From f7fe15f0ac59ed8e70c7ac5aaa15dbaa1d9b82e2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sun, 1 Jul 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-07-01 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand --- .../BWBR0015703/README.md | 150 +++++------------- 1 file changed, 37 insertions(+), 113 deletions(-) diff --git a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md index 8c9004319ff..f134deb8222 100644 --- a/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md +++ b/wet/wet-werk-en-bijstand/BWBR0015703/README.md @@ -108,7 +108,7 @@ e. *ten laste komend kind:* het kind jonger dan 18 jaar voor wie aan de alleenst **2.** -In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder meerderjarig kind niet verstaan het kind wiens in aanmerking te nemen inkomen niet meer bedraagt dan € 1023,42 per 1 januari 2012: € 1059,49per maand, en dat: +In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder meerderjarig kind niet verstaan het kind wiens in aanmerking te nemen inkomen niet meer bedraagt dan € 1023,42 per 1 juli 2012: € 1.065,79per maand, en dat: a. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt; b. aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; of @@ -174,7 +174,7 @@ b. het verlenen van bijstand aan personen hier te lande die in zodanige omstandi Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is niet van toepassing op personen: -a. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +a. jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen; b. als bedoeld in artikel 41, vierde lid, onderdelen a of b, die zich hebben gemeld om bijstand aan te vragen gedurende de vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44; of c. aan wie het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een uitkering verstrekt. @@ -356,7 +356,10 @@ Geen recht op algemene bijstand heeft degene: a. van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft; b. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die een meerderjarig gezinslid is van het gezin waartoe een zodanig persoon behoort, voor zover het gebrek aan middelen van dat gezinslid daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder of alleenstaande ouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, onder 3, is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg; -c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +c. die jonger is dan 27 jaar en uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kan volgen en: + +1°. in verband daarmee aanspraak heeft op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000, dan wel +2°. in verband daarmee geen aanspraak heeft op studiefinanciering en dit onderwijs niet volgt; d. die jonger is dan 27 jaar en uit wiens houding en gedragingen ondubbelzinnig blijkt dat hij de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, of artikel 55 niet wil nakomen. **3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. Het eerste lid, onderdelen a en b, is voor zover het het recht op bijzondere bijstand betreft, niet van toepassing op de persoon aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, dan wel van artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht of, na ontslag van alle rechtsvervolging, van artikel 37b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht en op de persoon die zich onttrekt aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende maatregel op grond van die artikelen. @@ -432,19 +435,19 @@ b. er geen in aanmerking te nemen vermogen is. Voor een belanghebbende die alleenstaande is, is de norm per kalendermaand: -a. indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 227,00 per 1 januari 2012: € 230,91; -b. indien hij 21 jaar of ouder is: € 656,93 per 1 januari 2012: € 668,21; +a. indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 227,00 per 1 juli 2012: € 230,98; +b. indien hij 21 jaar of ouder is: € 656,93 per 1 juli 2012: € 668,44; **2.** Voor een persoon die alleenstaande ouder is, is de norm per kalendermaand: -a. indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 489,77 per 1 januari 2012: € 498,19; -b. indien hij 21 jaar of ouder is: € 919,70 per 1 januari 2012: € 935,49. +a. indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 489,77 per 1 juli 2012: € 498,35; +b. indien hij 21 jaar of ouder is: € 919,70 per 1 juli 2012: € 935,81. ### Artikel 21 -**1.** Voor een gezin waarvan alle meerderjarige gezinsleden jonger dan 65 jaar zijn, is de norm per kalendermaand: € 1313,85 per 1 januari 2012: € 1336,42. +**1.** Voor een gezin waarvan alle meerderjarige gezinsleden jonger dan 65 jaar zijn, is de norm per kalendermaand: € 1313,85 per 1 juli 2012: € 1.336,87. **2.