diff --git a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md index f41e764f31f..cb572dc254a 100644 --- a/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md +++ b/circulaire/vreemdelingencirculaire-2000-b/BWBR0012289/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Vreemdelingencirculaire 2000 (B) bwb_id: BWBR0012289 type: circulaire status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2007-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2007-04-16' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0012289 citeertitel: Vreemdelingencirculaire 2000 (B) --- @@ -308,7 +308,7 @@ Ingevolge artikel 14, tweede lid, Vw wordt een verblijfsvergunning regulier voor a. gezinshereniging of gezinsvorming (zie B2); b. verblijf ter adoptie of als pleegkind (zie B3); -c. het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 van de Wobka (zie B2); +c. het afwachten van onderzoek naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders, bedoeld in artikel 11 Wobka (zie B2); d. familiebezoek (zie B13); e. het verrichten van arbeid als zelfstandige (zie B5); f. het verrichten van arbeid in loondienst (zie B5); @@ -330,10 +330,13 @@ u. voortgezet verblijf (zie B16); v. wedertoelating (zie B4); w. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken (zie B14 en deel C); x. verblijf als Amv (zie B14 en deel C); -y. verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d van het Besluit uitvoering Wav (zie B15); -z. werkzaam in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1 e, eerste lid, van het Besluit uitvoering Wav (zie B5 en B10). +y. verblijf als kennismigrant als bedoeld in artikel 1d Besluit uitvoering Wav (zie B15); +z. werkzaam in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening, als bedoeld in artikel 1e, eerste lid, Besluit uitvoering Wav (zie B5 en B10; of +aa. verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene (zie B17). -Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie artikel 3.4, tweede lid, Vb en de desbetreffende materiehoofdstukken B2 en verder). Daarnaast kan de Minister een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen onder een andere beperking dan hiervoor genoemd (zie artikel 3.4, derde lid, Vb). Het moet daarbij gaan om een verblijfsvergunning op reguliere gronden en niet op asielgerelateerde gronden (zie B1/9.2). +Deze beperkingen kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning (zie artikel 3.4, tweede lid, Vb en de desbetreffende materiehoofdstukken B2 en verder). + +Daarnaast kan de Minister een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verlenen onder een andere beperking dan hiervoor genoemd (zie artikel 3.4, derde lid, Vb). Het moet daarbij gaan om een verblijfsvergunning op reguliere gronden en niet op asielgerelateerde gronden (zie B1/9.2). Ingevolge artikel 14, tweede lid, Vw kunnen verblijfsvergunningen voor bepaalde tijd alleen onder een beperking verband houdende met het verblijfsdoel worden verleend en is verlening van een zodanige verblijfsvergunning zonder beperkingen niet mogelijk. @@ -349,7 +352,7 @@ De in het derde lid gegeven bevoegdheid ziet niet op situaties waarin de vreemde Gelet op het uitgangspunt om van bedoelde bevoegdheid terughoudend gebruik te maken, gelet op mogelijke precedentwerking en in het belang van de noodzakelijke coördinatie is de hieronder vermelde werkwijze vastgesteld. -Indien de vreemdeling verblijf vraagt voor een doel dat niet voorkomt in artikel 3.4, eerste lid, Vb – en ook niet in de Vc – geldt het volgende: +Indien de vreemdeling verblijf vraagt voor een doel dat niet voorkomt in artikel 3.4, eerste lid, Vb (en ook niet in de Vc) geldt het volgende: a. de IND beziet of de vreemdeling het waarom en de noodzaak van het andere verblijfsdoel dan wel de andere beperking heeft vermeld; b. de IND beziet of de vreemdeling één en ander met gegevens en bescheiden heeft onderbouwd overeenkomstig B1/9.3; @@ -523,6 +526,10 @@ Ingevolge artikel 3.67, tweede lid, Vb kan de verblijfsvergunning worden verleen De bevoegdheid van artikel 3.67, tweede lid, Vb kan alleen worden gebruikt in afwijking van artikel 3.57 Vb. Deze bevoegdheid kan dan ook niet worden gebruikt om af te wijken van andere artikelen van het Vb, zoals de artikelen 3.59, 3.65, 3.66, 3.69, of 3.70 Vb. Evenmin wordt deze bevoegdheid gebruikt om de in het beleid neergelegde maximale verblijfsduren op te rekken (bijvoorbeeld de maximale verblijfsduur voor studenten, stagiaires, practicanten, onbezoldigd wetenschappelijk onderzoekers en vreemdelingen die arbeid in loondienst verrichten in het kader van een actieprogramma van de EU), of om de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning te verlengen terwijl niet meer aan het verblijfsdoel of de voorwaarden wordt voldaan. +De verblijfsvergunning van de echtgeno(o)t(e) van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a dan wel l, Vw die deze status in een andere lidstaat heeft verkregen, en het minderjarige kind van de echtgeno(o)t(e) of die langdurig ingezetene wordt op grond van artikel 3.67, derde lid, Vb, in afwijking van artikel 3.57 Vb, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de vergunning van de langdurig ingezetene. + +De geregistreerde partner dan wel ongehuwde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). + #### 3.2. Afwijkende bepalingen bij verlenging na gezinshereniging De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde duur wordt bij verlenging ervan vastgesteld op het maximum dat ingevolge het Vb mogelijk is (zie de artikelen 3.67, 3.69 en 3.70 Vb). @@ -552,7 +559,7 @@ Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder a, Vw kan een aanvraag tot het verlenen Alleen de aanvraag tot het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 Vw kan worden afgewezen op grond van het ontbreken van een mvv. Dat betekent dat het ontbreken van een mvv geen betekenis heeft voor de beoordeling van de volgende aanvragen: -– aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw); +– aanvragen tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw); – een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (zie artikel 28 Vw); – een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd (zie artikel 33 Vw). @@ -568,78 +575,101 @@ Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wor a. de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één der door de Minister van BuZa aan te wijzen landen; -Deze landen zijn: Australië, België, Canada, Cyprus Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zweden en Zwitserland. +*Toelichting* + +Deze landen zijn: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Monaco, Nieuw-Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Vaticaanstad, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Zweden en Zwitserland. Voor vreemdelingen uit deze landen staat echter wel de mogelijkheid open om bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland onverplicht een mvv aan te vragen ten einde hun verblijfsaanspraken vooraf te laten toetsen, zodat ook zij vroegtijdig weten of hun verblijfsrecht toekomt. b. de gemeenschapsonderdaan, voorzover niet reeds vrijgesteld op grond van een aanwijzing, als bedoeld onder a; +*Toelichting* + Een gemeenschapsonderdaan heeft geen verblijfsvergunning nodig om rechtmatig in Nederland te verblijven. Een gemeenschapsonderdaan ontleent zijn verblijfsrecht immers rechtstreeks aan het gemeenschapsrecht. Ook van belang is dat de vreemdeling die niet zelf onderdaan is van een lidstaat van de EU, EER of Zwitserland, maar die wel rechtstreeks verblijfsrecht aan het gemeenschapsrecht ontleent, bijvoorbeeld als echtgeno(o)t(e), kind, partner of (schoon)ouder van een gemeenschapsonderdaan, vrijgesteld is van het mvv-vereiste (zie de definitiebepaling van gemeenschapsonderdaan in artikel 1 Vw). c. de vreemdeling voor wie het gelet op diens gezondheidstoestand niet verantwoord is om te reizen; +*Toelichting* + Voor deze vrijstelling dient beoordeeld te worden of de vreemdeling in staat is te reizen naar zijn land van herkomst of bestendig verblijf en in staat kan worden geacht daar de behandeling af te wachten van een door hem in te dienen mvv-aanvraag. Omstandigheden die de feitelijke toegankelijkheid van de medische zorg in het land van herkomst of bestendig verblijf betreffen, worden niet betrokken bij de beoordeling. Hierbij wordt aangesloten bij B8/4.4. Voor de procedurele aspecten wordt in dit kader verwezen naar B8/4. d. de vreemdeling die slachtoffer of getuige-aangever is van vrouwenhandel; -Het Nederlandse beleid is er op gericht de opsporing en vervolging van hen die zich aan mensenhandel schuldig maken, zoveel mogelijk te bevorderen. In dat opzicht is van groot belang dat slachtoffers en getuigen van mensenhandel aangifte doen van mensenhandel. Met de verblijfsregeling zoals neergelegd in artikel 3.48 Vb wordt beoogd te voorkomen dat het slachtoffer of de getuige van mensenhandel afziet van het doen van aangifte uit vrees Nederland te worden uitgezet als illegale vreemdeling. In dat verband wordt er op gewezen dat het slachtoffer of de getuige ingevolge artikel 8, onder k, Vw gedurende een bedenktijd van maximaal drie maanden rechtmatig verblijf in Nederland kan verkrijgen. In dat geval wordt nog geen verblijfsvergunning verleend. +*Toelichting* + +Het Nederlandse beleid is er op gericht de opsporing en vervolging van hen die zich aan mensenhandel schuldig maken, zoveel mogelijk te bevorderen. In dat opzicht is van groot belang dat slachtoffers en getuigen van mensenhandel aangifte doen van mensenhandel. Met de verblijfsregeling zoals neergelegd n artikel 3.48 Vb wordt beoogd te voorkomen dat het slachtoffer of de getuige van mensenhandel afziet van het doen van aangifte uit vrees Nederland te worden uitgezet als illegale vreemdeling. In dat verband wordt er op gewezen dat het slachtoffer of de getuige ingevolge artikel 8, onder k, Vw gedurende een bedenktijd van maximaal drie maanden rechtmatig verblijf in Nederland kan verkrijgen. In dat geval wordt nog geen verblijfsvergunning verleend. Ingeval het noodzakelijk is dat de vreemdeling in Nederland verblijft nadat de aangifte is gedaan, kan de in artikel 3.48 Vb bedoelde verblijfsvergunning worden verleend zolang dat in het belang van de opsporing en vervolging van mensenhandel noodzakelijk is. Het mvv-vereiste wordt hierbij niet tegengeworpen. Er dient wel een proces-verbaal van de aangifte opgemaakt te zijn. In het geval van de getuige-aangever kan de verblijfsvergunning eerst worden verleend, indien het OM de aanwezigheid van de getuige-aangever in Nederland gewenst acht voor het opsporings- en vervolgingsonderzoek. Ook in die situatie wordt het mvv-vereiste niet tegengeworpen. Er dient wel proces verbaal van de aangifte opgemaakt te zijn. -e. de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw dan wel van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vw; of +e. de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag in het bezit was van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw dan wel van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vw; +f. de vreemdeling die tijdig een aanvraag heeft ingediend tot wijziging van een verblijfsvergunning; -f. de vreemdeling die tijdig een aanvraag heeft ingediend tot wijziging van een verblijfsvergunning. +*Toelichting e en f* Het mvv-vereiste is niet van toepassing op de vreemdeling die onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier in het bezit was van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. Het ontbreken van een mvv wordt evenmin tegengeworpen aan de vreemdeling die een aanvraag indient om wijziging van het verblijfsdoel. Hierbij is van belang dat er geen onderscheid wordt gemaakt naar het soort verblijfsdoel. De vrijstelling geldt bijvoorbeeld ook indien een vreemdeling twee maanden in het bezit geweest is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw en vervolgens in aanmerking wenst te komen voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Voor de beoordeling of er sprake is van voortzetting van verblijf is dan niet van belang of de eerdere vergunning verlengd zou zijn of dat de vergunning na twee maanden is ingetrokken in verband met een wijziging in de situatie in het land van herkomst. Van belang is wel dat de aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel tijdig, dat wil zeggen in ieder geval niet later dan zes maanden na afloop van de geldigheidsduur van de eerdere verblijfsvergunning, ontvangen is (zie artikel 3.82 Vb en B1/5.1). +g. de vreemdeling die behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie; +h. de vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere staat die partij is bij het EG-verdrag, dan wel de echtgenoot of het minderjarig kind is van die houder, in geval het gezin reeds was gevormd in die andere staat; + +De geregistreerde partner dan wel ongehuwde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). + +*Vrijstellingen op grond van het Vb* Ingevolge artikel 3.71, tweede lid, Vb kan van het vereiste van een geldige mvv vrijgesteld worden, de vreemdeling: +i. die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst; -g. die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. +*Toelichting* De vreemdeling die voor diens negentiende levensjaar ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw kan in aanmerking komen voor wedertoelating tot Nederland. Indien de vreemdeling minderjarig is kan een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden verleend. Indien de vreemdeling meerderjarig is kan een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. Hiermee verhoudt zich niet dat het mvv-vereiste wordt tegengeworpen. Dit onderdeel komt grotendeels overeen met artikel 52a, onderdeel g, van het voormalige Vb, met dien verstande dat toegevoegd is de categorie vreemdelingen die in diezelfde periode geheel of gedeeltelijk als Nederlander in Nederland hebben verbleven. Het is redelijk laatstgenoemde vreemdelingen niet anders te behandelen om de enkele reden dat het rechtmatig verblijf geheel of gedeeltelijk als Nederlander in Nederland is doorgebracht. - -h. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van de Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die: +j. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van de Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die: – sedert het moment van geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw of als Nederlander; of -– op het moment van de geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van artikel 8, onder f tot en met k, Vw en die sedertdien aansluitend rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw heeft, voor zover geen van beiden het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. +– op het moment van de geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van artikel 8, onder f tot en met k, Vw en die sedertdien aansluitend rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw heeft, voor zover geen van beiden het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst; + +*Toelichting* Kinderen van twaalf jaar of jonger die in Nederland zijn geboren, vanaf dat moment onafgebroken in Nederland woonachtig zijn en naar het oordeel van de Minister feitelijk zijn blijven behoren tot het gezin van een van de ouders die sinds de geboorte van het kind in Nederland verblijft op grond van een verblijfsvergunning, komen in aanmerking voor een verblijfsvergunning indien zij feitelijk (zijn blijven) behoren tot het gezin van die ouder. Als hoofdregel geldt dat één van de ouders binnen drie dagen na de geboorte van het kind een aanvraag ten behoeve van het kind moet indienen bij de burgemeester van de gemeente waar zij woon- of verblijfplaats hebben, om het verblijfsrecht mede geldig te maken voor het kind. Vanaf de leeftijd van twaalf jaar worden deze kinderen ook feitelijk in het bezit gesteld van een vreemdelingendocument waaruit het verblijfsrecht blijkt. Is het kind evenwel niet direct na de geboorte aangemeld dan kan tot en met de leeftijd van twaalf jaar alsnog een aanvraag worden ingediend. In dat geval kan de verblijfsvergunning worden verleend indien naar het oordeel van de Minister genoegzaam is aangetoond dat het kind vanaf de geboorte onafgebroken in Nederland heeft verbleven en feitelijk is blijven behoren tot het gezin van de ouder die houder is van een verblijfsvergunning. Gelet op het feit dat deze kinderen in Nederland zijn geboren, is het niet rechtvaardig om de aanvraag af te wijzen omdat het kind niet in het bezit is van een geldige mvv. Hetzelfde geldt ten aanzien van kinderen die in Nederland zijn geboren uit een ouder die op het moment van die geboorte rechtmatig in Nederland verbleef, al dan niet in afwachting van een (nadere) beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. Van dat kind wordt evenmin verlangd dat het met die ouder vertrekt naar het land van herkomst om daar de beslissing op de mvv-aanvraag af te wachten. Tot de hier bedoelde categorie behoren onder meer de kinderen die tijdens de procedure in Nederland worden geboren uit een ouder die aansluitend op die procedure in het bezit wordt gesteld van een verblijfsvergunning. Tevens zijn vrijgesteld andere kinderen die in Nederland zijn geboren op een moment waarop de ouder op een der andere in artikel 8 Vw genoemde gronden rechtmatig in Nederland verbleef, bijvoorbeeld in verband met de aangifte van mensenhandel, of tijdens de vrije termijn, en die aansluitend op dat rechtmatige verblijf in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning. +k. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21a Vw; -i. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 Vw; +*Toelichting* -Onderdeel i ziet op feitelijk in Nederland verblijvende afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie in Nederland. +Onderdeel k ziet op feitelijk in Nederland verblijvende afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie in Nederland. Geaccrediteerde personeelsleden van een buitenlandse diplomatieke of consulaire missie en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status op grond van het Diplomatenverdrag of het Consulaire verdrag. De verblijfsstatus van de hoofdpersoon is bepalend voor de status van afhankelijke gezinsleden. Indien de uitgezonden status van de hoofdpersoon komt te vervallen, vervalt daarmee tevens de uitgezonden status van de afhankelijke gezinsleden. De afhankelijke gezinsleden die tien jaar of langer bij de hoofdpersoon in Nederland verblijven komen – evenals de hoofdpersoon – onder omstandigheden in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Na beëindiging van de bijzondere geprivilegieerde status van de hoofdpersoon kan het voorkomen dat de geprivilegieerde hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Dit kan het geval zijn indien één of meer van de afhankelijke gezinsleden nog minderjarig is of als één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet minimaal tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven op basis van een bijzondere geprivilegieerde status. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Deze vrijstelling houdt verband met het feit dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, het feit dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en het feit dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Gelet hierop is het niet redelijk van deze afhankelijke gezinsleden een mvv te verlangen. -Geaccrediteerde personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel i ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een mvv te verlangen. Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel 3.71, vierde lid, Vb. +Personeelsleden van internationale organisaties en hun afhankelijke gezinsleden bezitten een bijzondere status (de uitgezonden status) op grond van de Zetelovereenkomsten, waarin onder andere bepalingen zijn opgenomen omtrent hun verblijfsrechtelijke positie. Deze personeelsleden en hun meerderjarige afhankelijke gezinsleden kunnen onder omstandigheden in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie B12). Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon wel in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Indien deze afhankelijke gezinsleden op grond van het nationale vreemdelingenrecht in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging, geldt vrijstelling van het mvv-vereiste. Onderdeel c ziet niet op de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van een internationale organisatie. Echter, ten aanzien van hen geldt evenzeer dat sprake is van eerder (langdurig) verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, dat tijdig om verblijfsrecht op grond van de Vw is verzocht en dat de vreemdeling in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon. Daarom is evenmin redelijk van hen een mvv te verlangen. Daarmee wordt voor deze categorie toepassing gegeven aan artikel 3.71, vierde lid, Vb. +l. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; -j. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat; +*Toelichting* -Onderdeel j ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vw is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 tot en met 3.38 Vb en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wav en de Vw wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste. +Onderdeel l ziet op bepaalde categorieën buitenlandse werknemers in de internationale sector van de arbeidsmarkt. De Vw is niet van toepassing op buitenlandse werknemers aan boord van Nederlandse zeeschepen of mijnbouwinstallaties op het Nederlandse deel van het continentaal plat, omdat werknemers in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt niet werkzaam zijn op Nederlands grondgebied. Deze vreemdelingen komen derhalve in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Er zijn echter enkele specifieke regelingen met betrekking tot de vergunningverlening met het oog op verlof, gezinshereniging en gezinsvorming, werkloosheid en werk op het Nederlandse grondgebied voor vreemdelingen die een arbeidsverleden van zeven jaren of langer in deze sectoren van de internationale arbeidsmarkt hebben (zie artikel 3.34 tot en met 3.38 Vb en B5). Gelet op het feit dat deze vreemdelingen veelal niet beschikken over een vaste woon- of verblijfplaats in het buitenland, geacht worden verblijf te houden aan boord van het Nederlandse zeeschip of de mijnbouwinstallatie op het Nederlandse deel van het continentaal plat, en reeds zeven jaren in deze positie verkeren, is het redelijk van hen niet te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen. Omdat op vreemdelingen die werkzaam zijn in de internationale luchtvaart, het internationale wegtransport of de internationale binnenscheepvaart onder bepaalde voorwaarden de Wav en de Vw wel van toepassing zijn, zijn die vreemdelingen niet vrijgesteld van het mvv-vereiste. +m. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80; -k. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije; +*Toelichting* -Dit onderdeel heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het Associatiebesluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het Associatiebesluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het Associatiebesluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige mvv hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortzetting van verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit 1/80 kunnen voortvloeien. +Dit onderdeel heeft betrekking op vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80. Deze zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Het Associatiebesluit 1/80 geeft rechten aan Turkse werknemers die behoren tot de legale arbeidsmarkt van een lidstaat. Ingevolge de jurisprudentie van het Hof van Justitie houdt het recht zoals neergelegd in het Associatiebesluit 1/80 om na een bepaalde periode van legale arbeid de arbeid voort te kunnen zetten, noodzakelijkerwijs in dat de betrokken vreemdeling een recht van verblijf heeft. Volgens het Hof wordt aan de erkenning van die rechten door artikel 6 van het Associatiebesluit 1/80 niet de voorwaarde gesteld dat het legale karakter van de arbeid door de Turkse werknemer wordt gestaafd door het bezit van een specifiek administratief document, zoals een verblijfsvergunning. Als wordt vastgesteld dat een Turkse werknemer behoort tot de legale arbeidsmarkt en uit dien hoofde recht heeft op een verblijfsvergunning kan het ontbreken van een geldige mvv hem niet worden tegengeworpen. In de meeste gevallen zal de desbetreffende werknemer echter verkeren in een situatie van voortzetting van verblijf of reeds op grond van enige andere vrijstelling van het mvv-vereiste zijn vrijgesteld. Voor de volledigheid zij opgemerkt dat verblijfsrechten niet slechts uit artikel 6, maar ook uit enkele andere artikelen van het Associatiebesluit 1/80 kunnen voortvloeien +n. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet; -l. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, of +*Toelichting* Dit onderdeel heeft betrekking op de vreemdeling die met gebruikmaking van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet een verblijfsvergunning aanvraagt. Hierbij gaat het zowel om de ouder als het (meerderjarige) kind die eerder in Nederland hebben verbleven. Door de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet (en daarmee tevens naar het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet) is verzekerd dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de vreemdeling die voor de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking komt. Deze bepaling ziet derhalve niet op de vreemdeling die op grond van eerdere of andere remigratieregelingen is teruggekeerd naar zijn land van herkomst en die wil terugkeren naar Nederland. De vreemdeling die binnen één jaar na remigratie uit Nederland op grond van de Remigratiewet een aanvraag om verblijf in Nederland indient en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland gedurende ten minste drie achtereenvolgende jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning, komt op grond van de terugkeeroptie van artikel 8 van de Remigratiewet in aanmerking voor een verblijfsvergunning. Uit artikel 10, eerste lid, onder b, van het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet volgt dat alleen voor de terugkeeroptie in aanmerking komt, de vreemdeling die drie jaar in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning onder een beperking van niet-tijdelijke aard. De beperkingen van tijdelijke aard zijn voor het bepaalde bij en krachtens de Remigratiewet geregeld in de Regeling Aanwijzing vreemdelingen wegens verblijf voor een tijdelijk doel (Stcrt. 