2000-01-01 | BWBR0010859 | Besluit overgangsrecht FLO-functies

This commit is contained in:
Coornhert 2000-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2caf572dfd
commit f813ec3a20

View file

@ -12,7 +12,7 @@ citeertitel: Besluit overgangsrecht FLO-functies
### Artikel 1
Vervallen
Op de gewezen ambtenaar die op de dag voorafgaande aan de dag waarop de Regeling uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag is ingetrokken, een uitkering genoot op grond van die regeling, blijft laatstgenoemde regeling, zoals deze op voornoemde dag luidde, van toepassing.
### Artikel 2
@ -25,16 +25,12 @@ Onder een wezenlijke onderbreking, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan
a. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
b. het genieten van ouderschapsverlof en zwangerschaps- en bevallingsverlof;
c. het in een aaneengesloten periode opnemen van gespaarde compensatie-uren, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Regeling van 25 november 1996 (Stcrt. 233);
d. het in een aaneengesloten periode opnemen van verlof als bedoeld in de Verlofspaarregeling rijkspersoneel;
e. het in een aaneengesloten periode opnemen van verlof als bedoeld in de Levensloopregeling rijkspersoneel;
f. het genieten van scholingsverlof als bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
g. een tijdelijke overplaatsing, als bedoeld in artikel 58 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
d. het genieten van scholingsverlof als bedoeld in artikel 59, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
e. een tijdelijke overplaatsing, als bedoeld in artikel 58 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
**3.** De op grond van artikel 97, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vastgestelde regels zijn van overeenkomstige toepassing op het ontslag, bedoeld in het eerste lid, tenzij bij dit besluit daarvan wordt afgeweken.
**4.** Voor de ambtenaar die is geboren vóór 1 januari 1950 wordt het in het eerste lid verleende ontslag wordt geacht een ontslag te zijn als bedoeld in artikel 94a, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.
**5.** Aan de ambtenaar die is geboren in de periode van 1 januari 1950 tot en met 31 december 1964 wordt in verband met een ontslag als bedoeld in het eerste lid, buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging verleend. Tijdens dit verlof bestaat recht op een uitkering. Deze uitkering bedraagt 80% van de bezoldiging. De uitkering eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop de ambtenaar met het totaal van zijn recht op extra opbouw ouderdomspensioen, zijn recht op inkoop aanspraken ouderdomspensioen en zijn aanspraken op grond van overgangsbepaling A bij hoofdstuk 6 van het pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP in staat is een pensioenuitkering te financieren tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt waarvan de hoogte gelijk is aan zijn uitkering.
**4.** Het in het eerste lid verleende ontslag wordt geacht een ontslag te zijn als bedoeld in artikel 94a, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, indien ten aanzien van dat ontslag wordt voldaan aan de in dat artikel genoemde voorwaarden.
### Artikel 3
@ -46,8 +42,11 @@ a. bij het Ministerie van Justitie, een instelling van de Dienst Justitiële Inr
• hoofd begeleiding;
• bedrijfsleider;
• sociaal-cultureel werker;
• leraar;
• instructeur lichamelijke opvoeding;
• therapeut;
• hoofd civiele dienst/hoofd interne dienst;
• kok;
b. bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de directie Visserij:
• kok aan boord van de zeegaande onderzoeksvaartuigen;
@ -58,53 +57,42 @@ c. bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat:
• kantonnier duinarbeider;
2. de Scheepsvaartinspectie van het directoraat-generaal Goederenvervoer:
• adjunct-inspecteur;
• expert en senior-expert;
• scheepsmeter en senior-scheepsmeter;
• (senior-)expert;
• (senior-)scheepsmeter;
3. de hoofdafdeling Handhaving van de Rijksdienst voor de Radiocommunicatie van het directoraat-generaal Telecommunicatie en Post:
• inspectie-ambtenaar Landmobiel en Binnenvaart;
• (eerste) medewerker mobiele monitoring;
• (senior) monitoringsambtenaar;
• (senior) medewerker registratie en analyse;
• (senior) medewerker handhaving landmobiel en binnenvaart/mobiele monitoring;
• medewerker handhaving landmobiel en toezicht EMC;
• medewerker handhaving landmobiel en binnenvaart/ zeevaart/markttoezicht radio- en randapparatuur;
• medewerker handhaving technisch specialist/mobiele monitoring/landmobiel en binnenvaart;
• medewerker handhaving technisch specialist/landmobiel en binnenvaart/markttoezicht radio- en randapparatuur;
• medewerker handhaving toezicht EMC/mobiele monitoring;
• senior medewerker handhaving zeevaart/landmobiel en binnenvaart;
• senior medewerker handhaving zeevaart/mobiele monitoring;
d. bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Arbeidsinspectie:
d. bij het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de dienst Recherchezaken:
• rechercheur;
e. bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Arbeidsinspectie:
• technisch ambtenaar die permanent en volledig is tewerkgesteld bij de buitendienst van Stoomwezen B.V.;
e. bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Binnenlandse Veiligheidsdienst:
f. bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Binnenlandse Veiligheidsdienst:
• de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan te wijzen functies.