** @@ -452,21 +455,21 @@ In afwijking van het eerste lid is de norm per kalendermaand, indien het betreft a. een gezin dat uit twee meerderjarige personen van 18, 19 of 20 jaar bestaat: -1°. indien er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 454,00 per 1 januari 2012: € 461,82; -2°. indien er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 716,77 per 1 januari 2012: € 729,10; +1°. indien er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 454,00 per 1 juli 2012: € 461,96; +2°. indien er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 716,77 per 1 juli 2012: € 729,33; b. een gezin dat uit twee meerderjarige personen bestaat, waarvan een persoon 18, 19 of 20 jaar is en waarvan de andere persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is: -1°. indien er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 883,93 per 1 januari 2012: € 899,12; -2°. indien er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 1146,70 per 1 januari 2012: € 1166,40; -c. een gezin dat uit drie meerderjarige personen bestaat, waarvan twee personen 18, 19 of 20 jaar zijn en waarvan een persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 1110,93 per 1 januari 2012: € 1130,03. +1°. indien er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 883,93 per 1 juli 2012: € 899,42; +2°. indien er ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 1146,70 per 1 juli 2012: € 1.166,79; +c. een gezin dat uit drie meerderjarige personen bestaat, waarvan twee personen 18, 19 of 20 jaar zijn en waarvan een persoon 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar is en er geen ten laste komende kinderen tot het gezin behoren: € 1110,93 per 1 juli 2012: € 1.130,40. ### Artikel 22 Voor belanghebbenden van 65 jaar of ouder is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 januari 2012: € 1.026,35; -b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 januari 2012: € 1.291,60; -c. een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 januari 2012: € 1.412,71. +a. een alleenstaande:  € 843,90 per 1 juli 2012: € 1.026,66; +b. een alleenstaande ouder:  € 1071,01 per 1 juli 2012: € 1.291,99; +c. een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,16 per 1 juli 2012: € 1.413,13. ### Artikel 23 @@ -474,8 +477,8 @@ c. een gezin waarvan een of meer gezinsleden 65 jaar of ouder zijn:  € 1188,1 Bij een verblijf in een inrichting is de norm per kalendermaand, indien het betreft: -a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 januari 2012: € 296,26; -b. alle meerderjarige gezinsleden:  € 382,43 per 1 januari 2012: € 460,79. +a. een alleenstaande of een alleenstaande ouder:  € 245,85 per 1 juli 2012: € 296,35; +b. alle meerderjarige gezinsleden:  € 382,43 per 1 juli 2012: € 460,93. **2.** @@ -503,7 +506,7 @@ Indien slechts een van de gezinsleden recht op algemene bijstand heeft, is voor **1.** Het college verhoogt de norm, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, met een toeslag voorzover de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Deze kosten kunnen in ieder geval niet geheel of gedeeltelijk gedeeld worden met thuisinwonende kinderen van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000. -**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 januari 2012: € 267,28 per kalendermaand. +**2.** De toeslag bedraagt ten hoogste  € 227,11 per 1 juli 2012: € 267,37 per kalendermaand. ### Artikel 26 @@ -557,7 +560,7 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan g. vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend; h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen uitkeringen inzake werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, waarbij voor 16- en 17-jarigen een maximum geldt van € 827,00 per maand, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen; i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden; -j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 januari 2012: € 2.288,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; +j. een een- of tweemalige premie van ten hoogste € 1984,00 per 1 juli 2012: € 2.292,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling; k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag; l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade; m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn; @@ -565,7 +568,7 @@ n. inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van o. de ten behoeve van een levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bij een uitvoerder als bedoeld in artikel 19g, derde lid, van die wet opgebouwde voorziening; p. een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 29a van de Algemene nabestaandenwet; q. een uitkering als bedoeld in artikel 118a, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet of een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2:52 of 3:10 van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten; -r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 120,00 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval: +r. inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder of alleenstaande ouder met een of meer meerderjarige kinderen tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 120,00 per 1 juli 2012: € 120,23 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval: 1°. hij de volledige zorg heeft voor een tot zijn last komend kind tot 12 jaar, 2°. de periode van zes aaneengesloten maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, en @@ -610,7 +613,7 @@ Indien een meerderjarig kind als bedoeld in artikel 4: a. uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt, b. aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000, of -c. voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in aanmerking komt, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan € 1 023,42 per 1 januari 2012: € 1059,49 per maand. +c. voor een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in aanmerking komt, wordt zijn inkomen slechts in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan € 1 023,42 per 1 juli 2012: € 1.065,79 per maand. ### Artikel 33 @@ -729,7 +732,7 @@ Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32: **1.** In deze paragraaf wordt onder netto minimumloon verstaan het minimumloon per maand, genoemd in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, verhoogd met de aanspraak op vakantiebijslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet, en vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet. -**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend 197,5% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover, vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met de premies werknemersverzekeringen. +**2.** De in het eerste lid bedoelde loonbelasting en premies volksverzekeringen worden berekend voor een werknemer, jonger dan 65 jaar, rekening houdend met uitsluitend 195% van de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964, over het minimumloon en de aanspraak op vakantiebijslag daarover, vermeerderd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, en verminderd met de premies werknemersverzekeringen. **3.** Indien ingevolge een van de socialeverzekeringswetten een premie wordt ingehouden waarvan het percentage per bedrijfstak verschilt, wordt met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels bij ministeriële regeling voor de toepassing van het eerste lid een gemiddeld percentage vastgesteld. @@ -804,11 +807,16 @@ b. een gezin waarvan alle gezinsleden jonger dan 27 jaar zijn, wordt niet eerder ingediend dan vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44, en wordt niet eerder dan vier weken na die melding door het college in behandeling genomen. -**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**5.** Indien tot de personen voor wie bijstand is aangevraagd meerderjarige personen jonger dan 27 jaar behoren, worden documenten verstrekt die het college kunnen helpen bij de beoordeling of de meerderjarige personen jonger dan 27 jaar nog mogelijkheden hebben binnen het uit ‘s Rijks kas bekostigde onderwijs. **6.** De personen, bedoeld in het vierde lid, onderdelen a en b, die recht hebben op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, kunnen zich al melden om bijstand aan te vragen vanaf de dag gelegen vier weken voordat het recht op die uitkering eindigt. -**7.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**7.** + +De documenten, bedoeld in het vijfde lid, worden verstrekt: + +a. indien het vierde lid van toepassing is: bij de aanvraag van algemene bijstand; +b. indien het vierde lid niet van toepassing is: binnen vier weken na de melding, bedoeld in artikel 44. **8.** @@ -1631,33 +1639,11 @@ Indien het college vóór de datum van inwerkingtreding van paragraaf 5.4 ten a ### Artikel 78p -**1.** Artikel 9a, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), blijft van toepassing op de alleenstaande ouder die op de dag voor inwerkingtreding van die wet een ontheffing heeft op grond van artikel 9a, gedurende de duur van de ontheffing, doch ten hoogste gedurende zes maanden na inwerkingtreding van die wet. - -**2.