2000, 62). Uiteraard is de verwijzing naar artikel 8 van de Remigratiewet alleen van belang voorzover daaruit het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voortvloeit. In andere gevallen kan de vreemdeling op grond van deze terugkeeroptie een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend. In het laatste geval kan de desbetreffende aanvraag niet worden afgewezen wegens het ontbreken van een mvv. Overigens verdient het de voorkeur dat deze vreemdelingen vóór hun terugkeer naar Nederland een mvv aanvragen. Artikel 8 van de Remigratiewet heeft ook betrekking op kinderen van vreemdelingen. Ook deze kinderen kunnen van de terugkeeroptie gebruikmaken en zijn daarmee vrijgesteld van het mvv-vereiste. Concreet betekent dit, dat vrijgesteld is de vreemdeling die direct voorafgaande aan de remigratie als minderjarig kind van de ouder in Nederland heeft verbleven op grond van een verblijfsvergunning of als Nederlander en binnen een jaar na de remigratie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet met de ouder naar Nederland terugkeert. Tevens is vrijgesteld de vreemdeling die binnen een jaar na de remigratie meerderjarig is geworden en vervolgens zelfstandig naar Nederland terugkeert. +o. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is; -m. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. +*Toelichting* De persoon die feitelijk in Nederland verblijft en bij de rechtbank te ’s-Gravenhage een verzoek ingevolge artikel 17, eerste lid, Rwn heeft ingediend tot vaststelling van zijn vermeende Nederlanderschap, wordt in het algemeen niet uitgezet indien dat verzoek naar het oordeel van de Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is. In dat geval kan de betrokkene, onder omstandigheden, in aanmerking komen voor een reguliere verblijfsvergunning, in afwachting van de beslissing op het verzoek. Gelet op het feit dat de verzoeken van deze personen niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot zijn en zij veelal lange tijd in Nederland verblijven voordat twijfels over de Nederlandse nationaliteit ontstonden, is het niet redelijk van hen te verlangen dat zij terugkeren naar het land van herkomst om aldaar een mvv aan te vragen en kunnen zij in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning. +p. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31 Vb. -n. die tijdelijke bescherming heeft en in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 Vw, onder een beperking als bedoeld in artikel 3.30 of 3.31 Vb. +*Toelichting* -Dit onderdeel n is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn nr. 2001/55 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequentie van de opvang van deze personen (PbEG L 212). Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de EER overeenkomst, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een mvv afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van artikel 3.71 Vb: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is (in afwijking van artikel 3.71, derde lid, Vb) eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste. +Dit onderdeel p is het gevolg van de implementatie per 15 februari 2005 van de Richtlijn 2001/55. Ingevolge artikel 12 van deze richtlijn staan de lidstaten personen die tijdelijke bescherming genieten toe om, voor een periode die niet langer is dan die van hun tijdelijke bescherming, werkzaam te zijn in loondienst of als zelfstandige. Daarbij mogen de lidstaten om redenen van arbeidsmarktbeleid voorrang geven aan EU-burgers en onderdanen van staten die gebonden zijn aan de EER overeenkomst, en aan de onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven en een werkloosheidsuitkering ontvangen. Het op grond van het ontbreken van een mvv afwijzen van de aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor het verrichten van arbeid van de tijdelijk beschermde vreemdeling is niet verenigbaar met het geclausuleerde recht op arbeid in de richtlijn. Om die reden krijgt de tijdelijk beschermde die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, onder een beperking die verband houdt met het verrichten van arbeid in loondienst of als zelfstandige, vrijstelling van het mvv-vereiste. Dit laat onverlet dat er een wezenlijk Nederlands belang moet zijn gediend met het verrichten van die arbeid. De vrijstelling is derhalve niet van toepassing indien voor de desbetreffende soort arbeid voorrang kan worden gegeven aan EU- en EER-burgers of legaal verblijvende derdelanders met een werkloosheidsuitkering. Zie tenslotte het derde lid van artikel 3.71 Vb: de tijdelijk beschermde vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd met als doel het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar is (in afwijking van artikel 3.71, derde lid, Vb) eveneens vrijgesteld van het mvv-vereiste. De vreemdeling is echter niet vrijgesteld indien hij in Nederland wil verblijven voor het verrichten van arbeid als godsdienstleraar of geestelijk voorganger (zie artikel 3.71, derde lid, Vb en B5). Deze uitzondering voor de vreemdeling die als godsdienstleraar of geestelijke voorganger wil verblijven, dient er mede toe om vooraf te onderzoeken of er vanuit het oogpunt van openbare orde bedenkingen bestaan tegen het verblijf van de vreemdeling en of de groepering op wier verzoek de desbetreffende vreemdeling zijn werkzaamheden zal uitoefenen, haar wens tot het aanstellen van de vreemdeling handhaaft. De aanwezigheid en het functioneren van godsdienstleraren en geestelijk voorgangers hier te lande, in verband met de bijzondere positie die zij innemen binnen de alhier gevestigde gemeenschappen, kan van zodanige invloed zijn op de openbare orde en nationale veiligheid, dat onderzoek vooraf gewenst is. In deze gevallen wordt niet voorbijgegaan aan het mvv-vereiste; ook niet indien de vreemdeling behoort tot de in artikel 3.71, tweede lid, Vb genoemde vrijgestelde categorieën. De enige uitzondering hierop vormt artikel 3.71, tweede lid, onder h, Vb (zie hiervoor de toelichting van onderdeel h). @@ -657,7 +687,9 @@ De vreemdeling die zich erop beroept dat het stellen van het vereiste bezit van Ten aanzien van de beoordeling van een beroep op een van de vrijstellingscategorieën van het mvv- vereiste geldt dat hierbij uitsluitend dient te worden getoetst aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie. Hierbij wordt dus nog niet ten volle aan de inhoudelijke verblijfsvoorwaarden van het gevraagde verblijfsdoel getoetst, ook al zal een toets aan de voorwaarden van de vrijstellingscategorie veelal voor een deel overeenkomen met een inhoudelijke toets aan de verblijfsvoorwaarden. Zo wordt bijvoorbeeld voor een beroep op de vrijstelling genoemd onder artikel 3.71, tweede lid, onder a, Vb getoetst of de vreemdeling vóór zijn negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst. Dit valt voor een deel samen met de toetsing aan de voorwaarden van artikel 3.54, eerste lid, onder b, Vb. Eerst nadat is vastgesteld dat de vreemdeling zich met succes kan beroepen op een van de vrijstellingscategorieën, dient ten behoeve van de verblijfsvergunning ten volle aan de inhoudelijke voorwaarden voor de verlening hiervan getoetst te worden. In het bovengenoemde voorbeeld wordt de verblijfsaanvraag dan ook aan de overige verblijfsvoorwaarden van artikel 3.54 Vb getoetst. -In het vierde lid van artikel 3.71 Vb is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausule. Ook indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën is het mogelijk dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het enkele feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv, indien de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van de Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B1/4.1.1). +In het vierde lid van artikel 3.71 Vb is voorzien in een zogenoemde hardheidsclausule. + +Ook indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv en niet behoort tot een van de vrijgestelde categorieën is het mogelijk dat de aanvraag niet wordt afgewezen op het enkele feit dat de vreemdeling niet beschikt over een geldige mvv, indien de toepassing van het mvv-vereiste naar het oordeel van de Minister zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard (zie B1/4.1.1). De vreemdeling die zich erop beroept dat het toepassen van het mvv-vereiste ten aanzien van hem leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, zal dit beroep op de zogeheten hardheidsclausule reeds bij het indienen van de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier moeten motiveren en zo veel als mogelijk met bewijsstukken onderbouwen. Het aanvraagformulier (zie bijlage 13 VV) vervult hierin een rol in die zin dat het de vreemdeling erop attendeert dat er sprake kan zijn van bijzondere en individuele omstandigheden, op grond waarvan het van de vreemdeling niet kan worden verwacht dat hij een aanvraag tot afgifte van een mvv in het land van herkomst indient. Middels het aanvraagformulier wordt de vreemdeling verzocht het beroep op deze bijzondere en individuele omstandigheden reeds bij het indienen van de aanvraag zoveel mogelijk middels bewijsstukken en documenten te onderbouwen. Indien het beroep op de hardheidsclausule bij het indienen van de aanvraag niet of niet afdoende middels bescheiden dan wel anderszins is onderbouwd wordt de vreemdeling door de Minister in de gelegenheid gesteld het beroep alsnog (nader) te onderbouwen. Hiertoe wordt de vreemdeling in beginsel een termijn van twee weken gegund. @@ -669,7 +701,7 @@ Een van de categorieën waarvoor vrijstelling van het mvv-vereiste in ieder geva – de vreemdeling beoogt gezinshereniging (geen gezinsvorming) met een vreemdeling die hier te lande verblijft op grond van een verblijfsvergunning regulier dan wel asiel of met een Nederlander; – de vreemdeling voldoet, behoudens het mvv-vereiste, aan alle voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning, zoals vermeld in B2. -In het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 27 oktober 2004 heeft de Minister deze toezegging uitgebreid en bepaald dat indien er sprake is van een gezin waarvan de gezinsleden deels wel en deels niet onder de bovengenoemde toezegging vallen en die allen verblijf beogen in het kader van gezinshereniging (geen gezinsvorming) bij hetzelfde gezinslid met een verblijfsvergunning of met de Nederlandse nationaliteit, alle gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Onverkort blijft staan dat, behoudens het mvv-vereiste, zij voorts aan alle overige voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning zoals vermeld in B2 moeten voldoen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de situatie dat de vader een verblijfsvergunning heeft, de moeder en twee kinderen aan de drie hierboven genoemde voorwaarden voldoen, en er nog een derde kind is dat na 1 april 2001 is ingereisd. Het derde kind kan onder deze omstandigheden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. +In het algemeen overleg in de Tweede Kamer op 27 oktober 2004 heeft de Minister deze toezegging uitgebreid en bepaalt dat indien er sprake is van een gezin waarvan de gezinsleden deels wel en deels niet onder de bovengenoemde toezegging vallen en die allen verblijf beogen in het kader van gezinshereniging (geen gezinsvorming) bij hetzelfde gezinslid met een verblijfsvergunning of met de Nederlandse nationaliteit, alle gezinsleden in aanmerking kunnen komen voor vrijstelling van het mvv-vereiste. Onverkort blijft staan dat, behoudens het mvv-vereiste, zij voorts aan alle overige voorwaarden en voorschriften voor de verlening van een verblijfsvergunning zoals vermeld in B2 moeten voldoen. Dit is bijvoorbeeld het geval in de situatie dat de vader een verblijfsvergunning heeft, de moeder en twee kinderen aan de drie hierboven genoemde voorwaarden voldoen, en er nog een derde kind is dat na 1 april 2001 is ingereisd. Het derde kind kan onder deze omstandigheden worden vrijgesteld van het mvv-vereiste. Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer op 26 april 2005 aangenomen motie geldt voorts op grond van artikel 3.71, vierde lid, Vb vrijstelling van het mvv-vereiste voor de vreemdeling: @@ -682,6 +714,8 @@ Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan – het verzoek is niet ingediend met het in het VV voorgeschreven formulier; en – het verzoek moet worden aangemerkt als een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier als bedoeld in artikel 14 Vw. Aanvragen tot het verlengen van de geldigheidsduur of het wijzigen van de verblijfsvergunning vallen hier niet onder. +Niet-bijzondere gevallen in het kader van de hardheidsclausule + Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene: – stelt dat aan een of meer vrijstellingsvereisten slechts op een onderdeel niet is voldaan; @@ -690,7 +724,7 @@ Er is in ieder geval geen sprake van een zeer bijzonder geval, indien betrokkene – het gemotiveerde beroep – hoewel mogelijk – niet met relevante stukken heeft onderbouwd binnen een daartoe gestelde termijn; – asielgerelateerde gronden aanvoert (dergelijke gronden worden alleen in het kader van een asielaanvraag beoordeeld); – als asielzoeker is uitgeprocedeerd; -– stelt dat terugkeer naar het land van herkomst redelijkerwijs niet kan worden verlangd en dat – hoewel mogelijk – niet binnen een daartoe gestelde termijn met stukken heeft onderbouwd; +– stelt dat terugkeer naar het land van herkomst redelijkerwijs niet kan worden verlangd en dat –hoewel mogelijk – niet binnen een daartoe gestelde termijn met stukken heeft onderbouwd; – aangeeft dat noodzakelijke, medische behandeling aan terugkeer – teneinde een mvv te verkrijgen – naar het land van herkomst in de weg staat, maar niet heeft aangetoond dat sprake is van een medische noodsituatie; – niet ontoerekenbaar, niet-tijdig en na afloop van een redelijke termijn – meer dan zes maanden na afloop van een eerder verleende verblijfsvergunning voor bepaalde tijd – om verlenging of wijziging ervan of om verlening van een verblijfsvergunning heeft gevraagd. @@ -698,7 +732,7 @@ In deze gevallen kan geen recht op vrijstelling van het mvv-vereiste worden ontl Indien de aanvraag wordt ingediend door een vreemdeling die de afgelopen vijf jaren geen verblijf heeft gehad op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of onder l, Vw en die geen gemotiveerd beroep op de hardheidsclausule heeft gedaan, wordt de uitzetting op voorhand niet achterwege gelaten. Ingevolge artikel 62, eerste lid, Vw dient de vreemdeling nadat het rechtmatig verblijf is beëindigd Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten. Indien een eerste verzoek om een voorlopige voorziening wordt ingediend, mag de beslissing hierop uitsluitend worden afgewacht als het binnen twee weken na bekendmaking van het besluit is ingediend. In bepaalde gevallen kan evenwel een kortere vertrektermijn geïndiceerd zijn. Artikel 62, vierde lid, Vw biedt de mogelijkheid om in het belang van de uitzetting een kortere vertrektermijn te hanteren. Hierbij kan blijkens de memorie van toelichting bij dit artikel gedacht worden aan de situatie dat de vreemdeling Nederland binnen vier weken dient te verlaten, echter de eerste reismogelijkheid dient zich ofwel direct, ofwel na zes weken aan. In die situatie kan beslist worden om een kortere vertrektermijn te geven. -Dat een aantal categorieën vreemdelingen is vrijgesteld van het vereiste van het bezit van een mvv, betekent niet dat vreemdelingen die tot deze categorie behoren, geen mvv kunnen aanvragen. Indien een vreemdeling die behoort tot een van de hieronder genoemde (van het mvv-vereiste vrijgestelde) categorieën een aanvraag tot afgifte van een mvv indient, wordt die aanvraag uiteraard in behandeling genomen. Vreemdelingen die op grond van artikel 3A Regeling op de consulaire tarieven zijn vrijgesteld van het legesvereiste van een mvv zijn dat ook bij de aanvraag van een onverplichte mvv. De onder artikel 3a, derde lid, genoemde uitzonderingen zijn de uitzonderingen als opgenomen in de GVI, hoofdstuk VII, paragraaf 4 in BNL-kader, namelijk familieleden van EU-onderdanen die gebruik maken van het vrij verkeer van personen en onderdanen van Israël en San Marino (zie ook A2/4.3.5). +Dat een aantal categorieën vreemdelingen is vrijgesteld van het vereiste van het bezit van een mvv, betekent niet dat vreemdelingen die tot deze categorie behoren, geen mvv kunnen aanvragen. Indien een vreemdeling die behoort tot een van de hieronder genoemde (van het mvv-vereiste vrijgestelde) categorieën een aanvraag tot afgifte van een mvv indient, wordt die aanvraag uiteraard in behandeling genomen. Vreemdelingen die op grond van artikel 3A Regeling op de consulaire tarieven zijn vrijgesteld van het legesvereiste van een mvv zijn dat ook bij de aanvraag van een onverplichte mvv. De onder artikel 3a, derde lid, genoemde uitzonderingen zijn de uitzonderingen als opgenomen in de GVI, hoofdstuk VII, paragraaf 4 in BNL-kader, namelijk familieleden van EU-onderdanen die gebruik maken van het vrij verkeer van personen EN onderdanen van Israël en San Marino (zie ook A2/4.3.5). #### 4.2. Geldig document voor grensoverschrijding @@ -902,11 +936,12 @@ Afwijkende bepalingen met betrekking tot de openbare orde bij de verlening, verl – gemeenschapsonderdanen en Turkse onderdanen die rechten ontlenen aan het Associatieovereenkomst EG-Turkije: in B10 en B11; – vreemdelingen die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van het feit dat niet binnen drie jaren onherroepelijk op een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is beslist: in B1/4.10; -– de verblijfsvergunning asiel: in C5.13. +– de verblijfsvergunning asiel: in C1/5.13. +– houders van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die door een andere EU-lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven of diens gezinsleden, die in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland (tweede lidstaat): in B17. Bepalingen met betrekking tot de openbare orde bij: -– de verlening en intrekking van de reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd zijn opgenomen in B1/8.3; +– de verlening en intrekking van de reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd zijn opgenomen in B1/7.1.5, B1/7.2.5 en B1/8.3; – toegang zijn opgenomen in A2/4.2.5; – ongewenstverklaring zijn opgenomen in A5. @@ -920,11 +955,17 @@ Wel dienen er concrete aanwijzingen te zijn dat de vreemdeling een gevaar vormt Ingevolge artikel 16, eerste lid, onder d, Vw kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden afgewezen, indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Op grond van artikel 16, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.77 en 3.78 Vb. -De aanvraag wordt afgewezen, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor gevallen waarin gezinsleden van een vreemdeling die zich heeft schuldig gemaakt aan bedoelde gedragingen op zelfstandige gronden aanspraak maken op vluchtelingrechtelijke bescherming, zie C2/6.2.3. +De aanvraag wordt afgewezen, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor gevallen waarin gezinsleden van een vreemdeling die zich heeft schuldig gemaakt aan bedoelde gedragingen op zelfstandige gronden aanspraak maken op vluchtelingrechtelijke bescherming zie C2/6.2.3. De aanvraag wordt afgewezen, indien de vreemdeling terzake van een misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard, of sprake is van een veroordeling of oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel, een taakstraf of een onvoorwaardelijke geldboete. Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis (zie artikel 37, WvSr) of in een inrichting voor de opvang van verslaafden (zie artikel 38m WvSr) dan wel in een inrichting voor jeugdigen (zie artikel 77h, vierde lid, onder a, WvSr) alsook de terbeschikkingstelling (zie artikel 37a WvSr) worden tot de vrijheidsontnemende maatregelen gerekend. De veroordeling hoeft niet onherroepelijk te zijn geworden. Ook indien hoger beroep is ingesteld tegen een veroordeling in eerste aanleg, of cassatieberoep is ingesteld tegen een veroordeling in hoger beroep, wordt de aanvraag afgewezen. -Indien een strafzaak terzake van misdrijf openstaat en bekendheid met de uitkomst van de strafzaak voor de te nemen beslissing noodzakelijk is, wordt contact opgenomen met het OM. De termijn voor het geven van de beschikking wordt met toepassing van artikel 25, tweede lid, Vw schriftelijk met maximaal zes maanden verlengd. De vreemdeling wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld. +In geval de aanvraag verband houdt met gezinshereniging of gezinsvorming houdt de Minister rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling en de duur van zijn verblijf, alsmede het bestaan van familiebanden of culturele en sociale banden met het land van herkomst (zie artikel 3.77, vierde lid, Vb). + +In geval de aanvraag is ingediend door een vreemdeling die houder is van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is afgegeven door een andere EU lidstaat wordt ingevolge artikel 3.77, vijfde en zesde lid, Vb bij de toepassing van artikel 3.77, eerste lid, onder c, Vb mede rekening gehouden met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk die door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of diens gezinslid uitgaat. + +Voorts wordt rekening gehouden met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst (zie ook B17/2.3). + +Indien een strafzaak terzake van misdrijf openstaat en bekendheid met de uitkomst van de strafzaak voor de te nemen beslissing noodzakelijk is, wordt contact opgenomen met het OM. De termijn voor het geven van de beschikking wordt met toepassing van artikel 25, tweede lid, Vw schriftelijk met maximaal zes maanden verlengd. Indien de aanvraag is ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid wordt de termijn met toepassing van artikel 25, vierde lid, Vw met maximaal drie maanden verlengd. De vreemdeling wordt hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Aan het feit dat een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, komt voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toe. @@ -976,6 +1017,8 @@ De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling niet bereid is een onderzoek n In artikel 3.18 VV zijn de landen vermeld, waarvan de onderdanen van dit vereiste zijn vrijgesteld. Het betreft onderdanen van de EU, de lidstaten van de EER, Australië, Canada, Israël, Japan, Monaco, Nieuw-Zeeland, Suriname, de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland. In deze landen komt verhoudingsgewijs weinig TBC voor. +Ingevolge artikel 3.79, tweede lid, Vb is van het vereiste eveneens vrijgesteld de vreemdeling die langdurig ingezetene is, dan wel als gezinslid van een langdurig ingezetene in een andere staat die partij is bij het EG-verdrag is toegelaten. + Omdat het vereiste alleen geldt voor de eerste verblijfsaanvaarding kunnen aanvragen om voortzetting van verblijf niet op deze grond worden afgewezen. Indien de vreemdeling houder van een verblijfsvergunning (asiel of regulier, voor bepaalde of onbepaalde tijd) of Nederlander is geweest, en een aanvraag heeft ingediend, geldt het vereiste niet, indien wordt geoordeeld dat redelijkerwijs sprake is van voortzetting van verblijf. Dat betekent dat, indien wordt geoordeeld dat niet redelijkerwijs kan worden of behoort te worden gesproken van voortzetting van verblijf, het vereiste wel geldt, met name gelet op het tweede lid van artikel 3.82 Vb. @@ -1375,6 +1418,8 @@ Ingevolge artikel 18, eerste lid, onder e, Vw kan een aanvraag tot het verlengen Bij de ontzegging van voortzetting van verblijf (verblijfsbeëindiging) wordt de duur van het verblijf van de vreemdeling op grond van een verblijfsvergunning, direct voorafgaande aan het misdrijf, gerelateerd aan de ernst van de inbreuk op de openbare orde, zoals die blijkt uit de beoordeling daarvan door de (straf)rechter. Daarmee wordt tot uiting gebracht dat naarmate de banden van de vreemdeling met Nederland sterker zijn, de inbreuk op de openbare orde ernstiger dient te zijn om voortzetting van verblijf te ontzeggen. In bepaalde gevallen wordt het verblijf niet, of onder zwaardere voorwaarden, beëindigd. +In geval de verblijfsvergunning is verleend onder een beperking verband houdend met gezinshereniging of gezinsvorming houdt de Minister bij de toepassing van artikel 3.86 Vb ten minste rekening met de aard en de hechtheid van de gezinsband van de vreemdeling, alsmede het bestaan van familiebanden of culturele of sociale banden met het land van herkomst (zie artikel 3.86, negende lid, Vb). + Ingevolge artikel II bij het besluit van 5 juli 2002 tot wijziging van artikel 3.86 Vb 2000 (Stb. 2002, 371, in werking getreden op 17 juli 2002) blijft het gewijzigde Besluit buiten toepassing ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van dit Besluit gepleegd misdrijf waartegen een gevangenisstraf van twee jaar of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld. Ingevolge artikel II bij het besluit van 29 september 2004 tot wijziging van artikel 3.86 Vb 2000 (Stb. 2004, 496, in werking getreden op 1 november 2004), blijft het gewijzigde Besluit buiten toepassing ten aanzien van de vreemdeling wiens verblijf op grond van het recht zoals dat gold voor de inwerkingtreding van dit besluit niet kon worden beëindigd, tenzij die vreemdeling wegens een na inwerkingtreding van dit Besluit gepleegd misdrijf bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot jeugddetentie of een maatregel is opgelegd als bedoeld in artikel 38m of 77h, vierde lid, onder a, WvSr. @@ -1387,7 +1432,7 @@ Indien de vreemdeling houder van een verblijfsvergunning regulier, voor bepaalde – er geen onjuiste gegevens zijn verstrekt dan wel gegevens zijn achtergehouden, die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid; en – de vreemdeling zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd. -Verder verblijf wordt ontzegd, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw, zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor een in Nederland verblijvend gezinslid dat op eigen gronden aanspraak maakt op vluchtelingenrechtelijke bescherming zie C2/ 6.3. +Verder verblijf wordt ontzegd, indien er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling of een in Nederland verblijvend gezinslid als bedoeld in artikel 29, onder e en f, Vw, zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen, als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Een (strafrechtelijke) veroordeling is niet noodzakelijk. Deze grond is niet afhankelijk gesteld van het tijdstip waarop de gedraging is gepleegd of eventueel bestraft. Deze grond is nader uitgewerkt in C4/3.11.3. Voor een in Nederland verblijvend gezinslid dat op eigen gronden aanspraak maakt op vluchtelingenrechtelijke bescherming zie C2/6.3. Verder verblijf wordt ontzegd, indien de vreemdeling wegens een misdrijf; @@ -1402,6 +1447,8 @@ Tegen de meeste misdrijven is een maximale door de rechter op te leggen straf be Het vonnis waarbij de straf of maatregel is opgelegd, moet onherroepelijk zijn. Indien het vonnis nog niet onherroepelijk is, of indien er een strafzaak openstaat, wordt contact opgenomen met het OM. De beslistermijn kan met toepassing van artikel 25, tweede lid, Vw schriftelijk met maximaal zes maanden worden verlengd. +Indien de aanvraag is ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid wordt de termijn met toepassing van artikel 25, vierde lid, Vw met maximaal drie maanden verlengd + Bij de glijdende schaal worden alleen de onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelten van de straf meegeteld bij de berekening van de norm in de glijdende schaal. In geval van meerdere veroordelingen worden de onvoorwaardelijke gedeelten bij elkaar opgeteld, indien de verblijfsduur (de periode waarin de vreemdeling, voorafgaande aan het plegen van het eerste misdrijf, op grond van een geldige verblijfsvergunning in Nederland verbleef) vijf jaren of korter is. @@ -1410,10 +1457,18 @@ Een taakstraf is ofwel een werkstraf (het verrichten van onbetaalde arbeid ten a Aan het feit dat een straf geheel of gedeeltelijk, voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, door Nederlandse of buitenlandse autoriteiten is kwijtgescholden, komt voor de toepassing van deze regels geen zelfstandige betekenis toe. +Minderjarige vreemdelingen met een in Nederland gevestigde Nederlandse ouder + Op grond van hun bijzondere banden met Nederland vinden ongewenstverklaring en ontzegging van verder verblijf op grond van gevaar voor de openbare orde niet plaats ten aanzien van deze vreemdelingen (zie artikel 3.50, vierde lid Vb). Om reden van hun bijzondere banden met Nederland geldt voor hen dat bij een verblijfsduur van ten minste tien en minder dan vijftien jaar alleen in geval van veroordeling wegens handel in verdovende middelen ontzegging van verder verblijf en ongewenstverklaring plaats zal vinden en bij een verblijfsduur van ten minste vijftien jaar niet tot verblijfsbeëindiging wordt overgegaan. +De Minister houdt bij de toepassing van artikel 3.86, eerste lid, onder c, Vb mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of dat gezinslid uitgaat (zie artikel 3.86, tiende lid, Vb). + +Bovendien houdt de Minister rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst (zie artikel 3.86, elfde lid, Vb). + +Met ‘gezinslid’ wordt hier bedoeld het gezinslid dat door de andere lidstaat is toegelaten voor verblijf bij een langdurig ingezetene in die lidstaat. (zie B17/5) + Bij een verblijfsduur van tien jaren, wordt alleen tot verblijfsbeëindiging overgegaan ingeval van een geweldsmisdrijf of handel in verdovende middelen. Bij een verblijfsduur van vijftien jaren, wordt alleen tot verblijfsbeëindiging overgegaan ingeval van handel in verdovende middelen. Bij een verblijfsduur van twintig jaren, wordt niet meer tot verblijfsbeëindiging overgegaan. Strafbare feiten die in het buitenland zijn gepleegd of bestraft, worden eveneens bij de beoordeling van het gevaar voor de openbare orde betrokken, doch slechts voor zover het gaat om strafbare feiten die naar Nederlands recht misdrijven zijn. Dat geldt ook indien het strafbare feit naar buitenlands recht een overtreding, maar naar Nederlands recht een misdrijf is. Of het feit naar Nederlands recht een misdrijf is (waartegen een gevangenisstraf van twee of drie jaren of meer is bedreigd) wordt beoordeeld aan de hand van de strafbepalingen in het WvSr of de bijzondere Nederlandse strafwetten. @@ -1424,97 +1479,130 @@ Voor de toepassing van de glijdende schaal, dient tevens te worden beoordeeld we ### 6. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd -Het is de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 Vw toegestaan voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven. Deze vergunning behoeft dus niet te worden verlengd. +Richtlijn 2003/109 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen geeft materiële en procedurele normen voor de toekenning en intrekking van een Europese verblijfstitel voor langdurig ingezetenen en de daarbij behorende rechten en voorwaarden waaronder langdurig ingezetenen in andere lidstaten van de EU mogen verblijven. -Het verblijfsdocument, waaruit het verblijfsrecht op grond van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd blijkt, moet elke vijf jaren worden vernieuwd. De vreemdeling dient ervoor zorg te dragen dat het verblijfsdocument telkens vijf jaar na de afgifte daarvan wordt vervangen door een nieuw exemplaar. +De nieuwe status van langdurig ingezetene wordt, evenals de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden, op aanvraag verleend. De aanvraag strekt tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw. + +Artikel 21 Vw regelt op hoofdlijnen de afgifte van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd volgens de voorwaarden voor toekenning van de Europese status van langdurig ingezetene, inclusief die betreffende de personele werkingssfeer. Artikel 21a Vw regelt op hoofdlijnen de afgifte dan wel verlening van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in afwijking van artikel 21 Vw, op grond van de gunstigere nationale voorwaarden. De aanvraag wordt eerst getoetst aan de vereisten die bij of krachtens artikel 21 Vw zijn gesteld. Indien daaraan volledig wordt voldaan, wordt de gevraagde vergunning verleend met de aantekening “EG-langdurig ingezetene”. Deze aantekening wordt geplaatst achter op het reeds bestaande verblijfsdocument voor onbepaalde tijd. Indien niet (volledig) aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt getoetst aan de vereisten die bij of krachtens artikel 21a Vw zijn gesteld. Als aan de voorwaarden als neergelegd van artikel 21a Vw wel wordt voldaan, wordt een vergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden verleend. + +Het is de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 Vw, ongeacht op welke gronden die is verleend, toegestaan voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven. Deze vergunning behoeft dus niet te worden verlengd. Het verblijfsdocument, waaruit het verblijfsrecht op grond van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd blijkt, moet elke vijf jaren worden vernieuwd. De vreemdeling dient ervoor zorg te dragen dat het verblijfsdocument telkens vijf jaar na de afgifte daarvan wordt vervangen door een nieuw exemplaar. Aan de vergunning worden geen beperkingen of voorschriften verbonden. Het is aan de houder van deze verblijfsvergunning toegestaan om arbeid te verrichten, zonder dat een TWV is vereist. Tegen het verblijf voor onbepaalde duur van de houder van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd bestaan in beginsel geen bedenkingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, Rwn. -De verblijfsvergunning wordt slechts verleend op aanvraag, indien op het moment van de aanvraag (of de beslissing daarop) aan alle voorwaarden voor de verlening wordt voldaan. Het is niet zo dat er van rechtswege aanspraak op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ontstaat, die later (alsnog) via een aanvraag tot verlening van de verblijfsvergunning leidt. De verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft geen declaratoir karakter. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt dan ook niet ambtshalve nagegaan of de aanvrager op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben kunnen doen gelden op de verlening van de verblijfsvergunning indien die destijds zou zijn aangevraagd. +De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag, indien op het moment van de aanvraag (zie artikel 21 Vw), of de beslissing daarop (zie artikel 21a Vw), aantoonbaar aan alle voorwaarden voor de verlening wordt voldaan. Weliswaar ontstaat op grond van de Richtlijn 2003/109 aanspraak op toekenning van de status van EG-langdurig ingezetene, maar die aanspraak is afhankelijk van voorwaarden, terwijl de lidstaat onder omstandigheden kan weigeren de status toe te kennen. De status ontstaat dan ook niet van rechtswege, maar moet door de lidstaat uitdrukkelijk worden toegekend. De verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening “EG-langdurig ingezetene” heeft derhalve niet slechts een declaratoir, maar constitutief karakter. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt dan ook niet ambtshalve nagegaan of de aanvrager op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben kunnen doen gelden op de verlening van de verblijfsvergunning indien die destijds zou zijn aangevraagd. -#### 6.1. Algemene voorwaarden +In B1/6.1 worden de algemene voorwaarden ingevolge artikel 21 Vw juncto artikel 3.92 Vb, inzake de toekenning van de Europese status van langdurig ingezetene behandeld. In B1/7.1 en verder worden de afwijzingsgronden ingevolge artikel 21 Vw inzake de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ behandeld en in B1/7.2 en verder worden de afwijzingsgronden ingevolge artikel 21a Vw juncto artikel 3.93 en 3.94 Vb inzake de toekenning van de vergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden behandeld. -In deze paragraaf worden de algemene voorwaarden voor de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd behandeld. Deze hebben betrekking op: +#### 6.1. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd EG-langdurig ingezetene -a. de duur van het rechtmatig verblijf (zie artikel 21, eerste lid, aanhef Vw; B1/6.1.1); -b. de middelen van bestaan (zie artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, Vw, artikel 3.94 Vb; B1/7.4); -c. de openbare orde (zie artikel 21, eerste lid, aanhef, en onder b, Vw, artikel 3.95 Vb; B1/7.5); -d. het hoofdverblijf (zie artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, Vw; B1/7.1); -e. de nationale veiligheid (zie artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, Vw; B1/7.2); -f. onjuiste gegevens (zie artikel 21, eerste lid, aanhef en onder e, Vw; artikel 3.96 Vb; B1/7.3); -g. de aard van het verblijfsrecht (zie artikel 21, eerste lid, aanhef en onder f, Vw; B1/6.1.2) +In deze paragraaf worden de algemene voorwaarden voor de toekenning van de Europese status van langdurig ingezetene met toepassing van artikel 21 Vw behandeld. Deze hebben betrekking op: + +a. de duur van het ononderbroken rechtmatig verblijf (zie artikel 21, eerste lid, onder a, Vw en B1/7.1.1); +b. de aard van het verblijfsrecht (zie artikel 21, eerste lid, onder b, Vw en B1/7.1.2); +c. afwezigheid van het grondgebied (zie artikel 21, eerste lid, onder c, Vw en B1/7.1.3); +d. middelen van bestaan (zie artikel 21, eerste lid, onder d, Vw en B1/7.1.4); +e. openbare orde (zie artikel 21, eerste lid, onder e, Vw en B1/7.1.5); +f. de nationale veiligheid (zie artikel 21, eerste lid, onder f, Vw en B1/7.1.6); +g. ziektekostenverzekering (zie artikel 21, eerste lid, onder g, Vw en B1/7.1.7); +h. onjuiste gegevens (zie artikel 21, eerste lid, onder h, Vw en B1/7.1.8); +i. rechtmatig verblijf (zie artikel 21, eerste lid, onder i, Vw en B1/7.1.9); +j. geprivilegieerde status (zie artikel 21, eerste lid, onder j, Vw en B1/7.1.10); +k. het inburgeringsexamen (zie artikel 21, eerste lid, onder k, Vw en B1/7.1.11) . + +Als een van de in artikel 21 Vw genoemde gronden tot afwijzing kan leiden, wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde duur als EG-langdurig ingezetene niet verleend. ##### 6.1.1. De duur van het verblijf in Nederland -Ingevolge artikel 21, eerste lid, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een reguliere verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw, slechts worden afgewezen op de in dat eerste lid genoemde gronden. Deze gronden worden behandeld in B1/7.1 tot en met B1/7.5. - -Ingevolge artikel 21, derde lid, Vw wordt onder een tijdvak als bedoeld in het eerste en tweede lid van dat artikel verstaan een tijdvak onmiddellijk voorafgaande aan de dag waarop de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is aangevraagd. Voor de berekening van het tijdvak wordt de periode van rechtmatig verblijf in Nederland vóór het bereiken van de achtjarige leeftijd buiten beschouwing gelaten. - -De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die op het moment van de aanvraag (of de beslissing daarop) korter dan vijf jaren in Nederland verblijven als houder van een geldige verblijfsvergunning, of als vreemdeling die van rechtswege krachtens het gemeenschapsrecht of krachtens de Associatieovereenkomst EG/Turkije verblijfsgerechtigd is. Voor onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland wordt verwezen naar de specifieke bepalingen ten aanzien van duurzaam verblijf in B10. - -Indien de vreemdeling op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen niet, maar op het tijdstip waarop op de aanvraag wordt beslist wel, aan de termijn voldoet, wordt de aanvraag niet op deze grond afgewezen. - -Niet van belang is of de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een verblijfsvergunning asiel of regulier is. Indien de vreemdeling aanvankelijk als houder van een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft verbleven en het verblijf aansluitend heeft voortgezet op grond van een verblijfsvergunning regulier, wordt de gehele ononderbroken periode in aanmerking genomen. - -Bij de berekening van de perioden wordt mede betrokken de periode waarin de vreemdeling voor de inwerkingtreding van de Vw rechtmatig in Nederland verbleef op grond van artikel 9 tot en met 10 Vw (oud). - -De periode waarin de vreemdeling als Nederlander in Nederland heeft verbleven, telt eveneens mee (zie B4). +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 ##### 6.1.2. Tijdelijk verblijfsrecht -Bij de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is van doorslaggevend belang dat het verblijfsrecht van de vreemdeling niet-tijdelijk van aard is. Daarmee wordt voorkomen dat een vreemdeling met een tijdelijk verblijfsrecht – bijvoorbeeld op grond van een verblijfsvergunning voor studie – aanspraak kan maken op de verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en zo het tijdelijke karakter aan zijn verblijfsrecht kan ontnemen. Indien het doel waarvoor een dergelijke vreemdeling verblijf is toegestaan is bereikt of beëindigd, wordt dat verblijf beëindigd en dient de vreemdeling Nederland weer te verlaten. Daarmee is niet te verenigen dat deze vreemdeling in het bezit zou worden gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en derhalve Nederland niet zou hoeven te verlaten. - -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder f, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling op de dag waarop de aanvraag is ontvangen, een verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft (zie voor tijdelijk en niet-tijdelijk verblijfsrecht artikel 3.5 Vb). - -Verblijf op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije is eveneens als regel niet-tijdelijk van aard. - -Indien het verblijfsrecht van de vreemdeling tijdelijk van aard is, dient de vreemdeling er eerst zorg voor te dragen dat de verblijfsvergunning wordt gewijzigd. - -Doorslaggevend is dat het verblijfsrecht van de vreemdeling op het tijdstip van de aanvraag en de beslissing niet-tijdelijk van aard is. Daarbij is niet van belang hoe lang dat verblijfsrecht niet-tijdelijk van aard is. Indien de vreemdeling in de periode van vijf jaren direct voorafgaande aan de aanvraag verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft gehad, wordt de aanvraag niet op die grond afgewezen, indien het verblijfsrecht op het tijdstip van de aanvraag en de beslissing niet-tijdelijk van aard is. - -Als voorbeeld kan worden genoemd de vreemdeling aan wie in aansluiting op (tijdelijk) verblijf in het kader van studie (zie B6) in het kader van gezinsvorming met een Nederlander (niet-tijdelijk) verblijf is toegestaan (zie B2), en die nadien een aanvraag indient tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde duur. Zijn verblijfsrecht is op het moment van de aanvraag en de beslissing niet-tijdelijk van aard. Dat hij daarvoor enkele jaren verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft gehad, is niet van belang. Wel moet het eerdere verblijfsrecht in totaal ten minste vijf jaren bestrijken (zie B1/6.1.1). +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 ##### 6.1.3. Bijzondere categorieën -Het gaat hier om de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd aan bijzondere categorieën die niet onverkort aan alle bovengenoemde algemene voorwaarden behoeven te voldoen. +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 -Voor bijzondere bepalingen ten aanzien van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verwezen naar: +#### 6.2. Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden -– wedertoelating op grond van de terugkeeroptie, zie B4/5; -– wedertoelating op grond van de terugkeeroptie Remigratiewet, zie B4/3.2.2; -– Belgen en Luxemburgers, zie B10; -– Onderdanen van Suriname op wie de Overeenkomst Nederland-Suriname 1975 inzake verblijf en vestiging nog van toepassing is, zie B11; -– diplomaten, zie artikel 3.93 Vb en B12. +In artikel 21a Vw juncto de artikelen 3.93 en 3.94 Vb is neergelegd, in welke gevallen in afwijking van artikel 21 Vw, op grond van de gunstigere nationale voorwaarden een verblijfsvergunning voor onbepaalde duur wordt verleend (zie B1/7.2). Het gaat hierbij om de meerderjarige vreemdeling die: -Onder secundaire migranten wordt verstaan: kinderen van migranten (zie B4). +– tien aangesloten jaren rechtmatig verblijf heeft gehad (zie artikel 21a, eerste lid, onder a, Vw en B1/7.2.4); +– als minderjarige in het kader van gezinshereniging is toegelaten (zie artikel 21a, eerste lid, onder b, Vw, B1/7.2.3 en B1/7.2.4); +– in aanmerking komt voor wedertoelating op grond van de terugkeeroptie (zie artikel 3.93, derde lid, Vb, B1/7.2.3 en B4/5.1) +– in aanmerking komt voor wedertoelating op grond van de terugkeeroptie Remigratiewet (zie artikel 3.94 Vb, B1/7.2.3 en B4/3.2.2.1); +– als ex-gepriviligieerden die tien jaar in Nederland heeft verbleven (zie artikel 3.93, eerste lid, onder a en b, Vb, B1/7.2.3, B12/2.1.1, B12/2.1.2.1, B12/2.2.2.1 en B12/3.3.1); of +– als afhankelijk gezinslid van een vreemdeling met een bijzondere gepriviligieerde status tien jaar in Nederland heeft verbleven (zie artikel 3.93, eerste lid, onder c, Vb, B1/7.2.3, B12/2.1.1, B12/2.1.2.2 en B12/3.3.2). -Ingevolge artikel 21, vierde lid, Vw, wordt de aanvraag alleen afgewezen op grond dat aanvrager bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het WvSr, is opgelegd en hij een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, indien de aanvrager: +Op grond van artikel 21a Vw juncto de artikelen 3.93 en 3.94 Vb wordt onder bepaalde voorwaarden afgeweken van: -– in Nederland is geboren dan wel reeds voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef; -– sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en -– achttien jaar of ouder is. +– artikel 21, eerste lid, onder a, Vw: de duur van het ononderbroken rechtmatig verblijf (zie artikel 3.93, eerste lid Vb, artikel 3.94 Vb, en B1/7.2.1); +– artikel 21, eerste lid, onder b, Vw: de aard van het verblijfsrecht (zie artikel 3.93, tweede lid, Vb en B1/7.2.2); +– artikel 21, eerste lid, onder d, Vw: middelen van bestaan (zie artikel 21a, eerste lid, Vw, artikel 3.94 Vb en B1/7.2.3); en +– artikel 21, eerste lid, onder h, Vw: onjuiste gegevens (zie artikel 3.93, vierde lid, Vb en B1/7.2.6). -In afwijking van het eerste lid behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn. Wel dient dat rechtmatige verblijf ten minste vijf jaren te beslaan (zie artikel 21, vierde lid, Vw, in samenhang met artikel 21, eerste lid, onder b en d, Vw). De aanvraag kan slechts worden afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder b, Vb, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden, ter zake van handel in verdovende middelen. +Een en ander betekent dat de overige in artikel 21 Vw genoemde voorwaarden onverkort van toepassing zijn. -Aanspraak op hernieuwd verblijf, de terugkeeroptie, geldt in bepaalde gevallen voor kinderen van migranten, welke kinderen naar het land van hun nationaliteit zijn gegaan of teruggekeerd (zie artikel 3.92 Vb en B4/5). +Tenslotte is voor een nader omschreven groep secundaire migranten geregeld dat hun aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde duur alleen mag worden afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder e en f, Vw (zie artikel 21a, tweede lid, Vw, B1/7.2.4 en B1/7.2.6). ### 7. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd -#### 7.1. Hoofdverblijf +#### 7.1. Afwijzingsgronden verblijfsvergunning EG-langdurig ingezetene -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder c, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. De hieronder gegeven regels zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 Vw. +In artikel 21, eerste lid, onder a, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, slechts worden afgewezen op de in artikel 21, eerste lid, Vw genoemde gronden, dan wel de krachtens dat artikel te stellen regels. Deze gronden worden behandeld in B1/7.1.1 tot en met B1/7.1.11. -Bij vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland wordt de aanvraag afgewezen en een verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken. +##### 7.1.1. De duur van het ononderbroken verblijf in Nederland -Hoofdverblijf en verplaatsing van hoofdverblijf zijn feitelijke begrippen. Beoordeling van de vraag of er sprake is van verplaatsing van het hoofdverblijf, vindt plaats aan de hand van factoren van feitelijke aard, waarbij met de wil van de vreemdeling slechts rekening wordt gehouden, voorzover deze blijkt uit zijn gedragingen (zie B1/5.3.2). +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder a, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling niet gedurende vijf jaren ononderbroken en direct voorafgaande aan de aanvraag rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8 Vw. Richtlijn 2003/109 laat niet toe dat uitzonderingen worden gemaakt op de duur van het rechtmatig verblijf. Wel mogen de lidstaten uitzonderingen maken op de voorwaarde dat het rechtmatig verblijf ononderbroken moet zijn. -Vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland wordt in ieder geval aangenomen, indien de vreemdeling: +Ingevolge artikel 3.92, eerste lid, Vb wordt de aanvraag niet af gewezen, om reden dat het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 Vw niet vijf jaar aaneengesloten is geweest, indien de aanvraag is ingediend door een meerderjarige die zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en: -a. bij zijn vertrek uit Nederland gebruik heeft gemaakt van een remigratieregeling, waaronder een regeling op grond van de Remigratiewet; -b. meer dan negen achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat de overschrijding van de termijn van negen maanden het gevolg is van buiten zijn schuld gelegen omstandigheden; of -c. voor het derde achtereenvolgende jaar meer dan zes achtereenvolgende maanden buiten Nederland heeft verbleven, tenzij hij aannemelijk maakt dat het centrum van zijn activiteiten niet naar het buitenland is verlegd. +– die tussen het vierde en negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar; of +– die voor het negentiende levensjaar vijf jaar rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en voor wie Nederland het meest aangewezen land is. + +##### 7.1.2. De aard van het verblijfsrecht + +Bij de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, is van doorslaggevend belang dat het verblijfsrecht van de vreemdeling niet-tijdelijk van aard is. Daarmee wordt voorkomen dat een vreemdeling met een tijdelijk verblijfsrecht bijvoorbeeld op grond van een verblijfsvergunning voor studie aanspraak kan maken op de verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en zo het tijdelijke karakter aan zijn verblijfsrecht kan ontnemen. Indien het doel waarvoor deze vreemdeling verblijf is toegestaan is bereikt of beëindigd, wordt dat verblijf beëindigd en dient de vreemdeling Nederland weer te verlaten. Daarmee is niet te verenigen dat deze vreemdeling in het bezit zou worden gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en derhalve Nederland niet zou hoeven te verlaten. + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder b, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien sprake is geweest van een formeel beperkt verblijfsrecht of een verblijfsrecht als werknemer van een dienstverlener in het kader van grensoverschrijdende diensten of als verlener van grensoverschrijdende diensten. + +Van een formeel beperkt verblijfsrecht is bijvoorbeeld sprake indien de vreemdeling in afwachting is van een beslissing op een aanvraag om verlening, wijziging of verlenging van een verblijfsvergunning. Van een formeel beperkt verblijfsrecht is bijvoorbeeld ook sprake hangende bezwaar of beroep tegen de weigering een verblijfsvergunning te verlenen, verlengen of wijzigen, alsmede hangende bezwaar of beroep, gericht tegen een intrekking van een verblijfsvergunning. Als de verblijfsvergunning uiteindelijk wordt verleend, geldt die periode (achteraf gezien) niet meer als formeel beperkt. Voor zover deze perioden uiteindelijk toch worden bestreken door een verblijfsvergunning tellen deze alsnog wel mee. Dit is als regel het geval indien de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd alsnog met toepassing van artikel 26 Vw met ingang van datum aanvraag wordt toegekend. Hetzelfde geldt indien de intrekking alsnog ongedaan wordt gemaakt. + +De periode waarin de vreemdeling als Nederlander in Nederland heeft verbleven, telt eveneens mee (zie B4). + +Indien het verblijfsrecht formeel beperkt is, of is geweest in de periode van vijf jaar, wordt de aanvraag afgewezen. Omdat het hier gaat om een uitwerking van artikel 3 Richtlijn 2003/109 over het toepassingsbereik hiervan, verzet het vertrouwen dat de lidstaten onderling moeten hebben in elkaars beslissingen met betrekking tot de uitvoering van deze richtlijn, zich er tegen dat de vergunning wordt verleend aan personen die niet vallen binnen het toepassingsbereik van deze richtlijn. + +Gelet hierop is er in het kader van de inherente afwijkingsbevoegdheid geen ruimte om de status van langdurig ingezetene toe te kennen. + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder b, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft gehad. + +Zie voor tijdelijk en niet-tijdelijk verblijfsrecht B1/2.4. + +Voor de berekening van het tijdvak van rechtmatig verblijf in Nederland tellen perioden van verblijf op grond van een tijdelijke verblijfsvergunning niet mee. + +Indien in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag sprake is geweest van perioden van verblijf op grond van een tijdelijke verblijfsvergunning wordt de status van EG-langdurig ingezetene niet toegekend. + +De vreemdeling die na zijn verblijf voor studiedoeleinden een verblijfsrecht van niet-tijdelijke aard heeft gekregen dat hem in staat stelt de status van langdurig ingezetene te krijgen, mag de daaraan voorafgaande periode van verblijf voor studie voor de helft meetellen bij de berekening van de vereiste verblijfsduur van vijf jaren (zie artikel 3.92, tweede lid, Vb). + +Als voorbeeld kan worden genoemd de vreemdeling aan wie in aansluiting op (tijdelijk) verblijf in het kader van studie in het kader van gezinsvorming met een Nederlander niet-tijdelijk verblijf is toegestaan, en die nadien een aanvraag indient tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Zijn verblijfsrecht is op het moment van de aanvraag en de beslissing niet-tijdelijk van aard. Indien de vreemdeling zes jaar verblijfsrecht in het kader van studie heeft gehad telt dit voor de helft mee (drie jaar). Dit betekent dat de na twee jaar niet-tijdelijk verblijf in het kader van gezinsvorming ingediende aanvraag in dat geval kan worden ingewilligd, ondanks het feit dat hij nog niet 5 jaar niet-tijdelijk verblijfsrecht heeft gehad. + +##### 7.1.3. Afwezigheid van het grondgebied + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder c, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen, indien de vreemdeling in de periode, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder a, Vw zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven. + +Het verblijf in Nederland dient in beginsel ononderbroken te zijn. De aanvraag wordt echter niet in alle gevallen afgewezen waarin de verblijfsduur niet aaneensluitend is. Zo is een onderbreking van het verblijf in Nederland door verblijf buiten Nederland gedurende maximaal zes maanden achtereenvolgend, of maximaal tien maanden in de gehele periode van vijf jaar, onvoldoende om de aanvraag af te wijzen. Deze perioden tellen echter niet mee voor de berekening van de totale verblijfsduur van vijf jaren. + +De aanvraag wordt niet vanwege overschrijding van de bovengenoemde termijn van onderbreking van het verblijf afgewezen indien deze is ingediend door: + +– een meerderjarige vreemdeling die tussen het vierde en het negentiende levensjaar tien jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw, en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar (zie artikel 3.92, eerste lid, onder a1, Vb en B4/5.1); +– een meerderjarige vreemdeling die voor het negentiende levensjaar vijf jaren rechtmatig in Nederland heeft verbleven als bedoeld in artikel 8, onder a, b, dan wel l, Vw, en voor wie Nederland naar het oordeel van de Minister het meest aangewezen land is (zie artikel 3.92, eerste lid, onder a2, Vb en B4/5.1); of +– een vreemdeling die weliswaar langer dan zes of tien maanden buiten Nederland heeft verbleven, maar daarbij niet het hoofdverblijf heeft verplaatst (zie artikel 3.92, eerste lid, onder b, Vb). + +Het gedeelte van het verblijf buiten Nederland dat tien maanden in totaal, of bij aaneengesloten verblijf buiten Nederland het tijdvak van zes maanden, te boven gaat wordt buiten beschouwing gelaten bij de berekening van het tijdvak van vijf jaar (artikel 3.92, zevende lid, Vb). + +De beoordeling of de vreemdeling zijn hoofdverblijf heeft verplaatst vindt plaats aan de hand van de feiten en omstandigheden van het concrete geval waarbij met de wil van de vreemdeling slechts rekening wordt gehouden voor zover die blijkt uit diens gedragingen. Vestiging van het hoofdverblijf buiten Nederland wordt niet aangenomen op de enkele grond dat de vreemdeling: @@ -1526,111 +1614,276 @@ Daarnaast geldt als beleidsregel dat een vreemdeling niet geacht wordt zijn hoof a. indien hij beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid die geheel of gedeeltelijk buiten Nederland plaatsvindt; of b. indien en zo lang hij feitelijk de echtgenoot/partner is van een ambtenaar, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of artikel 8, derde of vierde lid, van het reglement van dienst BuZa die uitgezonden is (geweest) naar een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland. -Bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling het hoofdverblijf heeft verplaatst, wordt rekening gehouden met de situatie van vrouwen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten. Omdat de omstandigheden van deze vrouwen sterk uiteenlopen, geldt dat als de achtergelaten vrouw zich zonder dralen tot de Nederlandse overheid (gemeente, ambassade, consulaat, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren, verplaatsing van het hoofdverblijf niet wordt aangenomen. Wat ‘zonder dralen’ is, wordt van geval tot geval bezien; hierbij wordt rekening gehouden met de moeilijkheden die de positie van achtergelaten vrouw met zich mee heeft gebracht. +Bij de beoordeling van de vraag of de vreemdeling het hoofdverblijf heeft verplaatst, wordt rekening gehouden met de situatie van vrouwen en hun eventuele kinderen, die tegen hun wil en zonder identiteits- en verblijfsdocumenten in het land van herkomst zijn achtergelaten. Omdat de omstandigheden van deze vrouwen sterk uiteenlopen, geldt dat als de achtergelaten vrouw zich zonder dralen tot de Nederlandse overheid (gemeente, ambassade, consulaat, IND of Vreemdelingenpolitie) heeft gewend om naar Nederland te kunnen terugkeren, verplaatsing van het hoofdverblijf niet wordt aangenomen. Wat ‘zonder dralen’ is, wordt van geval tot geval bezien; hierbij wordt rekening gehouden met de moeilijkheden die de positie van de achtergelaten vrouw met zich mee heeft gebracht. Als een beroep wordt gedaan op achterlating, kan van de vreemdelinge worden gevergd om de omstandigheden waar een beroep op wordt gedaan met ter zake relevante gegevens en bescheiden te onderbouwen. Indien het beroep op achterlating niet of niet afdoende met terzake relevante gegevens en bescheiden is onderbouwd bij het indienen van de aanvraag om voortzetting van verblijf, stelt de IND de vreemdelinge in de gelegenheid dit gebrek te herstellen. In beginsel wordt hiertoe een termijn van vier weken gegund. -Zie ten aanzien van achtergelaten vrouwen tevens B1/5.1, B1/5.3.2, B16/7 en B2/10.2.4. +Zie ten aanzien van achtergelaten vrouwen tevens B1/5.1, B1/5.3.2, B2/10.2.4 en B16/7. Aangezien het merendeel van de achtergelaten vreemdelingen vrouw is, wordt in de voorgaande passage gerept van achtergelaten vrouwen. Vanzelfsprekend kunnen ook mannen en minderjarigen een beroep doen op de omstandigheid dat zij zijn achtergelaten. -De aanvraag wordt niet afgewezen wegens verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland, indien de aanvraag is ingediend door de in artikel 3.92 Vb bedoelde vreemdeling die in aanmerking komt voor verblijf op grond van de daar geregelde terugkeeropties (zie artikel 3.92 en 4.52 Vb). +De aanvraag wordt niet afgewezen wegens verplaatsing van het hoofdverblijf buiten Nederland, indien de aanvraag is ingediend door de vreemdeling die in aanmerking komt voor verblijf op grond van de in artikel 3.92 Vb geregelde terugkeeropties (zie artikel 3.92 en 4.52 Vb). De politie zendt het verblijfsdocument voorzien van een begeleidend schrijven, waarin de reden van inname alsmede ten minste het adres van de vreemdeling in het buitenland staan vermeld, naar het Bureau Documenten van de IND. -In de situatie waarin de vreemdeling zich in persoon meldt bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft met de mededeling dat hij zijn hoofdverblijf naar buiten Nederland wenst te verplaatsen, attendeert de burgemeester de vreemdeling erop dat het verblijfsdocument bij de politie moet worden ingeleverd. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verkregen. Indien de vreemdeling daarentegen schriftelijk melding maakt van het voornemen tot het verplaatsen van zijn hoofdverblijf naar het buitenland, zendt de burgemeester dit bericht door aan de politie. +Indien sprake is van beroepsmatige detachering (ook in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening) in een andere EU-lidstaat, telt het verblijf buiten Nederland wel mee bij de berekening van de duur van het rechtmatig verblijf voor de toekenning van de status van langdurig ingezetene (zie artikel 3.92, derde lid, onder a, Vb). -#### 7.2. Gevaar voor de nationale veiligheid +De EG-status als langdurig ingezetene kan na intrekking in sommige gevallen worden herkregen. Herverkrijging is mogelijk indien de vreemdeling, die als langdurig ingezetene houder is geweest van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw (zie artikel 3.92, derde lid, onder b, Vb): -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. +– na verblijf voor studie of beroepsopleiding in een andere lidstaat, zijn aanvraag om herverkrijging binnen zes maanden na beëindiging van die studie of opleiding, dan wel de verblijfstitel in die staat, heeft ingediend; +– na verblijf buiten de Gemeenschap gedurende een aaneengesloten periode van tenminste twaalf maanden, de aanvraag binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden van het verlies indient; of +– na verkrijging van de EG-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene in een andere lidstaat, binnen twaalf maanden na het verlies van de Nederlandse status een aanvraag indient. -Gevaar voor de nationale veiligheid wordt per geval beoordeeld. In deze paragraaf zijn derhalve geen algemene regels opgenomen met betrekking tot de gevallen waarin de aanvraag op deze grond wordt afgewezen of de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op deze grond wordt ingetrokken. +##### 7.1.4. Middelen van bestaan -Indien naar de mening van de politie een bepaalde vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid, maakt hij dit onverwijld schriftelijk aan de Minister kenbaar. De politie stelt de Minister onverwijld alle relevante gegevens en bescheiden ter beschikking. +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder d, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden afgewezen indien de vreemdeling, al of niet tezamen met het gezinslid bij wie hij verblijft, niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan -#### 7.3. Onjuiste gegevens +Voor de beoordeling of er *zelfstandig* over middelen wordt beschikt wordt verwezen naar artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder e, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw, worden afgewezen indien deze onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid. Op grond van artikel 21, zesde lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.96 Vb. Zij zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw (zie artikel 3.97 Vb). +Voor de beoordeling of er *duurzaam* over middelen wordt beschikt wordt verwezen naar artikel 3.75 Vb en B1/4.3.2. -Indien er bij de verlening, wijziging of verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onjuiste gegevens zijn verstrekt of gegevens zijn achtergehouden en bij bekendheid van de juiste gegevens geen verlening, wijziging of verlenging had plaatsgevonden, wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd afgewezen, tenzij sedert de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. - -In dergelijke gevallen zou de vreemdeling bij bekendheid van de juiste relevante gegevens immers niet in het bezit zijn gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, en behoort hij ook niet in het bezit te worden gesteld van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. - -Indien er bij de verlening, wijziging of verlenging van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd onjuiste gegevens zijn verstrekt of gegevens zijn achtergehouden en bij bekendheid van de juiste gegevens geen verlening, wijziging of verlenging had plaatsgevonden, wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken, tenzij sedert de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. - -Indien bedoelde twaalf jaren zijn verstreken weegt het algemene belang niet (langer) op tegen het belang van de vreemdeling bij voortzetting van het verblijf in Nederland (zie B1/5.3.3). - -#### 7.4. Middelen van bestaan - -De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die niet zelfstandig en duurzaam beschikken over voldoende middelen van bestaan op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, Vw. Wanneer de vreemdeling niet zelfstandig en duurzaam over middelen van bestaan beschikt ter hoogte van minimaal de alleenstaande norm kan het duurzame en zelfstandige inkomen van het gezinslid bij wie hij verblijft wordt meegeteld. Dan geldt wel de toepasselijke gezinsnorm. Voor het begrip zelfstandig in dit verband, zie artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. Voor het begrip voldoende middelen van bestaan, zie artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Voor het begrip duurzaam, zie artikel 3.75 Vb en B1/4.3.2. +Voor de beoordeling of er over *voldoende* middelen wordt beschikt wordt verwezen naar artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Onder gezinslid bij wie de vreemdeling verblijft, wordt hier verstaan: – de echtgeno(o)t(e) en de al dan niet geregistreerde partner van de vreemdeling met wie de vreemdeling samenwoont en een gemeenschappelijke huishouding voert; of – het andere gezinslid bij wie de vreemdeling oorspronkelijk in het kader van (verruimde) gezinshereniging verblijf was toegestaan en bij wie de vreemdeling nog steeds verblijft. -De aanvraag wordt niet afgewezen op het middelenvereiste, indien: +Voor het verkrijgen van de vergunning voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetene met toepassing van artikel 21 Vw gelden geen vrijstellingen inzake het beschikken over voldoende en duurzame middelen van bestaan. -a. de vreemdeling gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw heeft gehad (zie artikel 21, tweede lid, Vw); als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen; -b. de vreemdeling: +##### 7.1.5. Openbare orde + +Op grond van artikel 21, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.92 Vb. + +Behoudens gevallen als bedoeld in artikel 3.87 Vb, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, Vw worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid, Vb. Dit is het principe van de glijdende schaal. Artikel 3.86, derde tot en met achtste lid, Vb is van overeenkomstige toepassing. + +Tevens moet bij de besluitvorming rekening worden gehouden met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de persoon in kwestie uitgaat, de duur van het verblijf en het bestaan van banden met Nederland (zie artikel 3.92, zesde lid, Vb). + +Bij een voornemen tot verblijfsbeëindiging op grond van een inbreuk op de openbare orde, wordt in ieder individueel geval getoetst of die in het licht van artikel 8 EVRM gerechtvaardigd is (zie ook B2/10). Daarnaast waarborgen de artikelen 3:2 en 3:4 Awb een zorgvuldige gegevensvergaring en belangenafweging. + +In die gevallen waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier kan worden afgewezen op basis van artikel 21, eerste lid, onder e, Vw juncto artikel 3.92, vijfde lid, Vb dan wel een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier kan worden ingetrokken op basis van artikel 22, eerste lid, onder a, Vw juncto artikel 3.95, derde lid, Vb, wordt van die bevoegdheid gebruik gemaakt, tenzij dat in strijd zou komen met internationale verplichtingen. + +##### 7.1.6. Nationale veiligheid + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder f, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. + +Gevaar voor de nationale veiligheid wordt per geval beoordeeld. In deze paragraaf zijn derhalve geen algemene regels opgenomen met betrekking tot de gevallen waarin de aanvraag op deze grond wordt afgewezen of de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op deze grond wordt ingetrokken (zie B1/4.4). + +##### 7.1.7. Ziektekosten + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder g, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling niet beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden. + +De vreemdeling dient bewijs over te leggen dat hij voor zichzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden beschikt over een ziektekostenverzekering voor alle risico’s die in Nederland normaliter voor de eigen onderdanen zijn gedekt. Deze voorwaarde lijdt geen uitzondering. + +Van een langdurig in Nederland verblijvende vreemdeling kan worden verlangd zich tegen dergelijke kosten te verzekeren, opdat de eventuele kosten niet worden afgewenteld op de samenleving. De vreemdeling is als regel zelfs verplicht zich tegen ziektekosten te verzekeren ingevolge de Zorgverzekeringswet. + +##### 7.1.8. Onjuiste gegevens + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder h, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid. + +Indien wordt vastgesteld dat de vreemdeling door het verzwijgen van relevante gegevens of het verstrekken van onjuiste gegevens in het bezit is gekomen of gebleven van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, kan hem de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en de status van langdurig ingezetene worden onthouden. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn in het geval waarin de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend op grond van een schijnhuwelijk waarmee de bepalingen inzake binnenkomst en verblijf zijn omzeild. + +##### 7.1.9. Rechtmatig verblijf (werkingssfeer) + +Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder i, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onder c of d, Vw of in afwachting is van een definitieve beslissing tot het verlenen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 of 33 Vw. + +Gelet hierop wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ niet verleend indien sprake is van: + +– vreemdelingen die toestemming hebben in een lidstaat te verblijven uit hoofde van tijdelijke bescherming (houders van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingevolge artikel 29, eerste lid, onder d, Vw) of op diezelfde grond toestemming hebben om aldaar te verblijven en in afwachting zijn op een beslissing op een dergelijke aanvraag; +– vreemdelingen die toestemming hebben in een lidstaat te verblijven uit hoofde van subsidiaire vormen van bescherming, overeenkomstig internationale verplichtingen, nationale wetgevingen of de praktijk van lidstaten, of die op diezelfde grond toestemming hebben gevraagd om aldaar te verblijven en een beslissing over hun status afwachten (zie artikel 3.1a Vb en artikel 3, tweede lid, onderdeel c, Richtlijn 2003/109); of +– houders van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd (zie artikel 33 Vw). + +Uit artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2003/109, waaraan artikel 21 Vw mede toepassing geeft, volgt dat burgers van de Unie zijn uitgezonderd van het toepassingsbereik van Richtlijn 2003/109. Derhalve wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ niet verleend indien de aanvrager burger is van de EU. + +Gelet hierop is er in het kader van de inherente afwijkingsbevoegdheid geen ruimte om de status van langdurig ingezetene toe te kennen aan burgers van de Unie. + +##### 7.1.10. Geprivilegieerde status + +Ingevolge artikel 21, onder j, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw worden afgewezen indien de vreemdeling een bijzondere geprivilegieerde status bezit dan wel heeft bezeten in de periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag. + +Omdat het hier gaat om een uitwerking van artikel 3 van Richtlijn 2003/109 over het toepassingsbereik hiervan, verzet het vertrouwen dat de lidstaten onderling moeten hebben in elkaars beslissingen met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn 2003/109, zich er tegen dat de vergunning wordt verleend aan personen die niet vallen binnen het toepassingsbereik van de richtlijn. + +Gelet hierop is er in het kader van de inherente afwijkingsbevoegdheid geen ruimte om de status van langdurig ingezetene toe te kennen. Dit laat onverlet dat een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden kan worden verleend. + +##### 7.1.11. Het inburgeringsexamen + +Ingevolge artikel 21, onder j, Vw kan de aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als langdurig ingezetene, als bedoeld in artikel 20 Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 Wet inburgering, niet heeft behaald. + +De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling het inburgeringexamen niet heeft behaald, indien de aanvraag is ingediend vóór 21 september 2008 en de vreemdeling op dat tijdstip vijf jaar houder was van een verblijfsvergunning (zie artikel 9.2 Besluit Inburgering). + +#### 7.2. Afwijzingsgrond verblijfsvergunning op nationale gronden + +Indien de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet met toepassing van artikel 21 Vw kan worden toegekend, moet volgens de systematiek van de wet ambtshalve worden getoetst of deze kan worden verleend op nationale gronden met toepassing van artikel 21a Vw, dan wel krachtens dat artikel gestelde regels. In geval aan de daarin gestelde voorwaarden is voldaan wordt een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden verleend. + +Voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden gelden, voorzover hierop in de artikelen 21a Vw, 3.93 Vb en 3.94 Vb geen uitzondering is gemaakt, de afwijzingsgronden van artikel 21 Vw (zie B1/7.1.3, B1/7.1.5, B1/7.1.6, B1/.7.1.7, B1/7.1.9 en B1/7.1.11. De hiervoor bedoelde uitzonderingsbepalingen zijn in B1/7.2.1 tot en met B1/7.2.7 opgenomen. + +##### 7.2.1. De duur van het verblijf in Nederland + +In afwijking van artikel 21 wordt de aanvraag niet afgewezen indien de vreemdeling op het moment van de aanvraag niet, maar op het moment van beslissing wel vijf jaar rechtmatig verblijf heeft. + +De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt niet verleend aan vreemdelingen die op het moment van de aanvraag (of de beslissing daarop) korter dan vijf jaren in Nederland verblijven als houder van een geldige verblijfsvergunning, of als vreemdeling die van rechtswege krachtens het gemeenschapsrecht of krachtens het Associatieovereenkomst EG/Turkije verblijfsgerechtigd zijn. Voor onderdanen van de EU/EER en van Zwitserland wordt verwezen naar de specifieke bepalingen ten aanzien van duurzaam verblijf in B10. + +Niet van belang is of de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd een verblijfsvergunning asiel of regulier is. Indien de vreemdeling aanvankelijk als houder van een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft verbleven en het verblijf aansluitend heeft voortgezet op grond van een verblijfsvergunning regulier, wordt de gehele ononderbroken periode in aanmerking genomen. + +De periode waarin de vreemdeling als Nederlander in Nederland heeft verbleven, telt eveneens mee (zie B4). + +##### 7.2.2. De aard van het verblijfsrecht + +Ingevolge artikel 21a Vw juncto artikel 3.93, tweede lid, Vb wordt de aanvraag niet wegens eerder tijdelijk verblijfsrecht afgewezen indien de vreemdeling op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen niet tijdelijk verblijfsrecht heeft en in de periode van vijf aanééngesloten jaren direct voorafgaande aan dat tijdstip rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e dan wel l, Vw had. + +Voor de verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21a Vw is doorslaggevend dat het verblijfsrecht van de vreemdeling op het tijdstip van de aanvraag dan wel de beslissing niet-tijdelijk van aard is. Daarbij is niet van belang hoe lang dat verblijfsrecht niet-tijdelijk van aard is. Indien de vreemdeling in de periode van vijf jaren direct voorafgaande aan de aanvraag verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft gehad, wordt de aanvraag niet op die grond afgewezen, indien het verblijfsrecht op het tijdstip van de aanvraag en de beslissing niet-tijdelijk van aard is (zie artikel 3.93, tweede lid, Vb). + +Indien het verblijfsrecht van de vreemdeling tijdelijk van aard is, dient de vreemdeling er eerst zorg voor te dragen dat de verblijfsvergunning wordt gewijzigd. + +Als voorbeeld kan worden genoemd de vreemdeling aan wie in aansluiting op (tijdelijk) verblijf in het kader van studie in het kader van gezinsvorming met een Nederlander (niet-tijdelijk) verblijf is toegestaan, en die nadien een aanvraag indient tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde duur. Zijn verblijfsrecht is op het moment van de aanvraag en de beslissing niet-tijdelijk van aard. Dat hij daarvoor enkele jaren verblijfsrecht van tijdelijke aard heeft gehad, is niet van belang. Wel moet het eerdere verblijfsrecht in totaal ten minste vijf jaren bestrijken (zie B1/7.2.1). + +##### 7.2.3. Bijzondere categorieën + +Het gaat hier om de verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd aan bijzondere categorieën op grond van artikel 21a Vw juncto artikel 3.93 en 3.94 Vb. + +Voor bijzondere bepalingen ten aanzien van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt verwezen naar: + +– wedertoelating op grond van de terugkeeroptie (zie artikelen 3.92, eerste lid en 3.93, derde lid, Vb en B4/5); +– wedertoelating op grond van de terugkeeroptie Remigratiewet (zie artikel 3.94 Vb en B4/3.2.2); +– Belgen en Luxemburgers (zie B10); +– onderdanen van de Republiek Suriname op wie de Overeenkomst van 1975 inzake verblijf en vestiging nog van toepassing is (zie B11); en +– diplomaten (zie artikel 3.93, eerste lid, Vb en B12). + +Onder secundaire migranten wordt verstaan: kinderen van migranten, dat wil zeggen vreemdelingen die als minderjarige in het kader van gezinshereniging in Nederland zijn toegelaten; voorzover het gaat om secundaire migranten die in aanmerking komen voor de terugkeeroptie (zie B4/5). + +Ingevolge artikel 21a, eerste lid, onder b, Vw komt de vreemdeling die als minderjarige onder een beperking verband houdend met gezinshereniging is toegelaten, sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst en inmiddels 18 jaar is, tenzij de gezinsband werd verbroken binnen een jaar na verlening van de verblijfvergunning, met voorbij gaan aan het middelenvereiste, in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden (zie B1/7.2.5). Dit betekent dat voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, in dit geval aan de overige voorwaarden van artikel 21 Vw wel dient te worden voldaan. + +Ingevolge artikel 21a, tweede lid, Vw, kan de aanvraag van een vreemdeling die: + +– in Nederland is geboren dan wel reeds voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef; +– sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en +– achttien jaar of ouder is; + +alleen worden afgewezen op grond dat aanvrager bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a WvSr, is opgelegd en hij een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. De aanvraag kan slechts worden afgewezen op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, Vb, indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan 60 maanden, ter zake van handel in verdovende middelen. + +In afwijking van artikel 21a, eerste lid, Vw, behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn. Wel dient dat rechtmatige verblijf ten minste vijf jaren te beslaan (zie artikel 21, eerste lid, onder a, Vw in samenhang met artikel 21a, tweede lid, Vw). + +Aanspraak op hernieuwd verblijf, de terugkeeroptie, geldt in bepaalde gevallen voor kinderen van migranten, welke kinderen naar het land van hun nationaliteit zijn gegaan of teruggekeerd (zie artikelen 3.92 en 3.93 Vb en B4/5). + +Weliswaar zijn burgers van de Unie uitgezonderd van het toepassingsbereik van Richtlijn 2003/109 en komen zij derhalve niet in aanmerking voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’, zij kunnen echter wel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden. + +##### 7.2.4. Middelen van bestaan + +Ingevolge artikel 21a, eerste lid, aanhef en onder a en b, Vw wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd niet afgewezen op het middelenvereiste indien de vreemdeling: + +– gedurende een tijdvak van tien aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a of l, Vw heeft gehad (zie artikel 21a, eerste lid, onder a, Vw). Als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen; + +of indien de vreemdeling: + +– als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad; +– de gezinsband niet binnen een jaar na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (als bedoeld in artikel 14 Vw) is verbroken; +– de vreemdeling sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; +– de vreemdeling inmiddels achttien jaar is (zie artikel 21a, eerste lid, onder b, Vw); en +– de vreemdeling ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw (zie artikel 21, vijfde lid, Vw). Als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel eveneens meetellen; + +of indien de vreemdeling: – in Nederland is geboren of voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef; – sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; en -– inmiddels achttien jaar is; in afwijking van het eerste lid van artikel 21 Vw behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn (zie artikel 21, vierde lid, Vw); -c. de vreemdeling: +– inmiddels achttien jaar is; in afwijking van artikel 21, eerste lid onder a, Vw behoeft het rechtmatig verblijf van de vreemdeling niet aaneengesloten te zijn (zie artikel 21a, tweede lid, Vw); -1. als minderjarige onder een beperking verband houdende met gezinshereniging rechtmatig verblijf heeft gehad; -2. de gezinsband niet binnen een jaar na de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (als bedoeld in artikel 14 Vw) is verbroken; -3. de vreemdeling sindsdien zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft verplaatst; -4. de vreemdeling inmiddels achttien jaar is; en -5. de vreemdeling ten minste vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw (zie artikel 21, vijfde lid, Vw). Als beleidsregel geldt dat perioden van verblijf in Nederland in dat tijdvak als Nederlander of als houder van een verblijfsvergunning asiel, eveneens meetellen; -d. de vreemdeling duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55% op basis van een volledige werkweek (zie artikel 3.94 Vb); -e. de vreemdeling gebruik kan maken van de in artikel 3.92 Vb geregelde terugkeeropties. +of indien de vreemdeling: + +– duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een daarmee vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering, welke uitkering is gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55% op basis van een volledige werkweek (zie artikel 3.93, derde lid, Vb); en +– gebruik kan maken van de in artikel 3.92, eerste lid, Vb geregelde terugkeeropties. + +##### 7.2.5. Openbare orde + +Ingevolge artikel 21a, tweede lid, Vb kan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd van de vreemdeling die in Nederland is geboren dan wel reeds voor zijn vierde levensjaar in Nederland verbleef en sindsdien zijn hoofdverblijf niet heeft verplaatst en inmiddels achttien jaar is geworden slechts in een beperkt aantal gevallen worden afgewezen (zie B1/7.2.3). + +In die gevallen waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier kan worden afgewezen op basis van artikel 3.92 en 3.93 Vb, dan wel een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier kan worden ingetrokken op basis van artikel 3.95 Vb, wordt van die bevoegdheid gebruik gemaakt, tenzij dat in strijd zou komen met internationale verplichtingen. + +##### 7.2.6. Onjuiste gegevens + +Ingevolge artikel 3.93, vierde lid, Vb wordt de aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden, bedoeld in artikel 20 Vw, niet afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zou hebben geleid, indien sinds de verlening, de verlenging of de wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. + +Indien bedoelde twaalf jaren zijn verstreken weegt het algemene belang niet (langer) op tegen het belang van de vreemdeling bij voortzetting van het verblijf in Nederland (zie B1/5.3.3). + +##### 7.2.7. Geprivilegieerden + +Voor de voorwaarden voor toekenning van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21a aan de houder van een status als bijzonder geprivilegieerde of diens afhankelijk gezinslid wordt verwezen naar B12/2.1.2.1, B12/2.1.2.2, B12/2.2.2.1, B12/3.3.1 en B12/3.3.2. + +#### 7.3. Onjuiste gegevens + +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 + +#### 7.4. Middelen van bestaan + +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 #### 7.5. Openbare orde -Ingevolge artikel 21, eerste lid, onder b, Vw kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e, dan wel l, Vw, worden afgewezen indien de vreemdeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd, dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het WvSr, is opgelegd. Op grond van artikel 21, zesde lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.95 Vb. Zij zijn van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw (zie artikel 3.98 Vb). - -In die gevallen waarin de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier kan worden afgewezen op basis van artikel 3.95 Vb dan wel een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd regulier kan worden ingetrokken op basis van artikel 3.98 Vb, wordt van die bevoegdheid gebruik gemaakt, tenzij dat in strijd zou komen met internationale verplichtingen. - -Ook bij de beoordeling van de aanvraag om een vergunning regulier voor onbepaalde tijd geldt als uitgangspunt dat naarmate de verblijfsduur van de vreemdeling langer en diens banden met Nederland sterker zijn, de inbreuk op de openbare orde ernstiger en de opgelegde straf zwaarder dient te zijn. De hoogte van de opgelegde straf wordt gerelateerd aan de duur van het verblijf van de vreemdeling in Nederland, op het moment dat het misdrijf werd gepleegd. Dit is het principe van de zogenaamde glijdende schaal (zie verder B1/5.3.6). +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 ### 8. Intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd -Ingevolge artikel 22, eerste lid, Vw, kan de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden ingetrokken indien: +In deze paragraaf worden de intrekkings- en wijzigingsgronden van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd behandeld. Deze gronden zijn zowel geldend voor de vergunning die verleend is met toepassing van artikel 21 als met toepassing artikel 21a Vw en hebben betrekking op: -a. de houder daarvan zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd; -b. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid; -c. de houder daarvan bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a WvSr, is opgelegd; -d. de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. +a. afwezigheid van het grondgebied (zie artikel 22, eerste lid, onder a, Vw en B1/8.1); +b. frauduleuze verkrijging (zie artikel 22, eerste lid, onder b, Vw en B1/8.2); +c. openbare orde en nationale veiligheid (zie artikel 22, eerste lid, onder c, Vw en B1/8.3); +d. verkrijging EG-status in andere lidstaat (zie artikel 22, tweede lid, Vw en B1/8.4). -Op grond van artikel 22, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.97 en 3.98 Vb. +Op grond van artikel 22, derde lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van de in het eerste lid genoemde grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.95 Vb. In gevallen van verblijfsbeëindiging levert de vreemdeling zijn verblijfsdocument in op grond van artikel 4.52 Vb. -De politie zendt het verblijfsdocument voorzien van een begeleidend schrijven, waarin de reden van inname alsmede ten minste het adres van de vreemdeling in het buitenland staan vermeld, naar het Bureau Documenten van de IND. +De politie zendt het verblijfsdocument voorzien van een begeleidend schrijven, waarin de reden van inname alsmede ten minste het adres van de vreemdeling in het buitenland staan vermeld, naar de IND. -In de situatie waarin de vreemdeling zich in persoon meldt bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft met de mededeling dat hij zijn hoofdverblijf naar buiten Nederland wenst te verplaatsen, attendeert de burgemeester de vreemdeling erop dat het verblijfsdocument bij de politie moet worden ingeleverd. Het vorenstaande is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die het Nederlanderschap heeft verkregen. Indien de vreemdeling daarentegen schriftelijk melding maakt van het voornemen tot het verplaatsen van zijn hoofdverblijf naar het buitenland, zendt de burgemeester dit bericht door aan de politie. +#### 8.1. Afwezigheid van het grondgebied -#### 8.1. Hoofdverblijf +Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder a, Vw kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden ingetrokken of gewijzigd indien de vreemdeling een aaneengesloten periode van 12 maanden of langer buiten het grondgebied van de staten die partij zijn bij het EG-Verdrag, dan wel zes jaar of langer buiten Nederland heeft verbleven. -Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder a, Vw kan de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden ingetrokken indien de houder daarvan zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft gevestigd. +De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet ingetrokken wegens afwezigheid van het grondgebied indien: -De in B1/5.3.2 opgenomen regels inzake weigering van de verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wegens verplaatsing hoofdverblijf zijn van overeenkomstige toepassing. +a. het hoofdverblijf niet is verplaatst (zie B1/7.1.3); +b. de houder van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aantoont dat hij langer dan zes jaar voor studiedoeleinden in een of meer andere lidstaten verblijft; of +c. er sprake is van verblijf buiten de Gemeenschap, maar nog wel binnen de EER (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein) of Zwitserland, tenzij sprake is van een verblijf buiten Nederland van langer dan zes jaren. -#### 8.2. Onjuiste gegevens +*Ad b* -Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder b, Vw kan de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden ingetrokken indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden, terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid. Op grond van artikel 22, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.97 Vb. +De student kan in een andere lidstaat niet de status van langdurig ingezetene krijgen nu Richtlijn 2003/109 niet van toepassing is op houders van een verblijfsvergunning van tijdelijke aard. -Deze grond is niet beperkt tot het verstrekken van onjuiste gegevens of het achterhouden van gegevens die hebben geleid tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Ook indien onjuiste gegevens zijn verstrekt, of gegevens zijn achtergehouden, die tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd zouden hebben geleid, als deze bekend waren geweest, wordt de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken (zie B1/5.3.3). +#### 8.2. Frauduleuze verkrijging -#### 8.3. Openbare orde +Ingevolge artikel 22, eerste lid onder b, Vw juncto artikel 3.95, tweede lid, Vb wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw ingetrokken indien de verblijfsvergunning op frauduleuze wijze is verkregen. -Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder c, Vw, kan de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden ingetrokken indien de houder daarvan bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis is veroordeeld wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd dan wel hem terzake de maatregel, bedoeld in artikel 37a van het WvSr, is opgelegd. Op grond van artikel 22, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Dergelijke regels zijn neergelegd in artikel 3.98 Vb, waarbij de glijdende schaal zoals is opgenomen in artikel 3.86, tweede lid, Vb, en de bepalingen ingevolge artikel 3.86, derde tot en met negende lid, Vb, van overeenkomstige toepassing zijn verklaard (zie B1/5.3.6). +Op grond van Richtlijn 2003/109 moet de status van EG-langdurig ingezetene in een voorkomend geval worden ingetrokken, ongeacht de tijd die sedert de verkrijging is verstreken. -#### 8.4. Nationale veiligheid +Indien echter sedert de verkrijging een periode van twaalf jaren is verstreken wordt de verblijfsvergunning gewijzigd, indien daarop de aantekening “EG langdurig ingezetene” was geplaatst. In een dergelijk geval wordt deze gewijzigd in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden met toepassing van artikel 21a Vw. Hiermee vervalt dus het recht om zich als “EG-langdurig ingezetene” in een andere lidstaat te vestigen. -Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder d, Vw kan de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden ingetrokken indien de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid. Op grond van artikel 22, tweede lid, Vw kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over de toepassing van deze grond. Van deze mogelijkheid is geen gebruikgemaakt. +Het begrip frauduleuze verkrijging is minder ruim dan het begrip “onjuiste gegevens”, zoals dit als afwijzingsgrond voor de vergunning voor onbepaalde tijd geldt. Voor het aannemen van frauduleuze verkrijging is als regel opzet vereist. Hierbij is niet van belang of de gegevens door de aanvrager persoonlijk zijn verstrekt. Voor de afwijzing op grond van onjuiste gegevens is niet relevant of de gegevens al dan niet opzettelijk zijn verstrekt of achter gehouden en evenmin of die door de aanvrager persoonlijk zijn verstrekt. + +#### 8.3. Openbare orde en nationale veiligheid + +Ingevolge artikel 22, eerste lid, onder c, Vw kan de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden ingetrokken of gewijzigd indien de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid vormt. + +Dit criterium is niet gelijk aan het communautaire openbare orde criterium van artikel 27 Richtlijn 2004/38. Voor burgers van de EU geldt op grond van artikel 8.22, eerste lid, Vb dat uitvoering geeft aan artikel 27 Richtlijn 2004/38 immers als extra vereiste dat door de bedreiging, die zij door hun persoonlijk gedrag vormen, een fundamenteel belang van de samenleving wordt aangetast. + +De verblijfsvergunning kan slechts wegens het bestaan van een actuele en ernstige bedreiging van de openbare orde worden ingetrokken, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan een of meer van de toepasselijke normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid, Vb. Dit is het principe van de glijdende schaal. Artikel 3.86, derde tot en met achtste lid, Vb zijn van overeenkomstige toepassing (zie artikel 3.95, derde lid, Vb) + +Voor intrekking van de verblijfsvergunning wegens het bestaan van een actuele en ernstige bedreiging van de nationale veiligheid is oplegging van een straf of maatregel niet vereist en is mitsdien de glijdende schaal niet van toepassing. + +Bij de besluitvorming wordt mede rekening gehouden met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling of dat gezinslid uitgaat. + +Voorts wordt rekening gehouden met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst. Deze factoren zijn tevens van belang voor de individuele belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM (zie B2/10). + +De bepalingen uit deze paragraaf die gelden voor intrekking van de vergunning voor onbepaalde tijd zijn ook van toepassing op de ongewenstverklaring. Het feit dat de ongewenstverklaring een zwaarder middel is dan de enkele verblijfsbeëindiging brengt met zich mee dat bij eventuele ongewenstverklaring tenminste ook de bepalingen van deze paragraaf in acht worden genomen. + +Indien de intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, wegens het bestaan van een actuele en ernstige bedreiging van de openbare orde en nationale veiligheid niet leidt tot verwijdering, wordt de verblijfsvergunning gewijzigd. In geval daarop de aantekening “EG-langdurig ingezetene” was gesteld, wordt deze gewijzigd in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden. + +Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan gevallen waarin, ingevolge Richtlijn 2003/109, intrekking voorgeschreven is, maar daadwerkelijke beëindiging van het verblijf, na een individuele belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM, niet aan de orde is. + +#### 8.4. Verkrijging EG-status in een andere lidstaat + +Ingevolge artikel 22, tweede lid, Vw wordt de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken indien de vreemdeling langdurig ingezetene is geworden in een andere staat die partij is bij het EG-Verdrag. + +Voor gevallen waarin de vreemdeling na intrekking van de status in aanmerking kan komen voor herverkrijging van de status (en daarmee) de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ (zie B1/7.1.2). ### 9. Procedurele bepalingen @@ -1673,9 +1926,9 @@ Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan In afwijking van de hoofdregel wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een vreemdeling die niet in het bezit is van de vereiste mvv en die woonachtig is in de gemeente die vermeld is in kolom A van bijlage 18, behorend bij artikel 3.33a VV, ingediend bij het met die gemeente corresponderende in kolom B van deze bijlage vermelde kantoor van de IND. -Deze verplichting geldt niet voor de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één van de door de Minister van BuZa aangewezen landen dan wel de vreemdeling die een gemeenschapsonderdaan of burger van de EU is. Het gaat hier om de nationaliteiten van de volgende landen: Australië, België, Canada, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland. +Deze verplichting geldt niet voor de vreemdeling die de nationaliteit bezit van één van de door de Minister van BuZa aangewezen landen dan wel de vreemdeling die een gemeenschapsonderdaan of burger van de EU is. Het gaat hier om de nationaliteiten van de volgende landen: Australië, België, Bulgarije, Canada, Cyprus, Duitsland, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Japan, Letland, Liechtenstein, Litouwen, Luxemburg, Malta, Monaco, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten van Amerika, IJsland, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland. -Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen, zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch een afspraak dienen te maken (023 – 888 9090 voor het kantoor te Hoofddorp en 070 – 779 3788 voor het kantoor te Rijswijk). +Alvorens de aanvraag in persoon te kunnen indienen, zal de vreemdeling daartoe eerst telefonisch een afspraak dienen te maken (023 – 888 9090 voor het kantoor te Hoofddorp en 070 – 370 3788 voor het kantoor te Rijswijk). In afwijking van de hoofdregel wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel ingediend bij de politie van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. @@ -1683,7 +1936,7 @@ De politie stuurt de aanvraag na ontvangst per omgaande rechtstreeks door naar d De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt schriftelijk ingediend bij het kantoor van de IND (zie artikel 3.33b VV). -De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens schriftelijk ingediend bij het kantoor van de IND (zie artikel 3.33c VV). +De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt eveneens schriftelijk ingediend bij de IND (zie artikel 3.33c VV). Ingevolge het bepaalde in artikel 3.101, tweede lid, Vb wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd. Dat kan een politiecel, een cel van de KMar, een Huis van Bewaring of een uitzetcentrum zijn. Indien de vreemdeling zich in een politiecel of een Huis van Bewaring bevindt, neemt de politie de aanvraag in ontvangst en zendt haar onverwijld door naar de IND. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van het model M56. De terzake relevante bescheiden en gegevens worden met de aanvraag meegezonden. De IND beslist onverwijld op de aanvraag en stelt de politie onverwijld in kennis van de inhoud van de beslissing. @@ -1691,14 +1944,14 @@ Indien de vreemdeling zich in een cel van de KMar of een uitzetcentrum bevindt, De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan ingevolge artikel 3.101, derde lid, Vb worden ingediend bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Australië, Canada of Nieuw Zeeland, indien de Australische, Canadese of Nieuw-Zeelandse vreemdeling in het kader van een uitwisselingsprogramma tussen Nederland en een van die landen in Nederland wil verblijven. De aanvraag kan ook in Nederland worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. -Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb kunnen worden toegezonden aan de IND. De aanvrager kan daartoe via het landelijk nummer van de IND telefonisch een aanvraagformulier aanvragen. Dit aanvraagformulier wordt door Hoofd IND vast gesteld en wordt alleen via de website van de IND ter beschikking gesteld. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd aan de IND. +Aanvragen met betrekking tot het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten om redenen als genoemd in artikel 4.22 Vb kunnen worden toegezonden aan de IND. De aanvrager kan daartoe via het landelijk nummer van de IND telefonisch een aanvraagformulier, aanvragen. Dit aanvraagformulier wordt door Hoofd IND vast gesteld en wordt alleen via de website van de IND ter beschikking gesteld. Dit aanvraagformulier kan vervolgens, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bescheiden, worden geretourneerd aan de IND. De aanvraag tot verlening dan wel verlenging van een verblijfsvergunning regulier wordt schriftelijk ingediend door middel van een formulier, waarvan het model bij ministeriële regeling is vastgesteld. De modellen zijn: – model conform bijlage 13 VV voor de indiening van een aanvraag tot verlening of wijziging van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de situatie dat de vreemdeling niet in het bezit is van een geldige mvv; – model conform bijlage 13a, sub 2, VV voor de indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in de situatie dat de vreemdeling in het bezit is van een geldige mvv; – model f bijlage 13 VV voor de indiening van een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; -– model h bijlage 13 VV voor de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd; +– model h bijlage 13 VV voor de aanvraag tot verlening of wijziging van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd; – model e bijlage 13 VV voor de indiening van een verzoek om toetsing aan het recht van de Europese gemeenschappen. Een formulier kan worden verkregen: @@ -1709,7 +1962,7 @@ Een formulier kan worden verkregen: De vreemdeling die zich bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfsplaats meldt ter indiening van een aanvraag, zal aldaar kenbaar maken voor welk verblijfsdoel hij een aanvraag wenst in te dienen. De burgemeester kan vervolgens met behulp van een handleiding vaststellen welk aanvraagformulier aan de vreemdeling behoort te worden verschaft. -Indien de aanvraag wordt ingediend door middel van een brief die de bewoordingen van het toepasselijke formulier volgt en die alle daarbij gevraagde gegevens omvat, wordt deze – met inachtneming van de overige vereisten – in behandeling genomen. +Indien de aanvraag wordt ingediend door middel van een brief die de bewoordingen van het toepasselijke formulier volgt en die alle daarbij gevraagde gegevens omvat, wordt deze – met inachtneming van de overige vereisten – in behandeling genomen Bij een aanvraag om eerste toelating zal het aanvraagformulier tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd na inreis op een geldige mvv, hetzij het aanvraagformulier tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor paalde tijd na inreis zonder geldige mvv, hetzij het aanvraagformulier tot afgifte van een bewijs waaruit het rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, aan de vreemdeling worden verstrekt. Indien de aanvraag wordt ingediend door middel van een brief die de bewoordingen van het toepasselijke formulier volgt en die alle daarbij gevraagde gegevens omvat, wordt deze – met inachtneming van de overige vereisten – in behandeling genomen. @@ -1778,7 +2031,7 @@ Indien de gegevens of bescheiden in een vreemde taal, anders dan de Franse, Duit De vertaling dient te zijn opgesteld door een bij een Nederlandse rechtbank beëdigde tolk/vertaler. -Aan vreemdelingen van twaalf jaar en ouder die een aanvraag indienen, wordt een antecedentenverklaring ter ondertekening voorgelegd (zie bijlage 12 VV). Burgers van de Unie mag geen antecedentenverklaring ter ondertekening worden voorgelegd. Voor specifieke bepalingen ten aanzien van de vreemdeling die de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezit wordt verder verwezen naar B10/6.1.2. +Aan vreemdelingen van twaalf jaar en ouder die een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen wordt een antecedentenverklaring ter ondertekening voorgelegd (zie bijlage 12 VV). Burgers van de EU en hun familieleden, ongeacht hun nationaliteit, mag geen antecedentenverklaring ter ondertekening worden voorgelegd. Hetzelfde geldt voor onderdanen van de EER en Zwitserland en hun familieleden. Voor specifieke bepalingen ten aanzien van de vreemdeling die de Belgische of Luxemburgse nationaliteit bezit wordt verder verwezen naar B10/6.1.2. De originele door de vreemdeling ondertekende antecedentenverklaring(en) wordt/worden zorgvuldig bewaard in de administratie van de IND. @@ -1810,13 +2063,13 @@ De burgemeester kruist op de per verblijfsdoel gespecificeerde checklist – wel De procedure inzake de leges staat beschreven in B1/9.6.1. -De burgemeester verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijlage 7g VV) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden. +De burgemeester verstrekt de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g VV) aan de vreemdeling ten bewijze van het feit dat de vreemdeling een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft ingediend. De sticker wordt afgegeven voor een duur die één maand korter is dan de geldigheidsduur van het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, met in beginsel een maximumduur van zes maanden. -De sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h, en i Vw, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. +De sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f, g, h en i Vw, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. -Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de Korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (bijlage 7j VV) door de Korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’. +Met nadruk zij vermeld dat de aantekening omtrent de aanmeldingsplicht alsmede de aantekening omtrent de periodieke meldplicht onverkort door de Korpschef dan wel de ambtenaar belast met het toezicht worden geplaatst. Hiertoe wordt op de sticker ‘Aantekeningen Toezicht’ (zie bijlage 7j VV) door de Korpschef de datum van de aanmelding en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aangemeld op (datum)’. -Voor het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland dat zelf niet ook afkomstig is uit één van deze lidstaten (m.a.w het familielid-derdelander van de unieburger) plaatst de burgemeester de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan’ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. +Voor het familielid van de onderdaan van de EU/EER of van Zwitserland dat zelf niet ook afkomstig is uit één van deze lidstaten (met andere woorden het familielid-derdelander van de unieburger) plaatst de burgemeester de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Gemeenschapsonderdaan’ in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, of voorziet het reisdocument van een zogeheten inlegvel. De sticker of het inlegvel bevat naast de aantekening omtrent het rechtmatig verblijf, tevens informatie omtrent de toegang tot de arbeidsmarkt. De burgemeester maakt ten behoeve van de IND een kopie van het door de vreemdeling overgelegde geldige document voor grensoverschrijding alsmede een kopie van de door de vreemdeling overgelegde originele brondocumenten (zoals geboorteakte en de huwelijksakte). @@ -1826,13 +2079,13 @@ De burgemeester maakt ten behoeve van de vreemdeling een kopie van de pagina van De burgemeester draagt zorg voor het doorzenden van de aanvraag naar de IND. Hij zendt onder meer de volgende bescheiden naar de IND: het originele aanvraagformulier (inclusief de vereiste bijlagen (denk hierbij aan de originele relatieverklaring of de bewustverklaring au pair)), de set gewaarmerkte kopieën van het document voor grensoverschrijding en de overgelegde brondocumenten, een kopie van het betalingsbewijs leges en de ingevulde checklist. -De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft roept de vreemdeling op voor het in ontvangst nemen van het verblijfsdocument. +De burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft, roept de vreemdeling op voor het in ontvangst nemen van het verblijfsdocument. Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, tegen afgifte van een ontvangstbewijs (zie model M76) en – voor zover sprake is van een aanvraag tot wijziging van de verblijfsvergunning – tegen inlevering van het oude verblijfsdocument of tegen overlegging van (een kopie van) een proces-verbaal van aangifte van vermissing van het oude verblijfsdocument. De burgemeester ziet erop toe dat de vreemdeling in persoon, en bij minderjarigheid in bijzijn van zijn wettelijk vertegenwoordiger, het verblijfsdocument in ontvangst neemt. De burgemeester zendt het door de vreemdeling ondertekend ontvangstbewijs (zie model M76) naar het Bureau Documenten van de IND. Ook indien het verblijfsdocument waaruit het rechtmatig verblijf blijkt, nog niet is verstrekt, is er vanaf de bekendmaking van de beschikking sprake van rechtmatig verblijf. -Naast de bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling. +Naast de bovengenoemde specifieke handelingen verschaft de burgemeester beleidsarme algemene informatie aan de vreemdeling Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingevolge artikel 3.33a, vierde lid, VV bij een kantoor van de IND wordt ingediend, is het bepaalde in B1 onverkort van toepassing voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald. @@ -1846,6 +2099,10 @@ Indien de aanvraag niet meteen ter plaatse kan worden afgedaan omdat nader onder De IND-ambtenaar maakt tevens ten behoeve van de aanvrager een kopie van de pagina van het aanvraagformulier waarop de persoonsgegevens van de aanvrager alsmede diens handtekening staan vermeld. Deze kopie wordt gewaarmerkt en vervolgens overhandigd aan de vreemdeling. Voor zover de vreemdeling nog geen onderzoek naar TBC aan de ademhalingsorganen heeft ondergaan en hij daarvan evenmin is vrijgesteld, verwijst de IND-ambtenaar de vreemdeling door naar de meest nabij gelegen GG&GD met gebruikmaking van het TBC-formulier (zie bijlage 13 VV). +Ingevolge artikel 3.103a Vb doet de Minister, indien een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw (niet) wordt verleend aan of verlengd dan wel wordt ingetrokken, van een vreemdeling die houder is van een door een andere EU-lidstaat, afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, mededeling aan de autoriteiten van die staat (zie B17/6). + +Het koppelingsbureau van de IND fungeert in dergelijke gevallen als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie (zie B17/6). + ##### 9.4.1. Verlenging verblijfsvergunning regulier (on)bepaalde tijd Voor zover in de onderhavige paragraaf niet anders is bepaald, is het bepaalde in hoofdstuk B1 onverkort van toepassing. @@ -1898,16 +2155,14 @@ Het verblijfsdocument wordt alleen in persoon aan de vreemdeling uitgereikt, teg #### 9.6. Leges -Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vw is de vreemdeling leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag in door de Minister te bepalen gevallen en volgens door die Minister te geven regels. Tevens kan de Minister bepalen dat de vreemdeling voor de afgifte van documenten waaruit het rechtmatig verblijf blijkt leges verschuldigd is. - -De Minister heeft van deze bevoegdheden gebruik gemaakt bij de artikelen 3.34 en 3.34a tot en met i, VV. +Ingevolge artikel 24, tweede lid, Vw is de vreemdeling leges verschuldigd voor de afdoening van een aanvraag in door de Minister te bepalen gevallen en volgens door die Minister te geven regels. Tevens kan de Minister bepalen dat de vreemdeling voor de afgifte van documenten waaruit het rechtmatig verblijf blijkt leges verschuldigd is. De Minister heeft van deze bevoegdheden gebruik gemaakt bij de artikelen 3.34 en verder VV. Ter zake van de afdoening van een aanvraag worden leges geheven: – tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; – tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; – tot het verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd; -– tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. +– tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De vreemdeling is leges verschuldigd per aanvraag. Indien de vreemdeling tegelijkertijd twee of meer aanvragen indient, worden daarom evenzo vaak leges geheven. De leges zijn verschuldigd ongeacht de beslissing op de aanvraag. Indien de leges niet worden voldaan, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld (zie artikel 24, tweede lid, Vw). @@ -1915,7 +2170,9 @@ Indien een ouder, althans wettelijk vertegenwoordiger, één aanvraag indient (m Het legestarief ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die in het bezit zijn van een mvv voor hetzelfde verblijfsdoel als waarvoor de verblijfsvergunning wordt aangevraagd, is vastgelegd in artikel 3.34, eerste lid, Vw. -De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die niet over een mvv beschikken, van vreemdelingen die een mvv hebben voor een ander verblijfsdoel dan waarvoor de reguliere verblijfsvergunning wordt aangevraagd en van vreemdelingen die om wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vragen, zijn afhankelijk van het beoogde verblijfsdoel. De leges bedragen zijn vastgelegd in het VV. Voor een overzicht van de verschillende legesbedragen zie ook de IND website. +De leges ter zake van de afdoening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van vreemdelingen die niet over een mvv beschikken, van vreemdelingen die een mvv hebben voor een ander verblijfsdoel dan waarvoor de reguliere verblijfsvergunning wordt aangevraagd + +en van vreemdelingen die om wijziging van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vragen, zijn afhankelijk van het beoogde verblijfsdoel. De leges bedragen zijn vastgelegd in het VV. Voor een overzicht van de verschillende legesbedragen zie ook de IND website. De toepasselijke legestarieven zijn voor: @@ -1935,16 +2192,14 @@ Het onvermogen met betrekking tot legesbetaling dient bij de indiening van de aa Indien niet alle bovengenoemde stukken bij de aanvraag worden overgelegd, wordt geen herstel verzuim geboden ter aanvulling van ontbrekende stukken en heeft de vreemdeling niet aangetoond niet aan de legesverplichting te kunnen voldoen. De vreemdeling wordt dan in de gelegenheid gesteld de leges alsnog te voldoen. Zie daarvoor de procedure zoals beschreven in B1/9.6.1. Indien de leges niet worden voldaan, ook niet dan nadat hem herstel verzuim is geboden, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld. -Indien voornoemde stukken zijn overgelegd en de beoordeling ervan tot het oordeel leidt dat de vreemdeling, ook niet met behulp van derden, in staat is, noch op korte termijn in staat zal zijn, om de verschuldigde leges te voldoen, wordt de aanvraag in behandeling genomen zonder dat de vreemdeling leges is verschuldigd. +Indien voornoemde stukken zijn overgelegd en de beoordeling ervan tot het oordeel leidt dat de vreemdeling, ook niet met behulp van derden, in staat is, noch op korte termijn in staat zal zijn, om de verschuldigde leges te voldoen, wordt de aanvraag in behandeling genomen zonder dat de vreemdeling leges is verschuldigd. Ook geldt de mogelijkheid van vrijstelling van leges in het geval van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning van de vreemdeling die verblijf heeft onder de beperking ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM’ en die bij de aanvraag om het verlengen van de verblijfsvergunning aantoont dat hij vanaf de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning alles in het werk heeft gesteld om over voldoende middelen te beschikken. -Ook geldt de mogelijkheid van vrijstelling van leges in het geval van een aanvraag tot het verlengen van de verblijfsvergunning van de vreemdeling die verblijf heeft onder de beperking ‘uitoefenen van het gezinsleven conform artikel 8 EVRM’ en die bij de aanvraag om het verlengen van de verblijfsvergunning aantoont dat hij vanaf de datum van het verlenen van de verblijfsvergunning alles in het werk heeft gesteld om over voldoende middelen te beschikken. - -De volgende categorieën vreemdelingen zijn vrijgesteld van de verplichting om leges te voldoen ter afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Het betreft niet-geprivilegieerd militair en niet-geprivilegieerd burgerpersoneel, alsmede slachtoffers van mensenhandel en hun minderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren en daartoe reeds in het land van herkomst feitelijk behoorden en die onder het gezag van de hoofdpersoon staan. Tevens zijn vrijgesteld vreemdelingen die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning in het kader van het buiten de schuld van de vreemdeling niet kunnen vertrekken uit Nederland, dan wel voor een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel dan genoemd artikel 3.4, eerste lid, Vb. Daarnaast zijn vreemdelingen die op grond van richtlijn 2001/55 EG de status van tijdelijk beschermde hebben ontheven van de legesplicht in het geval deze vreemdeling een aanvraag doet tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige. +De volgende categorieën vreemdelingen zijn vrijgesteld van de verplichting om leges te voldoen ter afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Het betreft niet-geprivilegieerd militair en niet-geprivilegieerd burgerpersoneel, alsmede slachtoffers van mensenhandel en hun minderjarige kinderen die feitelijk tot het gezin behoren en daartoe reeds in het land van herkomst feitelijk behoorden en die onder het gezag van de hoofdpersoon staan. Tevens zijn vrijgesteld vreemdelingen die blijkens een schriftelijke verklaring van de Minister in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning in het kader van het buiten de schuld van de vreemdeling niet kunnen vertrekken uit Nederland, dan wel voor een verblijfsvergunning voor een ander verblijfsdoel dan genoemd artikel 3.4, eerste lid, Vb. Daarnaast zijn vreemdelingen die op grond van Richtlijn 2001/55 de status van tijdelijk beschermde hebben ontheven van de legesplicht in het geval deze vreemdeling een aanvraag doet tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst of arbeid als zelfstandige. Naar aanleiding van een door de Tweede Kamer op 26 april 2005 aangenomen motie geldt eveneens vrijstelling van de verplichting om leges te voldoen voor de vreemdeling: – die vóór 1 april 2001 een aanvraag tot toelating als vluchteling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, Vw (oud) heeft ingediend; en -– in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. +– in de periode van 14 januari 2003 tot en met 17 maart 2005 een verzoek in de vorm van een zogenaamde ‘14-1-brief’ heeft gestuurd aan de Minister, op welk verzoek nog niet een in rechte onaantastbaar geworden beslissing is genomen. Als ‘14-1-brief’ wordt aangemerkt een schriftelijk verzoek, dat voldoet aan alle volgende drie kenmerken: @@ -2101,7 +2356,7 @@ De wettelijke beslistermijn begint op de dag van ontvangst van de aanvraag en lo In het geval de aanvraag door of namens de aanvrager schriftelijk wordt ingetrokken, vervalt de verplichting om te beslissen in eerste aanleg. -In geval bezwaar wordt gemaakt tegen het niet tijdig beslissen, vervalt die verplichting *gedurende de periode dat het bezwaar aanhangig is* en vervalt die verplichting *na de beslissing op het bezwaar of beroep* indien de indiener van de aanvraag als gevolg daarvan geen belang meer heeft bij een besluit op de aanvraag (zie artikel 6:20, tweede lid, Awb). +In geval bezwaar wordt gemaakt tegen het niet tijdig beslissen, vervalt die verplichting gedurende de periode dat het bezwaar aanhangig is en vervalt die verplichting na de beslissing op het bezwaar of beroep indien de indiener van de aanvraag als gevolg daarvan geen belang meer heeft bij een besluit op de aanvraag (zie artikel 6:20, tweede lid, Awb). De wettelijke beslistermijn van zes maanden kan ten hoogste voor zes maanden worden verlengd, indien advies of onderzoek door derden of het OM nodig is (zie artikel 25, tweede lid, Vw). Van de mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen, wordt zo terughoudend mogelijk gebruikgemaakt. @@ -2111,9 +2366,9 @@ Verlenging van de beslistermijn met toepassing van artikel 25, tweede lid, Vw is Bij de kennisgeving van de verlenging van de beslistermijn wordt aangegeven waarom de beslistermijn wordt verlengd. Tevens wordt aangegeven dat tegen de verlenging geen bezwaar kan worden gemaakt. -De vreemdeling of referent die een onvolledige aanvraag indient, dient schriftelijk een redelijke termijn te worden gesteld waarbinnen de benodigde gegevens moeten worden verstrekt. Hiervan dient aantekening te worden gemaakt. +Ingevolge artikel 25, vierde lid, Vw wordt de beschikking binnen vier maanden gegeven indien de aanvraag is ingediend door een EG-langdurig ingezetene of diens gezinslid. Deze termijn kan met ten hoogste drie maanden worden verlengd. Indien de langdurig ingezetene of het gezinslid is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen wordt de beschikking gegeven binnen zeven maanden. -De wettelijke beslistermijn van zes maanden wordt (van rechtswege) opgeschort met ingang van de dag waarop de vreemdeling is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag daadwerkelijk is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken (zie artikel 4:15 Awb). +De vreemdeling of referent die een onvolledige aanvraag indient, dient schriftelijk een redelijke termijn te worden gesteld waarbinnen de benodigde gegevens moeten worden verstrekt. Hiervan dient aantekening te worden gemaakt. De wettelijke beslistermijn van zes maanden wordt (van rechtswege) opgeschort met ingang van de dag waarop de vreemdeling is uitgenodigd de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag daadwerkelijk is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken (zie artikel 4:15 Awb). De beslistermijn wordt opgeschort tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Dat houdt in dat, indien de aanvrager twee weken worden gegund om bepaalde gegevens te overleggen en hij de gevraagde gegevens al na een week overlegt, de beslistermijn uiteindelijk maar met een week (en dus niet met twee weken) is opgeschort. De beslistermijn gaat weer lopen op de dag van ontvangst van de aanvullende gegevens. @@ -2145,10 +2400,8 @@ Ingevolge artikel 3.9 VV geschiedt de afgifte van documenten en verklaringen, wa Op deze hoofdregel bestaan de volgende uitzonderingen: -a. de vreemdeling die in de gelegenheid wordt gesteld aangifte te doen van overtreding van artikel 273 f van het WvSr (mensenhandel). - -In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de Korpschef. -b. de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van Vw. In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de IND. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND het verzoek af. Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g, VV) wordt dan de datum van de aanvraag en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op [datum]’. +a. de vreemdeling die in de gelegenheid wordt gesteld aangifte te doen van overtreding van artikel 273 f van het WvSr (mensenhandel). In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de Korpschef; +b. de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van Vw. In afwijking van de hoofdregel wordt het bescheid rechtmatig verblijf in deze situatie verstrekt door de IND. Ter verkrijging van dit bescheid rechtmatig verblijf dient de vreemdeling zich uitsluitend vooraf telefonisch aan te melden bij de IND via het landelijk telefoonnummer. Vervolgens handelt een ambtenaar van de IND de tijd het verzoek af. Op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (zie bijlage 7g, VV) wordt dan de datum van de aanvraag en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op [datum]’; c. de vreemdeling die in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot verlenging van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Betreft het een vreemdeling aan wie het wordt toegestaan na het verstrijken van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning in Nederland te verblijven hangende de beslissing op een door hem ingediende aanvraag, dan worden op de sticker ‘Verblijfsaantekeningen Algemeen’ (bijlage 7g VV) de datum en het nummer van het paspoort ingevuld achter de tekst ‘verlenging aangevraagd van de geldigheidsduur op’. @@ -2274,13 +2527,25 @@ Zie voor de toepasselijke algemene regels de regels bij afwijzing van de aanvraa ###### 9.7.7.4. Beschikking verlening verblijfsvergunning onbepaalde tijd -Zie voor de toepasselijke algemene regels B1/5.3. Aan de vreemdeling wordt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft een verblijfsdocument (bijlage 7b VV) uitgereikt. +Zie voor de toepasselijke algemene regels B1/5.3. Ingevolge artikel 3.104, vijfde lid, Vb dient de vreemdeling bij de bekendmaking van de beschikking, waarbij wordt beslist op de aanvraag, bedoeld in artikel 20 Vw, te worden meegedeeld welke rechten en plichten hij heeft krachtens Richtlijn 2003/109. -Zie B10 voor de specifieke bepalingen ten aanzien van ‘duurzaam verblijf’ van onderdanen van de EU/EER en onderdanen van de Zwitsers Bondstaat zie B10). +Deze rechten en plichten zijn opgenomen op de website van de IND. + +Aan de vreemdeling wordt door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft een verblijfsdocument (bijlage 7b VV) uitgereikt. + +Ingevolge artikel 3.103a Vb doet de Minister, indien een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen wordt verleend aan een vreemdeling die tevens houder is van een door een andere EU-lidstaat, afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, hiervan mededeling aan de autoriteiten van die staat (zie B17/6). + +Het koppelingsbureau van de IND fungeert in dergelijke gevallen als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie (zie B17/6). + +Zie B10 voor de specifieke bepalingen ten aanzien van ‘duurzaam verblijf’ van onderdanen van de EU/EER en onderdanen van Zwitserland zie B10). + +*Weigering van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd* Zie voor de toepasselijke algemene regels de regels bij afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. -Zie voor de toepasselijke algemene regels de regels bij afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. +*Intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd* + +Zie voor de toepasselijke algemene regels de regels bij afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie B1/9.7.7). ### 10. Rechtsmiddelen @@ -2352,22 +2617,14 @@ Als hoofdregel geldt dat de vreemdeling die bezwaar heeft gemaakt tegen een afwi De werking van het (afwijzende) besluit wordt echter niet opgeschort en de behandeling van het bezwaarschrift mag niet in Nederland worden afgewacht, indien: -a. de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is gebaseerd op het ontbreken van een geldige mvv (zie artikel 73, tweede lid, onder a, juncto artikel 16, eerste lid, onder a, Vw); +a. de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is gebaseerd op het ontbreken van een geldige mvv (zie artikel 73, tweede lid, onder a, juncto artikel 16, eerste lid, onder a, Vw); de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 73, tweede lid, onder a, juncto artikel 16, eerste lid, onder d, Vw); +b. de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 71, tweede lid, onder b, juncto artikel 18, eerste lid, onder e, Vw); de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 71, tweede lid, aanhef, juncto artikel 19 en 18, eerste lid, onder e, Vw); +c. de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 73, tweede lid, onder c, juncto artikel 21, eerste lid, onder e en f, Vw); +d. de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is gebaseerd op een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 73, tweede lid, onder d, juncto artikel 22, eerste lid, onder c Vw). -de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 73, tweede lid, onder a, juncto artikel 16, eerste lid, onder d, Vw); -b. de afwijzing van de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 71, tweede lid, onder b, juncto artikel 18, eerste lid, onder e, Vw); +Onder ‘gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid’ als bedoeld onder ‘d’ en ‘e’ wordt verstaan een veroordeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis, wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, óf oplegging van de maatregel van ter beschikkingstelling. Voor onderdanen van de EU/EER en Zwitserland gelden specifieke bepalingen ten aanzien van het afwachten van de behandeling van het bezwaarschrift (zie A4/6.2). -de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 71, tweede lid, aanhef, juncto artikel 19 en 18, eerste lid, onder e, Vw); -c. de afwijzing van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 73, tweede lid, onder c, juncto artikel 21, eerste lid, onder b en d, Vw); -d. de intrekking van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd is gebaseerd op gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 73, tweede lid, onder d, juncto artikel 22, eerste lid, onder c, juncto artikel 22, eerste lid, onder d, Vw). - -Onder ‘gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid’ als bedoeld onder ‘d’ en ‘e’ wordt verstaan een veroordeling bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis, wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaar of meer is bedreigd, óf oplegging van de maatregel van ter beschikkingstelling. - -Voor onderdanen van de EU/EER/ Zwitserse Bondstaat gelden specifieke bepalingen ten aanzien van het afwachten van de behandeling van het bezwaarschrift (zie A4/6.2). - -Indien de vreemdeling bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van een herhaalde aanvraag zonder nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden (artikel 4:6 Awb), wordt de werking van het afwijzende besluit niet opgeschort en mag de behandeling van het bezwaarschrift niet in Nederland worden afgewacht (zie artikel 73, derde lid, Vw). - -Indien het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, wordt de werking van het (afwijzende) besluit niet opgeschort en mag de behandeling van het bezwaarschrift niet in Nederland worden afgewacht (zie artikel 73, derde lid, Vw). +Indien de vreemdeling bezwaar heeft gemaakt tegen de afwijzing van een herhaalde aanvraag zonder nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden (artikel 4:6 Awb), wordt de werking van het afwijzende besluit niet opgeschort en mag de behandeling van het bezwaarschrift niet in Nederland worden afgewacht (zie artikel 73, derde lid, Vw). Indien het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, wordt de werking van het (afwijzende) besluit niet opgeschort en mag de behandeling van het bezwaarschrift niet in Nederland worden afgewacht (zie artikel 73, derde lid, Vw). Indien de vreemdeling in bewaring is gesteld, wordt de werking van het afwijzende besluit niet opgeschort en mag de behandeling van het bezwaarschrift niet in Nederland worden afgewacht. Indien de vreemdeling hangende het bezwaarschrift in bewaring wordt gesteld, eindigt daarmee de opschorting van de werking van het afwijzende besluit. Vanaf dat moment mag de vreemdeling de behandeling van het bezwaarschrift niet meer in Nederland afwachten (zie artikel 73, vierde lid, Vw). @@ -2632,9 +2889,10 @@ Het betreft de volgende categorieën: – gezinsleden van vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het volgen van studie (zie B6/7); – gezinsleden van vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met medische behandeling (zie B8/8); – (gezinsleden van) gemeenschapsonderdanen (zie B10); -– onderdanen van een lidstaat van de EU/EER en van Zwitserland; +– onderdanen van een lidstaat van de EU/EER en van de Zwitserse Bondsstaat; – gezinsleden van Surinaamse onderdanen (zie B11); -– gezinsleden van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde vreemdelingen alsmede niet geprivilegieerde NAVO-militairen of NAVO-burgerpersoneel (zie B12). +– gezinsleden van diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde vreemdelingen alsmede niet geprivilegieerde NAVO-militairen of NAVO-burgerpersoneel (zie B12); +– gezinsleden van langdurig ingezetenen (zie B17). #### 1.4. Samenhang @@ -4091,9 +4349,7 @@ Het DNA-materiaal wordt door het laboratorium vernietigd nadat de beslissing in #### 9.1. Inleiding -Als uitgangspunt wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning afgewezen indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden,waarvan met name sprake zal zijn ingeval van verbreking van de gezinsband, ingeval de hoofdpersoon zijn hoofdverblijf buiten Nederland verplaatst of ingeval het verblijfsrecht van de hoofdpersoon wordt beëindigd, (zie B1/5.3.1) of indien een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6). De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning was verleend, kan uiteraard een aanvraag indienen tot wijziging van de verblijfsvergunning. De tijdig ingediende aanvraag komt voor inwilliging in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de eerste verblijfsaanvaarding voor het nieuw beoogde verblijfsdoel. Voor de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt verwezen naar B1/6. - -Aan vreemdelingen die als minderjarig kind in het kader van gezinshereniging houder zijn geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder bepaalde voorwaarden een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend (zie artikel 21, vierde en vijfde lid, Vw; B1/6). +Als uitgangspunt wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning afgewezen indien niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de verblijfsvergunning is verleend of een voorschrift dat aan de verblijfsvergunning is verbonden,waarvan met name sprake zal zijn ingeval van verbreking van de gezinsband, ingeval de hoofdpersoon zijn hoofdverblijf buiten Nederland verplaatst of ingeval het verblijfsrecht van de hoofdpersoon wordt beëindigd, (zie B1/5.3.1) of indien een van de andere in artikel 18 Vw genoemde afwijzingsgronden van toepassing is (zie B1/5.3.1 t/m B1/5.3.6). De vreemdeling die niet meer voldoet aan de beperking verband houdend met het doel waarvoor de oorspronkelijke verblijfsvergunning was verleend, kan uiteraard een aanvraag indienen tot wijziging van de verblijfsvergunning. De tijdig ingediende aanvraag komt voor inwilliging in aanmerking indien wordt voldaan aan de voorwaarden voor de eerste verblijfsaanvaarding voor het nieuw beoogde verblijfsdoel. Voor de verlening van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt verwezen naar B1/6. Aan vreemdelingen die als minderjarig kind in het kader van gezinshereniging houder zijn geweest van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan onder bepaalde voorwaarden een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd worden verleend (zie artikel 21a, eerste lid, onder b en tweede lid, Vw; B1/6). #### 9.2. Verlenging en intrekking van de verblijfsvergunning @@ -4842,19 +5098,21 @@ c. Er is voldaan aan de vereisten van de Wobka (zie artikel 3.26, eerste lid, Vb Aan de vereisten van de Wobka is voldaan, indien: -De Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering een beginseltoestemming heeft afgegeven (artikel 2 Wobka) De opneming van een buitenlands kind ter adoptie door personen die in Nederland hun gewone verblijf hebben, is ingevolge de Wobka uitsluitend toegestaan, indien hiertoe door de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering (Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties) een beginseltoestemming is afgegeven. Deze beginseltoestemming wordt niet slechts afgegeven aan echtparen (van ongelijk geslacht), doch ook aan één persoon en betreft in beginsel slechts de opneming van één kind en geldt voor een periode van drie jaren met de mogelijkheid van verlenging met telkens ten hoogste drie jaren. Het is de bevoegdheid van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering om in bepaalde gevallen hiervan af te wijken. +De Minister van Justitie een beginseltoestemming heeft afgegeven (artikel 2 Wobka) -Het buitenlandse kind mag op het tijdstip van binnenkomst in Nederland de leeftijd van zes jaren niet bereikt hebben, behoudens de bevoegdheid van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering om in bijzondere gevallen, op schriftelijk verzoek van de aspirant-adoptiefouders, een afwijking van deze leeftijdsgrens toe te staan. Ook mag er niet meer dan 40 jaar leeftijdsverschil zijn tussen het kind en de aspirant-adoptiefouders, behoudens de bevoegdheid van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering om in bijzondere gevallen een afwijking hiervan toe te staan, in dat geval kan de Minister eisen stellen aan de leeftijd van het kind; +De opneming van een buitenlands kind ter adoptie door personen die in Nederland hun gewone verblijf hebben, is ingevolge de Wobka uitsluitend toegestaan, indien hiertoe door de Minister van Justitie (Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties) een beginseltoestemming is afgegeven. Deze beginseltoestemming wordt niet slechts afgegeven aan echtparen (van ongelijk geslacht), doch ook aan één persoon en betreft in beginsel slechts de opneming van één kind en geldt voor een periode van drie jaren met de mogelijkheid van verlenging met telkens ten hoogste drie jaren. Het is de bevoegdheid van de Minister van Justitie om in bepaalde gevallen hiervan af te wijken; + +Het kind en de aspirant-adoptiefouders voldoen aan bepaalde leeftijdsvereisten (artikel 5, zesde lid en zevende lid en artikel 8 onder a Wobka) + +Het buitenlandse kind mag op het tijdstip van binnenkomst in Nederland de leeftijd van zes jaren niet bereikt hebben, behoudens de bevoegdheid van de Minister van Justitie om in bijzondere gevallen, op schriftelijk verzoek van de aspirant-adoptiefouders, een afwijking van deze leeftijdsgrens toe te staan. Ook mag er niet meer dan 40 jaar leeftijdsverschil zijn tussen het kind en de aspirant-adoptiefouders, behoudens de bevoegdheid van de Minister van Justitie om in bijzondere gevallen een afwijking van toe te staan, in dat geval kan de Minister eisen stellen aan de leeftijd van het kind; + +Een medische verklaring m.b.t. het buitenlandse kind is overgelegd (artikel 8 onder b Wobka) Door de aspirant-adoptiefouders dient een in het land van herkomst recent afgegeven (niet langer dan zes maanden geleden) medische verklaring met betrekking tot het buitenlandse kind te worden overgelegd, waaruit blijkt dat in redelijkheid niet valt aan te nemen dat het kind lijdt aan een gevaarlijke besmettelijke of langdurige lichamelijke of geestelijke ziekte. Dit vereiste zal er echter niet toe leiden dat een gehandicapt kind niet zou kunnen worden opgenomen. Indien uit de medische verklaring niet blijkt dat op TBC is getest, dient het kind (hier te lande) alsnog een onderzoek ter zake te ondergaan. Indien daaraan of aan de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen niet wordt meegewerkt, wordt de aanvraag met toepassing van artikel 3.79 Vb afgewezen (zie ook B1/4.5). Het vorenstaande is uiteraard niet van toepassing indien het kind op grond van zijn nationaliteit is vrijgesteld van het vereiste van het ondergaan van een onderzoek naar en/of behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen. -Door de aspirant-adoptiefouders dient gebruik te zijn gemaakt van een bemiddelende, vergunninghoudende instantie, bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka. Indien niet van een zodanige instantie doch van andere contacten gebruik is gemaakt, dient de daartoe ex artikel 7a Wobka benodigde toestemming van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering te zijn verleend. +Door de aspirant-adoptiefouders dient gebruik te zijn gemaakt van een bemiddelende, vergunninghoudende instantie, bedoeld in hoofdstuk 5 Wobka. Indien niet van een zodanige instantie doch van andere contacten gebruik is gemaakt, dient de daartoe ex artikel 7a Wobka benodigde toestemming van de Minister van Justitie te zijn verleend; De afstand door ouder(s) en de instemming van de autoriteiten uit het land van herkomst van het kind is verkregen (artikel 8 onder d en e Wobka) Door de aspirant-adoptiefouders dient op bevredigende wijze door middel van officiële gelegaliseerde bescheiden (zie B2/8) te worden aangetoond dat de afstand door de ouder(s) van het buitenlandse kind naar behoren is geregeld. Op gelijke wijze dienen de aspirant-adoptiefouders aan te tonen dat de autoriteiten van het land van herkomst instemmen met de opneming, door hen, van het kind. -De afstand door ouder(s) en de instemming van de autoriteiten uit het land van herkomst van het kind is verkregen (artikel 8 onder d en e Wobka). - -Door de aspirant-adoptiefouders dient op bevredigende wijze door middel van officiële gelegaliseerde bescheiden (zie B2/8) te worden aangetoond dat de afstand door de ouder(s) van het buitenlandse kind naar behoren is geregeld. Op gelijke wijze dienen de aspirant-adoptiefouders aan te tonen dat de autoriteiten van het land van herkomst instemmen met de opneming, door hen, van het kind. - -Ingevolge de Wobka zijn de aspirant-adoptiefouders vanaf het tijdstip van vertrek van het buitenlandse kind naar Nederland verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van dat kind als ware het hun eigen kind. De kosten van een eventuele terugkeer naar het land van herkomst van het kind komen te hunnen laste. In het kader van het onderzoek met het oog op het afgeven van de beginseltoestemming, wordt door de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering bezien of de aspirant-adoptiefouders duurzaam over voldoende zelfstandige middelen van bestaan beschikken. +Ingevolge de Wobka zijn de aspirant-adoptiefouders vanaf het tijdstip van vertrek van het buitenlandse kind naar Nederland verplicht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van dat kind als ware het hun eigen kind. De kosten van een eventuele terugkeer naar het land van herkomst van het kind komen te hunnen laste. In het kader van het onderzoek met het oog op het afgeven van de beginseltoestemming, wordt door de Minister van Justitie bezien of de aspirant-adoptiefouders duurzaam over voldoende zelfstandige middelen van bestaan beschikken. De aanvraag wordt niet afgewezen wegens: @@ -4873,7 +5131,7 @@ Het kind dient zich binnen drie dagen na aankomst in Nederland aan te melden bij ##### 2.5.2. Plaats van indiening van de aanvraag -Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd dient het kind zich te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft. Deze stelt de aspirant-adoptiefouder in de gelegenheid ten behoeve van het kind een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te dienen. De aspirant-adoptiefouder toont de originele beginseltoestemming van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering voor opneming bij de burgemeester. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. De burgemeester zendt een kopie van de beginseltoestemming tezamen met het originele aanvraagformulier en de andere overgelegde bescheiden naar de IND ter afhandeling van de aanvraag. Hij retourneert de beginseltoestemming – voor zover deze in origineel is overgelegd – aan de vreemdeling. +Ter indiening van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd dient het kind zich te vervoegen bij de burgemeester van de gemeente waar hij woon- of verblijfplaats heeft. Deze stelt de aspirant-adoptiefouder in de gelegenheid ten behoeve van het kind een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in te dienen. De aspirant-adoptiefouder toont de originele beginseltoestemming van de Minister van Justitie voor opneming bij de burgemeester. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. De burgemeester zendt een kopie van de beginseltoestemming tezamen met het originele aanvraagformulier en de andere overgelegde bescheiden naar de IND ter afhandeling van de aanvraag. Hij retourneert de beginseltoestemming – voor zover deze in origineel is overgelegd – aan de vreemdeling. ##### 2.5.3. De controletaak van de politie ingevolge de @@ -4884,7 +5142,7 @@ Ingevolge artikel 25, tweede lid van de Wobka zijn met de controle op de nalevin De politie controleert derhalve of aan de voorwaarden als bedoeld onder de artikelen 2 en 8 Wobka is voldaan. De inhoud van de artikelen 2 en 8 Wobka komt overeen met de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als vermeld onder B3/2.2.2. Het kind zal zich hiertoe na het indienen van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier bij de burgemeester van zijn woon- of verblijfplaats met zijn aspirant-adoptiefouder(s) opnieuw dienen te vervoegen bij het regionale politiekorps waarin de gemeente is gelegen waar hij woon- of verblijfplaats heeft. -Het originele document, waaruit de beginseltoestemming van de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering voor de opneming blijkt, wordt bij de politie getoond. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie. +Het originele document, waaruit de beginseltoestemming van de Minister van Justitie voor de opneming blijkt, wordt bij de politie getoond. Dit lijdt slechts uitzondering indien het originele document door de daarvoor bevoegde autoriteiten in het land van herkomst van het kind is ingenomen. In deze gevallen kan genoegen worden genomen met een kopie van de beginseltoestemming. In geval van twijfel kan contact worden opgenomen met de Centrale Autoriteit interlandelijke adoptie van het Ministerie van Justitie De politie vult tezamen met de aspirant-adoptiefouder(s) en in aanwezigheid van het kind het formulier model M67 in. Voor zover de politie ter invulling van het model M67 gegevens nodig heeft waar zij zelf niet over beschikt, maar de IND wel, worden deze gegevens haar op haar verzoek verstrekt door de IND. De aspirant-adoptiefouder(s) zendt/zenden vervolgens zelf het ingevulde model M67 naar de IND, zodat de inhoud daarvan bij de besluitvorming van de aanvraag kan worden betrokken. @@ -4952,7 +5210,7 @@ De aspirant-pleegouders verstrekken bij de ten behoeve van het kind in te dienen – een ten behoeve van het kind in het land van herkomst afgegeven medische verklaring. Indien uit die verklaring niet blijkt dat het kind, voor zover dat op grond van zijn nationaliteit niet is vrijgesteld van een onderzoek naar TBC aan de luchtwegen, een onderzoek op TBC heeft doorstaan, dan dient het kind alsnog (bereid te zijn) een onderzoek naar en/of de behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan. Daartoe wordt de bij het aanvraagformulier gevoegde bijlage ‘TBC verklaring’ ondertekend; – de instemmingverklaring van de ouders of wettelijk vertegenwoordigers van het kind dan wel van de autoriteiten in het land van herkomst waaruit blijkt dat deze instemmen met het verblijf van het kind in het gezin van de aspirant-pleegouders; -– een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden die in het land van herkomst wonen; +– een schriftelijke motivering van de bijzondere omstandigheden van het kind of die van de familieleden in het land van herkomst, waaruit blijkt dat het kind niet of bezwaarlijk kan worden verzorgd door familieleden die in het land van herkomst wonen. – bescheiden waaruit blijkt dat de aspirant-pleegouders duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikken; en – een volledige ingevulde garantverklaring (zie bijlage 6c VV). @@ -4960,7 +5218,7 @@ De gevraagde officiële buitenlandse bescheiden dienen gelegaliseerd te zijn (zi Na onderzoek zal, met inachtneming van de relevante omstandigheden op de aanvraag worden beslist. -Zo nodig wint het Hoofd van de Visadienst dan wel de Minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering aanvullende gegevens in bij de Raad voor de Kinderbescherming omtrent de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind. +Zo nodig wint het Hoofd van de Visadienst dan wel de Minister van Justitie aanvullende gegevens in bij de Raad voor de Kinderbescherming omtrent de geschiktheid van de aspirant pleegouders voor de verzorging en opvoeding van het kind. ##### 3.3.3. Kennisgeving aan de gemeente @@ -5148,18 +5406,20 @@ b. een afschrift van de daarbij behorende bijlage, waaruit de ingangsdatum van d De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) kan worden verleend aan de vreemdeling: -a. wiens aanvraag om wedertoelating op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 van de Remigratiewet is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet (zie artikel 3.92, tweede lid, Vb); -b. voorzover die vreemdeling niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeerregeling; -c. en die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland: +a. wiens aanvraag om wedertoelating op grond van het bepaalde bij en krachtens artikel 8 van de Remigratiewet is ontvangen binnen één jaar na de remigratie uit Nederland met toepassing van de Remigratiewet; +b. voorzover die vreemdeling niet eerder gebruik heeft gemaakt van de terugkeerregeling; en +c. die direct voorafgaande aan de remigratie uit Nederland: -1. als Nederlander in Nederland verbleef (zie artikel 3.92, tweede lid, onder a, Vb); of -2. in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 of 33 Vw en zie artikel 3.92, tweede lid, onder b, Vb), of voor inwerkingtreding van de Vw, als: +– als Nederlander in Nederland verbleef (zie artikel 3.94, aanhef en onder a, Vb); +– in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning asiel of regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 of 33 Vw en zie artikel 3.94, aanhef en onder b, Vb); of +– gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw in Nederland had. -– houder van een vergunning tot vestiging op grond van artikel 10 Vw (oud); -– toegelaten vluchteling op grond van artikel 10 Vw (oud); -– houder van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op grond van artikel 10, tweede lid, Vw (oud); -– houder van een vergunning tot verblijf zonder beperking op grond van artikel 9 Vw (oud); of -3. gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren in Nederland verbleef als houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw), of voor inwerkingtreding van de Vw als houder van een vergunning tot verblijf onder beperking op grond van artikel 9 Vw (oud). +De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet afgewezen op de grond dat de vreemdeling: + +a. op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet gedurende een tijdvak van vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw; +b. niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 3.94 Vb); + +In de gevallen, waarbij tevens is voldaan aan het middelenvereiste, wordt een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21 Vw verleend met de aantekening “EG-langdurig ingezetene”. Indien niet wordt voldaan aan het middelenvereiste wordt een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21a Vw verleend op nationale gronden. ###### 3.2.2.2. Bij de aanvraag over te leggen bescheiden @@ -5187,10 +5447,21 @@ Het eerste lid van artikel 3.92 Vb geeft het kader van een beperkte terugkeeropt #### 5.1. Verblijfsvoorwaarden -De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) kan worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die: +De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 21a, eerste lid, onder a, Vw) kan worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die: -a. tussen zijn vierde en zijn negentiende levensjaar gedurende een periode van ten minste tien jaren op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw in Nederland heeft verbleven en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar (zie artikel 3.92, eerste lid, onder a, Vb); of -b. voor het negentiende levensjaar gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of m, Vw in Nederland heeft verbleven, en voor wie Nederland naar het oordeel van de Minister het meest aangewezen land is (zie artikel 3.92, eerste lid, onder b, Vb). +a. tussen zijn vierde en zijn negentiende levensjaar gedurende een periode van ten minste tien jaren op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, Vw in Nederland heeft verbleven en wiens aanvraag is ontvangen voor het drieëntwintigste levensjaar (zie artikel 3.92, eerste lid, onderdeel a, onder 1^0, Vb); of +b. voor het negentiende levensjaar gedurende een ononderbroken periode van ten minste vijf jaren op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of m, Vw in Nederland heeft verbleven, en voor wie Nederland naar het oordeel van de Minister het meest aangewezen land is (zie artikel 3.92, eerste lid, onderdeel a, onder 2^0, Vb). + +De aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt niet afgewezen op de grond dat (zie artikel 21 Vw en artikel 3.92, eerste lid, en artikel 3.93, derde lid, Vb): + +a. a de vreemdeling op het moment waarop de aanvraag is ontvangen niet gedurende een tijdvak van vijf jaren aaneengesloten rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad op grond van artikel 8, onder a, c, e dan wel l, Vw (zie artikel 3.92, eerste lid, Vb en B1/6); +b. b niet zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan (zie artikel 3.93, derde lid, Vb en B1/7). + +In dit geval wordt een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21 Vw verleend met de aantekening “EG-langdurig ingezetene”. + +In dit geval wordt een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met toepassing van artikel 21a Vw verleend op nationale gronden. + +Voor de overige bepalingen inzake verlening en afwijzing van de vergunning tot verblijf voor onbepaalde duur zie B1/6 en B1/7. #### 5.2. Bij de aanvraag over te leggen bescheiden @@ -5852,6 +6123,49 @@ Veelal zijn directeuren-(groot)aandeelhouders materieel te beschouwen als zelfst Derhalve dienen zij indien zij een belang van 25% of meer hebben in het bedrijf, ondernemingsrisico lopen en de hoogte van het salaris zelf kunnen beïnvloeden, een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als zelfstandige aan te vragen. Indien zij niet aan deze criteria voldoen, is de procedure die geldt voor werknemers van toepassing. +#### 4.12. EG-langdurig ingezetenen + +##### 4.12.1. Algemeen + +De houder van een door een andere (eerste) lidstaat afgegeven status als EG-langdurig ingezetene, kan onder bepaalde voorwaarden voor een periode van langer dan drie maanden in Nederland (tweede lidstaat) verblijven en in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst. + +##### 4.12.2. Verlening van de verblijfsvergunning + +Ingevolge artikel 3.31, vijfde lid, Vb wordt de aanvraag die is ingediend door een langdurig ingezetene niet afgewezen op gronden dat: + +– de langdurig ingezetene niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (zie artikel 17, eerste lid, onder h, Vw en B17); +– de langdurig ingezetene niet bereid is om een onderzoek naar of de behandeling voor TBC te ondergaan en daaraan mee te werken (zie artikel 3.79, tweede lid, Vb en B17). + +Daarnaast gelden de bepalingen zoals neergelegd in B17. + +##### 4.12.3. Gevraagde bescheiden + +Bij de aanvraag dient de langdurig ingezetene, in aanvulling op het bepaalde in B17, de volgende bescheiden over te leggen: + +– een kopie van de TWV (aanvraag); +– een volledig ingevulde en ondertekende werkgeversverklaring (niet ouder dan drie maanden); en +– een kopie van een (concept) arbeidsovereenkomst waaruit (mede) het inkomen blijkt. + +##### 4.12.4. Beperking + +De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt, mits ook aan de algemene voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning zoals genoemd in B17 wordt voldaan, verleend onder de beperking ‘arbeid in loondienst’. + +##### 4.12.5. Arbeidsmarktaantekening + +Als aantekening wordt vermeld: “Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist + +De verplichting om te beschikken over een TWV blijft voor de EG-langdurig ingezetene gedurende de eerste twaalf maanden bestaan. + +Verder wordt op het document de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ gesteld. + +##### 4.12.6. Geldigheidsduur + +Een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd voor het verrichten van arbeid in loondienst wordt verleend voor een duur die maximaal gelijk is aan de duur van de TWV (zie artikelen 3.57 en 3.59 Vb en B5/2.3). + +##### 4.12.7. Gezinshereniging + +Het bepaalde in B17/3 is van overeenkomstige toepassing. + ### 5. Voortzetting van verblijf #### 5.1. Algemeen @@ -6083,6 +6397,14 @@ Bij een adviesaanvraag dienen in elk geval de volgende gegevens te worden overge – referentie met betrekking tot het bedrijf: informatie over (het product van) het bedrijf; het innovatieve karakter van (het product van) het bedrijf; contracten met Nederlandse bedrijven; en – in geval van een nieuwe onderneming in vorenbedoelde zin (ook bij eerste aanvraag om een verblijfsvergunning of mvv) een ondernemingsplan, als bedoeld in B5/7.5.2. +##### 7.7.1. EG-langdurig ingezetenen + +Ingevolge artikel 3.30, vijfde lid, Vb kan de verblijfsvergunning voor het uitoefenen van een zelfstandig beroep of bedrijf in economische zin worden verleend aan een langdurig ingezetene, zonder dat met de arbeid als zelfstandige een wezenlijk Nederlands belang is gediend. + +Daarnaast gelden de bepalingen zoals neergelegd in B17. + +Voor het overige zijn de bepalingen van B5/7.1 tot en met B5/7.5 en B5/7.7 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de langdurig ingezetene het innovatieve karakter van zijn onderneming niet hoeft aan te tonen. + #### 7.8. Aanvragen waarvoor geen advies van EZ nodig ##### 7.8.1. Chinees-Indonesische horecabedrijven, norm gemeente bereikt @@ -6215,6 +6537,10 @@ Voorbeelden: – Een vreemdeling die geen voorbereidend jaar heeft gevolgd, gaat geneeskunde studeren. Na twee jaar breekt hij deze studie af en gaat hij rechten studeren. Hem rest dan nog een maximaal verblijf voor studiedoeleinden van vier jaar. – Een vreemdeling volgt na een voorbereidend jaar een studie met een studielast van vier jaar. Na één jaar gaat hij diergeneeskunde studeren (studielast zes jaar). In dat geval resteert een maximale verblijfsduur van zeven jaar. +##### 2.2.1. EG-Langdurig ingezetenen + +Ingevolge artikel 3.41, vierde lid, Vb wordt de aanvraag voor verblijf voor studie aan het hoger onderwijs ingediend door een langdurig ingezetene niet afgewezen op grond dat hij het onderwijs niet voltijds wil volgen en evenmin op de grond, bedoeld in artikel 3.41, eerste lid, onder c, Vb. Dit heeft tot gevolg dat langdurig ingezetene geen schriftelijke verklaring van tijdelijk verblijf hoeft te ondertekenen en dat de bepalingen van B6/2.2 niet van toepassing zijn. + #### 2.3. Middelen van bestaan De financiële middelen van de vreemdeling moeten toereikend zijn voor de studie en het levensonderhoud gedurende de beoogde verblijfsperiode. @@ -6266,6 +6592,10 @@ Indien nodig kan het Ministerie van OCW advies worden gevraagd over de studiemog Of een positieve bijdrage wordt geleverd aan het eigen land is mede afhankelijk van de fase waarin het ontwikkelingsproces van het desbetreffende land zich bevindt. Als het gaat om een hooggeïndustrialiseerd land, zal niet snel sprake zijn van een positieve bijdrage. Voorts zal de aard van de desbetreffende opleiding van belang zijn. Als de opleiding of studie niet van wezenlijke betekenis is voor de arbeidsmarkt van het herkomstland, wordt namelijk evenmin een positieve bijdrage geleverd aan het eigen land. +#### 3.1. EG-Langdurig ingezetenen + +Ingevolge artikel 3.41, vierde lid, Vb wordt de aanvraag voor verblijf voor studie aan het beroepsonderwijs, ingediend door een langdurig ingezetene niet afgewezen op grond dat hij het onderwijs niet voltijds wil volgen en evenmin op de grond, bedoeld in artikel 3.41, eerste lid, onder c, Vb. Dit heeft tot gevolg dat de langdurig ingezetene geen schriftelijke verklaring van tijdelijk verblijf hoeft te ondertekenen. Voor het volgen van voortgezet onderwijs dient de langdurig ingezetene onverkort aan alle terzake geldende bepalingen te voldoen. + ### 4. Voorwaarden voor de voorbereiding op een studie hoger onderwijs In bepaalde gevallen heeft een student een voorbereidingstijd nodig om zich te kwalificeren voor de beoogde studie aan het hoger onderwijs. Hiervoor legt hij aanvullende examens af, zoals bijvoorbeeld een toets beheersing van de Nederlandse taal. @@ -8342,7 +8672,7 @@ Het betreft hier: – diplomatiek of consulair personeel dat is uitgezonden door de zendstaat; waar het administratief, technisch en bedienend personeel alsmede particuliere bedienden betreft: deze categorie behoudt de uitgezonden status tot tien jaar na begin van de werkzaamheden in Nederland, waarna deze status vervalt; – uitgezonden of lokaal geworven personeel, dat reeds voor 1 augustus 1987 in dienst is getreden bij een ambassade of consulaat, daar ononderbroken nog steeds werkzaam is en ervoor heeft gekozen om de uitgezonden status te behouden; – lokaal geworven personeel dat korter dan tien jaar in dienst is bij een missie en de werkzaamheden ononderbroken voortzet, wordt door het Ministerie van BuZa aangemerkt als uitgezonden personeel, indien dit personeel op het moment van indiensttreding bij de missie niet reeds een jaar of meer op grond van artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw rechtmatig in Nederland verbleef of niet gerechtigd was om in Nederland arbeid in loondienst te verrichten (deze categorie kan met ingang van 1 januari 2000 niet meer de uitgezonden status verkrijgen); -– de gezinsleden van bovengenoemde categorieën. +– de gezinsleden, de gezinsleden van particulier bedienden uitgezonderd, van bovengenoemde categorieën. Van de bovenstaande drie categorieën wordt alleen de derde categorie door de Minister van BuZa in het bezit gesteld van een geprivilegieerdendocument (model M81; zie bijlage 3, onder A, derde lid VV juncto artikel 2.3 VV). Dit houdt onder meer in dat deze categorie niet behoeft te beschikken over een verblijfsvergunning, maar wel over bovengenoemd geprivilegieerdendocument, vervangend document of visum. @@ -8352,7 +8682,7 @@ Na beëindiging van het dienstverband met een ambassade of consulaat komt de uit ###### 2.1.2.1. Verblijfsvoorwaarden ex-geprivilegieerden -Indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.93 Vb kan de ex-geprivilegieerde in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw). +Indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.93, eerste lid, Vb juncto artikel 3.93, zesde lid, Vb kan de ex-geprivilegieerde in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw). Indien de ex-geprivilegieerde hieraan niet voldoet, gelden artikel 14, 16 en 17 Vw onverkort. @@ -8365,19 +8695,17 @@ De verblijfsstatus van de geprivilegieerde (hoofdpersoon) is bepalend voor de st Het afhankelijke gezinslid kan in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw), indien het gezinslid: – meerderjarig is op het moment van de indiening van de aanvraag; -– gedurende ten minste tien jaren op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven; en -– wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vw in samenhang met artikel 3.93, eerste lid, onder c, Vb. +– gedurende ten minste tien jaren op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven (zie artikel 3.93, eerste lid, Vb); en +– wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vw in samenhang met artikel 3.93, eerste lid, onder c, Vb, juncto artikel 3.93, zesde lid, Vb. Het kan voorkomen dat de hoofdpersoon in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw, maar één of meer van de afhankelijke gezinsleden niet. Het afhankelijke gezinslid kan dan in het bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) onder de beperking verband houdend met gezinshereniging bij de hoofdpersoon, indien het gezinslid: – op het moment van de indiening van de aanvraag minderjarig is; of -– korter dan tien jaar op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon in Nederland heeft verbleven. +– korter dan tien jaar op grond van een bijzondere geprivilegieerde status bij de hoofdpersoon inNederland heeft verbleven. -In beide gevallen geldt dat moet worden voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 16 Vw (zie B1/4), in samenhang met artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb. - -De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van deze afhankelijke gezinsleden kan in behandeling worden genomen met vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het gestelde in artikel 3.71, tweede lid, onder c, Vb, dan wel met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb (zie in dit verband B1/4.1.1). +In beide gevallen geldt dat moet worden voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 16 Vw (zie B1/4), in samenhang met artikel 3.13 tot en met 3.22 Vb. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd van deze afhankelijke gezinsleden kan in behandeling worden genomen met vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het gestelde in artikel 3.71, tweede lid, onder c, Vb, dan wel met toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb (zie in dit verband B1/4.1.1). Indien het afhankelijke gezinslid niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw en evenmin in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 Vw met als doel gezinshereniging bij de hoofdpersoon, dan kan de vreemdeling een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vw indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 Vw onverkort. @@ -8421,9 +8749,9 @@ Ad a. Het betreft door de zendstaat na 1 augustus 1987 uitgezonden administrati Ad b. Het gaat hier om particulier bedienden die in persoonlijke dienst van een uitgezonden medewerker (de werkgever) zijn en die na afloop van het dienstverband van de uitgezonden diplomatieke medewerker in dienst zijn getreden bij de opvolger van de vertrekkende werkgever. Voorwaarde is wel dat het salaris in de periode tussen het vertrek van de oude werkgever en de aankomst van de nieuwe werkgever wordt betaald door de missie. -###### 2.2.2.1. Verblijfsvoorwaarden personeel uitgezonden status verliest +###### 2.2.2.1. Verblijfsvoorwaarden -Indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vw in samenhang met artikel 3.93 Vb (zie hieronder zelfstandige middelen) kan het personeelslid (vreemdeling) in bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Indien de vreemdeling hieraan niet voldoet, gelden artikel 14, 16 en 17 Vw. +Indien wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 21 Vw in samenhang met artikel 3.93, eerste lid juncto artikel 3.93, zesde lid, Vb (zie hieronder zelfstandige middelen) kan het personeelslid in bezit worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Indien de vreemdeling hieraan niet voldoet, gelden de artikel 14, 16 en 17 Vw. Voor wat betreft de zelfstandige middelen van bestaan geldt een uitzondering. Middelen van bestaan worden in ieder geval als zelfstandige middelen geaccepteerd, indien daarover door de werkgever premies sociale verzekeringen en belastingen worden afgedragen. Voor personeel dat in dienst is van een ambassade of consulaat van een andere mogendheid vindt er géén inhouding plaats van de premies sociale verzekeringen en belastingen, omdat ambassades en consulaten ingevolge artikel 6, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964 niet inhoudingsplichtig zijn. @@ -8459,23 +8787,54 @@ Na beëindiging van het dienstverband met een internationale organisatie of wann De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) kan op aanvraag worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die: -1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, of van het administratief, technisch dan wel bedienend personeel van een internationale organisatie; -2. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt; -3. geen gevaar vormt voor de openbare orde; -4. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid; en -5. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. +1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als: + +– lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie; +– lid van het administratief, technisch dan wel bedienend personeel van een internationale organisatie; of +– particulier bediende/huishoudelijke hulp van voornoemde categorieën. +2. in de periode, bedoeld onder 1, niet zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven; +3. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt; +4. geen gevaar vormt voor de openbare orde; +5. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid; +6. beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden; en +7. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. + +Bij de berekening van de periode van tien aaneengesloten jaren van verblijf worden mede in aanmerking genomen de perioden waarin de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vw heeft gehad. Wel dient de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status te hebben gehad. + +Het is niet van belang of de bijzondere geprivilegieerde status (de zogenoemde uitgezonden status) al dan niet door eigen toedoen verloren is gegaan. + +Het verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status dient te worden aangetoond aan de hand van een originele verklaring van BuZa waaruit het verblijfsrecht als geprivilegieerde vreemdeling blijkt. + +Zie B1/7.1.3. + +Voor ‘zelfstandig’: zie artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. Voor ‘voldoende’: zie artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen geldt ingevolge artikel 3.93, tweede lid, Vb een afwijkende bepaling. De middelen van bestaan zijn duurzaam indien zij op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of waarop de beschikking wordt gegeven, of enig tussenliggend moment nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn. + +Ten aanzien van deze voorwaarde wordt aangesloten bij artikel 3.95 Vb. Dit betekent dat de aanvraag wordt afgewezen, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a WvSr, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede lid, Vb. Verder is artikel 3.86 Vb van overeenkomstige toepassing (zie B1/4.4 en B1/5.3.6). + +Het eerdere verblijfsrecht op grond van de bijzondere geprivilegieerde status telt niet mee bij de bepaling van de totale verblijfsduur zoals genoemd in artikel 3.86 Vb. Dit betekent dat alleen eventueel eerder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw meetelt bij de bepaling van de totale verblijfsduur. + +Zie B1/4.4. + +Zie B1/5.3.3. + +Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden 1 tot en met 5 zoals hierboven vermeld, dan wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) afgewezen. De vreemdeling zal dan, indien hij in aanmerking wil komen voor toelating tot Nederland, een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vw moeten indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 Vw onverkort. ##### 3.3.2. Verblijfsvoorwaarden gezinsleden van (ex-)geprivilegieerden -Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan op aanvraag (net als de (ex-)geprivilegieerde) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw). Dit is ook mogelijk indien de geprivilegieerde hoofdpersoon in dienst blijft van een internationale organisatie of uit Nederland vertrekt. Dit is in tegenstelling tot de afhankelijke gezinsleden van geaccrediteerde personeelsleden van ambassades en consulaten; hun verblijfsrecht is afhankelijk van dat van de geprivilegieerde hoofdpersoon (zie B12/2.1.2.2). +Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan op aanvraag (net als de (ex-)geprivilegieerde) in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw en artikel 3.93 Vb). Dit is ook mogelijk indien de geprivilegieerde hoofdpersoon in dienst blijft van een internationale organisatie of uit Nederland vertrekt. Dit is in tegenstelling tot de afhankelijke gezinsleden van personeelsleden van ambassades en consulaten, hun verblijfsrecht is afhankelijk van dat van de geprivilegieerde hoofdpersoon (zie B12/2.1.2.2). Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, indien het gezinslid: -Het meerderjarige afhankelijke gezinslid kan in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, indien het gezinslid: +1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als afhankelijk gezinslid van -1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als afhankelijk gezinslid van een lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie of als afhankelijk gezinslid van een lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie; -2. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt; -3. geen gevaar vormt voor de openbare orde; -4. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid; en -5. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. +– een lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie of +– als afhankelijk gezinslid van een lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie. +2. in de periode, bedoeld onder 1, niet zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven; +3. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt; +4. geen gevaar vormt voor de openbare orde; +5. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid; +6. beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden; en +7. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken. + +Voor de toelichting op de voorwaarden 1 tot en met 7 wordt verwezen naar de toelichting op deze artikelen zoals vermeld in B12/3.3.1. Verder geldt wat betreft voorwaarde 2 (middelenvereiste) dat het duurzame en zelfstandige inkomen van de hoofdpersoon wordt meegeteld, indien het gezinslid over dit inkomen kan beschikken en indien de hoofdpersoon een garantverklaring heeft ondertekend. Dat het gezinslid over het inkomen kan beschikken wordt aangetoond met een schriftelijke verklaring van de hoofdpersoon. Het bepaalde in B12/2.1.2.2 met betrekking tot de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd (zie artikel 14 Vw) is van overeenkomstige toepassing. @@ -9568,3 +9927,160 @@ De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking ‘voortgezet verblijf Indien de eerdere verblijfsvergunning was verleend onder de beperking ‘medische behandeling’ of ‘verblijf vanwege medische noodsituatie’ luidt de arbeidsmarktaantekening: ‘arbeid uitsluitend toegestaan mits werkgever beschikt over TWV’. In de overige gevallen luidt de arbeidsmarktaantekening: arbeid vrij toegestaan. TWV niet vereist’. + +## 17. Verblijf als (economisch niet-actieve) langdurig ingezetene + +### 1. Inleiding + +In deze paragraaf worden de algemene voorwaarden behandeld voor de verlening van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan de houder van een, door een andere lidstaat afgegeven, EG-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene. + +De houder van een EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen (zie B1/6.1) die door een andere lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven heeft het recht om onder bepaalde voorwaarden, gedurende een periode van meer dan drie maanden te verblijven in Nederland (de tweede lidstaat) als werknemer of als zelfstandige, om een studie of beroepsopleiding te volgen, of om andere redenen, bijvoorbeeld als economisch niet-actieve.Hij kan hiertoe een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aanvragen. + +De specifieke voorwaarden per verblijfsdoel worden per materiehoofdstuk behandeld (voor arbeid zie B5/4.12 en B5/7.7.1, voor studie zie B6/2.1.1 en B6/3.1 en voor economisch niet-actieve zie B17). Voor zover in de materiehoofdstukken niets is opgenomen over langdurig ingezetenen, geldt dat zij aan alle terzake geldende specifieke voorwaarden dienen te voldoen, met uitzondering van het mvv-vereiste en het vereiste een onderzoek naar of behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan. + +De in de andere (eerste) lidstaat verkregen status wordt derhalve niet direct omgezet in een Nederlandse verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Daarvoor is vereist dat de langdurig ingezetene uit een andere lidstaat vijf jaar op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in Nederland (tweede lidstaat) heeft verbleven en ook aan de overige voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd voldoet (zie B1/6). + +#### 1.1. Procedureel + +De vreemdeling die houder is van een door een andere lidstaat afgegeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en diens gezinslid zoals genoemd in B17/5 komt een vrije termijn toe van drie maanden (zie artikel 3.3, eerste lid, onderdeel d, Vb en A2/4.4.7). + +Voor de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, ingediend door een langdurig ingezetene of diens gezinslid zoals genoemd in B17/3, geldt een afwijkende beslistermijn van vier maanden (zie artikel 25, vierde lid, Vw en B1/9.7.3) + +### 2. Algemene voorwaarden + +De algemene voorwaarden waaronder de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder daarmee verband houdende beperkingen wordt verleend hebben betrekking op: + +– een geldig document voor grensoverschrijding (zie B1/4.2); +– middelen van bestaan (zie B1/2.2.2); +– geen gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid (zie artikel 3.77 en 3.78 Vb en B1/4.4 en B17/2.3); en +– verblijfstatus in eerste lidstaat (zie artikel 3.102, Vb). + +#### 2.1. Geldig document voor grensoverschrijding + +Indien de aanvraag plaatsvindt terwijl de langdurig ingezetene zich nog in een andere lidstaat bevindt (onverplichte aanvraag mvv), kan worden volstaan met overlegging van een afschrift van het geldige reisdocument, opdat nog in het bezit van het originele reisdocument kan worden gereisd. Er wordt daarbij niet verlangd dat de over te leggen afschriften gewaarmerkt zijn. De verificatie van het reisdocument vindt immers plaats bij gelegenheid van de indiening van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning (zie B1/4.2). + +#### 2.2. Middelen van bestaan + +De langdurig ingezetene dient bewijzen over te leggen waaruit blijkt dat hij beschikt over vaste en regelmatige inkomsten die voldoende zijn om zichzelf en zijn gezinsleden te onderhouden zonder een beroep te hoeven doen op het stelsel van sociale bijstand van de betrokken lidstaat. Hierbij wordt aangesloten bij de bestaande invulling van het middelenvereiste zoals dat reeds bij aanvragen om gezinshereniging, niet zijnde gezinsvorming, wordt gehanteerd (zie B1/2.2.2). + +#### 2.3. Openbare orde en nationale veiligheid + +Ingevolge artikel 3.77, vijfde en zesde lid, Vb wordt bij de toepassing van artikel 3.77, eerste lid, onder c, Vb mede rekening gehouden met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk die door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de langdurig ingezetene of diens gezinslid uitgaat. + +Voorts wordt rekening gehouden met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst. + +#### 2.4. Aantonen verblijfstatus eerste lidstaat + +De langdurig ingezetene dient een afschrift over te leggen van de aan hem door de andere lidstaat afgeven EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. + +Voor een overzicht waarop de equivalenten in alle EU-talen van de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ zijn vermeld wordt verwezen naar de website van de IND. + +### 3. Specifieke voorwaarde en bepalingen economisch niet-actieve + +#### 3.1. Middelen van bestaan + +Voor de verblijfsvergunning als economisch niet-actieve geldt, in afwijking van het gestelde onder B17/2.2 het volgende. + +De economisch niet-actieve langdurig ingezetene dient duurzaam en zelfstandig over de middelen van bestaan te beschikken. De bron waaruit deze middelen komen (erfenis, alimentatie, onroerend goed, arbeid buiten Nederland, een uitkering, pensioen, etcetera) is niet van belang, mits de langdurig ingezetene de vrije beschikking heeft over vaste en regelmatige inkomsten, of het recht op (periodieke) uitkering ervan, die voldoende zijn om zichzelf en zijn gezinsleden te onderhouden zonder een beroep te doen op het stelsel van sociale bijstand. Hierbij wordt aangesloten bij de bestaande invulling van het middelenvereiste zoals dat reeds bij aanvragen om gezinshereniging, niet zijnde gezinsvorming wordt gehanteerd. Voor wat betreft de wijze waarop de inkomsten dienen te worden aangetoond wordt verwezen naar B1/4.3.1. + +#### 3.2. Beperking + +De verblijfsvergunning wordt verleend onder de beperking: ‘verblijf als economisch niet-actieve langdurig ingezetene’. + +#### 3.3. Arbeidsmarktaantekening + +Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’. + +### 4. Overige algemene bepalingen + +#### 4.1. Vrijstellingen + +De houder van de EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die door een andere lidstaat is afgegeven is vrijgesteld van de verplichting: + + + – + om te beschikken over een geldige mvv (zie artikel 17, eerste lid, onder h, Vw en B1/4.1.1); + + + – + tot een onderzoek naar of behandeling van TBC aan de ademhalingsorganen te ondergaan (zie artikel 3.79 , tweede lid, Vb en B1/4.5). + + + + + Verder wordt op het document de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ gesteld. + +20077823-04-200716-04-20072007/0420077823-04-200716-04-20072007/0425-04-2007 + +#### 4.2. Voorschrift + +Aan de vergunning wordt als voorschrift verbonden de verplichting voldoende verzekerd te zijn tegen ziektekosten met inbegrip van de kosten verbonden aan opname en verpleging in een sanatorium of een psychiatrische inrichting. + +### 5. Gezinshereniging + +#### 5.1. Inleiding + +De verblijfsvergunning wordt niet verleend aan de ongehuwde partner of het kind van die partner, indien de relatie van die partner met de langdurig ingezetene niet duurzaam is of niet naar behoren is geattesteerd. + +Dit wordt onder meer aangenomen als uit een recent bewijs van inschrijving in het bevolkingsregister van de betreffende EU-lidstaat niet van inschrijving op hetzelfde adres blijkt. + +#### 5.2. Algemene voorwaarden + +De algemene voorwaarden en bepalingen voor zover deze afwijken van de in B17/2 genoemde bepalingen hebben betrekking op: + +– de verblijfstatus in eerste lidstaat (zie artikel 3.23a, onder a, Vb); +– het middelenvereiste (zie artikel 3.23a, eerste lid, onder c, Vb en artikel 3.74, onder a, Vb) + +#### 5.3. Verblijfstatus in eerste lidstaat + +Het betreft hier het gezinslid dat in een andere staat die partij is bij het EG-verdrag is toegelaten als gezinslid van de langdurig ingezetene. + +Verblijf onder deze beperking wordt slechts verleend aan bovenstaande gezinsleden die reeds in de eerste lidstaat bij de langdurig ingezetene verbleven. Op andere aanvragen, bijvoorbeeld om gezinsvorming of om verruimde gezinshereniging met andere familieleden dan de onder B17/5.1 genoemde meerderjarige kinderen zijn de algemene regels (zie artikelen 3.13 tot en met 3.28 Vb en B2) van toepassing. Ook indien het gezin in de andere lidstaat nog niet was gevormd zijn de algemene regels van B2 van toepassing. + +#### 5.4. Middelen van bestaan + +Het gezinslid als genoemd in artikel 3.23a Vb dient al dan niet tezamen met de langdurig ingezetene duurzaam en zelfstandig te beschikken over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a, Vb; + +Het gezinslid dient hiertoe bewijs over te leggen dat de langdurig ingezetene financieel in staat is hem te onderhouden of dat hij zelf duurzaam en zelfstandig beschikt over inkomsten die voldoende zijn om zichzelf te onderhouden zonder een beroep te hoeven doen op het stelsel van sociale bijstand. Hierbij wordt aangesloten bij de invulling van het middelenvereiste zoals dat in B2 wordt gehanteerd. + +#### 5.5. Beperking + +De verblijfsvergunning wordt, indien het de echtgeno(o)t(e) of (geregistreerd) partner betreft, verleend onder de beperking: ‘Verblijf bij echtgeno(o)t(e)/(geregistreerd) partner/ouder (naam).’ + +Indien het een minderjarig kind betreft, wordt de verblijfsvergunning verleend onder de beperking ‘verblijf bij ….(naam ouder(s))’. + +#### 5.6. Arbeidsmarktaantekening + +Op het document wordt aangetekend ‘Arbeid toegestaan, TWV alleen gedurende eerste twaalf maanden vereist’. + +Verder wordt op het document de aantekening ‘beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor het verblijfsrecht’ gesteld. + +#### 5.7. Geldigheidsduur + +De verblijfsvergunning van de echtgeno(o)t(e) van de langdurig ingezetene met rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder a, b dan wel l, Vw en het minderjarige kind van de echtgeno(o)t(e) of de langdurig ingezetene, wordt op grond van artikel 3.67, derde lid, Vb, in afwijking van artikel 3.57 Vb, verleend en verlengd met een geldigheidsduur die gelijk is aan de duur van de vergunning van de langdurig ingezetene. + +De geregistreerde partner dan wel ongehuwde partner van de langdurig ingezetene en het kind van die partner worden daarbij gelijk gesteld met de echtgeno(o)t(e) dan wel het kind van die echtgeno(o)t(e). + +#### 5.8. overige algemene bepalingen + +De overige algemene bepalingen van B17/4 zijn van overeenkomstige toepassing + +### 6. In kennis stellen eerste lidstaat + +In de volgende gevallen dient Nederland als tweede lidstaat, de (eerste) lidstaat, die de EG-status langdurig ingezetene aan de vreemdeling heeft verleend, te informeren: + +a. Bij verlening/verlenging/intrekking verblijfsvergunning voor bepaalde tijd; +b. Bij verlening van de status an langdurig ingezetene; en +c. Bij voorgenomen uitzetting naar een staat buiten het grondgebied van de EU + +Indien Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleent, (niet) verlengt of intrekt van een vreemdeling die de status van langdurig ingezetene in een andere (eerste) lidstaat heeft verkregen, dient deze eerste lidstaat hiervan in kennis te worden gesteld (zie artikel 3.103a, eerste en tweede lid, Vb en B1/9.4). In het geval Nederland als tweede lidstaat een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet verlengt of intrekt, dient aan de eerste lidstaat tevens informatie te worden verstrekt betreffende het verwijderingsbesluit. De eerste lidstaat is verplicht de langdurig ingezetene terug te nemen. + +Indien de houder van EG-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetene die door een andere lidstaat (de eerste lidstaat) is afgegeven, na vijf jaar de status van langdurig ingezetene in Nederland heeft verkregen (zie B1/6) dient de eerste lidstaat hiervan in kennis te worden gesteld (zie artikel 3.103a, eerste lid, Vb en B1/9.7.7.4); + +De Minister kan (als tweede lidstaat) om ernstige redenen in verband met de openbare orde of de nationale veiligheid besluiten om de vreemdeling die houder is van een EG-status als langdurig ingezetene, die is afgegeven door een andere EU-lidstaat, uit te zetten naar een staat buiten het grondgebied van de EU. Van zodanige redenen is sprake indien de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt (zie artikel 22 Vw en B1/8.3). Hiertoe moet de Minister ingevolge artikel 3.103a, derde lid, Vb de autoriteiten van de eerste lidstaat raadplegen. Indien de Minister dienovereenkomstig besluit uit te zetten, wordt alle noodzakelijke informatie met betrekking tot de uitzetting aan de betreffende lidstaat verstrekt zodat de eerste lidstaat de status van langdurig ingezetene kan intrekken of de vreemdeling terugneemt. + +Indien de autoriteiten van de tweede lidstaat bereid zijn de betrokken vreemdeling tot hun grondgebied toe te laten, kan Nederland volstaan met de minder ingrijpende maatregel van intrekking van de (Nederlandse) verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met toepassing van de waarborgen van artikel 17 van richtlijn 2003/109 en met verwijdering van de vreemdeling naar die (eerste) lidstaat in plaats van het land van herkomst. Vorenstaande laat onverlet dat de eerste lidstaat, ook na terugname, kan besluiten de vreemdeling alsnog te verwijderen naar het land van herkomst (na de status van langdurig ingezetene te hebben ingetrokken). + +#### 6.1. Contactpunt IND + +In de in deze paragraaf genoemde gevallen zal het koppelingsbureau van de IND fungeren als contactpunt voor het verstrekken en ontvangen van informatie.