdrageverhaal, bedoeld in artikel 10 van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP;
g. *suppletie:* de suppletie, bedoeld in artikel 6;
h. *Suppletieregeling: *Suppletieregeling gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector Defensie;
i. *werkloosheidsuitkering: *een periodieke uitkering ter zake van ontslag of werkloosheid, die voortvloeit uit enige dienstbetrekking van de betrokkene;
@ -57,7 +61,7 @@ l. ZW-uitkering: ziekengeld als bedoeld in artikel 19 van de Ziektewet.
Het recht op suppletie komt niet tot uitbetaling zolang:
a. de betrokkene een uitkering op grond van de WAO ontvangt, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer;
b. de betrokkene is herplaatst in een functie waaraan hij recht kan ontlenen op herplaatsingstoelage als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP of hoofdstuk E van de Algemene militaire pensioenwet.
b. de betrokkene is herplaatst in een functie waaraan hij recht kan ontlenen op herplaatsingstoelage als bedoeld in paragraaf 9 van het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP of de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen.
### Artikel 5
@ -90,7 +94,7 @@ b. gedurende de daaropvolgende 33 maanden 70%.
**3.** In afwijking van artikel 6, derde lid, wordt de in onderdeel a en b van dat lid genoemde periode verminderd met de periode die gelegen is tussen de ontslagdatum en het moment waarop het recht op suppletie op grond van artikel 2, derde lid, is toegekend. Deze vermindering wordt ten eerste toegepast op de in onderdeel a van het derde lid van artikel 6 genoemde periode gedurende welke de betrokkene recht heeft op 80% van de berekeningsgrondslag van de suppletie.
**4.** In afwijking van artikel 6, derde lid, worden de in dat lid genoemde percentages verhoogd tot 90,02% ingeval van toekenning van suppletie aan een betrokkene als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° , 3° en 4°, bij arbeidsongeschiktheid met dienstverband als bedoeld in artikel E11a van de Algemene militaire pensioenwet.
**4.** In afwijking van artikel 6, derde lid, worden de in dat lid genoemde percentages verhoogd tot 90,02% ingeval van toekenning van suppletie aan een betrokkene als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 2° , 3° en 4°, bij arbeidsongeschiktheid met dienstverband als bedoeld in de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen.
### Artikel 8
@ -196,7 +200,7 @@ Indien het niveau van de uitkering op grond van de WAO een algemene neerwaartse
### Artikel 18
De in artikel 6, derde lid, genoemde periode wordt voor de toepassing van artikel D1, eerste lid, onderdeel *a*, van de Algemene militaire pensioenwet, gelijk gesteld met diensttijd die in werkelijke dienst is doorgebracht.
De in artikel 6, derde lid, genoemde periode wordt voor de toepassing van de bij of krachtens de Kaderwet militaire pensioenen vastgestelde bepalingen inzake voor pensioen geldige tijd, die is doorgebracht als beroepsmilitair, reservist of dienstplichtige, gelijk gesteld met diensttijd die in werkelijke dienst is doorgebracht.
### Paragraaf 8. Overgangsrecht en slotbepalingen