** - -Artikel 31, tweede lid, onderdeel c, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), blijft van toepassing en artikel 31, tweede lid, onderdeel r, is niet van toepassing, gedurende twee maanden na inwerkingtreding van die wet, op de alleenstaande ouder: - -a. op wie op de dag voor inwerkingtreding van die wet de vrijlating van het bedrag waarmee de alleenstaande ouderkorting wordt vermeerderd, bedoeld in artikel 8.15, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de inkomensafhankelijke combinatiekorting van toepassing is; en -b. voor wie de toepassing van artikel 31, tweede lid, onderdeel c, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van die wet tot een hogere uitkering leidt. - -**3.** - -Ingeval van een alleenstaande ouder op wie: - -a. de vrijlating van het bedrag waarmee de alleenstaande ouderkorting wordt vermeerderd, bedoeld in artikel 8.15, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001, of de inkomensafhankelijke combinatiekorting; en -b. de vrijlating van inkomsten uit arbeid, bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel n; - -van toepassing is op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650) blijft de vrijlating, bedoeld in onderdeel a, in afwijking van het tweede lid, van toepassing gedurende de periode dat op de alleenstaande ouder de vrijlating, bedoeld in onderdeel b, van toepassing is. - -**4.** Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding. +Vervallen ### Artikel 78q -**1.** Artikel 13, vierde lid, onderdeel a, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), is van toepassing op de persoon die op de dag voor de inwerkingtreding van die wet recht heeft op algemene bijstand of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren en verblijf houdt in het buitenland, gedurende de duur van zijn verblijf, doch ten hoogste gedurende drie maanden na de inwerkingtreding van die wet. - -**2.** Artikel 13, vierde lid, onderdeel b, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650), blijft van toepassing op de persoon die op de dag voor de inwerkingtreding van die wet verblijf houdt in het buitenland, gedurende de duur van zijn verblijf, doch ten hoogste gedurende zes maanden na de inwerkingtreding van die wet. - -**3.** Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding. +Vervallen ### Artikel 78r @@ -1665,22 +1651,7 @@ Vervallen ### Artikel 78s -**1.** - -Op de persoon die op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650) recht heeft op algemene bijstand of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren,: - -a. zijn de artikelen 3, 4, 5, onderdeel e, 9, derde lid, 11, vierde lid, 18, vierde lid, 19, eerste lid, aanhef, 23, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, 24, 31, eerste lid en tweede lid, onderdeel h, 32, derde en vierde lid, 33, vijfde lid, 34, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel c, 35, eerste lid, 43, tweede en derde lid, 45, derde lid, aanhef, vierde en vijfde lid, 47a, eerste lid, onderdeel b, 47c, vijfde lid, 50, eerste lid, 59, eerste lid, en 78m, zoals die luidden op die dag, van toepassing; -b. blijven de artikelen 21, tweede lid, onderdeel c, en 32, vijfde lid, buiten toepassing; - -tot het tijdstip waarop het recht op die algemene bijstand, respectievelijk de als gevolg van artikel 78t ontstane algemene bijstand, eindigt doch niet langer dan zes maanden na die datum van inwerkingtreding. - -**2.** Ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste lid, wordt tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, in de artikelen 21 en 22 voor «een gezin» telkens gelezen «gehuwden» en wordt voor «meerderjarige gezinsleden» telkens gelezen: echtgenoten. - -**3.** Indien de gehuwde, de alleenstaande of de alleenstaande ouder op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650) recht op algemene bijstand of een inkomensvoorziening op grond van de Wet investeren in jongeren heeft, doen zijn meerderjarige bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning als de gehuwde, de alleenstaande of de alleenstaande ouder hun hoofdverblijf hebben, op verzoek aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hen redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij vanaf de dag gelegen zes maanden na de dag van inwerkingtreding van die wet van invloed kunnen zijn op hun arbeidsinschakeling of het recht op bijstand van de meerderjarige bloed- en aanverwanten in de eerste graad die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben. - -**4.** De meerderjarige bloed- en aanverwanten in de eerste graad, bedoeld in het derde lid, zijn verplicht aan het college desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze wet. - -**5.** Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding. +Vervallen ### Artikel 78t @@ -1696,59 +1667,12 @@ tot het tijdstip waarop het recht op die algemene bijstand, respectievelijk de a ### Artikel 78u -**1.