### Artikel 4
**1.** Vervallen.
**1.** Voor de ambtenaar die op 1 januari 2000 55 jaar of ouder is, gaat het in artikel 2, eerste lid, bedoelde ontslag in op de eerste dag van de maand volgende op die waarin de ambtenaar de leeftijd van 60 jaar bereikt.
**2.** Voor de ambtenaar die is geboren vóór 1 januari 1950, gaat het in artikel 2, eerste lid, bedoelde ontslag zoveel maanden eerder in dan zijn ontslag op zijn 65ste jaar, als het aantal jaren, dat de ambtenaar voor 1 januari 2000 een of meer functies waaraan een leeftijdsgrens was verbonden op grond van artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van onderhavig besluit, zonder wezenlijke onderbreking heeft vervuld, vermenigvuldigd met een factor 2, met een maximum van 60 maanden.
**2.** Voor de ambtenaar die op 1 januari 2000 jonger is dan 55 jaar, gaat het in artikel 2, eerste lid, bedoelde ontslag zoveel maanden eerder in dan zijn ontslag op zijn 65ste jaar, als het aantal jaren, dat de ambtenaar voor 1 januari 2000 een of meer functies waaraan een leeftijdsgrens was verbonden op grond van artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van onderhavig besluit, zonder wezenlijke onderbreking heeft vervuld, vermenigvuldigd met een factor 2, met een maximum van 60 maanden.
**3.** Voor de ambtenaar die is geboren in de periode van 1 januari 1950 tot en met 31 december 1964, gaat het in artikel 2, vijfde lid, bedoelde verlof zoveel maanden eerder in dan de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, als het aantal jaren dat de ambtenaar voor 1 januari 2000 een of meer functies waaraan een leeftijdsgrens was verbonden op grond van artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dit artikel luidde vóór inwerkingtreding van onderhavig besluit, zonder wezenlijke onderbreking heeft vervuld, vermenigvuldigd met een factor 2, met een maximum van 60 maanden.
**4.** Voor de ambtenaar die geboren is na 31 december 1964, gaat het in artikel 2, eerste lid, bedoelde ontslag zoveel maanden eerder in dan de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt, als het aantal jaren, dat de ambtenaar voor 1 januari 2000 een of meer functies waaraan een leeftijdsgrens was verbonden op grond van artikel 97, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, zoals dit artikel luidde vóór inwerkingtreding van onderhavig besluit, zonder wezenlijke onderbreking heeft vervuld, vermenigvuldigd met een factor 2, met een maximum van 60 maanden.
**5.** Ten aanzien van het begrip wezenlijke onderbreking is artikel 2, tweede lid, van toepassing.
**3.** Ten aanzien van het begrip wezenlijke onderbreking is artikel 2, tweede lid, van toepassing.
### Artikel 5
**1.** Op verzoek van de ambtenaar ziet het bevoegd gezag af van het verlenen van ontslag, bedoeld in artikel 2 eerste lid, voor de duur van telkens één jaar, indien de ambtenaar blijkens de uitslag van een door de deskundige persoon of arbodienst ingesteld arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onder f, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven vervullen.
**1.** Het bevoegd gezag kan van het verlenen van het ontslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor de duur van telkens ten hoogste één jaar afzien, indien het dienstbelang zich daartegen niet verzet, de ambtenaar zulks heeft aangevraagd of daarmee instemt en hij blijkens de uitslag van een door de Arbo-dienst ingesteld arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 36a, eerste lid, onder g, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht zijn functie te blijven vervullen.
**2.** Indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarde, genoemd in het eerste lid, wordt eervol ontslag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verleend.
**2.** Indien niet meer wordt voldaan aan een of meer van de in het eerste lid genoemde voorwaarden, vindt ontslag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, plaats.
**3.** Het ontslag, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand, maar niet later dan drie maanden na de dag, waarop niet langer aan de voorwaarde, genoemd in het eerste lid, wordt voldaan.
**3.** Het ontslag wordt verleend met ingang van een dag niet vroeger dan een maand of niet later dan drie maanden na de dag, waarop niet langer aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden wordt voldaan.
### Artikel 6
**1.** Voor de ambtenaar die is geboren vóór 1 januari 1950 bedraagt de uitkering, verbonden aan een ontslag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 80% van de bezoldiging, vermeerderd met zoveel ten hoogste tien maal 0,5% van de bezoldiging als het totaal aantal volle voor pensioen geldige dienstjaren die meetellen voor de pensioenberekening krachtens het pensioenreglement, op de datum van het ontslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, meer dan dertig bedraagt.
**1.** In afwijking van de op grond van artikel 97, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement gestelde regels bedraagt de uitkering, verbonden aan een ontslag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 80% van de bezoldiging, vermeerderd met zoveel ten hoogste tien maal 0,5% van de bezoldiging als het totaal aantal volle voor pensioen geldige dienstjaren die meetellen voor de pensioenberekening krachtens het pensioenreglement, op de datum van het ontslag, bedoeld in artikel 2, eerste lid, meer dan dertig bedraagt.
**2.**