2025-01-17 | BWBR0006040 | Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
This commit is contained in:
parent
367fd04543
commit
f77eb949ca
1 changed files with 25 additions and 9 deletions
|
|
@ -286,7 +286,11 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**5.** Indien de opleiding niet kan worden afgerond voordat ontslag plaats vindt op grond van artikel 113, vijfde lid, kan de opleiding na het ontslag worden afgerond met vergoeding van de daarmee samenhangende opleidingskosten met inachtneming van de in het tweede lid bedoelde maximum bedragen.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van dit artikel.
|
||||
**6.** De burgerlijk ambtenaar aan wie ingevolge artikel 113, eerste lid, ontslag wordt verleend en direct daarop volgend in dienst treedt als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie, behoudt de op dat moment beschikbare individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in het eerste lid. Deze resterende aanspraak wordt overgeheveld naar de individuele opleidingsaanspraak, bedoeld in artikel 16bis, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
|
||||
|
||||
**7.** De aanspraak bedoeld in het zesde lid bouwt verder door tot de maximum bedragen bedoeld in artikel 16bis, tweede lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement, tenzij de aanspraak bij aanvang van de aanstelling als militair ambtenaar bij het ministerie van Defensie reeds meer is dan het maximum bedrag, bedoeld in artikel 16bis, tweede lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
|
||||
|
||||
**8.** Bij ministeriele regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van dit artikel.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
|
|
@ -1267,7 +1271,7 @@ Het kort durend zorgverlof, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet arbeid en zorg, wo
|
|||
|
||||
### Artikel 46f
|
||||
|
||||
Wanneer aan de ambtenaar door de commandant aanvullend geboorteverlof als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet arbeid en zorg wordt verleend, behoudt hij over de periode van het aanvullend geboorteverlof dat ten hoogste vijf gehele weken bedraagt gebaseerd op de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per week, 75% van zijn bezoldiging.
|
||||
Wanneer aan de ambtenaar door de commandant aanvullend geboorteverlof als bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet arbeid en zorg wordt verleend, behoudt diegene over de periode van het aanvullend geboorteverlof dat ten hoogste vijf gehele weken bedraagt gebaseerd op de voor de ambtenaar geldende arbeidsduur per week, 100% van diens bezoldiging.
|
||||
|
||||
### Artikel 47
|
||||
|
||||
|
|
@ -2141,9 +2145,14 @@ c. ingevolge een aanvraag van de ambtenaar.
|
|||
|
||||
### Artikel 114
|
||||
|
||||
**1.** Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds Abp, wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds Abp op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op evengenoemde uitkering ontstaat.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag van de ambtenaar kan het in het eerste lid bedoelde ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de dienstverhouding. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het eerste lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur.
|
||||
Op aanvraag van de ambtenaar wordt ontslag verleend met het oog op een uitkering op grond van:
|
||||
|
||||
a. de Regeling vervroegd uittreden, bedoeld in hoofdstuk 11;
|
||||
b. het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.
|
||||
|
||||
**2.** Op aanvraag van de ambtenaar kan ontslag ook voor een gedeelte van de voor hem geldende arbeidsduur worden verleend, tenzij de belangen van de dienst zich hiertegen verzetten. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de dienstverhouding. Ontslag voor een gedeelte van de arbeidsduur waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op de in het eerste lid bedoelde uitkering heeft plaatsgevonden bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidsduur.
|
||||
|
||||
**3.** Artikel 113, tweede tot en met vijfde lid, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2360,7 +2369,7 @@ Indien door de ambtenaar voor het gebruik der ambts- of dienstwoning een vergoed
|
|||
|
||||
**5.** De bezoldiging waarop de ambtenaar ingevolge het derde en vierde lid aanspraak heeft, kan aan anderen dan de ambtenaar worden uitbetaald.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 11
|
||||
## Hoofdstuk 11. Regeling vervroegd uittreden
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
||||
|
|
@ -2512,7 +2521,7 @@ g. als kapitein of eerste machinist aan boord van een zeesleper of een haven- of
|
|||
h. aan boord van de tanker of de transportvaartuigen van de Rijks Havendienst;
|
||||
i. aan boord van een schip van de Hydrografische Dienst;
|
||||
j. bij het burgerbewakingspersoneel van het Joint Operations Centre;
|
||||
k. als bewaker-hondengeleider of bewaker-hondengeleider-portier bij het burgerbewakingspersoneel van de Koninklijke landmacht, voor zover belast met de continubewaking van afgelegen objecten onder verzwarende terreinomstandigheden, geldt een leefijdsgrens indien hij de leeftijd van zestig jaar bereikt:
|
||||
k. als bewaker-hondengeleider of bewaker-hondengeleider-portier bij het burgerbewakingspersoneel van de Koninklijke landmacht, voor zover belast met de continubewaking van afgelegen objecten onder verzwarende terreinomstandigheden, geldt een leeftijdsgrens indien hij de leeftijd van zestig jaar bereikt:
|
||||
|
||||
1°. in het jaar 2010, van zestig jaar en twee maanden;
|
||||
2°. in het jaar 2011, van zestig jaar en vier maanden;
|
||||
|
|
@ -2526,13 +2535,20 @@ k. als bewaker-hondengeleider of bewaker-hondengeleider-portier bij het burgerbe
|
|||
10°. in het jaar 2019, van één en zestig jaar en elf maanden;
|
||||
11°. in het jaar 2020, 2021 of 2022, van tweeënzestig jaar.
