2002-07-01 | BWBR0011919 | Wet bevordering eigenwoningbezit

This commit is contained in:
Coornhert 2002-07-01 12:00:00 +00:00
parent 65f6674d7e
commit f741c4120e

View file

@ -194,10 +194,10 @@ b. een maal een eigenwoningbijdrage toe over ten hoogste de 15 bijdragejaren die
Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekeninkomen meer bedraagt dan:
a. € 16 948,69 bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 22 711,70 bij een tweepersoonshuishouden;
c. € 15 042,81 bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 19 625,99 bij een tweepersoonsouderenhuishouden.
a. € 16 948,69 Per 1 juli 2002: € 17.700.bij een eenpersoonshuishouden;
b. € 22 711,70 Per 1 juli 2002: € 23.750.bij een tweepersoonshuishouden;
c. € 15 042,81Per 1 juli 2002: € 15.725. bij een eenpersoonsouderenhuishouden;
d. € 19 625,99 Per 1 juli 2002: € 20.500.bij een tweepersoonsouderenhuishouden.
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41.
@ -207,10 +207,10 @@ d. € 19 625,99 bij een tweepersoonsouderenhuishouden.
Een eigenwoningbijdrage wordt niet toegekend als het rekenvermogen meer bedraagt dan:
a. € 18 378,10 bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar;
a. € 18 378,10 Per 1 juli 2002: € 19.200.bij een eenpersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger is dan 65 jaar;
b. € 35 200 bij een tweepersoonshuishouden, als de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak jonger zijn dan 65 jaar;
c. € 31 424,28 bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is;
d. € 43 517,52 bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is.
c. € 31 424,28 Per 1 juli 2002: € 32.850.bij een eenpersoonshuishouden of een eenpersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is;
d. € 43 517,52 Per 1 juli 2002: € 45.475.bij een tweepersoonshuishouden of een tweepersoonsouderenhuishouden, als de eigenaar-bewoner of degene die tot diens huishouden behoort op de laatste dag van het eerste bijdragejaar van een driejaarstijdvak 65 jaar of ouder is.
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen worden met ingang van 1 juli van elk jaar aangepast overeenkomstig artikel 41.
@ -235,8 +235,8 @@ b. het rekeninkomen ten minste gelijk is aan:
1 ^e. voor een eenpersoonshuishouden: de naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onder a, en 33, tweede lid, van de Algemene bijstandswet, of een daarmee, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag;
2 ^e. voor een tweepersoonshuishouden: het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder c, van de Algemene bijstandswet, of een daarmee, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag;
3 ^e. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder c, van die wet, en verder vermeerderd met € 1 588,23, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag;
4 ^e. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder a, van die wet, en verder vermeerderd met € 998,32, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag.
3 ^e. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder c, van die wet, en verder vermeerderd met € 1675, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag;
4 ^e. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het naar een jaarinkomen in het peiljaar herrekende bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder a, van die wet, en verder vermeerderd met € 1050, of een met dat aldus vermeerderde bedrag, volgens bij ministeriële regeling te stellen regels, vergelijkbaar bedrag.
**2.** In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder b, kan een eigenwoningbijdrage worden toegekend als de eigenaar-bewoner in de aanvraag aannemelijk maakt dat op het tijdstip van indiening daarvan wordt voldaan aan het eerste lid, onder b.
@ -271,8 +271,8 @@ b. vreemdeling is en rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 1b, aanhef
Voor een primaire toekenning is vereist dat:
a. de kosten van het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan f 259 800 en
b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan f 207 800.
a. de kosten van het verkrijgen in eigendom van de woning niet hoger zijn dan f 259 800Per 1 juli 2002: € 123.500. en
b. het bedrag van de hypothecaire lening niet hoger is dan f 207 800. Per 1 juli 2002: € 98.775.
**2.** De in het eerste lid genoemde bedragen kunnen worden aangepast overeenkomstig artikel 41.
@ -408,8 +408,8 @@ Het minimum-inkomensijkpunt bedraagt, herrekend naar een jaarinkomen in het peil
a. voor een eenpersoonshuishouden: de som van de bedragen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onder a, en 33, tweede lid, van de Algemene bijstandswet;
b. voor een tweepersoonshuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onder c, van de Algemene bijstandswet;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder c, van die wet, en verder vermeerderd met € 1588,23;
d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder a, van die wet, en verder vermeerderd met € 998,32.
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder c, van die wet, en verder vermeerderd met € 1675;
d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: twee maal het bedrag, bedoeld in artikel 9, tiende lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantietoeslag, bedoeld in artikel 29, negende lid, onder a, van die wet, en verder vermeerderd met € 1050.
### Artikel 29
@ -419,7 +419,7 @@ De normlasten per maand bedragen de uitkomst van de formule:
I_r - I_m
 101,65 + s(---------)
 101,65 Per 1 juli 2002: € 105,91.+ s(---------)
12
@ -446,11 +446,7 @@ b. indien overdrachtsbelasting als bedoeld in artikel 2 van de Wet op belastinge
De tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt de uitkomst van de formule:
100 R_p 1
(H x ------------) x ---- x (1 - f) x --- -N_m
100 + P_o 100 12
(H x (100)/(100 + P_o)) x (R)_p /(100) x (1 - f) x (1) /(12) - N_m
in welke formule voorstelt:
@ -476,11 +472,7 @@ N_m: de normlasten per maand over het driejaarstijdvak, die het gemiddelde bedra
De toeslag, bedoeld in het eerste lid, onder b, bedraagt de uitkomst van de formule:
P_o R_p 1
(H_m x ---------------) x ------ x (1 - f) x ----
100 + P_o 100 12
(H_m x (P_o)/(100 + P_o)) x (R_p)/(100) x (1 - f) x (1)/(12)
in welke formule voorstelt:
@ -492,11 +484,11 @@ R_p: het percentage, bedoeld in artikel 26, eerste lid, dat geldt op het tijdsti
f: de van toepassing zijnde factor, bedoeld in artikel 27, die bij de primaire toekenning geldt op de peildatum.
**6.** De som van de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid berekende bedragen wordt naar boven afgerond op hele euro's.
**6.** De som van de overeenkomstig het tweede tot en met vijfde lid berekende bedragen wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
### Artikel 31
**1.** Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van artikel 30, tweede lid, ten hoogste € 152,47 is.
**1.** Voor een primaire toekenning is vereist dat het bedrag dat voor het eerste driejaarstijdvak is berekend met toepassing van artikel 30, tweede lid, ten hoogste € 152,47 Per 1 juli 2002: € 159,11. is.
**2.** Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 16, eerste lid, wordt in de in dat artikellid bedoelde algemene maatregel van bestuur tevens bepaald welk bedrag in plaats van het in het eerste lid van dit artikel genoemde bedrag in de betrokken provincies zal gelden, en bepaald op welke wijze eerstbedoeld bedrag wordt of kan worden toegepast.
@ -644,6 +636,8 @@ P_mt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van artikel
**8.** De eigenwoningbijdrage, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, is de netto contante waarde van de bedragen die overeenkomstig het tweede tot en met zevende lid zijn berekend over die bijdragejaren met betrekking tot welke de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, een positief bedrag is.
**9.** Het volgens het achtste lid toe te kennen bedrag wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
## Hoofdstuk 6. Aanpassing van bedragen en factoren
### Artikel 41
@ -656,13 +650,19 @@ P_mt: de maandelijkse spaarpremie ten tijde van de eerste toepassing van artikel
**4.** Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks, na overleg met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de hoogte vastgesteld van de bedragen die vanaf 1 juli krachtens artikel 28 als minimum-inkomensijkpunt zullen gelden.
**5.** De factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen.
**5.**
De bedragen en factoren worden als volgt afgerond:
a. de minimum normlasten en de maximale ewb, bedoeld in het eerste lid, worden naar boven afgerond op hele eurocenten;
b. het maximaal toegestaan inkomen en het maximaal toegestaan vermogen, bedoeld in het eerste lid, en de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 25;
c. de factoren, bedoeld in het derde lid, worden naar boven afgerond op twee decimalen.
**6.** De overeenkomstig het eerste tot en met vijfde lid vastgestelde, vanaf 1 juli geldende bedragen en factoren worden elk jaar uiterlijk op 1 mei in de Staatscourant bekendgemaakt.
**7.** Bij een volgende aanpassing van deze bedragen en factoren wordt uitgegaan van de bedragen en factoren zoals die waren, voordat zij werden afgerond.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in deartikelen 11, eerste lid, onder b, 3^e en 4^e, en 28, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en de factor, genoemd in artikel 29, eerste lid, onder s:, hoger of lager worden gesteld.
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de bedragen, genoemd in deartikelen 11, eerste lid, onder b, 3^e en 4^e, en 28, onder c en d (ouderentoeslag bij minimum-inkomensijkpunt), en de factor, genoemd in artikel 29, eerste lid, onder s, hoger of lager worden gesteld.
## Hoofdstuk 7. Aanvraag, toekenning en betaling