** Op de persoon op wie artikel 33, tweede lid, op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de wet van 22 december 2011 tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden (Stb. 650) van toepassing was, zijn de artikelen 33, tweede lid, en 39, eerste lid, zoals die luidden op die dag, van toepassing tot het tijdstip waarop het recht op algemene bijstand, respectievelijk de als gevolg van artikel 78t ontstane algemene bijstand, eindigt doch niet langer dan zes maanden na die datum van inwerkingtreding. - -**2.** Dit artikel vervalt zes maanden na zijn inwerkingtreding. +Vervallen ### Artikel 78v Artikel 8, eerste lid, onderdeel g, en tweede lid, onderdeel d, vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. -### Artikel 78w - -**1.** Op de persoon die op de dag voor inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets recht heeft op bijstand zijn de artikelen 4, 5, onderdeel e, 7, derde lid, onderdeel b, 9, derde, vijfde en zesde lid, 11, vierde lid, 13, tweede lid, onderdeel b, 18, vierde lid, 19, eerste lid, aanhef, 20 tot en met 24, 25, eerste lid, 26, 31, eerste en tweede lid, onderdelen h, r en w, 32, derde tot en met vijfde lid, 33, vijfde lid, 34, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdelen b en c, 35, eerste en negende lid, 36, zesde lid, 38, eerste lid, onderdeel c, en zesde lid, 41, vierde tot en met zesde lid, 43, tweede en derde lid, 44, vierde lid, 45, derde lid, aanhef, vierde en vijfde lid, 47a, eerste lid, onderdeel b, 47c, vijfde lid, 50, eerste lid, 59, eerste en tweede lid, 78m, zoals die luidden op die dag, van toepassing indien die toepassing leidt tot een hogere uitkering. Die toepassing eindigt op het tijdstip waarop het recht op die bijstand eindigt doch ten hoogste met ingang van 1 januari 2013. - -**2.** - -Bij de toepassing van de artikelen, bedoeld in het eerste lid, wordt met ingang van 1 juli 2012: - -a. in artikel 4, tweede lid, aanhef, en 32, vijfde lid, onderdeel c, voor «€ 1 059,49» gelezen: € 1 065,79; -b. in artikel 20, eerste lid, onderdeel a, voor «€ 230,91» gelezen: € 230,98; -c. in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, voor € 668,21» gelezen: € 668,44; -d. in artikel 20, tweede lid, onderdeel a, voor «€ 498,19» gelezen: € 498,35; -e. in artikel 20, tweede lid, onderdel b, voor «€ 935,49» gelezen: € 935,81; -f. in artikel 21, eerste lid, voor «€ 1 336,42» gelezen: € 1 336,87; -g. in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, voor «€ 461,82» gelezen: € 461,96; -h. in artikel 21, tweede lid, onderdeel a, onder 2° voor «€ 729,10» gelezen: € 729,33; -i. in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 1°, voor «€ 899,12» gelezen: € 899,42; -j. in artikel 21, tweede lid, onderdeel b, onder 2° voor «€ 1 166,40» gelezen: € 1 166,79; -k. in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, voor «€ 1 130,03» gelezen: € 1 130,40; -l. in artikel 22, onderdeel a, voor «€ 1 026,35» gelezen: € 1 026,66; -m. in artikel 22, onderdeel b, voor «€ 1 291,60» gelezen: € 1 291,99; -n. in artikel 22, onderdeel c, voor «€ 1 412,71» gelezen: € 1 413,13; -o. in artikel 23, eerste lid, onderdeel a, voor «€ 296,26» gelezen: € 296,35; -p. in artikel 23, eerste lid, onderdeel b, voor € 460,79» gelezen: € 460,93; -q. in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, wordt voor «120,00» gelezen: € 120,23. - -**3.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2013. - -### Artikel 78x - -**1.** - -Aan een persoon: - -a. die zich tussen 26 april 2012 en 2 maanden na publicatie van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets in het Staatsblad heeft gemeld om bijstand aan te vragen; en -b. van wie het college heeft vastgesteld dat hij als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets recht heeft op bijstand, - -wordt die bijstand toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan en kan deze dag, in afwijking van artikel 44, eerste lid, liggen voor de dag waarop belanghebbende zich heeft gemeld doch niet voor 1 januari 2012. - -**2.** Op de persoon, bedoeld in het eerste lid, is artikel 41, vierde lid, niet van toepassing. - -### Artikel 78y - -Indien als gevolg van inwerkingtreding van de Wet afschaffing huishoudinkomenstoets het college ten aanzien van belanghebbende over een periode een vordering heeft met betrekking tot kosten van algemene bijstand en als gevolg van inwerkingtreding van die wet die belanghebbende over diezelfde periode recht op algemene bijstand heeft jegens de Sociale verzekeringsbank, betaalt de Sociale Verzekeringsbank, zonder dat daarvoor machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek van het college uit die bijstand het bedrag van die vordering uit aan het college. - ## Hoofdstuk 8. Slotbepalingen ### Artikel 79