|
||||
|
||||
**3.** Aan de ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid kan eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin de voor de ambtenaar geldende leeftijdsgrens wordt bereikt. Dit ontslag wordt aangemerkt als een ontslag als bedoeld in artikel 114, eerste lid, indien wordt voldaan aan de daar bedoelde voorwaarden.
|
||||
**3.** Aan de ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid kan op diens aanvraag eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin de voor de ambtenaar geldende leeftijdsgrens wordt bereikt. Dit ontslag wordt aangemerkt als een ontslag als bedoeld in artikel 114, eerste lid, indien wordt voldaan aan de daar bedoelde voorwaarden.
|
||||
|
||||
**4.** Het in het derde lid bedoelde ontslag kan op aanvraag of met instemming van de ambtenaar voor de duur van ten hoogste één jaar worden opgeschort indien dit door het bevoegde gezag in het belang van de dienst wordt geacht en de ambtenaar blijkens de uitslag van een onderzoek door de deskundige persoon of de arbodienst bedoeld in artikel 54a, onderdeel b, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven waarnemen. De opschorting kan op gelijke voet telkenmale voor één jaar worden verlengd. Niettemin kan aan de ambtenaar, die tussentijds blijkens de uitslag van een bedrijfsgeneeskundig onderzoek ongeschikt is geworden voor de verdere waarneming van zijn functie, eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste van de maand, volgende op die waarin de uitslag van het geneeskundig onderzoek te zijner kennis is gebracht.
|
||||
**4.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft het recht om na het bereiken van de in het eerste respectievelijk tweede lid genoemde leeftijdsgrens langer door te werken op zijn functie voor een periode van maximaal vier respectievelijk twee jaar. Na afloop van deze periode kan dit op aanvraag van de ambtenaar jaarlijks worden verlengd, indien dit door het bevoegde gezag in het belang van de dienst wordt geacht en de ambtenaar blijkens de uitslag van een onderzoek door de deskundige persoon of de arbodienst, bedoeld in artikel 54a, onderdeel b, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht diens functie te blijven uitoefenen. Indien tussentijds uit de uitslag van een bedrijfsgeneeskundig onderzoek blijkt dat de ambtenaar ongeschikt is geworden voor de verdere uitoefening van diens functie, zal alsnog ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**5.** De ambtenaar bedoeld in het eerste of tweede lid voor wie tijdens de periode gelegen na het vijfenvijftigste levensjaar op basis van een individuele afweging het voortzetten van de uitoefening van zijn functie leidt tot een te grote fysieke belasting, wordt een passende functie opgedragen, bij voorkeur in of in de nabijheid van zijn standplaats, met behoud van het uitzicht op functioneel leeftijdsontslag als bedoeld in het derde lid.
|
||||
|
||||
**6.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die de leeftijd van vijfenvijftig respectievelijk zestig jaar bereikt in het jaar 2023 of later, wordt vóór het bereiken van de leeftijd van zestig respectievelijk tweeënzestig jaar een andere functie dan bedoeld in het eerste of tweede lid opgedragen. Indien dit niet mogelijk blijkt, wordt ontslag verleend als bedoeld in het derde lid.
|
||||
**6.** De ambtenaar, bedoeld in het eerste of tweede lid, die de leeftijd van vijfenvijftig respectievelijk zestig jaar bereikt in het jaar 2023 of later, wordt vóór het bereiken van de leeftijd van zestig respectievelijk tweeënzestig jaar een passende functie opgedragen als bedoeld in artikel 105 niet zijnde een functie als bedoeld in het eerste of tweede lid.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
|
||||
Indien het tijdig opdragen van een passende functie als bedoeld in het zesde lid niet mogelijk is, kan de ambtenaar:
|
||||
|
||||
a. op aanvraag ontslag worden verleend als bedoeld in het derde lid dan wel
|
||||
b. op aanvraag ervoor kiezen om door te werken op diens functie tot het bereiken van de in het vierde lid genoemde momenten, waarna de ambtenaar een andere functie kan worden opgedragen.
|
||||
|
||||
### Artikel 172
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue